← België

Wet houdende instemming met de Overeenkomst tot tweede wijziging van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Leden van de Groep van Staten in Afrika, h

Kort samengevat

Deze wet bekrachtigt de tweede wijziging van de Partnerschapsovereenkomst tussen de landen van Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan (ACS-staten) en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, die oorspronkelijk in Cotonou werd ondertekend. Het doel is om deze gewijzigde overeenkomst volledig van kracht te laten zijn in België.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
29 MAART 2012. - Wet houdende instemming met de Overeenkomst tot tweede wijziging van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Leden van de Groep van Staten in Afrika, het Caribische Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en voor de eerste maal gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 2005, en met de Slotakte, open voor ondertekening te Ouagadougou op 22 juni 2010 en te Brussel van 1 juli tot en met 31 oktober 2010 (1) (2) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.De Overeenkomst tot tweede wijziging van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Leden van de Groep van Staten in Afrika, het Caribische Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en voor de eerste maal gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 2005, en de Slotakte, open voor ondertekening te Ouagadougou op 22 juni 2010 en te Brussel van 1 juli tot en met 31 oktober 2010, zullen volkomen gevolg hebben. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 29 maart 2012. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken, D. REYNDERS De Minister van Ontwikkelingssamenwerking, P. MAGNETTE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota's (1) Zitting 2011-2012. Senaat. Documenten : Ontwerp van wet ingediend op 10/11/2011, nr. 5-1314/1. Verslag namens de commissie nr. 5-1314/2. Parlementaire Handelingen : Bespreking, vergadering van 26 januari 2012. Stemming, vergadering van 26 januari 2012. Kamer van volksvertegenwoordigers. Documenten : Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 53-2023/1. Verslag namens de Commisie, nr. 53-2023/2. Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 53-2023/3. Parlementaire Handelingen : Bespreking, vergadering van 1 maart 2012. Stemming, vergadering van 1 maart 2012. (2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/het Vlaamse Gewest van 1 juli 2011 (Belgisch Staatsblad van 26 juli 2011), Decreet van de Franse Gemeenschap van 19 april 2012 (Belgisch Staatsblad van 21 juni 2012), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 19 maart 2012 (Belgisch Staatsblad van 18 april 2012 - Ed.1), Decreet van het Waalse Gewest van 26 april 2012 (Belgisch Staatsblad van 22 mei 2012), Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 23 juli 2012 (Belgisch Staatsblad van 28 augustus 2012), Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 29 november 2012 (Belgisch Staatsblad van 18 december 2012 - Ed. 2). Overeenkomst tot tweede wijziging van de Partnerschapsovereenkomst tussen de Leden van de Groep van Staten in Afrika, het Caribische Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en voor de eerste maal gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 2005 ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN, DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ESTLAND, DE PRESIDENT VAN IERLAND, DE PRESIDENT VAN DE HELLEENSE REPUBLIEK, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SPANJE, DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CYPRUS, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LETLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LITOUWEN, ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HONGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALTA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN, DE FEDERALE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK POLEN, DE PRESIDENT VAN DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN ROEMENI", DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SLOVENIE, DE PRESIDENT VAN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FINLAND, DE REGERING VAN HET KONINKRIJK ZWEDEN, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNI" EN NOORD-IERLAND, partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna « de lidstaten » genoemd, en DE EUROPESE UNIE, hierna « de Unie » of « de EU » genoemd, enerzijds, en DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ANGOLA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN ANTIGUA EN BARBUDA, HET STAATSHOOFD VAN HET GEMENEBEST VAN DE BAHAMA'S, HET STAATSHOOFD VAN BARBADOS, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN BELIZE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BENIN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BOTSWANA, DE PRESIDENT VAN BURKINA FASO, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BURUNDI, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAMEROEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAAPVERDIE, DE PRESIDENT VAN DE CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE UNIE DER COMOREN, DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK CONGO, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CONGO, DE REGERING VAN DE COOKEILANDEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK IVOORKUST, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DJIBOUTI, DE REGERING VAN HET GEMENEBEST DOMINICA, DE PRESIDENT VAN DE DOMINICAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE STAAT ERITREA, DE PRESIDENT VAN DE FEDERALE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK ETHIOPI", DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FIJI-EILANDEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GABON, DE PRESIDENT EN HET STAATSHOOFD VAN DE REPUBLIEK GAMBIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GHANA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN GRENADA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE-BISSAU, DE PRESIDENT VAN DE COÖPERATIEVE REPUBLIEK GUYANA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HAITI, HET STAATSHOOFD VAN JAMAICA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KENIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KIRIBATI, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK LESOTHO, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LIBERIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MADAGASKAR, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALAWI, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALI, DE REGERING VAN DE REPUBLIEK DER MARSHALLEILANDEN, DE PRESIDENT VAN DE ISLAMITISCHE REPUBLIEK MAURITANI", DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MAURITIUS, DE REGERING VAN DE FEDERALE STATEN VAN MICRONESIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MOZAMBIQUE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NAMIBIE, DE REGERING VAN DE REPUBLIEK NAURU, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NIGER, DE PRESIDENT VAN DE FEDERALE REPUBLIEK NIGERIA, DE REGERING VAN NIUE, DE REGERING VAN DE REPUBLIEK PALAU, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT PAPOEA-NIEUW-GUINEA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK RWANDA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT KITTS EN NEVIS, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT LUCIA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT VINCENT EN DE GRENADINES, HET STAATSHOOFD VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT SAMOA, DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK SAO TOME EN