{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 105</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 104, wordt een artikel 17 bis ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 17bis.Het personeelslid dat in vast verband wordt benoemd of aangeworven in een wervingsambt voor meer dan een halve opdracht, en dat zich in de administratieve stand terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid bevindt, mag op aanvraag zijn ambt weder opnemen met halve-opdrachtprestaties, indien het tot staving van die aanvraag een attest van zijn arts overlegt en indien de instelling die door de Regering van de Franse Gemeenschap belast wordt met de controle op de afwezigheid wegens ziekte, ongeval of gebrekkigheid oordeelt dat de gezondheidstoestand van de betrokkene het toelaat.\" Art. 106.In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 104, wordt een artikel 17ter ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 17ter.Het personeelslid dat zich in de administratieve stand terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid bevindt, bezorgt de instelling die door de Regering wordt belast met de controle op de afwezigheden wegens ziekte een medisch attest dat door zijn huisarts wordt opgesteld, waarin het advies van deze wordt vermeld over de wederopneming van de halve-opdrachtprestaties De in het vorige lid bedoelde instelling brengt een advies uit over de wederopneming van halve-opdrachtprestaties. Indien dat advies de conclusie inhoudt dat het personeelslid geen ambt weder kan opnemen, blijft het in de stand terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid. In dat geval, kan het personeelslid een nieuwe aanvraag om verlof pas na het verstrijken van een termijn van 6 maanden na de eerste aanvraag indienen. Indien het advies de conclusie inhoudt dat het personeelslid zijn ambt met volledige-opdrachtprestaties weder kan opnemen, moet het personeelslid zijn ambt weder opnemen op de werkdag volgend op de beslissing van de arts. Als het advies de conclusie inhoudt dat het personeelslid zijn ambt met halve-opdrachtprestaties weder kan opnemen, reikt de in het vorige lid bedoelde instelling een gunstig medisch advies uit. Het personeelslid voegt dat medisch advies bij de aanvraag om verlof die bij zijn inrichtende macht wordt ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het advies van de huisarts van het personeelslid en het advies de instelling die door de Regering wordt belast met de controle op de afwezigheden wegens ziekte, verschillen, kan het personeelslid een beroep instellen bij een deskundige arts, zoals bepaald in de artikelen 11 tot 17 van het decreet van 22 november 1994 houdende dringende maatregelen inzake het onderwijs.\". Art. 107.In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 104, wordt een artikel 17quater ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 17quater.De toelating die wordt verleend aan een in artikel 17 bis bedoeld personeelslid om zijn ambt met halve-opdrachtprestaties weder op te nemen, is voor een periode van 6 maanden geldig. Er kunnen echter verlengingen worden toegekend nadat de instelling die door de Regering wordt belast met de controle op de afwezigheden wegens ziekte opnieuw haar toestemming heeft gegeven en nadat de huisarts van het personeelslid een gunstig advies heeft uitgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een verlenging na 1 januari ingaat, kan de duur ervan korter dan 6 maanden zijn en zich uitstrekken tot het einde van het school- of academiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het personeelslid op het einde van het school- of academiejaar een verlof wegens verminderde prestaties om therapeutische doeleinden genoot, wordt een nieuwe aanvraag die ingaat op de eerste werkdag van het school- of academiejaar, met een verlenging gelijkgesteld.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-108\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 108</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 104, wordt een artikel 17quinquies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 17quinquies.Het verlof kan pas op de eerste werkdag van het school- of academiejaar, op 1 oktober of op de eerste werkdag volgend op 1 januari, beginnen.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-109\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 109</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 104, wordt een artikel 17sexies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 17sexies.Gedurende de periode van het verlof voor verminderde prestaties, worden de afwezigheidsperioden beschouwd als verloven die gelijk te stellen zijn met dienstactiviteitsperioden\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-110\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 110</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 104, wordt een artikel 17septies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 17septies.Gedurende de periode van het verlof, geniet het personeelslid, voor de gepresteerde uren, zijn activiteitswedde, en voor de niet gepresteerde uren, 80 % van zijn activiteistwedde.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-111\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 111</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 104, wordt een artikel 17octies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 17 octies. Het personeelslid dat een verlof voor verminderde prestaties geniet, moet elke week de helft van de duur van de volledige prestaties verrichten die normaal worden opgelegd voor het ambt dat het uitoefent.\". HOOFDSTUK II. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen Art. 112.In het koninklijk besluit van 15 januari 1974 genomen ter toepassing van artikel 160 van het koninklijk besluit van 22 maart 1969 tot vaststelling van het statuut van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel der inrichtingen van kleuter-, lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs van de Staat, alsmede der internaten die van deze inrichtingen afhangen en van de leden van de inspectiedienst die belast is met het toezicht op deze inrichtingen, wordt een hoofdstuk IV bis ingevoegd, luidend als volgt : \"HOOFDSTUK IVbis. - Verlof voor verminderde prestaties voor de personeelsleden die ter beschikking worden gesteld wegens ziekte of gebrekkigheid om therapeutische doeleinden Art. 113.In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 112, wordt een artikel 22ter ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22ter.Het personeelslid dat in vast verband wordt benoemd of aangesteld in een wervingsambt voor meer dan een halve opdracht, en dat zich in de administratieve stand terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid bevindt, mag op aanvraag zijn ambt weder opnemen met halve-opdrachtprestaties, indien het tot staving van die aanvraag een attest van zijn arts overlegt en indien de instelling die door de Regering van de Franse Gemeenschap belast wordt met de controle op de afwezigheid wegens ziekte, ongeval of gebrekkigheid oordeelt dat de gezondheidstoestand van de betrokkene het toelaat.