Wet houdende instemming met de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lid-Staten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, met de Bijlagen…
Waar gaat deze regeling over?
Deze wet bekrachtigt een Europees-mediterrane Overeenkomst die een associatie tot stand brengt tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, en de Arabische Republiek Egypte. Het doel is om de politieke, economische en sociale betrekkingen te versterken en een vrijhandelszone te creëren.
Voor wie: De Europese Gemeenschappen en hun lidstaten (waaronder België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Finland, Zweden, en het Verenigd Koninkrijk); De Arabische Republiek Egypte.
In één oogopslag
- Land
- België
- Rechtsgebied
- Droit commercial et des sociétés
- Artikelen
- 57
- Bron
- etaamb.openjustice.be
- Tekst opgehaald op
- Uitleg bijgewerkt op
Wat regelt deze regeling?
- De totstandbrenging van een associatie tussen de Europese Gemeenschappen, hun lidstaten en Egypte.
- De geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer.
- De bevordering van evenwichtige economische en sociale betrekkingen door middel van dialoog en samenwerking.
- De instelling en ontwikkeling van een regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties.
Voor wie geldt deze regeling?
- De Europese Gemeenschappen en hun lidstaten (waaronder België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Finland, Zweden, en het Verenigd Koninkrijk).
- De Arabische Republiek Egypte.
Wat zijn de kernpunten?
- De overeenkomst is gebaseerd op de eerbiediging van democratische beginselen en fundamentele mensenrechten, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
- Er wordt een vrijhandelszone tot stand gebracht in een overgangsperiode van ten hoogste twaalf jaar, beginnend bij de inwerkingtreding van de overeenkomst.
- Producten van oorsprong uit Egypte worden bij invoer in de Gemeenschap vrijgesteld van douanerechten en kwantitatieve beperkingen.
- Douanerechten op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die in Egypte worden ingevoerd, worden geleidelijk afgeschaft volgens specifieke tijdschema's, variërend van drie tot twaalf jaar, afhankelijk van het product (vermeld in Bijlagen II, III, IV en V).
Droit commercial et des sociétés
Droit commercial et des sociétés
Wettekst
Wettekst
Inhoudsopgave (57)
- ARTIKEL 8
- ARTIKEL 22
- ARTIKEL 23
- ARTIKEL 26
- ARTIKEL 27
- ARTIKEL 28
- ARTIKEL 33
- ARTIKEL 36
- ARTIKEL 40
- ARTIKEL 43
- ARTIKEL 45
- ARTIKEL 46
- ARTIKEL 47
- ARTIKEL 49
- ARTIKEL 51
- ARTIKEL 52
- ARTIKEL 53
- ARTIKEL 54
- ARTIKEL 55
- ARTIKEL 56
- ARTIKEL 57
- ARTIKEL 59
- ARTIKEL 60
- ARTIKEL 61
- ARTIKEL 65
- ARTIKEL 69
- ARTIKEL 73
- ARTIKEL 83
- ARTIKEL 84
- ARTIKEL 85
- ARTIKEL 88
- ARTIKEL 89 Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten
- ARTIKEL 90
- ARTIKEL 91
- ARTIKEL 3
- ARTIKEL 4
- ARTIKEL 6
- ARTIKEL 10
- ARTIKEL 11
- ARTIKEL 13
- ARTIKEL 14
- ARTIKEL 17
- ARTIKEL 18
- ARTIKEL 19
- ARTIKEL 20
- ARTIKEL 21
- ARTIKEL 25
- ARTIKEL 29
- ARTIKEL 32
- ARTIKEL 34
- ARTIKEL 35
- ARTIKEL 39
- ARTIKEL 2
- ARTIKEL 5
- ARTIKEL 7
- ARTIKEL 9
- ARTIKEL 12
13 MEI 2003. - Wet houdende instemming met de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lid-Staten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, met de Bijlagen I, II, III, IV, VI, met de Protocollen 1, 2, 3, 4 en 5 en met de Slotakte, gedaan te Luxemburg op 25 juni 2001 (1) (2) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen, en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.De Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, de Bijlagen I, II, III, IV, V en VI, de Protocollen 1, 2, 3, 4 en 5, en de Slotakte, gedaan te Luxemburg op 25 juni 2001, zullen volkomen gevolg hebben.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 13 mei 2003.
ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota (1) Zitting 2002-2003 . Senaat.
Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 13 maart 2003, nr. 2-1470/1. - Verslag namens de commissie, nr. 2-1470/2.
Parlementaire Handelingen . - Bespreking, vergadering van 27 maart 2003. - Stemming, vergadering van 27 maart 2003. Zitting 2002-2003.
Kamer.
Documenten. - Tekst overgezonden door de senaat, nr. 50-2416/1. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 50-2416/2.
Parlementaire Handelingen . - Bespreking, vergadering van 4 april 2003. Stemming, vergadering van 4 april 2003.(2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/het Vlaams Gewest van 21 november 2003 (Belgisch Staatsblad van 17 december 2003), Decreet van de Franse Gemeenschap van 20 februari 2003 (Belgisch Staatsblad van 4 maart 2003), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 24 juni 2002 (Belgisch Staatsblad van 7 november 2002), Decreet van het Waalse Gewest van 10 april 2003 (Belgisch Staatsblad van 18 april 2003, Ed.2 en van 22 april 2003), Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 13 juni 2002 (Belgisch Staatsblad van 12 juli 2002) en Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 18 juli 2002 (Belgisch Staatsblad van 27 augustus 2003).
EUROPEES-MEDITERRANE OVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN EN HUN LIDSTATEN, ENERZIJDS, EN DE ARABISCHE REPUBLIEK EGYPTE, ANDERZIJDS HET KONINKRIJK BELGI", HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, IERLAND, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNI" EN NOORD-IERLAND, verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP en het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL, hierna de "lid-Staten" genoemd, en de EUROPESE GEMEENSCHAP en de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL, hierna "de Gemeenschap" genoemd, enerzijds, en de ARABISCHE REPUBLIEK EGYPTE, hierna "Egypte" genoemd, anderzijds, Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar lid-Staten en Egypte en hun gemeenschappelijke waarden, Overwegende dat de Gemeenschap, de lid-Staten en Egypte deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van partnerschap en wederkerigheid tot stand wensen te brengen, Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest, Verlangende een regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te ontwikkelen, Gelet op de verschillen tussen Egypte en de Gemeenschap wat betreft economische en sociale ontwikkeling, en de noodzaak het proces van economisch en sociale ontwikkeling in Egypte te versterken, Verlangende hun economische betrekkingen te versterken en met name hun onderlinge handelsverkeer, investeringen en technische samenwerking te ontwikkelen, en dit proces te ondersteunen door een regelmatige dialoog inzake economische, wetenschappelijke, technologische, culturele, audiovisuele en sociale aangelegenheden, teneinde de kennis van en het begrip voor elkander te bevorderen, Gelet op de keuze van de Gemeenschap en Egypte voor vrijhandel en met name de verbintenis tot naleving van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994 en de andere multilaterale overeenkomsten welke aan de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie zijn gehecht, Zich bewust van de noodzaak samen te werken teneinde de politieke stabiliteit en de economische ontwikkeling in de regio te bevorderen, door regionale samenwerking aan te moedigen, Ervan overtuigd dat de associatieovereenkomst een nieuw klimaat voor hun betrekkingen zal scheppen, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen : TITEL I. - Politieke dialoog ARTIKEL I 1.
Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Egypte, anderzijds.2. De doelstellingen van deze overeenkomst zijn : - een passend kader tot stand te brengen voor politieke dialoog met het oog op het versterken van de politieke betrekkingen tussen de partijen; - de voorwaarden vast te leggen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer; de ontwikkeling van evenwichtige economische en sociale betrekkingen tussen de partijen te bevorderen door middel van dialoog en samenwerking; - bij te dragen tot de economische en sociale ontwikkeling van Egypte; - regionale samenwerking aan te moedigen, teneinde de vreedzame coëxistentie en economische en politieke stabiliteit te consolideren; - samenwerking op andere gebieden van wederzijds belang te bevorderen.
ARTIKEL 2 De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst zijn gegrondvest op de eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, als vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die aan hun binnen- en buitenlands beleid ten grondslag liggen en een wezenlijk onderdeel van de overeenkomst zijn.
ARTIKEL 3 1. Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld.Deze dient hun onderlinge betrekkingen te verstevigen, bij te dragen tot de ontwikkeling van een duurzaam partnerschap en het wederzijdse begrip en de onderlinge solidariteit te versterken. 2. De politieke dialoog en de samenwerking zijn met name gericht op het volgende : - ontwikkeling van een sterker wederzijds begrip en convergentie van de standpunten over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor een partij kunnen hebben; - versterking van het vermogen van elke partij om het standpunt en de belangen van de andere partij in acht te nemen; - versterking van de regionale veiligheid en stabiliteit; - bevordering van gezamenlijke initiatieven.
ARTIKEL 4 De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van gemeenschappelijke belang, met name vrede, veiligheid, democratie en regionale ontwikkeling.
ARTIKEL 5 1. De politieke dialoog vindt plaats met regelmatige tussenpozen en telkens wanneer nodig, en wel : a) op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;b) op het niveau van enerzijds hoge ambtenaren van Egypte en anderzijds het voorzitterschap van de Raad en de Commissie;c) met optimale gebruikmaking van alle diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings door ambtenaren, overleg bij gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;d) via alle andere wegen die een nuttige bijdrage leveren tot het consolideren, ontwikkelen en intensiveren van deze dialoog.2. Een politieke dialoog wordt gevoerd tussen het Europees Parlement en de Volksvergadering van Egypte.
TITEL II. - Vrij verkeer van goederen basisbeginselen ARTIKEL 6 De Gemeenschap en Egypte brengen stapsgewijs een vrijhandelszone tot stand in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste twaalf jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de bepalingen van deze titel en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in de bijlagen bij de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna "GATT" te noemen. HOOFDSTUK 1 INDUSTRIEPRODUCTEN ARTIKEL 7 Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Egypte, opgenomen in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur en het Egyptische douanetarief, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage I.
ARTIKEL 8
Producten van oorsprong uit Egypte worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking en zonder kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking ARTIKEL 9 1. De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage II, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema : - bij de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 25 % van het basisrecht; - drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken. 2.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage III, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema : - drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90 % van het basisrecht; - vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 45 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 15 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken. 3.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage IV, worden -geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema : - vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 95 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90 % van het basisrecht; zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 45 % van het basisrecht; - tien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30 % van het basisrecht; - elf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 15 % van het basisrecht; - twaalf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken. 4.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage V, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema : - zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 80 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 70 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60 % van het basisrecht; - tien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - elf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40 % van het basisrecht; - twaalf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30 % van het basisrecht; - dertien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 20 % van het basisrecht; - veertien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 10 % van het basisrecht; - vijftien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken. 5.
De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap, andere dan die genoemd in de bijlage II, III, IV en V, worden afgeschaft volgens het tijdschema dat voor die producten bij besluit van het Associatiecomité zal worden vastgesteld.6. Indien zich met betrekking tot een bepaald product ernstige problemen voordoen, kunnen de overeenkomstig de leden 1, 2, 3 en 4 van toepassing zijnde tijdschema's in overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema waarvoor de herziening is aangevraagd voor het betrokken product niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode.Indien het Associatiecomité geen besluit heeft genomen binnen 30 dagen na de kennisgeving van het verzoek van Egypte om herziening van het tijdschema, kan Egypte het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van maximaal een jaar. 7.
Het basisrecht waarop de verlagingen van de leden 1, 2, 3 en 4 worden toegepast, is voor elk betrokken product het recht bedoeld in artikel 18. ARTIKEL 10 De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn tevens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.
