{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Zij baseert zich o.a. op het strategie- en actieplan van de kandidaat en op een sollicitatiegesprek. » Art. 74.In hetzelfde hoofdstuk, ingevoegd bij het decreet van 11-5-2009, wordt een artikel 64.16 ingevoegd, luidende : \"Art. 64.16 - Aanstelling van doorlopende duur, beëindiging en definitieve benoeming § 1. De aanstelling gebeurt voor een onbepaalde duur. § 2. Zij eindigt : 1° in het geval van een preventieve schorsing voor meer dan zes maanden;2° in het geval van een terbeschikkingstelling wegens ambtsontheffing in het belang van de dienst voor meer dan zes maanden;3° bij oplegging van een van de volgende tuchtstraffen : a) de inhouding van wedde;b) de schorsing bij tuchtmaatregel;c) de op nonactiviteitstelling bij tuchtmaatregel;d) de afdanking wegens zware schuld;4° bij vrijwillig ontslag, indien het gaat om een definitief aangesteld personeelslid;5° bij vrijwillige beëindiging van de aanstelling;6° bij eenzijdige opzegging door de inrichtende macht;7° indien op het evaluatieverslag de vermelding \"onvoldoende\" als eindconclusie staat. De inrichtende macht kan de aanstelling beëindigen in geval van een verlof of terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid voor een periode van meer dan zes opeenvolgende maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bepaald in lid 1, 4° en 5°, en in afwijking van artikel 77, lid 1, 1°, dient het inrichtingshoofd een opzeggingstermijn van 60 dagen in acht te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval vermeld onder lid 1, 6°, beloopt de opzeggingstermijn zes maanden, als het inrichtingshoofd een ambtsanciënniteit van ten hoogste vijf jaar telt; voor elke aangevangen termijn van vijf jaar wordt de duur van de opzeggingstermijn met drie maanden verhoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opzeggingstermijn bepaald in de leden 3 en 4 kan in onderlinge overeenstemming worden verkort. De opzegging geschiedt per aangetekende brief met vermelding van de duur van de opzeggingstermijn. De aangetekende brief heeft uitwerking vanaf de derde werkdag na de uitzendingsdatum. § 3. De aanstelling eindigt van ambtswege na 5 jaar, als het inrichtingshoofd tijdens deze termijn geen door de Regering erkende specifieke opleiding tot inrichtingshoofd met vrucht heeft beëindigd. § 4. Een inrichtingshoofd dat ten minste 50 jaar oud is, wordt vastbenoemd, indien : 1° het een ambtsanciënniteit van ten minste 5 jaar telt;2° op zijn laatst evaluatieverslag de vermelding \"voldoende\" als eindconclusie staat.» Art. 75.In hetzelfde hoofdstuk, ingevoegd bij het decreet van 11-5-2009, wordt een artikel 64.17 ingevoegd, luidende : « Art. 64.17. Statuut. § 1. Onverminderd lid 2 zijn de artikelen 5 à 16, 18, 70 à 76 en 79 à 98 toepasselijk op het inrichtingshoofd tijdens de uitoefening van het ambt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inrichtingshoofd is het verboden : 1° een verlof te nemen of ter beschikking gesteld te worden, met uitzondering van : a) het jaarlijks verlof;b) het omstandigheidsverlof;c) het uitzonderlijk verlof wegens overmacht;d) het moederschapsverlof;e) het verlof met het oog op adoptie of pleegvoogdij;f) het verlof wegens ziekte of gebrekkigheid;g) de terbeschikkingstelling wegens ziekte of gebrekkigheid;h) het verlof wegens opdracht in het belang van het onderwijs;i) de voltijdse terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden die aan de pensionering voorafgaan;2° een loopbaanonderbreking te nemen, met uitzondering van de deeltijdse of voltijdse loopbaanonderbreking wegens ouderschapsverlof, de loopbaanonderbreking om palliatieve verzorging te verstrekken en de loopbaanonderbreking voor het verstrekken van verzorging aan een gezinslid of een familielid dat lijdt aan een zware ziekte. § 2. § 1 geldt ook voor inrichtingshoofden die met toepassing van artikel 64.16, § 4, in vast verband benoemd zijn. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 76</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde hoofdstuk, ingevoegd bij het decreet van 11-5-2009, wordt een artikel 64.18 ingevoegd, luidende : « Art. 64.18. Tijdelijke vervanging. § 1. Indien het inrichtingshoofd op grond van één der in artikel 64.17. vermelde verloven of terbeschikkingstellingen tijdens meer dan vijf opeenvolgende arbeidsdagen afwezig is, dan kan de inrichtende macht hem tijdelijk door een ander definitief aangesteld personeelslid vervangen dat tot de categorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel behoort en aan de voorwaarden van artikel 64.13, met uitzondering van de voorwaarde onder 3°, voldoet In de zin van het voorafgaande lid gelden de volgende dagen niet als arbeidsdagen : 1° de schoolvrije dagen vermeld in artikel 58 van het decreet van 31 augustus 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/11/1998 numac 1998033100 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs sluiten betreffende de opdrachten toevertrouwd aan de inrichtende machten en aan het schoolpersoneel en houdende algemene pedagogische en organisatorische bepalingen voor het gewoon onderwijs en voor het buitengewoon onderwijs, 2° de zomervakantiedagen die krachtens de verlofwetgeving tot het jaarlijks verlof behoren. Indien de directeur op grond van één der in artikel 64.17. vermelde verloven of terbeschikkingstellingen vermoedelijk tijdens ten minste één jaar afwezig zal zijn, dan kan de inrichtende macht hem tijdelijk door een persoon vervangen die aan de voorwaarden van artikel 64.13 voldoet. De procedure vermeld in de artikelen 64.14 en 64.15 wordt toegepast. § 2. Tijdens de duur van de tijdelijke vervanging zijn de artikelen 64.17, § 1, lid 2, 64.19, 64.22. en 64.23. van toepassing op het vervangend personeelslid. » Art. 77.In hetzelfde hoofdstuk, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6, wordt een artikel 64.19 ingevoegd, luidende : « Art. 64.19. Wedde en premie. § 1. Tijdens de aanstelling verkrijgt het inrichtingshoofd van een gewone secundaire school een wedde op basis van de weddeschaal vermeld in lid 3, met een geldelijke anciënniteit van 19 jaar of met zijn werkelijke geldelijke anciënniteit, indien deze hoger ligt, verhoogd met een maandelijkse premie van 285,65 EUR voor een secundaire school met minder dan 600 leerlingen en van 428,48 EUR voor een secundaire school met 600 leerlingen en meer. De verhogingen bepaald in de weddeschaal worden om de twee jaar toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de aanstelling verkrijgt het inrichtingshoofd van een gespecialiseerde secundaire school een wedde op basis van de weddeschaal vermeld in lid 3, met een geldelijke anciënniteit van 19 jaar of met zijn werkelijke geldelijke anciënniteit, indien deze hoger ligt, verhoogd met een maandelijkse premie van 428,48 EUR. De verhogingen bepaald in de weddeschaal worden om de twee jaar toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende weddeschalen zijn van toepassing : 1° voor de directeur van een inrichting van het gewoon onderwijs : de weddeschaal 270 van de rubriek \"directeur van een inrichting van het gewoon onderwijs\", vermeld in artikel 2 hoofdstuk C \"Bestuurs- en onderwijzend personeel van het lager secundair onderwijs\" van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 waarbij op 1 april 1972 worden vastgesteld de schalen verbonden aan de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel en van het paramedisch personeel bij de Rijksonderwijsinrichtingen, aan de ambten van de leden van de inspectiedienst belast met het toezicht op deze inrichtingen en aan de ambten van de leden van de inspectiedienst van het schriftelijk onderwijs en van het gesubsidieerd lager onderwijs, en de schalen verbonden aan de graden van het personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Staat;2° voor de directeur van een inrichting van het gespecialiseerd onderwijs : de weddeschaal 270/1 van de rubriek \"directeur van een inrichting van het gespecialiseerd onderwijs\", vermeld in artikel 2 hoofdstuk C \"Bestuurs- en onderwijzend personeel van het lager secundair onderwijs\" van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 vermeld onder 1°;3° voor de studieprefect : de weddeschaal 471 van de rubriek \"studieprefect van een koninklijk atheneum of lyceum\", vermeld in artikel 2 hoofdstuk D \"Bestuurs- en onderwijzend personeel van het hoger secundair onderwijs\" van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 vermeld onder 1°;4° voor de directeur : de weddeschaal 471 van de rubriek \"directeur\", vermeld in artikel 2 hoofdstuk D \"Bestuurs- en onderwijzend personeel van het hoger secundair onderwijs\" van het koninklijk besluit van 27 juni 1974 vermeld onder 1°. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gaat het om een personeelslid, dan geniet het verder zijn wedde in afwijking van § 1 en ontvangt het maandelijks een compenserende premie, berekend als volgt : P = X - M P = de premie X = de wedde vermeld in § 1 M = de maandelijkse brutowedde van het personeelslid De premie wordt gelijktijdig met de maandelijkse wedde en onder dezelfde voorwaarden uitbetaald. § 3. Gaat het niet om een personeelslid, dan geniet de directeur het vakantiegeld en een eindejaarspremie overeenkomstig de in het onderwijs vigerende bepalingen; als berekeningsbasis geldt het bedrag vermeld in § 1. § 4. Het bedrag vermeld in de §§ 1 en 2 is onderworpen aan de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen overeenkomstig de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/03/1977 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/03/2009 numac 2009000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een verlof wegens ziekte wordt de uitbetaling van de premie voortgezet. § 5. De §§ 1 à 4 zijn niet van toepassing op de hoofdleraar, de directeur van een autonome basisschool en de directeur van een basisoefenschool. Art. 78.In hetzelfde hoofdstuk, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6, wordt een artikel 64.20 ingevoegd, luidende : « Art. 64.20. Toelage voor reeds vastbenoemde inrichtingshoofden of directeurs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een inrichtingshoofd dat of een directeur die vóór 1 september 2007 reeds vastbenoemd is, verkrijgt de in artikel 64.19, § 2, vermelde premie vanaf de maand volgend op de maand waarin het resp. hij een door de Regering erkende specifieke opleiding tot inrichtingshoofd met vrucht heeft beëindigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lid 1 is niet van toepassing op de hoofdleraar, de directeur van een autonome basisschool en de directeur van een basisoefenschool ». Art. 79.In hetzelfde hoofdstuk, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6, wordt een artikel 64.21 ingevoegd, luidende : « Art. 64.21. Evaluatieverslag en beroepsmogelijkheid. § 1. Voor een inrichtingshoofd stelt de inrichtende macht ten minste één evaluatieverslag op voor elke termijn van vijf jaar. Te dien einde voert het een evaluatiegesprek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inrichtingshoofd kan zo'n evaluatie schriftelijk bij de inrichtende macht aanvragen. Het tijdstip van de aanvraag houdt rekening met de naleving van de termijn bepaald in § 3, lid 1, eerste zin. § 2. Het inrichtingshoofd maakt vooraf een verslag over de omzetting van het strategie- en actieplan en de verwezenlijking van de doeleinden op dat als basis dient voor het evaluatiegesprek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evaluatieverslag heeft één van de volgende vermeldingen als eindconclusie : \"zeer goed\", \"goed\", \"voldoende\", \"niet tevredenstellend\" of \"onvoldoende\". § 3. De inrichtende macht overhandigt het inrichtingshoofd het evaluatieverslag ten laatste op 30 april van het lopende schooljaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inrichtingshoofd heeft een termijn van ten hoogste zeven dagen na het afgeven van het evaluatieverslag om te verklaren of het al dan niet ermee akkoord gaat en om zijn opmerkingen schriftelijk te formuleren. De opmerkingen worden bij het evaluatieverslag gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het inrichtingshoofd dateert het evaluatieverslag, ondertekent het en geeft het aan de inrichtende macht terug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het inrichtingshoofd het evaluatieverslag en zijn opmerkingen niet binnen de in het eerste lid vermelde termijn van zeven dagen aan de inrichtende macht overhandigt, dan geldt het door deze opgesteld evaluatieverslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stelt de inrichtende macht geen evaluatieverslag op overeenkomstig lid 1, dan is het evaluatieverslag ongeldig en krijgt het inrichtingshoofd de vermelding van het laatste evaluatieverslag. Als zo'n evaluatieverslag niet bestaat, dan krijgt het inrichtingshoofd de vermelding \"goed\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evaluatieverslag