{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De hierboven genoemde verklaring moet de volgende minimumgegevens bevatten : a) naam en adres van de fabrikant en, in voorkomend geval, diens gemachtigde;b) een beschrijving van de ketting of kabel met vermelding van : - de nominale afmetingen, - de uitvoering, - het fabricagemateriaal, - elke speciale metallurgische behandeling van het materiaal;c) de toegepaste beproevingsmethode;d) de maximale belasting van de ketting of de kabel bij gebruik.Naar gelang van de beoogde toepassingen kan een reeks van waarden worden aangegeven. 4.3.2. Hijs- en hefgereedschappen Hijs- en hefgereedschappen moeten de volgende informatie dragen : - identificatie van het materiaal wanneer deze informatie nodig is met het oog op het veilige gebruik ervan, - de maximale werklast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het onmogelijk is deze informatie op de hijs- of hefgereedschappen aan te brengen, moet de in de eerste alinea vermelde informatie worden aangebracht op een etiket of een ander gelijkwaardig middel en stevig aan het gereedschap worden bevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie moet leesbaar zijn en moet aangebracht worden op een plaats waar zij niet kan verdwijnen als gevolg van slijtage en waar zij geen gevaar vormt voor de sterkte van het gereedschap. 4.3.3. Hijs- en hefmachines De maximale werklast moet goed zichtbaar op de machine worden aangegeven. Deze markering moet leesbaar, onuitwisbaar en ongecodeerd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de maximale werklast afhangt van de configuratie van de machine, moet elke bedieningspost zijn voorzien van een belastingsplaatje dat bij voorkeur in tabelvorm of schematisch de toegestane werklast voor elke configuratie vermeldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op machines die uitsluitend zijn bedoeld voor het hijsen of heffen van goederen en die zijn uitgerust met een drager die toegankelijk is voor personen, moet duidelijk en onuitwisbaar vermeld staan dat het heffen van personen verboden is. Deze vermelding moet duidelijk zichtbaar zijn op iedere plaats waar toegang mogelijk is. 4.4. GEBRUIKSAANWIJZING 4.4.1. Hijs- en hefgereedschappen Ieder hijs- en hefgereedschap of iedere commercieel ondeelbare partij hijs- en hefgereedschappen moet vergezeld gaan van een gebruiksaanwijzing die ten minste de volgende gegevens bevat : a) het beoogde gebruik; b) de gebruiksgrenzen (met name voor hijs- of hefgereedschappen als magnetische of vacuümzuignappen die niet geheel aan punt 4.1.2.6, onder e), voldoen); c) aanwijzingen voor het monteren, het gebruik en het onderhoud;d) de gebruikte statische beproevingscoëfficiënt. 4.4.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hijs- en hefmachines Bij hijs- en hefmachines moet een gebruiksaanwijzing met de volgende gegevens zijn gevoegd : a) de technische kenmerken van de machine, met name : - de maximale werklast en zo nodig een kopie van het plaatje of de tabel met de werklasten als omschreven in punt 4.3.3, tweede alinea, - de op steun- en bevestigingspunten uitgeoefende krachten en, in voorkomend geval, de kenmerken van de banen, - zo nodig een omschrijving van de ballast en de manieren om deze aan te brengen; b) de inhoud van het onderhoudsboekje voor de machine, indien dit niet met de machine wordt meegeleverd;c) de werkwijze die moet worden gevolgd indien het rechtstreekse zicht dat de bediener op de last heeft, niet toereikend is;d) indien nodig, een beproevingsverslag met details betreffende de statische en dynamische beproevingen die door of voor de fabrikant of diens gemachtigde zijn verricht; e) voor machines die niet in de lokalen van de fabrikant gebruiksklaar worden gemonteerd, de nodige instructies voor het nemen van de in punt 4.1.3 bedoelde maatregelen vóór de eerste inbedrijfstelling ervan. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">AANVULLENDE ESSENTIELE VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSEISEN VOOR MACHINES DIE BESTEMD ZIJN VOOR GEBRUIK BIJ ONDERGRONDSE WERKZAAMHEDEN Machines bestemd om bij ondergrondse werkzaamheden te worden gebruikt, moeten aan alle in dit hoofdstuk opgenomen essentiële veiligheids- en gezondheidseisen voldoen (zie Algemene beginselen, punt 4). 5.1. RISICO DOOR ONVOLDOENDE STABILITEIT Wandelondersteuningen moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat bij verplaatsing ervan een goede oriëntatie mogelijk is en dat zij niet kantelen voor en tijdens het onder druk brengen en na het wegnemen van de druk. Zij moeten zijn voorzien van verankeringen voor de kopplaten van de afzonderlijke hydraulische steunbalken. 