\" Art. 114.In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 112, wordt een artikel 22quater ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22quater.Het personeelslid dat zich in de administratieve stand terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid bevindt, bezorgt de instelling die door de Regering wordt belast met de controle op de afwezigheden wegens ziekte een medisch attest dat door zijn huisarts wordt opgesteld, waarin het advies van deze wordt vermeld over de wederopneming van de halve-opdrachtprestaties</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het vorige lid bedoelde instelling brengt een advies uit over de wederopneming van halve-opdrachtprestaties. Indien dat advies de conclusie inhoudt dat het personeelslid geen ambt weder kan opnemen, blijft het in de stand terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid. In dat geval, kan het personeelslid een nieuwe aanvraag om verlof pas na het verstrijken van een termijn van 6 maanden na de eerste aanvraag indienen. Indien het advies de conclusie inhoudt dat het personeelslid zijn ambt met volledige-opdrachtprestaties weder kan opnemen, moet het personeelslid zijn ambt weder opnemen op de werkdag volgend op de beslissing van de arts. Als het advies de conclusie inhoudt dat het personeelslid zijn ambt met halve-opdrachtprestaties weder kan opnemen, reikt de in het vorige lid bedoelde instelling een gunstig medisch advies uit. Het personeelslid voegt dat medisch advies bij de aanvraag om verlof die bij zijn inrichtende macht wordt ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het advies van de huisarts van het personeelslid en het advies van de instelling die door de Regering wordt belast met de controle op de afwezigheden wegens ziekte, verschillen, kan het personeelslid een beroep instellen bij een deskundige arts, zoals bepaald in de artikelen 11 tot 17 van het decreet van 22 november 1994 houdende dringende maatregelen inzake het onderwijs.\". Art. 115.In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 112, wordt een artikel 22quinquies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22quinquies.De toelating die wordt verleend aan een in artikel 22 bis bedoeld personeelslid om zijn ambt met halve-opdrachtprestaties weder op te nemen, is voor een periode van 6 maanden geldig. Er kunnen echter verlengingen worden toegekend nadat de instelling die door de Regering wordt belast met de controle op de afwezigheden wegens ziekte opnieuw haar toestemming heeft gegeven en nadat de huisarts van het personeelslid een gunstig advies heeft uitgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een verlenging na 1 januari ingaat, kan de duur ervan korter dan 6 maanden zijn en zich uitstrekken tot het einde van het school- of academiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het personeelslid op het einde van het school- of academiejaar een verlof wegens verminderde prestaties om therapeutische doeleinden genoot, wordt een nieuwe aanvraag die ingaat op de eerste werkdag van het school- of academiejaar, met een verlenging gelijkgesteld.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-116\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 116</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 112, wordt een artikel 22sexies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22sexies.Het verlof kan pas op de eerste werkdag van het school- of academiejaar, op 1 oktober of op de eerste werkdag volgend op 1 januari, beginnen.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-117\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 117</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 112, wordt een artikel 22septies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22septies.Gedurende de periode van het verlof voor verminderde prestaties, worden de afwezigheidsperioden beschouwd als verloven die gelijk te stellen zijn met dienstactiviteitsperioden\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-118\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 118</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk IVbis, ingevoegd bij artikel 112, wordt een artikel 22octies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22octies.Gedurende de periode van het verlof, krijgt het personeelslid, voor de gepresteerde uren, zijn activiteitswedde, en voor de niet gepresteerde uren, 80 % van zijn activiteistwedde.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-119\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 119</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk IV bis, ingevoegd bij artikel 112, wordt een artikel 22nonies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22nonies.Het personeelslid dat een verlof voor verminderde prestaties geniet, moet elke week de helft van de duur van de volledige prestaties verrichten die normaal worden opgelegd voor het ambt dat het uitoefent.\". HOOFDSTUK III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten Art. 120.In het koninklijk besluit van 19 mei 1981 betreffende de vakantie- en verlofregeling van het stagedoend en vastbenoemd technisch personeel van de rijks-psycho-medisch-sociale centra, de rijksvormingscentra en de inspectiediensten, wordt een hoofdstuk V bis ingevoegd, luidend als volgt : \"HOOFDSTUK Vbis. - Verlof voor verminderde prestaties voor de personeelsleden die ter beschikking worden gesteld wegens ziekte of gebrekkigheid om therapeutische doeleinden\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 121</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk Vbis, ingevoegd bij artikel 120, wordt een artikel 22bis ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22bis.Het personeelslid dat in vast verband wordt benoemd of aangeworven in een wervingsambt voor meer dan een halve opdracht, en dat zich in de administratieve stand terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid bevindt, mag op aanvraag zijn ambt weder opnemen met halve-opdrachtprestaties, indien het tot staving van die aanvraag een attest van zijn arts overlegt en indien de instelling die door de Regering van de Franse Gemeenschap belast wordt met de controle op de afwezigheid wegens ziekte, ongeval of gebrekkigheid oordeelt dat de gezondheidstoestand van de betrokkene het toelaat.