← België

Wet houdende instemming met de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en

In het kort

Deze wet bekrachtigt een Europees-mediterrane Overeenkomst die een associatie tot stand brengt tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, en de Arabische Republiek Egypte. Het doel is om de politieke, economische en sociale betrekkingen te versterken en een vrijhandelszone te creëren.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

Wettekst

Wet houdende instemming met de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lid-Staten, enerzijds, en de Arabische Republi

Artikel 18

Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.

Artikel 19

Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.

Artikel 20Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.

1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong - Artikel 21 Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring - Artikel 22 Toegelaten exporteurs - Artikel 23 Geldigheid van het bewijs van oorsprong - Artikel 24 Overlegging van het bewijs van oorsprong - Artikel 25 Invoer in deelzendingen - Artikel 26 Vrijstelling van bewijs van oorsprong - Artikel 27 Ondersteunende documenten - Artikel 28 Bewaring van het bewijs van oorsprong en de ondersteunende documenten - Artikel 29 Verschillen en vormfouten - Artikel 30 In euro uitgedrukte bedragen INHOUD TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN - Artikel 1 Definities TITEL II. - DEFINITIE VAN HET BEGRIP "PRODUCTEN VAN OORSPRONG" - Artikel 2 Algemene voorwaarden - Artikel 3 Bilaterale cumulatie van de oorsprong - Artikel 4 Diagonale cumulatie van de oorsprong - Artikel 5 Geheel en al verkregen producten - Artikel 6 Toereikende bewerking of verwerking - Artikel 7 Ontoereikende bewerking of verwerking - Artikel 8 Determinerende eenheid - Artikel 9 Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen - Artikel 10 Stellen of assortimenten - Artikel 11 Neutrale elementen TITEL III. - TERRITORIALE VOORWAARDEN - Artikel 12 Territorialiteitsbeginsel - Artikel 13 Rechtstreeks vervoer - Artikel 14 Tentoonstellingen TITEL VI. - REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING - Artikel 31 Wederzijdse bijstand - Artikel 32 Controle van bewijzen van oorsprong - Artikel 33 Beslechting van geschillen - Artikel 34 Sancties - Artikel 35 Vrije zones TITEL VII. - CEUTA EN MELILLA - Artikel 36 Toepassing van het protocol - Artikel 37 Bijzondere voorwaarden TITEL VIII. - SLOTBEPALINGEN - Artikel 38 Wijziging van het protocol - Artikel 39 Tenuitvoerlegging van het protocol - Artikel 40 Goederen in doorvoer of in opslag BIJLAGEN BIJLAGE I : Aantekeningen bij de lijst in bijlage II BIJLAGE II : Oorsprongverlenende be- of verwerkingen BIJLAGE IIA : Oorsprongverlenende be of verwerkingen als bedoeld in artikel 6, lid 2 BIJLAGE III : Producten van oorsprong uit Turkije waarop artikel 4 niet van toepassing is, opgesomd in de volgorde van de indeling in het geharmoniseerde systeem BIJLAGE IV : Certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 en aanvraag van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 BIJLAGE V : Factuurverklaring BIJLAGE VI : Gemeenschappelijke verklaringen TITEL I. - Algemene bepalingen ARTIKEL 1 Definities Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder :

  1. a)"vervaardiging" : elk type be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
  2. b)"materiaal" : alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen en dergelijke die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
  3. c)"product" : het verkregen product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
  4. d)"goederen" : zowel materialen als producten;
  5. e)"douanewaarde" : de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);
  6. f)"prijs af fabriek" : de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Egypte in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, mits in die prijs de waarde van alle gebruikte materialen is inbegrepen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
  7. g)"waarde van de materialen" : de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in Egypte is betaald;
  8. h)"waarde van de materialen van oorsprong" : de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
  9. i)"toegevoegde waarde" : de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte producten van oorsprong uit andere landen dan die waarin die producten zijn verkregen;
  10. j)"hoofdstukken" en "posten" : de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol "geharmoniseerd systeem" of "GS" genoemd;
  11. k)"ingedeeld" : de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
  12. l)"zending" : producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van één vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, één factuur;
  13. m)"gebieden" : ook de territoriale wateren. TITEL II. - Definitie van het begrip "producten van oorsprong" ARTIKEL 2 Algemene voorwaarden 1. Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap :
  14. a)geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 5 van dit protocol;
  15. b)in de Gemeenschap verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6 van dit protocol.2. Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit Egypte :
  16. a)geheel en al in Egypte verkregen producten, in de zin van artikel 5 van dit protocol;
  17. b)in Egypte verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Egypte een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6 van dit protocol. ARTIKEL 3 Bilaterale cumulatie van de oorsprong 1. Materialen van oorsprong uit de Gemeenschap worden beschouwd als materialen van oorsprong uit Egypte, indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen.Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 7, lid 1, van dit protocol genoemde be- of verwerkingen. 2. Materialen van oorsprong uit Egypte worden beschouwd als materialen van oorsprong uit de Gemeenschap, indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen.Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een beof verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 7, lid 1, van dit protocol genoemde be- of verwerkingen. ARTIKEL 4 Diagonale cumulatie van de oorsprong 1. Met inachtneming van het bepaalde in de leden 2 en 3 worden materialen die van oorsprong zijn uit Algerije, Cyprus, Israël, Jordanië, Libanon, Malta, Marokko, Syrië, Tunesië, Turkije;of de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, in de zin van de overeenkomsten tussen de Gemeenschap en Egypte en die landen, beschouwd als materialen van oorsprong uit de Gemeenschap dan wel Egypte, indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen "toereikende be- of verwerkingen" hebben ondergaan. De in dit artikel bedoelde cumulatie geldt niet voor materialen van oorsprong uit Turkije die in de lijst van bijlage III bij dit protocol zijn vermeld. 2. Producten die op grond van lid 1 de oorsprong hebben verkregen worden uitsluitend als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Egypte beschouwd, wanneer de aldaar toegevoegde waarde hoger is dan de waarde van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de in lid 1 genoemde andere landen.Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het in lid 1 genoemde land waar de meeste waarde is toegevoegd aan de gebruikte materialen van oorsprong. Bij het bepalen van de oorsprong wordt geen rekening gehouden met materialen van oorsprong uit de in lid 1 genoemde andere landen die in de Gemeenschap of in Egypte een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan. 3. De in dit artikel bedoelde cumulatieregels zijn uitsluitend van toepassing op materialen die hun oorsprongs-karakter hebben verkregen krachtens oorsprongsregels welke identiek zijn met die van dit protocol.De Gemeenschap en Egypte verstrekken elkaar, door tussenkomst van de Europese Commissie, nadere bijzonderheden over de overeenkomsten en de daarin opgenomen oorsprongsregels die met de in lid 1 genoemde andere landen zijn gesloten. 4. Zodra aan de eisen van lid 3 is voldaan en een datum voor de inwerkingtreding van deze bepalingen is vastgesteld, leeft iedere partij de op haar rustende kennisgevingsverplichtingen na. ARTIKEL 5 Geheel en al verkregen producten 1. Als geheel en al in de Gemeenschap of in Egypte verkregen worden beschouwd :
  18. a)aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen producten;
  19. b)aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
  20. c)aldaar geboren en opgefokte levende dieren;
  21. d)producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
  22. e)voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;