5.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">DOORTOCHT Wandelondersteuningen moeten personen een ongehinderde doortocht bieden. 5.3. BEDIENINGSORGANEN De bedieningsorganen voor het versnellen en afremmen van op rails rijdende machines moeten met de hand worden bediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vrijgavevoorzieningen mogen echter met voetbediening zijn uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedieningsorganen van wandel-ondersteuningen moeten zodanig zijn ontworpen en aangebracht dat de bedieners tijdens het schiften beschut zijn door een ter plaatse aanwezige stut. De bedieningsorganen moeten beschermd zijn tegen iedere ongewilde inschakeling. 5.4. STOPPEN Machines op rails met eigen aandrijving die bestemd zijn voor ondergrondse werkzaamheden, moeten zijn uitgerust met een vrijgavevoorziening die ingrijpt op het circuit dat de beweging van de machine bepaalt, zodat de verplaatsing wordt stopgezet wanneer de bediener de verplaatsing niet langer beheerst. 5.5. RISICO VAN BRAND Het vereiste van punt 3.5.2, tweede streepje, is verplicht voor machines die sterk ontvlambare delen bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het remsysteem van machines die bestemd zijn om bij ondergrondse werkzaamheden te worden gebruikt, moet zodanig zijn ontworpen en geconstrueerd dat het geen vonken of brand kan veroorzaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Machines met een verbrandingsmotor die bestemd zijn om bij ondergrondse werkzaamheden te worden gebruikt, mogen uitsluitend zijn uitgerust met een motor waarbij een brandstof met lage dampspanning wordt gebruikt en waarbij elektrische vonken uitgesloten zijn. 5.6. RISICO'S TEN GEVOLGE VAN DE UITSTOOT VAN GASSEN De uitstoot van uitlaatgassen van verbrandingsmotoren mag niet naar boven worden afgevoerd. 6. AANVULLENDE ESSENTIELE VEILIGHEIDS- EN GEZONDHEIDSEISEN VOOR MACHINES WAARAAN GEVAREN IN VERBAND MET HET HEFFEN VAN PERSONEN ZIJN VERBONDEN Machines waaraan gevaren in verband met het heffen of hijsen van personen zijn verbonden, moeten aan alle in dit hoofdstuk opgenomen relevante essentiële veiligheids- en gezondheidseisen voldoen (zie Algemene beginselen, punt 4). 6.1. ALGEMEEN 6.1.1. Mechanische sterkte De drager, alsmede eventuele luiken, moeten zodanig ontworpen en gebouwd zijn dat zij qua ruimte en sterkte berekend zijn op het maximale aantal personen en de maximale werklast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in de punten 4.1.2.4 en 4.1.2.5 bepaalde gebruikscoëfficiënten voor componenten zijn niet voldoende voor machines die bestemd zijn voor het heffen of hijsen van personen en moeten in de regel worden verdubbeld. Machines die bestemd zijn voor het heffen van personen of personen en goederen moeten voorzien zijn van een ophangings- of ondersteuningsinrichting voor de drager die zodanig is ontworpen en gebouwd dat een aanvaardbaar algemeen veiligheidsniveau wordt gegarandeerd en dat wordt voorkomen dat de drager valt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de drager aan kabels of kettingen is opgehangen, zijn in de regel ten minste twee onafhankelijke kabels of kettingen vereist, elk met een eigen verankering. 6.1.2. Controle van de belasting voor machines die worden aangedreven door een andere krachtbron dan menskracht De eisen van punt 4.2.2 zijn van toepassing ongeacht de waarden van de maximale werklast en van het maximale kantelmoment, tenzij de fabrikant kan aantonen dat er geen risico voor overbelasting of kantelen bestaat. 6.2. BEDIENINGSORGANEN Wanneer de veiligheidseisen niet verplichten tot andere oplossingen, moet de drager in de regel zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat de personen in de drager beschikken over bedieningsorganen om de drager te laten stijgen en dalen en in voorkomend geval andere verplaatsingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens bedrijf moeten deze bedieningsorganen voorrang hebben op alle andere bedieningsorganen voor dezelfde bewegingen, behalve op de noodstopinrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedieningsorganen voor deze bewegingen moeten van het « hold-to-run »-type (waarbij de bediening moet worden aangehouden) zijn, behalve indien de drager zelf volledig omsloten is. 6.3. RISICO VOOR PERSONEN IN OF OP DE DRAGER 6.3.1. Risico's in verband met bewegingen van de drager Machines voor het heffen of hijsen van personen moeten zodanig zijn ontworpen, gebouwd of uitgerust dat versnelling of vertraging van de drager geen risico voor personen oplevert. 