📄 Wettekst
12 FEBRUARI 1998. - Wet houdende instemming met : 1. Overeenkomst tot wijziging van de Vierde A.C.S.-E.G.-Overeenkomst van Lomé van 15 december 1989, Slotakte en Protocol bij de Vierde A.C.S.-E.G.-Overeenkomst van Lomé naar aanleiding van de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie, ondertekend te Mauritius op 4 november 1995. - 2.Intern Akkoord betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het Tweede Financieel Protocol bij de Vierde A.C.S.-E.G.-Overeenkomst, ondertekend te Brussel op 20 december 1995 (1) (2)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.De volgende Internationale Akten zullen volkomen gevolg hebben : 1° Overeenkomst tot wijziging van de Vierde A.C.S.-E.G.-Overeenkomst van Lomé van 15 december 1989, Slotakte en Protocol bij de Vierde A.C.S.-E.G.-Overeenkomst van Lomé naar aanleiding van de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninklijk Zweden tot de Europese Unie, ondertekend te Mauritius op 4 november 1995. 2° Intern Akkoord betreffende de financiering en het beheer van de steun van de Gemeenschap in het kader van het Tweede Financieel Protocol bij de Vierde A.C.S.-E.G.-Overeenkomst, ondertekend te Brussel op 20 december 1995.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 12 februari 1998.
ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, E. DERYCKE De Minister van Economie, E. DI RUPO De Minister van Financiën en Buitenlandse Handel, Ph. MAYSTADT De Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, R. MOREELS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, S. DE CLERCK _______ Nota's (1) Zitting 1996-1997. Senaat Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 29 april 1997, nr. 1-615/1. - Verslag, nr. 1-615/2. - Tekst aangenomen in Commissie, nr. 1-615/3.
Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 16 juli 1997. - Stemming. Vergadering van 17 juli 1997.
Kamer van volksvertegenwoordigers Documenten. - Tekst overgezonden door de Senaat, nr. 1141/1.
Zitting 1997-1998 : Kamer van volksvertegenwoordigers Documenten. - Verslag, nr. 1141/2.
Parlementaire Handelingen. - Bespreking. Vergadering van 13 januari 1998. - Stemming.Vergadering van 15 januari 1998. (2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/het Vlaams Gewest van 17 maart 1998 (Belgisch Staatsblad van 17 april 1998), Decreet van de Franse Gemeenschap van 22 december 1997 (Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1998), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 30 juni 1997 (Belgisch Staatsblad van 14 januari 1998), Decreet van het Waalse Gewest van 5 februari 1998 (Belgisch Staatsblad van 27 februari 1998) en Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 17 juli 1997 (Belgisch Staatsblad van 20 november 1997). Overeenkomst tot wijziging van de vierde ACS-EG-Overeenkomst van Lomé, ondertekend op 4 november 1995 in Mauritius Preambule ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN, DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE PRESIDENT VAN DE HELLEENSE REPUBLIEK, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SPANJE, DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN IERLAND, DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK, ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN, DE FEDERALE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PRESIDENT VAN DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FINLAND, DE REGERING VAN HET KONINKRIJK ZWEDEN, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND, partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, hierna « de Gemeenschap » genoemd, wier Staten hierna « Lid-Staten » worden genoemd, en DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, enerzijds, en DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ANGOLA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN ANTIGUA EN BARBUDA, HET STAATSHOOFD VAN HET GEMENEBEST VAN DE BAHAMA'S, HET STAATSHOOFD VAN BARBADOS, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN BELIZE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BENIN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BOTSWANA, DE VOORZITTER VAN BURKINA FASSO, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BOEROENDI, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAMEROEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAAPVERDIE, DE PRESIDENT VAN DE CENTRAALAFRIKAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE ISLAMITISCHE BONDSREPUBLIEK DER COMOREN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KONGO, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK IVOORKUST, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DJIBOUTI, DE REGERING VAN HET GEMENEBEST DOMINICA, DE PRESIDENT VAN DE DOMINICAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE STAAT ERITREA, DE PRESIDENT VAN DE FEDERALE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK ETHIOPIE, DE PRESIDENT VAN DE SOEVEREINE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK FIJI, DE PRESIDENT VAN DE GABONESE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GAMBIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GHANA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN GRENADA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE-BISSAU, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK EQUATORIAAL GUINEE, DE PRESIDENT VAN DE COÖPERATIEVE REPUBLIEK GUYANA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HAITI, HET STAATSHOOFD VAN JAMAICA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KENIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KIRIBATI, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK LESOTHO, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LIBERIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MADAGASCAR, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALAWI, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALI, DE PRESIDENT VAN DE ISLAMITISCHE REPUBLIEK MAURITANIE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MAURITIUS, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MOZAMBIOUE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NAMIBIE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NIGER, HET STAATSHOOFD VAN DE FEDERALE REPUBLIEK NIGERIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OEGANDA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT PAPOEA-NIEUW-GUINEA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK RWANDA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SINT-KITTS EN NEVIS, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SINT-LUCIA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SINT-VINCENT EN DE GRENADINEN, HET STAATSHOOFD VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT WEST-SAMOA, DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK SAO TOME EN PRINCIPE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SENEGAL, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DER SEYCHELLEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SIERRA LEONE, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE SALOMONSEILANDEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SOEDAN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK SWAZILAND, DE PRESIDENT VAN DE VERENIGDE REPUBLIEK TANZANIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TSJAAD, DE PRESIDENT VAN DE TOGOLESE REPUBLIEK, ZIJNE MAJESTEIT KONING TAUFA'AHAU TUPOU IV VAN TONGA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TRINIDAD EN TOBAGO, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN TUVALU, DE REGERING VAN VANUATU, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZAIRE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZAMBIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZIMBABWE, wier Staten hierna « ACS-Staten » worden genoemd, anderzijds, partijen bij de op 15 december 1989 te Lomé ondertekende Vierde ACS-EG-Overeenkomst, hierna « de Overeenkomst » te noemen, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, enerzijds, en de Overeenkomst van Georgetown tot oprichting van de groep van Staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, anderzijds;
Gelet op de Overeenkomst;
Overwegende dat in artikel 366, lid 1, van de Overeenkomst is bepaald dat de Overeenkomst is gesloten voor een periode van tien jaar die is aangevangen op 1 maart 1990;
Overwegende dat, niettegenstaande deze bepaling, artikel 366, lid 2, van de Overeenkomst voorziet in de mogelijkheid in het kader van een herziening halverwege de looptijd de bepalingen van de Overeenkomst te wijzigen;
