← België

Wet houdende instemming met de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en

In het kort

Deze wet bekrachtigt een Europees-mediterrane Overeenkomst die een associatie tot stand brengt tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, en de Arabische Republiek Egypte. Het doel is om de politieke, economische en sociale betrekkingen te versterken en een vrijhandelszone te creëren.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
13 MEI 2003. - Wet houdende instemming met de Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lid-Staten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, met de Bijlagen I, II, III, IV, VI, met de Protocollen 1, 2, 3, 4 en 5 en met de Slotakte, gedaan te Luxemburg op 25 juni 2001 (1) (2) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen, en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.De Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, de Bijlagen I, II, III, IV, V en VI, de Protocollen 1, 2, 3, 4 en 5, en de Slotakte, gedaan te Luxemburg op 25 juni 2001, zullen volkomen gevolg hebben. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 13 mei 2003. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota (1) Zitting 2002-2003 . Senaat. Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 13 maart 2003, nr. 2-1470/1. - Verslag namens de commissie, nr. 2-1470/2. Parlementaire Handelingen . - Bespreking, vergadering van 27 maart 2003. - Stemming, vergadering van 27 maart 2003. Zitting 2002-2003. Kamer. Documenten. - Tekst overgezonden door de senaat, nr. 50-2416/1. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 50-2416/2. Parlementaire Handelingen . - Bespreking, vergadering van 4 april 2003. Stemming, vergadering van 4 april 2003.(2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/het Vlaams Gewest van 21 november 2003 (Belgisch Staatsblad van 17 december 2003), Decreet van de Franse Gemeenschap van 20 februari 2003 (Belgisch Staatsblad van 4 maart 2003), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 24 juni 2002 (Belgisch Staatsblad van 7 november 2002), Decreet van het Waalse Gewest van 10 april 2003 (Belgisch Staatsblad van 18 april 2003, Ed.2 en van 22 april 2003), Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 13 juni 2002 (Belgisch Staatsblad van 12 juli 2002) en Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 18 juli 2002 (Belgisch Staatsblad van 27 augustus 2003). EUROPEES-MEDITERRANE OVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN EN HUN LIDSTATEN, ENERZIJDS, EN DE ARABISCHE REPUBLIEK EGYPTE, ANDERZIJDS HET KONINKRIJK BELGI", HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, IERLAND, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNI" EN NOORD-IERLAND, verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP en het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL, hierna de "lid-Staten" genoemd, en de EUROPESE GEMEENSCHAP en de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL, hierna "de Gemeenschap" genoemd, enerzijds, en de ARABISCHE REPUBLIEK EGYPTE, hierna "Egypte" genoemd, anderzijds, Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar lid-Staten en Egypte en hun gemeenschappelijke waarden, Overwegende dat de Gemeenschap, de lid-Staten en Egypte deze banden wensen te versterken en duurzame betrekkingen op basis van partnerschap en wederkerigheid tot stand wensen te brengen, Gelet op het belang dat de partijen hechten aan de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en in het bijzonder aan de eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de politieke en economische vrijheden waarop de Associatie is gegrondvest, Verlangende een regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang in te stellen en te ontwikkelen, Gelet op de verschillen tussen Egypte en de Gemeenschap wat betreft economische en sociale ontwikkeling, en de noodzaak het proces van economisch en sociale ontwikkeling in Egypte te versterken, Verlangende hun economische betrekkingen te versterken en met name hun onderlinge handelsverkeer, investeringen en technische samenwerking te ontwikkelen, en dit proces te ondersteunen door een regelmatige dialoog inzake economische, wetenschappelijke, technologische, culturele, audiovisuele en sociale aangelegenheden, teneinde de kennis van en het begrip voor elkander te bevorderen, Gelet op de keuze van de Gemeenschap en Egypte voor vrijhandel en met name de verbintenis tot naleving van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel 1994 en de andere multilaterale overeenkomsten welke aan de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie zijn gehecht, Zich bewust van de noodzaak samen te werken teneinde de politieke stabiliteit en de economische ontwikkeling in de regio te bevorderen, door regionale samenwerking aan te moedigen, Ervan overtuigd dat de associatieovereenkomst een nieuw klimaat voor hun betrekkingen zal scheppen, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen : TITEL I. - Politieke dialoog ARTIKEL I 1. Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en Egypte, anderzijds.2. De doelstellingen van deze overeenkomst zijn : - een passend kader tot stand te brengen voor politieke dialoog met het oog op het versterken van de politieke betrekkingen tussen de partijen; - de voorwaarden vast te leggen voor de geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer; de ontwikkeling van evenwichtige economische en sociale betrekkingen tussen de partijen te bevorderen door middel van dialoog en samenwerking; - bij te dragen tot de economische en sociale ontwikkeling van Egypte; - regionale samenwerking aan te moedigen, teneinde de vreedzame coëxistentie en economische en politieke stabiliteit te consolideren; - samenwerking op andere gebieden van wederzijds belang te bevorderen. ARTIKEL 2 De betrekkingen tussen de partijen en alle bepalingen van deze overeenkomst zijn gegrondvest op de eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, als vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die aan hun binnen- en buitenlands beleid ten grondslag liggen en een wezenlijk onderdeel van de overeenkomst zijn. ARTIKEL 3 1. Er wordt een regelmatige politieke dialoog tussen de partijen ingesteld.Deze dient hun onderlinge betrekkingen te verstevigen, bij te dragen tot de ontwikkeling van een duurzaam partnerschap en het wederzijdse begrip en de onderlinge solidariteit te versterken. 