6.3.2. Risico in verband met het uit of van de drager vallen De drager mag niet zodanig hellen dat er risico voor vallen van de vervoerde personen ontstaat, ook niet tijdens de bewegingen van machine en drager.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de drager is ontworpen om als werkplek te worden gebruikt, moet de stabiliteit ervan worden gewaarborgd en moeten gevaarlijke bewegingen worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de in punt 1.5.15 bedoelde maatregelen niet voldoende zijn, moet de drager zijn uitgerust met voldoende passende verankeringspunten voor het aantal personen dat zich in de drager kan bevinden. De verankeringspunten moeten sterk genoeg zijn om de persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen te bevestigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Luiken in het grondvlak of het plafond of zijdeuren moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat zij niet onopzettelijk kunnen worden geopend, en de openingsrichting ervan het risico van vallen bij onverwacht opengaan ondervangt. 6.3.3. Risico in verband met voorwerpen die op de drager vallen Indien het risico bestaat dat voorwerpen op de drager vallen en personen in gevaar brengen, moet de drager voorzien zijn van een beschermdak. 6.4. MACHINES DIE VASTE STOPPLAATSEN BEDIENEN 6.4.1. Risico's voor personen die zich in of op de drager bevinden De drager moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat risico's in verband met contacten tussen personen en/of voorwerpen in of op de drager, en vaste of bewegende elementen worden voorkomen. Indien nodig moet de drager zelf daartoe volledig worden omsloten en worden uitgerust met deuren die voorzien zijn van een vergrendelingsmechanisme dat gevaarlijke bewegingen van de drager verhindert zolang de deuren niet gesloten zijn. De deuren moeten gesloten blijven wanneer de drager stopt tussen stopplaatsen en als er gevaar bestaat voor uit of van de drager vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De machine moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd en, indien nodig, uitgerust zijn met inrichtingen dat ongecontroleerde bewegingen van de drager naar boven of naar beneden worden voorkomen. De inrichtingen moeten in staat zijn om een drager met de maximale werklast bij de voorzienbare maximumsnelheid te stoppen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De remvertraging bij het stoppen mag geen gevaar opleveren voor de personen die zich in of op de drager bevinden, ongeacht de belasting van de drager. 6.4.2. Besturingssysteem bij de stopplaatsen De bedieningsorganen bij stopplaatsen, met uitzondering van de noodinrichtingen, mogen geen bewegingen van de drager teweegbrengen wanneer : - de bedieningsorganen in of op de drager worden bediend, - de drager niet bij een stopplaats is. 6.4.3. Toegang tot de drager De afschermingen bij de stopplaatsen en op de drager moeten zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat een veilige overgang naar en van de drager wordt gewaarborgd, rekening houdend met het voorzienbare scala van goederen en personen die moeten worden gehesen of geheven. 6.5. MERKTEKENS Op de drager moeten de noodzakelijke merktekens met het oog de veiligheid zijn aangebracht, met inbegrip van : - het maximumaantal personen dat in of op de drager is toegestaan, - de maximale werklast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Bijlage II Verklaringen 1. INHOUD A.EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING BETREFFENDE MACHINES Deze verklaring en de vertalingen daarvan moeten worden opgesteld volgens dezelfde voorwaarden als de gebruiksaanwijzing (zie bijlage I, punt 1.7.4.1, onder a) en b) ); zij moeten beschikbaar zijn in machineschrift of in handgeschreven hoofdletters.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze verklaring betreft uitsluitend de machine in de toestand waarin zij in de handel is gebracht, met uitsluiting van de later door de eindgebruiker toegevoegde componenten en/of verrichte bewerkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De EG-verklaring van overeenstemming moet de volgende gegevens bevatten : 1. firmanaam en volledig adres van de fabrikant en, in voorkomend geval, diens gemachtigde;2. naam en adres van degene die gemachtigd is het technisch dossier samen te stellen;deze persoon moet in de Gemeenschap gevestigd zijn; 3. beschrijving en identificatie van de machine, waaronder de generieke benaming, de functie, het model, het type, het serienummer en de handelsbenaming;4. een zin waarin uitdrukkelijk wordt verklaard dat de machine voldoet aan alle toepasselijke bepalingen van dit besluit en in voorkomend geval een soortgelijke