{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Deze opmerking geldt eveneens voor het ontworpen artikel 8, § 1, eerste lid, 5°, (artikel 5 van het ontwerp). 30. De gemachtigden verklaarden dat de verwijzing naar een \"chirurgisch\" mondmasker in het ontworpen artikel 6, § 2, eerste lid, 11°, zal worden geschrapt, zodat enkel een \"mondmasker\" wordt vereist.31. Het ontworpen artikel 6, § 2, derde lid, verplicht tot het gebruik van een CE gemarkeerde luchtkwaliteitsmeter (CO2) in de eet- en drankgelegenheden van de horecasector, behalve op een open terras.Dit toestel moet worden geïnstalleerd op een voor de bezoeker duidelijk zichtbare plaats. De gemachtigden verklaarden het volgende over dit vereiste: \"Er dient minstens één apparaat per zaak aanwezig te zijn, in de ruimte waar eten en dranken worden geserveerd.\" In de aanhef wordt dienaangaande het volgende vermeld: \"Overwegende dat het gebruik van CE gemarkeerde luchtkwaliteitsmeters (CO2) nodig blijkt om de bevolking te beschermen tegen de verhoogde besmettingsrisico's in bepaalde besloten inrichtingen of ruimtes, in het bijzonder in de fitnesscentra en de besloten ruimten van de eet- en drankgelegenheden in de horecasector, omdat daar, door de aard van de activiteiten die er worden uitgeoefend, bijzonder veel aërosolen zich verspreiden; dat deze meters dienen te worden geïnstalleerd op een centrale plaats, en niet naast een deur, raam of ventilatiesysteem.\" De steller van het ontwerp moet nagaan of het, in het licht van de pertinentie en de doelmatigheid van de ontworpen bepaling, niet aangewezen is om te voorzien in de verplichting om zo'n toestel te plaatsen in elke afgesloten ruimte van de betrokken inrichting veeleer dan enkel \"op een centrale plaats\", zoals in de aanhef wordt vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien moet nagegaan worden hoe het criterium in de ontworpen bepaling (\"op een voor de bezoeker duidelijk zichtbare plaats\") zich verhoudt tot het criterium vermeld in de aanhef (\"op een centrale plaats\") en welk criterium opnieuw in het licht van de pertinentie en de doelmatigheid van de ontworpen bepaling voorrang heeft indien een voor de bezoeker duidelijk zichtbare plaats niet de optimale efficiëntie behaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze opmerking geldt eveneens voor het ontworpen artikel 8, § 1, derde lid, (artikel 5 van het ontwerp). 32. Het ontworpen artikel 6, § 2, vierde lid, luidt als volgt: \"Tenzij het een open terras betreft, is een receptie of banket enkel toegelaten voor een maximum van 50 klanten.\" De gemachtigden lichtten de gehanteerde begrippen als volgt toe: \"Les deux termes sont utilisés dans leur sens usuel à savoir : - Réception : Réunion de personnes invitées, souvent à caractère mondain. - Banquet : Repas d'apparat, rassemblant de nombreux convives pour célébrer un événement important.\" De vraag rijst evenwel of de verwijzing naar het \"caractère mondain\" of het \"événement important\" niet tot onduidelijkheid en dus tot rechtsonzekerheid, alsook tot moeilijk te verantwoorden ongelijke behandelingen, leidt. Is het werkelijk de bedoeling dat een maaltijd (\"repas\") voor een niet belangrijk evenement niet kan worden georganiseerd voor een maximum van 50 klanten? De steller van het ontwerp moet de twee gesuggereerde definities dan ook opnieuw onderzoeken en ze desgevallend in een aangepaste versie opnemen in het ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze opmerking geldt eveneens voor het ontworpen artikel 15, § 7 (artikel 11 van het ontwerp), waar deze termen ook voorkomen. 33. Op de vraag wat het maximum aantal klanten is wanneer in één horeca inrichting meerdere recepties of banketten worden georganiseerd, antwoordden de gemachtigden als volgt: \"Het aantal klanten dat aanwezig is per afgescheiden receptie of banket (het gaat om de activiteit) mag het maximum aantal van 50 klanten niet overschrijden.Er kunnen dus meerdere recepties en banketten worden georganiseerd in dezelfde inrichting zolang het maximum aantal klanten van 50 (per afgescheiden receptie of banket) niet wordt overschreden.\" Met het oog op de rechtszekerheid is het raadzaam om dit uitdrukkelijk te regelen in de ontworpen bepaling, met inbegrip van de voorwaarde dat het om afgescheiden recepties en banketten moet gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5 34. Het ontworpen artikel 8, § 1, eerste lid, 3°, bevat de volgende voorwaarde: \"het bedekken van de mond en neus met een mondmasker in de onderneming of vereniging is verplicht in de voor het publiek toegankelijke ruimtes, en indien de regels van de social distancing niet kunnen worden nageleefd wegens de aard van de uitgeoefende activiteit worden andere persoonlijke beschermingsmiddelen sterk aanbevolen, onverminderd artikel 25\". De gemachtigden bevestigden dat het om \"twee afzonderlijke regels\" gaat, namelijk enerzijds een mondmaskerplicht in publiek toegankelijke ruimtes en anderzijds een loutere aanbeveling om \"andere\" persoonlijke beschermingsmiddelen te gebruiken \"indien de regels van social distancing niet kunnen worden nageleefd\".</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemachtigden verklaarden verder dat het gebruik van mondmaskers niet onder \"de regels van de social distancing\" valt.