{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de initiële opleiding van de geaggregeerden voor het hoger secundair onderwijs sluiten tot vaststelling van de initiële opleiding van leerlingen in het hoger secundair onderwijs en houders van een gelijkwaardig bekwaamheidsbewijs dat is uitgereikt in overeenstemming met de vorige wetgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instellingen voor hoger onderijs en de partnerinrichtingen voor leerplchtonderwijs, elk voor zich, wijzen bij voorkeur als stagemeester leraren met een specialisatiemaster in het onderwijs aan of die een ervaring genieten van ten minste 6 jaar op het bedoelde niveau, a minima, houders van het bekwaamheidsbewijs dat vereist is voor het ambt dat zij bekleden en houders van het getuigschrift in het kader van stages voor toekomstige leerkrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bezoldiging wordt toegekend aan de stagemeesters voor hun deelname aan de initiële opleiding van leerkrachten. De bedragen en voorwaarden van de bezoldiging worden vastgesteld door de Regering. De Regering kan een hogere bezoldiging toe kennen aan de stagemeesters die houder zijn van het getuigschrift inzake stagebegeleding voor leerkrachten in opleiding en die een overleg aanvaarden bepaald in de samenwerkingsovereenkomst in de zin van artikel 20, met instellingen voor hoger onderwijs die de initiële opleiding organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Begrotingsbepalingen HOOFDSTUK I. - Overgangssubsidie voor de implementatie van de initiële leerkrachtenopleiding Art. 57.Voor de begrotingsjaren 2020-2022, wordt jaarlijks een allocatie toegekend aan universiteiten die de co-diplomering organiseren in de eerste cyclus van de afdelingen 1 tot 3 van de initiële leerkrachtenopleiding, zoals omschreven in artikel 9 van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van deze allocatie wordt berekend volgens elke hogeschool of referentie-ESA en wordt betaald aan de partneruniversiteit van de co-diplomeringovereenkomst. Als verschillende universiteiten zijn geassocieerd met eenzelfde hogeschool of referentie-ESA, bepalen de co-diplomeringsovereenkomsten de nadere regels voor de verdeling van de toewijzing over de universiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jaarlijkse bedragen van hogeschool of referentie-ESA, toegekend van 2020 tot 2022, worden als volgt berekend: ongewogen financiering van een student in een hogeschool voor het beschouwde begrotingsjaar x 1,65 x het aantal inschrijvingen in deze opleiding op 1 december van het in de betrokken hogeschool of ESA overwogen begrotingsjaar x 17 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedragen die in de begrotingen van de betreffende jaren worden ingevoerd, worden geregulariseerd wanneer de definitieve gegevens waarop de berekening is gebaseerd beschikbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf het begrotingsjaar 2023 wordt het totale bedrag berekend voor het jaar 2022 op grond van het derde lid na indexering toegevoegd aan het variabele deel van de financiering van de universiteiten bedoeld in artikel 29 van de wet van 27 juli 1971 betreffende de financiering en controle van universiteiten, zoals bepaald in artikel 68 van dit decreet. Art. 58.Voor de begrotingsjaren 2020 tot 2022 wordt jaarlijks een allocatie toegekend aan de universiteiten en de hogescholen, die de co-diplomering van specialisatiemaster in leerkrachtenopleiding organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van deze allocatie wordt op basis van elke referentie-universiteit berekend en wordt betaald aan de partnerinstellingen van de co-diplomeringsovereenkomst ten belope van 17 % voor de hogeschool en 83 % voor de universiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedragen per referentie-universiteit, toegekend van 2020 tot 2022, worden als volgt berekend: ongewogen financiering van een universiteitsstudent voor het beschouwde begrotingsjaar x 1,45 x aantal studenten dat deelnam aan deze opleiding op 1 december van het overwogen begrotingsjaar in de betrokken universiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf het begrotingsjaar 2023 is het totale bedrag van de in 2022 toegekende allocaties geïntegreerd, na indexering, ten belope van 17 % in de financieringsenveloppe van de hogescholen, bedoeld in artikel 10 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de hogescholen, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, en ten belope van 83 % in het variabele gedeelte van de financiering van de universiteiten, bedoeld in artikel 29 van de voornoemde wet van 27 juli 1971.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het derde lid bedoelde bedragen worden geregulariseerd wanneer de definitieve gegevens beschikbaar zijn waarop de berekening is gebaseerd. Art. 59.Voor de begrotingsjaren 2023 tot 2025 wordt jaarlijks een allocatie toegekend aan de universiteiten en de hogescholen die de tweede cyclus van de afdelingen 1 tot en met 3 van de initiële leerkrachtenopleiding in co-diplomering organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van deze allocatie wordt berekend volgens elke referentie-hogeschool en wordt half betaald aan de hogeschool en de andere helft aan de partneruniversiteit van de co-diplomeringsovereenkomst. Als verschillende universiteiten zijn geassocieerd met eenzelfde hogeschool, zorgen de co-diplomeringsovereenkomsten voor de verdeling van de allocatie over universiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedragen per hogeschool, toegekend van 2023 tot 2025, worden als volgt berekend: ongewogen financiering van een student in de hogeschool voor het beschouwde begrotingsjaar x 1,65 x aantal studenten dat deelnam aan deze opleiding op 1 december van het begrotingsjaar dat wordt overwogen in de bedoelde universiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er een co-diplomeringsovereenkomst wordt gesloten tussen een referentie-ESA en een universiteit, wordt de financiering voor deze universiteit berekend op basis van de principes die in de voorgaande paragrafen zijn bepaald, maar rekening houdend met het aantal inschrijvingen in de referentie-ESA. Als deze overeenkomst wordt gesloten met een niet-referentie-ESA, ontvangt de partner van de overeenkomst de helft van de financiering berekend op basis van de in de voorgaande paragrafen bepaalde beginselen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf begrotingsjaar 2026 wordt het totale bedrag van de in het derde lid bedoelde allocatie voor het begrotingsjaar 2025, na indexering, voor de helft geïntgreerd in de enveloppe voor de hogescholen, bedoeld in artikel 10 van het decreet. van 9 september 1996, en voor de helft in de financieringsenveloppe van de universiteiten, bedoeld in artikel 29 van de voornoemde wet van 27 juli 1971.