Overwegende dat in artikel 4 van het Financieel Protocol bij de Overeenkomst wordt bepaald dat een nieuw Financieel Protocol wordt gesloten voor de tweede periode van vijf jaar waarop de Overeenkomst betrekking heeft;
Verlangende opnieuw hun gehechtheid te bevestigen aan de beginselen van vrijheid, democratie en eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en van de rechtsstaat en wensende deze beginselen tot een essentieel element van de gewijzigde Overeenkomst te maken;
Bezorgd over de ernstige verslechtering van de prestaties op handelsgebied van de ACS-Staten in de loop van de laatste jaren;
Constaterende dat het dan ook van het grootste belang is in het kader van de ACS-EG-samenwerking bijzondere aandacht te besteden aan de ontwikkeling van de handel, een fundamenteel element voor een zelfstandig in stand gehouden ontwikkeling;
Overwegende dat hiertoe voorts een doelmatig, gecoördineerd en coherent gebruik van de instrumenten van de Overeenkomst van essentieel belang is;
Verlangende de kwaliteit en de doelmatigheid van de ACS-EG-samenwerking te verhogen, Hebben besloten de volgende overeenkomst tot wijziging van de Overeenkomst aan te gaan en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen : ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN : De heer Réginald MOREELS, Staatssecretaris van Ontwikkelingssamenwerking;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN : De heer Ole LONSMANN-POULSEN, Staatssecretaris;
DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND : De heer Werner HOYER, Staatsminister bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
DE PRESIDENT VAN DE HELLEENSE REPUBLIEK : De heer Georges ROMAIOS, Plaatsvervangend Minister van Buitenlandse Zaken;
ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SPANJE : De heer Apolonio RIUZ LIGERO, Staatssecretaris voor Handel;
DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK : De heer Jacques GODFRAIN, Afgevaardigd Minister belast met samenwerking;
DE PRESIDENT VAN IERLAND : De heer Gerard CORR, Directeur-Generaal bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK : De heer Emanuele SCAMMACCA, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;
ZIJNE KONINKLIJKE HOOGDHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG : De heer Georges WOHLFART, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Samenwerking;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN : De heer Sjoerd GOSSES, Directeur-Generaal voor Europese Samenwerking;
DE FEDERALE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK : Mevrouw Benita FERRERO WALDNER, Staatssecretaris bij het Bondsministerie van Buitenlandse Zaken;
DE PRESIDENT VAN DE PORTUGESE REPUBLIEK : De heer José LAMEGO, Staatssecretaris voor Samenwerking en Ontwikkeling;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FINLAND : De heer Pekka HAAVISTO, Minister van milieu en Ontwikkelingssamenwerking;
DE REGERING VAN HET KONINKRIJK ZWEDEN : De heer Mats KARLSSON, Onder-Staatssecretaris voor Internationale Ontwikkelingssamenwerking;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND : Lord CHESHAM, Foreign Affairs Spokesman;
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE EN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN : De heer Javier SOLANA, Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Spanje, Fungerend Voorzitter van de Raad van de Europese Unie;
De heer Joao de Deus PINHEIRO, Lid van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ANGOLA : De heer Joao BAPTISTA KUSSUMVA, Vice-Minister voor Planning en Economische Coördinatie;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN ANTIGUA EN BARBUDA : De heer Starret D. GREENE, Minister-Adviseur;
HET STAATSHOOFD VAN HET GEMENEBEST VAN DE BAHAMA'S : De heer Arthur A. FOULKES, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
HET STAATSHOOFD VAN BARBADOS : Mevrouw Billie A. MILLER, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken, Toerisme en internationaal vervoer;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN BELIZE : De heer Russell GARCIA, Minister van landbouw en visserij;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BENIN : De heer Edmond CAKPO-TOZO, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BOTSWANA : The Honourable Lieutenant General Mompati MERAFHE, Minister van Buitenlandse Zaken;
DE PRESIDENT VAN BURKINA FASSO : De heer Youssouf OUEDRAOGO, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BOEROENDI : De heer Gérard NIYIBIGIRA, Minister van het Plan;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAMEROEN : De heer Justin NDIORO, Minister van Economische Zaken en Financiën;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAAPVERDIE : De heer José Luis ROCHA, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
DE PRESIDENT VAN DE CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK : De heer Dogo NENDJE BHE, Minister van Economische Zaken, het Plan en Internationale Samenwerking;
DE PRESIDENT VAN DE ISLAMITISCHE BONDSREPUBLIEK DER COMOREN : De heer Mouzaoir ABDALLAH, Minister van Buitenlandse Zaken en Samenwerking;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KONGO : De heer Luc Daniel Adamo MATETA, Afgevaardigd Minister bij het Ministerie van Economische Zaken en Financiën, belast met de begroting van de coördinatie der nutsbedrijven;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK IVOORKUST : De heer N'goran NIAMIEN, Afgevaardigd Minister bij de Eerste Minister, belast met Economische Zaken, Financiën en het Plan;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DJIBOUTI : De heer Ali Abdi FARAH, Minister van industrie, energie en mijnen;
DE REGERING VAN HET GEMENEBEST DOMINICA : De heer N.M. CHARLES, Minister van handel en marketing;
DE PRESIDENT VAN DE DOMINICAANSE REPUBLIEK : De heer Angel LOCKWARD, Secretary of State and National Authorizing Officer for Lomé IV Convention;
DE PRESIDENT VAN DE STAAT ERITREA : De heer BERHANE ABREHE, Director of Macro Policy and International Economic Cooperation in the President's Office;
DE PRESIDENT VAN DE FEDERALE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK ETHIOPIE : De heer Girma BIRU;
Minister van Economische Zaken, ontwikkeling en samenwerking;
DE PRESIDENT VAN DE SOEVEREINE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK FIJI : De heer Ratu Timoci VESIKULA, Vice-Eerste Minister en Minister van landbouw, visserij en bossen;
DE PRESIDENT VAN DE GABONESE REPUBLIEK : De heer Jean PING, Afgevaardigd Minister bij de Minister van Financiën, Economische Zaken, begroting en deelnemingen;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GAMBIA : De heer Bala Garba JAHUMPA, Minister van Financiën en Economische Zaken;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GHANA : De heer Alex Ntim ABANKWA, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN GRENADA : De heer Samuel ORGIAS, Zaakgelastigde bij de Europese Unie;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE : De heer Bobo CAMARA, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE-BISSAU : De heer Aristides GOMES, Minister van het plan en samenwerking;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK EQUATORIAAL GUINEE : De heer Aurélio MBA OLO ANDEME, Hoofd van de Missie bij de Europese Unie;
DE PRESIDENT VAN DE COÖPERATIEVE REPUBLIEK GUYANA : De heer Clement J. ROHEE, Minister van Buitenlandse Zaken;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HAITI : De heer Jean-Marie CHERESTAL, Minister van planning en buitenlandse samenwerking;
HET STAATSHOOFD VAN JAMAICA : De heer Anthony HYLTON, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en buitenlandse handel;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KENIA : Dr Philip Maingi MWANZIA, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KIRIBATI : De heer Peter Sobby TSIAMALILI, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur van de Missie van Papoea-Nieuw-Guinea bij de Europese Unie;
ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK LESOTHO : De heer Moeketsi SENAOANA, Minister van Financiën en economische planning;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LIBERIA : Mevrouw Youngor TELEWODA, Zaakgelastigde bij de Europese Unie;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLlEK MADAGASCAR : De heer Bertrand RAZAFINTSALAMA, Ambassadeur van Madagascar bij de Republiek Mauritsius;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALAWI : De heer F. Peter KALILOMBE, Minister van handel en industrie;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALI : De heer N'Tji Laico TRAORE, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