(45) Het huidige artikel 25 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 numac 2020010455 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2020 numac 2020015932 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. - Duitse vertaling sluiten luidt echter als volgt: \"Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof wanneer het onmogelijk is om de naleving van de regels van social distancing te garanderen, met uitzondering van de gevallen bedoeld in artikel 23, § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenieder, met uitzondering van kinderen tot en met 12 jaar, is in elk geval verplicht om de mond en de neus te bedekken met een mondmasker of elk ander alternatief in stof op de volgende plaatsen: 1° de winkels en de winkelcentra;2° de conferentiezalen;3° de auditoria;4° de gebouwen der eredienst en de gebouwen bestemd voor de openbare uitoefening van de niet-confessionele morele dienstverlening;5° de bibliotheken, de spelotheken en de mediatheken;6° de winkelstraten, de markten, en elke private of publieke druk bezochte plaats, bepaald door de bevoegde lokale overheid en afgebakend met een aanplakking die de tijdstippen preciseert waarop de verplichting van toepassing is;7° de inrichtingen en plaatsen waar horeca-activiteiten toegelaten zijn, zowel de klanten als het personeel, tenzij gedurende het eten, drinken, of aan tafel zitten;8° bij verplaatsingen in de publieke en niet-publieke delen van de gerechtsgebouwen, alsook in de zittingszalen bij elke verplaatsing en, in de andere gevallen, overeenkomstig de richtlijnen van de kamervoorzitter;9° tijdens de evenementen, culturele en andere voorstellingen en professionele sportieve wedstrijden;10° tijdens de handelsbeurzen, met inbegrip van de salons. Wanneer het dragen van een mondmasker of elk alternatief in stof niet mogelijk is omwille van medische redenen, mag een gelaatsscherm worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die in de onmogelijkheid zijn een mondmasker, een alternatief in stof of een gelaatsscherm te dragen omwille van een beperking, gestaafd door middel van een medisch attest, moeten niet voldoen aan de bepalingen van dit besluit die deze verplichting voorzien.\" (46) Over de \"andere persoonlijke beschermingsmiddelen\" verklaarden de gemachtigden het volgende: \"Dit kan onder andere de afwijkingsmogelijkheid zijn die wordt beoogd in artikel 25 van het te wijzigen besluit, maar ook andere maatregelen zoals bijvoorbeeld het dragen van handschoenen.\" Zoals het ontworpen artikel 8, § 1, eerste lid, 3°, thans is geformuleerd, rijst de vraag naar de verhouding ervan met het huidige artikel 25. Tevens rijst de vraag waarom de regeling inzake het gebruik van een mondmasker of andere persoonlijke beschermingsmiddelen minder streng is wanneer de \"regels van social distancing\" niet kunnen worden nageleefd dan wanneer die regels net wel kunnen worden nageleefd. In het eerste geval wordt immers slechts een aanbeveling geformuleerd en geen verplichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De steller van het ontwerp moet de ontworpen bepaling aan een nieuw onderzoek onderwerpen in het licht van deze vaststellingen. 35. Op de vraag wat wordt bedoeld met de term \"openbare ruimten\" in het ontworpen artikel 8, § 1, eerste lid, 5°, antwoordden de gemachtigden als volgt: \"De notie `openbare ruimten' omvat zowel de notie `openbare weg' als de `voor het publiek toegankelijke plaatsen', met inbegrip van plaatsen die `afgesloten en overdekt' zijn.\" Het is raadzaam om, ter wille van de rechtszekerheid, een definitie uit te werken voor deze term.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 10 36. De gemachtigden bevestigden, met betrekking tot het ontworpen artikel 14, § 2, dat het verbod van samenscholingen van meer dan vijftig personen in de \"private ruimte\", ook slaat op samenscholingen in open lucht (op privédomein).Dit moet ter wille van de rechtszekerheid worden verduidelijkt in de tekst van de ontworpen bepaling. 37. In het ontworpen artikel 14, § 3, wordt voorzien in de verplichting voor toegelaten samenscholingen om groepen te vormen van maximum vier personen, kinderen tot en met twaalf jaar niet meegeteld. De vraag rijst evenwel of dergelijke groepen dezelfde moeten blijven gedurende de hele activiteit of dat die groepen tijdens eenzelfde activiteit mogen wisselen van samenstelling. De gemachtigden verklaarden dat de groepen niet mogen wisselen van samenstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit moet, eveneens ter wille van de rechtszekerheid, worden verduidelijkt in de tekst van de ontworpen bepaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze opmerking geldt mutatis mutandis voor de overige bepalingen in het ontwerp waarin gewag wordt gemaakt van de verplichting tot indeling in groepen voor bepaalde activiteiten of evenementen.(47) Artikelen 11 en 13 38. Op het verzoek om de draagwijdte te verduidelijken van de woorden \"in de mate van het mogelijke\" die voorkomen in het ontworpen artikel 15, § 2, tweede lid, 3°, (artikel 11 van het ontwerp) hebben de gemachtigden het volgende geantwoord: \"Het naleven van deze maatregel is geen resultaatsverbintenis maar een inspanningsverbintenis.Indien het mogelijk is dienen de maatregelen van social distancing dus wel te worden gerespecteerd maar indien ze niet kunnen worden nageleefd zal dit niet gesanctioneerd worden. Deze bepaling zou kunnen worden verplaatst naar artikel 23.