  23. f)producten van de zeevisserij en andere door hun schepen buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of van Egypte uit de zee gewonnen producten;
  24. g)producten uitsluitend uit de onder
  25. f)bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;
  26. h)aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
  27. i)afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;
  28. j)producten, gewonnen uit de zeebodem of -ondergrond buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;
  29. k)goederen die aldaar uitsluitend uit de onder
  30. a)tot en met
  31. j)bedoelde producten zijn vervaardigd.2. De termen "hun schepen" en "hun fabrieksschepen" in lid l, onder
  32. f)en g), zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen :
  33. a)die in een lid-Staat van de Gemeenschap of in Egypte zijn ingeschreven of geregistreerd;
  34. b)die de vlag van een lid-Staat van de Gemeenschap of van Egypte voeren;
  35. c)die voor ten minste 50 percent toebehoren aan onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Egypte of aan een onderneming die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn een lid-Staat van de Gemeenschap of van Egypte, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen van deze staten toebehoort;
  36. d)waarvan de kapitein en de officieren onderdaan zijn van een lid-Staat van de Gemeenschap of van Egypte;en
  37. e)waarvan de bemanning voor ten minste 75 percent uit onderdanen van lid-Staten van de Gemeenschap of van Egypte bestaat. ARTIKEL 6 Toereikende bewerking of verwerking 1. Niet geheel en al verkregen producten worden geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan in de zin van artikel 2, indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage Il is voldaan. Deze voorwaarden geven voor alle onder deze overeenkomst vallende producten aan welke be- of verwerkingen niet van oorsprong zijnde materialen moeten ondergaan om het karakter van product van oorsprong te verkrijgen, en zijn slechts op deze materialen van toepassing. Dit betekent dat indien een product dat de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst voor dat product heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden. Er wordt dan geen rekening gehouden met niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 worden in bijlage IIA vermelde producten die niet geheel en al zijn verkregen, geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan, indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage IIA is voldaan. Het bepaalde in dit lid is gedurende drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst van toepassing. 3. In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst bij de vervaardiging van een bepaald product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt :
  38. a)wanneer de totale waarde ervan niet hoger is dan 10 percent van de prijs af fabriek van het product;
  39. b)wanneer in de lijst een of meer percentages zijn gegeven voor de maximumwaarde van de materialen die niet van oorsprong zijn, en deze percentages door de toepassing van dit lid niet worden overschreden. Dit lid is niet van toepassing op producten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem. 4. De leden 1, 2 en 3 zijn van toepassing onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 7. ARTIKEL 7 Ontoereikende bewerking of verwerking 1. Behoudens het bepaalde in lid 2 worden de volgende be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 6 is voldaan :
  40. a)behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren (luchten, uitspreiden, drogen, koelen, in water zetten waaraan zout, zwaveldioxide of andere producten zijn toegevoegd, verwijderen van beschadigde gedeelten en soortgelijke behandelingen);
  41. b)eenvoudige behandelingen zoals stofvrij maken, zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van stellen en assortimenten van artikelen), wassen, verven en snijden;
  42. c)
  43. i)veranderen van verpakkingen, splitsen en samenvoegen van colli;
  44. ii)eenvoudig verpakken in flessen, zakken, etuis, dozen of blikken, bevestigen op kaartjes of plankjes en dergelijke, en alle andere handelingen in verband met de opmaak;
  45. d)het aanbrengen van merken, etiketten of soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op hun verpakkingen;
  46. e)eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten, indien een of meer bestanddelen van het mengsel niet voldoen aan de voorwaarden van dit protocol om als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Egypte te worden beschouwd;
  47. f)eenvoudig samenvoegen van delen tot een volledig product;
  48. g)twee of meer van de onder
  49. a)tot en met
  50. f)vermelde behandelingen tezamen;
  51. h)het slachten van dieren.2. Om te bepalen of de be- of verwerkingen die een bepaald product heeft ondergaan ontoereikend zijn in de zin van lid 1 worden alle be- of verwerkingen die dit product in de Gemeenschap of in Egypte heeft ondergaan tezamen genomen. ARTIKEL 8 Determinerende eenheid 1. De determinerende eenheid voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol is het product dat volgens de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem als de basiseenheid wordt beschouwd. Hieruit volgt :
  52. a)wanneer een product dat uit een groep of verzameling van artikelen bestaat onder één post van het geharmoniseerde systeem wordt ingedeeld, is het geheel de determinerende eenheid;