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het derde lid bedoelde bedragen worden geregulariseerd wanneer de definitieve gegevens beschikbaar zijn waarop de berekening is gebaseerd. Art. 60.Voor de begrotingsjaren 2024 tot 2026 wordt jaarlijks een allocatie toegekend aan de universiteiten en de hogescholen die de specialisatiemaster in de in de onderwijsafdelingen 1 tot en met 3 als co-diplomering organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van deze allocatie wordt berekend volgens elke referentie-universiteit en wordt half betaald aan de universiteit en de andere helft aan de partnerhogeschool van de co-diplomeringsovereenkomst. Als verschillende hogescholen zijn geassocieerd met eenzelfde universiteit, zorgen de co-diplomeringsovereenkomsten voor de verdeling van de allocatie over de hogescholen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedragen per referentie-universiteit, toegekend van 2024 tot 2026, worden als volgt berekend: niet-gewogen financiering van een universitaire student voor het bedoelde begrotingsjaar x 1,45 x aantal studenten in de loop van 1 december overwogen begrotingsjaar in de betrokken universiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een co-diplomeringsovereenkomst tussen een referentie-ESA en een hogeschool wordt gesloten, wordt de financiering van deze hogeschool berekend op basis van de in de voorgaande leden bepaalde beginselen, maar rekening houdend met het aantal inschrijvingen in de referentie-ESA. Als deze overeenkomst wordt gesloten met een niet-referentie ESA, ontvangt de partner van de overeenkomst de helft van de financiering berekend op basis van de in de voorgaande leden bepaalde beginselen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf begrotingsjaar 2027 wordt het totale bedrag van de in het derde lid bedoelde allocatie voor het begrotingsjaar 2026, na indexering, voor de helft geïntegreerd in de enveloppe voor de hogescholen, bedoeld in artikel 10 van het decreet. van 9 september 1996, en voor de helft in de financieringsenveloppe van de universiteiten, bedoeld in artikel 29 van de voornoemde wet van 27 juli 1971.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het derde lid bedoelde bedragen worden geregulariseerd wanneer de definitieve gegevens beschikbaar zijn waarop de berekening is gebaseerd. Art. 61.Voor de begrotingsjaren 2023 tot 2025 wordt jaarlijks een allocatie toegekend aan de universiteiten en de hogescholen die de opleiding leidend tot de mastergraad van geaggregeerde van het onderwijs van de afdeling 4 in co-diplomering organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van deze allocatie wordt berekend volgens elke referentie-instelling en wordt gestort aan de partnerinstellingen van de co-diplomeringsovereenkomst ten belope van hun aandeel in de verdeling van de studiepunten van het curriculum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedragen per referentie-instelling, toegekend van 2023 tot 2025, worden als volgt berekend: ongewogen financiering van een universitaire student in de hogeschool voor het beschouwde begrotingsjaar x 1,65 x aantal studenten op 1 december van het begrotingsjaar dat wordt overwogen voor het betrokken curriculum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf begrotingsjaar 2026 wordt het totale bedrag van de allocaties aan de hogescholen toegekend krachtens de vorige leden, voor het begrotingsjaar 2025, na indexering, geïntegreerd in de enveloppe voor de financiering van de hogescholen, bedoeld in artikel 10 van het voornoemde decreet van 9 september 1996. Het totale bedrag van de allocaties aan de universiteiten toegekend krachtens de vorige leden, voor het begrotingsjaar 2025, wordt, na indexering, geïntegreerd in de enveloppe voor de financiering van de universiteiten, bedoeld in artikel 29 van de voornoemde wet van 27 juli 1971.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het derde lid bedoelde bedragen worden geregulariseerd wanneer de definitieve gegevens beschikbaar zijn waarop de berekening is gebaseerd. Art. 62.De niet-gewogen financiering per student op de hogeschool of universitaire student, bedoeld in de artikelen 57-61, wordt berekend door het bedrag van het variabele deel van de financiering van de hogescholen of universiteiten, respectief door het totale aantal eenheden onderwijslasten of het gewogen aantal subsidiestudenten voor het bedoelde begrotingsjaar, te delen. Art. 63.De partners in een co-diplomeringsovereenkomst kunnen in onderling overleg besluiten om financiële overdrachten tussen hen in te voeren om de financiering die krachtens dit decreet wordt toegekend aan te passen aan de werkelijke kosten in verband met de organisatie van de verschillende curricula van het gebied 10bis voor de verschillende partners. Instellingen streven naar een juiste balans tussen faculteiten, rekening houdend met de werkelijke kosten van de verstrekte opleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze mogelijke bepalingen zijn vastgelegd in de co-diplomeringsovereenkomsten. HOOFDSTUK II. - Wijziging van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen Art. 64.Artikel 10 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde Hogescholen, wordt als volgt aangevuld: \"Vanaf begrotingsjaar 2023 wordt een bedrag vastgesteld met toepassing van artikel 58, vierde lid, van het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële opleiding van de leerkrachten toegevoegd aan het bedrag bepaald krachtens de voorgaande leden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf het begrotingsjaar 2026 wordt een bedrag vastgesteld met toepassing van het vijfde lid van artikel 59 en het vierde lid van artikel 61 van het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële opleiding van de leerkrachten, toegevoegd aan het bedrag bepaald krachtens de voorgaande leden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf het begrotingsjaar 2027 wordt een bedrag vastgesteld met toepassing van artikel 60, vijfde lid, van het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële opleiding van de leerkrachten, toegevoegd aan het bedrag bepaald krachtens de voorgaande leden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 65</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 15 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een lid luidend als volgt: \"Vanaf het academiejaar 2020-2021 zijn de opleidingen georganiseerd in gebied 10bis, bepaald in artikel 83 van het Landschapsdecreet, ingedeeld in groep G. \" Art. 66.Artikel 17, lid 2, van hetzelfde decreet wordt als volgt aangevuld: \"In verband met het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële opleiding van de leerkrachten, worden de volgende afwijkingen toegepast op de berekeningsmethoden bedoeld in de vorige leden: 1° voor de academiejaren 2020-2021 tot 2022-2023, voor de hogescholen, die in co-diploma de eerste cyclus van afdelingen 1 tot 3 van de initiële opleiding van leerkrachten organiseren, wordt het aantal studenten dat is ingeschreven in de eerste cyclus van afdelingen 1 tot 3 in gebied 10bis en in de cursus van geaggregeerde van het lager secundair onderwijs of van onderwijzer lager of voorschoolsonderwijs in gebied 10 vervangen, voor elke betrokken hogeschool, door het gemiddelde aantal studenten dat ingeschreven is voor de bachelor van geaggregeerde lager secundair onderwijs of van onderwijzer lager of voorschoolsonderwijs in gebied 10 tijdens de academiejaren 2017-2018 tot 2019-2020.De studenten van de eerste cyclus in de afdelingen 1 tot en met 3 van gebied 10bis worden dus alleen in aanmerking genomen vanaf inschrijvingen tijdens het academiejaar 2023-2024, die voor het eerst deelnemen aan de berekening van de eenheden van onderwijsopdrachten van de begroting 2025; 2° het aantal masterstudenten gespecialiseerd in de leerkrachtenopleiding georganiseerd in co-diplomering, wordt slechts in