{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">In tweede orde en in de hierna bepaalde volgorde, ten belope van het na toepassing van het tweede lid resterende saldo van de winst van het belastbare tijdperk : - de in de artikelen 205bis tot 205octies bedoelde aftrek voor risicokapitaal; - de aftrek van de in artikel 205, § 3, bedoelde inkomsten van een voorgaand belastbaar tijdperk die in dat of in een later tijdperk niet van de winst konden worden afgetrokken; - de aftrek van de in artikel 205/1, § 1, tweede lid, bedoelde inkomsten van een voorgaand belastbaar tijdperk die in dat of in een later tijdperk niet van de winst konden worden afgetrokken; - de in artikel 206 bedoelde vorige beroepsverliezen; - de in artikel 536, derde lid, bedoelde aftrek; - de in artikel 536, eerste en tweede lid, bedoelde aftrek.\"; 2° het tweede lid wordt aangevuld met wat volgt : \"- de in artikel 205/5 bedoelde aftrek van de groepsbijdrage.\"; 3° tussen het vroegere eerste lid, dat het vierde lid wordt, en het vroegere tweede lid, dat het zevende lid wordt, worden twee leden ingevoegd, luidende : \"Het totale bedrag van de in het derde lid bedoelde aftrekken wordt voor het belastbare tijdperk beperkt tot 1 000 000 euro, vermeerderd met 70 pct.van het gedeelte van de na toepassing van de in het tweede lid bedoelde aftrekken overblijvende winst die het bedrag van 1 000 000 euro overstijgt. De aldus beperkte aftrek wordt uitgevoerd in de in het derde lid bepaalde volgorde. De Koning regelt de wijze waarop deze aftrekken worden verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten name van een vennootschap die op grond van artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschap wordt aangemerkt, is het vijfde lid niet van toepassing op de in artikel 206 bedoelde verliezen, gedurende de eerste vier belastbare tijdperken vanaf haar oprichting zoals bedoeld in artikel 14526, § 1, derde en vierde lid.\"; 4° in het vroegere tweede lid, dat het zevende lid wordt, worden de woorden \"noch op de meerwaarden bedoeld in artikel 217, 3° noch op de dividenden als bedoeld in artikel 219ter\" vervangen door de woorden \"noch op de dividenden bedoeld in artikel 219ter, noch op het gedeelte van het resultaat dat het voorwerp uitmaakt van een wijziging van de aangifte bedoeld in artikel 346 of een aanslag van ambtswege bedoeld in artikel 351 waarvoor de in artikel 444 bedoelde belastingverhogingen tegen een percentage gelijk of hoger dan 10 pct. effectief worden toegepast, met uitzondering in dit laatste geval van de overeenkomstig artikel 205, § 2, aftrekbare inkomsten.\"; 5° in het vroegere derde lid, dat het achtste lid wordt, worden tussen het eerste en het tweede streepje twee streepjes ingevoegd, luidende : \"- in afwijking van artikel 205, § 3, de wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken die voorafgaan aan het eerstgenoemde tijdperk niet-verleende in de artikelen 202 tot 205 bedoelde aftrek; - in afwijking van artikel 205/1, § 1, tweede lid, de wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken die voorafgaan aan het eerstgenoemde tijdperk niet-verleende aftrek voor innovatie-inkomsten;\"; 6° in het vroegere vierde lid dat het negende lid wordt, worden de woorden\"op het werkelijk gebruikte bedrag,\" vervangen door de woorden \"op het werkelijk gebruikte bedrag rekening houdend met de toepassing van het vijfde en zesde lid,\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 54</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 215 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste en tweede lid worden vervangen als volgt : \"Art.215. Het tarief van de vennootschapsbelasting bedraagt 29 pct.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor vennootschappen die op grond van artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschappen worden aangemerkt, wordt het tarief van de belasting op de eerste schijf van 0 tot 100 000 euro evenwel vastgesteld op 20 pct.\"; 2° in het derde lid wordt de bepaling onder 3° opgeheven; 3° in het eerste lid, vervangen bij de bepaling onder 1°, worden de woorden \"29 pct.\" vervangen door de woorden \"25 pct.\"; 4° in het derde lid, wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt : \"4° op vennootschappen, andere dan door de Nationale Raad van de coöperatie erkende coöperatieve vennootschappen, en andere dan de in artikel 219quinquies, § 5, bedoelde vennootschappen, die niet aan ten minste één van hun bedrijfsleiders een bezoldiging toekennen ten laste van het resultaat van het belastbaar tijdperk die ten minste gelijk is aan 45 000 euro.Indien de bezoldiging minder bedraagt dan 45 000 euro, moet deze bezoldiging ten laste van het resultaat van het belastbaar tijdperk minstens gelijk zijn aan het resultaat van het belastbaar tijdperk;\". Art. 55.In artikel 217, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten1 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2012, 12 mei 2014, 19 december 2014, 18 december 2015 en 3 augustus 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 1°, worden de woorden \"16,5 pct.\" vervangen door de woorden \"12,5 pct.\"; 2° in de bepaling onder 1°, worden de woorden \"12,5 pct.\" vervangen door de woorden \"15 pct.\"; 3° in de bepaling onder 2°, worden de woorden \"waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, § 1, en 203\" vervangen door de woorden \"in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 1°, en 203,\" en worden de woorden \", voor zover en in de mate dat deze meerwaarden niet voor het in artikel 215, tweede lid, bedoelde tarief in aanmerking komen\" toegevoegd na de woorden \"werden behouden\";4° de bepaling onder 2° wordt opgeheven;5° de bepaling onder 3° wordt opgeheven. Art. 56.In titel III, hoofdstuk III, afdeling I, onderafdeling II, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 217/1 ingevoegd, luidende : \"Art. 217/1.