  53. b)wanneer een zending bestaat uit een aantal identieke producten die onder dezelfde post van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, moet elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol afzonderlijk worden genomen.2. Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong. ARTIKEL 9 Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie. ARTIKEL 10 Stellen en assortimenten Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem worden als van oorsprong beschouwd, indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt. ARTIKEL 11 Neutrale elementen Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van :
  54. a)energie en brandstof,
  55. b)fabrieksuitrusting;
  56. c)machines en werktuigen;
  57. d)goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen. TITEL III. - Territoriale voorwaarden ARTIKEL 12 Territorialiteitsbeginsel 1. Aan de in titel II genoemde voorwaarden voor het verkrijgen van het karakter van product van oorsprong moet zonder onderbreking in de Gemeenschap of in Egypte zijn voldaan, behoudens het bepaalde in artikel 4.2. Behoudens het bepaalde in artikel 4 worden producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Egypte die naar een ander land worden uitgevoerd en teruggezonden, niet als van oorsprong beschouwd tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat :
  58. a)de teruggekeerde goederen dezelfde zijn als de eerder uitgevoerde goederen;en
  59. b)dat zij tijdens de periode dat ze waren uitgevoerd geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren. ARTIKEL 13 Rechtstreeks vervoer 1. De bij deze overeenkomst vastgestelde preferentiële regeling is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaarden van dit protocol voldoen en die rechtstreeks tussen de Gemeenschap en Egypte of over het grondgebied van een in artikel 4 genoemd ander land zijn vervoerd.Producten die één zending vormen, kunnen via een ander grondgebied worden vervoerd, eventueel met overslag of tijdelijke opslag op dit grondgebied, mits ze in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren. Producten van oorsprong mogen via een pijpleiding door een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap of van Egypte worden vervoerd. 2. Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douaneautoriteiten van het land van invoer :
  60. a)één vervoersdocument dat in het land van uitvoer is opgesteld ter dekking van het vervoer door het land van doorvoer;of
  61. b)een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat, waarin :
  62. i)de producten nauwkeurig zijn omschreven;
  63. ii)de data zijn vermeld waarop de producten gelost en opnieuw geladen zijn, in voorkomend geval onder opgave van de naam van de gebruikte schepen, of van de andere gebruikte vervoermiddelen; en iii) een verklaring betreffende de voorwaarden waarop de producten in het land van doorvoer verbleven; of
  64. c)bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk. ARTIKEL 14 Tentoonstellingen 1. De overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander dan een in artikel 4 genoemd land zijn verzonden en die na de tentoonstelling zijn verkocht en in de Gemeenschap of in Egypte worden ingevoerd, mits ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat :
  65. a)een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of Egypte naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;
  66. b)deze exporteur de producten heeft verkocht of op andere wijze afgestaan aan een geadresseerde in de Gemeenschap of Egypte;
  67. c)de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan zijn verzonden;en
  68. d)de producten, vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.2. Een bewijs van de oorsprong wordt overeenkomstig de bepalingen van titel V afgegeven of opgesteld en op de normale wijze bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend.Op dit bewijs zijn de naamen het adres van de tentoonstelling vermeld. Indien nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden verlangd ten aanzien van de aard van de producten en de voorwaarden waaronder zij zijn tentoongesteld. 3. Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven. TITEL IV. - Teruggave of vrijstelling van rechten ARTIKEL 15 Verbod op teruggave of vrijstelling van douanerechten 1. Niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Egypte of een van de andere in artikel 4 genoemde landen waarvoor overeenkomstig titel V een bewijs van oorsprong is afgegeven of opgesteld, komen in de Gemeenschap of in Egypte niet in aanmerking voor teruggave of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook.2. Het verbod in lid 1 is van toepassing op elke regeling voor terugbetaling of algehele of gedeeltelijke vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking die in de Gemeenschap of in Egypte van toepassing is op materialen die bij de vervaardiging worden gebruikt, indien een dergelijke terugbetaling of vrijstelling uitdrukkelijk of feitelijk wordt toegekend indien de producten die uit genoemde materialen zijn verkregen worden uitgevoerd, doch niet van toepassing is indien deze producten voor binnenlands gebruik zijn bestemd.3. De exporteur van producten die door een bewijs van oorsprong zijn gedekt, dient steeds bereid te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten alle stukken over te leggen waaruit blijkt dat geen teruggave of vrijstelling van rechten is verkregen ten aanzien van de bij de vervaardiging van de betrokken producten gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn en dat alle douanerechten en heffingen van gelijke werking die op deze materialen van toepassing zijn, daadwerkelijk zijn betaald.4. De leden 1, 2 en 3 zijn ook van toepassing op de verpakking in de zin van artikel 8, lid 2, op accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen in de zin van artikel 9 en op artikelen die deel uitmaken van een stel of assortiment in de zin van artikel 10, wanneer dergelijke artikelen niet van oorsprong zijn.5. De leden 1 tot en met 4 zijn uitsluitend van toepassing op materialen van de soort waarop de overeenkomst van toepassing is.Zij doen geen afbreuk aan het stelsel van restituties bij de uitvoer van landbouwproducten overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst. 6. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing gedurende de zes jaar die volgen op de inwerkingtreding van de overeenkomst.7. Na de inwerkingtreding van de bepalingen van dit artikel mag Egypte, in afwijking van lid 1, regelingen toepassen voor de vrijstelling of teruggave van douanerechten en heffingen van gelijke werking op materialen, die bij de vervaardiging van producten van oorsprong zijn gebruikt, onder het volgende voorbehoud :
  69. a)een douanerecht van 5 %, of een lager recht indien dit in Egypte van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 25 tot en met 49 en 64 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld;
  70. b)een douanerecht van 10 %, of een lager recht indien dit in Egypte van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld. Voor het einde van de overgangsperiode bedoeld in artikel 6 van de overeenkomst wordt de. toepassing van de bepalingen van dit artikel geëvalueerd. TITEL V. - Bewijs van oorsprong ARTIKEL 16 Algemene voorwaarden 1. Deze overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die in Egypte worden ingevoerd en op producten van oorsprong uit Egypte die in de Gemeenschap worden ingevoerd, op vertoon van :
  71. a)een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, waarvan het model in bijlage IV is opgenomen; of
  72. b)in de in artikel 21, lid 1, bedoelde gevallen, een verklaring van de exporteur, waarvan de tekst in bijlage V is opgenomen, op een factuur, pakbon of een ander handelsdocument en waarin de producten duidelijk genoeg zijn omschreven om geïdentificeerd te kunnen worden (hierna "factuurverklaring" genoemd).2. In afwijking van lid 1 vallen producten van oorsprong in de zin van dit protocol in de in artikel 26 bedoelde gevallen onder de toepassing van deze overeenkomst zonder dat een van de hierboven genoemde documenten behoeft te worden overgelegd. ARTIKEL 17 Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 1. Certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer op schriftelijke aanvraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gemachtigde vertegenwoordiger. 2. Hiervoor vult de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger zowel het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 als het aanvraagformulier in. Modellen van beide formulieren zijn in bijlage IV opgenomen. De formulieren worden ingevuld in een van de talen waarin de overeenkomst is opgesteld, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de formulieren met de hand worden ingevuld, dient dit met inkt en in blokletters te gebeuren. De producten moeten worden omschreven in het daartoe bestemde vak en er mogen geen regels worden opengelaten. Indien dit vak niet volledig is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale lijn getrokken en het niet-ingevulde gedeelte doorgekruist. 3. Exporteurs die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 verzoeken, dienen steeds bereid te zijn, op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer waar dit certificaat wordt afgegeven, alle nodige documenten over te leggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan. 4. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van een lid-Staat van de Europese Gemeenschap of van Egypte, indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Egypte of uit een van de andere in artikel 4 genoemde landen en tevens aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan. 5. De met de afgifte belaste douaneautoriteiten nemen alle nodige maatregelen om te controleren of de producten daadwerkelijk van oorsprong zijn, en gaan na of aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.Zij kunnen in dit verband bewijsmateriaal opvragen, de administratie van de exporteur inzien en elke andere controle verrichten die zij dienstig achten. Deze douaneautoriteiten zien er ook op toe dat de in lid 2 bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Met name wordt nagegaan of het voor de omschrijving van de goederen bestemde vak zodanig is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn. 6. De datum van afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt vermeld in vak 11 van het certificaat. 7. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt door de douaneautoriteiten afgegeven en ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen werkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat ze zullen worden uitgevoerd. ARTIKEL 18 Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 1. In afwijking van artikel 17, lid 7, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 bij wijze van uitzondering na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft worden afgegeven, indien