wordt in drie exemplaren opgesteld. Het inrichtingshoofd ondertekent de drie exemplaren en behoudt er één van. § 4. Het inrichtingshoofd kan het evaluatieverslag onder voorbehoud ondertekenen en binnen tien dagen na het afgeven ervan door de inrichtende macht beroep aantekenen vóór de raad van beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 1 kan het inrichtingshoofd geen beroep indienen tegen een vermelding die overeenkomstig § 3, lid 3, verkregen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vijfenveertig dagen na de dag van ontvangst van het beroep stuurt de raad van beroep een met redenen omkleed advies aan de inrichtende macht. Binnen tien dagen na ontvangst van het advies overhandigt de inrichtende macht haar definitieve beslissing. Indien ze het advies niet volgt, vermeldt ze er de redenen voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep is opschortend. » Art. 80.In hetzelfde hoofdstuk, ingevoegd bij het decreet van 11 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6, wordt een artikel 64.22 ingevoegd, luidende : « Art. 64.22. Terugkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgezonderd in de gevallen vermeld in artikel 64.16, § 2, lid 1, 3°, d), en 4°, bekleedt het personeelslid na het einde van de aanwijzing opnieuw zijn voormalig ambt, voor zover het om een vastbenoemd personeelslid van het gesubsidieerd officieel onderwijs gaat. » Art. 81.In hetzelfde hoofdstuk, ingevoegd b ij het decreet van 11 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6, wordt een artikel 64.23 ingevoegd, luidende : « Art. 64.23. Diensten die in aanmerking worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De diensten die tijdens de uitoefening van het ambt als inrichtingshoofd worden gepresteerd, worden in aanmerking genomen om de dienstanciënniteit, de ambtsanciënniteit en de geldelijke anciënniteit te bepalen, voor zover het om een personeelslid van het gesubsidieerd officieel onderwijs gaat. » Art. 82.Artikel 65 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Art. 65.Evaluatieverslag en beroepsmogelijkheid. § 1. Elk vastbenoemd personeelslid, behalve het personeelslid dat een bevorderingsambt bekleedt, kan door het inrichtingshoofd of de directeur worden geëvalueerd of zo'n evaluatie schriftelijk bij het inrichtingshoofd of de directeur aanvragen. Het tijdstip van de aanvraag houdt rekening met de naleving van de termijn bepaald in § 3, lid 1, eerste zin. § 2. De evaluatie geschiedt via een met redenen omkleed evaluatieverslag dat o.a. gegevens omvat over het uitgeoefende ambt en de duur van de geleverde dienstprestaties, alsmede over de bekwaamheden, de prestaties en de mate waarin het personeelslid zich voor de onderwijsinrichting of het centrum inzet. Er wordt inzonderheid naar de mate onderzocht waarin het personeelslid de opdracht resp. verplichtingen vervult die hem door wet, decreet, besluit, verordening en benoemingsakte worden opgelegd. Het evaluatieverslag heeft één van de volgende vermeldingen als eindconclusie : \"zeer goed\", \"goed\", \"voldoende\", \"niet tevredenstellend\" of \"onvoldoende\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de evaluatie van een personeelslid kan zich het inrichtingshoofd baseren op het schriftelijk verslag van een ander personeelslid dat een bevorderings- of selectieambt bekleedt en dat schriftelijk van hem de opdracht kreeg een dergelijk verslag over het werk van het betrokken personeelslid op te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De evaluatie van een leermeester of leraar godsdienst door het inrichtingshoofd betreft niet de vakdidactische bekwaamheden noch de inhoud van de cursussen. Deze worden uitsluitend door de bevoegde instantie van de betrokken eredienst geëvalueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het model van het evaluatieverslag wordt door de Regering vastgelegd. § 3. Het inrichtingshoofd of de directeur resp. de vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst overhandigt het personeelslid het evaluatieverslag ten laatste op 30 april van het lopende schooljaar. Het personeelslid heeft een termijn van ten hoogste zeven dagen na het afgeven van het evaluatieverslag om te verklaren of het al dan niet ermee akkoord gaat en om zijn opmerkingen schriftelijk te formuleren. De opmerkingen worden bij het evaluatieverslag gevoegd. Het personeelslid dateert het evaluatieverslag, ondertekent het en geeft het aan het inrichtingshoofd of de directeur resp. de vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst terug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het personeelslid het evaluatieverslag en zijn opmerkingen niet binnen de in het eerste lid vermelde termijn van zeven dagen aan het inrichtingshoofd of de directeur resp. de vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst overhandigt, dan geldt het evaluatieverslag opgesteld door het inrichtingshoofd of de directeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten laatste op 15 mei zendt het inrichtingshoofd of de directeur resp. de vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst het evaluatieverslag, samen met de opmerkingen van het personeelslid, per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs aan de inrichtende macht toe. De datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs geldt als indieningsdatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt bij de inrichtende macht tot 15 mei van het lopende schooljaar geen exemplaar van het overeenkomstig de leden 1 en 2 opgesteld evaluatieverslag ingediend, dan is het evaluatieverslag ongeldig en krijgt het personeelslid de vermelding van het laatste evaluatieverslag. Als zo'n evaluatieverslag niet bestaat, dan krijgt het personeelslid de vermelding \"goed\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evaluatieverslag wordt in drie exemplaren opgesteld. Het personeelslid ondertekent de drie exemplaren en behoudt er één van. § 4. Staat op het door het inrichtingshoofd of door de directeur opgesteld evaluatieverslag de vermelding \"onvoldoende\" als eindconclusie, dan kan het personeelslid dit verslag onder voorbehoud ondertekenen en binnen tien dagen na het afgeven ervan door het inrichtingshoofd beroep aantekenen vóór de raad van beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 1 kan het personeelslid geen beroep indienen tegen een vermelding die overeenkomstig § 3, lid 