zin om te verklaren dat de machine in overeenstemming is met andere Europese reglementeringen en/of toepasselijke bepalingen.Er moet worden verwezen naar de in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte teksten; 5. in voorkomend geval naam, adres en identificatienummer van de aangemelde instantie die het EG-type-onderzoek als bedoeld in bijlage IX heeft uitgevoerd en het nummer van de verklaring van EG-type-onderzoek;6. in voorkomend geval naam, adres en identificatienummer van de aangemelde instantie die het in bijlage X bedoelde systeem van volledige kwaliteitsborging heeft goedgekeurd;7. in voorkomend geval een verwijzing naar de gehanteerde geharmoniseerde normen als bedoeld in artikel 8, § 2;8. in voorkomend geval de verwijzing naar andere gehanteerde technische normen en specificaties;9. plaats en datum van opstelling van de verklaring;10. identiteit en handtekening van degene die gemachtigd is om namens de fabrikant of diens gemachtigde de verklaring op te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. INBOUWVERKLARING BETREFFENDE NIET VOLTOOIDE MACHINES Deze verklaring en de vertalingen daarvan moeten worden opgesteld volgens dezelfde voorwaarden als de gebruiksaanwijzing (zie bijlage I, punt 1.7.4.1, onder a) en b) ); zij moeten beschikbaar zijn in machineschrift of in handgeschreven hoofdletters De inbouwverklaring moet de volgende gegevens bevatten : 1. firmanaam en volledig adres van de fabrikant van de niet voltooide machine en, in voorkomend geval, diens gemachtigde;2. naam en adres van degene die gemachtigd is de relevante technische documenten samen te stellen;deze persoon moet in de Gemeenschap gevestigd zijn; 3. beschrijving en identificatie van de niet voltooide machine, waaronder : de generieke benaming, de functie, het model, het type, het serienummer en de handelsbenaming;4. een verklaring waarin verduidelijkt wordt welke essentiële eisen van dit besluit toegepast en vervuld zijn, en waarin wordt vermeld dat de relevante technische documenten zijn opgesteld overeenkomstig bijlage VII, onder B, alsmede in voorkomend geval een verklaring van overeenstemming van de niet voltooide machine met andere toepasselijke harmonisatiereglementeringen.Er moet worden verwezen naar de in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte teksten; 5. een verbintenis om op met redenen omkleed verzoek van de nationale autoriteiten de relevante informatie over deze niet voltooide machine door te geven.Deze verbintenis bevat ook een vermelding van de wijze van doorgifte en laat de intellectuele eigendomsrechten van de fabrikant van de niet voltooide machine onverlet; 6. in voorkomend geval een verklaring dat de niet voltooide machine niet in bedrijf mag worden genomen voordat voor de afgewerkte machine waarin zij zal worden ingebouwd, een verklaring van overeenstemming met de bepalingen van dit besluit voorhanden is;7. plaats en datum van opstelling van de verklaring;8. identiteit en handtekening van degene die gemachtigd is om namens de fabrikant of diens gemachtigde de verklaring op te stellen.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">BEWARING De fabrikant van de machine of diens gemachtigde bewaart de originele EG-verklaring van overeenstemming tot ten minste tien jaar na de laatste fabricagedatum van de machine. De fabrikant van de niet voltooide machine of diens gemachtigde bewaart de originele EG-inbouwverklaring tot ten minste tien jaar na de laatste fabricagedatum van de niet voltooide machine.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Bijlage III CE-markering De CE-markering van overeenstemming bestaat uit de letters « CE » in de volgende grafische vorm : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bij vergroting of verkleining van de CE-markering moeten de verhoudingen van de bovenstaande afbeelding behouden blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderdelen van de CE-markering moeten ongeveer dezelfde hoogte hebben, namelijk minimaal 5 mm. Bij machines van geringe grootte mag van deze minimumafmeting worden afgeweken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CE-markering moet worden aangebracht in de onmiddellijke nabijheid van de naam van de fabrikant of diens gemachtigde, met gebruikmaking van dezelfde techniek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de volledige kwaliteitsborgingsprocedure als bedoeld in artikel 9, § 3, 3°, en § 4, 2°, is toegepast, wordt de CE-markering gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Bijlage IV Categorieën machines waarvoor een van de in artikel 9, §§ 3 en 4, bedoelde procedures moet worden gevolgd. 