aanmerking genomen vanaf het academiejaar 2021-2022, die voor het eerst deelnemen aan de berekening van de eenheden van onderwijsopdrachten van de begroting 2023;3° het aantal studenten in de tweede cyclus van afdelingen 1 tot 3 wordt alleen in aanmerking genomen vanaf de inschrijvingen voor het academiejaar 2024-2025;4° het aantal studenten dat is ingeschreven voor de opleiding die leidt tot de academische graad master geaggregeerde van het onderwijs afdeling 4 wordt pas in aanmerking genomen vanaf het academiejaar 2024-2025;5° het aantal masterstudenten dat is gespecialiseerd in het onderwijs van de afdelingen 1 tot en met 3 wordt alleen in aanmerking genomen vanaf de inschrijvingen van het academiejaar 2025-2026, die voor het eerst deelnemen aan de berekening van de eenheden van onderwijsopdrachten van de begroting 2027 De berekening van de driejaarlijkse gemiddelden voor de studenten bedoeld in het vorige lid, 2° tot 5°, omvat, voor de twee jaar voorafgaand aan het eerste jaar van hun opname in de berekening van de eenheden van onderwijsopdrachten, het aantal studenten ingeschreven voor het eerste jaar van de organisatie van de studiecyclus.\". HOOFDSTUK III. - Wijzigingen in de wet van 27 juli 1971 betreffende de financiering van en het toezicht op de universiteiten Art. 67.In artikel 28 van de wet van 27 juli 1971 betreffende de financiering en het toezicht op universiteitsinstellingen wordt lid 2 vervangen door: \"Studies die leiden tot een academische graad in de gebieden bepaald in artikel 83 van het Landschapsdecreet, niet opgenomen in het eerste lid, alsmede de doctoraatsopleidingen, worden ingedeeld in groep B, met uitzondering van studies in domein 10bis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf het begrotingsjaar 2018 behoren de studies die leiden tot een academische graad van specialisatiemaster van domein 11°, georganiseerd met toepassing van artikel 73, lid 2, van het voornoemde decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1998 numac 1998029272 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs voor sociale promotie sluiten3, tot groep C. \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-68\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 68</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 29 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een paragraaf 3quinquies ingevoegd, die als volgt is geschreven: \" § 3quinquies.Volgend op het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële opleiding van de leerkrachten, worden de volgende bedragen toegevoegd aan het variabele deel bedoeld in § 2: - vanaf begrotingsjaar 2023, een bedrag met toepassing van artikel 58 van het eerder genoemde decreet van 7 februari 2019; - vanaf begrotingsjaar 2023, de bedragen met toepassing van het vijfde lid van artikel 57 en het vierde lid van artikel 58 van het bovengenoemde decreet van 7 februari 2019; - vanaf begrotingsjaar 2026, een bedrag met toepassing van het vijfde alinea van artikel 59 en het vierde lid van artikel 61 van het bovengenoemde decreet van 7 februari 2019; - vanaf begrotingsjaar 2027, een bedrag met toepassing van artikel 60, vijfde lid, van bovengenoemd decreet van 7 februari 2019. \"; 2° in paragraaf 5 worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) lid 1 wordt aangevuld met de volgende tekst: \"In afwijking van het voorgaande worden studenten die zijn ingeschreven in de afdelingen 1 tot en met 3 van gebied 10bis pas in het begrotingsjaar in aanmerking genomen: - 2022 voor specialisatiemasterstudenten in de leerkrachtenopleiding; - 2023 voor de studenten van de eerste cyclus van de afdelingen 1 tot en met 3 van de initiële leerkrachtenopleiding en specialisatiemasterstudenten in de leerkrachtenopleiding; - 2026 voor de studenten van de tweede cyclus van de afdelingen 1 tot en met 3 van de initiële leerkrachtenopleiding en voor studenten in een opleiding die leidt tot een academische graad van geaggregeerde master van het onderwijs afdeling 4; - 2027 voor specialisatiemasterstudenten in de leerkrachtenopleiding voor de afdelingen 1 tot en met 3; b) lid 5 wordt als volgt aangevuld met een vierde lid: \"Voor de berekening van de in het derde lid bedoelde vierjaargemiddelden, worden de aantallen studenten in de afdelingen 1 tot en met 3 van gebied 10a die in aanmerking worden genomen voor de jaren voorafgaand aan het jaar van integratie in de berekening, zoals bepaald in afwijking van het eerste lid, vastgesteld op de aantallen studenten die zijn ingeschreven in het eerste jaar van de organisatie van de studiecyclus.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-69\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 69</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 29bis van dezelfde wet wordt aangevuld door een lid dat luidend als volgt: \"Vanaf het academiejaar 2019-2020 wordt een wegingscoëfficiënt van 1,45 toegepast op de financieel in aanmerking komende studenten die zijn ingeschreven in gebied 10bis. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 70</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 30 van dezelfde wet wordt het tweede lid als volgt aangevuld: \"en voor studenten die zijn ingeschreven in gebied 10bis. \". HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1998 numac 1998029272 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs voor sociale promotie sluiten4 tot aanpassing van de financiering van instellingen voor hoger onderwijs aan de nieuwe organisatie van studies Art. 71.Artikel 9 van het besluit tot aanpassing van de financiering van instellingen voor hoger onderwijs aan de nieuwe organisatie van studies, wordt als volgt aangevuld: \"Voor de berekening van de financiering van de partnerinstellingen van een co-diplomeringsstudieprogramma, kan de inschrijving van een student in het gezamenlijke studieprogramma worden verdeeld onder de partnerinstellingen in overeenstemming met de bepalingen en voorwaarden van de overeenkomst die het gezamenlijke programma organiseert. \" TITEL VI. - Overgangs-, opheffings-, wijzigings- en slotbepalingen HOOFDSTUK I. - Overgangsbepalingen Art. 72.§ 1. Studenten die vóór het academiejaar2020-2021 ingeschreven staan in het curriculum van de bachelor voorschoolse onderwijzer, bachelor onderwijzer lager onderwijs, bachelor geaggregeerd voor het lager secundair onderwijs of bacheloropleiding muziek, vervolledigen dit curriculum tijdens de academiejaren 2020 -2021 en 2021-2022. § 2. Indien op het einde van het academiejaar 2021-2022 de in § 1 bedoelde studenten niet de academische graad behaald hebben die overeenkomt met dit curriculum, beschikken zij over de academiejaren 2022-2023 en 2023-2024 om de ontbrekende onderwijseenheden te verwerven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ze op het einde van het academiejaar 2023-2024 niet de academische graad hebben behaald die overeenkomt met de gevolgde opleiding, zetten ze hun studies voort in het curriculum zoals bepaald in dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overheden van de instelling definiëren de onderwijseenheden die worden gewaardeerd als onderdeel van dit nieuwe curriculum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de succesvolle afronding van studies, zullen instellingen die ten minste één van de opleidingen organiseren waarnaar wordt verwezen in § 1 van dit artikel gedurende het academiejaar 2019-2020, de organisatie van elk van de georganiseerde opleidingen voortzetten tot het einde van het academiejaar 2023 -2024 op voorwaarde dat ten minste één student die vóór het academiejaar 2020-2021 in zijn instelling is ingeschreven, door deze organisatie wordt getroffen. Art. 73.