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk Vbis, ingevoegd bij artikel 120, wordt een artikel 22ter ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22ter.Het personeelslid dat zich in de administratieve stand terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid bevindt, bezorgt de instelling die door de Regering wordt belast met de controle op de afwezigheden wegens ziekte een medisch attest dat door zijn huisarts wordt opgesteld, waarin het advies van deze wordt vermeld over de wederopneming van de halve-opdrachtprestaties De in het vorige lid bedoelde instelling brengt een advies uit over de wederopneming van halve-opdrachtprestaties. Indien dat advies de conclusie inhoudt dat het personeelslid geen ambt weder kan opnemen, blijft het in de stand terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid. In dat geval, kan het personeelslid een nieuwe aanvraag om verlof pas na het verstrijken van een termijn van 6 maanden na de eerste aanvraag indienen. Indien het advies de conclusie inhoudt dat het personeelslid zijn ambt met volledige-opdrachtprestaties weder kan opnemen, moet het personeelslid zijn ambt weder opnemen op de werkdag volgend op de beslissing van de arts. Als het advies de conclusie inhoudt dat het personeelslid zijn ambt met halve-opdrachtprestaties weder kan opnemen, reikt de in het vorige lid bedoelde instelling een gunstig medisch advies uit. Het personeelslid voegt dat medisch advies bij de aanvraag om verlof die bij zijn inrichtende macht wordt ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het advies van de huisarts van het personeelslid en het advies van de instelling die door de Regering wordt belast met de controle op de afwezigheden wegens ziekte, verschillen, kan het personeelslid een beroep instellen bij een deskundige arts, zoals bepaald in de artikelen 11 tot 17 van het decreet van 22 november 1994 houdende dringende maatregelen inzake het onderwijs.\". Art. 123.In hoofdstuk V bis, ingevoegd bij artikel 120, wordt een artikel 22quater ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22quater.De toelating die wordt verleend aan een in artikel 22 bis bedoeld personeelslid om zijn ambt met halve-opdrachtprestaties weder op te nemen, is voor een periode van 6 maanden geldig. Er kunnen echter verlengingen worden toegekend nadat de instelling die door de Regering wordt belast met de controle op de afwezigheden wegens ziekte opnieuw haar toestemming heeft gegeven en nadat de huisarts van het personeelslid een gunstig advies heeft uitgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een verlenging na 1 januari ingaat, kan de duur ervan korter dan 6 maanden zijn en zich uitstrekken tot het einde van het school- of academiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het personeelslid op het einde van het school- of academiejaar een verlof wegens verminderde prestaties om therapeutische doeleinden genoot, wordt een nieuwe aanvraag die ingaat op de eerste werkdag van het school- of academiejaar, met een verlenging gelijkgesteld.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 124</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk Vbis, ingevoegd bij artikel 120, wordt een artikel 22quinquies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22quinquies.Het verlof kan pas op de eerste werkdag van het school- of academiejaar, op 1 oktober of op de eerste werkdag volgend op 1 januari, beginnen.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-125\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 125</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk Vbis, ingevoegd bij artikel 120, wordt een artikel 22sexies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22sexies.Gedurende de periode van het verlof voor verminderde prestaties, worden de afwezigheidsperioden beschouwd als verloven die gelijk te stellen zijn met dienstactiviteitsperioden\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 126</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk Vbis, ingevoegd bij artikel 120, wordt een artikel 22septies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22septies.Gedurende de periode van het verlof, krijgt het personeelslid, voor de gepresteerde uren, zijn activiteitswedde, en voor de niet gepresteerde uren, 80 % van zijn activiteistwedde.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-127\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 127</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk Vbis, ingevoegd bij artikel 120, wordt een artikel 22octies ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 22octies.Het personeelslid dat een verlof voor verminderde prestaties geniet, moet elke week de helft van de duur van de volledige prestaties verrichten die normaal worden opgelegd voor het ambt dat het uitoefent.\". HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap Art. 128.Artikel 42, derde lid, 3°, van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/11/1997 numac 1997029343 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten dat het statuut bepaalt van het bestuurs- en onderwijzend personeel en van het opvoedend hulppersoneel van de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, wordt aangevuld met de woorden : \"of voor verminderde prestaties voor de personeelsleden die ter beschikking worden gesteld wegens ziekte of gebrekkigheid om therapeutische doeleinden;\". HOOFDSTUK V. - Wijziging van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1) type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/01/2002 numac 2002029065 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de personeelsleden van de inspectiedienst van de Franse Gemeenschap voor het gewoon kleuteronderwijs, het gewoon lager onderwijs en het gewoon basisonderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten) Art. 129.Artikel 151, derde lid, 2) van het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1) type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/01/2002 numac 2002029065 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de personeelsleden van de inspectiedienst van de Franse Gemeenschap voor het gewoon kleuteronderwijs, het gewoon lager onderwijs en het gewoon basisonderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), wordt aangevuld met de woorden \"of voor verminderde prestaties voor de personeelsleden die ter beschikking worden gesteld wegens ziekte of gebrekkigheid om therapeutische doeleinden;\". HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het decreet van 20 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur Art. 130.Artikel 24, § 1, 5°, van het decreet van 20 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 betreffende de administratieve personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde Hogescholen, Hogere Kunstscholen en Hogere Instituten voor architectuur), wordt aangevuld met de woorden \"of voor verminderde prestaties voor de personeelsleden die ter beschikking worden gesteld wegens ziekte of gebrekkigheid om therapeutische doeleinden;\".