PRINCIPE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SENEGAL, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DER SEYCHELLEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SIERRA LEONE, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE SALOMONSEILANDEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZUID-AFRIKA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK SWAZILAND, DE PRESIDENT VAN DE VERENIGDE REPUBLIEK TANZANIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TSJAAD, DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK OOST-TIMOR, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TOGO, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN TONGA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TRINIDAD EN TOBAGO, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN TUVALU, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK UGANDA, DE REGERING VAN DE REPUBLIEK VANUATU, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZAMBIA, DE REGERING VAN DE REPUBLIEK ZIMBABWE, wier staten hierna « ACS-staten » worden genoemd, anderzijds, GELET OP het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, enerzijds, en de Overeenkomst van Georgetown tot oprichting van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACP), anderzijds, GELET OP de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000, zoals gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 2005 (hierna « de Overeenkomst van Cotonou » genoemd), OVERWEGENDE dat in artikel 95, lid 1, van de Overeenkomst van Cotonou is bepaald dat deze wordt gesloten voor een periode van twintig jaar, die aanvangt op 1 maart 2000, OVERWEGENDE dat de Overeenkomst tot eerste wijziging van de Overeenkomst van Cotonou op 25 juni 2005 in Luxemburg is ondertekend en op 1 juli 2008 in werking is getreden, HEBBEN BESLOTEN de overeenkomst tot tweede wijziging van de Overeenkomst van Cotonou te ondertekenen en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen : VOOR ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, Adrien THEATRE ambassadeur in Burkina Faso VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BULGARIJE, Milen LUYTSKANOV vice-minister van Buitenlandse Zaken VOOR DE PRESIDENT VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, Miloslav MACHALEK ambassadeur in Burkina Faso VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN, Ulla NAESBY TAWIAH zaakgelastigde a.i. in Burkina Faso VOOR DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, Ulrich HOCHSCHILD ambassadeur in Burkina Faso VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ESTLAND, Raul MÄLK ambassadeur, permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie VOOR DE PRESIDENT VAN IERLAND, Kyle O'SULLIVAN ambassadeur in Nigeria VOOR DE PRESIDENT VAN DE HELLEENSE REPUBLIEK, Theodoros N. SOTIROPOULOS ambassadeur, permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie VOOR ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SPANJE, Soraya RODRIGUEZ RAMOS staatssecretaris van Internationale Samenwerking VOOR DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK, François GOLDBLATT ambassadeur in Burkina Faso VOOR DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK, Giancarlo IZZO ambassadeur in Ivoorkust, Burkina Faso, Liberia, Niger, Sierra Leone VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CYPRUS, Charalambos HADJISAVVAS ambassadeur in Libië VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LETLAND, Normunds POPENS ambassadeur, permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LITOUWEN, Rytis MARTIKONIS ambassadeur, permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie VOOR ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG, Christian BRAUN ambassadeur, permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HONGARIJE, Gàbor IVAN ambassadeur, permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALTA, Joseph CASSAR ambassadeur in de Portugese Republiek VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN, Gerard DUIJFJES ambassadeur in Burkina Faso VOOR DE FEDERALE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, Gerhard DOUJAK ambassadeur in de Republiek Senegal VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK POLEN, Jan TOMBINSKI ambassadeur, permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie VOOR DE PRESIDENT VAN DE PORTUGESE REPUBLIEK, Maria Inês DE CARVALHO ROSA vicevoorzitter van het Portugees Instituut voor ontwikkelingshulp VOOR DE PRESIDENT VAN ROEMENIE, Mihnea MOTOC ambassadeur, permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SLOVENIE, Igor SENEAR ambassadeur, permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie VOOR DE PRESIDENT VAN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, Ivan KOREOK ambassadeur, permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FINLAND, Claus-Jerker LINDROOS adviseur VOOR DE REGERING VAN HET KONINKRIJK ZWEDEN, Klas MARKENSTEN country director bij het Zweeds Bureau voor internationale ontwikkelingssamenwerking (Sida) VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND, Nicolas WESTCOTT hoge commissaris in Accra VOOR DE EUROPESE UNIE, Soraya RODRIGUEZ RAMOS staatssecretaris van Internationale Samenwerking van het Koninkrijk Spanje fungerend voorzitter van de Raad van de Europese Unie Andris PIEBALGS lid van de Europese Commissie, bevoegd voor ontwikkeling VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ANGOLA, Ana AFONSO DIAS LOURENÇO minister van Planning VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN ANTIGUA EN BARBUDA, Carl B.W. ROBERTS hoge commissaris VOOR HET STAATSHOOFD VAN HET GEMENEBEST VAN DE BAHAMA'S, Paul FARQUHARSON hoge commissaris VOOR HET STAATSHOOFD VAN BARBADOS, Maxine McCLEAN minister van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN BELIZE, Audrey Joy GRANT ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BENIN, Christine A. I. Nougbodé OUINSAVI minister van Handel VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BOTSWANA, Phandu Tombola Chaha SKELEMANI minister van Buitenlandse Zaken en Internationale Samenwerking VOOR DE PRESIDENT VAN BURKINA FASO, Lucien Marie Noël BEMBAMBA minister van Economische Zaken en Financiën VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BURUNDI, Joseph NDAYIKEZA kabinetschef bij het ministerie van Financiën VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAMEROEN, Luc Magloire MBARGA ATANGANA minister van Handel VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAAPVERDI", Maria de Jesus Veiga Miranda MASCARENHAS ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK, Abel SABONO zaakgelastigde VOOR DE PRESIDENT VAN DE UNIE DER COMOREN, Sultan CHOUZOUR ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK CONGO, Joas MBITSO NGEDZA viceminister van Financiën VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CONGO, Pierre MOUSSA minister van staat, coördinator economisch beleid, bevoegd voor Economische Zaken, Planning, Ruimtelijke Ordening en Integratie VOOR DE REGERING VAN DE COOKEILANDEN, Wilkie RASMUSSEN minister van Financiën en Economisch Bestuur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK IVOORKUST, Jean-Marie KACOU GERVAIS minister van Buitenlandse Zaken en Afrikaanse Integratie VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DJIBOUTI, Mohamed MOUSSA CHEHEM ambassadeur VOOR DE REGERING VAN HET GEMENEBEST DOMINICA, Shirley SKERRITT-ANDREW ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE DOMINICAANSE REPUBLIEK, Domingo JIMENEZ staatssecretaris, nationaal ordonnateur van het EOF VOOR DE PRESIDENT VAN DE STAAT ERITREA, Girma Asmerom TESFAY ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE FEDERALE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK ETHIOPI", Ahmed SHIDE