DE PRESIDENT VAN DE ISLAMITISCHE REPUBLIEK MAURITANIE : De heer Achour ould SAMBA, Secreraris-Generaal van het Ministerie van het Plan;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MAURITIUS : De heer Paramhamsa NABABSING, Vice-Eerste Minister en Minister van economische planning en ontwikkeling;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MOZAMBIQUE : Mevrouw Frances Victoria VELHO RODRIGUES, Vice-Minisrer van Buitenlandse Zaken en samenwerking, Nationaal Ordonnateur;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NAMIBIE : De heer Stanley WEBSTER, Vice-Minister van landbouw, waterreserves en landbouwontwikkeling;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NIGER : De heer Almoustapha SOUMAILA, Minister van Financiën en het Plan;
HET STAATSHOOFD VAN DE FEDERALE REPUBLIEK NIGERIA : Chief Ayo OGUNLADE, Minister van nationale planning;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OEGANDA : De heer M.N. RUKIKAIRE, Minister van Financiën en Economische Planning;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT PAPOEA-NIEUW-GUINEA : De heer Moi AVEI, Minister voor Economische Planning;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK RWANDA : De heer Jean-Berchmans BIRARA, Minister van het Plan;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SINT-KITTS EN NEVIS : De heer Edwin LAURENT, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur van Sint Lucia bij de Europese Unie;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SINT-LUCIA : De heer Edwin LAURENT, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur van Sint Lucia bij de Europese Unie;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SINT-VINCENT EN DE GRENADINEN : De heer Edwin LAURENT, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur van Sint Lucia bij de Europese Unie;
HET STAATSHOOFD VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT WEST-SAMOA : De heer Tuilaepa S. MALIELEGAOI, Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën;
DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK SAO TOME EN PRINCIPE : De heer Guilherme POSSER da COSTA, Minister van Buitenlandse Zaken en Samenwerking;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SENEGAL : De heer Falilou KANE, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DER SEYCHELLEN : Mevrouw Danielle de ST. JORRE, Minister van Buitenlandse Zaken, het Plan en Ontwikkeling;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SIERRA LEONE : De heer Victor O. BRANDON, Staatssecretaris voor Ontwikkeling en Economische Planning;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE SALOMONSEILANDEN : De heer David SITAI, Minister van her Nationaal Plan en Ontwikkeling;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SOEDAN : De heer Abdalla Hassan AHMED, Minister van Financiën;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME : De heer Richard B. KALLOE, Minister van Handel en Nijverheid;
ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK SWAZILAND : De heer James Majahenkhaba DLAMINI, Minister van Handel en Nijverheid;
DE PRESIDENT VAN DE VERENIGDE REPUBLIEK TANZANIA : De heer M. T. KIBWANA, Commissaris bij het Ministerie van Financiën, belast met buitenlandse financiën;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TSJAAD : Mevrouw Mariam Mahamat NOUR, Minister van het Plan en van Samenwerking;
DE PRESIDENT VAN DE TOGOLESE REPUBLIEK De heer Elliott Latevi-Atcho LAWSON, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
ZIJNE MAJESTEIT KONING TAUFA'AHAU TUPOU IV VAN TONGA : De heer Sione KITE, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TRINIDAD EN TOBAGO : De heer Lingston CUMBERBATCH, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur bij de Europese Unie;
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN TUVALU : De heer Kaliopace Tavola, Buitengewoon en gevolmachtigd Ambassadeur voor Fiji bij de Europese Unie;
DE REGERING VAN VANUATU : De heer Serge VOHOR, Minister van Economische Zaken;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZAIRE : De heer MOZAGBA Ngbuka, Vice-Eerste Minister en Minister van Interne Samenwerking;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZAMBIA : De heer Dipak K.A. PATEL, Minister van Handel en Nilverheid;
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZIMBABWE : De heer Denis NORMAN, Minister van Landbouw, Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, Overeenstemming hebben bereikt omtrent hetgeen volgt : Overeenkomstig de procedure van artikel 366 wordt de Vierde ACS-EG-Overeenkomst gewijzigd als volgt : A. IN DE GEHELE TEKST VAN DE OVEREENKOMST WORDT : 1. « Europese Economische Gemeenschap » vervangen door « Europese Gemeenschap », « EEG » vervangen door « EG » en « Raad van de Europese Gemeenschappen » vervangen door « Raad van de Europese Unie ».2. « Gemachtigde » vervangen door « delegatiehoofd ». B. DE PREAMBULE : 3. In de preambule wordt de volgende tekst ingevoegd als zevende overweging : « Verlangende hun banden verder te verstevigen door een intensievere politieke dialoog en de uitbreiding daarvan tot onderwerpen en problemen van buitenlands beleid en veiligheid, en kwesties van algemeen belang, en/of van gemeenschappelijk belang voor een groep van landen;».
C. EERSTE DEEL - ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE DE ACS-EG-SAMENWERKING 4. Aan artikel 4 wordt de volgende alinea toegevoegd : « Bij het ondersteunen van de ontwikkelingsstrategieën van de ACS-Staten wordt naar behoren rekening gehouden met de doelstellingen en prioriteiten van het samenwerkingsbeleid van de Gemeenschap en het ontwikkelingsbeleid en de prioriteiten van de ACS-Staten.». 5. Artikel 5 wordt vervangen door : « Artikel 5.- 1. De samenwerking heeft een ontwikkeling ten doel waarin de mens, de stuwende kracht en voornaamste begunstigde ervan, centraal staat en die dus uitgaat van de eerbiediging en de verbetering van al diens rechten. De samenwerkingsactiviteiten liggen in dit positieve perspectief, waarin de eerbiediging van de rechten van de mens erkend wordt als een fundamentele factor voor werkelijke ontwikkeling en waarin de samenwerking zelf wordt beschouwd als een bijdrage tot de verbetering van deze rechten.
In een dergelijk perspectief zijn ontwikkelingsbeleid en samenwerking nauw verbonden met de eerbiediging en het genot van de fundamentele rechten en vrijheden van de mens en met de erkenning en toepassing van de democratische beginselen, de consolidatie van de rechtsstaat en behoorlijk bestuur. De rol van individuen en groepen wordt erkend om overeenkomstig artikel 13 concreet te zorgen voor werkelijke deelneming van de bevolkingen aan de ontwikkelingsinspanningen. In dit verband is behoorlijk bestuur een bijzonder doel van samenwerkingsmaatregelen.
De eerbiediging van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat, die aan de betrekkingen tussen de ACS-Staten en de Gemeenschap en aan alle bepalingen van de Overeenkomst ten grondslag ligt, en waardoor de partijen bij de Overeenkomst zich in hun binnenlands en buitenlands beleid laten leiden, vormt een essentieel bestanddeel van de Overeenkomst. 2. De partijen bij de Overeenkomst verklaren derhalve wederom bijzonder gewicht te hechten aan de menselijke waardigheid en de rechten van de mens, waarnaar het individu en de volken rechtmatige verlangens koesteren.De bedoelde rechten zijn alle rechten van de mens, aangezien de categorieën die daarin worden onderscheiden ondeelbaar en onderling afhankelijk zijn, waarbij elke categorie haar eigen rechtmatigheid heeft : een niet-discriminerende behandeling; de fundamentele rechten van de persoon; de burgerlijke en politieke rechten; de economische, sociale en culturele rechten.
Ieder individu heeft, in zijn eigen land of in een gastland, recht op eerbiediging van zijn waardigheid en op de bescherming van de wet.
Door de ontwikkeling, zonder welke de waardigheid het welzijn en de ontplooiing van het individu en de volken niet mogelijk is, draagt de ACS-EG-samenwerking bij tot het wegnemen van wat het volledige en daadwerkelijke genot van hun economische, sociale, politieke en culturele rechten in de weg staat.