1. Cirkelzagen (eenbladig en meerbladig), voor de bewerking van hout en materialen met gelijkaardige fysieke eigenschappen of voor de bewerking van vlees en materiaal met gelijkaardige fysieke eigenschappen : 1.1. zaagmachines waarvan het zaagblad (de zaagbladen) zich tijdens het zagen in een vaste stand bevindt (bevinden), voorzien van een vast tafelblad of vaste werkstukdrager en met manuele toevoer van het werkstuk of met verwijderbare meenemer; 1.2. zaagmachines waarvan het zaagblad (de zaagbladen) zich tijdens het zagen in een vaste stand bevindt (bevinden), voorzien van een tafelzaagbok of een heen en weer gaande slede die met de hand wordt verplaatst; 1.3. zaagmachines waarvan het zaagblad (de zaagbladen) zich tijdens het zagen in een vaste stand bevindt (bevinden) en die bij de constructie zijn uitgerust met een geïntegreerde voedingsinrichting voor de te zagen werkstukken, waarbij het materiaal met de hand wordt toegevoerd en/of afgevoerd; 1.4. zaagmachines waarvan het zaagblad (de zaagbladen) tijdens het zagen beweegbaar is (zijn), uitgerust met een mechanisch beweegbaar blad, waarbij het materiaal met de hand wordt toegevoerd en/of afgevoerd. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vlakschaafmachines met handmatige toevoer voor houtbewerking.3. Eenzijdige schaafmachines met geïntegreerde voeding, met handmatige toevoer en/of afvoer voor houtbewerking. 4. Lintzagen van het volgende type, met handmatige toevoer en/of afvoer voor de bewerking van hout en materialen met gelijkaardige fysieke eigenschappen of voor de bewerking van vlees en materialen met gelijkaardige fysieke eigenschappen : 4.1. zaagmachines waarvan het zaagblad (de zaagbladen) zich tijdens het zagen in een vaste stand bevindt (bevinden), voorzien van een vast(e) of heen en weer gaand(e) tafelblad of werkstukdrager; 4.2. zaagmachines waarvan het zaagblad op een heen en weer gaande slede is gemonteerd. 5. Gecombineerde machines van de in de punten 1 tot en met 4 en 7 bedoelde typen voor de bewerking van hout en materialen met gelijkaardige fysieke eigenschappen.6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pennenbanken met verschillende spillen met handmatige toevoer voor houtbewerking.7. Freesmachines met verticale as, met handmatige toevoer, voor de bewerking van hout en materialen met gelijkaardige fysieke eigenschappen.8. Draagbare kettingzaagmachines voor houtbewerking.9. Persen, met inbegrip van buigmachines, voor koude metaalbewerking, waarbij het materiaal met de hand wordt toegevoerd en/of afgevoerd en de beweegbare werktuigen een slaglengte kunnen hebben van meer dan 6 mm en een snelheid van meer dan 30 mm/s.10. Machines voor het spuitgieten en persen van kunststoffen met handmatige toevoer of afvoer van het materiaal.11. Machines voor het spuitgieten en persen van rubber met handmatige toevoer of afvoer van het materiaal. 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Machines voor ondergrondse werkzaamheden van de volgende typen : 12.1. locomotieven en remwagens; 12.2. hydraulische wandelondersteuningen. 13. Met de hand geladen vuilniswagens met perssysteem.14. Verwijderbare mechanische overbrengingssystemen, inclusief hun afschermingen.15. Afschermingen voor verwijderbare mechanische overbrengingssystemen.16. Hefbruggen voor voertuigen.17. Hijs- en hefwerktuigen voor het heffen van personen of van personen en goederen waarbij een gevaar voor een vrije val van meer dan 3 m bestaat.18. Draagbare bevestigingswerktuigen en andere slagwerktuigen met explosieve lading.19. Detectoren voor de aanwezigheid van personen.20. Aangedreven beweegbare afschermingen met vergrendeling voor de machines, bedoeld in de punten 9, 10 en 11.21.</p>\n<p class=\"lf-p\">Logische eenheden voor veiligheidsfuncties.22. Kantelbeveiligingsinrichtingen (ROPS).23. Constructies ter bescherming tegen vallende voorwerpen (FOPS). Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Bijlage V Indicatieve lijst van de veiligheidscomponenten bedoeld in artikel 2, 3° 1. Afschermingen voor verwijderbare mechanische overbrengingssystemen.2. Beveiligingsinrichtingen voor de detectie van personen.3. Aangedreven beweegbare afschermingen met vergrendeling voor de machines, bedoeld in de punten 9, 10 en 11 van bijlage IV.4. Logische eenheden ter verzekering van veiligheidsfuncties.5. Kleppen met extra voorzieningen voor storingsdetectie voor de beheersing van gevaarlijke bewegingen of machines.6. Systemen voor de afvoer van emissies van machines.7. Afschermingen en beveiligingsinrichtingen ter bescherming van personen blootgesteld aan bewegende delen die zijn betrokken bij het werk met de machine.