minister van staat, bevoegd voor Financiën en Economische Ontwikkeling VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FIJI-EILANDEN, Peceli Vuniwaqa VOCEA ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GABON, Paul BUNDUKU-LATHA onderminister, toegevoegd aan de minister van Economische Zaken, Handel, Industrie en Toerisme VOOR DE PRESIDENT EN HET STAATSHOOFD VAN DE REPUBLIEK GAMBIA, Mamour A. JAGNE ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GHANA, Kwabena DUFFUOR minister van Financiën en Economische Planning VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN GRENADA, Stephen FLETCHER ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE, Bakary FOFANA minister van staat, bevoegd voor Buitenlandse Zaken, Afrikaanse Integratie en de Franstalige Wereld VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE-BISSAU, Adelino MANO QUETA minister van Buitenlandse Zaken VOOR DE PRESIDENT VAN DE COÖPERATIEVE REPUBLIEK GUYANA, Carolyn RODRIGUES-BIRKETT minister van Buitenlandse Zaken VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HAITI, Price PADY nationaal ordonnateur van het EOF VOOR HET STAATSHOOFD VAN JAMAICA, Marcia Yvette GILBERT-ROBERTS ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KENIA, Wycliffe AMBETSA OPARANYAH minister van staat, bevoegd voor Planning, Nationale Ontwikkeling en Visie 2030 VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KIRIBATI, Karl KOCH honorair consul VOOR ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK LESOTHO, Mamoruti A. TIHELI ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LIBERIA, Comfort SWENGBE zaakgelastigde VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MADAGASKAR, Solofo Andrianjatovo RAZAFITRIMO secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALAWI, Brave Rona NDISALE ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALI, Moctar OUANE minister van Buitenlandse zaken en Internationale Samenwerking VOOR DE REGERING VAN DE REPUBLIEK DER MARSHALLEILANDEN, Fabian S. NIMEA directeur van het Bureau voor Statistiek, Begroting, Overzeese Ontwikkeling, en administratie van de Associatieverdragen, Federale Staten van Micronesia VOOR DE PRESIDENT VAN DE ISLAMITISCHE REPUBLIEK MAURITANI", Mohamed Abdellahi Ould OUDA minister van Industrie en Mijnwezen VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MAURITIUS, Arvin BOOLELL minister van Buitenlandse Zaken VOOR DE REGERING VAN DE FEDERALE STATEN VAN MICRONESIA, Fabian S. NIMEA directeur van het Bureau voor Statistiek, Begroting, Overzeese Ontwikkeling, en administratie van de Associatieverdragen, Federale Staten van Micronesia VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MOZAMBIQUE, Henrique BANZE viceminister van Buitenlandse Zaken en Samenwerking VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NAMIBI", Hanno Burkhard RUMPF ambassadeur VOOR DE REGERING VAN DE REPUBLIEK NAURU, Karl KOCH honorair consul VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NIGER, Mamane MALAM ANNOU minister van Economische Zaken en Financiën VOOR DE PRESIDENT VAN DE FEDERALE REPUBLIEK NIGERIA, Sylvester MONYE secretaris, Nationale Plancommissie VOOR DE REGERING VAN NIUE, Fabian S. NIMEA directeur van het Bureau voor Statistiek, Begroting, Overzeese Ontwikkeling, en administratie van de Associatieverdragen, Federale Staten van Micronesia VOOR DE REGERING VAN DE REPUBLIEK PALAU, Faustina REHUHER-MARUGG minister van Gemeenschaps- en Culturele Aangelegenheden VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT PAPOEA-NIEUW-GUINEA, Peter Pulkiye MAGINDE ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK RWANDA, Gérard NTWARI ambassadeur VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT KITTS EN NEVIS, Shirley SKERRITT-ANDREW ambassadeur VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT LUCIA, Shirley SKERRITT-ANDREW ambassadeur VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT VINCENT EN DE GRENADINES, Shirley SKERRITT-ANDREW ambassadeur VOOR HET STAATSHOOFD VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT SAMOA, Hans Joachim KEIL onderminister van Handel, Industrie en Arbeid VOOR DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK SAO TOME EN PRINCIPE, Carlos Gustavo DOS ANJOS ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SENEGAL, Abdoulaye DIOP minister van staat, bevoegd voor Economische Zaken en Financiën VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DER SEYCHELLEN, Vivianne FOCK TAVE ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SIERRA LEONE, Richard KONTEH viceminister van Financiën en Economische Ontwikkeling VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE SALOMONSEILANDEN, Steve WILLIAMS ABANA minister van Planning en Coördinatie van de Hulp VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZUID-AFRIKA, Maite NKOANA-MASHABANE, minister van Internationale Betrekkingen en Samenwerking VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME, Gerhard Otmar HIWAT ambassadeur VOOR ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK SWAZILAND, Joel M. NHLEKO ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE VERENIGDE REPUBLIEK TANZANIA, Simon Uforosia MLAY ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TSJAAD, Ahmat Awad SAKINE ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK OOST-TIMOR, Zacarias Albano da COSTA minister van Buitenlandse Zaken VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TOGO, Dede AHOEFA EKOUE minister toegevoegd aan de president van de Republiek, belast met Planning, Ontwikkeling en Ruimtelijke Ordening VOOR ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN TONGA, Sione Ngongo KIOA ambassadeur VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TRINIDAD EN TOBAGO, Margaret KING-ROUSSEAU ambassadeur VOOR HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN TUVALU, Lotoala METIA minister van Financiën, Economische Planning en Industrie VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK UGANDA, Fred Jocham OMACH minister van staat, bevoegd voor Financiën VOOR DE REGERING VAN DE REPUBLIEK VANUATU, Joe NATUMAN minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Telecommunicatie VOOR DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZAMBIA, Lwipa PUMA viceminister van Handel en Industrie VOOR DE REGERING VAN DE REPUBLIEK ZIMBABWE, Michael C. BIMHA viceminister van Industrie en Handel DIE, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, ALS VOLGT ZIJN OVEREENGEKOMEN : ENIG ARTIKEL Overeenkomstig de procedure van artikel 95 van de Overeenkomst van Cotonou wordt deze als volgt gewijzigd : A. PREAMBULE 1. De elfde overweging, die begint met « VERWIJZENDE naar de verklaringen van de staatshoofden en regeringsleiders... », wordt vervangen door : « VERWIJZENDE naar de verklaringen van de successieve topontmoetingen van de staatshoofden en regeringsleiders van de ACS-staten; ». 2. De twaalfde overweging, die begint met « OVERWEGENDE dat de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling... », wordt vervangen door : « OVERWEGENDE dat de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, zoals die zijn vastgelegd in de Millenniumverklaring die de algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2000 heeft vastgesteld, met name de uitroeiing van extreme armoede en honger, alsmede de ontwikkelingsdoelen en de beginselen die zijn overeengekomen op de Conferenties van de Verenigde Naties, een duidelijke visie bieden en aan de samenwerking tussen de ACS en de Europese Unie in het kader van deze Overeenkomst ten grondslag moeten liggen; Erkennende dat de EU en de ACS-staten een gezamenlijke inspanning moeten leveren om sneller vooruitgang te boeken met betrekking tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen; ». 