\" Die precisering zou inderdaad beter op haar plaats zijn in artikel 23 van het te wijzigen besluit. 39. Bij de huidige stand van de regelgeving kan de lokale overheid op grond van artikel 16 van voormeld ministerieel besluit van 28 oktober 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 numac 2020010455 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2020 numac 2020015932 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. - Duitse vertaling sluiten bepaalde vergunningen afgeven met betrekking tot het opzetten van culturele, sportieve of andere evenementen \"die buiten worden georganiseerd\" (artikel 15, § 8), van statische betogingen die op de openbare weg plaatsvinden (artikel 15, § 9) of van handelsbeurzen die \"buiten worden georganiseerd\" (artikel 15, § 10).Dit vergunningsstelsel doet geen bijzondere moeilijkheid rijzen in het licht van artikel 26 van de Grondwet, aangezien het telkens gaat om \"bijeenkomsten in de open lucht\" in de zin van het tweede lid van dat artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 15 en 16 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 numac 2020010455 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2020 numac 2020015932 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. - Duitse vertaling sluiten worden bij de artikelen 11 en 13 van voorliggend ontwerp gewijzigd, inzonderheid om het vergunningsstelsel toe te passen op het organiseren van bijeenkomsten in binnenruimtes van gebouwen voor erediensten met het oog op het optrekken van het aantal personen dat tegelijk in het gebouw aanwezig mag zijn (ontworpen artikel 15, § 4, vierde lid) alsook op diverse evenementen die binnen georganiseerd worden (ontworpen artikel 15, § 5, eerste lid).</p>\n<p class=\"lf-p\">Die bijeenkomsten, die in een afgesloten en overdekte plaats gehouden worden, vallen niet meer onder het toepassingsgebied van artikel 26, tweede lid, van de Grondwet en mogen dan ook niet onderworpen worden aan een stelsel van \"voorafgaand verlof\".(48) Artikel 26, eerste lid, van de Grondwet luidt immers als volgt: \"De Belgen hebben het recht vreedzaam en ongewapend te vergaderen, mits zij zich gedragen naar de wetten, die het uitoefenen van dit recht kunnen regelen zonder het echter aan een voorafgaand verlof te onderwerpen.\" De algemene vergadering van de afdeling Wetgeving heeft in voormeld advies 68.936/AV de volgende opmerking gemaakt bij artikel 5 van het voorontwerp van wet dat toen voorlag, teneinde de draagwijdte te verduidelijken van het grondwettelijk verbod op preventieve maatregelen waarbij de vrijheden ingeperkt worden: \"96. De maatregelen bedoeld in artikel 5, § 1, kunnen onder andere bestaan in `verboden, sluitingen of beperkingen' in verschillende domeinen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet evenwel aan herinnerd worden dat die maatregelen in geen enkel geval mogen bestaan in preventieve maatregelen die bij de Grondwet verboden zijn. In dat verband kan worden verwezen naar artikel 19 (vrijheid van meningsuiting)(49), artikel 24, § 1, eerste lid (vrijheid van onderwijs), artikel 25 (vrijheid van drukpers), artikel 26 (vrijheid van vergadering)(50) en artikel 27 (vrijheid van vereniging) van de Grondwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State `[kunnen] preventieve maatregelen hierin (...) worden gekenmerkt dat zij bepaalde voorwaarden of formaliteiten opleggen waaraan moet zijn voldaan vooraleer het desbetreffende recht in de praktijk kan worden uitgeoefend, afgezien van de vraag of van de vrijheid misbruik wordt gemaakt of kan worden gemaakt, en dat het niet nakomen van de gestelde voorwaarden op zichzelf een strafbaar feit uitmaakt'(51) .</p>\n<p class=\"lf-p\">Die maatregelen onderscheiden zich van repressieve maatregelen die uitsluitend van toepassing zijn wanneer de persoon gebruik gemaakt heeft van zijn vrijheid op een door of krachtens de wet verboden wijze.(52) Het Grondwettelijk Hof heeft evenwel een definitie van de preventieve maatregel aangenomen die ingegeven is door het voorwerp van die preventieve maatregel. Bij de beoordeling van de grondwettelijkheid van de besluitwet van 29 december 1945 `houdende verbod tot het aanbrengen van opschriften op den openbaren weg', heeft het Grondwettelijk Hof immers het volgende verduidelijkt: `B.5.1. Uit artikel 1 van de in het geding zijnde besluitwet blijkt dat de mogelijkheid om te afficheren wordt beperkt tot bepaalde plaatsen, namelijk degene die door de gemeente daartoe zijn bestemd en degene waarvoor de eigenaar of de gebruiksgerechtigde vooraf schriftelijk zijn toestemming heeft gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus regelt de besluitwet een aantal modaliteiten wat de affichage betreft, zonder evenwel te voorzien in preventieve maatregelen. Zo wordt de mogelijkheid om te afficheren geenszins afhankelijk gemaakt van een voorafgaande inhoudelijke beoordeling van de boodschap. De in het geding zijnde besluitwet verleent de