De partijen bij de Overeenkomst bevestigen andermaal dat zij krachtens het internationale recht gehouden zijn en zich ertoe verbonden hebben om alle vormen van discriminatie op grond van etniciteit, afkomst, ras, nationaliteit, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst of enige andere status te bestrijden en zodoende uit de weg te ruimen. Deze verbintenis heeft meer in het bijzonder betrekking op alle situaties in de ACS-Staten of in de Gemeenschap die van invloed kunnen zijn op de doelstellingen van de Overeenkomst. De Lid-Staten van de Gemeenschap (en/of in voorkomend geval de Gemeenschap zelf) en de ACS-Staten blijven er in het kader van de juridische of administratieve maatregelen die zij aangenomen hebben of zullen aannemen, op toezien dat migrerende werknemers, studenten en andere buitenlandse onderdanen die zich legaal op hun grondgebied bevinden, met name voor wat betreft hun huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, andere sociale diensten en werkgelegenheid, in geen enkel opzicht gediscrimineerd worden op basis van ras, godsdienst, cultuur of sociale achtergrond. 3. Op verzoek van de ACS-Staten kunnen financiële middelen conform de voorschriften van de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering worden aangewend voor het verbeteren van de rechten van de mens in de ACS-landen en voor maatregelen gericht op democratisering, versterking van de rechtsstaat en behoorlijk bestuur.Praktische maatregelen, van de overheid of van particulieren, ter bevordering van de mensenrechten en de democratie, met name op juridisch gebied, kunnen worden ten uitvoer gelegd met organisaties met een internationaal erkende deskundigheid op dit gebied.
Om institutionele en bestuurlijke hervormingen te ondersteunen kunnen de voor dit doel in het Financieel Protocol uitgetrokken middelen bovendien worden gebruikt als aanvulling voor de door de betrokken ACS-Staat in het kader van zijn indicatieve programma genomen maatregelen, in het bijzonder in de voorbereidings- en startfase van de betreffende projecten en programma's. ». 6. In artikel 6 wordt lid 2 vervangen door : « 2.De partijen bij de Overeenkomst erkennen dat prioriteit moet worden toegekend aan de bescherming van het milieu en het behoud van de natuurlijke hulpbronnen, wezenlijke voorwaarden voor een duurzame en evenwichtige ontwikkeling zowel op economisch als op menselijk vlak. Zij erkennen dat het van belang is in de ACS-Staten te streven naar de toestandkoming van een omgeving die bevorderlijk is voor de ontwikkeling van de markteconomie en de particuliere sector. ». 7. Het volgende artikel 6bis wordt toegevoegd : « Artikel 6bis.- De partijen bij de Overeenkomst erkennen het fundamentele belang van de handel als stimulans voor het ontwikkelingsproces. De Gemeenschap en de ACS-Staten komen daarom overeen hoge prioriteit aan de ontwikkeling van de handel te geven, ten einde de groei van de economieën van de ACS-Staten te versnellen en deze harmonieus en geleidelijk te integreren in de wereldeconomie.
Als erkenning daarvan moeten passende middelen aan de expansie van de handel van de ACS-Staten worden besteed. ». 8. Artikel 12 wordt vervangen door : « Artikel 12.- Onverminderd artikel 366bis stelt de Gemeenschap, indien zij in het kader van haar bevoegdheden een maatregel overweegt die, gelet op de doelstellingen van de Overeenkomst, van invloed kan zijn op de belangen van de ACS-Staten, deze daarvan tijdig in kennis.
Met het oog hierop doet de Commissie haar voorstellen voor maatregelen van deze aard tegelijkertijd aan het secretariaat van de ACS-Staten toekomen. Zo nodig kan ook op initiatief van de ACS-Staten een verzoek om inlichtingen worden ingediend.
Op verzoek van deze Staten vindt onverwijld overleg plaats opdat, voordat het uiteindelijk besluit wordt genomen, rekening kan worden gehouden met hun bezwaren ten aanzien van de gevolgen van deze maatregelen.
Na dit overleg kunnen de ACS-Staten hun bezwaren bovendien schriftelijk aan de Gemeenschap kenbaar maken en voorstellen voor wijzigingen doen die aangeven hoe hun bezwaren ondervangen moeten worden.
Indien de Gemeenschap geen gevolg geeft aan de voorstellen van de ACS-Staten, stelt zij de ACS-Staten daar zo spoedig mogelijk van in kennis, onder opgaaf van redenen.
De ACS-Staten ontvangen ook, voor zover mogelijk van tevoren, passende informatie over de inwerkingtreding van deze besluiten. » 9. Het volgende artikel 12bis wordt ingevoegd : « Artikel 12bis.- Gezien het potentieel van constructieve, bijdragen van gedecentraliseerde samenwerkingsinstanties aan de ontwikkeling van de ACS-Staten komen de partijen bij de Overeenkomst overeen hun maatregelen ter aanmoediging van de deelneming van ACS- en EU-instanties aan samenwerkingsactiviteiten te intensiveren. De in het kader van de Overeenkomst beschikbare middelen mogen met het oog daarop worden gebruikt ter ondersteuning van gedecentraliseerde samenwerkingsactiviteiten. Deze activiteiten dienen te beantwoorden aan de door de ACS-Staten vastgestelde prioriteiten, richtsnoeren en ontwikkelingsmethoden. » 10. Het volgende artikel 15bis wordt ingevoegd : « Artikel 15bis.- De ontwikkeling van de handel is gericht op de ontwikkeling, diversificatie en uitbreiding van de handel van de ACS-Staten en de verbetering van hun concurrentievermogen op hun binnenlandse markten, de regionale en de intra-ACS-markt, en de Gemeenschaps- en internationale markten. De partijen bij de Overeenkomst verbinden zich ertoe alle in het kader van de Overeenkomst beschikbare middelen, zoals handelssamenwerking en financiële en technische samenwerking, voor de verwezenlijking van dit doel in te zetten. Zij komen tevens overeen de bepalingen van de Overeenkomst op coherente en gecoördineerde wijze ten uitvoer te leggen. » 11. De artikelen 20, 21 en 22 vervallen.12. Aan artikel 30 wordt het volgende lid 3 toegevoegd : « 3.Bovendien voert de Raad van Ministers een verruimde politieke dialoog. Daartoe treffen de partijen bij de Overeenkomst de nodige maatregelen om een daadwerkelijke dialoog te waarborgen.
