{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Indien deze bedragen hoger zijn dan de overeenkomstige door het land van invoer vastgestelde bedragen, worden ze door laatstgenoemd land aanvaard indien de producten gefactureerd zijn in de valuta van het land van uitvoer.Indien de producten gefactureerd zijn in de valuta van een lid-Staat van de Gemeenschap of van een van de in artikel 3 genoemde andere landen, aanvaardt het land van invoer het door het betrokken land medegedeelde bedrag. 3. De te gebruiken tegenwaarde van de euro in een nationale valuta is de tegenwaarde van de euro in die nationale valuta op de eerste werkdag van oktober 1999.4. In euro uitgedrukte bedragen en de tegenwaarde daarvan in de nationale valuta van de lidstaten van de Gemeenschap en Egypte worden op verzoek van de Gemeenschap of Egypte door het Associatiecomité herzien.Bij deze herziening ziet het Associatiecomité erop toe dat de bedragen in de nationale valuta's niet dalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts onderzoekt het comité of het wenselijk is de betreffende limieten in reële termen te handhaven. Het kan in dit verband besluiten de in euro uitgedrukte bedragen te wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VI. - Regelingen voor administratieve samenwerking ARTIKEL 31 Wederzijdse bijstand 1. De douaneautoriteiten van de lid-Staten van de Gemeenschap en van Egypte doen elkaar via de Europese Commissie afdrukken toekomen van de stempels die in hun douanekantoren worden gebruikt bij de afgifte van certificaat inzake goederenverkeer EUR.1, alsmede de adressen van de douaneautoriteiten die belast zijn met de controle van deze certificaten en de factuurverklaringen. 2. Met het oog op de correcte toepassing van dit protocol verlenen de Gemeenschap en Egypte elkaar via de bevoegde douane-instanties bijstand bij de controle op de echtheid van de certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 en de factuurverklaringen en de juistheid van de daarop vermelde gegevens.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Controle van bewijzen van oorsprong 1. Bewijzen van oorsprong worden achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd, en tevens wanneer de douaneautoriteiten van het land van invoer redenen hebben om te twijfelen aan de echtheid van deze documenten, de oorsprong van de betrokken producten of de naleving van de andere voorwaarden van dit protocol. 2. Ten behoeve van de toepassing van lid 1 zenden de douaneautoriteiten van het land van invoer het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 en de factuur, indien deze werd voorgelegd, de factuurverklaring of een kopie van deze documenten, terug aan de douaneautoriteiten van het land van uitvoer, eventueel onder vermelding van de redenen waarom een onderzoek wordt aangevraagd Zij verstrekken bij deze aanvraag om controle alle documenten en gegevens die het vermoeden hebben doen rijzen dat de gegevens op het bewijs van oorsprong onjuist zijn. 3. De controle wordt verricht door de douaneautoriteiten van het land van uitvoer.Deze zijn in dit verband gerechtigd bewijsmateriaal op te vragen, de administratie van de exporteur in te zien en elke andere controle te verrichten die zij dienstig achten. 4. Indien de douaneautoriteiten van het land van invoer besluiten de preferentiële behandeling niet toe te kennen zolang de uitslag van de controle niet bekend is, doen zij de importeur het voorstel de producten vrij te geven onder voorbehoud van de noodzakelijk geachte conservatoire maatregelen.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De resultaten van de controle worden zo spoedig mogelijk medegedeeld aan de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd.In deze mededeling moet duidelijk worden aangegeven of de documenten al dan niet echt zijn, of de betrokken producten als producten van oorsprong uit de Gemeenschap, Egypte of een van de in artikel 4 genoemde landen beschouwd kunnen worden en of aan de andere voorwaarden van dit protocol is voldaan. 6. Indien bij gegronde twijfel binnen tien maanden na het verzoek om controle geen antwoord is ontvangen, of indien het antwoord niet voldoende gegevens bevat om de echtheid van het betrokken document of de werkelijke oorsprong van de producten vast te stellen, kennen de aanvragende douaneautoriteiten de preferentiële behandeling niet toe, behoudens buitengewone omstandigheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beslechting van geschillen Geschillen ten aanzien van de in artikel 32 bedoelde controles die niet onderling geregeld kunnen worden tussen de douaneautoriteiten die de controle hebben aangevraagd en de douaneautoriteiten die deze hebben moeten uitvoeren, en problemen in verband met de interpretatie van dit protocol worden aan het Associatiecomité voorgelegd In alle gevallen is de wetgeving van het land van invoer van toepassing op de regeling van geschillen tussen een importeur en de douaneautoriteiten van het land van invoer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sancties Sancties worden getroffen tegen eenieder die een document met onjuiste gegevens opstelt of doet opstellen met het doel producten onder de preferentiële regeling te doen vallen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vrije zones 1. De Gemeenschap en Egypte nemen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat producten die onder geleide van een bewijs van oorsprong worden verhandeld en die tijdens het vervoer in een op hun grondgebied gelegen vrije zone verblijven, door andere goederen worden vervangen of andere behandelingen ondergaan dan die welke gebruikelijk zijn om ze in goede staat te bevaren. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 geven de bevoegde douaneautoriteiten, wanneer producten van oorsprong uit de Gemeenschap of uit Egypte die onder dekking van een bewijs van oorsprong in een vrije zone zijn ingevoerd, een be- of verwerking ondergaan, op verzoek van de exporteur een nieuw certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 af, mits deze be- of verwerking met de bepalingen van dit protocol overeenstemt TITEL VII. - Ceuta en Melilla ARTIKEL 36 Toepassing van het protocol 1. De in artikel 2 gebruikte term \"Gemeenschap\" heeft geen betrekking op Ceuta en Melilla.2. Producten van oorsprong uit Egypte die in Ceuta of Melilla worden ingevoerd, vallen in elk opzicht onder dezelfde douaneregeling als de regeling die op grond van Protocol nr.2 bij de Akte van Toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Republiek Portugal tot de Europese Gemeenschappen van toepassing is op producten van oorsprong uit het douanegebied van de Gemeenschap. Egypte past op onder de overeenkomst vallende producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla dezelfde regeling toe als op producten van oorsprong uit de Gemeenschap die uit de Gemeenschap worden ingevoerd. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van lid 2 op producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla is dit protocol van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van de bijzondere voorwaarden van artikel 37. ARTIKEL 37 Bijzondere voorwaarden 1. Mits rechtstreeks vervoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, worden beschouwd als : 1) producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla : a) geheel en al in Ceuta en Melilla verkregen producten;b) in Ceuta en Melilla verkregen producten, bij de vervaardiging waarvan andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, mits : i) deze producten een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6, of ii) deze producten van oorsprong zijn uit Egypte of uit de Gemeenschap in de zin van dit protocol, en be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer omvatten dan de in artikel 7, lid 1, bedoelde ontoereikende be- of verwerkingen;2) producten van oorsprong uit Egypte : a) geheel en al in Egypte verkregen producten;b) in Egypte verkregen producten bij de vervaardiging waarvan andere dan de onder a) bedoelde producten zijn gebruikt, mits : i) deze producten een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6, of ii) deze producten van oorsprong zijn uit Ceuta en Melilla of de Gemeenschap in de zin van dit protocol, en be- of verwerkingen hebben ondergaan die meer omvatten dan de in artikel 7, lid 1, bedoelde ontoereikende be- of verwerkingen.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ceuta en Melilla worden als één enkel grondgebied beschouwd. 3. De exporteur of zijn gemachtigde vertegenwoordiger vermeldt \"Egypte\" en \"Ceuta en Melilla\" in vak 2 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of op de factuurverklaring. Voor producten van oorsprong uit Ceuta en Melilla wordt dit bovendien vermeld in vak 4 van het certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 of op de factuurverklaring. 4. De Spaanse douaneautoriteiten zijn belast met de toepassing van dit protocol in Ceuta en Melilla. TITEL VIII. - Slotbepalingen ARTIKEL 38 Wijziging van het protocol De Associatieraad kan besluiten bepalingen van dit protocol te wijzigen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 39</span><span class=\"lf-art-t\">Tenuitvoerlegging van het protocol De Gemeenschap en Egypte nemen ieder voor zich de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit protocol</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Goederen in doorvoer of in opslag De overeenkomst kan worden toegepast op goederen die aan de bepalingen van dit protocol voldoen en die op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst onderweg zijn of die in de Gemeenschap of in Egypte of tijdelijk zijn opgeslagen of zich daar in een douane-entrepot of vrije zone bevinden, mits binnen vier maanden na die datum een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 bij de douaneautoriteiten van de staat van invoer wordt ingediend dat achteraf door de bevoegde instanties van de staat van uitvoer is opgesteld, tezamen met de documenten waaruit blijkt dat de goederen rechtstreeks zijn vervoerd Bijlage I bij Protocol nr. 4 AANTEKENINGEN BIJ DE LIJST IN BIJLAGE II Aantekening 1 In deze lijst zijn de be- en verwerkingen omschreven waardoor producten als voldoende be- of verwerkt worden beschouwd in de zin van artikel 6 van het protocol.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantekening 2 1. In de eerste twee kolommen van de lijst wordt het verkregen product omschreven.Kolom 1 bevat het nummer van de post of het hoofdstuk volgens het geharmoniseerde systeem en kolom 2 de omschrijving van de goederen die volgens dat systeem onder die post of dat hoofdstuk vallen. Voor iedere post of ieder hoofdstuk in de kolommen 1 en 2 wordt in kolom-3 of 4 een regel gegeven. Een nummer in kolom 1 voorafgegaan door \"ex\" betekent dat de regel in kolom 3 of 4 alleen geldt voor het gedeelte van die post of dat hoofdstuk dat in kolom 2 is omschreven. 2. Wanneer in kolom 1 verscheidene postnummers zijn gegroepeerd of wanneer een hoofdstuknummer is vermeld en de omschrijving van het product in kolom 2 derhalve in algemene bewoordingen is gesteld, dan is de regel daarnaast in kolom 3 of 4 van toepassing op alle producten die volgens het geharmoniseerd systeem onder de posten van het hoofdstuk of onder elk van de in kolom 1 gegroepeerde posten zijn ingedeeld.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer in de lijst verschillende regels worden gegeven voor verschillende producten die onder dezelfde post vallen, wordt na elk streepje dat deel van de post omschreven waarop de daarnaast in kolom 3 of 4 vermelde voorwaarde van toepassing is.4. Wanneer voor een in kolom 1 en 2 vermeld product zowel in kolom 3 als in kolom 4 een regel wordt gegeven, kan de exporteur kiezen welke regel, die in kolom 3 of die in kolom 4, wordt toegepast.Indien in kolom 4 geen oorsprongsregel wordt gegeven, moet de regel in kolom 3 worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantekening 3 5. Op producten die de oorsprong hebben verkregen en die bij de vervaardiging van andere producten worden gebruikt, is artikel 6 van het protocol van toepassing, ongeacht of de oorsprong verkregen werd in de fabriek waar deze producten worden gebruikt of in een andere fabriek in de Gemeenschap of in Egypte. Voorbeeld Een motor van post 8407 waarvoor de regel geldt dat de waarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die daarin worden verwerkt niet hoger mag zijn dan 40 % van de prijs af fabriek, is vervaardigd van \"ander gelegeerd staal, enkel ruw voorgesmeed\" van post ex 7224.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dit smeedijzer in de Gemeenschap van niet van oorsprong zijnde ingots werd vervaardigd, heeft het reeds de oorsprong verkregen krachtens de regel voor post ex 7224. Bij de waardeberekening van de motor telt het dan als materiaal van oorsprong, of het nu in dezelfde fabriek werd vervaardigd of in een andere fabriek in de Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van de niet van oorsprong zijnde ingots wordt dus niet meegerekend bij het berekenen van de waarde van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn. 6. De regels in de lijst geeft de minimumbewerking of -verwerking aan die vereist is;meer beof verwerking verleent eveneens de oorsprong; omgekeerd kan minder be- of verwerking geen oorsprong verlenen. Mag een niet van oorsprong zijnd materiaal in een bepaald productiestadium worden gebruikt, dan kan hetzelfde materiaal in een vroeger productiestadium ook worden gebruikt. Hetzelfde materiaal in een later productiestadium mag evenwel niet worden gebruikt. 7. Onverminderd aantekening 3.2 geldt dat, wanneer volgens de regel \"materialen van een willekeurige post\" mogen worden gebruikt, ook materialen van dezelfde post als het product mogen worden gebruikt, voorzover de regel verder geen beperkingen inhoudt. \"Vervaardiging uit materialen van een willekeurige post met inbegrip van andere materialen van post... \" houdt evenwel in dat materialen van dezelfde post als het product slechts gebruikt mogen worden als de omschrijving ervan verschilt van die van het product in kolom 2. 8. Wanneer volgens een regel in de lijst een product van meer dan een materiaal mag worden vervaardigd, betekent dit dat een of meer van deze materialen kunnen worden gebruikt.Het is niet noodzakelijk dat zij alle worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Volgens de regel voor weefsels van de posten 5208 tot en met 5212 mogen natuurlijke vezels en andere materialen, waaronder chemische, worden gebruikt. Dit betekent niet dat beide moeten worden gebruikt; het ene of het andere materiaal of beide kunnen worden gebruikt. 9. Wanneer volgens een regel in de lijst een product van een bepaald materiaal vervaardigd moet worden, betekent dit evenwel niet dat geen andere materialen mogen worden gebruikt die vanwege hun aard niet aan de regel kunnen voldoen.