2. De politieke dialoog en de samenwerking zijn met name gericht op het volgende : - ontwikkeling van een sterker wederzijds begrip en convergentie van de standpunten over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor een partij kunnen hebben; - versterking van het vermogen van elke partij om het standpunt en de belangen van de andere partij in acht te nemen; - versterking van de regionale veiligheid en stabiliteit; - bevordering van gezamenlijke initiatieven. ARTIKEL 4 De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van gemeenschappelijke belang, met name vrede, veiligheid, democratie en regionale ontwikkeling. ARTIKEL 5 1. De politieke dialoog vindt plaats met regelmatige tussenpozen en telkens wanneer nodig, en wel : a) op ministerieel niveau, voornamelijk in het kader van de Associatieraad;b) op het niveau van enerzijds hoge ambtenaren van Egypte en anderzijds het voorzitterschap van de Raad en de Commissie;c) met optimale gebruikmaking van alle diplomatieke kanalen, in het bijzonder door middel van regelmatige briefings door ambtenaren, overleg bij gelegenheid van internationale vergaderingen en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;d) via alle andere wegen die een nuttige bijdrage leveren tot het consolideren, ontwikkelen en intensiveren van deze dialoog.2. Een politieke dialoog wordt gevoerd tussen het Europees Parlement en de Volksvergadering van Egypte. TITEL II. - Vrij verkeer van goederen basisbeginselen ARTIKEL 6 De Gemeenschap en Egypte brengen stapsgewijs een vrijhandelszone tot stand in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste twaalf jaar, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig de bepalingen van deze titel en in overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 1994 en andere multilaterale overeenkomsten inzake de handel in goederen die opgenomen zijn in de bijlagen bij de overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), hierna "GATT" te noemen. HOOFDSTUK 1 INDUSTRIEPRODUCTEN ARTIKEL 7 Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Egypte, opgenomen in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur en het Egyptische douanetarief, met uitzondering van de producten genoemd in bijlage I. ARTIKEL 8 Producten van oorsprong uit Egypte worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking en zonder kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking. ARTIKEL 9 1. De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage II, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema : - bij de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - twee jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 25 % van het basisrecht; - drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken. 2. De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage III, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema : - drie jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90 % van het basisrecht; - vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 45 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 15 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken. 3. De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage IV, worden -geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema : - vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 95 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90 % van het basisrecht; zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 45 % van het basisrecht; - tien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30 % van het basisrecht; - elf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 15 % van het basisrecht; - twaalf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken. 4. De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage V, worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema : - zes jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 90 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 80 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 70 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 60 % van het basisrecht; - tien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - elf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 40 % van het basisrecht; - twaalf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 30 % van het basisrecht; - dertien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 20 % van het basisrecht; - veertien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten en heffingen verlaagd tot 10 % van het basisrecht; - vijftien jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle resterende rechten en heffingen ingetrokken. 5. De douanerechten en heffingen van gelijke werking bij invoer die in Egypte van toepassing zijn op de producten van oorsprong uit de Gemeenschap, andere dan die genoemd in de bijlage II, III, IV en V, worden afgeschaft volgens het tijdschema dat voor die producten bij besluit van het Associatiecomité zal worden vastgesteld.6. Indien zich met betrekking tot een bepaald product ernstige problemen voordoen, kunnen de overeenkomstig de leden 1, 2, 3 en 4 van toepassing zijnde tijdschema's in overleg worden herzien door het Associatiecomité, met dien verstande dat het tijdschema waarvoor de herziening is aangevraagd voor het betrokken product niet verder verlengd kan worden dan de maximale overgangsperiode.Indien het Associatiecomité geen besluit heeft genomen binnen 30 dagen na de kennisgeving van het verzoek van Egypte om herziening van het tijdschema, kan Egypte het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van maximaal een jaar. 7. Het basisrecht waarop de verlagingen van de leden 1, 2, 3 en 4 worden toegepast, is voor elk betrokken product het recht bedoeld in artikel 18. ARTIKEL 10 De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn tevens van toepassing op douanerechten van fiscale aard. ARTIKEL 11 1. In afwijking van het bepaalde in artikel 9 mag Egypte buitengewone maatregelen van beperkte duur vaststellen, waarbij douanerechten worden verhoogd of opnieuw ingesteld.2. Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, met name wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.3. Invoerrechten die krachtens dergelijke uitzonderlijke maatregelen door Egypte worden toegepast ten aanzien van producten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25 % ad valorem bedragen en dienen een preferentiële marge voor producten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden.De totale waarde van de ingevoerde producten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn, mag niet meer bedragen van 20 % van de totale invoer van industrieproducten uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn. 4. Deze maatregelen mogen gedurende niet meer dan vijf jaar worden toegepast, tenzij het Associatiecomité de toepassing ervan over een langere periode toestaat.Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsperiode buiten werking. 