De dialoog kan ook plaatsvinden buiten dit kader, met een geografische of andere samenstelling die is afgestemd op de te behandelen onderwerpen, indien de partijen bij de Overeenkomst de behoefte daartoe gevoelen. » 13. In artikel 32 wordt lid 1 vervangen door : « 1.De Paritaire Vergadering is op paritaire basis samengesteld uit leden van het Europees Parlement voor de Gemeenschap, enerzijds, en uit Parlementsleden of, bij ontstentenis daarvan, vertegenwoordigers die door het Parlement van de betrokken ACS-Staat zijn aangewezen, anderzijds. Indien er geen Parlement is, moet de deelneming van een vertegenwoordiger vooraf worden goedgekeurd door de Paritaire Vergadering. » D. TWEEDE DEEL - SECTOREN VAN DE ACS-EG SAMENWERKING 14. Aan artikel 50 wordt het volgende lid 3 toegevoegd : « 3.De in lid 2 bedoelde specifieke overeenkomsten mogen de productie en de handelsstromen in de regio's van de ACS niet in gevaar brengen. » 15. In artikel 51, tweede alinea, worden de punten b), c) en e) vervangen door : « b) wanneer als voedselhulp verstrekte producten worden verkocht, moet dat gebeuren regen een prijs die de nationale markt niet ontregelt en de ontwikkeling en uitbreiding van de regionale handel in de betrokken producten niet belemmert.De tegenwaardefondsen die daaruit ontstaan worden gebruikt voor de financiering van de tenuitvoerlegging en/of werking van projecten of programma's die bij voorrang de plattelandsontwikkeling betreffen; zij kunnen, rekening houdend met artikel 226, onder d), eveneens gebruikt worden voor verantwoorde en gezamenlijk overeengekomen doeleinden; c) wanneer de verstrekte producten gratis worden uitgedeeld, moet dat bijdragen tot de verwezenlijking van voedselprogramma's die in het bijzonder op de kwetsbare bevolkingsgroepen zijn gericht, of dienen ter betaling van verrichte werkzaamheden;daarbij moet rekening worden gehouden met de handelsstromen van de betrokken ACS-Staten en in de regio; e) de verstrekte producten moeten in de eerste plaats beantwoorden aan de behoeften van de begunstigden.Bij de keuze ervan dient met name rekening te worden gehouden met de verhouding kostprijs/specifieke voedingswaarde, alsmede met de mogelijke gevolgen van die keuze voor de consumptiegewoonten en voor de ontwikkeling van de binnenlandse en regionale handel. » 16. Artikel 87 wordt vervangen door : « Artikel 87.- 1. Het Comité van Ambassadeurs benoemt de leden van een Comité voor industriële samenwerking, houdt toezicht op de werkzaamheden van dit Comité, en bepaalt de samenstelling en de werkwijze ervan. 2. Het Comité voor industriële samenwerking volgt de stand van zaken met betrekking tot de tenuitvoerlegging van het ACS-EG-beleid inzake industriële samenwerking.Met betrekking tot het Centrum voor industriële ontwikkeling (CIO) onderzoekt het Comité en hecht het zijn goedkeuring aan : a) de algemene strategie van het CIO;b) de verdeling op jaarbasis van het op grond van artikel 3 van het Tweede Financieel Protocol toegewezen totaalbedrag;c) de jaarlijkse begroting en de jaarrekeningen van het CIO.3. Het Comité voor industriële samenwerking brengt verslag uit aan het Comité van Ambassadeurs.Afgezien van bovengenoemde taken voert het de taken uit welke in zijn reglement van orde worden omschreven evenals de andere taken welke het door het Comité van Ambassadeurs krijgt toegewezen. » 17. Artikel 88 vervalt.18. Artikel 89 wordt vervangen door : « Artikel 89.- 1. Het CIO draagt bij aan de vestiging en uitbreiding van industriële ondernemingen in de ACS-Staten, met name door het aanmoedigen van gezamenlijke initiatieven van ondernemingen uit de Gemeenschap en uit de ACS-Staten. Het CIO gaat daarbij selectief te werk en legt de nadruk op mogelijkheden voor joint ventures en onderaanneming. 2. Het CIO : a) concentreert zich ter wille van de doeltreffendheid op de ACS-Staten welke : i) op grond van artikel 281, lid 2, onder b) en c), in hun indicatief programma de steun voor industriële ontwikkeling of op particuliere sector in het algemeen hebben geïdentificeerd;en/of ii) financiële bijdragen en bijstand hebben ontvangen van andere communautaire instellingen voor het stimuleren en de ontwikkeling van de particuliere en/of industriële sector; b)ontwikkelt zijn activiteiten in het kader van de tenuitvoerlegging van de programma's ter ondersteuning van de industriële ontwikkeling of de particuliere sector onder door de onder a) bedoelde ACS-Staten voor hun indicatieve programma's zijn vastgesteld; c) treedt actiever op in de onder a) bedoelde Staten inzonderheid met betrekking tot het identificeren van projecten en projectontwikkelaars en het verstrekken van hulp bij het indienen van die projecten bij de financieringsinstellingen;d) verleent prioriteit aan het identificeren van ondernemers met levensvatbare industriële projecten van kleine tot middelgrote omvang en, indien die projecten beantwoorden aan de behoeften van de betrokken ACS-Staten, aan het hun verlenen van bijstand voor het bevorderen en uitvoeren ervan.3. De Commissie, de Europese Investeringsbank (hierna de « Bank » te noemen) en het CIO houden in het kader van hun respectieve verantwoordelijkheden een efficiënte samenwerking in stand.Met het oog daarop en op de samenhang van de communautaire steunmaatregelen ten behoeve van de particuliere sector in het algemeen en de industriële sector in het bijzonder in de in lid 2, onder a), bedoelde ACS-Staten, werkt de Commissie in overleg met de Bank en in samenwerking met het CIO steunprogramma's voor genoemde sectoren uit die richtsnoeren betreffende de te volgen strategie omvatten. » 19. Artikel 91 wordt vervangen door : « Artikel 91.- Het CIO staat onder leiding van een directeur, bijgestaan door een adjunct-directeur; die beide op grond van hun beroepsbekwaamheid en van hun technische en leidinggevende capaciteiten worden aangetrokken, met inachtneming van de bepalingen van bijlage XIV, en door het Comité voor industriële samenwerking worden benoemd. De directie van het CIO voert het door het Comité voor industriële samenwerking uitgewerkte beleid uit en is verantwoording verschuldigd aan de raad van bestuur. » 20. Artikel 92 wordt vervangen door : « Artikel 92.- 1. Het Comité voor industriële samenwerking benoemt de leden van de raad van bestuur van het CIO, houdt toezicht op de werkzaamheden van de raad van bestuur, en bepaalt de samenstelling en de werkwijze ervan. De raad wordt, op basis van pariteit tussen de ACS-Staten en de Gemeenschap, samengesteld uit zes onafhankelijke, hooggekwalificeerde personen met aanzienlijke ervaring op het gebied van de industriële samenwerking. Een vertegenwoordiger van respectievelijk de Commissie, de Bank, het secretariaat van de ACS-Staten en het secretariaat van de Raad wonen de vergaderingen van de raad van bestuur als waarnemer bij. 2. De raad van bestuur : a) legt het Comité voor industriële samenwerking de voorstellen betreffende de algemene strategie, jaarlijkse begroting en jaarrekeningen van het CIO die hij op voorstel van de CIO-directie heeft goedgekeurd, ter overweging en goedkeuring voor;b) hecht op voorstel van de directeur van het CIO zijn goedkeuring aan de meerjarige en jaarlijkse activiteitenprogramma's, het jaarverslag, de organisatiestructuur, het personeelsbeleid en de personeelsformatie;en c) ziet erop toe dat de door het Comité voor industriële samenwerking goedgekeurde algemene strategie en jaarlijkse begrotingen door de CIO-directie naar behoren en doeltreffend ten uitvoer worden gelegd.3. Afgezien van bovengenoemde taken voert de raad van bestuur de taken uit welke in zijn reglement van orde worden omschreven evenals de andere taken welke hem door het Comité voor industriële samenwerking worden toegewezen.De raad brengt aan het Comité voor industriële samenwerking periodiek verslag uit over alle met het vervullen van zijn taken verband houdende aangelegenheden. » 21. In artikel 93 wordt lid 3 vervangen door : « 3.Het statuut van het CIO, het financieel reglement, de regeling welke van toepassing is op het personeel en het reglement van orde worden na de ondertekening van het Tweede Financieel Protocol door het Comité van Ambassadeurs vastgesteld. » 22. De artikelen 94, 95 en 96 vervallen.23. In artikel 129 wordt « 1.» ingevoegd aan het begin van de enige alinea en worden de volgende leden 2 en 3 toegevoegd : « 2. Met het oog op de bevordering en ontwikkeling van het maritieme handelsverkeer van de ACS-Staten kunnen de partijen bij de Overeenkomst, in het kader van de tenuitvoerlegging van de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering en binnen het bestek van de bestaande instrumenten, speciale aandacht verlenen aan het vergemakkelijken en bevorderen van de toegang voor maritieme ondernemingen van de ACS-Staten tot in het kader van de Overeenkomst beschikbare middelen, inzonderheid met betrekking tot projecten en programma's die gericht zijn op de verbetering van het concurrentievermogen van hun zeevervoersdiensten. 3. De Gemeenschap kan bijstand verlenen in de vorm van risicodragend kapitaal en/of leningen van de Bank voor het financieren van projecten en programma's in de in dit artikel genoemde sectoren.» 24. Artikel 135 wordt vervangen door : « Artikel 135.- Ter verwezenlijking van de in artikel 15bis genoemde doelstellingen nemen de partijen bij de Overeenkomst maatregelen tot ontwikkeling van de handel vanaf het stadium van de conceptie tot het uiteindelijke stadium van de distributie van de producten.