4, verkregen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vijfenveertig dagen na de dag van ontvangst van het beroep stuurt de raad van beroep een met redenen omkleed advies aan de inrichtende macht. Binnen tien dagen na ontvangst van het advies overhandigt de inrichtende macht haar definitieve beslissing aan het personeelslid. Ze vermeldt in voorkomend geval de redenen waarom ze het advies niet volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Staat op het evaluatieverslag de vermelding \"onvoldoende\" als eindconclusie, dan wordt het personeelslid in het daaropvolgende schooljaar opnieuw geëvalueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep is opschortend. » Art. 83.Artikel 66 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 26 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1 en gewijzigd bij het decreet van 11 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6, wordt opgeheven. Art. 84.Artikel 67 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 26 juni 2006 en 23 juni 2008, wordt opgeheven. HOOFDSTUK 1 9. - Wijziging van het decreet van 17 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/05/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2004 numac 2004033086 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet over maatregelen inzake onderwijs, opleiding en infrastructuur - 2004 sluiten over maatregelen inzake onderwijs, opleiding en infrastructuur 2004 Art. 85.In artikel 20 van het decreet van 17 mei 20 04 over maatregelen inzake onderwijs, opleiding en infrastructuur - 2004 worden de woorden \"onderwijzend personeel\" vervangen door de woorden \"onderwijzend personeel, opvoedend hulppersoneel, socio-psychologisch personeel\". HOOFDSTUK 2 0. - Wijziging van het decreet van 6 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0 houdende maatregelen inzake onderwijs 2005 Art. 86.In artikel 23, lid 1, 13°, van het decreet van 6 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten0 houdende maatregelen inzake onderwijs 2005 worden de woorden \"voorzitter of\" opgeheven\". HOOFDSTUK 2 1. - Wijziging van het decreet van 27 juni 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/10/2005 numac 2005033068 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende oprichting van een autonome hogeschool sluiten houdende oprichting van een autonome hogeschool Art. 87.Artikel 1.3, 17°, van het decreet van 27 juni 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/10/2005 numac 2005033068 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende oprichting van een autonome hogeschool sluiten houdende oprichting van een autonome hogeschool wordt vervangen als volgt : « 17° \"studiepunt\" : de eenheid waarin de omvang van de opleidingsactiviteiten van een bepaalde opleiding en de tijdsinvestering van de student in eigen werk wordt uitgedrukt overeenkomstig de op Europees vlak uniform vastgelegde norm (ETCS/European credit transfer system); een studiepunt stemt overeen met een gemiddelde arbeidsomvang van 26 à 30 uren. » De bepaling onder 20° van hetzelfde artikel wordt vervangen als volgt : « 20° aanvullende opleiding : opleiding verstrekt na opleidingen in de Middenstand, in het secundair, het hoger of universitair onderwijs en bekrachtigd met een studiegetuigschrift. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 88</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2.7, § 2, van hetzelfde decreet, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 1° worden de woorden \"(425 lestijden)\" opgeheven;2° in de bepaling onder 2° worden de woorden \"(390 lestijden)\" opgeheven;3° in de bepaling onder 3° worden de woorden \"(240 lestijden)\" opgeheven;4° in de bepaling onder 4° worden de woorden \"(1 515 lestijden)\" opgeheven; 5° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt : \"5° behoeftengerichte uitbreiding : cursussen naargelang de keuze van het departement, verdeeld over de opleidingsgebieden vermeld onder 1° tot 4°.\" Lid 2 van dezelfde paragraaf wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2.8, § 2, van hetzelfde decreet, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 1° worden de woorden \"(ten minste 495 lestijden)\" opgeheven;2° in de bepaling onder 2° worden de woorden \"(ten minste 90 lestijden)\" opgeheven;3° in de bepaling onder 3° worden de woorden \"(ten minste 990 lestijden)\" opgeheven;4° in de bepaling onder 4° worden de woorden \"(ten minste 195 lestijden)\" opgeheven;5° in de bepaling onder 5° worden de woorden \"(ten minste 600 lestijden)\" opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-90\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 90</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 2.9, lid 2, 1°, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : \"1° de toelatingsvoorwaarden, o.a. de bepaling van de vereiste studiegetuigschriften;\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 91</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 3.2, § 4, wordt de bepaling onder 7°, ingevoegd bij het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 25 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten2, vervangen als volgt : \"bewijs waaruit blijkt dat hij geslaagd is voor de opleiding tot \"gezins- en bejaardenhelper\" resp. \"ziekenverzorger\" die door de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd wordt en ten minste 1300 opleidingsuren bevat.\". Art. 92.Artikel 3.21, lid 2, van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : \"De studieomvang van elk studiejaar stemt overeen met ten minste studiepunten, onderverdeeld in opleidingsactiviteiten, eigen werk, voorbereiding van een eindwerk en van het portfolio\".</p>\n<p class=\"lf-p\">In lid 3 van hetzelfde artikel, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, worden de woorden \"180 studiepunten\" vervangen door de woorden \"ten minste 180 studiepunten\". Art. 93.Artikel 3.30 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een § 3, luidende : \"§ 3 - In afwijking van de §§ 1 en 2 kan de Regering uitzonderingen bepalen.\" Art. 94.In artikel 5.17, lid 1, 4° en 5°, van hetzelfde decreet, worden de woorden \"11 mei\" telkens vervangen door de woorden \"30 april\". Art. 95.Artikel 5.17ter, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 april 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten3, wordt aangevuld met twee leden, luidende : \"In afwijking van het eerste lid en alhoewel betrekkingen definitief vacant zijn, kan de inrichtende macht een personeelslid dat recht heeft op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, indien het ermee eens is, in een niet vacante betrekking aanwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is slechts mogelijk voor betrekkingen waarin voor het hele schooljaar moet worden voorzien.