overheid immers geen enkele bevoegdheid om een meningsuiting, van welke aard ook, a priori te controleren of te verbieden, maar voorziet enkel in sancties a posteriori. (...) B.6.3. Door het afficheren te verbieden op andere plaatsen dan diegene die door de gemeenteoverheid daartoe zijn bestemd of het afficheren enkel toe te staan na een voorafgaande en schriftelijke toestemming van de gebruiksgerechtigde of de eigenaar, strekt de in het geding zijnde besluitwet ertoe de openbare orde te handhaven en de rechten van anderen te beschermen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het geding zijnde bepalingen beantwoorden aldus aan een dwingende maatschappelijke noodwendigheid en zijn niet onevenredig met de door de wetgever nagestreefde doelstellingen. Een onbeperkte mogelijkheid om te afficheren op plaatsen die deel uitmaken van het openbaar domein of van privé-eigendommen, zou immers kunnen leiden tot verstoring van de openbare orde, visuele vervuiling, milieuhinder, en aantasting van de eigendomsrechten van derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verbodsbepalingen waarin de besluitwet van 29 december 1945 voorziet, overschrijden bijgevolg niet de grenzen en de voorwaarden waarin de wetgever de uitoefening van de vrijheid van meningsuiting kan beperken. Van een ongeoorloofde en discriminatoire inbreuk op de vrijheid van meningsuiting is aldus geen sprake.'(53) Daaruit vloeit voort dat wanneer, met name, de toegang tot een school of een plaats van eredienst wordt beperkt of verboden louter op grond van overwegingen die verband houden met de volksgezondheid, zonder enige beoordeling van het onderwijs of de cultuur, zulk een beperking of verbod geen \"preventieve maatregel\" vormt als bedoeld in de artikelen 19 en 24, § 1, van de Grondwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de vaststelling van de maatregelen waarvan sprake is in artikel 5, § 1, van het voorliggende voorontwerp, dient dan ook onderzocht te worden of deze, gelet op de draagwijdte ervan, geen bij de Grondwet verboden preventieve maatregelen zijn.\"(54) Om dezelfde redenen kunnen de artikelen 11 en 13 van voorliggend ontwerp, voor zover daarbij een vergunningsstelsel ingevoerd wordt dat toepassing zou vinden op bijeenkomsten die niet \"in de open lucht\" plaatsvinden, enkel verenigbaar zijn met artikel 26, eerste lid, van de Grondwet als de rol van de administratieve overheid geenszins verder reikt dan het objectief vaststellen van de omstandigheid dat aan de sanitaire voorwaarden zoals die voortvloeien uit de \"CERM\", of, in voorkomend geval, uit de \"CIRM\", al dan niet vervuld zijn en daar voor het overige geen enkele andere beoordelingsbevoegdheid aan te pas komt, onder voorbehoud van hetgeen hierna, in opmerking 40, uiteengezet wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die ontworpen bepalingen en artikel 16 van voormeld ministerieel besluit van 28 oktober 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 numac 2020010455 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2020 numac 2020015932 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. - Duitse vertaling sluiten moeten aldus herzien worden dat elke onduidelijkheid op dit punt vermeden wordt. 40. In voormeld advies 69.305/AV heeft de algemene vergadering van de afdeling Wetgeving het volgende geoordeeld: \"In zoverre de CERM en CIRM louter een ondersteunende functie hebben voor de bevoegde lokale overheden, kan met de gehanteerde werkwijze worden ingestemd. Dat betekent niet alleen dat deze instrumenten geen afwijkingen mogen bevatten van het te wijzigen ministerieel besluit, maar ook dat de bevoegde lokale overheid niet zonder meer gebonden is door de uitkomst van de bedoelde modellen.\"(55) Volgens het ontworpen artikel 15, § 5, eerste lid, mogen bepaalde evenementen bijgewoond worden door een \"zittend publiek van maximum 75 % van de CIRM-capaciteit, zonder 200 personen te overschrijden\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de vraag of aldus aan de CIRM geen verordenend karakter toegekend wordt, hebben de gemachtigden het volgende geantwoord: \"De capaciteit wordt finaal bepaald door de lokale overheid; het betreft derhalve een beslissing van de lokale overheid waarbij zij de CIRM kunnen hanteren als advies-model (die vanuit die optiek dus geen verordenende kracht heeft).\" Uit het onderzoek blijkt evenwel dat, in weerwil van de uitleg die aldus verstrekt is, bij de voorliggende teksten uiteindelijk wel degelijk een verordenende draagwijdte toegekend wordt aan de rekenmethodes die vervat zijn in de CIRM; op dit punt wordt verwezen naar de opmerkingen 20.1 tot 20.3. Die oplossing, die overigens in overeenstemming is met wat krachtens artikel 26 van de Grondwet vereist is om het grondwettelijk verbod te kunnen ontlopen op het invoeren van een regeling van voorafgaande verloven voor bijeenkomsten die niet in de open lucht gehouden worden,(56) moet evenwel in ondubbelzinnige bewoordingen opgenomen worden in de voorliggende teksten en in de aanhef, wat impliceert dat de CERM en de CIRM daarin gedefinieerd moeten worden en dat daaraan de bekendheid vereist bij artikel 190 van de Grondwet gegeven moet worden, bijvoorbeeld door ze als bijlagen bij het ontworpen