Het doel hiervan is te bewerkstelligen dat de ACS-Staten optimaal profijt trekken van de bepalingen van de Overeenkomst en dat zij onder zo gunstig mogelijke omstandigheden kunnen deelnemen aan de markt van de Gemeenschap en aan de binnenlandse, subregionale, regionale en internationale markten door diversificatie en vergroting in waarde en omvang van het goederen- en dienstenverkeer van de ACS-Staten.
Te dien einde verbinden de ACS-Staten en de Gemeenschap zich ertoe ervoor te zorgen dat bij het opstellen van de nationale en regionale programma's waarin artikel 281 en andere desbetreffende bepalingen van de Overeenkomst voorzien, hoge prioriteit wordt toegekend aan programma's voor ontwikkeling van de handel. » 25. In artikel 136 worden de leden 1 en 2 vervangen door : « 1.Naast de ontwikkeling van de handel tussen de ACS-Staten en de Gemeenschap wordt bijzondere aandacht besteed aan maatregelen om de autonomie van de ACS-Staten op te voeren, de handel tussen de ACS-Staten onderling en de internationale handel uit te breiden en de regionale samenwerking op het gebied van handel en diensten te verbeteren. 2. In het kader van de instrumenten waarin de Overeenkomst voorziet en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen bestrijken de op verzoek van de ACS-Staten en de ACS-regio's te treffen maatregelen met name de volgende domeinen : - steun voor het uitstippelen van het passende macro-economische beleid dat noodzakelijk is voor de ontwikkeling van de handel; - steun voor het uitwerken van een passend wettelijk en bestuursrechtelijk kader of hervorming van het bestaande kader, alsmede voor de hervorming van de administratieve procedures; - totstandbrenging van samenhangende handelsstrategieën; - steun voor de ACS-Staten bij de ontwikkeling van hun binnenlandse capaciteiten, informatiesystemen en besef van de rol en het belang van de handel in de economische ontwikkeling; - steun voor versterking van de bij de handel behorende infrastructuur en in het bijzonder ondersteuning van het streven van de ACS-Staten naar ontwikkeling en verbetering van de infrastructuur van de ondersteunende diensten, met inbegrip van vervoer- en opslagfaciliteiten, om te zorgen voor hun daadwerkelijke deelneming aan de distributie van goederen en diensten en met het oog op vergroting van de uitvoer van de ACS-Staten; - ontwikkeling van het menselijk potentieel en van de vakbekwaamheid op het gebied van handel en diensten in het bijzonder in de sectoren verwerking, afzet, distributie en vervoer voor de markt van de Gemeenschap en de regionale en internationale markten : - steun voor de ontwikkeling van de particuliere sector en in het bijzonder aan kleine en middelgrote ondernemingen bij het zoeken naar en ontwikkelen van producten, afzetmarkten en op export gerichte joint ventures; - steun voor ACS-acties die beogen particuliere investeringen en joint ventures te stimuleren en aan te trekken; - oprichting, aanpassing en uitbreiding, in de ACS-Staten, van organisaties voor de ontwikkeling van het handels- en dienstenverkeer, met speciale aandacht voor de bijzondere behoeften van de organisaties in de minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende en insulaire ACS-Staten; - ondersteuning van het streven van de ACS-Staten naar kwaliteitsverbetering en aanpassing van hun producten aan de marktbehoeften en naar diversificatie van hun afzetgebieden; - steun voor de pogingen van de ACS-Staten om beter door te dringen op de markten van derde landen; - maatregelen op het gebied van de handelsontwikkeling, met name intensivering van de contacten en van de uitwisseling van informatie binnen het bedrijfsleven in de ACS-Staten, de Lid-Staten van de Gemeenschap en derde landen; - steun aan de ACS-Staten voor de toepassing van moderne marketingtechnieken in sectoren en programma's die gericht zijn op de productie op gebieden als landbouw- en plattelandsontwikkeling. » 26. In artikel 136, lid 4, wordt het woord « should » vervangen door « may » (betreft alleen de Engelse tekst).27. Artikel 141 wordt vervangen door : « Artikel 141.- 1. De Stichting voor culturele samenwerking tussen de ACS-Staten en de Gemeenschap evenals andere gespecialiseerde instellingen kunnen in hun activiteitensfeer een bijdrage leveren tot de verwezenlijking van de in deze titel genoemde doelstellingen. 2. De daartoe op het gebied van de culturele samenwerking verrichte activiteiten omvatten : a) studies, onderzoek en activiteiten inzake de culturele aspecten die zich bij de inachtneming van de culturele dimensie van de samenwerking aftekenen;b) studies, onderzoek en activiteiten ter bevordering van de culturele identiteit van de bevolkingen van de ACS-Staten en alle initiatieven die kunnen bijdragen tot de interculturele dialoog.» 28. In artikel 159 wordt punt j) vervangen door : « j) ondersteuning, op verzoek van de betrokken ACS-Staten, van maatregelen en structuren die bijdragen tot de coördinatie van het sectoriële beleid, met inbegrip van ontwikkeling van de handel, en het structurele aanpassingsproces;» 29. In artikel 164 wordt lid 1, onder d), vervangen door : « d) Financieringsaanvragen voor regionale samenwerkingsacties tussen ACS-Staten kunnen worden ingediend door de Raad van Ministers of, via een specifieke delegatie van bevoegdheden, door het Comité van Ambassadeurs.De Gemeenschap stelt in verband hiermee de ACS-Staten bij het begin van de door het Tweede Financieel Protocol bestreken periode in kennis van het bedrag van de voor regionale samenwerking tussen de ACS-Staten beschikbare financiële middelen; » E. DERDE DEEL - DE INSTRUMENTEN VAN DE ACS-EG-SAMENWERKING 30. In artikel 167 wordt lid 2 vervangen door : « 2.Bij het nastreven van dit doel zal bijzondere aandacht worden besteed aan het verkrijgen van daadwerkelijke extra voordelen voor de handel van de ACS-Staten met de Gemeenschap en het verbeteren van de toegankelijkheid van hun producten tot de markt ten einde het groeitempo van hun handel en inzonderheid van hun export naar de Gemeenschap te versnellen en het handelsverkeer tussen de partijen bij de Overeenkomst meer in evenwicht te brengen en zo de uitvoer naar regionale en internationale markten te versnellen. » 31. In artikel 177 wordt lid 1 vervangen door : « 1.Indien de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk leidt tot ernstige verstoringen in een van de sectoren van het economische leven van de Gemeenschap of van een of meer Lid-Staten of hun externe financiële stabiliteit in gevaar brengt of indien moeilijkheden rijzen die achteruitgang in een sector van het economische leven van de Gemeenschap of een regio van de Gemeenschap tot gevolg kunnen hebben, kan de Gemeenschap vrijwaringsmaatregelen nemen. Deze maatregelen worden onverwijld ter kennis van de Raad van Ministers gebracht. » 32. In artikel 178 wordt lid 3 vervangen door : « 3.Het in de leden 1 en 2 bedoelde voorafgaande overleg vormt evenwel geen beletsel voor onmiddellijke beslissingen die de Gemeenschap krachtens artikel 177, lid 1, zou kunnen nemen wanneer bijzondere omstandigheden daartoe nopen. » 33. In artikel 181, tweede alinea, wordt punt 4 vervangen door : « 4.Wanneer de Gemeenschap vrijwaringsmaatregelen op grond van artikel 177 neemt kan op verzoek van de betrokken partijen bij de Overeenkomst over deze maatregelen overleg in de Raad van Ministers plaatsvinden, met name ten einde te waarborgen dat de hand wordt gehouden aan artikel 177, lid 3. » 34. In artikel 187, lid 1, wordt punt 24 vervangen door : « 24.Verse bananen 0803 00 11 en 19 », en wordt het volgende punt 50 toegevoegd : « 50. Karakoelhuiden : - ex 4301 30 00; ex 4302 13 00; ex 4302 30 31. » 35. Aan artikel 193 wordt het volgende punt 4 toegevoegd : « 4.de als gevolg van de toepassing van artikel 366bis, lid 3, eerste alinea, ter beschikking gekomen bedragen. » 36. Aan artikel 194 wordt het volgende lid 5 toegevoegd : « 5.Na de verlaging bedoeld in lid 2 kan de transfergrondslag naar aanleiding van een tekort aan uit hoofde van het systeem beschikbare middelen niet extra worden verlaagd indien de transfergrondslag door verlaging op grond van lid 2 in het geval van minstontwikkelde of niet aan zee grenzende ACS-Staten kleiner is dan 2 miljoen ecu, en in het geval van insulaire Staten kleiner is dan 1 miljoen ecu. » 37. Artikel 203 wordt vervangen door : « Artikel 203.