§ 1. Studenten die vóór het academiejaar 2023-2024 ingeschreven zijn in het curriculum van geaggregeerde hoger secundair onderwijs georganiseerd volgens de voorwaarden bepaald door het decreet van 8 februari 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/2001 numac 2001029120 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de initiële opleiding van de geaggregeerden voor het hoger secundair onderwijs sluiten tot vaststelling van de initiële opleiding van geaggregeerden van het hoger secundair onderwijs of bij het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten betreffende het hoger kunstonderwijs, voleindigen deze cursus tijdens het academiejaar 2023-2024. § 2. Indien aan het einde van het academiejaar 2023-2024 de studenten die betrokken zijn bij de bepaling bedoeld in § 1 van dit artikel niet de academische graad behaald hebben die overeenkomt met deze cursus, hebben zij het academiejaar 2024 -2025 om de ontbrekende opleidingseenheden te verwerven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ze aan het einde van het academiejaar 2024-2025 niet de graad van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs hebben behaald, zetten ze hun studies voort in het curriculum zoals bepaald door dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Academische overheden bepalen de onderwijseenheden die worden gewaardeerd als onderdeel van dit nieuwe curriculum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de succesvolle voltooiing van studies, wordt in de instellingen die de opleiding organiseren waarnaar wordt verwezen in § 1 van dit artikel tijdens het academiejaar 2022-2023, de organisatie van deze opleiding voortgezet tot het einde van het academiejaar 2024-2025, op voorwaarde dat: minstens één student ingeschreven in hun instelling vóór het academiejaar 2023-2024 door deze organisatie getroffen is. \". Art. 74.§ 1. Studenten die vóór het academiejaar 2023-2024 zijn ingeschreven in een cursus van de tweede cyclus met didactische focus, georganiseerd volgens de methoden bepaald in artikel 70, § 2, van het Landschapsdecreet, voltooien deze cursus tijdens de academiejaren 2023- 2024 en 2024-2025. § 2. Indien aan het einde van het academiejaar 2024-2025 de studenten die betrokken zijn bij de bepaling bedoeld in § 1 van dit artikel niet de academische graad behaald hebben die overeenkomt met deze cursus, hebben zij het academiejaar 2025 -2026 om de ontbrekende onderwijseenheden te verwerven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ze aan het einde van het academiejaar 2025-2026 de beoogde academische graad niet hebben behaald, zetten ze hun studie voort in het curriculum zoals bepaald voor de master in onderwijs afdeling 4 bij dit decreet. Academische overheden bepalen de onderwijseenheden die worden gewaardeerd als onderdeel van dit nieuwe curriculum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de succesvolle voltooiing van de studies zetten de instellingen die de opleiding organiseren waarnaar wordt verwezen in § 1 van dit artikel gedurende het academiejaar 2022-2023 de organisatie van deze opleiding voort tot het einde van het academiejaar 2025-2026, op voorwaarde dat ten minste één student ingeschreven in hun instelling vóór het academiejaar 2023-2024 door deze organisatie getroffen is. Art. 75.De houders van een bachelorsgraad voorschoolse onderwijzer, een bachelorsgraad lager onderwijs of een bachelorsgraad geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs verkregen binnen het kader bepaald door het decreet van 12 december 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/2001 numac 2001029005 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vastlegging van de initiële opleiding van onderwijzers en regenten sluiten of de gelijkwaardige rang verkregen krachtens een vorige wetgeving hebben toegang tot de tweede cyclus van de master in het onderwijs respectief in afdeling 1, 2 of 3 volgens de behaalde graad, zodra deze tweede cyclus is georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaald, op basis van het advies van de ARES, voor dit decreet, het volume en de nadere regels vast voor de waardering van de ervaring verkregen door de leraren waarnaar in dit artikel wordt verwezen, evenals hun mogelijke bekwaamheidsbewijzen en brevetten. Art. 76.Houders van een masterdiploma als bepaald in artikel 51, 3°, hebben toegang tot de specialisatiemaster in de onderwijsopleiding als deze masteropleiding een didactische focus heeft of als deze wordt aangevuld met het bekwaamheidsbewijs van geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs verkregen in het kader van het decreet van 8 februari 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/2001 numac 2001029120 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de initiële opleiding van de geaggregeerden voor het hoger secundair onderwijs sluiten tot bepaling van de initiële opleiding van geaggregeerde in het hoger secundair onderwijs of verkregen in het kader van eerdere wetgeving. Art. 77.§ 1. Personeelsleden van instellingen voor hoger onderwijs die op de datum van inwerkingtreding van dit decreet hun ambt uitoefenen, worden niet getroffen door de bepalingen bedoeld in de artikelen 48 en 51. De benoemingen en toewijzingen die hen betreffen, worden genomen in overeenstemming met de geldende bepalingen. vóór de inwerkingtreding van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt, tot 2030-2031 de opdracht van leraar beoefenaar bij voorrang toegewezen aan de houders van het bekwaamheidsbewijs dat vereist is om beoefende leraar te worden zoals bepaald in bijlage 2 van het decreet van 8 februari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 numac 1999029177 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Houders van het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid geschikt voor hoger onderwijs in de hogescholen en het hoger onderwijs voor sociale promotie bepaald door het decreet van 17 juli 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2002 numac 2002029415 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het decreet van 12 december 2000 tot vastlegging van de initiële opleiding van de onderwijzers en de regenten sluiten die dit certificaat hebben behaald of die zijn begonnen met de opleiding om dit getuigschrift te verkrijgen vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet worden niet getroffen door de wettelijke bepalingen bedoeld in de artikelen 48 en 51 van dit decreet. Aanwijzingen en toewijzingen betreffende hen zijn gemaakt in overeenstemming met de wettelijke teksten die vóór die datum van kracht waren. § 2. - De meesters in de praktische opleiding oefenen minstens een vijfde van hun tijd uit in het basisonderwijs, lager secundair of secundair onderwijs van sociale promotie op een niveau waarop de formatie van toepassing is waaraan zij bijdragen. HOOFDSTUK II. - Opheffings- of wijzigingsbepalingen Art. 78.Het decreet van 12 december 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/2001 numac 2001029005 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vastlegging