\" Art. 96.Artikel 5.22 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 26 juni 2006, 21 april 2008, 23 juni 2008 en 11 mei 2009, wordt vervangen als volgt : « Art. 5.22. Beoordelingsstaat en beroepsmogelijkheid. § 1. Een tijdelijk personeelslid wordt door de directeur, nadat deze met het betrokken departementshoofd contact heeft genomen, ten minste om de twee school- of academiejaren beoordeeld waarin hij telkens voor elke ononderbroken periode van ten minste vijftien weken in dienstactiviteit was en werkelijke diensten heeft gepresteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 1 kan de directeur ook een personeelslid beoordelen dat minder dan vijftien weken in dienstactiviteit was en effectieve diensten heeft gepresteerd, waarbij de directeur erover waakt, dat de gepresteerde diensten een minimum aan continuïteit tonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 1 wordt een beoordeling jaarlijks uitgevoerd voor de personeelsleden vermeld in artikel 5.18.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid worden de personeelsleden die overeenkomstig artikel 5.17ter aangesteld zijn, ten minste om de drie academie- of schooljaren beoordeeld. Staat op de beoordelingsstaat de vermelding \"onvoldoende\" of \"niet tevredenstellend\" als eindconclusie, dan wordt in de loop van het daaropvolgende academie- of schooljaar een nieuwe beoordeling uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid kan zo'n beoordeling schriftelijk bij de directeur aanvragen. Het tijdstip van de aanvraag houdt rekening met de naleving van de termijn bepaald in § 3, lid 1, eerste zin. § 2. De beoordeling geschiedt via een met redenen omklede beoordelingsstaat die o.a. gegevens omvat over het uitgeoefende ambt en de duur van de geleverde dienstprestaties, alsmede over de bekwaamheden, de prestaties en de mate waarin het personeelslid zich voor de opleidingsinrichting inzet. Er wordt inzonderheid naar de mate onderzocht waarin het personeelslid de opdracht resp. verplichtingen vervult die hem door wet, decreet, besluit, verordening en aanstellingsakte worden opgelegd. De beoordelingsstaat heeft één van de volgende vermeldingen als eindconclusie : \"zeer goed\", \"goed\", \"voldoende\", \"niet tevredenstellend\" of \"onvoldoende\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beoordeling van een personeelslid kan zich de directeur baseren op het schriftelijk verslag van een ander personeelslid dat een bevorderings- of selectieambt bekleedt en dat schriftelijk van hem de opdracht kreeg een dergelijk verslag over het werk van het betrokken personeelslid op te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordeling van een leermeester of leraar godsdienst door het inrichtingshoofd of de directeur betreft niet de vakdidactische bekwaamheden noch de inhoud van de cursussen. Deze worden uitsluitend door de bevoegde instantie van de betrokken eredienst geëvalueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichtende macht is verplicht, ten laatste vanaf het vierde academiejaar na de inwerkingtreding van voorliggend decreet jaarlijks een evaluatie van de docenten door de leerlingen te laten uitvoeren, behalve als de inrichtende macht om gegronde redenen niet in staat is deze uit te voeren. Deze redenen worden vooraf aan de Regering medegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De evaluatie van de docenten door de studenten wordt in aanmerking genomen bij de beoordeling van de docenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het model van de beoordelingsstaat wordt door de Regering vastgelegd. § 3. De directeur overhandigt het personeelslid de beoordelingsstaat ten laatste op 30 april van het lopende schooljaar. Het personeelslid heeft een termijn van ten hoogste zeven dagen na het afgeven van de beoordelingsstaat om te verklaren of het al dan niet ermee akkoord gaat en om zijn opmerkingen schriftelijk te formuleren. De opmerkingen worden bij de beoordelingsstaat gevoegd. Het personeelslid dateert de beoordelingsstaat, ondertekent hem en geeft hem aan de directeur terug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het personeelslid de beoordelingsstaat en zijn opmerkingen niet binnen de in het eerste lid vermelde termijn van zeven dagen aan de directeur overhandigt, dan geldt de beoordelingsstaat opgesteld door de directeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten laatste op 15 mei zendt de directeur de beoordelingsstaat, samen met de opmerkingen van het personeelslid, per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs aan de inrichtende macht toe. De datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs geldt als indieningsdatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt bij de inrichtende macht tot 15 mei van het lopende schooljaar geen exemplaar van de overeenkomstig de leden 1 en 2 opgestelde beoordelingsstaat ingediend, dan is de beoordelingsstaat ongeldig en krijgt het personeelslid de vermelding van de laatste beoordelingsstaat. Als zo'n beoordelingsstaat niet bestaat, dan krijgt het personeelslid de vermelding \"goed\".</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordelingsstaat wordt in drie exemplaren opgesteld. Het personeelslid ondertekent de drie exemplaren en behoudt er één van. § 4. Het personeelslid kan de beoordelingsstaat onder voorbehoud ondertekenen en binnen tien dagen na het afgeven ervan door de directeur beroep vóór de raad van beroep aantekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 1 kan het personeelslid geen beroep indienen tegen een vermelding die overeenkomstig § 3, lid 4, verkregen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vijfenveertig dagen na de dag van ontvangst van het beroep stuurt de raad van beroep een met redenen omkleed advies aan de inrichtende macht. Binnen tien dagen na ontvangst van het advies overhandigt de inrichtende macht haar definitieve beslissing aan het personeelslid. Ze vermeldt in voorkomend geval de redenen waarom ze het advies niet volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep is opschortend. » Art. 97.Artikel 5.34 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een derde lid, luidende : \"In afwijking van het eerste lid hebben de personeelsleden die uitsluitend krachtens artikel 5.31bis benoemd zijn geweest, geen voorrang bij de aanvulling van hun uurrooster.