§ 1. Het tarief van de vennootschapsbelasting is evenwel gelijk aan het in het derde lid bedoelde percentage wat betreft : - het gedeelte van de in de artikelen 44bis, 44ter en 47 van dit Wetboek en in artikel 122, § 2, van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten3 bedoelde vrijgestelde meerwaarden dat krachtens artikel 190, vierde lid, belastbaar is geworden alvorens te worden herbelegd voor een bedrag en op de wijze als respectievelijk bedoeld in de artikelen 44bis, 44ter en 47 van dit Wetboek en in artikel 122, §§ 2 tot 4, van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten3; - het gedeelte van de vrijgestelde meerwaarden dat krachtens artikel 44bis, § 5, 44ter, § 5, of 47, § 6, van dit Wetboek of artikel 122, § 6, van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten3, belastbaar is geworden; - het gedeelte van de in artikel 48 bedoelde vrijgestelde voorzieningen dat is teruggenomen; - het gedeelte van de in artikel 194quater bedoelde investeringsreserve dat krachtens artikel 190, vierde lid, alvorens te worden herbelegd voor een bedrag en op de wijze bedoeld in artikel 194quater, § 3, of krachtens artikel 194quater, § 4, belastbaar is geworden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is slechts van toepassing indien de vrijgestelde reserve of de voorziening waarop het in het eerste lid bedoelde belastbaar feit betrekking heeft, is aangelegd in een belastbaar tijdperk dat ten vroegste op 1 januari 2017 en ten laatste op 30 december 2020 afsluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid vermelde tarief wordt bepaald op 33,99 pct. of 29,58 pct., naargelang het in het eerste lid bedoelde belastbare feit respectievelijk betrekking heeft op een vrijgestelde reserve of voorziening aangelegd in een belastbaar tijdperk verbonden aan de aanslagjaren 2018 en vorige, of aan de aanslagjaren 2019 en volgende.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van terugname van een voorziening worden de oudste bedragen van de voorziening geacht eerst te zijn teruggenomen.\". Art. 57.In artikel 218, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken sluiten en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2013 en 1 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende : \"Voor de toepassing van dit artikel mag de in artikel 161 bedoelde basisrentevoet niet lager zijn dan 3 pct.\"; 2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : \"De bij artikel 163 bepaalde uitzondering op de vermeerdering is niet van toepassing.\". Art. 58.In artikel 219 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de programmawet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden \"of dat de verdoken meerwinsten terug zijn opgenomen in de boekhouding, als bedoeld in het vierde lid, in welke gevallen de aanslag gelijk is aan 50 pct.\" vervangen door de woorden \", in welk geval de aanslag gelijk is aan 50 pct.\"; 2° het vierde lid wordt opgeheven. Art. 59.In titel III, hoofdstuk III, afdeling II, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 219quinquies ingevoegd, luidende : \"Art. 219quinquies.§ 1. Er wordt een afzonderlijke aanslag gevestigd in hoofde van de vennootschap die ten laste van het resultaat van het belastbaar tijdperk niet aan ten minste een van haar in artikel 32 bedoelde bedrijfsleiders een in paragraaf 2 bedoelde minimumbezoldiging heeft toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afzonderlijke aanslag staat los van, en komt in voorkomend geval bovenop andere aanslagen die overeenkomstig andere bepalingen van dit Wetboek of in voorkomend geval in invoering van bijzondere wetsbepalingen verschuldigd zijn. § 2. De basis van de afzonderlijke aanslag wordt gevormd door het positieve verschil tussen het in artikel 215, derde lid, 4°, bedoelde minimumbedrag van de bezoldiging enerzijds en de hoogste bezoldiging door de vennootschap aan een van haar bedrijfsleiders toegekend, anderzijds. § 3. Het tarief van de afzonderlijke aanslag bedraagt 5 pct. § 4. De afzonderlijke aanslag is het resultaat van de in paragraaf 2 bedoelde basis van de afzonderlijke aanslag, vermenigvuldigd met het in paragraaf 3 bedoelde tarief. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten name van een vennootschap die op grond van artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschap wordt aangemerkt, is dit artikel niet van toepassing gedurende de eerste vier belastbare tijdperken vanaf haar oprichting zoals bedoeld in artikel 14526, § 1, derde en vierde lid. § 6. Ten name van verbonden vennootschappen in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen waarvan minstens de helft van de bedrijfsleiders dezelfde personen zijn in ieder van de betrokken vennootschappen, kan voor de toepassing van dit artikel het totaal van de door deze vennootschappen aan een van diezelfde personen gestorte bezoldigingen gezamenlijk in aanmerking worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het totaal van het in artikel 215, derde lid, 4°, bedoelde bedrag van de minimum bezoldiging wordt in dat geval op 75 000 euro gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afzonderlijke aanslag is in het geval bedoeld in het eerste lid verschuldigd door de vennootschap met het hoogste belastbaar resultaat, onder de bedoelde verbonden vennootschappen die niet voldoen aan de bezoldigingsvoorwaarde bedoeld in artikel 215, derde lid, 4°. \". Art. 60.In artikel 219quinquies, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 59 van deze wet, worden de woorden \"5 pct.\" vervangen door de woorden \"10 pct.