van de initiële opleiding van onderwijzers en regenten sluiten tot vastlegging van de initiële opleiding van onderwijzers en regenten wordt opgeheven zodra de nieuwe opleiding is ingesteld. Het blijft echter van toepassing tot het einde van het academiejaar 2023-2024 voor studenten die vóór het academiejaar 2020-2021 zijn begonnen met studeren, en dit volgens de nadere regels in artikel 72. Art. 79.Het decreet van 8 februari 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/2001 numac 2001029120 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de initiële opleiding van de geaggregeerden voor het hoger secundair onderwijs sluiten tot bepaling van de initiële opleiding van geaggregeerde in het hoger secundair onderwijs wordt opgeheven zodra de nieuwe opleiding is ingesteld. Het blijft echter van toepassing tot het einde van het academiejaar 2025-2026 voor studenten die zijn begonnen vóór het academiejaar 2023-2024, en dit volgens de in de artikelen 73 en 74 bepaalde nadere regels. Art. 80.In artikel 6 van het decreet van 31 maart 1994 houdende bepaling van de neutraliteit van het Gemeenschapsonderwijs, wordt paragraaf 1 vervangen door: \" § 1. Neutraliteitsopleiding wordt gedurende 20 uur georganiseerd door: 1° instellingen voor hoger onderwijs als onderdeel van de initiële leerkrachtenopleiding zoals bepaald door het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële opleiding van de leerkrachten;2° de instellingen voor hoger onderwijs van sociale promotie georganiseerd door de Franse Gemeenschap als onderdeel van de studies die leiden tot het certificaat van bekwaamheid voor het onderwijs en tot de academische graad van bachelor in het gespecialiseerd onderwijs in psycho-educatieve begeleding.\". Art. 81.In bijlage 2 bij het decreet van 8 februari 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/02/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 numac 1999029177 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten betreffende de ambten en bekwaamheidsbewijzen van de leden van het onderwijzend personeel in de Hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, worden, in de Franse tekst, de volgende wijzigingen aangebracht: 1° na de regel Droit a.le diplôme de Master en droit, ou b. le diplôme de Master en criminologie, ou c.le diplôme de Master en administration publique, ou d. le diplôme de Master en gestion publique, ou, e.le diplôme de Master en sciences administratives wordt de regel ingevoegd :</p>\n<p class=\"lf-p\">Didactique d'une discipline a. le diplôme de master de spécialisation en enseignement section 1, 2 ou 3 selon le niveau d'enseignement concerné ou b.le diplôme de master en enseignement section 4 ou c. un diplôme de master qui correspond à un des titres requis correspondant à un des cours à conférer tel que définis dans la présente annexe, ledit cours faisant partie du programme de la formation initiale directe ou différée des enseignants tel que définie dans le décret du 7 février 2019.Ce master étant complété par le grade académique de master agrégé de l'enseignement Filière 4 définie aux articles 24 et suivants du même décret, le Certificat d'Aptitude Pédagogique ou le Certificat d'Aptitude Pédagogique Approprié à l'Enseignement Supérieur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Le titre repris en a, b ou c est complété par le titre de master de spécialisation en formation d'enseignants tel que défini aux articles 42 et suivants du décret du 7 février 2019 définissant la formation initiale des enseignants. Une expérience de 5 ans en qualité d'enseignant dans l'enseignement obligatoire est constitutive du titre requis.</p>\n<p class=\"lf-p\">2° na de regel Education physique Le diplôme de Master en sciences de la motricité wordt de regel ingevoegd :</p>\n<p class=\"lf-p\">Enseignant praticien Selon le niveau d'enseignement et les disciplines concernés, le diplôme de master de spécialisation en enseignement section 1, 2 ou 3 complété par le titre de master de spécialisation en formation d'enseignants tel que défini aux articles 42 et suivants du décret du 7 février 2019 définissant la formation initiale des enseignants.Une expérience de 5 ans en qualité d'enseignant dans l'enseignement obligatoire à un niveau correspondant à celui auquel se préparent les futurs enseignants qu'ils encadrent est constitutive du titre requis.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 82</span><span class=\"lf-art-t\">Het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 september 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1998 numac 1998029272 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs voor sociale promotie sluiten5 organiseren de aggregatie van het hoger secundair onderwijs in Hogescholen voor Kunsten, door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd, wordt opgeheven. Het blijft van kracht tot het einde van het 2025-2026 academiejaar voor studenten die hun studies begonnen voor het studiejaar 2022-2023, en dit op de wijze bepaald in de artikelen 73 en 74. Art. 83.In artikel 7 van het decreet van 17 december 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/12/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/02/2004 numac 2004029037 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2004 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/12/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/2004 numac 2004029048 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2003 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/12/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2004 numac 2004029001 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de werkgelegenheid in de sociaal-culturele sectoren houdende diverse bepalingen sluiten tot organisatie van de neutraliteit inherente is aan het gesubsidieerd officieel onderwijs en houdende verschillende maatregelen inzake onderwijs, wordt paragraaf 1 door de volgende bepaling vervangen: \" § 1. Opleidingen die voldoen aan de vereisten van de artikelen 2 tot en met 6 worden naar rata van 20 uur georganiseerd door: 1° instellingen voor hoger onderwijs als onderdeel van de initiële leerkrachtenopleiding zoals bepaald door het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële leerkrachtenopleiding;2° instellingen voor hoger onderwijs voor sociale promotie gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap in het kader van de studies die tot het getuigschrift van pedagogische bekwaamheden en de academische graad van bachelor gespecialiseerd in psycho-educatieve begeleiding.