  73. a)dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd;of
  74. b)ten genoegen van de douaneautoriteiten is aangetoond dat het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wel is afgegeven, maar bij invoer om technische redenen niet is aanvaard. 2. Met het oog op de toepassing van lid 1 dient de exporteur in zijn aanvraag de plaats en de datum van uitvoer te vermelden van de producten waarop het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 betrekking heeft, onder opgave van de redenen vair zijn aanvraag. 3. Vóór de douaneautoriteiten tot afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 overgaan, dienen zij te hebben vastgesteld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur overeenstemmen met die in het desbetreffende dossier. 4. Op een achteraf afgegeven certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 5. De in lid 4 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak "Opmerkingen" van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1. ARTIKEL 19 Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 1. In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 kan de exporteur de douaneautoriteiten die het certificaat hebben afgegeven, verzoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uitvoerdocumenten die in hun bezit zijn. 2. Op het aldus afgegeven duplicaat wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 3.De in lid 2 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak "Opmerkingen" van het duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.4. Het duplicaat, dat dezelfde datum van afgifte draagt als het oorspronkelijke certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, is vanaf die datum geldig. ARTIKEL 20 Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Egypte onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Egypte. Dit certificaat of deze certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt. ARTIKEL 21 Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring 1. Factuurverklaringen als bedoeld in artikel 16, lid 1, onder b), kunnen worden opgesteld door :
  75. a)toegelaten exporteurs in de zin van artikel 22;of door
  76. b)alle exporteurs, voor zendingen bestaande uit een of meer colli die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 6.000 euro bedraagt. 2. Een factuurverklaring kan worden opgesteld indien de producten kunnen worden beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Egypte of uit een van de in artikel 4 genoemde landen, en tevens aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen.3. De exporteur die de factuurverklaring opstelt moet steeds bereid zijn op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer de nodige documenten te overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.4. Deze factuurverklaring, waarvan de tekst in bijlage V is opgenomen, wordt door de exporteur op de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument getypt, gestempeld of gedrukt in een van de in die bijlage opgenomen taalversies, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer.De factuurverklaring mag ook met de hand, met inkt en in blokletters, worden geschreven. 5. De factuurverklaring wordt door de exporteur eigenhandig ondertekend.Een toegelaten exporteur in de zin van artikel 22 behoeft deze verklaring echter niet te ondertekenen, mits hij de douaneautoriteiten een schriftelijke verklaring doet toekomen waarin hij de volle verantwoordelijkheid op zich neemt voor alle factuurverklaringen waaruit zijn identiteit blijkt alsof hij deze eigenhandig had ondertekend. 6. Een factuurverklaring kan door de exporteur worden opgesteld bij de uitvoer van de producten waarop zij betrekking heeft of later, maar moet uiterlijk twee jaar na de invoer van de producten waarop ze betrekking heeft in het land van invoer worden aangeboden. ARTIKEL 22 Toegelaten exporteurs 1. De douaneautoriteiten van het land van uitvoer kunnen exporteurs die veelvuldig producten verzenden waarop deze overeenkomst van toepassing is, vergunning verlenen factuurverklaringen op te stellen, ongeacht de waarde van de betrokken producten.Om voor een dergelijke vergunning in aanmerking te komen, moet een exporteur naar het oordeel van de douaneautoriteiten de nodige waarborgen bieden met betrekking tot de controle op de oorsprong van de producten en de naleving van alle andere voorwaarden van dit protocol. 