</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XII. - Bepalingen tot toekenning van een eindejaarstoelage aan de personeelsleden van de door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde personeelsleden Art. 131.Voor de toepassing van dit decreet, wordt verstaan onder : 1° \"beloning\", iedere wedde, loon of in de plaats daarvan gestelde vergoeding, zonder rekening te houden met de vermeerderingen of verminderingen ten gevolge van de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen;2° \"bezoldiging\", de beloning zoals deze bedoeld is in 1°, eventueel vermeerderd met de haardtoelage of met de standplaatstoelage;3° \"brutobezoldiging\", de bezoldiging zoals deze bedoeld is in 2°, rekening houdend met de vermeerderingen of de verminderingen ten gevolge van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen;4° \"volledige prestaties\", de prestaties waarvan de uurregeling een normale beroepsactiviteit volkomen in beslag neemt;5° \"verwijzingsperiode\", de periode die zich uitstrekt van 1 januari tot 30 september van het in aanmerking genomen jaar. Als het gaat om vastbenoemde, stagedoende of tijdelijke personeelsleden die, in de loop van het in aanmerking genomen jaar, prestaties als tijdelijk personeelslid hebben verricht, is de verwijzingsperiode het in aanmerking genomen schooljaar of academiejaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de mate vastgesteld door de bepalingen van dit besluit worden aan die bepalingen onderworpen, de personeelsleden die tijdens de gehele verwijzingsperiode of een gedeelte ervan behoren of hebben behoord tot : 1° de inrichtingen voor voorschools, lager, secundair onderwijs, onderwijs voor sociale promotie en hoger onderwijs;2° de internaten die van deze inrichtingen afhangen, de autonome internaten en de opvangtehuizen;3° de inspectiedienst belast met het toezicht op die inrichtingen, met uitsluiting van de algemene inspectiedienst, opgericht bij het decreet van 8 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 betreffende de algemene inspectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene inspectiedienst en van de pedagogische adviseurs;4° de opleidingscentra, de technische centra en de recreatie- en openluchtcentra;5° de psycho-medisch-sociale centra;6° de universitaire instellingen bedoeld bij het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 133</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het personeelslid bekomt het volledige genot van het bedrag van de in artikel 135 bepaalde toelage, indien het als titularis van een ambt met volledige prestaties het volledige voordeel van zijn beloning heeft genoten tijdens de hele duur van de verwijzingsperiode. § 2. Wanneer het personeelslid niet het volledige voordeel van de in § 1 bedoelde beloning heeft genoten, als titularis van een ambt met volledige of onvolledige prestaties, wordt het bedrag van de toelage verminderd naar rata van de beloning die het werkelijk heeft ontvangen. § 3. Wanneer het personeelslid, als titularis van een ambt met volledige of onvolledige prestaties, tijdens de verwijzingsperiode : 1° met ouderschapsverlof was;2° niet in dienst is kunnen treden of zijn ambtsverrichtingen heeft geschorst wegens de verplichtingen hem opgelegd door de dienstplichtwetten, gecoördineerd op 30 april 1962, of de wetten houdende het statuut van de gewetensbezwaarden, gecoördineerd op 20 februari 1980, met uitsluiting in beide gevallen van de wederoproeping om tuchtredenen, worden deze periodes gelijkgesteld met periodes tijdens welke hij het volledige voordeel van zijn beloning heeft genoten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Wanneer de personeelsleden twee of meer ambten in de openbare sector cumuleren die volledige of onvolledige prestaties behelzen, mag het bedrag van de eindejaarstoelagen dat hun in hoofde daarvan wordt toegekend niet hoger liggen dan het bedrag dat overeenstemt met de hoogste toelage die verkregen wordt wanneer de toelagen van alle ambten berekend worden op basis van volledige prestaties. § 2. Wanneer het in § 1 bedoelde bedrag wordt overschreden, wordt het gedeelte dat een teveel aanwijst, afgetrokken van de eindejaarstoelage(n) die, berekend op basis van volledige prestaties, de minst hoge is (zijn), te beginnen met de laagste. § 3. Het personeelslid dat eindejaarstoelagen cumuleert is ertoe gehouden, aan de personeelsdiensten waarvan het afhangt een verklaring op erewoord over te leggen met de vermelding van de ambten die het cumuleert Iedere inbreuk op het voorgaande lid kan aanleiding geven tot tuchtstraffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het bedrag van de eindejaarstoelage bestaat uit een forfaitair gedeelte en een veranderlijk gedeelte. § 2. Het bedrag van de eindejaarstoelage wordt als volgt berekend : 1° voor het forfaitair gedeelte : het bedrag dat voor de maand oktober van het in aanmerking genomen jaar overeenstemt met : - 330,85 euro, voor het jaar 2009; - 339,29 euro, voor het jaar 2010; - 469,87 euro, voor het jaar 2011; - 80 euro, opgeteld bij het bedrag van het forfaitair gedeelte van de eindejaarstoelage voor 2011, zoals geïndexeerd op grond van de verhouding tussen de gezondheidsindex in oktober van het jaar 2012 en in oktober 2011, voor het jaar 2012; - het forfaitair gedeelte van de eindejaarstoelage voor 2012, zoals geïndexeerd op grond van de gezondheidsindex in oktober van het in aanmerking genomen jaar en in oktober van 2012, vanaf het jaar 2013; 2° voor het veranderlijk gedeelte : het veranderlijk gedeelte bedraagt 2,5 pct van de jaarlijkse brutobezoldiging die tot grondslag diende voor de berekening van de bezoldiging aan de gerechtigde verschuldigd voor de maand oktober van het in aanmerking genomen jaar. § 3 Wanneer het personeelslid het voordeel van zijn bezoldiging niet heeft genoten voor de maand oktober van het in aanmerking genomen jaar, komt voor de berekening van het veranderlijk deel van