\". Art. 84.In het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten betreffende het hoger kunstonderwijs, worden de artikelen 11, 14, § 5, 19, § 5, en 23 opgeheven. Deze bepalingen blijven echter van kracht tot het einde van het 2021-2022 academiejaar voor studenten die hun studies begonnen voor het academiejaar 2020-2021, en dit op de wijze omschreven in artikel 74 van dit besluit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 85</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 15, § 1, 5°, van het Landschapsdecreet wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 86</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 37, 2°, van het Landschapsdecreet aangevuld met de woorden \"van de organisatie van de specialisatiemasters inzake onderwijs\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 87</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 66, § 1, lid 3, van het Landschapsdecreet, wordt de zin \"Meer specifiek, de studies die tot de graad van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs (GHSO) leiden zijn toegankelijk voor de houders van een academische graad van master en worden in aanmerking genomen als 30 studiepunten van niveau 7\" wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 88</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 70, § 2, van het Landschapsdecreet, wordt punt 1° opgeheven bij de inwerkingtreding van dit decreet. Deze bepaling blijft echter geldig voor studenten die hun studie begonnen voor het studiejaar 2023-2024, en dit op de wijze omschreven in artikel 74</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 73 van het Landschapsdecreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) een tweede lid wordt ingevoegd luidend als volgt: \" § 2.Echter, na een initiële opleiding bekrachtigd met een academische graad van master Onderwijs afdeling 1, 2 of 3, kunnen specialisatiestudies van de tweede cyclus leiden tot de academische graad van specialisatiemaster in onderwijs afdeling 1, 2 of 3 zoals bepaald in de artikelen 28 en volgende van het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële opleiding van de leerkrachten. \"; b) een lid 3 wordt ingevoegd luidend als volgt: \" § 3.Echter, na een initiële opleiding bekrachtigd met een academische graad van specialisatiemaster Onderwijs afdeling 1, 2 of 3, kunnen specialisatiestudies van de tweede cyclus leiden tot de academische graad van specialisatiemaster in leerkrachtenopleiding zoals bepaald in de artikelen 28 en volgende van het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële opleiding van de leerkrachten. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-90\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 90</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 83 van het Landschapsdecreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: (a) in § 1, 10°, worden de woorden \"en onderwijs\" opgeheven; (b) een punt10° bis wordt als volgt ingevoegd: \"10° bis Opvoedings- en Onderwijswetenschappen.\"; (c) in § 2, 1°, wordt punt \"10° \" vervangen door \"10° bis\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 91</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 113 van het Landschapsdecreet wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 115, § 1, eerste lid, van het Landschapsdecreet, wordt aangevuld met een punt 4° luidend als volgt: \"4° een academische graad van in specialisatiemaster onderwijs afdeling 1, 2 of 3 zoals bepaald in artikelen 28 en volgende van het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële opleiding van leerkrachten. \"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 93</span><span class=\"lf-art-t\">In bijlage II van het Landschapsdecreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) de volgende regels worden opgeheven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation arts plastiques 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation éducation physique 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation français et français langue étrangère 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation français et morale 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation français et éducation à la philosophie et la citoyenneté 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation français et religion 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation langues germaniques 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation mathématique 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation sciences : biologie, chimie, physique 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation sciences économiques appliquées 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation sciences humaines : géographie, histoire, sciences sociales 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation bois - construction 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation économie familiale et sociale 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation électromécanique 10 HE B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur, orientation habillement 10 HE B Bachelier : éducateur spécialisé en activités socio-sportives 10 HE B Bachelier : éducateur spécialisé en accompagnement psycho-éducatif 10 HE B Bachelier : instituteur préscolaire 10 HE B Bachelier : instituteur primaire Bachelier de spécialisation : accompagnateur en milieux scolaires 10 HE BS 10 HE BS Bachelier de spécialisation en intégration des technologies nouvelles au service de l'enseignement 10 HE BS Bachelier de spécialisation en orthopédagogie 10 HE BS Bachelier de spécialisation en psychomotricité 10 HE BS Bachelier de spécialisation en éducation et rééducation des déficients sensoriels --- 10 U M Master en sciences de l'éducation 10 U MS Master de spécialisation en pédagogie universitaire et de l'enseignement supérieur</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">b)</span>na de regel :</div>\n<p class=\"lf-p\">10 U MS Master de spécialisation en théories psychanalytiques worden de hierna volgende regels ingevoegd :</p>\n<p class=\"lf-p\">10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 1 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 2 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Français et Education à la philosophie et citoyenneté 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Français et Morale 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Français et Religion 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Français et Formation culturelle et artistique 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Français et Langues anciennes 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Langues germaniques 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Mathématiques et Technologies 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Sciences et Technologies 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Education physique et Education à la santé 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Sciences humaines et Education à la philosophie et citoyenneté 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Sciences humaines et Morale 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 3 : Sciences humaines et Religion 10bis HE/U /ESA B Bachelier en enseignement section 3 : Formation artistique : Musique 10bis HE/U/ ESA B Bachelier en enseignement section 3 : Formation artistique : Arts plastiques 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Grec ancien et latin 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Grec ancien et latin 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Langues modernes 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Biologie 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Chimie 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Education physique 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Français 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Géographie 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Histoire 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Mathématiques 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Philosophie