besluit te voegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">DE GRIFFIER DE VOORZITTER Béatrice DRAPIER Pierre VANDERNOOT _______ Nota's * Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat de termijn van vijf werkdagen verlengd wordt tot acht werkdagen in het geval waarin het advies gegeven wordt door de verenigde kamers met toepassing van artikel 85bis. (1) Advies 69.253/AV, op 23 april 2021 gegeven over een ontwerp dat heeft geleid tot het ministerieel besluit van 24 april 2021Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/04/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2021 numac 2021031172 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/04/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/05/2021 numac 2021031495 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. - Addendum sluiten `houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 numac 2020010455 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2020 numac 2020015932 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. - Duitse vertaling sluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken' (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/69253.pdf). (2) Advies 69.305/AV, op 6 mei 2021 gegeven over een ontwerp dat heeft geleid tot het ministerieel besluit van 7 mei 2021Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2021 numac 2021031513 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/05/2021 numac 2021041415 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020 houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. - Duitse vertaling type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/06/2021 numac 2021031562 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Addendum sluiten `houdende wijziging van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 numac 2020010455 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2020 numac 2020015932 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. - Duitse vertaling sluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken' (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/69305.pdf). (3) Adv.RvS 69.253/AV, opmerking 3; adv.RvS 69.305/AV, opmerking 3. (4) Adv.RvS 69.253/AV, opmerking 10.4; adv.RvS 69.305/AV, opmerking 9.4. (5) Zie o.a. de zaken 7543 en 7544 ingediend op 9 maart 2021. (6) Adv.RvS 69.305/AV, opmerkingen 9.5 en 9.6. (7) Adv.RvS 69.253/AV, opmerking 9; adv.RvS 69.305/AV, opmerking 8. (8) Wetsontwerp `betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie' (Parl.St. Kamer 2020-21, nr. 55-1951/001). (9) Adv.RvS 69.253/AV, opmerking 9; adv.RvS 69.305/AV, opmerking 8. (10) Adv.RvS 69.253/AV, opmerking 10.4; adv.RvS 69.305/AV, opmerking 9.4. (11) Voetnoot 16 van het geciteerde advies: Artikel 181, § 1, van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2008 numac 2008000526 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2007 numac 2007023065 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de vergoeding van schade als gevolg van gezondheidszorg type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2007 numac 2007011344 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/2007 numac 2007011335 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/2007 numac 2007000543 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle sluiten betreft de mogelijkheid voor de minister om \"de personen en zaken die hij nodig acht\" op te vorderen.Het actueel voorliggende ontwerp lijkt geen dergelijke maatregelen te bevatten. (12) Adv.RvS 69.305/AV, opmerking 9.5. (13) Vergelijk met adv.RvS 69.305/AV, opmerkingen 10.1 en 10.2. (14) Voetnoot 174 van het geciteerde advies: Wat dit beginsel betreft, zie supra randnummers 70 en v.(15) Voetnoot 175 van het geciteerde advies: Vaste rechtspraak van het Grondwettelijk Hof: zie inzonderheid GwH 18 maart 2010, nr.29/2010, B.16.1; GwH 20 februari 2020, nr. 27/2020, B.17. (16) Advies 68.936/AV, op 7 april 2021 gegeven over het voorontwerp dat heeft geleid tot het voornoemde ontwerp van wet `betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie', 55 e.v. (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/68936.pdf). (17) Adv.RvS 68.978/VR van 16 maart 2021 over een voorontwerp dat geleid heeft tot de wet van 8 april 2021Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/04/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/2021 numac 2021030911 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 24 maart 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de gegevensoverdracht van noodzakelijke gegevens naar de gefedereerde entiteiten, de lokale overheden of politiediensten met als doel het handhaven van de verplichte quarantaine of testing van de reizigers komende van buitenlandse zones bij wie een quarantaine of testing verplicht is bij aankomst in België sluiten `houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 24 maart 2021 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de gegevensoverdracht naar de gefedereerde entiteiten, de lokale overheden of politiediensten met als doel het handhaven van de verplichte quarantaine of testing van de reizigers afkomstig uit buitenlandse zones bij wie een quarantaine of testing verplicht is bij aankomst in