de toelage die jaarlijkse brutobezoldiging in aanmerking welke voor de berekening van zijn bezoldiging voor deze maand tot grondslag zou hebben gediend, indien deze laatste bezoldiging verschuldigd was geweest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span><span class=\"lf-art-t\">De eindejaarstoelage wordt onderworpen aan de inhoudingen bepaald met toepassing van de bepalingen van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, behalve voor de begunstigden die uitsluitend vallen onder het stelsel van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering, sector gezondheidszorg, waarvoor de bijdrage van de sector gezondheidszorg verschuldigd is op het bedrag van het vast gedeelte van de eindejaarstoelage dat hoger is dan het bedrag van 1990. Art. 137.De eindejaarstoelage wordt in één keer uitbetaald gedurende de maand december van het in aanmerking genomen jaar. Art. 138.De vereffening en de uitbetaling van de eindejaarstoelage zijn ten laste van het ministerie of de dienst dat/die belast zou zijn met de vereffening en de uitbetaling van de bezoldiging aan de begunstigde, ofwel voor de laatste maand van de verwijzingsperiode, ofwel voor het eerste deel van die maand indien deze uit verschillende delen bestaat die door de begrotingsaanrekening van de bezoldiging worden onderscheiden. Art. 139.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt, zoals gewijzigd, worden : - in 1°, de woorden \"met inbegrip van de onderwijsinrichtingen van de Staat\"; - punt 2° ; geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL XIII. - Wijziging van verschillende bepalingen inzake onderwijs HOOFDSTUK I. - Bepaling tot wijziging van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving Art. 140.In artikel 28, eerste lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, worden de woorden \"die Belg zijn of onderdanen van een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap, behoudens afwijking toegestaan door de Executieve\" opgeheven HOOFDSTUK II. - Bepaling tot wijziging van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra Art. 141.In artikel 2 van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra, wordt een § 1 bis ingevoegd, luidend als volgt : \" § 1bis.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 18 centra waarvan de bevolking het hoogste aantal leerlingen telt waarop de vermenigvuldigingscoëfficiënt 3 wordt toegepast krachtens § 1, 1°, derde lid, genieten, elk afzonderlijk, een aanvullende halve opdracht.\". HOOFDSTUK III. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 juni 1967 tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van sommige personeelsleden, die onder het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur ressorteren Art. 142.In artikel 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 19 juni 1967 tot regeling van de toekenning van een vergoeding wegens begrafeniskosten in geval van overlijden van sommige personeelsleden, die onder het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur ressorteren, zoals aangevuld bij het decreet van 4 mei 2005, worden de woorden \"als voor de leden van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, gespecialiseerd, middelbaar, technisch kunst- en normaal onderwijs die vallen onder het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs\" ingevoegd na de woorden \"Openbaar Onderwijs\".</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK IV. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen Art. 143.In artikel 11ter van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 22 april 1969 betreffende de bekwaamheidsbewijzen vereist van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel, van het paramedisch personeel, van het psychologisch personeel en van het sociaal personeel van de inrichtingen voor voorschools, lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunstonderwijs, onderwijs voor sociale promotie en niet-universitair hoger onderwijs van de Franse Gemeenschap, alsmede van de internaten die van deze inrichtingen afhangen, worden de woorden \"een diploma van bachelor van het hoger onderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie in de maatschappelijke of pedagogische categorie aangevuld met een Getuigschrift van pedagogische bekwaamheid of een Getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs\" vervangen door de woorden \"een diploma van bachelor van het hoger onderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie in de maatschappelijke of pedagogische categorie, aangevuld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs of een diploma van bachelor van het hoger onderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie in de maatschappelijke categorie, aangevuld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid of een diploma van bachelor van het hoger onderwijs met volledig leerplan of voor sociale promotie in de pedagogische categorie.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK V. - Bepalingen tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs Art. 144.In artikel 16, a), van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, worden de woorden \"of onvolledige\" toegevoegd na het woord \"volledige\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 145</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 16, b), van hetzelfde besluit wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 146</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 16, c), van hetzelfde besluit wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 147</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 16, d), van hetzelfde besluit wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 148</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. HOOFDSTUK VI. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1974 waarbij op 1 april 1972 de weddeschalen worden vastgesteld verbonden aan de graden van het personeel der leergangen voor sociale promotie ressorterend onder het Ministerie van Nationale Opvoeding en Franse Cultuur en het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur Art. 149.