3. Na de twaalfde overweging die begint met « OVERWEGENDE dat de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling... », wordt de volgende overweging toegevoegd : « INSTEMMENDE met de agenda voor de doeltreffendheid van hulp, die in Rome van start is gegaan, in Parijs is voortgezet en met de Actieagenda van Accra verder is ontwikkeld; ». 4. De dertiende overweging, die begint met « BIJZONDERE AANDACHT SCHENKENDE aan de verbintenissen... », wordt vervangen door : « BIJZONDERE AANDACHT SCHENKENDE aan de verbintenissen die zijn aangegaan en de doelstellingen die zijn overeengekomen op grote VN-conferenties en andere internationale conferenties, en erkennende dat verdere maatregelen nodig zijn voor de verwezenlijking van de doelstellingen en de uitvoering van de actieprogramma's die in die fora zijn vastgesteld; ». 5. Na de dertiende overweging, die begint met « BIJZONDERE AANDACHT SCHENKENDE aan de verbintenissen... », wordt de volgende overweging toegevoegd : « ZICH BEWUST van de ernstige wereldwijde milieuproblemen die klimaatverandering teweegbrengt, en diep bezorgd dat de kwetsbaarste bevolkingsgroepen in ontwikkelingslanden leven, met name de minst ontwikkelde landen en de kleine eilandstaten van de ACS, waar klimaatverschijnselen zoals stijging van de zeespiegel, kusterosie, overstromingen, droogte en woestijnvorming een bedreiging vormen voor de bestaansmiddelen van de bevolking en duurzame ontwikkeling; ». B. TEKST VAN DE ARTIKELEN VAN DE OVEREENKOMST VAN COTONOU 1. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd : a) de derde alinea wordt vervangen door : « Deze doelstellingen en de internationale verbintenissen van de partijen, met inbegrip van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, liggen aan alle ontwikkelingsstrategieën ten grondslag; zij worden verwezenlijkt volgens een geïntegreerde benadering, die de politieke, economische, maatschappelijke, culturele en milieuaspecten van de ontwikkeling tegelijkertijd in aanmerking neemt. Het partnerschap biedt een samenhangend kader voor de ondersteuning van de ontwikkelingsstrategieën van elke ACS-staat. »; b) de vierde alinea wordt vervangen door : « Elementen van dit kader zijn duurzame economische groei, ontwikkeling van de particuliere sector, stimulering van de werkgelegenheid en verbetering van de toegang tot productiemiddelen. Steun wordt verleend ter bevordering van de eerbiediging van de rechten van het individu en de vervulling van basisbehoeften, de bevordering van sociale ontwikkeling en de vervulling van de voorwaarden voor rechtvaardige verdeling van de vruchten van de groei. Regionale en subregionale integratieprocessen die de integratie van de ACS-landen in de wereldeconomie bevorderen, zowel wat handel als wat particuliere investeringen betreft, worden aangemoedigd en gesteund. Integrerende onderdelen van deze benadering zijn de opbouw van de capaciteit van de actoren van het ontwikkelingsproces en de verbetering van het institutionele kader dat vereist is voor sociale cohesie, voor het functioneren van een democratische samenleving en een markteconomie en voor het ontstaan van een actieve, georganiseerde civiele samenleving. De situatie van vrouwen en gendervraagstukken worden systematisch in aanmerking genomen op alle gebieden C politiek, economisch en sociaal. De beginselen van duurzaam beheer van natuurlijke rijkdommen en het milieu en de beheersing van klimaatverandering worden op elk niveau van het partnerschap geïntegreerd toegepast. ». 2. Artikel 2 wordt vervangen door : « Artikel 2 Grondbeginselen De samenwerking tussen ACS en EG, die gegrondvest is op een bindende rechtsregeling en gezamenlijke instellingen, wordt geleid door de internationaal overeengekomen agenda voor de doeltreffendheid van hulp, met als uitgangspunten eigen inbreng, onderlinge afstemming, harmonisatie, resultaatgericht beheer en wederzijdse verantwoording, en wordt uitgevoerd aan de hand van de volgende grondbeginselen : - gelijkheid van de partners en hun inbreng in de ontwikkelingsstrategieën : ter uitvoering van de doelstellingen van het partnerschap bepaalt iedere ACS-staat de ontwikkelingsstrategie voor zijn economie en zijn samenleving in volledige soevereiniteit, daarbij alle in artikel 9 genoemde essentiële en fundamentele elementen in aanmerking nemende;het partnerschap stimuleert de inbreng van de betrokken landen en volkeren in de eigen ontwikkelingsstrategie; de ontwikkelingspartners van de EU stemmen hun programma's af op deze strategieën; - deelname : naast de centrale overheid als belangrijkste partner, staat het partnerschap open voor de parlementen van de ACS-staten, de plaatselijke overheden in de ACS-staten en andere actoren, teneinde de integratie in de hoofdstroom van het politieke, economische en maatschappelijke leven te bevorderen van alle geledingen van de samenleving, waaronder de particuliere sector en organisaties van het maatschappelijk middenveld; - een centrale rol voor dialoog, de naleving van wederzijdse verplichtingen en verantwoording : de verplichtingen die de partijen in het kader van hun dialoog zijn aangegaan vormen een kernpunt van hun partnerschaps- en samenwerkingsbetrekkingen; de partijen werken nauw samen bij het bepalen en uitvoeren van de noodzakelijke donorafstemming en harmonisatie, teneinde bij deze processen een sleutelrol voor de ACS-staten te waarborgen; - differentiëring en regionalisering : de regelingen en prioriteiten voor samenwerking worden afgestemd op het ontwikkelingsniveau, de behoeften, de prestaties en de ontwikkelingsstrategie voor de lange termijn van de partner. De minst ontwikkelde landen krijgen een bijzondere behandeling. Rekening wordt gehouden met de kwetsbaarheid van niet aan zee grenzende en insulaire landen. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan regionale integratie, ook op continentale schaal. ». 3. Artikel 4 wordt vervangen door : « Artikel 4 Algemene benadering De ACS-staten bepalen de beginselen, strategieën en modellen voor de ontwikkeling van hun economie en hun samenleving in volledige soevereiniteit.Zij stellen samen met de Gemeenschap de samenwerkingsprogramma's vast waarin de Overeenkomst voorziet. De partijen erkennen echter dat niet-overheidsactoren, nationale parlementen van de ACS-staten en plaatselijke gedecentraliseerde overheden in het ontwikkelingsproces een complementaire rol kunnen spelen en daartoe een bijdrage kunnen leveren, met name op nationaal en regionaal niveau. Niet-overheidsactoren, nationale parlementen van de ACS-staten en plaatselijke gedecentraliseerde overheden worden daartoe in voorkomend geval, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de Overeenkomst, op de volgende wijze bij het proces betrokken : - zij worden ingelicht en betrokken bij overleg over samenwerkingsbeleid en samenwerkingsstrategie, over samenwerkingsprioriteiten, met name op terreinen die hen aangaan of rechtstreeks betreffen, en over de politieke dialoog; - hun wordt op kritieke gebieden steun verleend ter versterking van hun capaciteiten en vermogens, met name ten aanzien van organisatie en representatie en de instelling van mechanismen voor overleg, met inbegrip van communicatielijnen en dialoog, alsmede ter bevordering van strategische allianties. Niet-overheidsactoren en plaatselijke gedecentraliseerde overheden : - krijgen, waar nodig, op de voorwaarden als in de Overeenkomst vastgesteld, financiële middelen ter beschikking gesteld om het proces van plaatselijke ontwikkeling te steunen; - worden waar nodig betrokken bij de tenuitvoerlegging van samenwerkingsprojecten en -programma's op terreinen die hen aangaan of waarop zij een relatief voordeel hebben. ». 4. Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd : a) lid 1 wordt vervangen door : « 1.De actoren van de samenwerking zijn : a) overheden (plaatselijk, regionaal en nationaal), alsmede nationale parlementen van de ACS-staten;b) regionale ACS-organisaties en de Afrikaanse Unie;voor de toepassing van deze Overeenkomst worden onder « regionale organisaties » en « het regionale niveau » tevens subregionale organisaties en het subregionale niveau verstaan; c) buiten de overheid : - de particuliere sector; « de economische en sociale partners, onder andere vakbondsorganisaties; - de civiele samenleving in al haar verschijningsvormen, overeenkomstig de nationale kenmerken. »; b) [Niet van toepassing op de Nederlandse versie.] 5. Artikel 8 wordt vervangen door : « Artikel 8 Politieke dialoog 1.De partijen gaan regelmatig een brede, evenwichtige en diepgaande politieke dialoog aan, die tot verbintenissen van beide zijden leidt. 2. Het doel van deze dialoog is het uitwisselen van informatie, het bevorderen van het wederzijdse begrip en het vereenvoudigen van de totstandkoming van overeengekomen prioriteiten en gemeenschappelijke agendapunten, met name door te erkennen dat de verschillende aspecten van de betrekkingen tussen de partijen verband houden, met de diverse samenwerkingsterreinen waarin deze Overeenkomst voorziet.De dialoog dient het overleg tussen de partijen in internationale fora te vereenvoudigen en hun samenwerking te versterken, en een stelsel van effectief multilateralisme te bevorderen en in stand te houden. De dialoog moet tevens voorkomen dat situaties ontstaan waarin een partij het noodzakelijk acht een beroep te doen op de overlegprocedures van de artikelen 96 en 97. 3. De dialoog heeft betrekking op alle doelstellingen van de Overeenkomst, alsmede alle vraagstukken van gemeenschappelijk, algemeen of regionaal belang, met inbegrip van vraagstukken betreffende regionale of continentale integratie.Door middel van de dialoog dragen de partijen bij tot vrede, veiligheid en stabiliteit, en bevorderen zij de totstandkoming van een stabiel en democratisch politiek klimaat. De dialoog omvat samenwerkingsstrategieën, waaronder de agenda voor de doeltreffendheid van hulp, en wereldwijde en sectorale beleidsvraagstukken, zoals milieu, klimaatverandering, gendervraagstukken, migratie en vraagstukken in verband met het cultureel erfgoed. De dialoog betreft voorts algemeen en sectoraal beleid van beide partijen dat van invloed kan zijn op de verwezenlijking van de doelstellingen van de ontwikkelingssamenwerking. 4. De dialoog concentreert zich onder meer op specifieke politieke vraagstukken van gemeenschappelijk belang of van algemene betekenis voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst, zoals de wapenhandel, buitensporige militaire uitgaven, drugs, georganiseerde criminaliteit en kinderarbeid, alsook discriminatie op welke grond dan ook, zoals ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of sociale afkomst, vermogen, geboorte of andere status.In het kader van de dialoog wordt voorts regelmatig geëvalueerd welke de ontwikkelingen zijn ten aanzien van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur. 5. Een op brede basis gestoeld beleid ter bevordering van de vrede en ter voorkoming, beheersing en oplossing van gewelddadige conflicten is een belangrijk onderdeel van de dialoog;het streven naar vrede en democratische stabiliteit dient bij de vaststelling van de prioriteitsgebieden voor de samenwerking volledig in aanmerking te worden genomen. Bij de dialoog in dit verband worden de relevante regionale ACS-organisaties en de Afrikaanse Unie, waar van toepassing, ten volle betrokken. 6. De dialoog wordt op flexibele wijze gevoerd.De dialoog verloopt naargelang de behoefte formeel of informeel, en wordt gevoerd zowel binnen als buiten het institutionele kader, met inbegrip van de ACS-groep en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, in een passende vorm en op passend niveau, onder meer op nationaal, regionaal en continentaal niveau of voor de gehele ACS. 7. Regionale organisaties en vertegenwoordigers van organisaties van het maatschappelijk middenveld worden bij de dialoog betrokken, alsook waar van toepassing de nationale parlementen van de ACS-staten.8. Waar dat passend is, en om situaties te vermijden waarin een partij het noodzakelijk acht een beroep te doen op de overlegprocedure van artikel 96, dient overeenkomstig de modaliteiten van bijlage VII, een systematische en geformaliseerde dialoog te worden gevoerd die betrekking heeft op de essentiële elementen.». 6. Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door : « Goed bestuur, waarop het partnerschap tussen ACS en EU berust, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen, en is een fundamenteel element van deze Overeenkomst.De partijen komen overeen dat ernstige gevallen van corruptie, met inbegrip van omkoping die tot dergelijke corruptie leidt, als bedoeld in artikel 97, een schending van dit element inhouden. »; b) aan lid 4 wordt de volgende alinea toegevoegd : « De beginselen die ten grondslag liggen aan de in dit artikel vastgestelde essentiële en fundamentele elementen zijn gelijkelijk van toepassing op enerzijds de ACS-staten en anderzijds de Europese Unie en haar lidstaten.». 7. Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd : a) lid 1, tweede streepje, wordt vervangen door : « - sterkere betrokkenheid van de nationale parlementen van de ACS-staten, plaatselijke gedecentraliseerde overheden en een actieve, georganiseerde civiele samenleving en de particuliere sector.»; b) in lid 2 wordt voor het woord « markteconomie » het woord « sociale » ingevoegd.8. Artikel 11 wordt vervangen door : « Artikel 11 Vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing, respons op onstabiele situaties 1.De partijen erkennen dat duurzame vrede en veiligheid niet mogelijk zijn zonder ontwikkeling en zonder terugdringing van de armoede en dat duurzame ontwikkeling niet mogelijk is zonder vrede en veiligheid. De partijen voeren een actief, veelomvattend en geïntegreerd beleid inzake vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing en menselijke veiligheid, en pakken onstabiele situaties aan in het kader van het partnerschap. Dit beleid wordt gebaseerd op het beginsel van eigen inbreng en richt zich met name op de opbouw van capaciteiten op nationaal, regionaal en continentaal vlak en op het voorkomen van gewelddadige conflicten in een vroeg stadium, door de onderliggende oorzaken, waaronder armoede, op gerichte wijze en met een passende combinatie van alle beschikbare instrumenten aan te pakken. De partijen erkennen dat moet worden opgetreden tegen nieuwe of zich uitbreidende bedreigingen voor de veiligheid, zoals georganiseerde misdaad, piraterij en de smokkel van met name mensen, drugs en wapens. Ook moeten de gevolgen van mondiale problemen, zoals turbulentie op de internationale financiële markt, klimaatverandering en pandemieën, in aanmerking worden genomen. De partijen onderstrepen de belangrijke rol van regionale organisaties bij vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing en bij het aanpakken van nieuwe of zich uitbreidende bedreigingen voor de veiligheid; in Afrika, heeft de Afrikaanse Unie een sleutelverantwoordelijkheid in dit verband. 