\" Art. 98.Artikel 5.39 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Art. 5.39. Evaluatieverslag en beroepsmogelijkheid. § 1. Elk personeelslid benoemd in vastverband wordt ten minste om de drie jaar waarin het in dienstactiviteit is en werkelijke diensten presteert, door de directeur geëvalueerd nadat deze contact heeft genomen met het betrokken departementshoofd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid kan zo'n evaluatie schriftelijk bij de directeur aanvragen. Het tijdstip van de aanvraag houdt rekening met de naleving van de termijn bepaald in § 3, lid 1, eerste zin. § 2. De evaluatie geschiedt via een met redenen omkleed evaluatieverslag dat o.a. gegevens omvat over het uitgeoefende ambt en de duur van de geleverde dienstprestaties alsook over de bekwaamheden, de prestaties en de mate waarin het personeelslid zich voor de onderwijsinrichting inzet. Er wordt inzonderheid naar de mate onderzocht waarin het personeelslid de opdracht resp. verplichtingen vervult die hem door wet, decreet, besluit, verordening en benoemingsakte worden opgelegd. Het evaluatieverslag heeft één van de volgende vermeldingen als eindconclusie : \"zeer goed\", \"goed\", \"voldoende\", \"niet tevredenstellend\" of \"onvoldoende\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de evaluatie van een personeelslid kan zich de directeur baseren op het schriftelijk verslag van een ander personeelslid dat een bevorderings- of selectieambt bekleedt en dat schriftelijk van hem de opdracht kreeg een dergelijk verslag over het werk van het betrokken personeelslid op te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De evaluatie van een leermeester of leraar godsdienst door de directeur betreft niet de vakdidactische bekwaamheden noch de inhoud van de cursussen. Deze worden uitsluitend door de bevoegde instantie van de betrokken eredienst geëvalueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het model van het evaluatieverslag wordt door de Regering vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichtende macht is verplicht, ten laatste vanaf het vierde academiejaar na de inwerkingtreding van voorliggend decreet jaarlijks een evaluatie van de docenten door de leerlingen te laten uitvoeren, behalve als de inrichtende macht om gegronde redenen niet in staat is deze uit te voeren. Deze redenen worden vooraf aan de Regering medegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De evaluatie van de docenten door de studenten wordt in aanmerking genomen bij de evaluatie van de docenten. § 3. De directeur resp. de vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst overhandigt het personeelslid het evaluatieverslag ten laatste op 30 april van het lopende schooljaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid heeft een termijn van ten hoogste zeven dagen na het afgeven van het evaluatieverslag om te verklaren of het al dan niet ermee akkoord gaat en om zijn opmerkingen schriftelijk te formuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opmerkingen worden bij het evaluatieverslag gevoegd. Het personeelslid dateert het evaluatieverslag, ondertekent het en geeft het aan de directeur resp. de vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst terug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het personeelslid het evaluatieverslag en zijn opmerkingen niet binnen de in het eerste lid vermelde termijn van zeven dagen aan de directeur resp. de vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst overhandigt, dan geldt het evaluatieverslag opgesteld door de directeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten laatste op 15 mei zendt de directeur resp. de vertegenwoordiger van de bevoegde instantie van de betrokken eredienst het evaluatieverslag, samen met de opmerkingen van het personeelslid, per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs aan de inrichtende macht toe. De datum van de poststempel of van het ontvangstbewijs geldt als indieningsdatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt bij de inrichtende macht tot 15 mei van het lopende schooljaar geen exemplaar van het overeenkomstig de leden 1 en 2 opgesteld evaluatieverslag ingediend, dan is het evaluatieverslag ongeldig en krijgt het personeelslid de vermelding van het laatste evaluatieverslag. Als zo'n evaluatieverslag niet bestaat, dan krijgt het personeelslid de vermelding \"goed\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evaluatieverslag wordt in drie exemplaren opgesteld. Het personeelslid ondertekent de drie exemplaren en behoudt er één van. § 4. Staat op het evaluatieverslag de vermelding \"onvoldoende\", als eindconclusie, dan kan het personeelslid dit verslag onder voorbehoud ondertekenen en binnen tien dagen na het afgeven ervan door de directeur beroep aantekenen vóór de raad van beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 1 kan het personeelslid geen beroep indienen tegen een vermelding die overeenkomstig § 3, lid 4, verkregen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vijfenveertig dagen na de dag van ontvangst van het beroep stuurt de raad van beroep een met redenen omkleed advies aan de inrichtende macht. Binnen tien dagen na ontvangst van het advies overhandigt de inrichtende macht haar definitieve beslissing aan het personeelslid. Ze vermeldt in voorkomend geval de redenen waarom ze het advies niet volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Staat op het evaluatieverslag de vermelding \"onvoldoende\" als eindconclusie, dan wordt het personeelslid in het daaropvolgende schooljaar opnieuw geëvalueerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep is opschortend. » Art. 99.Artikel 5.40 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 26 juni 2006 en 11 mei 2009, wordt opgeheven. Art. 100.Artikel 5.41 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 26 juni 2006 en 23 juni 2008, wordt opgeheven. Art. 101.Artikel 5.75 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende : \"Naast de in het eerste lid vermelde taken omvat de opdracht van de docent informatie- en communicatietechnologieën ook het beheer van het eigen syteem en net van de school.