ARTIKEL 11 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 9 mag Egypte buitengewone maatregelen van beperkte duur vaststellen, waarbij douanerechten worden verhoogd of opnieuw ingesteld.2. Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, met name wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.3. Invoerrechten die krachtens dergelijke uitzonderlijke maatregelen door Egypte worden toegepast ten aanzien van producten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25 % ad valorem bedragen en dienen een preferentiële marge voor producten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden.De totale waarde van de ingevoerde producten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn, mag niet meer bedragen van 20 % van de totale invoer van industrieproducten uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn. 4.
Deze maatregelen mogen gedurende niet meer dan vijf jaar worden toegepast, tenzij het Associatiecomité de toepassing ervan over een langere periode toestaat.Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsperiode buiten werking. 5. Deze maatregelen kunnen voor een gegeven product niet langer worden getroffen, indien meer dan drie jaar is verstreken sinds de opheffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en. maatregelen van gelijke werking die op het betrokken product van toepassing waren. 6. Egypte stelt het Associatiecomité in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen.Op verzoek van de Gemeenschap vindt vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben.
Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt Egypte aan het comité een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten voor. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. Het Associatiecomité kan een ander tijdschema vaststellen. 7. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan het Associatiecomité, in verband met de problemen bij het opzetten van een nieuwe industrie, Egypte toestaan bij uitzondering de in lid 1 bedoelde maatregelen te handhaven gedurende ten hoogste vier jaar na afloop van de overgangsperiode van twaalf jam.
HOOFDSTUK 2 LANDBOUWPRODUCTEN, VISSERIJPRODUCTEN EN BEWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN ARTIKEL 12 Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Egypte, opgenomen in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en het Egyptische douanetarief, alsmede op de producten genoemd in bijlage I. ARTIKEL 13 De Gemeenschap en Egypte liberaliseren geleidelijk het onderlinge handelsverkeer in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten die voor beide partijen van belang zijn.
ARTIKEL 14 1. Voor de invoer in de Gemeenschap van de landbouwproducten van oorsprong uit Egypte genoemd in Protocol nr.1 gelden de regelingen van dat protocol. 2. Voor de invoer in Egypte van de landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap genoemd in Protocol nr.2 gelden de regelingen van dat protocol. 3. Voor de handel in onder dit hoofdstuk vallende verwerkte landbouwproducten gelden de regelingen van Protocol nr.3.
ARTIKEL 15 1. Gedurende het derde uitvoeringsjaar van de overeenkomst onderzoeken de Gemeenschap en Egypte de situatie, teneinde vast te stellen welke maatregelen door de Gemeenschap en Egypte vanaf het begin van het vierde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst moeten worden toegepast om het in artikel 13 genoemde doel te bereiken.2. Onverminderd het bepaalde in lid 1, en de handelsstromen voor landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten tussen de partijen alsmede de bijzondere gevoeligheid van deze producten in aanmerking genomen, onderzoeken de Gemeenschap en Egypte in de Associatieraad per product op basis van wederkerigheid de mogelijkheid om passende wederzijdse concessies in te stellen. ARTIKEL 16 1. Indien ten gevolge van de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid een specifieke regeling wordt ingesteld of indien de bestaande regelingen worden gewijzigd of in geval van wijziging of uitbreiding van de bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid, kan de betrokken partij voor de betrokken producten de in deze overeenkomst vervatte regeling wijzigen.2. De betrokken partij stelt in een dergelijk geval het Associatiecomité op de hoogte.
Op verzoek van de andere partij komt het Associatiecomité bijeen om te voorzien in de belangen van de verzoekende partij. 3. Indien de Gemeenschap of Egypte krachtens lid 1 de regeling van deze overeenkomst voor landbouwproducten wijzigt, wordt voor de invoer van producten van oorsprong uit de andere partij een voordeel toegekend dat vergelijkbaar is met het voordeel waarin deze overeenkomst voorziet.4. Over de toepassing van dit artikel wordt in de Associatieraad overleg gepleegd. HOOFDSTUK 3 GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN ARTIKEL 17 1. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte worden geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld.2. Ten aanzien van het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte worden kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.3.
De Gemeenschap en Egypte passen onderling geen douanerechten bij uitvoer of heffingen van gelijke werking, noch kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking toe. ARTIKEL 18 1. De rechten van toepassing op de onderlinge invoer van de partijen zijn de bij de WTO geconsolideerde rechten of de op 1 januari 1999 toegepaste rechten, indien deze lager zijn.Indien de rechten na 1 januari 1999 erga omnes zijn verlaagd, is het verlaagde recht van toepassing. 2. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte worden geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking ingesteld, noch worden de rechten of heffingen welke reeds van toepassing zijn verhoogd, tenzij deze overeenkomst anders bepaalt.3.
De partijen stellen elkander in kennis van de door hen per 1 januari 1999 toegepaste rechten. ARTIKEL 19 1. Voor producten van oorsprong uit Egypte geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de lid-Staten onderling geldt.2. De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing onverminderd de bijzondere bepalingen inzake de toepassing van het gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden. ARTIKEL 20 1. De partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen producten van de ene partij en soortgelijke producten van oorsprong uit de andere partij.2. Terugbetaling van binnenlandse belasting voor producten die naar een der partijen worden uitgevoerd, mag de bedragen van de op deze producten rustende directe of indirecte belastingen niet overschrijden.
ARTIKEL 21 1. Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de instelling van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.2. De partijen plegen overleg in de Associatieraad over overeenkomsten tot instelling van douaneunies of vrijhandelszones en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelspolitiek ten aanzien van derde landen.Een dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Unie, teneinde rekening te kunnen houden met de wederzijdse belangen van de partijen.
ARTIKEL 22
Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de GATT 1994 plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en haar binnenlandse wetgeving op dit gebied
ARTIKEL 23Onverminderd het bepaalde in artikel 34 is de overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen
Tot de in artikel 34, lid 2, bedoelde regels zijn vastgesteld, kan, indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI en XVI van de GATT 1994 plaatsvindt, zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen en haar binnenlandse wetgeving op dit gebied.
ARTIKEL 24 1. De bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen zijn van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen.2. Vóór een partij vrijwaringsmaatregelen toepast krachtens artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, verstrekt zij het Associatiecomité alle terzake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Teneinde een dergelijke oplossing te vinden voeren de partijen in het Associatiecomité onverwijld overleg. Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de aanvang van dit overleg tot overeenstemming komen over een oplossing waarbij de toepassing van vrijwaringsmaatregelen kan worden vermeden, kan de partij die voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen, de bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen toepassen. 3.
Indien krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, kiezen de partijen bij voorrang maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst het minst verstoren.4. De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité, dat hierover periodiek overleg pleegt, in het bijzonder met het oog op afschaffing van deze maatregelen, zodra de omstandigheden zulks toelaten. ARTIKEL 25 1. Indien als gevolg van de naleving van artikel 17, lid 3 : i) goederen worden wederuitgevoerd naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken product kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of ii) een ernstig tekort aan producten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij ontstaat of dreigt te ontstaan, en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de procedures van artikel 2.2.
De moeilijkheden die voortvloeien uit de in lid 1 bedoelde omstandigheden worden ter beoordeling aan het Associatiecomité voorgelegd.Het Associatiecomité kan alle besluiten nemen die nodig zijn om aan de moeilijkheden een einde te maken. Indien het Associatiecomité niet binnen dertig dagen nadat de zaak aan het comité is voorgelegd een dergelijk besluit heeft genomen, kan de exporterende partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken product. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra de redenen voor hun toepassing niet meer bestaan.
ARTIKEL 26
Niets in deze overeenkomst vormt een beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het leven van mensen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van het nationaal cultuurgoed van artistieke, historische of archeologische waarde, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen
ARTIKEL 27
Het begrip « producten van oorsprong » voor de toepassing van deze titel en de regelingen voor administratieve samenwerking op dit gebied zijn gedefinieerd in Protocol nr. 4
ARTIKEL 28
Bij invoer in de Gemeenschap worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur. Bij invoer in Egypte worden de goederen ingedeeld overeenkomstig het Egyptische douanetarief TITEL III. - Recht van vestiging en verlening van diensten ARTIKEL 29 1. De partijen bevestigen opnieuw hun verbintenissen op grond van de Algemene overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS), die aan dé Overeenkomst tot oprichting van de WTO is gehecht, en met name de verbintenis tot wederzijdse toekenning van een meestbegunstigingsbehandeling ten aanzien van de handel in dienstensectoren waarop deze verbintenissen betrekking hebben.2. Overeenkomstig de GATS is deze behandeling niet van toepassing op : a) door een partij toegekende voordelen overeenkomstig de bepalingen van een overeenkomst als gedefinieerd in artikel V van de GATS of maatregelen die genomen zijn op grond van een dergelijke overeenkomst;b) andere voordelen toegekend overeenkomstig de lijst van uitzonderingen op de meestbegunstigingsclausule die door een partij aan de GATS is gehecht.
ARTIKEL 30 1. De partijen zullen overwegen de toepassingssfeer van de overeenkomst uit te breiden met het recht van vestiging van vennootschappen van een partij op het grondgebied van de andere partij en de liberalisering van de dienstverlening door vennootschappen van een partij aan ontvangers van diensten in een andere partij.2. De Associatieraad doet de nodige aanbevelingen voor de uitvoering van de in lid 1 vermelde doelstelling. Bij het opstellen van deze aanbevelingen houdt de Associatieraad rekening met de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van de meestbegunstigingsbehandeling die de partijen elkander wederzijds toekennen overeenkomstig hun wederzijdse verplichtingen in het kader van de GATS, met name artikel V. 3.
De uitvoering van de in lid 1 genoemde doelstelling wordt door de Associatieraad uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan een eerste onderzoek onderworpen. TITEL IV. - Kapitaalverkeer en andere economische vraagstukken HOOFDSTUK 1 BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER ARTIKEL 31 Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 33 verbinden de partijen zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betalingen op de lopende rekening in volledig converteerbare valuta.
ARTIKEL 32 1. Vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst zien de Gemeenschap en Egypte toe op de liberalisering van het kapitaalverkeer voor rechtstreekse investeringen in ondernemingen die volgens het recht van het gastland zijn opgericht, alsmede de vereffening en repatriëring van deze investeringen en daaruit voortvloeiende winst.2. De partijen voeren overleg om het verkeer van kapitaal tussen de Gemeenschap er.Egypte te vergemakkelijken, en geheel vrij te geven zodra de omstandigheden zulks toelaten.
ARTIKEL 33
Indien een of meer lid-Staten van de Gemeenschap dan wel Egypte in ernstige betalingsbalansproblemen verkeren of dreigen te verkeren, kan de Gemeenschap, respectievelijk Egypte, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in het kader van de GATT en de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, beperkingen instellen ten aanzien van de lopende betalingen, indien dergelijke beperkingen strikt noodzakelijk zijn. De Gemeenschap, respectievelijk Egypte, stelt de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen. HOOFDSTUK 2 MEDEDINGING EN ANDERE ECONOMISCHE VRAAGSTUKKEN ARTIKEL 34 1 Onverenigbaar met de goede werking van de overeenkomst zijn, voorzover de handel tussen de Gemeenschap en Egypte daardoor ongunstig kan worden beïnvloed : i) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst; ii) het misbruik van een machtspositie door één of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Egypte of op een wezenlijk deel daarvan; iii) alle overheidssteun die de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen door begunstiging van bepaalde ondernemingen of van de productie van bepaalde goederen. 2.
De Associatieraad neemt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst een besluit tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van lid 1. In afwachting van de vaststelling van deze bepalingen worden de bepalingen van artikel 23 toegepast voor de tenuitvoerlegging van lid 1, onder iii). 3. Elke partij voorziet in doorzichtigheid ten aanzien van de overheidssteun, met name door ieder jaar aan de andere partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken.Indien een partij daarom verzoekt, verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid. 4.