5. Deze maatregelen kunnen voor een gegeven product niet langer worden getroffen, indien meer dan drie jaar is verstreken sinds de opheffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en. maatregelen van gelijke werking die op het betrokken product van toepassing waren. 6. Egypte stelt het Associatiecomité in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen.Op verzoek van de Gemeenschap vindt vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien het dergelijke maatregelen neemt, legt Egypte aan het comité een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten voor. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. Het Associatiecomité kan een ander tijdschema vaststellen. 7. In afwijking van het bepaalde in lid 4 kan het Associatiecomité, in verband met de problemen bij het opzetten van een nieuwe industrie, Egypte toestaan bij uitzondering de in lid 1 bedoelde maatregelen te handhaven gedurende ten hoogste vier jaar na afloop van de overgangsperiode van twaalf jam. HOOFDSTUK 2 LANDBOUWPRODUCTEN, VISSERIJPRODUCTEN EN BEWERKTE LANDBOUWPRODUCTEN ARTIKEL 12 Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Egypte, opgenomen in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en het Egyptische douanetarief, alsmede op de producten genoemd in bijlage I. ARTIKEL 13 De Gemeenschap en Egypte liberaliseren geleidelijk het onderlinge handelsverkeer in landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten die voor beide partijen van belang zijn. ARTIKEL 14 1. Voor de invoer in de Gemeenschap van de landbouwproducten van oorsprong uit Egypte genoemd in Protocol nr.1 gelden de regelingen van dat protocol. 2. Voor de invoer in Egypte van de landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap genoemd in Protocol nr.2 gelden de regelingen van dat protocol. 3. Voor de handel in onder dit hoofdstuk vallende verwerkte landbouwproducten gelden de regelingen van Protocol nr.3. ARTIKEL 15 1. Gedurende het derde uitvoeringsjaar van de overeenkomst onderzoeken de Gemeenschap en Egypte de situatie, teneinde vast te stellen welke maatregelen door de Gemeenschap en Egypte vanaf het begin van het vierde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst moeten worden toegepast om het in artikel 13 genoemde doel te bereiken.2. Onverminderd het bepaalde in lid 1, en de handelsstromen voor landbouwproducten, visserijproducten en bewerkte landbouwproducten tussen de partijen alsmede de bijzondere gevoeligheid van deze producten in aanmerking genomen, onderzoeken de Gemeenschap en Egypte in de Associatieraad per product op basis van wederkerigheid de mogelijkheid om passende wederzijdse concessies in te stellen. ARTIKEL 16 1. Indien ten gevolge van de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid een specifieke regeling wordt ingesteld of indien de bestaande regelingen worden gewijzigd of in geval van wijziging of uitbreiding van de bepalingen betreffende de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid, kan de betrokken partij voor de betrokken producten de in deze overeenkomst vervatte regeling wijzigen.2. De betrokken partij stelt in een dergelijk geval het Associatiecomité op de hoogte. Op verzoek van de andere partij komt het Associatiecomité bijeen om te voorzien in de belangen van de verzoekende partij. 3. Indien de Gemeenschap of Egypte krachtens lid 1 de regeling van deze overeenkomst voor landbouwproducten wijzigt, wordt voor de invoer van producten van oorsprong uit de andere partij een voordeel toegekend dat vergelijkbaar is met het voordeel waarin deze overeenkomst voorziet.4. Over de toepassing van dit artikel wordt in de Associatieraad overleg gepleegd. HOOFDSTUK 3 GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN ARTIKEL 17 1. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte worden geen nieuwe kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld.2. Ten aanzien van het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte worden kwantitatieve invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.3. De Gemeenschap en Egypte passen onderling geen douanerechten bij uitvoer of heffingen van gelijke werking, noch kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking toe. ARTIKEL 18 1. De rechten van toepassing op de onderlinge invoer van de partijen zijn de bij de WTO geconsolideerde rechten of de op 1 januari 1999 toegepaste rechten, indien deze lager zijn.Indien de rechten na 1 januari 1999 erga omnes zijn verlaagd, is het verlaagde recht van toepassing. 2. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte worden geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking ingesteld, noch worden de rechten of heffingen welke reeds van toepassing zijn verhoogd, tenzij deze overeenkomst anders bepaalt.3. De partijen stellen elkander in kennis van de door hen per 1 januari 1999 toegepaste rechten. ARTIKEL 19 1. Voor producten van oorsprong uit Egypte geldt bij invoer in de Gemeenschap geen gunstiger regeling dan die welke tussen de lid-Staten onderling geldt.2. De bepalingen van deze overeenkomst zijn van toepassing onverminderd de bijzondere bepalingen inzake de toepassing van het gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden. ARTIKEL 20 1. De partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen producten van de ene partij en soortgelijke producten van oorsprong uit de andere partij.2. Terugbetaling van binnenlandse belasting voor producten die naar een der partijen worden uitgevoerd, mag de bedragen van de op deze producten rustende directe of indirecte belastingen niet overschrijden. ARTIKEL 21 1. Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de instelling van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.2. De partijen plegen overleg in de Associatieraad over overeenkomsten tot instelling van douaneunies of vrijhandelszones en desgewenst over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelspolitiek ten aanzien van derde landen.Een dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Unie, teneinde rekening te kunnen houden met de wederzijdse belangen van de partijen. ARTIKEL 22 Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de GATT 1994 plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst betreffende de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en haar binnenlandse wetgeving op dit gebied. ARTIKEL 23 Onverminderd het bepaalde in artikel 34 is de overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen. Tot de in artikel 34, lid 2, bedoelde regels zijn vastgesteld, kan, indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI en XVI van de GATT 1994 plaatsvindt, zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen en haar binnenlandse wetgeving op dit gebied. ARTIKEL 24 1. De bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen zijn van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen.2. Vóór een partij vrijwaringsmaatregelen toepast krachtens artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen, verstrekt zij het Associatiecomité alle terzake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Teneinde een dergelijke oplossing te vinden voeren de partijen in het Associatiecomité onverwijld overleg. Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de aanvang van dit overleg tot overeenstemming komen over een oplossing waarbij de toepassing van vrijwaringsmaatregelen kan worden vermeden, kan de partij die voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen, de bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen toepassen. 3. Indien krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, kiezen de partijen bij voorrang maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst het minst verstoren.4. De vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité, dat hierover periodiek overleg pleegt, in het bijzonder met het oog op afschaffing van deze maatregelen, zodra de omstandigheden zulks toelaten. ARTIKEL 25 1. Indien als gevolg van de naleving van artikel 17, lid 3 : i) goederen worden wederuitgevoerd naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende partij voor het betrokken product kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast, of ii) een ernstig tekort aan producten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende partij ontstaat of dreigt te ontstaan, en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de procedures van artikel 2.2. De moeilijkheden die voortvloeien uit de in lid 1 bedoelde omstandigheden worden ter beoordeling aan het Associatiecomité voorgelegd.Het Associatiecomité kan alle besluiten nemen die nodig zijn om aan de moeilijkheden een einde te maken. Indien het Associatiecomité niet binnen dertig dagen nadat de zaak aan het comité is voorgelegd een dergelijk besluit heeft genomen, kan de exporterende partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken product. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra de redenen voor hun toepassing niet meer bestaan. ARTIKEL 26 Niets in deze overeenkomst vormt een beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het leven van mensen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van het nationaal cultuurgoed van artistieke, historische of archeologische waarde, of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen. ARTIKEL 27 Het begrip « producten van oorsprong » voor de toepassing van deze titel en de regelingen voor administratieve samenwerking op dit gebied zijn gedefinieerd in Protocol nr. 4. ARTIKEL 28 Bij invoer in de Gemeenschap worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur. Bij invoer in Egypte worden de goederen ingedeeld overeenkomstig het Egyptische douanetarief. TITEL III. - Recht van vestiging en verlening van diensten ARTIKEL 29 1. De partijen bevestigen opnieuw hun verbintenissen op grond van de Algemene overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS), die aan dé Overeenkomst tot oprichting van de WTO is gehecht, en met name de verbintenis tot wederzijdse toekenning van een meestbegunstigingsbehandeling ten aanzien van de handel in dienstensectoren waarop deze verbintenissen betrekking hebben.2. Overeenkomstig de GATS is deze behandeling niet van toepassing op : a) door een partij toegekende voordelen overeenkomstig de bepalingen van een overeenkomst als gedefinieerd in artikel V van de GATS of maatregelen die genomen zijn op grond van een dergelijke overeenkomst;b) andere voordelen toegekend overeenkomstig de lijst van uitzonderingen op de meestbegunstigingsclausule die door een partij aan de GATS is gehecht. ARTIKEL 30 1. De partijen zullen overwegen de toepassingssfeer van de overeenkomst uit te breiden met het recht van vestiging van vennootschappen van een partij op het grondgebied van de andere partij en de liberalisering van de dienstverlening door vennootschappen van een partij aan ontvangers van diensten in een andere partij.2. De Associatieraad doet de nodige aanbevelingen voor de uitvoering van de in lid 1 vermelde doelstelling. Bij het opstellen van deze aanbevelingen houdt de Associatieraad rekening met de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van de meestbegunstigingsbehandeling die de partijen elkander wederzijds toekennen overeenkomstig hun wederzijdse verplichtingen in het kader van de GATS, met name artikel V. 3. De uitvoering van de in lid 1 genoemde doelstelling wordt door de Associatieraad uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst aan een eerste onderzoek onderworpen. TITEL IV. - Kapitaalverkeer en andere economische vraagstukken HOOFDSTUK 1 BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER ARTIKEL 31 Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 33 verbinden de partijen zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betalingen op de lopende rekening in volledig converteerbare valuta. ARTIKEL 32 1. Vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst zien de Gemeenschap en Egypte toe op de liberalisering van het kapitaalverkeer voor rechtstreekse investeringen in ondernemingen die volgens het recht van het gastland zijn opgericht, alsmede de vereffening en repatriëring van deze investeringen en daaruit voortvloeiende winst.2. De partijen voeren overleg om het verkeer van kapitaal tussen de Gemeenschap er.Egypte te vergemakkelijken, en geheel vrij te geven zodra de omstandigheden zulks toelaten. ARTIKEL 33 Indien een of meer lid-Staten van de Gemeenschap dan wel Egypte in ernstige betalingsbalansproblemen verkeren of dreigen te verkeren, kan de Gemeenschap, respectievelijk Egypte, overeenkomstig de voorwaarden die zijn vastgesteld in het kader van de GATT en de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds, beperkingen instellen ten aanzien van de lopende betalingen, indien dergelijke beperkingen strikt noodzakelijk zijn. De Gemeenschap, respectievelijk Egypte, stelt de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen. HOOFDSTUK 2 MEDEDINGING EN ANDERE ECONOMISCHE VRAAGSTUKKEN ARTIKEL 34 1. Onverenigbaar met de goede werking van de overeenkomst zijn, voorzover de handel tussen de Gemeenschap en Egypte daardoor ongunstig kan worden beïnvloed : i) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst; ii) het misbruik van een machtspositie door één of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Egypte of op een wezenlijk deel daarvan; iii) alle overheidssteun die de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen door begunstiging van bepaalde ondernemingen of van de productie van bepaalde goederen. 