(Zie ook aantekening 6.2 met betrekking tot textielstoffen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld De regel voor post 1904 sluit het gebruik van granen en graanderivaten uitdrukkelijk uit. Minerale zouten, chemicaliën en andere additieven die niet van granen zijn vervaardigd, mogen evenwel worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze regel is evenwel niet van toepassing op producten die niet kunnen worden vervaardigd uit het in de lijst genoemde materiaal, maar die wel kunnen worden vervaardigd uit een materiaal van dezelfde aard in een vroeger productiestadium.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Indien voor een kledingstuk van ex hoofdstuk 62, van gebonden textielvlies, het gebruik van uitsluitend garen dat niet van oorsprong is, is toegestaan, is het niet mogelijk uit te gaan van stof van gebonden textielvlies ook al kan gebonden textielvlies normalerwijze niet van garen worden vervaardigd. In een dergelijk geval moet het uitgangsmateriaal zich in het stadium vóór garen bevinden, dit wil zeggen in het vezelstadium. 10. Indien een regel in de lijst twee of meer percentages geeft als maximumwaarde van de niet van oorsprong zijnde materialen die kunnen worden gebruikt, dan mogen deze percentages niet bij elkaar worden opgeteld.De maximumwaarde van alle gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, mag het hoogste van de opgegeven percentages nooit overschrijden. Bovendien mogen de afzonderlijke percentages voor bepaalde materialen niet worden overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantekening 4 11. De term \"natuurljke vezels\" in de ljst heeft betrekking op andere dan kunstmatige of synthetische vezels, met inbegrip van afval, in het stadium vóór het spinnen.Tenzij anders vermeld omvat de term \"natuurlijke vezels\" vezels die zijn gekaard, gekamd of anderszins bewerkt, doch niet gesponnen. 12. De term \"natuurlijke vezels\" omvat paardenhaar van post 0503, zijde van de posten 5002 en 5003 en wol, fijn of grof haar van de posten 5101 tot en met 5105, katoen van de posten 5201 tot en met 5203 en andere plantaardige vezels van de posten 5301 tot en met 5305.13. De termen \"textielmassa\", \"chemische stoffen\" en \"materialen voor het vervaardigen van papier\" in de lijst hebben betrekking op materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 vallen, maar die gebruikt kunnen worden bij de vervaardiging van kunstmatige, synthetische of papieren vezels of garens.14.</p>\n<p class=\"lf-p\">De term \"synthetische en kunstmatige stapelvezels\" in de lijst heeft betrekking op kabel van synthetische of kunstmatige filamenten, op synthetische of kunstmatige stapelvezels en op synthetisch of kunstmatig afval van de posten 5501 tot en met 5507. Aantekening 5 15. Indien voor een bepaald product in de lijst naar deze aantekening wordt verwezen, zijn de in kolom 3 van de lijst genoemde voorwaarden niet van toepassing op basistextielmaterialen die bij de vervaardiging zijn gebruikt en die, samen genomen, ten hoogste 10 % van het totale gewicht van alle gebruikte basistextielmaterialen uitmaken.(Zie ook de aantekeningen 5.3 en 5.4). 16. De in punt 5.1 genoemde tolerantie is evenwel uitsluitend van toepassing op gemengde producten die van twee of meer basistextielmaterialen zijn vervaardigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Basistextielmaterialen zijn : - zijde, - wol, - grof haar, - fijn haar, - paardenhaar (crin), - katoen, - papier en materiaal voor het vervaardigen van papier, - vlas, - hennep, - jute en andere bastvezels, - sisal en andere textielvezels van het geslacht Agave, - kokosvezels, abaca, ramee en andere plantaardige textielvezels, - synthetische filamenten, - kunstmatige filamenten, - synthetische stapelvezels van polypropyleen, - synthetische stapelvezels van polyester, - synthetische stapelvezels van polyamide, - synthetische stapelvezels van polyacrylonitriel, - synthetische stapelvezels van polyimide, - synthetische stapelvezels van polytetrafluorethyleen, - synthetische stapelvezels van polyfenyleensulfide, - synthetische stapelvezels van polyvinylchloride, - andere synthetische stapelvezels, kunstmatige stapelvezels van viscose, - andere kunstmatige stapelvezels, - garen van polyurethaan met soepele segmenten van polyether, al dan niet omwoeld, - garen van polyurethaan met soepele segmenten van polyester, al dan niet omwoeld, - producten van post 5605 (metaalgarens) met strippen bestaande uit een kern van aluminiumfolie of een kern van kunststoffolie, al dan niet bedekt met aluminiumpoeder, met een breedte van niet meer dan 5 mm, welke kern met behulp van een doorzichtig of gekleurd kleefmiddel is bevestigd tussen twee strippen kunststof, - andere producten van post 5605.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Garen van post 5205, vervaardigd van katoenvezels van post 5203 en van synthetische stapelvezels van post 5506, is een gemengd garen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Derhalve mogen niet van oorsprong zijnde stapelvezels die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging uit chemische materialen of textielmassa is vereist) worden gebruikt tot 10 gewichtspercenten van het garen. Voorbeeld Een weefsel van wol van post 5112, vervaardigd van garens van wol van post 5 107 en van synthetische garens van stapelvezels van post 5509, is een gemengd weefsel. Derhalve mogen synthetische garens die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging uit chemische materialen of textielmassa is vereist) of garens van wol, die niet voldoen aan de regels van oorsprong (volgens welke een vervaardiging is vereist uit natuurlijke vezels die niet gekaard zijn of gekamd, noch op andere wijze bewerkt met het oog op het spinnen), of een combinatie van deze twee soorten garens worden gebruikt tot 10 gewichtspercenten van het weefsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Getufte textielstoffen van post 5802, vervaardigd van garens van katoen van post 5205 en van weefsels van katoen van post 5210, is slechts een gemengd product wanneer het katoenweefsel zelf een gemengd product is, vervaardigd van onder twee verschillende posten ingedeelde garens, of wanneer de gebruikte katoengarens zelf gemengde garens zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Indien de getufte textielstof is vervaardigd van katoengarens van post 5205 en synthetisch weefsel van post 5407, zijn de gebruikte garens uiteraard van twee verschillende soorten basistextielmateriaal gemaakt en is de getufte textielstof bijgevolg een gemengd product.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Een getuft tapijt, vervaardigd van zowel kunstmatige garens als katoengarens en met een grondlaag van jute, is een gemengd product omdat drie basistextielmaterialen zijn gebruikt. Derhalve mogen alle niet van oorsprong zijnde materialen die in een later productiestadium zijn dan de regel toelaat, worden gebruikt, mits hun totale gewicht niet meer bedraagt dan 10 % van het gewicht van de textielmaterialen van het tapijt. Zo zouden in dit productiestadium zowel de jutegrondlaag als de kunstmatige garens ingevoerd kunnen zijn, mits aan de voorwaarden inzake het gewicht wordt voldaan. 17. Voor producten die garens bevatten \"van polyurethaan, met soepele segmenten van polyether, ook indien omwoeld\", bedraagt de tolerantie voor dit garen ten hoogste 20 %.18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor weefsels met \"strippen bestaande uit een kern van aluminiumfolie of een kern van kunststoffolie, al dan niet bedekt met aluminiumpoeder, met een breedte van niet meer dan 5 mm, welke kern met behulp van een kleefmiddel is bevestigd tussen twee strippen kunststof, bedraagt de tolerantie voor de strippen 30 %. Aantekening 6 19. Wordt voor een bepaald textielproduct in de lijst in een voetnoot naar deze aantekening verwezen, dan mogen textielmaterialen, met uitzondering van voeringen en tussenvoeringen, die niet voldoen aan de regel in kolom 3 van de lijst voor de betreffende geconfectioneerde producten, worden gebruikt mits zij onder een andere post vallen dan het product en de waarde ervan niet meer bedraagt dan 8 % van de prijs af fabriek van het product. 