Lid 1, onder iii) is niet van toepassing op de landbouwproducten vermeld in titel II, hoofdstuk 2.Op deze producten zijn de WTO-overeenkomst inzake de landbouw en de desbetreffende bepalingen van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen van toepassing.
S. Indien de Gemeenschap of Egypte van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van het Associatiecomité of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg, mits : - met de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen die praktijk niet afdoende kan worden tegengegaan, of - indien deze uitvoeringsbepalingen ontbreken, de praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen, Met betrekking tot praktijken die onverenigbaar zijn met lid 1, onder iii), kunnen, indien de WTOregels erop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld volgens de procedures en voorwaarden bepaald door de WTO of in een ander in het kader daarvan tot stand gekomen instrument dat voor beide partijen van toepassing is. 6.
Niettegenstaande eventueel daarmee strijdige bepalingen die overeenkomstig lid 2 zijn vastgesteld, wisselen de partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim. ARTIKEL 35 De lid-Staten en Egypte passen, zonder afbreuk te doen aan de in het kader van de GATT aangegane verplichtingen, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, zodanig dat uiterlijk vanaf het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tussen onderdanen van de lid-Staten en van Egypte geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden voor aankoop en verkoop van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen die daartoe worden genomen.
ARTIKEL 36
Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte verstoren en strijdig zijn met de belangen van de partijen, worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen ARTIKEL 37 1. Overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en in bijlage VI zien de partijen toe op adequate en effectieve bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële- eigendomsrechten, overeenkomstig de gebruikelijke internationale normen, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.2. De tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage VI wordt regelmatig door de partijen geëvalueerd.Bij problemen op het gebied van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten die afbreuk doen aan het handelsverkeer, wordt op verzoek van een partij spoedoverleg overleg gevoerd om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.
ARTIKEL 38 De partijen stellen zich een geleidelijke liberalisering van de overheidsopdrachten ten doel. De Associatieraad voert overleg over de tenuitvoerlegging van deze doelstelling.
TITEL V. - Economische samenwerking ARTIKEL 39 Doelstellingen 1. De partijen verbinden zich ertoe tot wederzijds voordeel hun economische samenwerking te versterken.2. De economische samenwerking heeft als doel : - bevordering van de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van deze overeenkomst; - bevordering van de totstandkoming van evenwichtige economische betrekkingen tussen de partijen; - ondersteuning van de inspanningen van Egypte om duurzame economische en sociale ' ontwikkeling tot stand te brengen.
ARTIKEL 40
Toepassingsgebied 1. De samenwerking is in de eerste plaats gericht op sectoren waar zich interne problemen voordoen of die gevolgen ondervinden van de liberalisering van de gehele Egyptische economie, met name de liberalisering van het handelsverkeer tussen Egypte en de Gemeenschap.2. Voorts wordt bij de samenwerking prioriteit gegeven aan de sectoren die de economieën van Egypte en de Gemeenschap dichter tot elkander brengen, met name sectoren die groei en werkgelegenheid scheppen.3. De samenwerking moedigt maatregelen om de intraregionale samenwerking te stimuleren aan.4. Bij de uitvoering van de verschillende terreinen van de economische samenwerking wordt de bescherming van het milieu en het ecologische evenwicht in acht genomen, voorzover relevant voor die terreinen.5. De partijen kunnen overeenkomen hun economische samenwerking uit te breiden tot sectoren die niet onder de bepalingen van deze titel vallen. ARTIKEL 41 Methoden en procedures De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van : a) een regelmatige economische dialoog tussen de partijen die alle terreinen van het macroeconomisch beleid bestrijkt;b) regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën op alle terreinen van de samenwerking;in dit verband worden onder meer bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen gehouden; c) uitwisseling van advies, deskundigheid en scholing;d) gezamenlijke activiteiten als seminars en werkgroepen;e) technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van regelgeving. ARTIKEL 42 Onderwijs en opleiding De partijen stellen in onderlinge samenwerking welke de meest effectieve methoden zijn om onderwijs en beroepsopleidingen significant te verbeteren, en passen deze methoden toe, met name ten aanzien van overheidsondernemingen en particuliere ondernemingen, handelsgerelateerde dienstverlening, de overheid, technische instellingen, instanties voor normalisatie en certificatie en andere relevante organisaties. In dit verband wordt bijzondere aandacht geschonken aan de toegang voor vrouwen tot hoger onderwijs en opleidingsfaciliteiten.
De samenwerking stimuleert tevens de totstandkoming van betrekkingen tussen gespecialiseerde instanties in de Gemeenschap en Egypte en bevordert de uitwisseling van informatie en ervaring en het gezamenlijk gebruik van technische faciliteiten.
ARTIKEL 43
Wetenschappelijke en technologische samenwerking De samenwerking heeft als doel : a) het bevorderen van duurzame betrekkingen tussen de wetenschappelijke gemeenschap in de Gemeenschap en die in Egypte, met name door middel van : - openstelling van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's van de Gemeenschap voor Egypte, overeenkomstig de geldende bepalingen inzake de deelname van derde landen; - deelname van Egypte aan netwerken voor gedecentraliseerde samenwerking; - bevordering van synergie tussen opleiding en onderzoek; b) het versterken van de onderzoekscapaciteit in Egypte;c) het stimuleren van technologische innovatie, uitwisseling van nieuwe technologieën en verspreiding van kennis. ARTIKEL 44 Milieu l. De samenwerking heeft als doel het voorkomen van de aantasting van het milieu, het terugdringen van verontreiniging en het rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen, teneinde duurzame ontwikkeling te waarborgen.2. Specifiek richt de samenwerking zich op de volgende terreinen : - woestijnvorming; - de kwaliteit van het water van de Middellandse Zee en de bestrijding en voorkoming van verontreiniging van de zee; - waterbeheer; - energiebeheer; - afvalbeheer; - verzilting; - beheer van het milieu van gevoelige kustgebieden; - de effecten van industriële ontwikkeling en met name de veiligheid van industriële installaties; - de gevolgen van de landbouw voor de kwaliteit van bodem en water; - milieueducatie en -voorlichting
ARTIKEL 45
Industriële samenwerking De samenwerking bevordert en stimuleert met name : - het debat over industriebeleid en concurrentie in een open economie; - de industriële samenwerking tussen bedrijven in de Gemeenschap en in Egypte : dit houdt onder meer toegang voor Egypte in tot communautaire netwerken voor samenwerking tussen ondernemingen en tot netwerken voor gedecentraliseerde samenwerking; - de modernisering en herstructurering van de Egyptische industrie; - totstandbrenging van een voor de ontwikkeling van het particuliere bedrijfsleven gunstig klimaat, teneinde groei en diversifiëring van de industriële productie te stimuleren; - overdracht van technologie, innovatie en onderzoek en ontwikkeling; - ontwikkeling van het menselijk potentieel; - toegang tot de kapitaalmarkt ten behoeve van de financiering van productieve investeringen
ARTIKEL 46
Investeringen en stimulering van investeringen. De samenwerking is gericht op versterking van de instroom van kapitaal, deskundigheid en technologie naar Egypte door onder meer : - op gepaste wijze investeringsmogelijkheden en bronnen van informatie over investeringsregels te identificeren; - informatie te verstrekken over Europese investeringsregelingen (technische bijstand, rechtstreekse financiële ondersteuning, fiscale stimuleringsmaatregelen, investeringsverzekering en dergelijke) voor investeringen buiten de EG, en de Egypte beter in staat te stellen daarvan te profiteren; - een juridisch klimaat tot stand te brengen dat bevorderlijk is voor de onderlinge investeringen, eventueel door sluiting door Egypte en de lid-Staten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing; - de mogelijkheden voor de oprichting van joint ventures te onderzoeken, met name voor het midden- en kleinbedrijf, en voor de sluiting van overeenkomsten tussen de lid-Staten en Egypte; - mechanismen voor de stimulering van investeringen in te stellen De samenwerking kan zich uitstrekken tot planning en uitvoering van projecten waarmee ter plaatse de doeltreffende verwerving en gebruik van basistechnologieën, het gebruik van normen, de ontwikkeling van het menselijk potentieel en het scheppen van werkgelegenheid kan worden gedemonstreerd.
ARTIKEL 47
Normalisatie en conformiteitsbeoordeling De partijen streven ernaar de verschillen op het gebied van harmonisatie en conformiteitsbeoordeling te beperken. Specifiek richt de samenwerking in dit verband zich op de volgende terreinen : a) voorschriften op het gebied van normalisatie, metrologie, kwaliteitsnormen en erkenning van conformiteit, met name wat betreft sanitaire en fytosanitaire normen voor landbouwproducten en voedingsmiddelen;b) modernisering van de Egyptische instanties voor conformiteitsbeoordeling, teneinde te zijner tijd overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van conformiteitsbeoordeling te sluiten;c) het ontwikkelen van structuren voor de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom, normalisatie en kwaliteitsnormen. ARTIKEL 48 Aanpassing van wetgeving De partijen doen wat in hun vermogen ligt om hun wetgeving onderling aan te passen, teneinde de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst te vereenvoudigen
ARTIKEL 49
Financiële diensten De partijen werken samen om hun normen en voorschriften te harmoniseren, onder andere met het oog op : a) versterking en herstructurering van de financiële sector in Egypte;b) verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, alsmede het toezicht op en de reglementering van het bankwezen, het verzekeringswezen en andere segmenten van de financiële sector in Egypte. ARTIKEL 50 Landbouw en visserij De samenwerking is gericht op : a) modernisering en herstructurering van landbouw en visserij, onder meer door modernisering van infrastructuur en uitrusting, ontwikkeling van technologie voor verpakking, opslag en marketing en verbetering van particuliere distributieketens;b) diversificatie van productie en externe afzetmarkten, onder meer door stimulering van de oprichting van joint ventures in de agro-industriële sector;c) hechtere samenwerking op veterinair en fytosanitair gebied en inzake teelttechnieken teneinde handelsverkeer tussen de partijen te vergemakkelijken.De partijen wisselen hiertoe informatie uit
ARTIKEL 51
Vervoer De samenwerking is gericht op : - herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur die gekoppeld is aan de belangrijkste trans-Europese verbindingen van gemeenschappelijk belang; - definitie en toepassing van exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn; - vernieuwing van technische installaties voor multimodaal vervoer, containervervoer en overslag; - verbetering van het beheer van luchthavens, de luchtverkeersleiding en de spoorwegen, mede inhoudende samenwerking tussen de verantwoordelijke nationale instanties. - verbetering van navigatiehulpmiddelen
ARTIKEL 52
Telecommunicatie en informatiemaatschappij De partijen erkennen dat informatie- en communicatietechnologieën een cruciaal element zijn van een moderne samenleving, een vitale factor voor de economische en sociale ontwikkeling en een hoeksteen van de opkomende informatiemaatschappij De samenwerkingsactiviteiten van de partijen op dit gebied zijn gericht op : - een dialoog over vraagstukken die verband houden met de verschillende aspecten van de informatiemaatschappij, zoals het telecommunicatiebeleid; - uitwisseling van informatie en mogelijke technische bijstand op het gebied van regelgeving, normalisatie, conformiteitsbeoordeling en certificering in verband met informatietechnologieën en telecommunicatie; - verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en verfijning van nieuwe toepassingen op dit gebied; - uitvoering van gezamenlijke projecten voor onderzoek, technische ontwikkeling of industriële toepassingen op het gebied van informatietechnologieën, communicatie, telematica en de informatiemaatschappij; - deelname van Egyptische organisaties, binnen de gevestigde kaders, aan proefprojecten en Europese programma's; - onderlinge koppeling van netwerken en interoperabiliteit van telematicadiensten in de Gemeenschap en Egypte.