2. De Associatieraad neemt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst een besluit tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van lid 1. In afwachting van de vaststelling van deze bepalingen worden de bepalingen van artikel 23 toegepast voor de tenuitvoerlegging van lid 1, onder iii). 3. Elke partij voorziet in doorzichtigheid ten aanzien van de overheidssteun, met name door ieder jaar aan de andere partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken.Indien een partij daarom verzoekt, verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid. 4. Lid 1, onder iii) is niet van toepassing op de landbouwproducten vermeld in titel II, hoofdstuk 2.Op deze producten zijn de WTO-overeenkomst inzake de landbouw en de desbetreffende bepalingen van de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen van toepassing. S. Indien de Gemeenschap of Egypte van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van het Associatiecomité of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg, mits : - met de in lid 2 bedoelde uitvoeringsmaatregelen die praktijk niet afdoende kan worden tegengegaan, of - indien deze uitvoeringsbepalingen ontbreken, de praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen, Met betrekking tot praktijken die onverenigbaar zijn met lid 1, onder iii), kunnen, indien de WTOregels erop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld volgens de procedures en voorwaarden bepaald door de WTO of in een ander in het kader daarvan tot stand gekomen instrument dat voor beide partijen van toepassing is. 6. Niettegenstaande eventueel daarmee strijdige bepalingen die overeenkomstig lid 2 zijn vastgesteld, wisselen de partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim. ARTIKEL 35 De lid-Staten en Egypte passen, zonder afbreuk te doen aan de in het kader van de GATT aangegane verplichtingen, alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, zodanig dat uiterlijk vanaf het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tussen onderdanen van de lid-Staten en van Egypte geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden voor aankoop en verkoop van goederen betreft. Het Associatiecomité wordt in kennis gesteld van de maatregelen die daartoe worden genomen. ARTIKEL 36 Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen die het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Egypte verstoren en strijdig zijn met de belangen van de partijen, worden vastgesteld of gehandhaafd. Deze bepaling vormt geen beletsel voor de uitvoering, de jure of de facto, van bijzondere taken die aan deze ondernemingen zijn opgedragen. ARTIKEL 37 1. Overeenkomstig het bepaalde in dit artikel en in bijlage VI zien de partijen toe op adequate en effectieve bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële- eigendomsrechten, overeenkomstig de gebruikelijke internationale normen, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten te doen gelden.2. De tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage VI wordt regelmatig door de partijen geëvalueerd.Bij problemen op het gebied van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten die afbreuk doen aan het handelsverkeer, wordt op verzoek van een partij spoedoverleg overleg gevoerd om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen. ARTIKEL 38 De partijen stellen zich een geleidelijke liberalisering van de overheidsopdrachten ten doel. De Associatieraad voert overleg over de tenuitvoerlegging van deze doelstelling. TITEL V. - Economische samenwerking ARTIKEL 39 Doelstellingen 1. De partijen verbinden zich ertoe tot wederzijds voordeel hun economische samenwerking te versterken.2. De economische samenwerking heeft als doel : - bevordering van de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van deze overeenkomst; - bevordering van de totstandkoming van evenwichtige economische betrekkingen tussen de partijen; - ondersteuning van de inspanningen van Egypte om duurzame economische en sociale ' ontwikkeling tot stand te brengen. ARTIKEL 40 Toepassingsgebied 1. De samenwerking is in de eerste plaats gericht op sectoren waar zich interne problemen voordoen of die gevolgen ondervinden van de liberalisering van de gehele Egyptische economie, met name de liberalisering van het handelsverkeer tussen Egypte en de Gemeenschap.2. Voorts wordt bij de samenwerking prioriteit gegeven aan de sectoren die de economieën van Egypte en de Gemeenschap dichter tot elkander brengen, met name sectoren die groei en werkgelegenheid scheppen.3. De samenwerking moedigt maatregelen om de intraregionale samenwerking te stimuleren aan.4. Bij de uitvoering van de verschillende terreinen van de economische samenwerking wordt de bescherming van het milieu en het ecologische evenwicht in acht genomen, voorzover relevant voor die terreinen.5. De partijen kunnen overeenkomen hun economische samenwerking uit te breiden tot sectoren die niet onder de bepalingen van deze titel vallen. ARTIKEL 41 Methoden en procedures. De economische samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van : a) een regelmatige economische dialoog tussen de partijen die alle terreinen van het macroeconomisch beleid bestrijkt;b) regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën op alle terreinen van de samenwerking;in dit verband worden onder meer bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen gehouden; c) uitwisseling van advies, deskundigheid en scholing;d) gezamenlijke activiteiten als seminars en werkgroepen;e) technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van regelgeving. ARTIKEL 42 Onderwijs en opleiding De partijen stellen in onderlinge samenwerking welke de meest effectieve methoden zijn om onderwijs en beroepsopleidingen significant te verbeteren, en passen deze methoden toe, met name ten aanzien van overheidsondernemingen en particuliere ondernemingen, handelsgerelateerde dienstverlening, de overheid, technische instellingen, instanties voor normalisatie en certificatie en andere relevante organisaties. In dit verband wordt bijzondere aandacht geschonken aan de toegang voor vrouwen tot hoger onderwijs en opleidingsfaciliteiten. De samenwerking stimuleert tevens de totstandkoming van betrekkingen tussen gespecialiseerde instanties in de Gemeenschap en Egypte en bevordert de uitwisseling van informatie en ervaring en het gezamenlijk gebruik van technische faciliteiten. ARTIKEL 43 Wetenschappelijke en technologische samenwerking De samenwerking heeft als doel : a) het bevorderen van duurzame betrekkingen tussen de wetenschappelijke gemeenschap in de Gemeenschap en die in Egypte, met name door middel van : - openstelling van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's van de Gemeenschap voor Egypte, overeenkomstig de geldende bepalingen inzake de deelname van derde landen; - deelname van