et citoyenneté 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Physique 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Sciences économiques 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Sciences sociales 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Arts plastiques, visuels et de l'espace 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Musique 10bis HE/U B Bachelier en enseignement section 4 : Arts de la parole et du théâtre 10bis HE B Bachelier : éducateur spécialisé en activités socio-sportives 10bis HE B Bachelier : éducateur spécialisé en accompagnement psycho-éducatif 10bis HE BS Bachelier de spécialisation: accompagnateur en milieux scolaires</p>\n<p class=\"lf-p\">10bis HE BS Bachelier de spécialisation en intégration des technologies nouvelles au service de l'enseignement 10bis HE BS Bachelier de spécialisation en orthopédagogie 10bis HE BS Bachelier de spécialisation en psychomotricité 10bis HE BS Bachelier de spécialisation en éducation et rééducation des déficients sensoriels 10bis HE/U M Masters en enseignement section 1 10bis HE/U M Masters en enseignement section 2 10bis HE/U B Masters en enseignement section 3 : Français et Education à la philosophie et citoyenneté 10bis HE/U M Masters en enseignement section 3 : Français et Cours philosophiques : Religion ou Morale 10bis HE/U M Masters en enseignement section 3 : Français et Formation culturelle et artistique 10bis HE/U M Masters en enseignement section 3 : Français et Langues anciennes 10bis HE/U M Masters en enseignement section 3 : Langues germaniques 10bis HE/U M Masters en enseignement section 3 : Mathématiques et Technologies 10bis HE/U M Masters en enseignement section 3 : Sciences et Technologies 10bis HE/U M Masters en enseignement section 3 : Education physique et Education à la santé 10bis HE/U M Masters en enseignement section 3 : Sciences humaines et Education à la philosophie et citoyenneté 10bis HE/U M Masters en enseignement section 3 : Sciences humaines et Morale 10bis HE/U M Masters en enseignement section 3 : Sciences humaines et Religion 10bis HE/U/ ESA M Masters en enseignement section 3 : Formation artistique : Musique 10bis HE/U/ ESA M Masters en enseignement section 3 : Formation artistique : Arts plastiques 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Grec ancien et latin 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Langues modernes 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Biologie 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Chimie 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Education physique 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Français 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Géographie 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Histoire 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Mathématiques 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Philosophie et citoyenneté 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Physique 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Sciences économiques 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Sciences sociales 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Arts plastiques, visuels et de l'espace 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Musique 10bis HE/U M Masters en enseignement section 4 : Arts de la parole et du théâtre 10bis HE/U M Masters agrégé de l'enseignement section 4</p>\n<p class=\"lf-p\">10bis U M Masters en sciences de l'éducation 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 1 pédagogique Orientation techno-pédagogique 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 1 pédagogique Orientation orthopédagogique 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 1 pédagogique Orientation « Différenciation »</p>\n<p class=\"lf-p\">10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 1 linguistique en néerlandais 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 1 linguistique en allemand 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 1 linguistique en anglais 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 pédagogique Orientation techno-pédagogique 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 pédagogique Orientation orthopédagogique 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 pédagogique Orientation « Différenciation »</p>\n<p class=\"lf-p\">10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 linguistique en néerlandais 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 linguistique en allemand 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 linguistique en anglais 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 disciplinaire : Français 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 disciplinaire : Mathématiques 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 disciplinaire : Sciences 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 disciplinaire : Sciences humaines 10bis HE/U/ ESA MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 disciplinaire : Formation culturelle et artistique 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 disciplinaire : Education à la philosophie et citoyenneté 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 disciplinaire : Morale 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 2 disciplinaire : Religion 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 pédagogique Orientation techno-pédagogique 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 pédagogique Orientation orthopédagogique 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 pédagogique Orientation « Différenciation »</p>\n<p class=\"lf-p\">10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 linguistique en néerlandais 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 linguistique en allemand 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 linguistique en anglais 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Français 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Anglais 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Allemand 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Néerlandais 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Mathématiques 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Physique 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Chimie 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Chimie 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Biologie 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Education physique 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Histoire 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Géographie 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Sciences sociales 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Education à la philosophie et citoyenneté 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Morale 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en enseignement section 3 disciplinaire : Religion 10bis HE/U MS Masters de spécialisation en formation d'enseignants 10bis U MS Masters de spécialisation en gestion d'établissement d'enseignement obligatoire 10bis U MS Masters de spécialisation en pédagogie universitaire de l'enseignement supérieur</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">c)</span>de regel 23 ESA B Bachelier : agrégé de l'enseignement