20.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd aantekening 6.3 mogen materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld vrij worden gebruikt, ongeacht of zij textiel bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbeeld Wanneer volgens een regel in de lijst voor een bepaald textielartikel, zoals een broek, garen moet worden gebruikt, sluit dit het gebruik van artikelen van metaal (bijvoorbeeld knopen) niet uit, omdat deze niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld. Om dezelfde reden is het gebruik van bijvoorbeeld ritssluitingen toegelaten, al bevatten deze normalerwijze ook textiel. 21. Wanneer een percentageregel van toepassing is, moet met de waarde van materialen die niet onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 zijn ingedeeld, rekening worden gehouden bij de berekening van de waarde van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn. Aantekening 7 22. Onder \"aangewezen behandeling\" in de zin van de posten ex 2707, 2713 tot en met 2715, ex 2901, ex 2902 en ex 3403 wordt verstaan : a) vacuumdistillatie, b) herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing 1, c) kraken, d) reforming, e) extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen, f) een bewerking bestaande uit alle navolgende behandelingen : behandelen met geconcentreerd zwavelzuur, rokend zwavelzuur of zwavelzuuranhydride, neutraliseren met behulp van alkalische stoffen, ontkleuren en zuiveren met behulp van van nature actieve aarde, geactiveerde aarde, actieve koolstof of bauxiet, g) polymeriseren, h) alkyleren, i) isomeriseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie aanvullende aantekening (GN) 4 b) bij hoofdstuk 27 van de gecombineerde nomenclatuur. 23. Onder \"aangewezen behandeling\" in de zin van de posten 2710 tot en met 2712 wordt verstaan : a) vacuumdistillatie, b) herdistillatie volgens een proces van ver doorgevoerde splitsing 1, c) kraken, d) reforming, e) extractie met behulp van selectieve oplosmiddelen, f) een bewerking bestaande uit alle navolgende behandelingen : behandelen met geconcentreerd zwavelzuur, rokend zwavelzuur of zwavelzuuranhydride, neutraliseren met behulp van alkalische stoffen, ontkleuren en zuiveren met behulp van van nature actieve aarde, geactiveerde aarde, actieve koolstof of bauxiet, g) polymeriseren, h) alkyleren, ij) isomeriseren, k) uitsluitend voor de zware oliën van post ex 2710 : ontzwavelen met gebruikmaking van waterstof, waardoor het zwavelgehalte van de behandelde producten met tenminste 85 % wordt verlaagd (methode ASTM D 1266-59 T), 1) uitsluitend voor producten van post 2710 : ontparaffineren.anders dan door enkel filtreren, Zie aanvullende aantekening (GN) 4 b) bij hoofdstuk 27 van de gecombineerde nomenclatuur. m) uitsluitend voor de zware oliën van post ex 2710 : behandelen met waterstof, uitgezonderd ontzwavelen, waarbij de waterstof actief deelneemt aan een scheikundige reactie die, met behulp van een katalysator, onder een druk van meer dan 20 bar en bij een temperatuur van meer dan 250 °C wordt teweeggebracht.Eindbehandeling met waterstof van smeeroliën van post ex 2710 die in het bijzonder verbetering van de kleur of de stabiliteit ten doel heeft (bijvoorbeeld hydrofinishing of ontkleuren) wordt daarentegen niet als een aangewezen behandeling aangemerkt, n) uitsluitend voor stookolie van post ex 2710 : atmosferische distillatie, mits deze producten, distillatieverliezen inbegrepen, voor minder dan 30 % van het volume ervan overdistilleren bij 300 °C, een en ander bepaald volgens de methode ASTM D 86, o) uitsluitend voor andere zware oliën dan gasolie of stookolie van post 2710 : behandelen met gebruikmaking van hoogfrequente glimontlading.24.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de posten ex 2707, 2713 tot en met 2715, ex 2901, ex 2902 en ex 3403 wordt geen oorsprong verkregen door eenvoudige behandelingen zoals reinigen, decanteren, ontzouten, afsplitsen van water, filtreren, kleuren, merken, het verkrijgen van een bepaald zwavelgehalte door het mengen van producten met uiteenlopende zwavelgehaltes, alle combinaties van die behandelingen of soortgelijke behandelingen. Bijlage II bij Protocol nr. 4 LIJST VAN OORSPRONGVERLENENDE BE- OF VERWERKINGEN Niet alle in de lijst genoemde producten vallen onder de overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijst dient tezamen met de andere onderdelen van de overeenkomst te worden gelezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage IV bij Protocol nr. 4 Certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 en aanvraag van een certificaat inzake goederenverkeer EUR.1 Aanwijzingen voor het drukken 1. Het formaat van het formulier is 210 X 297 mm, waarbij in de lengte een afwijking van ten hoogste 5 mm minder of 8 m m meer is toegestaan. Het te gebruiken is wit, zodanig gelijmd dat het goed beschrijfbaar is en houtvrij, met een gewicht van ten minste 25g/m2. Het is voorzien van een groene geguillocheerde onderdruk die vervalsingen met behulp van mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt. 2. De bevoegde instanties van de lid-Staten van de Gemeenschap en van Egypte kunnen zich het recht voorbehouden de certificaten zelf te drukken of ze laten drukken door daartoe erkende drukkerijen.In het laatste geval moet elk formulier naar deze erkenning worden verwezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk formulier dient te zijn voorzien van de naam en het adres van de drukker of van een merkteken aan de hand waarvan deze geïdentificeerd kan worden. De certificaten worden van een al dan niet gedrukt volgnummer voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bijlage VI bij Protocol nr. 4 GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE EEN OVERGANGSPERIODE VOOR DOCUMENTEN DIE BETREKKING HEBBEN OP HET BEWIJS VAN OORSPRONG 1. Gedurende twaalf maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden certificaten inzake goederenverkeer EUR.1 en EUR.2, afgegeven krachtens de op 18 januari 1977 ondertekende Samenwerkingsovereenkomst, door de bevoegde douaneautoriteiten van de Gemeenschap en van Egypte aanvaard als geldig bewijs van oorsprong in de zin van protocol nr. 4. 2. Verzoeken om controle achteraf van bovengenoemde documenten worden door de bevoegde douaneautoriteiten van de Gemeenschap en van Egypte ingewilligd gedurende twee jaar na de afgifte van het desbetreffende bewijs van oorsprong.De controles worden uitgevoerd in overeenstemming met titel VI van protocol nr. 4 bij deze overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE HET PRINSDOM ANDORRA l. Producten van oorsprong uit Andorra die vallen onder de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerd systeem, worden door Egypte aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.2. Protocol nr.4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE REPUBLIEK SAN MARINO 1. Producten van oorsprong uit San Marino worden door Egypte aanvaard als producten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van deze overeenkomst.2. Protocol nr.4 is van overeenkomstige toepassing op de definitie van de oorsprong van deze producten.