ARTIKEL 53
Energie Bij de samenwerking genieten prioriteit : - bevordering van duurzame energie; - bevordering van energiebesparing en efficiënt energiegebruik; - toegepast onderzoek naar datanetwerken in de economische en sociale sector, met name ten behoeve van de verbinding tussen ondernemingen in de Gemeenschap en in Egypte; - ondersteuning voor de modernisering en ontwikkeling van energienetwerken en koppeling daarvan aan de netwerken van de Gemeenschap
ARTIKEL 54
Toerisme De prioriteiten voor de samenwerking zijn : - stimulering van investeringen in het toerisme; - verbetering van de kennis van de toeristenindustrie en versterking van de consistentie van beleid dat op het toerisme van invloed is; - betere seizoensspreiding van het toerisme; - bevordering van de samenwerking met regio's en steden in buurlanden; - benadrukking van het belang van het culturele erfgoed voor het toerisme; - zorgen voor een passende wisselwerking tussen toerisme en het milieu; - versterking van het concurrentievermogen van het toerisme door steun voor professionalisering
ARTIKEL 55
Douane 1. De partijen ontwikkelen de samenwerking op douanegebied teneinde erop toe te zien dat de handelsbepalingen worden nageleefd.Bij de samenwerking hebben prioriteit : a) vereenvoudiging van controles en procedures voor in- en uitklaring van goederen;b) toepassing van het "enig document" en een systeem om de douanevervoerregelingen van de Gemeenschap en Egypte te koppelen.2. Onverminderd het bepaalde in de overeenkomst inzake verdere samenwerking, in het bijzonder wat de bestrijding van drugs en het witwassen van geld betreft, verlenen de douaneadministraties van de partijen elkander administratieve bijstand overeenkomstig Protocol nr. 5
ARTIKEL 56
Statistiek De samenwerking is met name gericht op harmonisatie van de door de partijen gebruikte methoden, zodat betrouwbare statistieken kunnen worden opgesteld voor alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen en voor statistische verwerking in aanmerking komen
ARTIKEL 57
Witwassen van geld l. De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengst van criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.2. De samenwerking op dit gebied omvat mede technische en administratieve bijstand voor het opzetten van effectieve normen voor de bestrijding van witwassen, die met de internationale normen overeenstemmen. ARTIKEL 58 Bestrijding van drugs 1. De samenwerking is met name gericht op : - verbetering van de effectiviteit van beleid en maatregelen ter voorkoming en bestrijding van het aanbod van en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, almede op bestrijding van het misbruik van deze producten; - bevordering van een gezamenlijke aanpak voor het terugdringen van de vraag. 2. De partijen bepalen gezamenlijk, in overeenstemming met hun respectieve wetgeving, welke strategieën en samenwerkingsmethoden geboden zijn om deze doelstellingen te bereiken.Hun optreden, voor zover niet gemeenschappelijk, wordt gebaseerd op overleg en nauwe coordinatie Aan dit optreden kunnen de betrokken overheidsinstellingen en particuliere instellingen deelnemen, alle overeenkomstig hun bevoegdheden, in samenwerking met de bevoegde instanties van Egypte, de Gemeenschap en haar lid-Staten. 3. De samenwerking wordt verwezenlijkt door middel van uitwisseling van informatie en waar nodig gezamenlijke activiteiten met betrekking tot : - oprichting of uitbreiding van instellingen voor sociale dienstverlening en gezondheidszorg en informatiecentra voor de behandeling en sociale reïntegratie van drugsverslaafden; - uitvoering van projecten op het gebied van preventie, voorlichting, opleiding, en epidemiologisch onderzoek; - het opstellen van effectieve normen voor de 'voorkoming van het onrechtmatig gebruik van precursoren en andere essentiële stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, overeenkomend met de internationale normen.
ARTIKEL 59
Bestrijding van terrorisme Overeenkomstig internationale verdragen en hun nationale wetgeving werken de partijen samen op dit gebied, waarbij de nadruk ligt op : - uitwisseling van informatie over middelen en methoden voor de bestrijding van terrorisme; - uitwisseling van ervaringen met betrekking tot de voorkoming van terrorisme; - gezamenlijk onderzoek naar de voorkoming van terrorisme
ARTIKEL 60
Regionale samenwerking De samenwerking is met name gericht op : - ontwikkeling van de economische infrastructuur; - wetenschappelijk en technologisch onderzoek; - intraregionale handel; - douanezaken; - cultuur; - milieuvraagstukken
ARTIKEL 61
Bescherming van de consument De samenwerking op dit gebied is gericht op de harmonisatie van de regelingen voor de bescherming van de consument in de Europese Gemeenschap en in Egypte en dient voorzover mogelijk gericht te zijn op : - versterking van de onderlinge compatibiliteit van de consumentenwetgeving, teneinde handelsbelemmeringen te voorkomen; - instelling, ontwikkeling en onderlinge koppeling van systemen voor wederzijdse informatieverstrekking over gevaarlijke voedingsmiddelen en industrieproducten (systemen voor vroeg tijdige waarschuwing); - uitwisseling van informatie en deskundigen; - organisatie van opleidingsregelingen en verlening van technische bijstand TITEL VI HOOFDSTUK I DIALOOG EN SAMENWERKING OP SOCIAAL GEBIED ARTIKEL 62 De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan billijke behandeling van hun werknemers die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven en werkzaam zijn. De lid-Staten en Egypte komen overeen, indien een van hen daarom verzoekt, besprekingen te openen over onderlinge bilaterale overeenkomsten inzake arbeidsvoorwaarden voor en socialezekerheidsrechten van werknemers uit Egypte en de lid-Staten die legaal verblijven en werkzaam zijn op hun grondgebied.
ARTIKEL 63 1. Tussen de partijen wordt een regelmatige dialoog ingesteld over onderwerpen op sociaal gebied die voor hen van belang zijn.2. In het kader van deze dialoog wordt onderzocht hoe vooruitgang kan worden bewerkstelligd wat betreft het verkeer van werknemers, gelijke behandeling en sociale integratie van onderdanen van Egypte en van de lid-Staten van de Gemeenschap die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven.3. De dialoog heeft met name betrekking op alle vraagstukken betreffende : a) leef- en werkomstandigheden van migrantengemeenschappen;b) migratie;c) illegale migratie;d) activiteiten ter bevordering van de gelijke behandeling van onderdanen van Egypte en van de lid-Staten van de Gemeenschap, wederzijdse kennis van cultuur en beschaving, bevordering van tolerantie en afschaffing van discriminatie. ARTIKEL 64 De dialoog over sociale aangelegenheden wordt gevoerd volgens dezelfde procedures als die waarin in titel I van deze overeenkomst wordt voorzien.
ARTIKEL 65
Teneinde de samenwerking op sociaal gebied tussen de partijen te consolideren, worden activiteiten en programma's uitgevoerd op alle gebieden die voor hen van belang zijn Hierbij hebben de volgende onderwerpen prioriteit : a) vermindering van de migratiedruk, met name door het verbeteren van de levensomstandigheden, het scheppen van werkgelegenheid en inkomensgenerende activiteiten en het ontwikkelen van het onderwijs in de gebieden waaruit emigranten afkomstig zijn;b) bevordering van de betrokkenheid van vrouwen bij het economische en sociale ontwikkelingsproces;c) ontwikkeling en versterking van Egyptische programma's voor gezinsplanning en de bescherming van moeder en kind;d) verbetering van het stelsel van sociale zekerheid;e) verbetering van de gezondheidszorg;f) verbetering van de levensomstandigheden in arme gebieden;g) uitvoering en financiering van uitwisselings- en vrijetijdsprogramma's voor gemengde groepen Europese en Egyptische jongeren die in de lid-Staten verblijven ter bevordering van de kennis van elkanders cultuur en van de tolerantie. ARTIKEL 66 De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden uitgevoerd in samenwerking met de lid-Staten en bevoegde internationale organisaties.
ARTIKEL 67 De Associatieraad richt voor het einde van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een werkgroep op. Deze wordt belast met de permanente en regelmatige evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot en met 3. HOOFDSTUK 2 SAMENWERKING INZAKE VOORKOMING VAN EN CONTROLE OP ILLEGALE IMMIGRATI EEN ANDERE CONSULAIRE AANGELEGENHEDEN ARTIKEL 68 De partijen werken samen teneinde illegale immigratie te voorkomen en controleren. Hiertoe geldt het volgende : - iedere lid-Staat van de Europese Gemeenschap verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van Egypte verblijven op verzoek van Egypte zonder verdere formaliteiten over te nemen, zodra de betrokken personen uitdrukkelijk als zodanig zijn geïdentificeerd; - Egypte verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lid-Staat van de Europese Gemeenschap verblijven op verzoek van die lid-Staat zonder verdere formaliteiten over te nemen, zodra de betrokken personen uitdrukkelijk als zodanig zijn geïdentificeerd;
Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lid-Staten en Egypte hun onderdanen passende identiteitsdocumenten.
Wat de lid-Staten van de Europese Unie betreft zijn de verplichtingen van dit artikel uitsluitend van toepassing op personen die voor de toepassing van het Gemeenschapsrecht geacht worden hun onderdanen te zijn.
Wat Egypte betreft zijn de verplichtingen van dit artikel uitsluitend van toepassing op personen die overeenkomstig het Egyptische rechtsstelsel en alle relevante wetgeving betreffende het staatsburgerschap geacht worden onderdanen van Egypte te zijn.
ARTIKEL 69
Na de inwerkingtreding van de overeenkomst openen de partijen op verzoek van een van hen onderhandelingen over de sluiting van onderlinge bilaterale overeenkomsten waarin hun specifieke verplichtingen betreffende de overname van hun onderdanen worden geregeld. Indien een partij zulks noodzakelijk acht, bevatten dergelijke overeenkomsten tevens regelingen voor de overname van onderdanen van derde landen. In die regelingen wordt bepaald welke categorieën personen onder de regelingen vallen, alsmede op welke wijze de overname dient te geschieden Egypte wordt passende financiële en technische steun verleend voor de tenuitvoerlegging van deze regelingen.
ARTIKEL 70 De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden verricht voor de voorkoming van en de controle op illegale immigratie en met betrekking tot andere consulaire aangelegenheden.
HOOFDSTUK 3 SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CULTUUR, AUDIOVISUELE MEDIA EN INFORMATIE ARTIKEL 71 1. De partijen bevorderen de culturele samenwerking ten aanzien van terreinen van wederzijds belang, in een geest van respect voor elkanders cultuur.Er wordt een duurzame dialoog inzake cultuur ingesteld. De samenwerking is met name gericht op het bevorderen van : - het conserveren en restaureren van historisch en cultureel erfgoed (monumenten en locaties van cultuurhistorische waarde, artefacten, zeldzame boeken en handschriften en dergelijke); - de uitwisseling van tentoonstellingen, theatergroepen, kunstenaars, letterkundigen, intellectuelen, culturele evenementen en dergelijke; - vertalingen; - de opleiding van personen die in de cultuursector werkzaam zijn. 2.
De samenwerking op het gebied van de audiovisuele media bevordert coproducties en gezamenlijke opleidingsactiviteiten.De partijen streven ernaar de deelname van Egypte aan communautaire initiatieven op dit gebied te stimuleren. 3. De partijen zijn het erover eens dat cultuurprogramma's van de Gemeenschap en een of meer lid-Staten, alsmede andere activiteiten van wederzijds belang, tot Egypte kunnen worden uitgebreid.4. De partijen stimuleren culturele samenwerking van commerciële aard, met name door middel van gezamenlijke projecten (voor productie, investering en marketing), opleiding en uitwisseling van informatie.5. Bij de vaststelling van samenwerkingsactiviteiten en -programma's en gezamenlijke activiteiten besteden de partijen bijzondere aandacht aan jongeren, aan zelfexpressie en communicatievaardigheden met gebruikmaking van schriftelijke en audiovisuele media, en aan monumentenzorg en verbreiding van cultuur.6.
De samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van : - een regelmatige dialoog tussen de partijen; - regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën in alle sectoren van samenwerking, onder meer door middel van bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen; - activiteiten op het gebied van adviesverlening, expertise en opleiding; - gezamenlijke activiteiten als seminars en workshops; - technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van de regelgeving-, - verspreiding van informatie over samenwerkingsinitiatieven.
TITEL VII. - Financiële samenwerking ARTIKEL 72 Ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst wordt een financieel samenwerkingspakket aan Egypte ter beschikking gesteld volgens de passende procedures en met de vereiste financiële middelen.
De financiële samenwerking is met name gericht op : - het bevorderen van hervormingen die gericht zijn op de modernisering van de economie; - het op peil brengen van de economische infrastructuur; - het bevorderen van particuliere investeringen en activiteiten die werkgelegenheid scheppen; - het opvangen van de gevolgen voor Egypte van de geleidelijke instelling van een vrijhandelsgebied, met name door de industrie te moderniseren en te herstructureren en Egyptes exportcapaciteit te vergroten; - flankerende maatregelen voor beleid in de sociale sector; - het bevorderen van de capaciteit en het vermogen van Egypte op het gebied van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten; - aanvullende maatregelen, waar nodig, ter uitvoering van bilaterale overeenkomsten ter voorkoming en beheersing van illegale immigratie; - flankerende maatregelen ten behoeve van de formulering en tenuitvoerlegging van de concurrentiewetgeving.
ARTIKEL 73
Met het oog op een gecoordineerde benadering van uitzonderlijke macro-economische en financiële problemen die uit de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst zouden kunnen voortvloeien, schenken de partijen bijzondere aandacht aan de ontwikkelingen in het handelsverkeer en de financiële betrekkingen tussen de Gemeenschap en Egypte in het kader van de krachtens titel V ingestelde regelmatige economische dialoog TITEL VIII. - Institutionele, algemene en slotbepalingen ARTIKEL 74 Er wordt een Associatieraad opgericht, die éénmaal per jaar, of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen, op ministerieel niveau bijeenkomt op initiatief van zijn voorzitter, overeenkomstig het reglement van orde.
De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.
ARTIKEL 75 1. De Associatieraad bestaat uit enerzijds leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en anderzijds leden van de regering van Egypte.2. De leden van de Associatieraad kunnen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van deze Associatieraad vast te stellen voorwaarden.3. De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.4. De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en een lid van de regering van Egypte, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de Associatieraad. ARTIKEL 76 Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de overeenkomst heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.
De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoéring ervan. De Associatieraad kan tevens alle nuttige aanbevelingen doen.
De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.
ARTIKEL 77 l. Er wordt een Associatiecomité opgericht, dat toezicht houdt op het beheer van deze Overeenkomst, onder voorbehoud van de aan de Associatieraad toegekende bevoegdheden.2. De Associatieraad kan alle of een deel van zijn bevoegdheden aan het Associatiecomité delegeren. ARTIKEL 78 1. Het Associatiecomité vergadert op het niveau van hoge ambtenaren en bestaat uit enerzijds vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, en anderzijds vertegenwoordigers van de regering van Egypte.2. Het Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.3. Het Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Voorzitterschap.van de Raad van de Europese Unie en een vertegenwoordiger van de regering van Egypte.
ARTIKEL 79 1. Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid inzake het beheer van deze overeenkomst en op de terreinen waarop de Associatieraad bevoegdheden aan het Associatiecomité heeft gedelegeerd.2. De besluiten van het Associatiecomité worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de partijen.Deze besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan.
ARTIKEL 80 De Associatieraad kan besluiten werkgroepen of lichamen in te stellen die voor de uitvoering van de overeenkomst nodig zijn. Hij stelt voor alle aldus aan hem ondergeschikte werkgroepen of lichamen de werkopdracht vast.
ARTIKEL 81 De Associatieraad neemt alle nuttige maatregelen ter bevordering van de samenwerking en de contacten tussen het Europees Parlement en de Volksvergadering van Egypte.
ARTIKEL 82 1. Elk der partijen kan ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.2. De Associatieraad kan het geschil bij besluit beslechten.3. Beide partijen zijn verplicht de maatregelen te treffen die voor de uitvoering van besluiten als bedoeld in lid 2 noodzakelijk zijn.4. Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, kan elk der partijen de andere partij ervan in kennis stellen dat zij een scheidsrechter heeft aangewezen, waarop de andere partij binnen twee maanden een tweede scheidsrechter dient aan te wijzen.Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en de lid-Staten geacht één partij bij het geschil te zijn.
De Associatieraad wijst een derde scheidsrechter aan.
De scheidsrechters besluiten bij meerderheid van stemmen.
Elke partij bij het geschil treft de maatregelen die voor de tenuitvoerlegging van het besluit van de scheidsrechters noodzakelijk zijn.
ARTIKEL 83
Niets in deze overeenkomst belet een overeenkomstsluitende partij maatregelen te nemen : a) die zij nodig acht om onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist te beletten;b) die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmaterieel of met onderzoek, ontwikkeling of productie die onmisbaar zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn; c) die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij.voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan
ARTIKEL 84
Op de door deze overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende : - de regelingen die Egypte ten opzichte van de Gemeenschap toepast mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van de lid-Staten, hun onderdanen of hun vennootschappen; - de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Egypte toepast mogen geen aanleiding geven tot onderlinge discriminatie van Egyptische onderdanen of vennootschappen
ARTIKEL 85
Ten aanzien van directe belastingen heeft geen der bepalingen van de overeenkomst tot gevolg dat : - de door een partij toegekende voordelen op fiscaal gebied in enige internationale overeenkomst of regeling waardoor deze partij gebonden is worden uitgebreid; - de vaststelling of toepassing door een partij van maatregelen ter voorkoming van fraude of belastingontduiking wordt verhinderd; - afbreuk wordt gedaan aan het recht van een partij de terzake doende bepalingen van haar fiscale wetgeving toe te passen op belastingplichtigen die zich niet in een zelfde situatie bevinden, met name ten aanzien van hun woonplaats ARTIKEL 86 1. De partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze overeenkomst te voldoen.Zij zien erop toe dat de in de overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt. 2. Indien een der partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen.Alvorens dit te doen, behalve in geval van wezenlijke inbreuk op deze overeenkomst door de andere partij, verstrekt zij de Associatieraad alle terzake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Wezenlijke inbreuk op deze overeenkomst houdt in : verbreking van deze overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationale recht of ernstige schending van een essentieel element van deze overeenkomst, waardoor een klimaat wordt geschapen dat niet bevorderlijk is vooroverleg, alsmede situaties waarin uitstel afbreuk zou doen aan de doelstellingen van deze overeenkomst. 3. Bij de keuze van maatregelen als bedoeld in lid 2 wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van deze overeenkomst het minst verstoren.De partijen komen voorts overeen dat deze maatregelen in overeenstemming dienen te zijn met het internationale recht en in verhouding dienen te staan tot de schending.
De genomen maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht en op verzoek van de andere partij in de Associatieraad besproken. Indien een der partijen in geval van wezenlijke inbreuk op de overeenkomst als bedoeld in lid 2 een maatregel neemt, kan de andere partij een beroep doen op de procedure voor geschillenbeslechting.
ARTIKEL 87 De protocollen 1 tot en met 5 en de bijlagen I tot en met VI vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.
ARTIKEL 88
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder "partijen" verstaan : enerzijds Egypte, en anderzijds de Gemeenschap, dan wel de lid-Staten, dan wel de Gemeenschap en de lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden
ARTIKEL 89Deze overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten
Elk der partijen kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. Zes maanden na de datum van die kennisgeving houdt deze overeenkomst op van toepassing te zijn.
ARTIKEL 90
Deze overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, overeenkomstig het bepaalde in die verdragen, en anderzijds op het grondgebied van Egypte
ARTIKEL 91
Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse, de Zweedse en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek ARTIKEL 92 1. Deze overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd. Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de partijen elkander ervan kennisgeving doen dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid. 2. Bij inwerkingtreding vervangt deze overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Egypte en de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en Egypte, ondertekend te Brussel op 18 januari 1997. Gedaan te Luxemburg, op 25 juni 2001.
BIJLAGEN EN PROTOCOLLEN Bijlage I : Landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, bedoeld in de artikelen 7 en 12 Bijlage II : Industriële producten van oorsprong uit de Gemeenschap waarop bij invoer in Egypte het in artikel 9, lid 1, bedoelde tijdschema voor de afschaffing van de rechten van toepassing is Bijlage III : Industriële producten van oorsprong uit de Gemeenschap waarop bij invoer in Egypte het in artikel 9, lid 2, bedoelde tijdschema voor de afschaffing van de rechten van toepassing is Bijlage IV : Industriële producten van oorsprong uit de Gemeenschap waarop bij invoer in Egypte het in artikel 9, lid 3, bedoelde tijdschema voor de afschaffing van de rechten van toepassing is Bijlage V : Industriële producten van oorsprong uit de Gemeenschap, bedoeld in artikel 9, lid 4, bijlage VI : Intellectuele eigendom, bedoeld in artikel 37 Protocol nr. 1 : Regeling van toepassing bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten van oorsprong uit Egypte Protocol nr. 2 : Regeling van toepassing bij de invoer in Egypte van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap Protocol nr. 3 : Regeling van toepassing op verwerkte landbouwproducten Protocol nr. 4 : Definitie van het begrip "producten van oorsprong" en regelingen voor administratieve samenwerking Protocol nr. 5 : Wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld PROTOCOL NR.1 REGELING VAN TOEPASSING BIJ DE INVOER IN DE GEMEENSCHAP VAN LANDBOUWPRODUCTEN VAN OORSPRONG UIT EGYPTE 1. De in de bijlage genoemde producten van oorsprong uit Egypte mogen in de Gemeenschap worden ingevoerd onder de voorwaarden die hierna en in de bijlage zijn vermeld.2. a) De douanerechten worden afgeschaft of verlaangd als aangegeven in kolom A.b) Voor bepaalde producten waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een douanerecht ad valorem en een specifiek recht voorziet, zijn de in de kolommen A en C vermelde verlagingspercentages uitsluiten op het recht ad valorem van toepassing.3. Voor bepaalde producten worden de douanerechten afgeschaft binnen de grenzen van de tariefcontingenten vermeld in kolom B.
Voor ingevoerde hoeveelheden die het contingent overschrijden, wordt het recht van het gemeenschappelijk douanetarief, afhandelijk van het product, volledig toegepast of verlaagd als aangegeven in kolom C. Voor het eerste toepassingsjaar wordt de omvang van de tariefcontingenten berekend in verhouding tot het basisvolume, rekening houdend met het gedeelte van de periode dat op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst reeds is verstreken. 4. Voor producten waarbij in kolom D naar dit punt 4 wordt verwezen, wordt de omvang van de tariefcontingenten vermeld in kolom B jaarlijks verhoogd met 3 % van de omvang van het voorgaande jaar.De eerste verhoging vindt plaats één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst. 5.
De door de Europese Gemeenschap en Egypte overeengekomen invoerprijs, vanaf welke het specifieke recht als vermeld in de lijst van concessies die door de Gemeenschap bij de WTO is aangemeld tot nul wordt verlaagd, bedraagt van 1 december tot en met 31 mei voor verse sinaasappelen, andere pomeransen (bittere oranjeappelen), ingedeeld onder de GN-codes ex 0805 10 10, ex 0805 10 30 en ex 0805 10 50, binnen het tariefcontingent van 34 000 ton dat op de concessie betreffende douanerechten ad valorem douanerechten van toepassing is : - 266 euro per ton van 1 december 1999 tot en met 31 mei 2000; - 264 euro per ton gedurende elke volgende periode van 1 december tot en met 31 mei.