2. De onderlinge afhankelijkheid van veiligheid en ontwikkeling is het uitgangspunt van de activiteiten op het gebied van vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing, waarbij een combinatie van benaderingen voor de korte en lange termijn wordt toegepast, die verder gaat dan uitsluitend crisisbeheersing.De activiteiten voor de aanpak van nieuwe of zich uitbreidende bedreigingen voor de veiligheid bieden steun voor onder andere de wetshandhaving, met inbegrip van samenwerking op het gebied van grenscontroles, verbetering van de veiligheid van de internationale toeleveringsketen en versterking van de bescherming van lucht-, zee- en wegvervoer. De activiteiten op het gebied van vredesopbouw, conflictpreventie en conflictoplossing houden met name in : steun voor de evenwichtige verdeling van politieke, economische, sociale en culturele kansen onder alle geledingen van de samenleving, steun voor versterking van de democratische legitimiteit en de effectiviteit van het bestuur, steun voor de totstandbrenging van effectieve instrumenten voor de vreedzame verzoening van groepsbelangen, steun voor de actieve betrokkenheid van vrouwen, steun voor het overbruggen van scheidslijnen tussen verschillende geledingen van de samenleving en steun voor een actieve en georganiseerde civiele samenleving. In dit verband wordt bijzondere aandacht gegeven aan de ontwikkeling van systemen voor vroegtijdige waarschuwing en mechanismen voor vredesopbouw waarmee wordt bijgedragen tot het voorkomen van conflicten. 3. Andere relevante activiteiten in dit verband zijn onder meer : steun voor bemiddeling, onderhandelingen en verzoening, steun voor effectief regionaal beheer van gedeelde schaarse natuurlijke hulpbronnen, steun voor demobilisatie van voormalige strijdenden en hun reïntegratie in de samenleving, steun voor het aanpakken van het probleem van kindsoldaten en het geweld tegen vrouwen en kinderen.Er worden passende maatregelen getroffen om de militaire uitgaven en de wapenhandel tot een verantwoord niveau terug te brengen, onder meer door steun te verlenen ter bevordering en toepassing van overeengekomen gedragsnormen en gedragscodes, en om activiteiten die conflicten aanjagen tegen te gaan. 3bis. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de bestrijding van antipersoneelmijnen en ontplofbare oorlogsresten en de aanpak van de illegale vervaardiging, de illegale overdracht, het illegale verkeer en de illegale accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, met inbegrip van de aanpak van ondeugdelijk beveiligde en beheerde voorraden en hun ongecontroleerde verspreiding. De partijen komen overeen hun respectieve verplichtingen krachtens alle desbetreffende internationale verdragen en instrumenten te coördineren, na te komen en ten volle ten uitvoer te leggen, en daartoe op nationaal, regionaal en continentaal niveau samen te werken. 3ter. De partijen komen tevens overeen samen te werken bij het voorkomen van activiteiten van huurlingen, overeenkomstig hun verplichtingen op grond van alle desbetreffende internationale verdragen en instrumenten en hun respectieve wet- en regelgeving. 4. Teneinde onstabiele situaties op strategische en doeltreffende wijze aan te pakken, wisselen de partijen informatie uit en faciliteren zij een preventieve aanpak, waarbij diplomatieke middelen, beveiliging en ontwikkelingssamenwerking op samenhangende wijze worden ingezet.Zij bereiken overeenstemming over de beste manier om het vermogen van staten om hun kerntaken te vervullen te versterken en de politieke wil tot hervorming te stimuleren met inachtneming van het beginsel van eigen inbreng. In onstabiele situaties is politieke dialoog van bijzonder belang en moet deze verder worden uitgebouwd en versterkt. 5. In gewelddadige conflictsituaties nemen de partijen alle passende maatregelen om escalatie van het geweld te voorkomen en de territoriale uitbreiding ervan te beperken, en een vreedzame beslechting van geschillen te bevorderen.In het bijzonder moet erop worden toegezien dat de voor samenwerking bestemde financiële middelen benut worden in overeenstemming met de beginselen en doelstellingen van de Overeenkomst, en moet worden voorkomen dat deze middelen voor offensieve doeleinden worden misbruikt. 6. In postconflictsituaties nemen de partijen alle passende maatregelen om de situatie tijdens het overgangsproces te stabiliseren, teneinde het herstel van een niet-gewelddadige, stabiele en democratische situatie te bevorderen.De partijen zien toe op de totstandkoming van de noodzakelijke koppeling tussen noodmaatregelen, herstel en ontwikkelingssamenwerking. 7. De partijen bevorderen het versterken van vrede en internationale gerechtigheid en bevestigen hun vastberadenheid om : - ervaringen te delen inzake de vaststelling van juridische aanpassingen ten behoeve van de bekrachtiging en tenuitvoerlegging van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof;en - internationale criminaliteit te bestrijden overeenkomstig het internationale recht, met inachtneming van het Statuut van Rome. De partijen streven ernaar maatregelen te nemen ten behoeve van de bekrachtiging en tenuitvoerlegging van het Statuut van Rome en daarmee samenhangende instrumenten. ». 9. Artikel 12 wordt vervangen door : « Artikel 12 Coherentie van het Gemeenschapsbeleid en de impact daarvan op de uitvoering van de overeenkomst De partijen verbinden zich ertoe de beleidscoherentie inzake ontwikkeling op doelgerichte, strategische en op partnerschap berustende wijze te bevorderen, onder andere door versterking van de dialoog op het gebied van beleidscoherentie inzake ontwikkeling.De Unie erkent dat de Unie met haar beleid op andere gebieden dan ontwikkeling steun kan verlenen aan de ontwikkelingsprioriteiten van de ACS-staten, overeenkomstig de doelstellingen van deze Overeenkomst. Op deze grondslag verbetert de Unie de samenhang van die beleidsgebieden teneinde de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken. Onverminderd artikel 96 stelt de Gemeenschap, indien zij voornemens is bij de uitvoering van haar bevoegdheden een maatregel te nemen die, gelet op de doelstellingen van de Overeenkomst, van invloed kan zijn op de belangen van de ACS-staten, de ACS-groep daarvan tijdig in kennis. Met het oog hierop houdt de Commissie het secretariaat van de ACS-groep op de hoogte van geplande voorstellen en doet zij haar voorstellen voor maatregelen van deze aard tegelijkertijd aan dit secretariaat toekomen. Zo nodig kan ook op initiatief van de ACS-staten een verzoek om inlichtingen worden ingediend. Op verzoek van deze staten vindt onverwijld overleg plaats opdat, voordat een definitief besluit wordt genomen, rekening kan worden gehouden met hun bezwaren ten aanzien van de gevolgen van deze maatregelen. Na dit overleg kunnen de ACS-staten en de ACS-groep hun bezwaren bovendien schriftelijk aan de Gemeenschap zo vlug mogelijk kenbaar maken en voorstellen voor wijzigingen doen die aangeven hoe hun bezwaren ondervangen moeten worden. Indien de Gemeenschap geen gevolg geeft aan de voorstellen van de ACS-staten, stelt zij de ACS-staten daar zo spoedig mogelijk van in kennis, onder opgave van redenen. De ACS-groep wordt tevens, indien mogelijk tevoren, toereikende informatie verstrekt over de inwerkingtreding van deze besluiten. ». 10. Artikel 14 wordt vervangen door : « Artikel 14 Gezamenlijke instellingen 1.De instellingen in het kader van deze Overeenkomst zijn de Raad van ministers, het Comité van Ambassadeurs en de Paritaire Parlementaire Vergadering. 2. De gezamenlijke instellingen, alsmede de instellingen die bij economische partnerschapsovereenkomsten zijn ingesteld, streven naar coördinatie, coherentie en complementariteit en doeltreffende wederzijdse informatieverstrekking, onverminderd de desbetreffende bepalingen van reeds bestaande of toekomstige economische partnerschapsovereenkomsten.11. Het volgende artikel wordt ingevoegd : « Artikel 14bis Bijeenkomsten van staatshoofden en regeringsleiders De partijen komen bijeen op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders in een door de partijen overeen te komen passende vorm.». 12. Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 1 wordt de derde alinea vervangen door : « De Raad van ministers komt, op initiatief van de voorzitter, in de regel eenmaal per jaar bijeen, alsmede in alle gevallen wanneer zulks noodzakelijk wordt geacht, in een vorm en een geografische samenstelling die passend zijn voor de te bespreken vraagstukken. Dergelijke bijeenkomsten bieden de gelegenheid tot overleg op hoog niveau over aangelegenheden die voor de partijen van specifiek belang zijn, ter aanvulling van de werkzaamheden van het bij artikel 38 ingestelde Gemengd ministerieel Handelscomité en het bij artikel 83 ingestelde ACS-EG-Comité voor samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering, die als input dienen voor de reguliere jaarlijkse bijeenkomsten van de Raad van ministers. »; b) in lid 3 wordt de tweede alinea vervangen door : « De Raad van ministers kan besluiten nemen die voor de partijen bindend zijn en op de reguliere jaarlijkse bijeenkomsten of door middel van een schriftelijke procedure resoluties, aanbevelingen en adviezen formuleren.Hij brengt over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst jaarlijks verslag uit aan de Paritaire Parlementaire Vergadering. Hij bestudeert resoluties en aanbevelingen van de Paritaire Parlementaire Vergadering en neemt die in overweging. ». 13. Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd : a) lid 2 wordt als volgt gewijzigd : i) het derde en het vierde streepje worden vervangen door : « - bespreking van vraagstukken met betrekking tot ontwikkeling en het partnerschap tussen ACS en EU, zoals economische partnerschapsovereenkomsten, andere handelsregelingen, het Europees Ontwikkelingsfonds en landenstrategiedocumenten en regionale strategiedocumenten.Met het oog hierop doet de Commissie deze strategiedocumenten ter informatie toekomen aan de Paritaire Parlementaire Vergadering; - bespreking van het jaarverslag van de Raad van ministers over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en aanneming van resoluties en formulering van aanbevelingen aan de Raad van ministers met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst; »; ii) het volgende streepje wordt toegevoegd : « - bevordering van institutionele ontwikkeling en versterking van de capaciteit van de nationale parlementen overeenkomstig artikel 33, lid 1, van deze Overeenkomst. »; b) lid 3 wordt vervangen door : « 3.De Paritaire Parlementaire Vergadering komt twee maal per jaar in voltallige vergadering bijeen, bij toerbeurt in de Europese Unie en in een ACS-staat. Teneinde de regionale integratie te versterken en de samenwerking tussen de nationale parlementen te bevorderen, worden op regionaal niveau bijeenkomsten tussen parlementsleden van de EU en de ACS-staten gehouden. Bij de organisatie van deze bijeenkomsten op regionaal niveau worden de doelstellingen van artikel 14, lid 2, in aanmerking genomen. ». 14. Artikel 19, lid 2, wordt vervangen door : « 2.Bij de samenwerking wordt uitgegaan van de conclusies van de conferenties van de Verenigde Naties en de op internationaal niveau overeengekomen doelstellingen, oogmerken en actieprogramma's, alsmede van de follow-up daarvan, als basis voor ontwikkelingsprincipes. Bij de samenwerking wordt mede uitgegaan van de doelstellingen van de internationale ontwikkelingssamenwerking; voorts wordt bijzondere aandacht geschonken aan de totstandbrenging van kwalitatieve en kwantitatieve voortgangsindicatoren. De partijen streven gezamenlijk naar snellere vooruitgang met betrekking tot de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. ». 15. Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd : a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd : i) het inleidend gedeelte wordt vervangen door : « 1.De doelstellingen van de ACS-EG-ontwikkelingssamenwerking dienen te worden bereikt door middel van geïntegreerde strategieën waarvan de economische, maatschappelijke, culturele, institutionele en milieuelementen in de lokale gemeenschap geworteld zijn. De samenwerking vormt aldus een samenhangend kader op basis waarvan steun kan worden verleend ten behoeve van de eigen ontwikkelingsstrategieën van de ACS-staten, waarbij gezorgd dient te worden voor complementariteit en interactie tussen de verschillende elementen, met name op nationaal en regionaal niveau en tussen die niveaus. In deze context, en binnen het kader van het ontwikkelingsbeleid en de hervormingen van de ACS-staten, zijn de ACS-EG-samenwerkingsstrategieën op nationaal en waar van toepassing regionaal niveau gericht op : »; ii) punt a) wordt vervangen door : « a) de verwezenlijking van snelle en duurzame, werkgelegenheid creërende economische groei, de ontwikkeling van de particuliere sector, de bevordering van de werkgelegenheid, de verbetering van de toegang tot productieve economische activiteiten en hulpmiddelen; »; iii) het volgende punt wordt toegevoegd : « aa) stimulering van regionale samenwerking en integratie; »; b) lid 2 wordt vervangen door : « 2.Er dient systematisch op te worden toegezien dat de volgende thematische of algemene onderwerpen aan de orde worden gesteld op alle samenwerkingsgebieden : mensenrechten, gendervraagstukken, democratie, goed bestuur, milieuduurzaamheid, klimaatverandering, overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten en institutionele ontwikkeling en capaciteitsopbouw. Deze gebieden komen tevens in aanmerking voor steun van de Gemeenschap. ». 16. Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd : a) in het inleidend gedeelte van lid 1 wordt voor het woord « investeringen » het woord « particuliere » geschrapt; b) [Niet van toepassing op de Nederlandse versie.]; c) lid 5 wordt vervangen door : « 5.De steun voor investeringen en ontwikkeling van de particuliere sector omvat acties en initiatieven op macro-, meso- en micro-economisch niveau en bevordert het streven naar innovatieve financieringsmechanismen, waaronder het combineren en benutten van particuliere en openbare bronnen van ontwikkelingsfinanciering. »; d) het volgende lid wordt toegevoegd : « 6.De samenwerking ondersteunt investeringen van de openbare sector in basisinfrastructuur, die gericht zijn op ontwikkeling van de particuliere sector, economische groei en uitroeiing van de armoede. ». 17. In artikel 22, lid 1, onder b), wordt het inleidend gedeelte vervangen door : « b) de tenuitvoerlegging van structureel beleid dat erop is gericht de rol van de verschillende actoren, in het bijzonder van de particuliere sector, te versterken en een voor een sterkere mobilisatie van binnenlandse middelen en de groei van bedrijfsleven, investeringen en werkgelegenheid bevorderlijk klimaat te creëren, en tevens is gericht op : ».18. Artikel 23 wordt vervangen door : « Artikel 23 Economische en sectorale ontwikkeling In het kader van de samenwerking dient steun te worden verleend voor duurzame beleidslijnen en institutionele hervormingen en voor de nodige investeringen voor een gelijke toegang tot economische activiteiten en productiemiddelen, in het bijzonder : a) de ontwikkeling van opleidingssystemen die bijdragen tot de verhoging van de productiviteit in de formele en informele sector;b) kapitaal, krediet, grond, met name wat eigendomsrechten en gebruik betreft;c) de ontwikkeling van plattelandsstrategieën gericht op de totstandkoming van een kader voor participatieve gedecentraliseerde planning, toewijzing en beheer van hulpbronnen;d) de ontwikkeling van strategieën ter verbetering van de landbouwproductie en -productiviteit in de ACS-staten door met name de noodzakelijke financiering te verstrekken voor