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 maart 1974 waarbij op 1 april 1972 de weddeschalen worden vastgesteld verbonden aan de graden van het personeel der leergangen voor sociale promotie ressorterend onder het Ministerie van Nationale Opvoeding en Franse Cultuur en het Ministerie van Nationale Opvoeding en Nederlandse Cultuur, wordt een hoofdstuk Dbis ingevoegd, luidend als volgt : \"Hoofdstuk Dbis. - Personeel van de inrichtingen voor onderwijs voor sociale promotie Coördinator kwaliteit Houder van een diploma van Master, aangevuld met het Getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs 1/20e van 422 Houder van het diploma van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs of houder van een diploma van Master, aangevuld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid 1/20e van 415 Andere bekwaamheidsbewijzen :</p>\n<p class=\"lf-p\">Master :</p>\n<p class=\"lf-p\">1/20e van 411 Bachelor :</p>\n<p class=\"lf-p\">1/20e van 216 Adviseur opleiding :</p>\n<p class=\"lf-p\">Houder van een diploma van master, aangevuld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs 1/20e van 422 Houder van het diploma van geaggregeerde van het hoger secundair onderwijs of houder van een diploma van Master, aangevuld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid 1/20e van 415 Houder van het diploma van bachelor in de maatschappelijke of pedagogische categorie, aangevuld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid voor het hoger onderwijs 1/20e van 249 Houder van een diploma van bachelor in de maatschappelijke categorie, aangevuld met het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid, of houder van een diploma van bachelor in de pedagogische bekwaamheid :</p>\n<p class=\"lf-p\">1/20e van 411 houder van andere bekwaamheidsbewijzen :</p>\n<p class=\"lf-p\">Master :</p>\n<p class=\"lf-p\">1/20e van 411 Bachelor :</p>\n<p class=\"lf-p\">1/20e van 216 HOOFDSTUK VII. - Bepaling tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie Art. 150.In artikel 11 van het koninklijk besluit van 30 juli 1975 betreffende de voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen in de gesubsidieerde inrichtingen voor secundair technisch en beroepsonderwijs met volledig leerplan en voor sociale promotie, zoals gewijzigd, wordt Cbis vervangen als volgt : Coördinator kwaliteit Diploma master Groep A GHSO (DOOR)</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>biënnale Diploma bachelor Groep B GLSO (DOOR) Adviseur opleiding Diploma master Groep A GHSO (DOOR)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>biënnale Diploma bachelor Groep B GLSO (DOOR) HOOFDSTUK VIII. - Bepaling tot wijziging van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977 Art. 151.In artikel 76 van de wet van 24 december 1976 betreffende de budgettaire voorstellen 1976-1977, wordt een lid toegevoegd, luidend als volgt : \"In afwijking van 2° van het vorige lid, kunnen de in dat lid bedoelde leden van het onderwijspersoneel die een rustpensioen genieten : 1° op hun aanvraag en met de instemming van de inrichtende macht, tijdelijk worden aangesteld in een ambt om tegemoet te komen aan een tekort op de arbeidsmarkt.Die tijdelijke aanstelling kan niet plaatsvinden na het einde van het schooljaar waarin ze de leeftijd van 67 jaar hebben bereikt; 2° worden aangesteld of aangeworven in het onderwijs voor sociale promotie, als deskundigen in de zin van de artikelen 87 bis en 118 van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie.Die tijdelijke aanstelling kan niet plaatsvinden na het einde van het schooljaar waarin ze de leeftijd van 67 jaar hebben bereikt\".</div>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK IX. - Bepaling tot wijziging van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra Art. 152.In artikel 2 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 3 december 1992 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan in het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra : 1° in § 2, wordt een lid tussen het derde lid en het vierde lid ingevoegd, luidend als volgt : \"Om de in het vorige lid bepaalde breuk te bepalen, worden alle functies die worden gepresteerd in het door de Franse Gemeenschap georganiseerde en/of gesubsidieerde onderwijs opgeteld.\". 2° in § 6, worden de woorden \"en 4ter/1\" ingevoegd na de woorden \"4ter\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 153</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 4 § 2ter, tweede lid van hetzelfde besluit, worden de woorden \"en 4ter/1 \" ingevoegd na de woorden \"4ter\". HOOFDSTUK X. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie Art. 154.In artikel 91/5, § 4, van het decreet van 16 april 1991 houdende organisatie van het onderwijs voor sociale promotie, zoals ingevoegd bij het decreet van 20 juni 2013 houdende diverse maatregelen betreffende het onderwijs voor sociale promotie waarbij de sturingsorganen ervan worden bepaald en waarbij e-learning in haar onderwijsaanbod geïntegreerd wordt, worden de woorden \"In afwijking van artikel 91quinquies, § 2, tweede lid,\" vervangen door de woorden \"In afwijking van artikel 91/4, § 2, tweede lid\"</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK XI. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs Art. 155.Paragraaf 3 van artikel 34quater van het decreet van 1 februari 1993 houdende het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs wordt aangevuld met de volgende leden : \"De inrichtende machten van het gewoon en gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs moeten de zonale aanstellingscommissies, voor uiterlijk 15 maart, de lijst van de vacante betrekkingen die op 1 februari van het lopende schooljaar wordt vastgesteld, meedelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De affectatie van een personeelslid dat de voorrang geniet die wordt toegekend bij artikel 29quater, 2° die gedurende een schooljaar wordt verricht, wordt automatisch verlengd in het volgende schooljaar binnen de inrichting waar de affectatie plaatsvond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze houdt echter op uitwerking te hebben zodra : 1° de inrichtende macht de definitief vacant geworden betrekking kan toekennen aan een tijdelijk personeelslid dat 2160 dagen dienstanciënniteit bij de inrichtende macht telt;2° de zonale aanstellingscommissie, vóór 15 april en op gezamenlijke aanvraag van de inrichtende macht en het personeelslid, een einde zal hebben gemaakt aan de affectatie, volgens de door de centrale paritaire commissie vast te stellen regels;3° de zonale aanstellingscommissie, vóór 15 april en op aanvraag van het personeelslid, een einde zal hebben gemaakt aan de affectatie, volgens de door de centrale paritaire commissie vast te stellen regels;4° de zonale aanstellingscommissie, vóór 15 april en op aanvraag van de inrichtende macht, een einde zal hebben gemaakt aan de affectatie, volgens de door de centrale paritaire commissie vast te stellen regels, bij niet-naleving van de artikelen 14 en 21 van dit decreet; 5° het personeelslid dat de voormelde voorrang geniet, de voorwaarden vervult om in aanmerking te komen voor een nieuwe aanwerving in vast verband in zijn nieuwe ambt, terwijl het geen gebruik maakt van de mogelijkheid om een positief antwoord te geven op een aanbieding van aanwerving in vast verband door de inrichtende macht waar het werd geaffecteerd.