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING INZAKE CUMULATIE VAN DE OORSPRONG De Gemeenschap en Egypte erkennen de belangrijke bijdrage die cumulatie van de oorsprong levert tot het stimuleren van de ontwikkeling in de richting van een vrijhandelsgebied waarvan alle deelnemers aan het proces van Barcelona deel uitmaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Gemeenschap streeft ernaar met de partnerlanden in het Middellandse-Zeegebied, in het bijzonder op hun verzoek met de landen van de Maghreb en de Mashrak, overeenkomsten te sluiten inzake toepassing van cumulatie van de oorsprong, zodra de betrokken partners bereid zijn gelijkluidende oorsprongsregels toe te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De partijen verklaren voorts dat verschillen met betrekking tot het type cumulatie dat in de deelnemende landen reeds van kracht is, geen belemmering vormen voor het bereiken van dit doel. Onmiddellijk na de ondertekening van de overeenkomst vangen de partijen, met dit doel voor ogen, een onderzoek aan naar de mogelijkheden tot cumulatie met de betrokken landen gedurende de overgangsperiode, met name voor sectoren waarvoor de betrokken mediterrane landen gelijkluidende oorsprongsregels toepassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Gemeenschap zal de betrokken partnerlanden bijstand verlenen om tot cumulatie van de oorsprongsregels te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING INZAKE DE VERWERKINGSEISEN VERVAT IN BIJLAGE II Beide partijen stemmen in met de verwerkingseisen die in de bijlagen II en IIA bij de overeenkomst zijn vervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beperkt aantal met redenen omklede verzoeken van Egypte om afwijking zal door de Gemeenschap evenwel in behandeling worden genomen, mits deze verzoeken niet van zodanige aard zijn dat afbreuk wordt gedaan aan het streven naar cumulatie van de oorsprong uit de landen van het Middellandse-Zeegebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">PROTOCOL Nr. 5 INZAKE WEDERZIJDSE BIJSTAND TUSSEN ADMINISTRATIEVE AUTORITEITEN IN DOUANEZAKEN ARTIKEL 1 Definities Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder : a) \"douanewetgeving\" : de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die op het grondgebied van de partijen van toepassing zijn op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder andere douaneregelingen of -procedures, met inbegrip van verbods-, beperkings- en controlemaatregelen;b) \"verzoekende autoriteit\" : een bevoegde administratieve autoriteit die door een der partijen is aangewezen en die een verzoek om bijstand op grond van dit protocol indient;c) \"aangezochte autoriteit\" : een bevoegde administratieve autoriteit die door een der partijen is aangewezen en die een verzoek om bijstand op grond van dit protocol ontvangt;d) \"persoonsgegevens\" : alle gegevens betreffende een natuurlijke persoon van wie de identiteit bekend is of kan worden vastgesteld;e) \"met de douanewetgeving strijdige handeling\" : elke overtreding of poging tot overtreding van de douanewetgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingsgebied 1. De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar op de onder hun bevoegdheid vallende gebieden bijstand, op de wijze en op de voorwaarden als bij dit protocol vastgesteld, met het oog op correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder bij het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van handelingen in strijd met deze wetgeving.2. De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor alle administratieve autoriteiten van de partijen die voor de toepassing van dit protocol bevoegd zijn.Deze bijstand doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor gegevens die zijn verkregen krachtens bevoegdheden die op verzoek van gerechtelijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen. 3 Dit protocol heeft geen betrekking op bijstand bij de invordering van rechten, heffingen en boetes. ARTIKEL 3 Bijstand op verzoek 1. Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft om erop toe te zien dat de douanewetgeving correct wordt toegepast, met inbegrip van informatie betreffende voorgenomen of vastgestelde handelingen die met deze wetgeving in strijd zijn of zouden kunnen zijn.2. Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede : a) of goederen die uit het grondgebied van een der partijen zijn uitgevoerd op correcte wijze op het grondgebied van een andere partij zijn ingevoerd, in voorkomend geval met vermelding van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst;b) of goederen die op het grondgebied van een der partijen zijn ingevoerd op correcte wijze uit het grondgebied van de andere partij zijn uitgevoerd, in voorkomend geval met vermelding van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar wet- en regelgeving, de nodige maatregelen met het oog op bijzonder toezicht op : a) natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn;b) plaatsen waar goederen op zodanige wijze zijn of zouden kunnen zijn opgeslagen dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bedoeld zijn om te worden gebruikt bij handelingen die in strijd zijn met de douanewetgeving;c) goederen die op zodanige wijze worden of zouden kunnen worden vervoerd dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bestemd zijn om in strijd met de douanewetgeving te worden gebruikt;d) vervoermiddelen die op zodanige wijze worden of zouden kunnen worden gebruikt dat redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij bestemd zijn om in strijd met de douanewetgeving te worden gebruikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijstand op eigen initiatief De partijen verlenen elkaar, in overeenstemming met hun wet- en regelgeving, op eigen initiatief bijstand indien zij dit noodzakelijk achten voor de juiste toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder indien zij informatie hebben verkregen over : - activiteiten die met deze wetgeving in strijd zijn of lijken te zijn en die voor de andere partij van belang zouden kunnen zijn; - nieuwe middelen of methoden die worden gebruikt bij overtredingen van de douanewetgeving; - goederen die het voorwerp vormen van handelingen in strijd met de douanewetgeving; - natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien van wie een gegrond vermoeden bestaat dat zij handelingen verrichten of hebben verricht die met de douanewetgeving in strijd zijn; - middelen van vervoer waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat zij gebruikt zijn of kunnen worden om handelingen te verrichten die met de douanewetgeving in strijd zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verstrekking van documenten en kennisgeving van besluiten Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit overeenkomstig haar wet- en regelgeving alle maatregelen die nodig zijn voor : - verstrekking van documenten of - kennisgeving van besluiten die van de verzoekende autoriteit uitgaan en verband houden met de toepassing van dit protocol, aan een geadresseerde die op het grondgebied van de aangezochte autoriteit verblijft of gevestigd is Verzoeken om verstrekking van documenten of kennisgeving van besluiten worden schriftelijk aan de aangezochte autoriteit gericht in een officiële taal van die autoriteit of in een voor die autoriteit aanvaardbare taal.