\". Art. 61.In artikel 229 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 11 december 2008, 22 december 2009, 14 april 2011, 13 december 2012 en 9 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : \"Een Belgische inrichting is eveneens de vertegenwoordiger of andere tussenpersoon die in België optreedt voor een buitenlandse onderneming, zelfs wanneer die persoon geen machtiging bezit om namens die onderneming overeenkomsten te sluiten. In afwijking van het eerste lid is er geen sprake van een Belgische inrichting indien de persoon die voor de buitenlandse onderneming optreedt, in België een bedrijf uitoefent als een onafhankelijke tussenhandelaar en voor de onderneming in de normale uitoefening van dat bedrijf optreedt. Een persoon die uitsluitend of bijna uitsluitend optreedt voor een of meer ondernemingen waarmee hij nauw verbonden is, wordt niet geacht een onafhankelijke tussenhanderlaar te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het tweede lid wordt een persoon geacht nauw verbonden te zijn met een onderneming indien uit alle relevante feiten en omstandigheden blijkt dat de ene zeggenschap heeft in de andere of dat ze beiden onder zeggenschap staan van dezelfde personen of ondernemingen. In alle gevallen wordt een persoon geacht nauw verbonden te zijn met een onderneming indien de ene rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 50 pct. bezit van het uiteindelijke belang in de andere persoon, of, in het geval van een vennootschap, meer dan 50 pct. bezit van het totale aantal stemmen en de waarde van de aandelen van de vennootschap of van het uiteindelijk belang in het vermogen van de vennootschap, of indien een andere persoon rechtstreeks of onrechtstreeks meer dan 50 pct. bezit van het uiteindelijk belang, of, in het geval van een vennootschap, meer dan 50 pct. bezit van het totale aantal stemmen en de waarde van de aandelen van de vennootschap of van het uiteindelijke belang in het vermogen van de vennootschap, in de persoon en in de onderneming.\"; 2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende : \" § 5.Wat de in artikel 227, 2°, bedoelde belastingplichtigen betreft, worden in het geval van een in het tweede lid bedoelde overdracht van een of meerdere in het buitenland gelegen bestanddelen, de later gerealiseerde meerwaarden, minderwaarden, afschrijvingen en waardeverminderingen wat deze activa betreft, vastgesteld uitgaande van de werkelijke waarde die zij hebben op het ogenblik van de verrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toepassingsgebied van het eerste lid strekt zich uit tot de volgende verrichtingen : 1° de overdracht van een of meerdere bestanddelen van het actief van de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer van een buitenlandse vennootschap naar een Belgische inrichting;2° de overdracht van een of meerdere bestanddelen van het actief van een buitenlandse inrichting naar een Belgische inrichting, voor zover deze buitenlandse inrichting en deze Belgische inrichting deel uitmaken van dezelfde buitenlandse vennootschap;3° de overdracht van een of meerdere bestanddelen van het actief die blijvend worden aangewend door een buitenlandse inrichting van een buitenlandse vennootschap in het geval deze inrichting naar België wordt verplaatst en ten gevolge hiervan wordt beschouwd als een Belgische inrichting. Indien de waarde van deze bestanddelen naar aanleiding van een in het tweede lid bedoelde verrichting werden vastgesteld door de Staat waar deze bestanddelen op het ogenblik van de verrichting waren gelegen, en de niet gerealiseerde meerwaarde op deze bestanddelen ten gevolge van deze verrichtingen daadwerkelijk door deze Staat in de belastinggrondslag worden opgenomen, wordt de door deze Staat vastgestelde waarde vermoed overeen te stemmen met de werkelijke waarde ervan, tenzij kan worden aangetoond dat de door deze Staat vastgestelde waarde hoger is dan de werkelijke waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde lid is enkel van toepassing voor wat de bestanddelen betreft die voor de verrichting gelegen waren in een Staat waarmee België een akkoord of overeenkomst heeft gesloten of die met België deelneemt aan een ander bilateraal of multilateraal gesloten juridisch instrument, op voorwaarde dat deze overeenkomst, dit akkoord of dit juridisch instrument de uitwisseling van inlichtingen mogelijk maakt met het oog op de toepassing van het interne recht van de overeenkomst sluitende Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het derde lid niet van toepassing is : - wordt de werkelijke waarde vermoed overeen te stemmen met de aanschaffings- of beleggingswaarde verminderd met de waardeverminderingen en afschrijvingen die zich overeenkomstig de bepalingen van dit Wetboek hebben voorgedaan van die bestanddelen, tenzij de werkelijke waarde van de in het eerste lid bedoelde bestanddelen kan worden aangetoond; - worden, in afwijking van het eerste lid, de afschrijvingen met betrekking tot de op het moment van de verrichting in het buitenland gelegen bestanddelen evenwel slechts in aanmerking genomen in de mate dat zij zijn gegrond op de aanschaffings- of beleggingswaarde; - worden, in afwijking van het eerste lid, de later gerealiseerde minderwaarden of waardeverminderingen op deze bestanddelen vastgesteld uitgaande van de aanschaffings-of beleggingswaarde ervan verminderd met de waardeverminderingen en afschrijvingen die zich overeenkomstig de bepalingen van dit Wetboek hebben voorgedaan.