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bewakingsvoorzieningen voor belastingsbegrenzing en beheersing van de bewegingen bij hijs- en hefmachines.9. Veiligheidsmiddelen om personen op hun zitplaatsen te houden.10. Noodstopvoorzieningen.11. Ontladingssystemen om accumulatie van potentieel gevaarlijke elektrostatische lading te voorkomen. 12. Energiebeperkingsvoorzieningen en voorzieningen voor drukontlasting als bedoeld in de punten 1.5.7, 3.4.7 en 4.1.2.6 van bijlage I. 13. Systemen en voorzieningen om geluidsemissies en trillingen te beperken.14. Kantelbeveiligingsinrichtingen (ROPS).15. Constructies ter bescherming tegen vallende voorwerpen (FOPS).16. Met twee handen te bedienen bedieningsorganen.17. In de volgende lijst opgenomen componenten voor machines voor het heffen en/of laten dalen van personen tussen verschillende stopplaatsen : a) grendelinrichtingen van schachtdeuren;b) vanginrichtingen die de vrije val van de drager of ongecontroleerde opwaartse bewegingen moeten verhinderen;c) snelheidsbegrenzers;d) energieopnemende buffers met : - hetzij niet-lineaire karakteristiek, - hetzij terugslagdemping;e) energieafvoerende buffers;f) veiligheidsinrichtingen op vijzels van de hydraulische circuits wanneer deze als vanginrichtingen worden gebruikt;g) elektrische veiligheidsinrichtingen in de vorm van veiligheidsschakelaars met elektronische componenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Bijlage VI Montagehandleiding voor niet voltooide machines De montagehandleiding voor een niet voltooide machine moet een beschrijving bevatten van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een correcte assemblage met de uiteindelijke machine mogelijk te maken zonder dat de veiligheid en gezondheid in gevaar worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handleiding moet worden opgesteld in een officiële taal van de Gemeenschap die aanvaardbaar is voor de fabrikant van de machine waarin de niet voltooide machine wordt ingebouwd of diens gemachtigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Bijlage VII A. Technisch dossier voor machines Deel A beschrijft de procedure voor het samenstellen van het technische dossier. Het technische dossier moet aantonen dat de machine in overeenstemming is met de eisen van dit besluit. Voorzover dat voor deze beoordeling nodig is, moet het technische dossier ook inzicht verschaffen in het ontwerp, de fabricage en de werking van de machine. Dit technische dossier moet worden opgesteld in één of meer van de officiële Gemeenschapstalen, met uitzondering van de gebruiksaanwijzing van de machine, waarvoor de bijzondere bepalingen van bijlage I, punt 1.7.4.1, gelden. 1. Het technische dossier bevat de volgende elementen : a) een constructiedossier bestaande uit : - een algemene beschrijving van de machine; - het overzichtsplan van de machine, en de tekeningen van de besturingsschakelingen alsmede ter zake dienende beschrijvingen en toelichtingen om de werking van de machine te kunnen begrijpen; - gedetailleerde en volledige tekeningen, eventueel aangevuld met berekeningen, testresultaten, verklaringen enz., aan de hand waarvan kan worden nagegaan of de machine aan de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen voldoet; - de documentatie over de risicobeoordeling waaruit de gevolgde procedure blijkt, met inbegrip van de volgende gegevens : i) een lijst van de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen die op de betrokken machine van toepassing zijn; ii) de beschrijving van de beschermende maatregelen die zijn toegepast om vastgestelde gevaren weg te nemen of onderkende risico's te verminderen en, in voorkomend geval, informatie over de restrisico's in verband met de machine; - normen en overige toegepaste technische specificaties, met opgave van de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen die daaronder vallen; - technische verslagen waarin de uitkomsten van de proeven zijn opgenomen die door de fabrikant dan wel door een door hem of zijn gemachtigde gekozen bevoegde instantie zijn verricht; - een exemplaar van de gebruiksaanwijzing van de machine; - in voorkomend geval, de inbouwverklaring en de instructies voor inbouw betreffende zo ingebouwde niet voltooide machines; - in voorkomend geval, afschriften van de EG-verklaring van overeenstemming van de machine of van overige in de machine ingebouwde producten; - een afschrift van de EG-verklaring van overeenstemming; b) in geval van serieproductie, de interne bepalingen die zullen worden toegepast ter waarborging dat de machines in overeenstemming blijven met de bepalingen van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De fabrikant moet het nodige onderzoek verrichten en de nodige proeven uitvoeren met betrekking tot de componenten, de accessoires of de gehele machine om vast te stellen of deze qua ontwerp en bouw veilig gemonteerd en in bedrijf gesteld kan worden. De ter zake dienende verslagen en resultaten worden in het technische dossier opgenomen. 