- 1. Indien het onderzoek van : a) de in het toepassingsjaar op de markt gebrachte productie in vergelijking met de referentieperiode;of b) de totale uitvoer uitgedrukt als een percentage van de op de markt gebrachte productie voor dezelfde periode;of c) het aandeel van de uitvoer naar de Gemeenschap in de totale uitvoer voor dezelfde periode;of d) de som van de onder b) en c) bedoelde cijfers een aanzienlijke vermindering aan het licht brengt, vindt overleg plaats tussen de Commissie en die ACS-Staat om uit te maken of de transfergrondslag gehandhaafd dan wel verlaagd moet worden en, in het laatste geval, in welke mate.2. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1 wordt een vermindering als aanzienlijk aangemerkt wanneer zij ten minste 20 % bedraagt;». 38. In artikel 209 wordt lid 4 vervangen door : « 4.Indien er reeds een bijsturingsprogramma loopt dat op herstructurering van de productie- en exportactiviteiten dan wel op diversificatie gerichte maatregelen omvat, worden de middelen in overeenstemming met die maatregelen en ter ondersteuning van een samenhangend hervormingsbeleid gebruikt. » 39. In artikel 211 wordt lid I vervangen door : « 1.Bij de ondertekening van de in artikel 205, lid 2, bedoelde transferovereenkomst wordt het transferbedrag in ecu gestort op een rentedragende rekening in een Lid-Staat waarvoor twee handtekeningen-die van de ACS-Staat en die van de Commissie-vereist zijn. De rente wordt op deze rekening gecrediteerd. » 40. Aan artikel 220 wordt het volgende punt p) toegevoegd : « p) steun te verlenen voor de uitstippeling en uitvoering van handelsbeleidsvormen en programma's ter bevordering van de harmonische en geleidelijke integratie van de ACS-Staten in de wereldeconomie.» 41. In artikel 224 : - wordt punt d) vervangen door : « d) budgettaire steun om de binnenlandse financiële problemen te verlichten : i) hetzij rechtstreeks, voor de ACS-Staten met convertibele en vrij verhandelbare valuta; ii) hetzij onrechtstreeks, door het gebruik van tegenwaardefondsen uit hoofde van de verschillende communautaire instrumenten; » - wordt punt i) vervangen door : « i) de menselijke en materiële middelen ter aanvulling van die welke door de ACS-Staten worden bekostigd en die strikt noodzakelijk zijn voor een efficiënt en doelmatig beheer van en toezicht op de projecten en programma's die worden gefinancierd door het Europees Ontwikkelingsfonds, hierna « het Fonds » genoemd; » - en wordt het volgende punt m) toegevoegd : « m) steun voor institutionele en administratieve hervormingsmaatregelen met het oog op democratisering en ontwikkeling van de rechtsstaat. » 42. In artikel 230 wordt lid 2, onder g) vervangen door : « g) gedecentraliseerde samenwerkingsinstanties van de ACS-Staten en de Gemeenschap, ten einde hen in staat te stellen om in het kader van de gedecentraliseerde samenwerking economische, culturele, sociale en educatieve projecten en programma's in de ACS-Staten op te zetten.» 43. In artikel 233 wordt lid 4 vervangen door : « 4.Wanneer de financiële steun via bemiddeling aan de uiteindelijke begunstigde dan wel rechtstreeks aan de uiteindelijke begunstigde in de particuliere sector wordt verstrekt : a) worden de voorwaarden waaronder de middelen via bemiddeling aan de uiteindelijke begunstigde of rechtstreeks aan de uiteindelijke begunstigde worden verstrekt, vastgelegd in de financierings- of leningsovereenkomst;b) wordt een eventueel uit de doorleentransactie voor de bemiddelende instantie of uit de rechtstreekse kredietverstrekking voor de uiteindelijke begunstigde in de particuliere sector voortvloeiende financiële marge, na aftrek van de administratieve kosten, de financiële risico's en de wisselkoersrisico's en de kosten van de aan de uiteindelijke begunstigde verstrekte technische bijstand, aangewend voor ontwikkelingsdoeleinden onder de in de financierings- of de leningovereenkomst vastgestelde voorwaarden.» 44. In artikel 234 : - wordt de aanhef vervangen door : « 1.Risicodragend kapitaal kan de vorm aannemen van leningen, deelnemingen of andere semikapitaalbijstand. » - wordt in lid 1 het volgende punt b)bis ingevoegd : « b)bis De bijdragen in semikapitaal kunnen bestaan uit voorschotten van aandeelhouders, converteerbare obligaties, leningen met recht op winstdeling of elke soortgelijke bijdragevorm. » - wordt in lid 1 het punt c) vervangen door : « c) De voorwaarden voor transacties met risicodragend kapitaal zijn afhankelijk van de kenmerken van elk project of programma en zijn over het algemeen gunstiger dan die voor gesubsidieerde leningen. De rentevoet voor leningen aan ACS-Staten of bemiddelende instanties dient in ieder geval lager te zijn dan 3 %. » - worden in lid 1 de volgende punten c)bis en c)ter ingevoegd : « c)bis Middelen in de vorm van risicodragend kapitaal kunnen worden aangewend als bijdrage voor studies ter voorbereiding van investeringen en technische bijstand, zoals bedoeld in artikel 268, lid 1, onder g). De leningen worden in dat geval slechts afgelost indien de investering heeft plaatsgehad. c) ter De participaties of andere vormen van semikapitaalbijstand worden vergoed op basis van de resultaten van het betrokken project of programma en de tot stand gekomen winst wordt door de Gemeenschap en de bij bedoeld project of programma betrokken partijen gedeeld.» - en wordt lid 2, onder b) vervangen door : « b) in geval van financiering met behulp van risicodragend kapitaal ten behoeve van kleine en middelgrote ondernemingen, hierna « KMO's » genoemd, wordt het wisselkoersrisico verdeeld over enerzijds de Gemeenschap en anderzijds de andere betrokken partijen. Gemiddeld wordt het wisselkoersrisico gelijkelijk verdeeld. » 45. In artikel 235 wordt het volgende punt b)bis ingevoegd : « b)bis Wanneer het gaat om rechtstreekse financiering in de particuliere sector ten behoeve van zuiver commerciële projecten, wordt de in punt b) vermelde rentesubsidie niet toegepast op leningen die worden toegekend aan niet-ACS-kredietnemers of aan ACS-ondernemingen waarvan de meerderheid van de aandelen niet in ACS-handen zijn.» 46. In artikel 236 wordt punt a) vervangen door : « a) draagt met de door haar beheerde middelen bij tot de economische en industriële ontwikkeling van de ACS-Staten op nationale en regionale schaal;daartoe financiert zij bij voorrang rendabele projecten en programma's, of andere op het bevorderen van de particuliere sector gerichte investeringen, in de sectoren industrie, landbouwindustrie, toerisme, mijnbouw, energie, alsmede vervoer en telecommunicatie voor zover deze op die sectoren betrekking hebben.