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand l. Verzoeken op grond van dit protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de bescheiden die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn.In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd. 2. Overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken moeten de volgende gegevens bevatten : a) de naam van de verzoekende autoriteit;b) de gevraagde maatregel;c) het voorwerp en de reden van het verzoek;d) de toepasselijke wet- en regelgeving en andere rechtselementen;e) zo nauwkeurige en volledig mogelijke gegevens betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;f) een overzicht van de relevante feiten en van het onderzoek dat reeds is uitgevoerd.3. Verzoeken moeten worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal.Deze eis is niet van toepassing op documenten die bij het in lid 1 bedoelde verzoek zijn gevoegd. 4. Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling worden verzocht.Er kunnen echter reeds voorzorgsmaatregelen worden genomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behandeling van verzoeken 1. Om aan een verzoek om bijstand te voldoen, gaat de aangezochte autoriteit, binnen de perken van haar bevoegdheden en met de middelen waarover zij beschikt, te werk alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde partij handelt, door reeds beschikbare informatie te verstrekken en het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten.Deze bepaling is tevens van toepassing op instanties aan welke de aangezochte autoriteit het verzoek doorzendt, indien deze autoriteit niet zelfstandig kan handelen. 2. Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wet- en regelgeving van de aangezochte partij.3. Daartoe gemachtigde ambtenaren van een der partijen kunnen met instemming van de andere partij en op de door deze gestelde voorwaarden, in de kantoren van de aangezochte autoriteit of van een andere betrokken instantie als bedoeld in lid 1, gegevens verzamelen over handelingen die met de douanewetgeving in strijd zijn of kunnen zijn en die de verzoekende autoriteit voor de toepassing van dit protocol nodig heeft.4 Ambtenaren van een partij kunnen, met instemming van de andere partij en op de door deze gestelde voorwaarden, aanwezig zijn bij onderzoek dat op het grondgebied van laatstgenoemde wordt verricht. ARTIKEL 8 Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt 1. De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek aan de verzoekende autoriteit mede in de vorm van documenten, gewaarmerkte kopieën van documenten, rapporten en dergelijke.2. Deze informatie kan met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking worden verstrekt.3. De originelen van dossiers en documenten worden uitsluitend op verzoek verstrekt, wanneer gewaarmerkte afschriften niet toereikend zijn.Deze originelen worden ten spoedigste geretourneerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend 1. Bijstand kan worden geweigerd of er kunnen voorwaarden of eisen aan worden verbonden, wanneer een partij van oordeel is dat bijstand op grond van dit protocol : a) de soevereiniteit zou kunnen aantasten van Egypte of van de lidstaat die om bijstand is verzocht;b) de openbare orde, de veiligheid of andere wezenlijke belangen in gevaar zou kunnen brengen;in hei bijzonder in de in artikel 10, lid 2, bedoelde gevallen; of c) tot schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim zou leiden.2. De aangezochte autoriteit kan de bijstand uitstellen indien deze een lopend onderzoek, een lopende strafvervolging of procedure zou verstoren.In dat geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om na te gaan of de bijstand kan worden verleend op door de aangezochte autoriteit te stellen voorwaarden. 3 Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek.De aangezochte autoriteit is vrij te bepalen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert. 4. Indien bijstand wordt geweigerd, dient het besluit daartoe en de redenen daarvoor terstond aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld. ARTIKEL 10 Uitwisseling van informatie en geheimhouding 1. Alle informatie die ter uitvoering van dit protocol in welke vorm dan ook wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter, overeenkomstig de regelgeving van elk van de partijen.De verstrekte gegevens vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming die de desbetreffende wetgeving van de partij die ze heeft ontvangen aan dergelijke gegevens biedt, dan wel de desbetreffende bepalingen die op de instellingen van de Gemeenschap van toepassing zijn. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonsgegevens mogen uitsluitend worden doorgegeven indien de partij die deze ontvangt zich ertoe verbindt deze gegevens op een wijze te beschermen die ten minste gelijkwaardig is aan de wijze waarop de partij die de gegevens verstrekt deze beschermt. Te dien einde stellen de partijen elkaar in kennis van hun terzake geldende voorschriften, met inbegrip van, in voorkomend geval, de rechtsvoorschriften van de lidstaten van de Gemeenschap. 3. Het gebruik van op grond van dit protocol verkregen informatie in gerechtelijke en administratieve procedures in verband met overtredingen van de douanewetgeving wordt geacht voor de doeleinden van dit protocol te geschieden.De partijen kunnen derhalve bij de bewijsvoering, in verslagen en getuigenissen en bij procedures die bij rechtbanken aanhangig worden gemaakt, gebruik maken van informatie die op grond van dit protocol is verkregen en documenten waarin op grond van dit protocol inzage is gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt of inzage heeft gegeven tot deze documenten wordt van dergelijk gebruik in kennis gesteld. 4. De verkregen informatie wordt uitsluitend voor de toepassing van dit protocol gebruikt.Indien een van der partijen dergelijke informatie voor andere doeleinden wenst te gebruiken, dient zij vooraf om de schriftelijke toestemming te verzoeken van de autoriteit die de informatie heeft verstrekt. Dergelijke informatie mag uitsluitend op de door deze autoriteit vastgestelde voorwaarden worden gebruikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deskundigen en getuigen Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is, en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of gewaarmerkte kopieën over te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welke aangelegenheid en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kosten van de bijstand De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging 1. Met de tenuitvoerlegging van dit protocol zijn enerzijds de douaneautoriteiten van Egypte en anderzijds de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de lidstaten belast.Zij stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing van dit protocol vast, daarbij de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming in aanmerking nemend. Zij kunnen de bevoegde autoriteiten aanbevelingen doen over wijzigingen die naar hun oordeel in dit protocol moeten worden aangebracht. 2. De partijen plegen overleg over en stellen elkaar in kennis van alle uitvoeringsbepalingen die op grond van dit protocol worden vastgesteld</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Andere overeenkomsten 1. Rekening houdend met de respectieve bevoegdheden van de Europese Gemeenschap en van haar lidstaten, geldt voor de bepalingen van dit protocol het volgende : - zij hebben geen gevolgen voor de verplichtingen van de partijen op bond van andere internationale overeenkomsten of verdragen; - zij worden geacht een aanvulling te vormen op overeenkomsten betreffende wederzijdse bijstand die zijn of kunnen worden gesloten tussen afzonderlijke lidstaten en Egypte; - zij hebben geen gevolgen voor de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling tussen de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en de douaneautoriteiten van de lidstaten van gegevens die op grond van dit protocol zijn verkregen en die van belang kunnen zijn voor de Gemeenschap. 