\". Art. 62.In artikel 231, § 1, 3°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 juli 1992; worden de woorden \"niet in artikel 228, § 2, 3°, b, vermelde\" en de woorden \"uit verrichtingen door bemiddeling van een vertegenwoordiger die er enkel de bestellingen van de cliënteel inzamelt en ze aan de onderneming doet toekomen zonder deze te verbinden, of\" opgeheven. Art. 63.In artikel 234, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 6° worden de woorden \"eerste tot negende lid\" vervangen door de woorden \"eerste tot twaalfde lid\";2° in de bepaling onder 7° worden de woorden \"eerste tot negende lid\" vervangen door de woorden \"eerste tot twaalfde lid\". Art. 64.In artikel 235, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 21 juni 2004, 8 juni 2008 en 22 december 2008, worden de woorden \"in de artikelen 183, 185, § 2, 185ter, 185quater en 190 tot 208;\" vervangen door de woorden \"in de artikelen 183, 185, § 2, 185quater en 190 tot 208;\". Art. 65.Artikel 239 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 66.In artikel 239/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7, worden de woorden \"vierde en vijfde\" vervangen door de woorden \"negende en tiende\". Art. 67.In artikel 246, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 30 januari 1996, 22 december 1998, 4 mei 1999, 27 december 2006, 11 mei 2007, 29 maart 2012, 30 juli 2013 en 16 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 1°, worden de woorden \"en 217\" vervangen door de woorden \", 217 en 217/1\";2° in de bepaling onder 2°, worden de woorden \"of dat de verdoken meerwinsten terug zijn opgenomen in de boekhouding overeenkomstig artikel 219, vierde lid, in welke gevallen\" vervangen door de woorden \"in welk geval\". Art. 68.In artikel 264 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1994, 24 december 2002, 27 december 2004 en 22 december 2009 en bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid, 3°, wordt aangevuld met een bepaling onder c, luidende : \"c) aan de winst die voorheen werd belast ten belope van de in artikel 18, § 1, eerste lid, 2° en 2° bis, bedoelde bedragen, die overeenkomstig het tweede tot zesde lid van hetzelfde artikel op de gereserveerde winst werden aangerekend.\". 2° tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het vierde lid wordt, worden twee leden ingevoegd, luidende : \"Het eerste lid, 3°, c, is niet van toepassing op de in artikel 18, eerste lid, 2° ter, bedoelde bedragen. Voor de toepassing van de in het eerste lid, 3°, c, bedoelde vrijstelling worden de opnemingen van gereserveerde winsten geacht bij voorrang voort te komen uit de gereserveerde winsten die niet het onderwerp hebben uitgemaakt van zulke aanrekening.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-69\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 69</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In titel VI, hoofdstuk I, afdeling III, onderafdeling II, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 264/1 ingevoegd, luidende : \"Art. 264/1.§ 1. De roerende voorheffing is niet verschuldigd op de in artikel 202, § 1, 1° en 2°, bedoelde dividenden waarvan de schuldenaar een Belgische vennootschap is en waarvan de verkrijger een vennootschap is die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte dan België of in een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, op voorwaarde dat deze overeenkomst of enig ander verdrag in de uitwisseling van inlichtingen voorziet die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de nationale wetten van de overeenkomstsluitende Staten Dit artikel is evenwel slechts van toepassing indien op de datum van toekenning of betaalbaarstelling van de in het eerste lid bedoelde dividenden de verkrijger in het kapitaal van de schuldenaar een deelneming van minder dan 10 pct. bezit waarvan de aanschaffingswaarde ten minste 2 500 000 euro bedraagt en deze deelneming gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom wordt of werd behouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is slechts van toepassing in de mate dat de roerende voorheffing, die verschuldigd zou zijn in het geval de bij dit artikel bepaalde vrijstelling niet zou bestaan, niet zou kunnen worden verrekend noch worden terugbetaald in hoofde van de verkrijger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is slechts van toepassing indien de schuldenaar en de verkrijger vennootschappen zijn die : - een rechtsvorm hebben die in de bijlage I, deel A, van de richtlijn van de Raad van 30 november 2011 (2011/96/EU) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochter-ondernemingen uit verschillende lidstaten, gewijzigd door de richtlijn van de Raad van 8 juli 2014 (2014/86/EU) wordt genoemd of een rechtsvorm hebben die vergelijkbaar is met de rechtsvormen die zijn genoemd in die bijlage en die wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door het recht van een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten; - zijn onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan een gelijksoortige belasting als de vennootschapsbelasting zonder te genieten van een belastingstelsel dat afwijkt van het gemeen recht. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijstelling wordt slechts toegestaan indien de schuldenaar van de dividenden in het bezit is van een attest dat bevestigt : 1° dat de verkrijger een rechtsvorm heeft die in de bijlage I, deel A, van de richtlijn van de Raad van 30 november 2011 (2011/96/EU) betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochter-ondernemingen uit verschillende lidstaten, gewijzigd door de richtlijn van de Raad van 8 juli 2014 (2014/86/EU) wordt genoemd of een rechtsvorm heeft die vergelijkbaar is met de rechtsvorm die zijn genoemd in die bijlage en die wordt beheerst door het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of door het recht van een Staat waarmee België een overeenkomst ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten;2° dat de verkrijger onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of aan een gelijksoortige belasting als de vennootschapsbelasting