Naast deze prioritaire sectoren kan de Bank in andere sectoren, met name de teelt van industriegewassen, rendabele projecten en programma's uit eigen middelen financieren; » 47. In artikel 243 wordt « 1.» toegevoegd aan het begin van de eerste alinea en wordt het volgende lid 2 toegevoegd : « 2. De ACS-Staten en de Gemeenschap erkennen eveneens dat het noodzakelijk is het opzetten van regionale hervormingsprogramma's aan te moedigen door erop toe te zien dat bij het uitwerken en uitvoeren van de nationale programma's naar behoren rekening wordt gehouden met de regionale activiteiten die van invloed zijn op de nationale ontwikkeling. De steun voor structurele aanpassing moet te dien einde eveneens gericht zijn op : a) het van bij het begin van de situatiebeoordeling in aanmerking nemen van maatregelen ter aanmoediging van de regionale integratie en van de gevolgen van een grensoverschrijdende aanpassing;b) het ondersteunen van de harmonisatie en coördinatie van het macro-economisch en sectorieel beleid, met inbegrip van de belasting- en douanestelsels, met het oog op zowel de regionale integratie als een structurele hervorming op nationaal niveau;c) het aanmoedigen en ondersteunen van de tenuitvoerlegging van een sectorieel hervormingsbeleid op regionaal niveau;d) het ondersteunen van de liberalisering van de handel, het betalingsverkeer en de buitenlandse investeringen.» 48. In artikel 244 wordt punt c) vervangen door : « c) de steun draagt bij tot de verwezenlijking van de prioritaire doelstellingen van de ACS-Staten op het gebied van de ontwikkeling, zoals landbouw- en plattelandsontwikkeling, continuïteit van de voedselvoorziening, PMDT, ontwikkeling van de handel en milieubescherming, alsook tot verlichting van de schuldenlast;» 49. In artikel 246 wordt de aanhef van lid 1 vervangen door : « 1.Alle ACS-Staten komen in principe in aanmerking voor steun voor structurele aanpassing afhankelijk van de omvang van de aangevangen of overwogen hervormingen op macro-economisch of sectorieel gebied, met inachtneming van de regionale context, de doeltreffendheid ervan en de mogelijke gevolgen voor de economische, sociale en politieke aspecten van de ontwikkeling en tevens gelet op de economische en sociale problemen van die Staten, zoals die kunnen worden beoordeeld aan de hand van de volgende factoren : » 50. In artikel 247 : - wordt lid 2 vervangen door : « 2.Aanpassingssteun wordt verleend in de vorm van : a) sectoriële of algemene invoerprogramma's overeenkomstig artikel 224, onder c), en artikel 225;b) budgettaire steun overeenkomstig artikel 224, onder d);c) technische bijstand die verband houdt met steunprogramma's voor structurele aanpassing.»; - wordt lid 4 vervangen door : « 4. De steun voor structurele aanpassing wordt soepel ten uitvoer gelegd door toepassing van de volgende instrumenten naar gelang van de omstandigheden : a) een algemeen invoerprogramma (AIP) in overeenstemming met het begrip « steun voor structurele aanpassing » zoals dat in de Overeenkomst wordt omschreven, dat normaliter het meest geschikte instrument is voor landen die macro-economische hervormingen invoeren;b) budgettaire steun aan de ACS-Staten met het oog op een meer integere, doeltreffende en onpartijdige tenuitvoerlegging van hun begrotingen;c) een sectorieel invoerprogramma (SIP), ter ondersteuning van een sectorieel aanpassingsprogramma of om in geval van macro-economische hervormingen meer sectorieel effect te sorteren.»; - wordt het volgende lid 5 toegevoegd : « 5. De in lid 4 omschreven instrumenten kunnen onder dezelfde voorwaarden eveneens worden aangewend voor het verlenen van steun aan de op grond van artikel 246 in aanmerking komende ACS-Staten die op intraregionale economische liberalisatie gerichte hervormingen tot stand brengen ten aanzien waarvan de balans voor het overgangsstadium nettokosten te zien geeft. » 51. In artikel 248 wordt punt c) vervangen door « c) een zo ruim en doorzichtig mogelijke toegang voor het ACS-bedrijfsleven tot de middelen van het programma en aanbestedingsprocedures die zijn afgestemd op de administratieve en commerciële praktijken van de betrokken Staat, waarbij voor in te voeren goederen een optimale prijs/kwaliteit-verhouding en met betrekking tot de harmonisatie van de procedures voor het verlenen van steun voor structurele aanpassing de nodige samenhang met de op internationaal niveau verwezenlijkte vooruitgang wordt gewaarborgd;» 52. In titel III, hoofdstuk 2, wordt de volgende afdeling 4bis ingevoegd : « Afdeling 4bis Gedecentraliseerde samenwerking Artikel 251 A.- 1. Ter versterking en diversifiëring van de basis voor de ontwikkeling op lange termijn van de ACS-Staten en om alle instanties van de ACS-Staten en de Gemeenschap die een bijdrage kunnen leveren aan de autonome ontwikkeling van de ACS-Staten aan te moedigen initiatieven te ontplooien, steunt de ACS-EG-samenwerking, binnen de door de betrokken ACS-Staten te bepalen grenzen, deze ontwikkelingsactiviteiten in het kader van de gedecentraliseerde samenwerking, met name door bundeling van de werkzaamheden en de middelen van de instanties in de ACS-Staten en in de Gemeenschap. Met deze vorm van samenwerking wordt in het bijzonder beoogd om de vaardigheden, de innovatieve aanpak en het potentieel van de gedecentraliseerde samenwerkingsinstanties in dienst te stellen van de ontwikkeling van de ACS-Staten. 2. De in dit artikel bedoelde instanties zijn de ge …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.