2 Onverminderd het bepaalde in lid 1 hebben de bepalingen van dit protocol voorrang op de bepalingen van bilaterale overeenkomsten betreffende wederzijdse bijstand die tussen afzonderlijke lidstaten en Egypte zijn of kunnen worden gesloten, indien de bepalingen van laatstgenoemde overeenkomsten met die van dit protocol strijdig zijn.3. In geval van problemen in verband met de toepassing van dit protocol plegen de partijen onderling overleg in het Associatiecomité om deze op te lossen. SLOTAKTE De gevolmachtigden van : HET KONINKRIJK BELGIE, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, IERLAND, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNI\" EN NOORD-IERLAND, Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP en het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL, hierna \"de lidstaten\" te noemen, en van de EUROPESE GEMEENSCHAP en de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL, hierna \"de Gemeenschap\" te noemen, enerzijds, en de gevolmachtigden van de ARABISCHE REPUBLIEK EGYPTE, hierna \"Egypte te noemen, anderzijds, bijeengekomen te Luxemburg op 25 juni 2001 voor de ondertekening van de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en haar lidstaten; enerzijds, en de Arabische Republiek Egypte, anderzijds, hierna de \"Euro-mediterrane overeenkomst\" te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen : De Euro-mediterrane overeenkomst, de bijlagen daarbij en de volgende protocollen : Protocol nr. 1 betreffende de regelingen die bij de invoer in de Gemeenschap van landbouwproducten van oorsprong uit Egypte van toepassing zijn, Protocol nr. 2 betreffende de regelingen die bij de invoer in Egypte van landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap van toepassing zijn, Protocol nr. 3 betreffende de regeling van toepassing op verwerkte landbouwproducten, Protocol nr. 4 betreffende de definitie van het begrip \"producten van oorsprong\" en regelingen voor administratieve samenwerking, Protocol nr. 5 betreffende wederzijdse bijstand tussen administratieve autoriteiten in douanezaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Egypte hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht : Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 3, lid 2, van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 14 van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18 van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 34 van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 37 en bijlage VI van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende titel VI, hoofdstuk 1, van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende de bescherming van persoonsgegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolmachtigden van de lidstaten en de gevolmachtigden van Egypte nemen kennis van de volgende unilaterale verklaringen van de Europese Gemeenschap : Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 11 van de Overeenkomst Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 19 van de Overeenkomst Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 21 van de Overeenkomst Verklaring van de Europese Gemeenschap betreffende artikel 34 van de Overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Egypte hebben tevens nota genomen van de volgende aan deze Slotakte gehechte overeenkomst in de vorm van een briefwisseling : Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Gemeenschap en Egypte betreffende de invoer in de Gemeenschap van verse afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen van post 0603 10 van het gemeenschappelijk douanetarief.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 3, LID 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De partijen zijn het erover eens dat de politieke dialoog en de samenwerking tevens betrekking hebben op vraagstukken in verband met de bestrijding van terrorisme.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 14 De partijen komen overeen dat zij onderhandelingen zullen voeren over wederzijdse verlening van concessies voor de handel in vis en visserijproducten, op basis van wederkerigheid en wederzijds belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt naar gestreefd uiterlijk één jaar na de ondertekening van de overeenkomst tot overeenstemming te komen over de details.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 18 Bij ernstige moeilijkheden die ontstaan zijn door de omvang van de invoer, kunnen de bepalingen inzake overleg tussen de partijen worden toegepast, indien nodig met spoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 34 De partijen erkennen dat Egypte thans werkt aan de formulering van de concurrentiewetgeving. Deze zal de noodzakelijke voorwaarden scheppen voor overeenstemming over de uitvoerinjsbepalingen bedoeld in artikel 34, lid 2. Zolang de formulering van de eigen wetgeving niet is voltooid, neemt Egypte de in de Europese Unie ontwikkelde concurrentieregels in acht. Zolang de in artikel 34, lid 2, bedoelde uitvoeringsbepalingen niet zijn vastgesteld, kunnen de partijen bij ernstige moeilijkheden de kwestie ter overweging voorleggen aan de Associatieraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 37 EN BIJLAGE VI In het kader van de overeenkomst omvat intellectuele eigendom inzonderheid het volgende : auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, octrooien, industriële tekeningen en modellen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, fabrieks- en handelsmerken en dienstmerken, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging, als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967) en bescherming van niet openbaargemaakte informatie inzake knowhow.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 39 De partijen komen overeen dat in geval van ernstige verstoring van het evenwicht in hun handelsbalans, waardoor hun handelsbetrekkingen zouden kunnen worden verstoord, elk der partijen kan verzoeken om overleg in het Associatiecomité, teneinde in overeenstemming met het bepaalde in artikel 39 de totstandkoming van evenwichtige economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen en middelen te onderzoeken om de situatie te verbeteren door het evenwicht duurzaam te herstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE TITEL VI, HOOFDSTUK 1 De partijen komen overeen te streven naar vergemakkelijking van de afgifte van visa aan te goeder trouw zijnde personen die betrokken zijn bij de uitvoering van de overeenkomst, zoals onder andere zakenlieden, investeerders, academici, personen in opleiding en overheidsfunctionarissen. Gezinsleden van personen die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven komen eveneens in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE BESCHERMING VAN PERSOONSGEGEVENS De partijen komen overeen dat de bescherming van persoonsgegevens wordt gewaarborgd voor alle terreinen waarop persoonsgegevens zullen worden uitgewisseld.