Egypte aan netwerken voor gedecentraliseerde samenwerking; - bevordering van synergie tussen opleiding en onderzoek; b) het versterken van de onderzoekscapaciteit in Egypte;c) het stimuleren van technologische innovatie, uitwisseling van nieuwe technologieën en verspreiding van kennis. ARTIKEL 44 Milieu l. De samenwerking heeft als doel het voorkomen van de aantasting van het milieu, het terugdringen van verontreiniging en het rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen, teneinde duurzame ontwikkeling te waarborgen.2. Specifiek richt de samenwerking zich op de volgende terreinen : - woestijnvorming; - de kwaliteit van het water van de Middellandse Zee en de bestrijding en voorkoming van verontreiniging van de zee; - waterbeheer; - energiebeheer; - afvalbeheer; - verzilting; - beheer van het milieu van gevoelige kustgebieden; - de effecten van industriële ontwikkeling en met name de veiligheid van industriële installaties; - de gevolgen van de landbouw voor de kwaliteit van bodem en water; - milieueducatie en -voorlichting. ARTIKEL 45 Industriële samenwerking De samenwerking bevordert en stimuleert met name : - het debat over industriebeleid en concurrentie in een open economie; - de industriële samenwerking tussen bedrijven in de Gemeenschap en in Egypte : dit houdt onder meer toegang voor Egypte in tot communautaire netwerken voor samenwerking tussen ondernemingen en tot netwerken voor gedecentraliseerde samenwerking; - de modernisering en herstructurering van de Egyptische industrie; - totstandbrenging van een voor de ontwikkeling van het particuliere bedrijfsleven gunstig klimaat, teneinde groei en diversifiëring van de industriële productie te stimuleren; - overdracht van technologie, innovatie en onderzoek en ontwikkeling; - ontwikkeling van het menselijk potentieel; - toegang tot de kapitaalmarkt ten behoeve van de financiering van productieve investeringen. ARTIKEL 46 Investeringen en stimulering van investeringen. De samenwerking is gericht op versterking van de instroom van kapitaal, deskundigheid en technologie naar Egypte door onder meer : - op gepaste wijze investeringsmogelijkheden en bronnen van informatie over investeringsregels te identificeren; - informatie te verstrekken over Europese investeringsregelingen (technische bijstand, rechtstreekse financiële ondersteuning, fiscale stimuleringsmaatregelen, investeringsverzekering en dergelijke) voor investeringen buiten de EG, en de Egypte beter in staat te stellen daarvan te profiteren; - een juridisch klimaat tot stand te brengen dat bevorderlijk is voor de onderlinge investeringen, eventueel door sluiting door Egypte en de lid-Staten van overeenkomsten ter bescherming van investeringen en overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing; - de mogelijkheden voor de oprichting van joint ventures te onderzoeken, met name voor het midden- en kleinbedrijf, en voor de sluiting van overeenkomsten tussen de lid-Staten en Egypte; - mechanismen voor de stimulering van investeringen in te stellen. De samenwerking kan zich uitstrekken tot planning en uitvoering van projecten waarmee ter plaatse de doeltreffende verwerving en gebruik van basistechnologieën, het gebruik van normen, de ontwikkeling van het menselijk potentieel en het scheppen van werkgelegenheid kan worden gedemonstreerd. ARTIKEL 47 Normalisatie en conformiteitsbeoordeling De partijen streven ernaar de verschillen op het gebied van harmonisatie en conformiteitsbeoordeling te beperken. Specifiek richt de samenwerking in dit verband zich op de volgende terreinen : a) voorschriften op het gebied van normalisatie, metrologie, kwaliteitsnormen en erkenning van conformiteit, met name wat betreft sanitaire en fytosanitaire normen voor landbouwproducten en voedingsmiddelen;b) modernisering van de Egyptische instanties voor conformiteitsbeoordeling, teneinde te zijner tijd overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning van conformiteitsbeoordeling te sluiten;c) het ontwikkelen van structuren voor de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom, normalisatie en kwaliteitsnormen. ARTIKEL 48 Aanpassing van wetgeving De partijen doen wat in hun vermogen ligt om hun wetgeving onderling aan te passen, teneinde de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst te vereenvoudigen. ARTIKEL 49 Financiële diensten De partijen werken samen om hun normen en voorschriften te harmoniseren, onder andere met het oog op : a) versterking en herstructurering van de financiële sector in Egypte;b) verbetering van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen, alsmede het toezicht op en de reglementering van het bankwezen, het verzekeringswezen en andere segmenten van de financiële sector in Egypte. ARTIKEL 50 Landbouw en visserij De samenwerking is gericht op : a) modernisering en herstructurering van landbouw en visserij, onder meer door modernisering van infrastructuur en uitrusting, ontwikkeling van technologie voor verpakking, opslag en marketing en verbetering van particuliere distributieketens;b) diversificatie van productie en externe afzetmarkten, onder meer door stimulering van de oprichting van joint ventures in de agro-industriële sector;c) hechtere samenwerking op veterinair en fytosanitair gebied en inzake teelttechnieken teneinde handelsverkeer tussen de partijen te vergemakkelijken.De partijen wisselen hiertoe informatie uit. ARTIKEL 51 Vervoer De samenwerking is gericht op : - herstructurering en modernisering van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur die gekoppeld is aan de belangrijkste trans-Europese verbindingen van gemeenschappelijk belang; - definitie en toepassing van exploitatienormen die vergelijkbaar zijn met die welke in de Gemeenschap gangbaar zijn; - vernieuwing van technische installaties voor multimodaal vervoer, containervervoer en overslag; - verbetering van het beheer van luchthavens, de luchtverkeersleiding en de spoorwegen, mede inhoudende samenwerking tussen de verantwoordelijke nationale instanties. - verbetering van navigatiehulpmiddelen. ARTIKEL 52 Telecommunicatie en informatiemaatschappij De partijen erkennen dat informatie- en communicatietechnologieën een cruciaal element zijn van een moderne samenleving, een vitale factor voor de economische en sociale ontwikkeling en een hoeksteen van de opkomende informatiemaatschappij. De samenwerkingsactiviteiten van de partijen op dit gebied zijn gericht op : - een dialoog over vraagstukken die verband houden met de verschillende aspecten van de informatiemaatschappij, zoals het telecommunicatiebeleid; - uitwisseling van informatie en mogelijke technische bijstand op het gebied van regelgeving, normalisatie, conformiteitsbeoordeling en certificering in verband met