\" Art. 102.Artikel 5.88 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 26 juni 2006 en 23 juni 2008, wordt vervangen als volgt : « Art. 5.88. Evaluatieverslag en beroepsmogelijkheid. § 1. Voor een departementshoofd stelt de inrichtende macht een evaluatieverslag om de twee jaar op. Te dien einde voert het een evaluatiegesprek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het departementshoofd kan zo'n evaluatie schriftelijk bij de inrichtende macht aanvragen. Het tijdstip van de aanvraag houdt rekening met de naleving van de termijn bepaald in § 3, lid 1, eerste zin. § 2. Het departementshoofd maakt vooraf een verslag over de omzetting van het strategie- en actieplan en de verwezenlijking van de doeleinden op dat als basis dient voor het evaluatiegesprek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evaluatieverslag heeft één van de volgende vermeldingen als eindconclusie : \"zeer goed\", \"goed\", \"voldoende\", \"niet tevredenstellend\" of \"onvoldoende\". § 3. De inrichtende macht overhandigt het departementshoofd het evaluatieverslag ten laatste op 30 april van het lopende schooljaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het departementshoofd heeft ten hoogste zeven kalenderdagen na het afgeven van het evaluatieverslag om te verklaren of het al dan niet ermee akkoord gaat en om zijn opmerkingen schriftelijk te formuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opmerkingen worden bij het evaluatieverslag gevoegd. Het departementshoofd dateert het evaluatieverslag, ondertekent het en geeft het aan de inrichtende macht terug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het departementshoofd het evaluatieverslag en zijn opmerkingen niet binnen de in het eerste lid vermelde termijn van zeven dagen aan de inrichtende macht overhandigt, dan geldt het door deze opgesteld evaluatieverslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stelt de inrichtende macht geen evaluatieverslag op overeenkomstig de leden 1 en 2, dan is het evaluatieverslag ongeldig en krijgt het departementshoofd de vermelding van het laatste evaluatieverslag. Als zo'n evaluatieverslag niet bestaat, dan krijgt het departementshoofd de vermelding \"goed\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evaluatieverslag wordt in drie exemplaren opgesteld. Het departementshoofd ondertekent de drie exemplaren en behoudt er één van. § 4. Het departementshoofd kan het evaluatieverslag onder voorbehoud ondertekenen en binnen tien dagen na het afgeven ervan door de inrichtende macht beroep aantekenen vóór de raad van beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 1 kan het departementshoofd geen beroep indienen tegen een vermelding die overeenkomstig § 3, lid 3, verkregen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vijfenveertig dagen na de dag van ontvangst van het beroep stuurt de raad van beroep een met redenen omkleed advies aan de inrichtende macht. Binnen tien dagen na ontvangst van het advies overhandigt de inrichtende macht haar definitieve beslissing. Ze vermeldt in voorkomend geval de redenen waarom ze het advies niet volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep is opschortend. » Art. 103.Artikel 5.102 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 26 juni 2006 en 23 juni 2008, wordt vervangen als volgt : « Art. 5.102. Evaluatieverslag en beroepsmogelijkheid. § 1. Voor een directeur stelt de inrichtende macht een evaluatieverslag om de twee jaar op. Te dien einde voert het een evaluatiegesprek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur kan zo'n evaluatie schriftelijk aanvragen. Het tijdstip van de aanvraag houdt rekening met de naleving van de termijn bepaald in § 3, lid 1, eerste zin. § 2. De directeur maakt vooraf een verslag over de omzetting van het strategie- en actieplan en de verwezenlijking van de doeleinden op dat als basis dient voor het evaluatiegesprek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evaluatieverslag heeft één van de volgende vermeldingen als eindconclusie : \"zeer goed\", \"goed\", \"voldoende\", \"niet tevredenstellend\" of \"onvoldoende\". § 3. De inrichtende macht overhandigt de directeur het evaluatieverslag ten laatste op 30 april van het lopende schooljaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur heeft een termijn van ten hoogste zeven dagen na het afgeven van het evaluatieverslag om te verklaren of het al dan niet ermee akkoord gaat en om zijn opmerkingen schriftelijk te formuleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opmerkingen worden bij het evaluatieverslag gevoegd. De directeur dateert het evaluatieverslag, ondertekent het en geeft het aan de inrichtende macht terug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de directeur het evaluatieverslag en zijn opmerkingen niet binnen de in het eerste lid vermelde termijn van zeven dagen aan de inrichtende macht overhandigt, dan geldt het door deze opgesteld evaluatieverslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stelt de inrichtende macht geen evaluatieverslag op overeenkomstig de leden 1 en 2, dan is het evaluatieverslag ongeldig en krijgt de directeur de vermelding van het laatste evaluatieverslag. Als zo'n evaluatieverslag niet bestaat, dan krijgt de directeur de vermelding \"goed\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Het evaluatieverslag wordt in drie exemplaren opgesteld. De directeur ondertekent de drie exemplaren en behoudt er één van. § 4. De directeur kan het evaluatieverslag onder voorbehoud ondertekenen en binnen tien dagen na het afgeven ervan door de inrichtende macht beroep aantekenen vóór de raad van beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 1 kan de directeur geen beroep indienen tegen een vermelding die overeenkomstig § 3, lid 3, verkregen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vijfenveertig dagen na de dag van ontvangst van het beroep stuurt de raad van beroep een met redenen omkleed advies aan de inrichtende macht. Binnen tien dagen na ontvangst van het advies overhandigt de inrichtende macht haar definitieve beslissing. Indien ze het advies niet volgt, vermeldt ze er de redenen voor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep is opschortend. » Art. 104.In titel VI, ondertitel 1, van hetzelfde decreet wordt een artikel 6.6.1 ingevoegd, luidende : « Art. 6.6.1. Adjunct.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hogeschool wordt een betrekking als adjunct opgericht.