zonder te genieten van een belastingstelsel dat afwijkt van het gemeen recht;3° dat de verkrijger in het kapitaal van de schuldenaar een deelneming van minder dan 10 pct.bezit waarvan de aanschaffingswaarde ten minste 2 500 000 euro bedraagt; 4° dat de dividenden betrekking hebben op aandelen die gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom worden of werden behouden;5° in welke mate, voor de verkrijgende vennootschap, de roerende voorheffing, die verschuldigd zou zijn in het geval de bij dit artikel bepaalde vrijstelling niet zou bestaan, in beginsel verrekenbaar of terugbetaalbaar is op grond van de wettelijke bepalingen die gelden op 31 december van het jaar voorafgaand aan de toekenning of betaalbaarstelling van het in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde dividend;6° wat de volledige naam, de rechtsvorm, het adres en in voorkomend geval het fiscaal identificatienummer van de verkrijgende vennootschap is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 70</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 269/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7, wordt opgeheven. Art. 71.In artikel 2753 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/12/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/2005 numac 2005021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006, 25 april 2007, 8 juni 2008, 24 juli 2008, 27 maart 2009, 21 december 2009, 17 juni 2013, 21 december 2013 en 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, derde lid, worden in de bepaling onder 3°, de woorden \"in § 2,\" vervangen door de woorden \"in § 2, 1° of 2°, \";2° in paragraaf 1, worden tussen het vijfde en het zesde lid, dat het negende lid wordt, drie leden ingevoegd, luidende : \"Eenzelfde vrijstelling van storting van de bedrijfsvoorheffing ten belope van 40 pct.van die bedrijfsvoorheffing wordt toegekend aan ondernemingen die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers die zijn tewerkgesteld in onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of -programma's en die een in § 2, 3° of 4°, bedoeld diploma hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het totale bedrag van de vrijstelling van storting van de bedrijfsvoorheffing die toegekend wordt aan de ondernemingen die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers die zijn tewerkgesteld in onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of -programma's en die een in § 2, 3° of 4°, bedoeld diploma hebben, is evenwel beperkt tot 25 pct. van het totale bedrag van de vrijstelling van storting van de bedrijfsvoorheffing voor de ondernemingen die bezoldigingen uitbetalen of toekennen aan onderzoekers die zijn tewerkgesteld in onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten of -programma's en die een in § 2, 1° of 2°, bedoeld diploma hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het percentage van de in het zevende lid bedoelde beperking wordt evenwel verdubbeld voor de vennootschappen die op grond van artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin de bezoldigingen zijn betaald.\"; 3° in paragraaf 1 wordt het zesde lid, dat door het 2° is ingevoegd, opgeheven;4° in paragraaf 1, zesde lid, dat het negende lid wordt, worden in de bepaling onder het vierde streepje de woorden \"in het derde lid, 3°, \" vervangen door de woorden \"in het derde lid, 3°, en zesde lid,\";5° in de inleidende zin van paragraaf 2, worden de woorden \"in § 1, derde lid, 3°, \" vervangen door de woorden \"in § 1, derde lid, 3°, en zesde lid,\";6° in paragraaf 2, 2°, wordt de bepaling onder a), vervangen als volgt : \"a) voor de Vlaamse gemeenschap : - wetenschappen; - toegepaste wetenschappen; - toegepaste biologische wetenschappen; - geneeskunde; - diergeneeskunde; - farmaceutische wetenschappen; - biomedische wetenschappen; - industriële wetenschappen en technologie; - nautische wetenschappen; - biotechniek; - architectuur; - productontwikkeling;\"; 7° paragraaf 2 wordt aangevuld met de bepalingen onder 3° en 4°, luidende : \"3° ofwel, een diploma van academische bachelor of een gelijkwaardig diploma in de studiegebieden of combinaties van studiegebieden bedoeld in de bepaling onder 2° ;4° ofwel, een diploma van professionele bachelor of een gelijkwaardig diploma in de studiegebieden of combinaties van studiegebieden van : a) voor de Vlaamse gemeenschap : - biotechniek; - gezondheidszorg; - industriële wetenschappen en technologie; - nautische wetenschappen; - handelswetenschappen en bedrijfskunde, evenwel beperkt tot de opleidingen die in hoofdzaak zijn gericht op informatica en innovatie; b) voor de Franstalige Gemeenschap : - paramedisch; - techniek, evenwel beperkt tot de opleidingen die in hoofdzaak gericht zijn op biotechniek, industriële wetenschappen, technologie, nautische wetenschappen, productontwikkeling en informatica.\"; 8° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : \" § 4.De Koning kan de voorwaarden en de wijze bepalen waarop de in § 1, tweede lid, bedoelde wetenschappelijke instellingen worden erkend.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 72</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 289quater, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/12/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/2005 numac 2005021170 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen sluiten, worden de woorden \", verhoogd met de in artikel 463bis vermelde aanvullende crisisbijdrage\" opgeheven. Art. 73.Artikel 292 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 22 juli 1993 en 4 mei 1999, wordt aangevuld met een derde lid, luidende : \"In afwijking van het eerste lid wordt het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting slechts verrekend tot het aandeel van de vennootschapsbelasting dat betrekking heeft op de belastbare netto-inkomsten die voortkomen uit een hybrideoverdracht. Die netto-inkomsten bestaan uit het verschil tussen de inkomsten die zijn verkregen in het kader van die hybrideoverdracht en de eventuele betalingen die in het kader van die hybrideoverdracht moesten worden gedaan.