België', http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/68978.pdf, opmerking 24. (18) Opdat de Internationale Gezondheidsregeling een wettelijk karakter zou krijgen, volstaat het niet dat ze in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt en zelfs het voorwerp is geweest van het protocol van 5 november 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten1 gesloten tussen de Federale Overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet, `tot vaststelling van de generische structuren voor het sectoraal gezondheidsbeheer van crisissen voor de volksgezondheid en hun werkwijze voor de toepassing van het Internationaal Gezondheidsreglement (2005), en Besluit nr.1082/2013/EU over ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid' (B.S. 14 december 2018). (19) Zie, als recentste advies, advies 69.324/VR, op 17 mei 2021 gegeven over een voorontwerp van ordonnantie `houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, de Duitstalige Gemeenschap, het Waalse Gewest en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende bijzondere verwerkingen van persoonsgegevens met het oog op het opsporen en onderzoeken van clusters en collectiviteiten, met het oog op de handhaving van de verplichte quarantaine en testing en met het oog op het toezicht op de naleving door de bevoegde sociaal inspecteurs van de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 tegen te gaan op de arbeidsplaatsen'. (20) Voetnoot 19 van het geciteerde advies: Adv.RvS 53.932/AV van 27 augustus 2013 over een voorstel dat he[ef]t geleid tot de bijzondere wet van 6 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/01/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/01/2014 numac 2014021007 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 77 van de Grondwet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/01/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/01/2014 numac 2014200332 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet sluiten `met betrekking tot de Zesde Staatshervorming' (Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-2232/1). (21) Voetnoot 20 van het geciteerde advies: Voornoem[d] adv.RvS 67.142/AV van 25 maart 2020, opm. 6. (22) Voetnoot 21 van het geciteerde advies: Voornoem[d] adv.RvS 53.932/AV; Zie ook: adv. RvS 53.018/VR van 13 mei 2013 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende de gezondheidscontrole van het internationale verkeer', opmerking 9; adv. RvS 66.387/1/V van 29 augustus 2019 over een ontwerp dat heeft [geleid] tot het koninklijk besluit van 11 december 2019 `betreffende de modaliteiten inzake het manipuleren en bewaren van poliovirussen van type 2', opmerking 7.5;</p>\n<p class=\"lf-p\">GwH 15 februari 2009, nr. 2/2009, B.5.2. (23) Advies 68.936/AV, opmerkingen 10 en 11. (24) Voetnoot 74 van het geciteerde advies: Het beginsel van de federale loyauteit houdt voor elke overheid de verplichting in om bij het uitoefenen van de eigen bevoegdheden het evenwicht van de federale constructie in haar geheel niet te verstoren en de belangen van de andere entiteiten niet te schaden.De federale loyauteit betreft meer dan de loutere uitoefening van bevoegdheden: zij geeft aan in welke geest dat moet geschieden. (GwH 18 maart 2021, nr. 47/2021, overw.</p>\n<p class=\"lf-p\">B.11; zie ook: J. Vanpraet, \"De algemene beginselen van de bevoegdheidsverdeling\", in B. Seutin en G. van Haegendoren (eds.), De transversale bevoegdheden in het federale België, Brugge, die Keure, 2017, 53, nr. 75). (25) Voetnoot 75 van het geciteerde advies: Voetnoot 4 in de geciteerde tekst: Ter zake bestaat een vaste en uitvoerige rechtspraak, in het bijzonder over maatregelen van algemene bestuurlijke politie die door gemeenteoverheden genomen zijn: zie bijvoorbeeld RvS 21 april 2006, nr.157.849, bvba La Démarche; 23 april 2010, nr. 203.235, cv Trocadero; 24 maart 2017, nr. 237.779, Amilcar c.s. (26) Voetnoot 76 van het geciteerde advies: Adv.RvS 63.791/2/V van 6 augustus 2018 over een voorontwerp van wet `betreffende de gemeentelijke bestuurlijke handhaving', alg. opm. 1, b).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(27)</span>Voetnoot 77 van het geciteerde advies: Zie GwH, 18 maart 2021, nr.47/2021, overw. B.15: \"Zoals in B.11 is vermeld, verplicht het beginsel van de federale loyauteit elke wetgever erover te waken dat de uitoefening van zijn eigen bevoegdheid de uitoefening, door de andere wetgevers, van hun bevoegdheden niet onmogelijk of overdreven moeilijk maakt. Wanneer de aangelegenheid die hij wenst te regelen dermate verweven is met de aangelegenheid die onder de bevoegdheid van een andere wetgever valt, kan hij zijn bevoegdheid slechts uitoefenen na vooraf die andere wetgever te hebben geraadpleegd.\" Zie eveneens CC, 21 december 2017, nr. 145/2017, overw. B. 60.2. (28) Voetnoot 78 van het geciteerde advies: Verwezen wordt naar randnummers 66 en 67 hieronder in verband met de gevallen waarin zich noodsituaties zouden kunnen voordoen waarin heel snel maatregelen genomen moeten worden ter bestrijding van een epidemische noodsituatie, zoals die welke beoogd worden in het voorontwerp.