\" HOOFDSTUK 2 2. - Wijziging van het decreet van 25 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten2 houdende maatregelen inzake onderwijs 2007 Art. 105.In artikel 73, 1°, van het decreet van 25 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten2 houdende maatregelen inzake onderwijs 2007 worden de woorden \"gewoon en buitengewoon\" vervangen door de woorden \"gewone en gespecialiseerde\". Art. 106.In artikel 74, 5°, van hetzelfde decreet wordt het punt aan het einde van de zin door een kommapunt vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde artikel wordt met een bepaling onder 6° aangevuld, luidende : \"6° stages in het kader van een aanvullende opleiding die overeenkomstig artikel 2.9 van het decreet van 27 juni 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/10/2005 numac 2005033068 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende oprichting van een autonome hogeschool sluiten houdende oprichting van een autonome hogeschool.\" Art. 107.In artikel 75, lid 1, van hetzelfde decreet worden de woorden \"en 5\" vervangen door de woorden \", 5 en 6\". HOOFDSTUK 2 3. - Wijziging van het decreet van 16 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 tot vaststelling van kerncompetenties en referentiekaders in het onderwijs Art. 108.Artikel 1 van het decreet van 16 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten4 tot vaststelling van kerncompetenties en referentiekaders in het onderwijs wordt vervangen als volgt : \"De op competenties gerichte referentiekaders voor het onderwijs worden in de bijlagen I-IX opgenomen.\" Art. 109.In hetzelfde decreet wordt een bijlage IX ingevoegd, die als bijlage is gevoegd bij dit besluit. HOOFDSTUK 2 4. - Wijziging van het decreet van 23 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten5 betreffende de organisatie van het deeltijdse kunstonderwijs Art. 110.Artikel 109 van het decreet van 23 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten5 betreffende de organisatie van het deeltijdse kunstonderwijs wordt aangevuld met twee leden, luidende : \"In afwijking van artikel 63, § 1, 1°, beschikt een in het eerste lid vermelde academie over een termijn van 14 maanden na de inwerking van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 63, § 2, 2°, beschikt een in het eerste lid vermelde academie over een termijn van acht maanden na de inwerking van dit decreet.\" HOOFDSTUK 2 5. - Wijziging van het decreet van 11 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de aangepaste pedagogische hulpverlening in de gewone en gespecialiseerde scholen evenals ter aanmoediging van de bevordering van de leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen Art. 111 In artikel 7, § 1, lid 1, 14°, van het decreet van 11 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6 over het Centrum voor bevorderingspedagogiek, ter verbetering van de aangepaste pedagogische hulpverlening in de gewone en gespecialiseerde scholen evenals ter aanmoediging van de bevordering van de leerlingen met een beperking of met aanpassings- of leermoeilijkheden in de gewone en gespecialiseerde scholen wordt het punt aan het einde van de zin door een kommapunt vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde artikel wordt met een bepaling onder 15° aangevuld, luidende : \"15° een vertegenwoordiger van een inrichting van openbare nut die in de Duitstalige Gemeenschap werkzaam is op het gebied van de gezondheidsvoorlichting en -preventie.\" HOOFDSTUK 2 6. - Wijziging van het decreet van 25 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7 over maatregelen inzake onderwijs en opleiding 2009 Art. 112.§ 1. In het decreet van 25 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten7 over maatregelen inzake onderwijs en opleiding 2009 wordt het opschrift van hoofdstuk 2 vervangen als volgt : \"Hoofdstuk 2. - Vastlegging van de essentiële onderdelen van de specifieke opleiding tot inrichtingshoofd of academiedirecteur\" § 2. Artikel 12 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt : « Art. 12.Vastlegging van de essentiële onderdelen van de specifieke opleiding tot inrichtingshoofd of academiedirecteur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De essentiële onderdelen van de specifieke opleiding tot inrichtingshoofd of academiedirecteur worden in de bijlage opgenomen. » Art. 113.In de bijlage bij hetzelfde decreet worden de woorden \"Specifieke opleiding tot inrichtingshoofd voor het secundair onderwijs\" vervangen door de woorden \"Specifieke opleiding tot inrichtingshoofd en academiedirecteur\". HOOFDSTUK 2 7. - Slotbepalingen Art. 114.De artikelen 8bis en 15bis van het besluit van de Regering van 6 juni 1997 tot vastlegging van de voorwaarden waaronder het diploma van gegradueerde verpleger wordt toegekend, ingevoegd bij het decreet van 30 juni 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/10/2003 numac 2003033073 bron ministerie van de duitstalige gemeenschap Decreet houdende dringende maatregelen inzake onderwijs 2003 sluiten, worden opgeheven. Art. 115.Het besluit van de Regering van 17 april 2008 betreffende de opleiding en het examen met het oog op het verkrijgen van het getuigschrift van pedagogische bekwaamheid in de Duitstalige Gemeenschap, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 26 maart 2009, wordt opgeheven. Art. 116.Dit decreet treedt in werking op 1 september 2010, met uitzondering van : 1° artikel 39, dat uitwerking heeft met ingang van 1 juni 2009;2° de artikelen 34, 35, 85, 87, lid 2, 90, 105, 106, 107, 110 en 115, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2009;3° artikel 111, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2010;4° de artikelen 27, 40 en 43, die op 1 juli 2010 in werking treden. Wij kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eupen, 28 juni 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">K.-H. LAMBERTZ, Minister-President, Minister van Lokale Besturen O. PAASCH, Minister van Onderwijs, Opleiding en Werkgelegenheid Mevr. I. WEYKMANS, Minister van Cultuur, Media en Toerisme H. MOLLERS, Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden _______ Nota Zitting 2009-2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parlementaire stukken : 40 (2009-2010), nr. 1. Ontwerp van decreet (+ Errata 1 en 2). 40 (2009-2010), nrs. 2-3. Voorstellen tot wijziging. 40 (2009-2010), nr. 4. Verslag (+ Erratum).</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag : 28 juni 2010, nr. 12. Bespreking en aanneming</p></div>", "next": 0}