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERKLARINGEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP BETREFFENDE ARTIKEL 11 Wanneer om overleg wordt verzocht op grond van artikel 11 is de Gemeenschap bereid tot overleg binnen dertig dagen nadat Egypte het Associatiecomité van de buitengewone maatregel in kennis heeft gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dergelijk overleg moet waarborgen dat de betrokken maatregelen in overeenstemming zijn met het bepaalde in artikel 1 1. De Gemeenschap zal zich niet tegen vaststelling van de maatregelen verzetten, indien aan deze voorwaarden is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP BETREFFENDE ARTIKEL 19 De in artikel 19, lid 2, bedoelde bijzondere bepalingen die de Gemeenschap toepast ten aanzien van de Canarische eilanden zijn die welke zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP BETREFFENDE ARTIKEL 21 De Gemeenschap is bereid op verzoek van Egypte bijeenkomsten te houden op het niveau van ambtenaren, teneinde informatie te verstrekken over wijzigingen die zich in haar handelsbetrekkingen met derde landen kunnen hebben voorgedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP BETREFFENDE ARTIKEL 34 De Gemeenschap verklaart dat zij, tot de Associatieraad de in artikel 34, lid 2, bedoelde regels inzake eerlijke concurrentie heeft vastgesteld, in het kader van de interpretatie van artikel 34, lid 1, alle handelwijzen die in strijd zijn met dat artikel zal beoordelen aan de hand van de criteria die voortvloeien uit de regels die vervat zijn in de artikelen 81, 82 en 87 van het Verdrag tot,oprichting van de Europese Gemeenschap, de artikelen 65 en 66 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal voor producten die onder dat Verdrag vallen, alsmede de communautaire regelgeving inzake overheidssteun, met inbegrip van het afgeleide recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de landbouwproducten bedoeld in titel II, hoofdstuk 3, verklaart de Gemeenschap dat zij alle handelwijzen die in strijd zijn met artikel 34, lid 1, onder i), zal beoordelen aan de hand van de criteria die de Gemeenschap heeft vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 37 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met name die welke zijn vastgesteld bij Verordening nr. 26162 van de Raad, zoals gewijzigd, en alle handelwijzen die in strijd zijn met artikel 34, lid 1, onder iii), aan de hand van de criteria die de Gemeenschap heeft vastgesteld op grond van de artikelen 36 en 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP De bepalingen van de overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van Deel III, Titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen, binden het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (naar gelang van het geval) de Arabische Republiek Egypte ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland is gebonden als deel van de Europese Gemeenschap overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">OVEREENKOMST IN DE VORM VAN EEN BRIEFWISSELING TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN EGYPTE BETREFFENDE DE INVOER IN DE GEMEENSCHAP VAN VERSE AFGESNEDEN BLOEMEN, BLOESEMS EN BLOEMKNOPPEN VAN POST 0603 10 VAN HET GEMEENSCHAPPELIJKE DOUANETARIEF - het communautaire prijsniveau wordt vastgesteld aan de hand van de producentenprijzen op representatieve markten van de belangrijkste productielidstaten; - het prijsniveau wordt iedere twee weken vastgesteld en gecorrigeerd voor de respectieve hoeveelheden. Deze bepaling geldt zowel voor de communautaire prijzen als voor de Egyptische prijzen; - bij de vaststelling van zowel de communautaire producentenprijzen als de invoerprijzen van Egyptische producten wordt onderscheid gemaakt tussen grootbloemige en kleinbloemige rozen en tussen eenbloemige en veelbloemige anjers; - indien het Egyptische prijsniveau voor een product minder dan 85 % van het communautaire prijsniveau bedraagt, wordt de tariefpreferentie opgeschort. De Gemeenschap stelt de tariefpreferentie opnieuw in, zodra een Egyptisch prijsniveau van 85 % of meer van het communautaire prijsniveau is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik moge u verzoeken te bevestigen dat uw regering met de inhoud van deze brief instemt. Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Namens de Europese Gemeenschap : A. Brief van de Gemeenschap Mijnheer, Door de Gemeenschap en Egypte is het volgende overeengekomen : Protocol nr. 1 bij de Europees-mediterrane overeenkomst voorziet in afschaffing van de douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, vers, vallende onder post 0603 10 van het Gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Egypte, met inachtneming van een limiet van 3000 ton.</p>\n<p class=\"lf-p\">Egypte verbindt zich tot naleving van onderstaande voorwaarden ten aanzien van de invoer in de Gemeenschap van rozen en anjers die voor de afschaffing van deze rechten in aanmerking komen : - het prijsniveau voor de invoer in de Gemeenschap moet ten minste 85 % bedragen van het communautaire prijsniveau voor dezelfde producten gedurende dezelfde perioden; - het prijsniveau van de Egyptische producten wordt vastgesteld aan de hand van de prijzen van de ingevoerde producten op representatieve invoermarkten van de Gemeenschap; - het communautaire prijsniveau wordt vastgesteld aan de hand van de producentenprijzen op representatieve markten van de belangrijkste productielidstaten; - het prijsniveau wordt iedere twee weken vastgesteld en gecorrigeerd voor de respectieve hoeveelheden. Deze bepaling geldt zowel voor de communautaire prijzen als voor de Egyptische prijzen; - bij de vaststelling van zowel de communautaire producentenprijzen als de invoerprijzen van Egyptische producten wordt onderscheid gemaakt tussen grootbloemige en kleinbloemige rozen en tussen eenbloemige en veelbloemige anjers; - indien het Egyptische prijsniveau voor een product minder dan 85 % van het communautaire prijsniveau bedraagt, wordt de tariefpreferentie opgeschort. De Gemeenschap stelt de tariefpreferentie opnieuw in, zodra een Egyptisch prijsniveau van 85 % of meer van het communautaire prijsniveau is vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik moge u verzoeken te bevestigen dat uw regering met de inhoud van deze brief instemt. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik heb de eer te bevestigen dat mijn regering met de inhoud van uw brief instemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de Regering van de Arabische Republiek Egypte : B. Brief van Egypte Mijnheer, Ik heb de eer u de ontvangst te bevestigen van uw brief van heden, welke als volgt luidt : « Door de Gemeenschap en Egypte is het volgende overeengekomen : Protocol nr. 1 bij de Europees-mediterrane overeenkomst voorziet in afschaffing van de douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van afgesneden bloemen, bloesems en bloemknoppen, vers, vallende onder post 0603 10 van het Gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Egypte, met inachtneming van een limiet van 3000 ton.</p>\n<p class=\"lf-p\">Egypte verbindt zich tot naleving van onderstaande voorwaarden ten aanzien van de invoer in de Gemeenschap van rozen en anjers die voor de afschaffing van deze rechten in aanmerking komen : - het prijsniveau voor de invoer in de Gemeenschap moet ten minste 85 % bedragen van het communautaire prijsniveau voor dezelfde producten gedurende dezelfde perioden; - het prijsniveau van de Egyptische producten wordt vastgesteld aan de hand van de prijzen van de ingevoerde producten op representatieve invoermarkten van de Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">EUROPEES-MEDITARRANE OVEREENKOMST WAARBIJ EEN ASSOCIATIE TOT STAND WORDT GEBRACHT TUSSEN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN EN UN LIDSTATEN, ENDERZIJDS, EN DE ARABISCHE REPUBLIEK EGYPTE, ANDERZIJDS, EN BIJLAGEN I, II, III, IV, V EN VI, PROTOCOLLEN 1, 2, 3, 4 EN 5, EN SLOTAKTIE, GEDAAN TE LUXEMBURG OP 25 JUNI 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld</p></div>", "next": 0}