\". Art. 74.Artikel 342 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 11 juli 2005, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : \" § 4. Bij niet-aangifte of laattijdige overlegging van de aangifte door een onderneming onderworpen aan de vennootschapsbelasting of de belasting der niet-inwoners overeenkomstig artikel 227, 2°, wordt het minimum van de belastbare winst vastgesteld op 34 000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit bedrag wordt bij herhaalde inbreuken verhoogd volgens een schaal waarvan de trappen, gaande van 25 pct. minimum tot 200 pct. maximum, door de Koning worden vastgesteld.\". Art. 75.In artikel 342, § 4, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 74 van deze wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° In het eerste lid worden de woorden \"34 000 euro.\" worden vervangen door de worden \"40 000 euro.\"; 2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende : \"Het minimum van de belastbare winst wordt jaarlijks geïndexeerd volgens de regels van artikel 178, § 2, met dien verstande dat het bedrag van 40 000 euro eerst wordt gedeeld door de indexeringscoëfficiënt die van toepassing is voor aanslagjaar 2020 waarna het resultaat wordt afgerond tot het hogere of lagere veelvoud van 100 euro naargelang de cijfers van de eenheden en tientallen al dan niet 50 bereiken.\". Art. 76.In artikel 413/1, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten0 wordt een bepaling onder 1° /1 ingevoegd, luidende : \"1° /1 de in artikel 185/1 bedoelde meerwaarde;\". Art. 77.In artikel 414, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992, 28 december 1992, 22 december 1998, 15 maart 1999 en 17 februari 2000, bij het koninklijke besluit van 13 juli 2001 en bij de wetten van 20 juni 2002 en 1 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden \"de wettelijke interest\" vervangen door de woorden \"in afwijking van artikel 2, § 2, van de wet van 5 mei 1865Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 betreffende de lening tegen intrest, een interest aan een rentevoet zoals bepaald overeenkomstig het tweede lid\";2° tussen het eerste en het tweede lid worden twee leden ingevoegd, luidende : \"Deze rentevoet wordt jaarlijks aangepast en komt overeen met het gemiddelde van de referte-indexen J met betrekking tot de lineaire obligaties op 10 jaar van de maanden juli, augustus en september van het laatste jaar dat het jaar waarin de rentevoet van toepassing is voorafgaat, zonder dat deze minder dan 4 pct.of meer dan 10 pct. mag bedragen. Deze indexen worden door het Federaal Agentschap van de Schuld bekendgemaakt, als bedoeld in artikel 8, van het koninklijk besluit van 14 september 2016 betreffende de kosten, de percentages, de duur en de terugbetalingsmodaliteiten van kredietovereenkomsten onderworpen aan boek VII van het Wetboek van economisch recht en de vaststelling van referte-indexen voor de veranderlijke rentevoeten inzake hypothecaire kredieten en de hiermee gelijkgestelde consumentenkredieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Federale Overheidsdienst Financiën maakt via een bericht in het Belgisch Staatsblad, in het laatste trimester van elk jaar de te gebruiken rentevoet voor het volgende kalenderjaar bekend op grond van de bepalingen van het tweede lid.\". Art. 78.In artikel 416 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 2 augustus 2002, 24 december 2002, 14 januari 2003, 22 december 2003, 17 mei 2004, 25 april 2007, 26 mei 2016 en 9 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden \"van dit Wetboek of artikel 122, § 6, van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten3,\" ingevoegd tussen de woorden \"of 47, § 6,\" en de woorden \"belastbaar geworden meerwaarden\"; 2° tussen het eerste en het tweede lid, wordt een lid ingevoegd, luidende : \"In afwijking van artikel 414 en onverminderd de toepassing van de artikelen 444 en 445, is op het gedeelte van de belasting dat proportioneel verband houdt met de krachtens artikel 190, vierde lid, van dit Wetboek, belastbaar geworden meerwaarden bedoeld in de artikelen 44bis, 44ter en 47 van dit Wetboek en in artikel 122, § 2, van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten3, wanneer nog niet is herbelegd voor een bedrag en op de wijze respectievelijk bedoeld in de artikelen 44bis, 44ter en 47 van dit Wetboek en in artikel 122, §§ 2 tot 4, van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten3, een nalatigheidsintrest verschuldigd, berekend overeenkomstig artikel 414 van dit Wetboek, vanaf 1 januari van het jaar waarnaar het aanslagjaar wordt genoemd waarvoor de vrijstelling werd toegestaan.\". Art. 79.Artikel 418 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 22 december 1998, 15 maart 1999 en 20 juni 2002, wordt vervangen als volgt : \"Art. 418.Bij terugbetaling van belastingen, voorheffingen, voorafbetalingen, nalatigheidsinterest, belastingverhogingen of administratieve boeten wordt een moratoriuminterest toegekend tegen een rentevoet zoals bepaald overeenkomstig het tweede lid, te rekenen van de eerste dag van de maand volgend op deze waarin de administratie in gebreke werd gesteld door een aanmaning of door een andere daarmee gelijkstaande akte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze rentevoet is gelijk aan de overeenkomstig artikel 414, § 1, tweede lid, berekende rentevoet, verminderd met 2 procentpunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die interest wordt per kalendermaand berekend op het bedrag van elke betaling, afgerond op het lagere veelvoud van 10 euro; de maand waarin de terugbetaling wordt voldaan, wordt niet meegerekend.