landbouwonderzoek, landbouwinputs en -diensten, ondersteunende plattelandsinfrastructuur en risicovermindering en -beheersing.De steun omvat openbare en particuliere investeringen in de landbouw, stimulering van de ontwikkeling van landbouwbeleid en -strategieën, versterking van organisaties van landbouwers en de particuliere sector, beheer van natuurlijke hulpbronnen, en ontwikkeling en werking van de landbouwmarkten. De strategieën voor de landbouwproductie versterken het nationale en regionale beleid voor voedselzekerheid en de regionale integratie. De samenwerking in dit verband ondersteunt de inspanningen van de ACS-staten om de concurrentiepositie van hun grondstoffenexport te versterken en hun strategieën voor de grondstoffenexport aan te passen aan de ontwikkeling van de handelsvoorwaarden; e) duurzame ontwikkeling van de watervoorraden op basis van de beginselen van geïntegreerd beheer van de watervoorraden, waardoor een rechtvaardige en duurzame verdeling van gemeenschappelijke watervoorraden over de verschillende soorten gebruik daarvan wordt gewaarborgd;f) duurzame ontwikkeling van aquacultuur en visserij, met inbegrip van zowel de binnenvisserij als de mariene rijkdommen binnen de exclusieve economische zones van de ACS-staten;g) economische en technologische infrastructuur en diensten, inclusief vervoer, telecommunicatiesystemen, communicatiediensten en ontwikkeling van de informatiemaatschappij;h) ontwikkeling van een concurrerende industrie-, mijnbouw- en energiesector, inclusief stimulering van de betrokkenheid en ontwikkeling van de particuliere sector;i) ontwikkeling van de handel, inclusief de bevordering van eerlijke handel;j) ontwikkeling van het bedrijfsleven, de financiële sector en het bankwezen;en andere dienstensectoren; k) ontwikkeling van het toerisme;l) ontwikkeling van infrastructuur en diensten ten behoeve van wetenschap, technologie en onderzoek;inclusief stimulering, overdracht en toepassing van nieuwe technologieën; m) versterking van de capaciteit in productieve sectoren, met name in de publieke en particuliere sector;n) bevordering van traditionele kennis;en o) ontwikkeling en tenuitvoerlegging van specifieke aanpassingsstrategieën ter vermindering van de gevolgen van het verlies van preferenties, zo mogelijk met inachtneming van de activiteiten onder a) tot en met n).». 19. Het volgende artikel wordt ingevoegd : « Artikel 23bis Visserij Gezien de sleutelrol die visserij en aquacultuur in de ACS-staten spelen door hun positieve bijdrage aan de werkgelegenheid, het genereren van inkomsten, de voedselzekerheid en de middelen van bestaan van plattelands- en kustgemeenschappen en daardoor aan de bestrijding van armoede, wordt de samenwerking gericht op de verdere ontwikkeling van de aquacultuursector en de visserijsector in de ACS-staten, teneinde de sociale en economische voordelen van deze sectoren op duurzame wijze te vergroten. De samenwerkingsprogramma's en -activiteiten ondersteunen onder andere de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van strategieën en beheersplannen voor de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur en de visserij in de ACS-staten en -regio's, de integratie van de aquacultuur en de visserij in de nationale en regionale ontwikkelingsstrategieën, de ontwikkeling van de infrastructuur en de technische kennis om de ACS-staten in staat te stellen een maximale duurzame opbrengst te behalen uit hun visserij en aquacultuur, de opbouw van de capaciteit van de ACS-staten om externe problemen te overwinnen die verhinderen dat zij hun visserijrijkdommen ten volle kunnen valoriseren, en de stimulering en ontwikkeling van gemeenschappelijke ondernemingen voor investeringen in de visserij- en de aquacultuursector in de ACS-staten. In alle via onderhandelingen tot stand te komen visserijovereenkomsten tussen de Gemeenschap en de ACS-staten dient rekening te worden gehouden met de ontwikkelingsstrategieën op dit gebied. Met wederzijdse instemming kan op hoog niveau, inclusief ministerieel niveau, overleg worden gevoerd over ontwikkeling, verbetering en/of versterking van de ACS-EU-ontwikkelingssamenwerking op het gebied van duurzame aquacultuur en visserij. ». 20. In artikel 25, lid 1, worden de punten a) en b) vervangen door : « a) de verbetering van onderwijs en opleiding op alle niveaus, waarbij gestreefd wordt naar erkenning van hogeronderwijskwalificaties, totstandbrenging van systemen voor kwaliteitsborging in het onderwijs, ook voor onderwijs dat online of met andere niet-conventionele middelen wordt gegeven, en opbouw van technische capaciteit en vaardigheden;b) de verbetering van de stelsels voor gezondheidszorg, in het bijzonder de rechtvaardige toegang tot alomvattende en hoogwaardige gezondheidszorg, en voeding, de uitroeiing van honger en ondervoeding en het garanderen van de voedselvoorziening en de voedselzekerheid, onder meer door het ondersteunen van vangnetten;». 21. Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd : a) de titel wordt vervangen door : « Cultuur en ontwikkeling »;b) punt c) wordt vervangen door : « c) de erkenning, het behoud en de bevordering van de waarde van cultureel erfgoed;de ondersteuning van de ontwikkeling van de capaciteit in deze sector; »; c) de volgende punten worden toegevoegd : « e) de erkenning en ondersteuning van de rol van cultuuractoren en cultuurnetwerken en hun bijdrage aan duurzame ontwikkeling;en f) de bevordering van de culturele dimensie in het onderwijs en de deelname van jongeren aan culturele activiteiten.». 22. De artikelen 28, 29 en 30 worden vervangen door : « Artikel 28 Algemene benadering 1.In het kader van de samenwerking tussen EU en ACS wordt effectieve bijstand verleend ter verwezenlijking van de doelstellingen en prioriteiten van de ACS-staten in de context van regionale samenwerking en integratie. 2. Overeenkomstig de in de artikelen 1 en 20 vastgestelde algemene doelstellingen beoogt de samenwerking tussen ACS en EU : a) bevordering van vrede en stabiliteit en de preventie en oplossing van conflicten;b) bevordering van economische ontwikkeling en economische samenwerking door opbouw van grotere markten, vrij verkeer van personen, goederen, diensten, kapitaal, arbeid en technologie tussen de ACS-staten, snellere diversifiëring van de economieën van de ACS-staten, bevordering en uitbreiding van het handelsverkeer tussen de ACS-staten onderling en met derde landen, en geleidelijke integratie van de ACS-staten in de wereldeconomie;c) bevordering van het beheer van uitdagingen op het gebied van duurzame ontwikkeling met een transnationale dimensie door onder andere coördinatie en harmonisatie van regionaal samenwerkingsbeleid.3. In overeenstemming met de voorwaarden van artikel 58 biedt de samenwerking tevens ondersteuning voor interregionale en intra-ACS-samenwerking, waarbij bijvoorbeeld betrokken zijn : a) een of meer regionale ACS-organisaties, ook op continentaal niveau;b) Europese landen en gebieden overzee en ultraperifere regio's;c) ontwikkelingslanden die niet tot de ACS-groep behoren. Artikel 29 ACS-EU-samenwerking ter ondersteuning van regionale samenwerking en integratie 1. De samenwerking op het gebied van stabiliteit, vrede en conflictpreventie ondersteunt : a) de bevordering en ontwikkeling van een regionale politieke dialoog op gebieden als conflictpreventie en -oplossing, mensenrechten en democratisering, uitwisseling, netwerkvorming en bevordering van de mobiliteit van de verschillende actoren van de ontwikkeling, met name de civiele samenleving;b) de bevordering van regionale initiatieven en regionaal beleid inzake veiligheidsgerelateerde vraagstukken, zoals wapenbe …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.