2. De douaneautoriteiten kunnen het verlenen van de status van toegelaten exporteur afhankelijk stellen van de door hen noodzakelijk geachte voorwaarden.3. De douaneautoriteiten kennen de toegelaten exporteur een nummer toe, dat op de factuurverklaringen moet worden vermeld.4. De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning door de toegelaten exporteur.5. De vergunning kan door de douaneautoriteiten te allen tijde worden ingetrokken.Zij zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten exporteur niet langer de in lid 1 bedoelde garanties biedt, niet langer aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden voldoet of de vergunning niet op de juiste wijze gebruikt. ARTIKEL 23 Geldigheid van het bewijs van oorsprong 1. Een bewijs van oorsprong is vier maanden geldig vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer.Het moet binnen deze periode worden ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer. 2. Bewijzen van oorsprong die na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de preferentiële behandeling worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van overmacht of buitengewone omstandigheden.3. In andere gevallen van verlate indiening kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de bewijzen van oorsprong aanvaarden indien de producten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangebracht. ARTIKEL 24 Overlegging van het bewijs van oorsprong Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures. Deze autoriteiten kunnen een vertaling van het bewijs van oorsprong verlangen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomstig voldoen. ARTIKEL 25 Invoer in deelzendingen Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2
  77. a)voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending. ARTIKEL 26 Vrijstelling van bewijs van oorsprong 1. Producterg die in kleine zendingen door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat het nodig is een formeel bewijs van oorsprong over te leggen, mits aan zulke producten ieder handelskarakter vreemd is en verklaard wordt dat zij aan de voorwaarden voor de toepassing van dit protocol voldoen en er over de juistheid van deze verklaring geen twijfel bestaat.Voor postzendingen kan deze verklaring op het douaneaangifteformulier CN22/CN23 of op een daaraan gehecht blad worden gesteld. 2. Als invoer waaraan ieder handelskarakter vreemd is wordt beschouwd de invoer van incidentele aard van producten die uitsluitend bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de geadresseerde, de reiziger of de leden van zijn gezin, mits noch de aard noch de hoeveelheid van de producten op commerciële doeleinden wijzen. 3. Voorts mag de totale waarde van deze producten niet meer bedragen dan EUR 500 voor kleine zendingen of EUR 1.200 producten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers. ARTIKEL 27 Ondersteunende documenten De in artikel 17, lid 3, en artikel 21, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een factuurverklaring worden gedekt, producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, Egypte of een van de andere in artikel 4 genoemde landen en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn :
  78. a)een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;
  79. b)in de Gemeenschap of in Egypte afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;
  80. c)in de Gemeenschap of in Egypte afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit be- of verwerking in de Gemeenschap of in Egypte blijkt;
  81. d)certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of factuurverklaringen waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Egypte zijn afgegeven of opgesteld, of die in een van de in artikel 4 genoemde landen zijn opgesteld overeenkomstig oorsprongsregels die gelijk zijn aan de oorsprongsregels in dit protocol. ARTIKEL 28 Bewaring van het bewijs van oorsprong en de ondersteunende documenten 1. Exporteurs die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 verzoeken, dienen de in artikel 17, lid 3, bedoelde ondersteunende documenten ten minste drie jaar te bewaren. 2. Exporteurs die een factuurverklaring opstellen, dienen een kopie van deze factuurverklaring en van de in artikel 21, lid 3, bedoelde documenten gedurende ten minste drie jaar te bewaren. 3. De douaneautoriteiten van het land van uitvoer die een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 afgeven, bewaren het in artikel 17, lid 2, bedoelde aanvraagformulier gedurende ten minste drie jaar. 4. De douaneautoriteiten van het land van invoer bewaren de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en factuurverklaringen die bij hen worden ingediend gedurende ten minste drie jaar. ARTIKEL 29 Verschillen en vormfouten 1. Worden geringe verschillen vastgesteld tussen de gegevens in het bewijs van oorsprong en de gegevens in de documenten die in verband met de formaliteiten bij invoer bij het douanekantoor worden ingediend, dan is het bewijs van oorsprong daardoor niet automatisch ongeldig, indien blijkt dat het wel degelijk met de aangebrachte producten overeenstemt.2. Kennelijke vormfouten zoals typefouten op het bewijs van oorsprong maken dit document niet ongeldig, indien deze fouten niet van dien aard zijn dat zij twijfel doen rijzen over de juistheid van de in daarin vermelde gegevens. ARTIKEL 30 In euro uitgedrukte bedragen l. Het land van uitvoer stelt de tegenwaarde vast in zijn nationale valuta van de in euro uitgedrukte bedragen en deelt deze via de Europese Commissie aan de landen van invoer mede.2. Indien deze bedragen hoger zijn dan de overeenkomstige door het land van invoer vastgestelde bedragen, worden ze door laatstgenoemd land aanvaard indien de producten gefactureerd zijn in de valuta van het land van uitvoer.Indien de producten gefactureerd zijn in de valuta van een lid-Staat van de Gemeenschap of van een van de in artikel 3 genoemde andere landen, aanvaardt het land van invoer het door het betrokk

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.