\". Art. 80.In artikel 419 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten en bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden \", per aanslag, voor eenzelfde aanslagjaar;\"; 2° het eerste lid wordt aangevuld met een bepaling onder 6°, luidende : \"6° wanneer de administratie redelijkerwijze in de onmogelijkheid verkeerde om de terugbetaling te voldoen, omwille van onder meer de afwezigheid van gegevens over de identiteit of de bankgegevens van de begunstigde of begunstigden en dit, tijdens de periode die zich uitstrekt van de eerste dag van de maand volgend op deze waarin de terugbetaling zou moeten zijn voldaan indien de administratie over de noodzakelijke gegevens had beschikt tot het einde van de tweede maand volgend op deze waarin de ingebrekestelling werd verstuurd aan de administratie, en op voorwaarde dat deze onmogelijkheid ophield te bestaan.\"; 3° het tweede lid wordt vervangen als volgt : \"Wanneer de terugbetaling plaatsheeft na het verstrijken van de in het eerste lid, 3°, vastgestelde termijn, is de moratoriuminterest verschuldigd vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze waarin de administratie in gebreke werd gesteld door een aanmaning of door een andere daarmee gelijkstaande akte.\". Art. 81.Artikel 445, § 1, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de programmawet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten7, wordt vervangen als volgt : \"Geen boete wordt toegepast wanneer de belastingplichtige aantoont dat het bedrag van de kosten, bedoeld in artikel 57, of van de voordelen van alle aard bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, 2°, en 32, tweede lid, 2°, begrepen is in een door de verkrijger overeenkomstig artikel 305 ingediende aangifte of in een door de verkrijger in het buitenland ingediende gelijkaardige aangifte.\". Art. 82.In artikel 463bis, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten en gewijzigd bij de wetten van 24 december 2002, 11 mei 2007, 30 juli 2013, 19 december 2014 en 10 augustus 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de inleidende zin van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden \"3 opcentiemen\" vervangen door de woorden \"2 opcentiemen\";2° in paragraaf 3 worden de woorden \"artikelen 217, eerste lid, 4°, en 246, derde lid\" vervangen door de woorden \"artikelen 217, eerste lid, 4°, 217/1, en 246, derde lid\". Art. 83.Titel VIIbis van hetzelfde Wetboek, met als opschrift \"Aanvullende crisisbijdrage\", die het artikel 463bis bevat, ingevoegd bij de wet van 22 juli 1993 en gewijzigd bij de wetten van 12 augustus 2000, 24 december 2002, 11 mei 2007 en 30 juli 2013 en bij artikel 82 van deze wet, wordt opgeheven. Art. 84.In artikel 519ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in de inleidende zin van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden \"aanslagjaren 2008 tot 2010\" vervangen door de woorden \"aanslagjaren 2021 en 2022\" en wordt het woord \"verlaagd\" vervangen door de woorden \"verlaagd tot 15 pct.\"; b) in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden \"artikelen 44bis en 47 van dit wetboek en in artikel 115, § 2\" vervangen door de woorden \"artikelen 44bis, 44ter en 47 van dit Wetboek en in artikel 122, § 2\" en worden de woorden \"aan het aanslagjaar 2004 verbonden belastbaar tijdperk\" vervangen door de woorden \"laatste belastbare tijdperk dat afsluit vóór 1 januari 2017\";c) paragraaf 1, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende bepalingen : \"3° met betrekking tot de belastbare opnemingen op de in artikel 190bis bedoelde vrijgestelde bedragen die bestonden op het einde van het laatste belastbare tijdperk dat afsluit vóór 1 januari 2017; 4° met betrekking tot de belastbare opnemingen op de in een belastbaar tijdperk dat afsluit vóór 1 januari 2017 gevormde investeringsreserve bedoeld in artikel 194quater zoals het bestond voor het is opgeheven bij artikel 31, 2°, van de wet van 25 december 2017 houdende de hervorming van de vennootschapsbelasting, voor zover paragraaf 4, tweede lid, van dat artikel geen toepassing meer kan vinden.\"; d) paragraaf 1, tweede lid, wordt opgeheven; e) in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden \"De in het eerste lid vermelde tarieven worden bovendien voor de aanslagjaren 2008 tot 2010 verlaagd tot respectievelijk 10 pct., 12 pct. en 14 pct.\" vervangen door de woorden \"Het in het eerste lid bedoelde tarief wordt bovendien verlaagd tot 10 pct.\", worden de woorden \"aan het desbetreffende aanslagjaar verbonden\" opgeheven en worden de woorden \", die niet als herbelegging worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 194quater en die voorheen nog niet in aanmerking werden genomen voor de toepassing van deze bepaling\" vervangen door de woorden \"en die niet als herbelegging of besteding worden aangemerkt krachtens de artikelen 44bis, 44ter, 47 en 205/4, § 5, van dit Wetboek en artikel 122, § 2, van de</p>\n<p class=\"lf-p\">programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten3\"; f) in paragraaf 3 worden de woorden \"bij de artikelen 157 tot 159, 161 tot 164 en 166 tot 168\" vervangen door de woorden \"in artikel 218\";g) paragraaf 4 wordt opgeheven. Art. 85.In artikel 536 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 en gewijzigd bij de programmawet van 10 augustus 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten6 en bij de wet van 3 augustus 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid wordt opgeheven;2° in het derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden \"na de andere in de artikelen 199 tot 206 bepaalde aftrekken,\" vervangen door de woorden \"na de andere in de artikelen 199 tot 205/4, 206 en 543 bepaalde aftrekken,\". Art. 86.A. De artikelen 5, 1°, 6, 1°, 11, 1°, 3° en 4°, 13 tot 15, 17, 1°, 21, 1°, 24 tot 26, 28, 29, 30, 1°, 3°, en 5°, 31, 1°, 32, 37, 39, 1° en 3°, 41, 1° tot 4°, 43, 1°, 44, 1°, 45, 46, 49, 50, 52, 2° tot 6°, 53, 1° en 3° tot 6°, 54, 1°, 2° en 4°, 55, 1°, 3° en 5°, 56, 57, 59, 66, 67, 1°, 74, 78, 82 en 85 treden in werking op 1 januari 2018 en zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">B1. De artikelen 3, 18, 1° en 2°, 20, 33, 35, 39, 5° en 9°, 44, 2°, 47, 48, 53, 2°, en 73 treden in werking op 1 januari 2019 en zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2020 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">B2. De artikelen 5, 2°, 6, 2°, 7, 8, 10, 11, 2°, 18, 3°, 21, 2°, 22, 23, 27, 30, 2°, 4° en 6°, 31, 2°, 34, 36, 39, 2°, 4°, 6° tot 8° en 10° tot 15°, 40, 41, 5°, 42, 51, 52, 1°, 54, 3°, 55, 2° en 4°, 58, 60, 61, 1°, 62 tot 65, 67, 2°, 72, 75, 1°, 81, 83 en 84 treden in werking op 1 januari 2020 en zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2021 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. De artikelen 4, 1° en 2°, 16 en 68 treden in werking op 1 januari 2018 en zijn van toepassing op verrichtingen van kapitaalverminderingen en terugbetalingen van met kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies of winstbewijzen die worden beslist door de algemene vergadering vanaf 1 januari 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 4, 3°, en 9 treden in werking op 1 januari 2020 en zijn van toepassing op de interesten die betrekking hebben op periodes na 31 december 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 17, 2° tot 5°, 19, 61, 2°, en 76 treden in werking op 1 januari 2019 en zijn van toepassing op de overdrachten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 29 treedt in werking op 1 januari 2018 en is niet van toepassing op voorzieningen of toevoegingen aan voorzieningen die zijn aangelegd in belastbare tijdperken die aanvangen vóór 1 januari 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 38 treedt in werking op 1 januari 2020 en is van toepassing op de activa verkregen of tot stand gebracht vanaf 1 januari 2020.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 69 en 70 treden in werking op 1 januari 2018 en zijn van toepassing op de dividenden die vanaf 1 januari 2018 worden betaald of toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 71, 1°, 4° en 5°, treedt in werking op 1 januari 2018 en is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2018 tot en met 31 december 2019 worden betaald of toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 71, 2° en 6° tot 8°, treedt in werking op 1 januari 2018 en is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2018 worden betaald of toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 71, 3°, treedt in werking op 1 januari 2020 en is van toepassing op de bezoldigingen die vanaf 1 januari 2020 worden betaald of toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 75, 2°, treedt in werking vanaf aanslagjaar 2022.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 77, 79 en 80 treden in werking op 1 januari 2018 en zijn van toepassing vanaf 1 januari 2018. De wijzigingen, bij de artikelen 79 en 80, van de respectievelijk in de artikelen 418, eerste lid, en 419, eerste lid, 6°, en tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde startdatum voor de toepassing van het moratoriuminterest, zijn van toepassing op de vanaf 1 januari 2018 ingekohierde aanslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Elke wijziging die vanaf 26 juli 2017 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt aangebracht, blijft zonder uitwerking voor de toepassing van de in dit hoofdstuk bedoelde bepalingen. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen - Inschakelingsbedrijven Art. 87.Artikel 67 van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 mei 2005, wordt opgeheven. Art. 88.Artikel 87 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2019 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke wijziging die vanaf 26 juli 2017 aan de afsluitingsdatum van het boekjaar wordt aangebracht, blijft zonder uitwerking voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde bepaling. HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten5 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht Art. 89.Afdeling 4 van hoofdstuk 1 van titel 3 van de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten5 houdende maatregelen inzake versterking van jobcreatie en koopkracht, die de artikelen 95 tot 101 bevat, wordt ingetrokken. HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepaling betreffende de rentevoeten bedoeld in de artikelen 414, § 1, 1°, en 418, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Art. 90.Voor het kalenderjaar 2018 is de in artikel 414, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bedoelde rentevoet gelijk aan 4 pct., overeenkomstig de bepalingen van artikel 414, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het kalenderjaar 2018 is de in artikel 418, eerste lid, van hetzelfde Wetboek bedoelde rentevoet bijgevolg gelijk aan 2 pct., overeenkomstig de bepalingen van artikel 418, tweede lid, van hetzelfde Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze overgangsbepaling geldt voor het kalenderjaar 2018 als bericht als bedoeld in artikel 414, § 1, derde lid, van hetzelfde Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 25 december 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) Stukken : K54-2864</p></div>", "next": 0}