2. Het in punt 1 bedoelde technische dossier moet ten minste tot tien jaar na de bouwdatum van de machine of, bij serieproductie, van de laatst geproduceerde eenheid daarvan, ter beschikking blijven van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. Het technische dossier hoeft zich niet op het grondgebied van de Gemeenschap te bevinden en hoeft ook niet permanent in materiële vorm voorhanden te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel moeten de onderdelen van het dossier door de in de EG-verklaring van overeenstemming aangewezen persoon binnen een tijd die met de complexiteit ervan overeenkomt, kunnen worden bijeengebracht en beschikbaar gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het technische dossier behoeft geen gedetailleerde tekeningen of andere specifieke informatie over de voor de fabricage van de machines gebruikte onderdelen te bevatten, behalve indien kennis daarvan voor de controle van de overeenstemming met de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen onontbeerlijk is. 3. Het niet-overleggen van het technische dossier na een naar behoren met redenen omkleed verzoek van de bevoegde nationale autoriteiten kan voldoende reden zijn voor twijfel omtrent de overeenstemming van de in dit technische dossier bedoelde machine met de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen van dit besluit. B. Relevante technische documenten voor niet voltooide machines Dit deel beschrijft de procedure voor het samenstellen van de relevante technische documenten. Deze documenten moeten aantonen welke eisen van dit besluit zijn toegepast en vervuld. Deze documenten moeten inzicht verschaffen in het ontwerp, de fabricage en de werking van de niet voltooide machine, voorzover dat nodig is voor de beoordeling van de overeenstemming met de toepasselijke essentiële gezondheids- en veiligheidseisen. Deze documenten moeten worden opgesteld in één van de officiële Gemeenschapstalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dossier bevat de volgende elementen : a) een constructiedossier bestaande uit : - het overzichtsplan van de niet voltooide machine, alsmede de tekeningen van de besturingsschakelingen; - gedetailleerde en volledige tekeningen, eventueel aangevuld met berekeningen, testresultaten, certificaten enz., aan de hand waarvan kan worden nagegaan of de niet voltooide machine aan de toegepaste essentiële gezondheids- en veiligheidseisen voldoet; - de documentatie over de risicobeoordeling waaruit de gevolgde procedure blijkt, met inbegrip van de volgende gegevens : i) de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen van deze richtlijn die van toepassing en vervuld zijn; ii) de beschrijving van de beschermende maatregelen die zijn toegepast om vastgestelde gevaren weg te nemen of onderkende risico's te verminderen en, in voorkomend geval, informatie over de restrisico's; iii) de normen en overige toegepaste technische specificaties die zijn toegepast, met opgave van de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen die daaronder vallen; iv) technische verslagen met de resultaten van de proeven die door de fabrikant dan wel een door hem of zijn gemachtigde gekozen bevoegde instantie zijn verricht; v) kopie van de montagehandleiding van de niet voltooide machine;b) in geval van serieproductie, de interne bepalingen die worden toegepast om de overeenstemming van de niet voltooide machine met de toepasselijke essentiële gezondheids- en veiligheidseisen te handhaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De fabrikant moet het nodige onderzoek verrichten en de nodige proeven uitvoeren met betrekking tot de componenten, de accessoires of de niet voltooide machine om vast te stellen of deze op grond van haar ontwerp en bouw veilig gemonteerd en gebruikt kan worden. De ter zake dienende verslagen en resultaten worden in het technische dossier opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken technische informatie moet ten minste tot tien jaar na de bouwdatum van de niet voltooide machine of, bij serieproductie, van de laatst geproduceerde eenheid daarvan beschikbaar zijn en desgevraagd aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden voorgelegd. Deze documenten hoeven zich niet op het grondgebied van de Gemeenschap