informatietechnologieën en telecommunicatie; - verspreiding van nieuwe informatie- en communicatietechnologieën en verfijning van nieuwe toepassingen op dit gebied; - uitvoering van gezamenlijke projecten voor onderzoek, technische ontwikkeling of industriële toepassingen op het gebied van informatietechnologieën, communicatie, telematica en de informatiemaatschappij; - deelname van Egyptische organisaties, binnen de gevestigde kaders, aan proefprojecten en Europese programma's; - onderlinge koppeling van netwerken en interoperabiliteit van telematicadiensten in de Gemeenschap en Egypte. ARTIKEL 53 Energie Bij de samenwerking genieten prioriteit : - bevordering van duurzame energie; - bevordering van energiebesparing en efficiënt energiegebruik; - toegepast onderzoek naar datanetwerken in de economische en sociale sector, met name ten behoeve van de verbinding tussen ondernemingen in de Gemeenschap en in Egypte; - ondersteuning voor de modernisering en ontwikkeling van energienetwerken en koppeling daarvan aan de netwerken van de Gemeenschap. ARTIKEL 54 Toerisme De prioriteiten voor de samenwerking zijn : - stimulering van investeringen in het toerisme; - verbetering van de kennis van de toeristenindustrie en versterking van de consistentie van beleid dat op het toerisme van invloed is; - betere seizoensspreiding van het toerisme; - bevordering van de samenwerking met regio's en steden in buurlanden; - benadrukking van het belang van het culturele erfgoed voor het toerisme; - zorgen voor een passende wisselwerking tussen toerisme en het milieu; - versterking van het concurrentievermogen van het toerisme door steun voor professionalisering. ARTIKEL 55 Douane 1. De partijen ontwikkelen de samenwerking op douanegebied teneinde erop toe te zien dat de handelsbepalingen worden nageleefd.Bij de samenwerking hebben prioriteit : a) vereenvoudiging van controles en procedures voor in- en uitklaring van goederen;b) toepassing van het "enig document" en een systeem om de douanevervoerregelingen van de Gemeenschap en Egypte te koppelen.2. Onverminderd het bepaalde in de overeenkomst inzake verdere samenwerking, in het bijzonder wat de bestrijding van drugs en het witwassen van geld betreft, verlenen de douaneadministraties van de partijen elkander administratieve bijstand overeenkomstig Protocol nr. 5. ARTIKEL 56 Statistiek De samenwerking is met name gericht op harmonisatie van de door de partijen gebruikte methoden, zodat betrouwbare statistieken kunnen worden opgesteld voor alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen en voor statistische verwerking in aanmerking komen. ARTIKEL 57 Witwassen van geld l. De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengst van criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.2. De samenwerking op dit gebied omvat mede technische en administratieve bijstand voor het opzetten van effectieve normen voor de bestrijding van witwassen, die met de internationale normen overeenstemmen. ARTIKEL 58 Bestrijding van drugs 1. De samenwerking is met name gericht op : - verbetering van de effectiviteit van beleid en maatregelen ter voorkoming en bestrijding van het aanbod van en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, almede op bestrijding van het misbruik van deze producten; - bevordering van een gezamenlijke aanpak voor het terugdringen van de vraag. 2. De partijen bepalen gezamenlijk, in overeenstemming met hun respectieve wetgeving, welke strategieën en samenwerkingsmethoden geboden zijn om deze doelstellingen te bereiken.Hun optreden, voor zover niet gemeenschappelijk, wordt gebaseerd op overleg en nauwe coordinatie. Aan dit optreden kunnen de betrokken overheidsinstellingen en particuliere instellingen deelnemen, alle overeenkomstig hun bevoegdheden, in samenwerking met de bevoegde instanties van Egypte, de Gemeenschap en haar lid-Staten. 3. De samenwerking wordt verwezenlijkt door middel van uitwisseling van informatie en waar nodig gezamenlijke activiteiten met betrekking tot : - oprichting of uitbreiding van instellingen voor sociale dienstverlening en gezondheidszorg en informatiecentra voor de behandeling en sociale reïntegratie van drugsverslaafden; - uitvoering van projecten op het gebied van preventie, voorlichting, opleiding, en epidemiologisch onderzoek; - het opstellen van effectieve normen voor de 'voorkoming van het onrechtmatig gebruik van precursoren en andere essentiële stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen, overeenkomend met de internationale normen. ARTIKEL 59 Bestrijding van terrorisme Overeenkomstig internationale verdragen en hun nationale wetgeving werken de partijen samen op dit gebied, waarbij de nadruk ligt op : - uitwisseling van informatie over middelen en methoden voor de bestrijding van terrorisme; - uitwisseling van ervaringen met betrekking tot de voorkoming van terrorisme; - gezamenlijk onderzoek naar de voorkoming van terrorisme. ARTIKEL 60 Regionale samenwerking De samenwerking is met name gericht op : - ontwikkeling van de economische infrastructuur; - wetenschappelijk en technologisch onderzoek; - intraregionale handel; - douanezaken; - cultuur; - milieuvraagstukken. ARTIKEL 61 Bescherming van de consument De samenwerking op dit gebied is gericht op de harmonisatie van de regelingen voor de bescherming van de consument in de Europese Gemeenschap en in Egypte en dient voorzover mogelijk gericht te zijn op : - versterking van de onderlinge compatibiliteit van de consumentenwetgeving, teneinde handelsbelemmeringen te voorkomen; - instelling, ontwikkeling en onderlinge koppeling van systemen voor wederzijdse informatieverstrekking over gevaarlijke voedingsmiddelen en industrieproducten (systemen voor vroeg tijdige waarschuwing); - uitwisseling van informatie en deskundigen; - organisatie van opleidingsregelingen en verlening van technische bijstand. TITEL VI HOOFDSTUK I DIALOOG EN SAMENWERKING OP SOCIAAL GEBIED ARTIKEL 62 De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan billijke behandeling van hun werknemers die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven en werkzaam zijn. De lid-Staten en Egypte komen overeen, indien een van hen daarom verzoekt, besprekingen te openen over onderlinge bilaterale overeenkomsten inzake arbeidsvoorwaarden voor en socialezekerheidsrechten van werknemers uit Egypte en de lid-Staten die legaal verblijven en werkzaam zijn op hun grondgebied. ARTIKEL 63 1. Tussen de partijen wordt een regelmatige dialoog ingesteld over onderwerpen op sociaal gebied die voor hen van belang zijn.2. In het kader van deze dialoog wordt onderzocht hoe vooruitgang kan worden bewerkstelligd wat betreft het verkeer van werknemers, gelijke behandeling en sociale integratie van onderdanen