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK XII. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 24 juni 1996 houdende regeling van de opdrachten, verloven wegens opdracht en terbeschikkingstelling wegens opdracht in het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs Art. 156.In artikel 6, § 1, 1ste lid, van het decreet van 24 juni 1996 houdende regeling van de opdrachten, verloven wegens opdracht en terbeschikkingstelling wegens opdracht in het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs, wordt een 7° ingevoegd, luidend als volgt : \"of 7° wordt uitgeoefend binnen een door de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde inrichting\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 157</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7, eerste lid, van het decreet van 24 juni 1996 houdende regeling van de opdrachten, verloven wegens opdracht en terbeschikkingstelling wegens opdracht in het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs, wordt vervangen als volgt : \"De verloven wegens opdracht voor personeelsleden, vervangen door gesubsidieerde contractuelen of personen aangeworven in het kader van de steunmaatregelen voor bevordering van de tewerkstelling, zijn niet begrepen in het totaal aantal bedoeld in de art. 5, § 2, en 6, § 4 Het aantal per net mag niet hoger zijn dan een door de Regering bepaald percentage van het aantal gesubsidieerde contractuelen of personen aangeworven in het kader van de steunmaatregelen voor bevordering van de tewerkstelling, aan het net toegekend.\". Art. 158.In artikel 14 van het decreet van 24 juni 1996 houdende regeling van de opdrachten, verloven wegens opdracht en terbeschikkingstelling wegens opdracht in het door de Franse Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs, wordt een lid ingevoegd tussen het eerste lid en het tweede lid, luidend als volgt : \"In dat geval, in afwijking van artikel 5, § 1, tweede lid, 1° tot 5°, kan dat verlof worden uitgeoefend bij een door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde inrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdracht van het in dit lid bedoelde personeelslid moet gezamenlijk door de inrichtende macht en het personeelslid worden goedgekeurd en moet aan de gezondheidstoestand van het personeelslid worden aangepast. De opdracht moet trouwens passen in het kader van het inrichtingsproject en een werkelijke meerwaarde zijn voor dat project.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 9, kan het verlof wegens opdracht toegekend aan het in dit artikel bedoelde personeelslid alleen voor een maximumperiode van één jaar, hernieuwbaar per periode van hoogstens één jaar, worden toegekend. De hernieuwing wordt onderworpen aan een nieuw advies van de instelling die door de Regering van de Franse Gemeenschap wordt belast met de controle op de afwezigheid wegens ziekte en aan het gunstig advies van de huisarts van het personeelslid. Als het advies van de huisarts van het personeelslid en het advies van de instelling die door de Regering van de Franse Gemeenschap wordt belast met de controle op de afwezigheid wegens ziekte verschillend zijn, kan het personeelslid een beroep indienen vóór een deskundig arts zoals bepaald in de artikelen 11 tot 17 van het decreet van 22 december 1994 houdende dringende maatregelen inzake het onderwijs. HOOFDSTUK XIII. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 5 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/08/2000 numac 2000029268 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de regeling inzake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of invaliditeit van sommige personeelsleden uit het onderwijs sluiten houdende de regeling inzake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of invaliditeit van sommige personeelsleden uit het onderwijs Art. 159.In artikel 1, eerste lid, van het decreet van 5 juli 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/08/2000 numac 2000029268 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende de regeling inzake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of invaliditeit van sommige personeelsleden uit het onderwijs sluiten houdende de regeling inzake verlof en disponibiliteit wegens ziekte of invaliditeit van sommige personeelsleden uit het onderwijs, wordt een punt 10° toegevoegd, luidend als volgt : \"10° het decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de statuten van de leermeesters godsdienst en de leraars godsdienst\". Art. 160.In hetzelfde decreet wordt een artikel 17 bis ingevoegd, luidend als volgt : \"Artikel 17bis.De maatregel betreffende de terbeschikkingstelling wegens ziekte eindigt : 1° ofwel door de werkelijke wederopneming van de functies van het personeelslid die door de inrichtende macht of door het inrichtingshoofd behoorlijk wordt vastgesteld; 2° ofwel bij de vaststelling, door de instelling voor medisch toezicht bedoeld bij het decreet van 22 december 1994 houdende dringende maatregelen inzake het onderwijs, dat het personeelslid zijn functies weder kan opnemen, wanneer de werkelijke wederopneming niet mogelijk is wegens de zomervakantie.\". HOOFDSTUK XIV. - Bepaling tot wijziging van het decreet van 12 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/05/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2004 numac 2004029246 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap sluiten tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap Art. 161.In artikel 191, § 1, eerste lid, van het decreet van 12 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/05/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2004 numac 2004029246 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap sluiten tot bepaling van het statuut van de leden van het administratief personeel, het meester-, vak- en dienstpersoneel van de onderwijsinrichtingen ingericht door de Franse Gemeenschap, worden de woorden \"Onverminderd de bepalingen van paragraaf 5\" geschrapt. Art. 162.Paragraaf 5 van artikel 191 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. HOOFDSTUK XV. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 tot vaststelling van het statuut van de directeurs Art. 163.Het eerste lid van § 3 van artikel 61 van het decreet van 2 februari 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 tot vaststelling van het statuut van de directeurs wordt vervangen als volgt : \" § 3. Een tijdelijke aanstelling in een betrekking van directeur eindigt : a) in onderlinge overeenstemming;b) bij beslissing van de inrichtende macht, als gevolg van de procedure bedoeld in § 4 van dit artikel voor het personeelslid dat tijdelijk aangesteld is in een ambt van directeur; c) of bij toepassing van artikel 22, eerste lid, van het voormelde decreet van 6 juni 1994.\". HOOFDSTUK XVI. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 8 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 betreffende de algemene inspectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene inspectiedienst en van de pedagogische adviseurs Art. 164.In artikel 45, 6°, van het decreet van 8 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten4 betreffende de algemene inspectiedienst, de dienst voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap georganiseerde onderwijs, de cellen voor pedagogische raadgeving en begeleiding van het door de Franse Gemeenschap gesubsidieerde onderwijs en betreffende het statuut van de personeelsleden van de algemene inspectiedienst en van de pedagogische adviseurs, worden de woorden \"een ambt met volledige dienstprestaties of in verschillende ambten met onvolledige dienstprestaties die volledige prestaties in het onderwijs dekken\" vervangen door de woorden \"een ambt met ten minste een halve opdracht of in verschillende ambten met onvolledige prestaties die prestaties met ten minste een halve opdracht dekken\". Art. 165.In hetzelfde decreet wordt een artikel 96 bis ingevoegd, luidend als volgt : \"Art. 96bis.Vanaf 1 januari 2009, voor elk personeelslid dat in actieve dienst is, dat ten minste 57 jaar oud is en dat het maximumbedrag van zijn weddeschaal geniet, wordt de waarde van dat maximum vermeerderd met de waarde van de laatste tussentijdse verhoging van zijn weddeschaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf 1 januari 2009, voor elk personeelslid dat in actieve dienst is, dat ten minste 58 jaar oud is en dat het maximumbedrag van zijn weddeschaal geniet, wordt de waarde van dat maximum vermeerderd met het dubbele van de waarde van de laatste tussentijdse verhoging van zijn weddeschaal.\". Art. 166.In het eerste lid van artikel 150 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° 3° wordt aangevuld als volgt : \"In voorkomend geval, kan de post toegekend in het kader van de gewestelijke overeenkomsten met toepassing van de bepalingen van artikel 7 van het voormelde decreet van 24 juni 1996, de aanwerving van een personeelslid toelaten in een ander ambt dan dat van het personeelslid dat met verlof wegens opdracht wordt gesteld krachtens het voormelde artikel 7.In dat geval kunnen lestijden van het totaal aantal lestijden/leerkracht geheel of gedeeltelijk worden bestemd voor de vervanging van het personeelslid dat met verlof wegens opdracht is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze kunnen geen aanleiding geven tot een benoeming of aanwerving in vast verband.\". 2° 5° wordt aangevuld als volgt : \"Wanneer lestijden van het totaal aantal lestijden/leerkracht bedoeld in dit punt worden toegekend in het kader van gedeeltelijke opdrachten aan een personeelslid dat in vast verband wordt benoemd of aangeworven, kunnen de lestijden van het totaal aantal lestijden/leerkracht die de vervanging van deze in zijn oorspronkelijke ambt toelaten geen aanleiding geven tot een benoeming of aanwerving in vast verband.\". HOOFDSTUK XVII. - Bepalingen tot wijziging van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 houdende organisatie van een gedifferentieerde omkadering binnen de schoolinrichtingen van de Franse Gemeenschap om alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te bieden in een kwaliteitsvolle pedagogische omgeving Art. 167.Het derde lid van artikel 14 van het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/01/2011 numac 2010000730 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 houdende organisatie van een gedifferentieerde omkadering binnen de schoolinrichtingen van de Franse Gemeenschap om alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te bieden in een kwaliteitsvolle pedagogische omgeving, wordt aangevuld als volgt : \"Het personeelslid dat het voorstel tot wijziging van affectatie weigert, terwijl het voorstel gebaseerd is op de lijst van inrichtingen die het heeft gekozen, verliest zijn voorrang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid dat de betrekking aanvaardt die door de zonale affectatiecommissie wordt voorgesteld, deelt dit bij aangetekend schrijven mee aan de inrichtende macht waar het geaffecteerd is, met een afschrift aan de voorzitter van de zonale aanstellingscommissie, binnen 5 werkdagen na de ontvangst van het voorstel tot betrekking dat door de zonale aanstellingscommissie wordt voorgelegd. Als het personeelslid geen antwoord binnen die termijn geeft, wordt het geacht de voorgestelde betrekking te weigeren.\".</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL XIV. - Inwerkingtreding Art. 168.De artikelen 9 tot 17 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2013.</h3>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 71 en 72 alsook 104 tot 130 van dit decreet treden in werking op 1 september 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 103 van dit decreet heeft uitwerking met ingang van 1 september 2002.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 131 tot 139 hebben uitwerking met ingang van 1 december 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 157 heeft uitwerking met ingang van 1 september 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 154 heeft uitwerking met ingang van 2 augustus 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 11 april 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President van de Regering van de Franse Gemeenschap, R. DEMOTTE De Vice-President en Minister van Kind, Onderzoek en Ambtenarenzaken, J.-M. NOLLET De Vice-President en Minister van Begroting, Financiën en Sport, A. ANTOINE De Vice-President en Minister van Hoger Onderwijs, J.-Cl. MARCOURT De Minister van Jeugd, Mevr. E. HUYTEBROECK De Minister van Cultuur, Audiovisuele Sector, Gezondheid en Gelijke Kansen, Mevr. F. LAANAN De Minister van Leerplichtonderwijs en van Onderwijs voor Sociale Promotie, M.-M. SCHYNS _______ Nota (1) Zitting 2013 - 2014. Stukken van het Parlement. - Ontwerp van decreet, nr. 646-1. - Verslag, nr. 646-2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 10 april 2014.</p></div>", "next": 0}