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(29)</span>Voetnoot 79 van het geciteerde advies: Reeds in voornoemd advies 67.142/AV van 25 maart 2020 heeft de algemene vergadering van de afdeling Wetgeving gesteld dat de Koning op grond van de hem toegekende bijzondere machten bevoegd was tot \"het sluiten van scholen of universiteiten\". (30) Advies 68.936/AV, opmerkingen 32 tot 35. (31) Zie het tweeëndertigste lid e.v. van de aanhef van het voorliggende ontwerp. (32) Voornoemd advies 69.305/AV, opmerking 12.2. (33) Zie artikel 21 van het ministerieel besluit van 28 oktober 2020Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</div>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 numac 2020010455 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2020 numac 2020015932 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. - Duitse vertaling sluiten `houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken', waarvan artikel 15 van het ontwerp de toepassing beoogt te verlengen tot en met 31 mei 2021.Hierover heeft de algemene vergadering van de afdeling Wetgeving in het voornoemde advies 68.936/AV opgemerkt dat de bevoegdheid van de federale overheid inzake controle van de buitengrenzen inhoudt \"dat zij de toegang tot en het vertrek vanuit het grondgebied kan weigeren omwille van de aanwezigheid of de dreiging van besmettelijke ziekten, (...) dat zij niet-essentiële reizen van en naar het buitenland kan verbieden, en dat zij ook voorwaarden kan opleggen in verband met die toegang tot het grondgebied, zoals het invullen van het Passagier Lokalisatie Formulier (Passenger Locator Form = PLF) (...) voor de afreis naar België en het bij zich houden van dat formulier tijdens de afreis naar België (...).\"Ook blijkt uit de voornoemde adviezen 68.977/VR, 68.978/VR, 68.983/VR, 68.989/VR en 69.000/VR dat de eerder geschetste bevoegdheden van de federale overheid \"(....) niet zover [reiken] dat ze bij de regeling van de toegang tot het grondgebied ook verplichtingen zou kunnen opleggen inzake de afzondering of quarantaine van mogelijk besmette personen of inzake het testen van deze personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zijn immers de gemeenschappen die bevoegd zijn voor de opsporing van en de strijd tegen besmettelijke ziekten, zoals COVID-19, als een onderdeel van hun bevoegdheden inzake preventieve gezondheidszorg. Op grond van die bevoegdheid hebben de gemeenschappen recent onder meer een aantal nieuwe regelingen uitgewerkt of bestaande regelingen aangepast met betrekking tot de contactopsporing in de strijd tegen de COVID-19-pandemie en inzake het verplichte testen en in quarantaine gaan van (vermoedelijk) besmette personen.\" Net zoals de verplichting om het PLF in te vullen, lijkt de verplichting, opgelegd in artikel 21, § 7, om te beschikken over een negatief testresultaat van een test die is afgenomen ten vroegste 72 uur voor het vertrek naar Belgisch grondgebied vanuit een grondgebied dat als rode zone is aangemerkt, te kunnen worden beschouwd als een voorwaarde om het grondgebied te betreden, die onder de bevoegdheid van de federale overheid valt (in dat verband preciseert artikel 21, § 7, effectief dat de vervoerder ertoe gehouden is het instappen te weigeren indien een dergelijk negatief testresultaat niet voorhanden is).</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijzigingen die artikel 15, 3° tot 5°, aanbrengt in die verplichting om te beschikken over een negatief testresultaat, lijken bijgevolg tot de bevoegdheid van de federale overheid te behoren. (34) Namelijk andere wijzigingen dan diegene waarvan in dit advies melding wordt gemaakt of wijzigingen die ertoe strekken tegemoet te komen aan hetgeen in dit advies wordt opgemerkt. (35) Zie eveneens het voornoemde advies 69.305/AV. (36) De rechtspraak van het Grondwettelijk Hof ter zake luidt als volgt: \"[Het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie] sluit niet uit dat een verschil in behandeling tussen bepaalde categorieën van personen wordt ingesteld, voor zover dat verschil op een objectief criterium berust en het redelijk verantwoord is.Dat beginsel verzet zich overigens ertegen dat categorieën van personen, die zich ten aanzien van de aangevochten maatregel in wezenlijk verschillende situaties bevinden, op identieke wijze worden behandeld, zonder dat daarvoor een redelijke verantwoording bestaat.\" (vaste rechtspraak, met name GwH 14 december 2016, nr. 163/2016).</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(37)</span>Ontworpen artikel 8, § 1, eerste lid, 3°, en tweede lid, (artikel 5 van het ontwerp);ontworpen artikel 14, § 3, (artikel 10 van het ontwerp); ontworpen artikel 23, § 2, zesde streepje (artikel 16 van het ontwerp); ontworpen artikel 25, vijfde lid (artikel 17 van het ontwerp). (38) Het ontworpen artikel 6, § 2, eerste lid, 2°, (artikel 3 van het ontwerp), het ontworpen artikel 8, § 1, eerste lid, 3° en 4° (artikel 5 van het ontwerp) en het ontworpen artikel 15, §§ 1 en 4, vijfde lid, 4° (artikel 11 van het ontwerp).(39) Er wordt ook verwezen naar opmerking 34.(40) Het ontworpen artikel 13, derde lid (artikel 9 van het ontwerp) en het ontworpen artikel 15, § 2, tweede lid, 3° (artikel 11 van het ontwerp).