secondaire inférieur en musique wordt opgeheven. Art. 94.In het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</div>\n<p class=\"lf-p\">02/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1998 numac 1998029272 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs voor sociale promotie sluiten4 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs, wordt in artikel 17, paragraaf 3 vervangen en aangevuld met een § 4 geschreven als volgt: \" § 3. De houder van een masterdiploma of van een diploma van licentiaat dat toegang verleent tot een opleiding die leidt tot de academische graad van geaggregeerde master van het onderwijs afdeling 4 kan, om te voldoen aan het bezit van de pedagogische component, zich inschrijven voor een afdeling van een onderwijsinstelling voor sociale promotie bekrachtigd door het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid als hij minstens de volgende voorwaarde respecteert: de bijlage bij het dossier van de student van een document dat de onmogelijkheid van een universiteit, een hogeschool of een hogere kunstschool van zijn keuze vertoont om hem in te schrijven voor een cursus die leidt tot de academische graad van master geaggregeerd onderwijs afdeling 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt het model van het document waaruit blijkt dat het onmogelijk is om zich in te schrijven voor een cursus die leidt tot de academische graad van de master geaggregeerde van het onderwijs afdeling 4 waarnaar wordt verwezen in lid 1. § 4. De houder van een masterdiploma of een diploma van licentiaat dat toegang verleent tot een opleiding die leidt tot de academische graad van geaggregeerde master van het onderwijs afdeling 4 kan, om te voldoen aan het bezit van de pedagogische component, zich inschrijven voor een afdeling van een onderwijsinstelling voor sociale promotie bekrachtigd door het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid en die eerder een samenwerkingsovereenkomst/co-organisatie heeft getekend met een hogeschool, een universiteit of een kunstacademie; als hij voldoet aan ten minste de volgende voorwaarde: de bijlage bij het dossier van de student van een document waaruit blijkt dat, om professionele, sociale of materiële redenen, de organisatie van de cursus die leidt tot de academische graad van de master geaggregeerde van het onderwijs afdeling 4 het manifest toegankelijker maakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering stelt het model van het document vast dat de verhoogde toegankelijkheid van de opleiding bevestigt als deze georganiseerd wordt door een universiteit, een hogeschool of een hogere kunstschool in samenwerking met een instelling voor sociale promotie. \". Art. 95.In artikel 50, § 1, van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998029331 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende organisatie van het secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1998 numac 1998029272 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs voor sociale promotie sluiten4 tot regeling van de bekwaamheidsbewijzen en ambten in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde basis- en secundair onderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) het woord \"twee\" wordt vervangen door het woord \"drie\";b) er wordt een punt 1° ingevoegd, luidend als volgt: \"1° in afwijking van punt 2°, heeft een disciplinaire component verworven in het kader van een\" Master in het onderwijs afdeling 1, 2 of 3 \"uitgereikt in het kader van het decreet van 7 februari 2019 tot bepaling van de initiële opleiding van leerkrachten\".Hieruit volgt dat punt \"1° \" een punt \"2° \" wordt, en punt \"2° \" een punt \"3° \". HOOFDSTUK III. - Slotbepalingen Art. 96.Vanaf het jaar 2024 produceert de Regering een jaarverslag om de ontwikkeling van de loonkosten van de leerkrachten te schatten als een percentage van de inkomsten van de Franse Gemeenschap. Deze jaarverslagen worden om advies voorgelegd aan het Rekenhof. In voorkomend geval neemt de Regering de nodige maatregelen om het evenwicht en de financiële houdbaarheid van de verschillende subsidiemechanismen van scholen te waarborgen. Art. 97.Het eerste jaar van de eerste cyclus van de cursus die leidt tot de academische graad van master in het onderwijzen van de afdelingen 1, 2, 3 en 4 is georganiseerd volgens de nieuwe bepalingen vanaf het academiejaar 2020-2021. De voortzetting van het studieprogramma wordt georganiseerd vanaf het academiejaar 2021-2022.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tweede cyclusstudies die leiden naar de academische graad van master in het onderwijzen van de afdelingen 1, 2, 3 worden georganiseerd vanaf het academiejaar 2021-2022.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tweede cyclusstudies die leiden naar de academische graad van master in het onderwijzen van de afdeling 4 worden georganiseerd vanaf het academiejaar 2023-2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tweede cyclusstudies die leiden naar de academische graad van master in het onderwijzen van de afdeling 4 worden georganiseerd vanaf het academiejaar 2023-2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">De derde cyclusstudies in domein 10bis worden al in het academiejaar 2020-2021 georganiseerd. Art. 98.De opleiding die leidt tot de specialisatiemaster onderwijs afdelingen 1, 2 en 3 wordt aan het begin van het academiejaar 2024-2025 opgezet op basis van een evaluatie van de implementatie van het kerncurriculum, met het oog op aanpassing van de doelstellingen en organisatie ervan als bedoeld in artikel 28. Art. 99.De opleiding die leidt tot de specialisatiemasteropleiding van de leerkrachten wordt uiterlijk ingesteld op het begin van het academiejaar 2020-2021. Art. 100.De referentiesystemen bedoeld in artikel 15, § 1, 60°, en 22, 16°, van het Landschapsdecreet, en de onderwijsprofielen en studieprogramma's bedoeld in artikel 121 van hetzelfde decreet, worden gedurende het academiejaar 2018-2019 opgesteld met betrekking tot de opleidingen bedoeld in dit decreet. Art. 101.Dit decreet treedt in werking voor het academiejaar 2020-2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 7 februari 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, belast met Gelijke Kansen en Vrouwenrechten, R. DEMOTTE De Vice-Presidente en Minister van Cultuur en Kind, A. GREOLI De Vice-President, Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor Sociale Promotie, Onderzoek en Media, J.-Cl. MARCOURT De Minister van Jeugd, Hulpverlening aan de Jeugd, Justitiehuizen, Sport en Promotie van Brussel, belast met het toezicht op de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest R. MADRANE De Minister van Onderwijs, M.-M. SCHYNS De Minister van Begroting, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging, A. FLAHAUT _______ Nota Zitting 2018-2019 Stukken van het Parlement.- Ontwerp van decreet, nr. 690-1. - Advies van de Raad van State, nr. 690-2. - Advies van de Raad van State, nr. 690-3. - Advies van de Raad van State, nr. 690-4. - Commissieamendementen, nr. 690-5.- Commissieverslag nr. 690-6. - Tekst aangenomen tijdens de commissie, nr. 690-7. - Tekst aangenomen tijdens de vergadering, nr. 690-8. - Tekst aangenomen tijdens de plenaire vergadering, nr. 690-9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 6 februari 2019.</p></div>", "next": 0}