Indien de invoerprijs voor een zending, 2 %, 4 %, 6 % of 8 % lager is dan het overeengekomen invoerprijs, bedraagt het specifieke douanerecht respectievelijk 2 %, 4 %, 6 % of 8 % van deze overeengekomen invoerprijs. Indien de invoerprijs voor een zending langer is dan 92 % van de overeengekomen invoerprijs, is het bij de WTO geconsolideerde specifieke douanerecht van toepassing.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld PROTOCOL NR. 2 REGELING VAN TOEPASSING BIJ DE INVOER IN EGYPTE VAN LANDBOUWPRODUCTEN VAN OORSPRONG UIT DE GEMEENSCHAP 1. De in de bijlage genoemde producten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen in Egypte worden ingevoerd onder de voorwaarden die hierna en in de bijlage zijn vermeld.2. De douanerechten bij invoer worden afgeschaft of verlaagd tot de waarde aangegeven in kolom A.3. Voor bepaalde producten worden de rechten afgeschaft of verlaagd binnen de grenzen van de tariefcontingenten vermeld in kolom B. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld PROTOCOL NR. 3 BETREFFENDE DE HANDEL TUSSEN EGYPTE EN DE GEMEENSCHAP IN VERWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN ARTIKEL 1 1. Douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer welke in Egypte van toepassing zijn op verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage I bij dit protocol, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema : - voor de producten in tabel 1 worden de rechten twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft; - voor de producten in tabel 2 worden de rechten als volgt verlaagd : twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst : - 5 % van het basisrecht; drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst : - 10 % van het basisrecht; vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst : - 15 % van het basisrecht; - voor de producten in tabel 3 worden de rechten als volgt verlaagd : twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst : - 5 % van het basisrecht; drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst : - 15 % van het basisrecht; vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst : - 25 % van het basisrecht. 2.
Voor de invoer van in bijlage II bij dit protocol genoemde verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Egypte gelden de daarin vermelde rechten, ongeacht of beperkingen en in het kader van een contingent van toepassing zijn.3. De in de bijlagen I en II bij dit protocol vermelde verlagingen van de douanerechten zijn van toepassing op de in artikel 18 bedoelde basisrechten.4. De Associatieraad kan : de lijst van de onder dit protocol vallende verwerkte landbouwproducten uitbreiden; de in bijlage I en II bij dit protocol vermelde rechten wijzigen; de tariefcontingenten verruimen of afschaffen.
ARTIKEL 2 1. De overeenkomstig artikel 1 toegepaste rechten kunnen bij besluit van het Associatiecomité worden verlaagd : wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte de op de baisproducten toegepaste rechten worden verlaagd, of naar aanleiding van verlagingen die het gevolg zijn van werderzijdse consessies voor verwerkte landbouwproducten.2. Wat de door de Gemeenschap toegepaste rechten betreft worden de onder het eerste streepje bedoelde verlagingen berekend op basis van het als landbouwelement aangemerkt deel van het recht, dat betrekking heeft op de landbouwproducten zijn gebruikt, en in mindering gebracht op de rechten voor die basislandbouwproducten. ARTIKEL 3 De Gemeenschap en Egypte stellen elkaar in kennis van de administratieve regelingen die zijn vastgesteld voor de onder dit protocol vallende producten.
Deze regelingen dienen een gelijke behandeling van alle betrokken partijen te waarborgen en dienen zo eenvoudig en soepel mogelijk te zijn.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld PROTOCOL Nr. 4 BETREFFENDE DE DEFINITIE VAN HET BEGRIP "PRODUCTEN VAN OORSPRONG" EN REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING TITEL IV. - TERUGGAVE OF VRIJSTELLING VAN RECHTEN - Artikel 15 Verbod op teruggave of vrijstelling van rechten (gewijzigd) TITEL V. - BEWIJS VAN DE OORSPRONG - Artikel 16 Algemene voorwaarden - Artikel 17 Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 - Artikel 18 Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 - Artikel 19 Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 - Artikel 20 Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong - Artikel 21 Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring - Artikel 22 Toegelaten exporteurs - Artikel 23 Geldigheid van het bewijs van oorsprong - Artikel 24 Overlegging van het bewijs van oorsprong - Artikel 25 Invoer in deelzendingen - Artikel 26 Vrijstelling van bewijs van oorsprong - Artikel 27 Ondersteunende documenten - Artikel 28 Bewaring van het bewijs van oorsprong en de ondersteunende documenten - Artikel 29 Verschillen en vormfouten - Artikel 30 In euro uitgedrukte bedragen INHOUD TITEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN - Artikel 1 Definities TITEL II. - DEFINITIE VAN HET BEGRIP "PRODUCTEN VAN OORSPRONG" - Artikel 2 Algemene voorwaarden - Artikel 3 Bilaterale cumulatie van de oorsprong - Artikel 4 Diagonale cumulatie van de oorsprong - Artikel 5 Geheel en al verkregen producten - Artikel 6 Toereikende bewerking of verwerking - Artikel 7 Ontoereikende bewerking of verwerking - Artikel 8 Determinerende eenheid - Artikel 9 Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen - Artikel 10 Stellen of assortimenten - Artikel 11 Neutrale elementen TITEL III. - TERRITORIALE VOORWAARDEN - Artikel 12 Territorialiteitsbeginsel - Artikel 13 Rechtstreeks vervoer - Artikel 14 Tentoonstellingen TITEL VI. - REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING - Artikel 31 Wederzijdse bijstand - Artikel 32 Controle van bewijzen van oorsprong - Artikel 33 Beslechting van geschillen - Artikel 34 Sancties - Artikel 35 Vrije zones TITEL VII. - CEUTA EN MELILLA - Artikel 36 Toepassing van het protocol - Artikel 37 Bijzondere voorwaarden TITEL VIII. - SLOTBEPALINGEN - Artikel 38 Wijziging van het protocol - Artikel 39 Tenuitvoerlegging van het protocol - Artikel 40 Goederen in doorvoer of in opslag BIJLAGEN BIJLAGE I : Aantekeningen bij de lijst in bijlage II BIJLAGE II : Oorsprongverlenende be- of verwerkingen BIJLAGE IIA : Oorsprongverlenende be of verwerkingen als bedoeld in artikel 6, lid 2 BIJLAGE III : Producten van oorsprong uit Turkije waarop artikel 4 niet van toepassing is, opgesomd in de volgorde van de indeling in het geharmoniseerde systeem BIJLAGE IV : Certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 en aanvraag van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 BIJLAGE V : Factuurverklaring BIJLAGE VI : Gemeenschappelijke verklaringen TITEL I. - Algemene bepalingen ARTIKEL 1 Definities Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder : a) "vervaardiging" : elk type be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;b) "materiaal" : alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen en dergelijke die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;c) "product" : het verkregen product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;d) "goederen" : zowel materialen als producten;e) "douanewaarde" : de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);f) "prijs af fabriek" : de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Egypte in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, mits in die prijs de waarde van alle gebruikte materialen is inbegrepen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;g) "waarde van de materialen" : de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of in Egypte is betaald;h) "waarde van de materialen van oorsprong" : de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;i) "toegevoegde waarde" : de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte producten van oorsprong uit andere landen dan die waarin die producten zijn verkregen;j) "hoofdstukken" en "posten" : de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol "geharmoniseerd systeem" of "GS" genoemd;k) "ingedeeld" : de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;l) "zending" : producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van één vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, één factuur;m) "gebieden" : ook de territoriale wateren.
TITEL II. - Definitie van het begrip "producten van oorsprong" ARTIKEL 2 Algemene voorwaarden 1. Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap : a) geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 5 van dit protocol;b) in de Gemeenschap verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6 van dit protocol.2. Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit Egypte : a) geheel en al in Egypte verkregen producten, in de zin van artikel 5 van dit protocol;b) in Egypte verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Egypte een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6 van dit protocol.
ARTIKEL 3
Bilaterale cumulatie van de oorsprong 1. Materialen van oorsprong uit de Gemeenschap worden beschouwd als materialen van oorsprong uit Egypte, indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen.Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 7, lid 1, van dit protocol genoemde be- of verwerkingen. 2. Materialen van oorsprong uit Egypte worden beschouwd als materialen van oorsprong uit de Gemeenschap, indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen.Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een beof verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 7, lid 1, van dit protocol genoemde be- of verwerkingen
ARTIKEL 4
Diagonale cumulatie van de oorsprong 1. Met inachtneming van het bepaalde in de leden 2 en 3 worden materialen die van oorsprong zijn uit Algerije, Cyprus, Israël, Jordanië, Libanon, Malta, Marokko, Syrië, Tunesië, Turkije;of de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, in de zin van de overeenkomsten tussen de Gemeenschap en Egypte en die landen, beschouwd als materialen van oorsprong uit de Gemeenschap dan wel Egypte, indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen "toereikende be- of verwerkingen" hebben ondergaan De in dit artikel bedoelde cumulatie geldt niet voor materialen van oorsprong uit Turkije die in de lijst van bijlage III bij dit protocol zijn vermeld. 2. Producten die op grond van lid 1 de oorsprong hebben verkregen worden uitsluitend als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Egypte beschouwd, wanneer de aldaar toegevoegde waarde hoger is dan de waarde van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de in lid 1 genoemde andere landen.Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het in lid 1 genoemde land waar de meeste waarde is toegevoegd aan de gebruikte materialen van oorsprong. Bij het bepalen van de oorsprong wordt geen rekening gehouden met materialen van oorsprong uit de in lid 1 genoemde andere landen die in de Gemeenschap of in Egypte een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan. 3.
De in dit artikel bedoelde cumulatieregels zijn uitsluitend van toepassing op materialen die hun oorsprongs-karakter hebben verkregen krachtens oorsprongsregels welke identiek zijn met die van dit protocol.De Gemeenschap en Egypte verstrekken elkaar, door tussenkomst van de Europese Commissie, nadere bijzonderheden over de overeenkomsten en de daarin opgenomen oorsprongsregels die met de in lid 1 genoemde andere landen zijn gesloten. 4. Zodra aan de eisen van lid 3 is voldaan en een datum voor de inwerkingtreding van deze bepalingen is vastgesteld, leeft iedere partij de op haar rustende kennisgevingsverplichtingen na. ARTIKEL 5 Geheel en al verkregen producten 1. Als geheel en al in de Gemeenschap of in Egypte verkregen worden beschouwd : a) aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen producten;b) aldaar geoogste producten van het plantenrijk;c) aldaar geboren en opgefokte levende dieren;d) producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;e) voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;f) producten van de zeevisserij en andere door hun schepen buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of van Egypte uit de zee gewonnen producten;g) producten uitsluitend uit de onder f) bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;h) aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen, met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;i) afval en schroot afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;j) producten, gewonnen uit de zeebodem of -ondergrond buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond;k) goederen die aldaar uitsluitend uit de onder a) tot en met j) bedoelde producten zijn vervaardigd.2.
De termen "hun schepen" en "hun fabrieksschepen" in lid l, onder f) en g), zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen : a) die in een lid-Staat van de Gemeenschap of in Egypte zijn ingeschreven of geregistreerd;b) die de vlag van een lid-Staat van de Gemeenschap of van Egypte voeren;c) die voor ten minste 50 percent toebehoren aan onderdanen van lidstaten van de Gemeenschap of van Egypte of aan een onderneming die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn een lid-Staat van de Gemeenschap of van Egypte, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen van deze staten toebehoort;d) waarvan de kapitein en de officieren onderdaan zijn van een lid-Staat van de Gemeenschap of van Egypte;en e) waarvan de bemanning voor ten minste 75 percent uit onderdanen van lid-Staten van de Gemeenschap of van Egypte bestaat.