van Egypte en van de lid-Staten van de Gemeenschap die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven.3. De dialoog heeft met name betrekking op alle vraagstukken betreffende : a) leef- en werkomstandigheden van migrantengemeenschappen;b) migratie;c) illegale migratie;d) activiteiten ter bevordering van de gelijke behandeling van onderdanen van Egypte en van de lid-Staten van de Gemeenschap, wederzijdse kennis van cultuur en beschaving, bevordering van tolerantie en afschaffing van discriminatie. ARTIKEL 64 De dialoog over sociale aangelegenheden wordt gevoerd volgens dezelfde procedures als die waarin in titel I van deze overeenkomst wordt voorzien. ARTIKEL 65 Teneinde de samenwerking op sociaal gebied tussen de partijen te consolideren, worden activiteiten en programma's uitgevoerd op alle gebieden die voor hen van belang zijn. Hierbij hebben de volgende onderwerpen prioriteit : a) vermindering van de migratiedruk, met name door het verbeteren van de levensomstandigheden, het scheppen van werkgelegenheid en inkomensgenerende activiteiten en het ontwikkelen van het onderwijs in de gebieden waaruit emigranten afkomstig zijn;b) bevordering van de betrokkenheid van vrouwen bij het economische en sociale ontwikkelingsproces;c) ontwikkeling en versterking van Egyptische programma's voor gezinsplanning en de bescherming van moeder en kind;d) verbetering van het stelsel van sociale zekerheid;e) verbetering van de gezondheidszorg;f) verbetering van de levensomstandigheden in arme gebieden;g) uitvoering en financiering van uitwisselings- en vrijetijdsprogramma's voor gemengde groepen Europese en Egyptische jongeren die in de lid-Staten verblijven ter bevordering van de kennis van elkanders cultuur en van de tolerantie. ARTIKEL 66 De samenwerkingsactiviteiten kunnen worden uitgevoerd in samenwerking met de lid-Staten en bevoegde internationale organisaties. ARTIKEL 67 De Associatieraad richt voor het einde van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst een werkgroep op. Deze wordt belast met de permanente en regelmatige evaluatie van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot en met 3. HOOFDSTUK 2 SAMENWERKING INZAKE VOORKOMING VAN EN CONTROLE OP ILLEGALE IMMIGRATI EEN ANDERE CONSULAIRE AANGELEGENHEDEN ARTIKEL 68 De partijen werken samen teneinde illegale immigratie te voorkomen en controleren. Hiertoe geldt het volgende : - iedere lid-Staat van de Europese Gemeenschap verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van Egypte verblijven op verzoek van Egypte zonder verdere formaliteiten over te nemen, zodra de betrokken personen uitdrukkelijk als zodanig zijn geïdentificeerd; - Egypte verbindt zich ertoe eigen onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lid-Staat van de Europese Gemeenschap verblijven op verzoek van die lid-Staat zonder verdere formaliteiten over te nemen, zodra de betrokken personen uitdrukkelijk als zodanig zijn geïdentificeerd; Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lid-Staten en Egypte hun onderdanen passende identiteitsdocumenten. Wat de lid-Staten van de Europese Unie betreft zijn de verplichtingen van dit artikel uitsluitend van toepassing op personen die voor de toepassing van het Gemeenschapsrecht geacht worden hun onderdanen te zijn. Wat Egypte betreft zijn de verplichtingen van dit artikel uitsluitend van toepassing op personen die overeenkomstig het Egyptische rechtsstelsel en alle relevante wetgeving betreffende het staatsburgerschap geacht worden onderdanen van Egypte te zijn. ARTIKEL 69 Na de inwerkingtreding van de overeenkomst openen de partijen op verzoek van een van hen onderhandelingen over de sluiting van onderlinge bilaterale overeenkomsten waarin hun specifieke verplichtingen betreffende de overname van hun onderdanen worden geregeld. Indien een partij zulks noodzakelijk acht, bevatten dergelijke overeenkomsten tevens regelingen voor de overname van onderdanen van derde landen. In die regelingen wordt bepaald welke categorieën personen onder de regelingen vallen, alsmede op welke wijze de overname dient te geschieden. Egypte wordt passende financiële en technische steun verleend voor de tenuitvoerlegging van deze regelingen. ARTIKEL 70 De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen kunnen worden verricht voor de voorkoming van en de controle op illegale immigratie en met betrekking tot andere consulaire aangelegenheden. HOOFDSTUK 3 SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CULTUUR, AUDIOVISUELE MEDIA EN INFORMATIE ARTIKEL 71 1. De partijen bevorderen de culturele samenwerking ten aanzien van terreinen van wederzijds belang, in een geest van respect voor elkanders cultuur.Er wordt een duurzame dialoog inzake cultuur ingesteld. De samenwerking is met name gericht op het bevorderen van : - het conserveren en restaureren van historisch en cultureel erfgoed (monumenten en locaties van cultuurhistorische waarde, artefacten, zeldzame boeken en handschriften en dergelijke); - de uitwisseling van tentoonstellingen, theatergroepen, kunstenaars, letterkundigen, intellectuelen, culturele evenementen en dergelijke; - vertalingen; - de opleiding van personen die in de cultuursector werkzaam zijn. 2. De samenwerking op het gebied van de audiovisuele media bevordert coproducties en gezamenlijke opleidingsactiviteiten.De partijen streven ernaar de deelname van Egypte aan communautaire initiatieven op dit gebied te stimuleren. 3. De partijen zijn het erover eens dat cultuurprogramma's van de Gemeenschap en een of meer lid-Staten, alsmede andere activiteiten van wederzijds belang, tot Egypte kunnen worden uitgebreid.4. De partijen stimuleren culturele samenwerking van commerciële aard, met name door middel van gezamenlijke projecten (voor productie, investering en marketing), opleiding en uitwisseling van informatie.5. Bij de vaststelling van samenwerkingsactiviteiten en -programma's en gezamenlijke activiteiten besteden de partijen bijzondere aandacht aan jongeren, aan zelfexpressie en communicatievaardigheden met gebruikmaking van schriftelijke en audiovisuele media, en aan monumentenzorg en verbreiding van cultuur.6. De samenwerking wordt met name verwezenlijkt door middel van : - een regelmatige dialoog tussen de partijen; - regelmatige uitwisseling van informatie en ideeën in alle sectoren van samenwerking, onder meer door middel van bijeenkomsten van ambtenaren en deskundigen; - activiteiten op het gebied van adviesverlening, expertise en opleiding; - gezamenlijke activiteiten als seminars en workshops; - technische en administratieve bijstand en bijstand op het gebied van de regelgeving-, - verspreiding van informatie over samenwerkingsinitiatieven. TITEL …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.