</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(41)</span>Adv.RvS 69.305/AV, opmerkingen 21 en 22. (42) De gemachtigden bezorgden de volgende - meest recent versie - van deze gids: - FR: https://economie.fgov.be/sites/default/files/Files/Publications/ files/coronavirus-guide-ouverture-commerces.pdf; - NL: https://economie.fgov.be/sites/default/files/Files/Publications/ files/coronavirus-gids-opening-handel.pdf. (43) https://werk.belgie.be/nl/nieuws/verklaring-van-de-sociale-partners-van-de-hoge-raad-voor-preventie-en-bescherming-op-het (44) Voornoemd advies 69.305/AV, opmerking 23. (45) Over die \"regels van de social distancing\", zie opmerking 19. (46) Artikel 17 van het ontwerp vult dit artikel aan met een vijfde lid, dat als volgt luidt: \"Het mondmasker of elk alternatief in stof mag occasioneel worden afgezet om te eten en te drinken, en wanneer het dragen ervan onmogelijk is omwille van de aard van de activiteit.\" (47) Ontworpen artikel 5, vierde lid (artikel 2, 6°, van het ontwerp), ontworpen artikel 8, § 1, tweede lid (artikel 5 van het ontwerp), ontworpen artikel 9, 5° (artikel 6, 1°, van het ontwerp), ontworpen artikel 13, tweede lid (artikel 9 van het ontwerp), ontworpen artikel 14, § 3 (artikel 10 van het ontwerp), en ontworpen artikel 15, § 2, eerste lid, en § 6, (artikel 11 van het ontwerp). (48) Advies 52.523/AV, dat op 8 januari 2013 gegeven is over een wetsvoorstel `modifiant la législation relative à la répression du racisme en vue d'interdire les réunions de groupes racistes et néonazis', `tot wijziging van de racismewetgeving wat het verbod van bijeenkomsten van racistische en neonazistische groeperingen betreft' opmerking 5 (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/52523.pdf) (49) Voetnoot 163 van het aangehaalde advies: In verband met de vrijheid van meningsuiting wordt bij artikel 19 van de Grondwet enkel de \"bestraffing van de misdrijven die ter gelegenheid van het gebruikmaken van die vrijhe[id] worden gepleegd\" toegestaan.Wat de vrijheid van meningsuiting betreft, heeft het Grondwettelijk Hof geoordeeld dat die grondwetsbepaling er niet aan in de weg staat dat de uitoefening ervan afhankelijk wordt gesteld van bepaalde formaliteiten, die geen voorafgaande inhoudelijke beoordeling van de boodschap inhouden, voor zover het gaat om maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de doelstellingen die uitdrukkelijk vermeld worden in de internationale verdragsbepalingen tot bescherming van de vrijheid van meningsuiting, zoals de openbare orde en de bescherming van de rechten van anderen (GwH 22 oktober 2003, nr. 136/2003, B.5.1 en B.6.1 tot B.6.3).</div>\n<p class=\"lf-p\">Zie advies RvS 62.325/2/VR van 2 mei 2018 over een voorontwerp dat geleid heeft tot het decreet van de Franse Gemeenschap van 28 juni 2018 `tot wijziging van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten0 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies en houdende transparantie van de niet-erkende instellingen' (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/62325.pdf). (50) Voetnoot 164 van het aangehaalde advies: Zie advies RvS 52.834/2 van 27 februari 2013 over een wetsvoorstel `tot wijziging van artikel 135 van de Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988 teneinde de gemeenten toe te staan de openingstijden van de drankgelegenheden te reglementeren' (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/52834.pdf): \"Wat, ten tweede, de vergaderingen betreft die in een afgesloten en overdekte plaats worden gehouden, maar die voor elkeen vrij toegankelijk zijn, stelt artikel 26 van de Grondwet dat deze mogen worden gehouden \"mits [de aanwezige personen] zich gedragen naar de wetten, die het uitoefenen van dit recht kunnen regelen zonder het echter aan een voorafgaand verlof te onderwerpen\", voor zover deze vergaderingen \"vreedzaam en ongewapend\" verlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overheden kunnen de uitoefening van deze vrijheid regelen, ook door middel van eventueel preventieve politiemaatregelen, zonder de vreedzame en ongewapende vergaderingen de voorwaarde van een voorafgaande toelating op te leggen.\" (51) Voetnoot 165 van het aangehaalde advies: RvS 18 mei 1999, nr. 80.282, Van der Vinck e.a.; zie in diezelfde zin, RvS 7 augustus 2000, nr. 89.216, Van Rossen. (52) Voetnoot 166 van het aangehaalde advies: Advies RvS 62.325/2/VR van 2 mei 2018 over een voorontwerp dat geleid heeft tot het decreet van de Franse Gemeenschap van 28 juni 2018 `tot wijziging van het decreet van 7 november 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/08/1992 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015203 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van artikel 81 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie van 3 februari 1958, opgemaakt te Brussel op 16 februari 1990 sluiten0 tot bepaling van het hogeronderwijslandschap en de academische organisatie van de studies en houdende transparantie van de niet-erkende instellingen' (http://www.raadvst-consetat.be/dbx/adviezen/62325.pdf). (53) Voetnoot 167 van het aangehaalde advies: GwH 22 oktober 2003, nr. 136/2003. (54) Voetnoot 168 van het aangehaalde advies: Wat het verbod op schorsing van de Grondwet betreft, zie randnummer 8. (55) Voormeld advies 69.305/AV, opmerking 36.2. (56) Zie opmerking 29.</p></div>", "next": 0}