ARTIKEL 6
Toereikende bewerking of verwerking 1. Niet geheel en al verkregen producten worden geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan in de zin van artikel 2, indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage Il is voldaan. Deze voorwaarden geven voor alle onder deze overeenkomst vallende producten aan welke be- of verwerkingen niet van oorsprong zijnde materialen moeten ondergaan om het karakter van product van oorsprong te verkrijgen, en zijn slechts op deze materialen van toepassing. Dit betekent dat indien een product dat de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst voor dat product heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden Er wordt dan geen rekening gehouden met niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 worden in bijlage IIA vermelde producten die niet geheel en al zijn verkregen, geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan, indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage IIA is voldaan. Het bepaalde in dit lid is gedurende drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst van toepassing. 3. In afwijking van de leden 1 en 2 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst bij de vervaardiging van een bepaald product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt : a) wanneer de totale waarde ervan niet hoger is dan 10 percent van de prijs af fabriek van het product;b) wanneer in de lijst een of meer percentages zijn gegeven voor de maximumwaarde van de materialen die niet van oorsprong zijn, en deze percentages door de toepassing van dit lid niet worden overschreden.
Dit lid is niet van toepassing op producten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem. 4. De leden 1, 2 en 3 zijn van toepassing onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 7. ARTIKEL 7 Ontoereikende bewerking of verwerking 1. Behoudens het bepaalde in lid 2 worden de volgende be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 6 is voldaan : a) behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren (luchten, uitspreiden, drogen, koelen, in water zetten waaraan zout, zwaveldioxide of andere producten zijn toegevoegd, verwijderen van beschadigde gedeelten en soortgelijke behandelingen);b) eenvoudige behandelingen zoals stofvrij maken, zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van stellen en assortimenten van artikelen), wassen, verven en snijden;c) i) veranderen van verpakkingen, splitsen en samenvoegen van colli; ii) eenvoudig verpakken in flessen, zakken, etuis, dozen of blikken, bevestigen op kaartjes of plankjes en dergelijke, en alle andere handelingen in verband met de opmaak; d) het aanbrengen van merken, etiketten of soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op hun verpakkingen;e) eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten, indien een of meer bestanddelen van het mengsel niet voldoen aan de voorwaarden van dit protocol om als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Egypte te worden beschouwd;f) eenvoudig samenvoegen van delen tot een volledig product;g) twee of meer van de onder a) tot en met f) vermelde behandelingen tezamen;h) het slachten van dieren.2.
Om te bepalen of de be- of verwerkingen die een bepaald product heeft ondergaan ontoereikend zijn in de zin van lid 1 worden alle be- of verwerkingen die dit product in de Gemeenschap of in Egypte heeft ondergaan tezamen genomen. ARTIKEL 8 Determinerende eenheid 1. De determinerende eenheid voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol is het product dat volgens de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem als de basiseenheid wordt beschouwd. Hieruit volgt : a) wanneer een product dat uit een groep of verzameling van artikelen bestaat onder één post van het geharmoniseerde systeem wordt ingedeeld, is het geheel de determinerende eenheid;b) wanneer een zending bestaat uit een aantal identieke producten die onder dezelfde post van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, moet elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit protocol afzonderlijk worden genomen.2.
Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong. ARTIKEL 9 Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn inbegrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht één geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie.
ARTIKEL 10
Stellen en assortimenten Stellen en assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem worden als van oorsprong beschouwd, indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt
ARTIKEL 11
Neutrale elementen Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van : a) energie en brandstof, b) fabrieksuitrusting;c) machines en werktuigen;d) goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen. TITEL III. - Territoriale voorwaarden ARTIKEL 12 Territorialiteitsbeginsel 1. Aan de in titel II genoemde voorwaarden voor het verkrijgen van het karakter van product van oorsprong moet zonder onderbreking in de Gemeenschap of in Egypte zijn voldaan, behoudens het bepaalde in artikel 4.2. Behoudens het bepaalde in artikel 4 worden producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Egypte die naar een ander land worden uitgevoerd en teruggezonden, niet als van oorsprong beschouwd tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat : a) de teruggekeerde goederen dezelfde zijn als de eerder uitgevoerde goederen;en b) dat zij tijdens de periode dat ze waren uitgevoerd geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren
ARTIKEL 13
Rechtstreeks vervoer 1. De bij deze overeenkomst vastgestelde preferentiële regeling is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaarden van dit protocol voldoen en die rechtstreeks tussen de Gemeenschap en Egypte of over het grondgebied van een in artikel 4 genoemd ander land zijn vervoerd.Producten die één zending vormen, kunnen via een ander grondgebied worden vervoerd, eventueel met overslag of tijdelijke opslag op dit grondgebied, mits ze in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren Producten van oorsprong mogen via een pijpleiding door een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap of van Egypte worden vervoerd. 2. Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douaneautoriteiten van het land van invoer : a) één vervoersdocument dat in het land van uitvoer is opgesteld ter dekking van het vervoer door het land van doorvoer;of b) een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat, waarin : i) de producten nauwkeurig zijn omschreven; ii) de data zijn vermeld waarop de producten gelost en opnieuw geladen zijn, in voorkomend geval onder opgave van de naam van de gebruikte schepen, of van de andere gebruikte vervoermiddelen; en iii) een verklaring betreffende de voorwaarden waarop de producten in het land van doorvoer verbleven; of c) bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk.
ARTIKEL 14
Tentoonstellingen 1. De overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander dan een in artikel 4 genoemd land zijn verzonden en die na de tentoonstelling zijn verkocht en in de Gemeenschap of in Egypte worden ingevoerd, mits ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat : a) een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of Egypte naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;b) deze exporteur de producten heeft verkocht of op andere wijze afgestaan aan een geadresseerde in de Gemeenschap of Egypte;c) de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan zijn verzonden;en d) de producten, vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.2 Een bewijs van de oorsprong wordt overeenkomstig de bepalingen van titel V afgegeven of opgesteld en op de normale wijze bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend.Op dit bewijs zijn de naamen het adres van de tentoonstelling vermeld. Indien nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden verlangd ten aanzien van de aard van de producten en de voorwaarden waaronder zij zijn tentoongesteld. 3. Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven.
TITEL IV. - Teruggave of vrijstelling van rechten ARTIKEL 15 Verbod op teruggave of vrijstelling van douanerechten 1. Niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Egypte of een van de andere in artikel 4 genoemde landen waarvoor overeenkomstig titel V een bewijs van oorsprong is afgegeven of opgesteld, komen in de Gemeenschap of in Egypte niet in aanmerking voor teruggave of vrijstelling van douanerechten in welke vorm dan ook.2. Het verbod in lid 1 is van toepassing op elke regeling voor terugbetaling of algehele of gedeeltelijke vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking die in de Gemeenschap of in Egypte van toepassing is op materialen die bij de vervaardiging worden gebruikt, indien een dergelijke terugbetaling of vrijstelling uitdrukkelijk of feitelijk wordt toegekend indien de producten die uit genoemde materialen zijn verkregen worden uitgevoerd, doch niet van toepassing is indien deze producten voor binnenlands gebruik zijn bestemd.3.
De exporteur van producten die door een bewijs van oorsprong zijn gedekt, dient steeds bereid te zijn op verzoek van de douaneautoriteiten alle stukken over te leggen waaruit blijkt dat geen teruggave of vrijstelling van rechten is verkregen ten aanzien van de bij de vervaardiging van de betrokken producten gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn en dat alle douanerechten en heffingen van gelijke werking die op deze materialen van toepassing zijn, daadwerkelijk zijn betaald.4. De leden 1, 2 en 3 zijn ook van toepassing op de verpakking in de zin van artikel 8, lid 2, op accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen in de zin van artikel 9 en op artikelen die deel uitmaken van een stel of assortiment in de zin van artikel 10, wanneer dergelijke artikelen niet van oorsprong zijn.5.
De leden 1 tot en met 4 zijn uitsluitend van toepassing op materialen van de soort waarop de overeenkomst van toepassing is.Zij doen geen afbreuk aan het stelsel van restituties bij de uitvoer van landbouwproducten overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst. 6. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing gedurende de zes jaar die volgen op de inwerkingtreding van de overeenkomst.7. Na de inwerkingtreding van de bepalingen van dit artikel mag Egypte, in afwijking van lid 1, regelingen toepassen voor de vrijstelling of teruggave van douanerechten en heffingen van gelijke werking op materialen, die bij de vervaardiging van producten van oorsprong zijn gebruikt, onder het volgende voorbehoud : a) een douanerecht van 5 %, of een lager recht indien dit in Egypte van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 25 tot en met 49 en 64 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld;b) een douanerecht van 10 %, of een lager recht indien dit in Egypte van toepassing is, wordt geheven op producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld.
Voor het einde van de overgangsperiode bedoeld in artikel 6 van de overeenkomst wordt de. toepassing van de bepalingen van dit artikel geëvalueerd.
TITEL V. - Bewijs van oorsprong ARTIKEL 16 Algemene voorwaarden 1. Deze overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die in Egypte worden ingevoerd en op producten van oorsprong uit Egypte die in de Gemeenschap worden ingevoerd, op vertoon van : a) een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, waarvan het model in bijlage IV is opgenomen; of b) in de in artikel 21, lid 1, bedoelde gevallen, een verklaring van de exporteur, waarvan de tekst in bijlage V is opgenomen, op een factuur, pakbon of een ander handelsdocument en waarin de producten duidelijk genoeg zijn omschreven om geïdentificeerd te kunnen worden (hierna "factuurverklaring" genoemd).2. In afwijking van lid 1 vallen producten van oorsprong in de zin van dit protocol in de in artikel 26 bedoelde gevallen onder de toepassing van deze overeenkomst zonder dat een van de hierboven genoemde documenten behoeft te worden overgelegd.
ARTIKEL 17
Procedure voor de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 1. Certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 worden afgegeven door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer op schriftelijke aanvraag van de exporteur of, onder diens verantwoordelijkheid, van zijn gemachtigde vertegenwoordiger. 2. Hiervoor vult de exporteur of diens gemachtigde vertegenwoordiger zowel het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 als het aanvraagformulier in. Modellen van beide formulieren zijn in bijlage IV opgenomen. De formulieren worden ingevuld in een van de talen waarin de overeenkomst is opgesteld, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer. Indien de formulieren met de hand worden ingevuld, dient dit met inkt en in blokletters te gebeuren De producten moeten worden omschreven in het daartoe bestemde vak en er mogen geen regels worden opengelaten. Indien dit vak niet volledig is ingevuld, wordt onder de laatste regel een horizontale lijn getrokken en het niet-ingevulde gedeelte doorgekruist. 3. Exporteurs die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 verzoeken, dienen steeds bereid te zijn, op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer waar dit certificaat wordt afgegeven, alle nodige documenten over te leggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan. 4. Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt afgegeven door de douaneautoriteiten van een lid-Staat van de Europese Gemeenschap of van Egypte, indien de uit te voeren goederen kunnen worden beschouwd als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Egypte of uit een van de andere in artikel 4 genoemde landen en tevens aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan. 5.
De met de afgifte belaste douaneautoriteiten nemen alle nodige maatregelen om te controleren of de producten daadwerkelijk van oorsprong zijn, en gaan na of aan alle andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.Zij kunnen in dit verband bewijsmateriaal opvragen, de administratie van de exporteur inzien en elke andere controle verrichten die zij dienstig achten. Deze douaneautoriteiten zien er ook op toe dat de in lid 2 bedoelde formulieren correct zijn ingevuld. Met name wordt nagegaan of het voor de omschrijving van de goederen bestemde vak zodanig is ingevuld dat frauduleuze toevoegingen niet mogelijk zijn. 6. De datum van afgifte van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt vermeld in vak 11 van het certificaat. 7.
Een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt door de douaneautoriteiten afgegeven en ter beschikking van de exporteur gesteld zodra de goederen werkelijk worden uitgevoerd of wanneer het zeker is dat ze zullen worden uitgevoerd.
ARTIKEL 18
Afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 1. In afwijking van artikel 17, lid 7, kan een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 bij wijze van uitzondering na de uitvoer van de goederen waarop het betrekking heeft worden afgegeven, indien a) dit door een vergissing, onopzettelijk verzuim of bijzondere omstandigheden niet bij de uitvoer is gebeurd;of b) ten genoegen van de douaneautoriteiten is aangetoond dat het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wel is afgegeven, maar bij invoer om technische redenen niet is aanvaard. 2. Met het oog op de toepassing van lid 1 dient de exporteur in zijn aanvraag de plaats en de datum van uitvoer te vermelden van de producten waarop het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 betrekking heeft, onder opgave van de redenen vair zijn aanvraag. 3. Vóór de douaneautoriteiten tot afgifte achteraf van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 overgaan, dienen zij te hebben vastgesteld dat de gegevens in de aanvraag van de exporteur overeenstemmen met die in het desbetreffende dossier. 4. Op een achteraf afgegeven certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 5. De in lid 4 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak "Opmerkingen" van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1
ARTIKEL 19
Afgifte van een duplicaat van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 1. In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 kan de exporteur de douaneautoriteiten die het certificaat hebben afgegeven, verzoeken een duplicaat op te maken aan de hand van de uitvoerdocumenten die in hun bezit zijn. 2. Op het aldus afgegeven duplicaat wordt een van de volgende aantekeningen aangebracht : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 3.De in lid 2 bedoelde aantekening wordt aangebracht in het vak "Opmerkingen" van het duplicaat van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.4. Het duplicaat, dat dezelfde datum van afgifte draagt als het oorspronkelijke certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, is vanaf die datum geldig
ARTIKEL 20
Afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 aan de hand van een eerder opgesteld of afgegeven bewijs van oorsprong Voor producten van oorsprong die in de Gemeenschap of in Egypte onder toezicht van een douanekantoor zijn geplaatst, kan het oorspronkelijke bewijs van oorsprong door een of meer certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 worden vervangen bij verzending van deze producten of een gedeelte daarvan naar een andere plaats in de Gemeenschap of in Egypte. Dit certificaat of deze certificaten worden afgegeven door het douanekantoor dat op de producten toezicht houdt
ARTIKEL 21
Voorwaarden voor het opstellen van een factuurverklaring 1. Factuurverklaringen als bedoeld in artikel 16, lid 1, onder b), kunnen worden opgesteld door : a) toegelaten exporteurs in de zin van artikel 22;of door b) alle exporteurs, voor zendingen bestaande uit een of meer colli die producten van oorsprong bevatten waarvan de totale waarde niet meer dan 6.000 euro bedraagt. 2. Een factuurverklaring kan worden opgesteld indien de producten kunnen worden beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap, uit Egypte of uit een van de in artikel 4 genoemde landen, en tevens aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen.3. De exporteur die de factuurverklaring opstelt moet steeds bereid zijn op verzoek van de douaneautoriteiten van het land van uitvoer de nodige documenten te overleggen waaruit blijkt dat de betrokken producten van oorsprong zijn en dat aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan.4 Deze factuurverklaring, waarvan de tekst in bijlage V is opgenomen, wordt door de exporteur op de factuur, de pakbon of een ander handelsdocument getypt, gestempeld of gedrukt in een van de in die bijlage opgenomen taalversies, overeenkomstig de bepalingen van het nationale recht van het land van uitvoer.De factuurverklaring mag ook met de hand, met inkt en in blokletters, worden geschreven. 5. De factuurverklaring wordt door de exporteur eigenhandig ondertekend.Een toegelaten exporteur in de zin van artikel 22 behoeft deze verklaring echter niet te ondertekenen, mits hij de douaneautoriteiten een schriftelijke verklaring doet toekomen waarin hij de volle verantwoordelijkheid op zich neemt voor alle factuurverklaringen waaruit zijn identiteit blijkt alsof hij deze eigenhandig had ondertekend. 6.
Een factuurverklaring kan door de exporteur worden opgesteld bij de uitvoer van de producten waarop zij betrekking heeft of later, maar moet uiterlijk twee jaar na de invoer van de producten waarop ze betrekking heeft in het land van invoer worden aangeboden. ARTIKEL 22 Toegelaten exporteurs 1. De douaneautoriteiten van het land van uitvoer kunnen exporteurs die veelvuldig producten verzenden waarop deze overeenkomst van toepassing is, vergunning verlenen factuurverklaringen op te stellen, ongeacht de waarde van de betrokken producten.Om voor een dergelijke vergunning in aanmerking te komen, moet een exporteur naar het oordeel van de douaneautoriteiten de nodige waarborgen bieden met betrekking tot de controle op de oorsprong van de producten en de naleving van alle andere voorwaarden van dit protocol. 2.
De douaneautoriteiten kunnen het verlenen van de status van toegelaten exporteur afhankelijk stellen van de door hen noodzakelijk geachte voorwaarden.3. De douaneautoriteiten kennen de toegelaten exporteur een nummer toe, dat op de factuurverklaringen moet worden vermeld.4. De douaneautoriteiten houden toezicht op het gebruik van de vergunning door de toegelaten exporteur.5. De vergunning kan door de douaneautoriteiten te allen tijde worden ingetrokken.Zij zijn verplicht dit te doen wanneer de toegelaten exporteur niet langer de in lid 1 bedoelde garanties biedt, niet langer aan de in lid 2 bedoelde voorwaarden voldoet of de vergunning niet op de juiste wijze gebruikt.
ARTIKEL 23
Geldigheid van het bewijs van oorsprong 1. Een bewijs van oorsprong is vier maanden geldig vanaf de datum van afgifte in het land van uitvoer.Het moet binnen deze periode worden ingediend bij de douaneautoriteiten van het land van invoer. 2. Bewijzen van oorsprong die na het verstrijken van de in lid 1 genoemde termijn bij de douaneautoriteiten van het land van invoer worden ingediend, kunnen met het oog op de toepassing van de preferentiële behandeling worden aanvaard wanneer de verlate indiening het gevolg is van overmacht of buitengewone omstandigheden.3. In andere gevallen van verlate indiening kunnen de douaneautoriteiten van het land van invoer de bewijzen van oorsprong aanvaarden indien de producten vóór het verstrijken van genoemde termijn bij hen zijn aangebracht. ARTIKEL 24 Overlegging van het bewijs van oorsprong Bewijzen van oorsprong worden bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend overeenkomstig de aldaar geldende procedures Deze autoriteiten kunnen een vertaling van het bewijs van oorsprong verlangen. Zij kunnen voorts eisen dat de aangifte ten invoer vergezeld gaat van een verklaring van de importeur dat de producten aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomstig voldoen.
ARTIKEL 25
Invoer in deelzendingen Wanneer, op verzoek van de importeur en op de door de douaneautoriteiten van het land van invoer vastgestelde voorwaarden, gedemonteerde of niet-gemonteerde producten in de zin van algemene regel 2 a) voor de interpretatie van het geharmoniseerd systeem, vallende onder de afdelingen XVI en XVII of de posten 7308 en 9406 van het geharmoniseerd systeem, in deelzendingen worden ingevoerd, wordt één enkel bewijs van oorsprong bij de douaneautoriteiten ingediend bij de invoer van de eerste deelzending
ARTIKEL 26
Vrijstelling van bewijs van oorsprong 1. Producterg die in kleine zendingen door particulieren aan particulieren worden verzonden of die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers, worden als producten van oorsprong toegelaten zonder dat het nodig is een formeel bewijs van oorsprong over te leggen, mits aan zulke producten ieder handelskarakter vreemd is en verklaard wordt dat zij aan de voorwaarden voor de toepassing van dit protocol voldoen en er over de juistheid van deze verklaring geen twijfel bestaat.Voor postzendingen kan deze verklaring op het douaneaangifteformulier CN22/CN23 of op een daaraan gehecht blad worden gesteld. 2. Als invoer waaraan ieder handelskarakter vreemd is wordt beschouwd de invoer van incidentele aard van producten die uitsluitend bestemd zijn voor persoonlijk gebruik door de geadresseerde, de reiziger of de leden van zijn gezin, mits noch de aard noch de hoeveelheid van de producten op commerciële doeleinden wijzen. 3. Voorts mag de totale waarde van deze producten niet meer bedragen dan EUR 500 voor kleine zendingen of EUR 1.200 producten die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers
ARTIKEL 27
Ondersteunende documenten De in artikel 17, lid 3, en artikel 21, lid 3, bedoelde documenten aan de hand waarvan wordt aangetoond dat producten die door een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of een factuurverklaring worden gedekt, producten van oorsprong zijn uit de Gemeenschap, Egypte of een van de andere in artikel 4 genoemde landen en aan de andere voorwaarden van dit protocol voldoen, kunnen onder meer de volgende zijn : a) een rechtstreeks bewijs, bijvoorbeeld aan de hand van de boekhouding of de interne administratie van de exporteur of leverancier, van de door deze uitgevoerde be- of verwerkingen om de producten te verkrijgen;b) in de Gemeenschap of in Egypte afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt;c) in de Gemeenschap of in Egypte afgegeven of opgestelde en volgens het nationale recht gebruikte documenten waaruit be- of verwerking in de Gemeenschap of in Egypte blijkt; d) certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of factuurverklaringen waaruit de oorsprong van de gebruikte materialen blijkt, die overeenkomstig dit protocol in de Gemeenschap of in Egypte zijn afgegeven of opgesteld, of die in een van de in artikel 4 genoemde landen zijn opgesteld overeenkomstig oorsprongsregels die gelijk zijn aan de oorsprongsregels in dit protocol
ARTIKEL 28
Bewaring van het bewijs van oorsprong en de ondersteunende documenten 1. Exporteurs die om de afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 verzoeken, dienen de in artikel 17, lid 3, bedoelde ondersteunende documenten ten minste drie jaar te bewaren. 2. Exporteurs die een factuurverklaring opstellen, dienen een kopie van deze factuurverklaring en van de in artikel 21, lid 3, bedoelde documenten gedurende ten minste drie jaar te bewaren. 3. De douaneautoriteiten van het land van uitvoer die een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 afgeven, bewaren het in artikel 17, lid 2, bedoelde aanvraagformulier gedurende ten minste drie jaar. 4. De douaneautoriteiten van het land van invoer bewaren de certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en factuurverklaringen die bij hen worden ingediend gedurende ten minste drie jaar
ARTIKEL 29
Verschillen en vormfouten 1. Worden geringe verschillen vastgesteld tussen de gegevens in het bewijs van oorsprong en de gegevens in de documenten die in verband met de formaliteiten bij invoer bij het douanekantoor worden ingediend, dan is het bewijs van oorsprong daardoor niet automatisch ongeldig, indien blijkt dat het wel degelijk met de aangebrachte producten overeenstemt.2. Kennelijke vormfouten zoals typefouten op het bewijs van oorsprong maken dit document niet ongeldig, indien deze fouten niet van dien aard zijn dat zij twijfel doen rijzen over de juistheid van de in daarin vermelde gegevens. ARTIKEL 30 In euro uitgedrukte bedragen l. Het land van uitvoer stelt de tegenwaarde vast in zijn nationale valuta van de in euro uitgedrukte bedragen en deelt deze via de Europese Commissie aan de landen van invoer mede.2