te bevinden en hoeven ook niet permanent in materiële vorm voorhanden te zijn. Wel moeten de documenten door de in de inbouwverklaring aangewezen persoon bijeengebracht en aan de bevoegde autoriteit overgelegd kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het niet-overleggen van de betrokken technische documenten na een naar behoren met redenen omkleed verzoek van de bevoegde nationale autoriteiten kan voldoende reden zijn voor twijfel omtrent de verklaarde overeenstemming van de niet voltooide machine met de toepasselijke essentiële gezondheids- en veiligheidseisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Bijlage VIII Beoordeling van de overeenstemming met interne controle van de bouw van een machine 1. Deze bijlage beschrijft de procedure volgens welke de fabrikant of diens gemachtigde die de in de punten 2 en 3 bedoelde verplichtingen moet nakomen, garandeert en verklaart dat de betrokken machine aan de desbetreffende eisen van dit besluit voldoet.2. Voor ieder van de serie in kwestie representatief type stelt de fabrikant of diens gemachtigde een technisch dossier als bedoeld in bijlage VII, onder a samen.3. De fabrikant moet alle nodige maatregelen nemen opdat het fabricageproces waarborgt dat de gebouwde machines in overeenstemming zijn met het technische dossier als bedoeld in bijlage VII, onder a en met de eisen van dit besluit. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Bijlage IX EG-typeonderzoek EG-typeonderzoek : de handeling waarbij een aangemelde instantie vaststelt en verklaart dat een representatief model van de in bijlage IV bedoelde machine (hierna « het type » genoemd) aan de bepalingen van dit besluit voldoet. 1. Voor ieder type stelt de fabrikant of diens gemachtigde een technisch dossier als bedoeld in bijlage VII, onder A, samen.2. Voor ieder type vraagt de fabrikant of diens gemachtigde bij een aangemelde instantie van zijn keuze een EG-typeonderzoek aan. De aanvraag omvat : - naam en adres van de fabrikant en, in voorkomend geval, van diens gemachtigde, - een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend, - het technische dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien stelt de aanvrager een exemplaar van het type ter beschikking van de aangemelde instantie. De aangemelde instantie kan om meer exemplaren verzoeken indien dit nodig is voor het keuringsprogramma. 3. De aangemelde instantie verricht de volgende handelingen : 3.1. onderzoekt het technische dossier, controleert of het type in overeenstemming hiermee is vervaardigd en identificeert de onderdelen die zijn ontworpen overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van de in artikel 8, § 2, bedoelde normen, alsook de onderdelen die zijn ontworpen zonder dat de desbetreffende bepalingen van die normen in acht werden genomen; 3.2. verricht of geeft opdracht tot het verrichten van passende controles, metingen en proeven om na te gaan of de door de fabrikant gekozen oplossingen aan de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen van dit besluit voldoen ingeval de in artikel 8, § 2, bedoelde normen niet zijn toegepast; 3.3. verricht of geeft opdracht tot het verrichten van passende controles, metingen en proeven om, indien de in artikel 8, § 2, bedoelde geharmoniseerde normen zijn gehanteerd, na te gaan of deze ook daadwerkelijk zijn toegepast; 3.4. stelt in overleg met de aanvrager de plaats vast waar wordt gecontroleerd of het type gebouwd is in overeenstemming met het betrokken technische dossier en waar de noodzakelijke onderzoeken, metingen en proeven zullen worden verricht. 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het type aan de bepalingen van dit besluit voldoet, verstrekt de aangemelde instantie een verklaring van EG-typeonderzoek aan de aanvrager.Op de verklaring staan de naam en het adres van de fabrikant en diens gemachtigde, de nodige gegevens ter identificatie van het goedgekeurde type, de controlebevindingen en de eventuele voorwaarden waaronder de verklaring geldig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De fabrikant en de aangemelde instantie bewaren gedurende 15 jaar, te rekenen vanaf de datum van afgifte van de verklaring, een afschrift van deze verklaring, het technische dossier, alsmede alle hierop betrekking hebbende documenten. 5. Indien het type niet aan de bepalingen van dit besluit voldoet, weigert de aangemelde instantie de aanvrager een verklaring van EG-typeonderzoek te verstrekken en motiveert zij de weigering uitvoerig.Zij stelt de aanvrager, de overige aangemelde instanties en de lidstaat die haar heeft aangemeld in kennis. Er moet in een beroepsprocedure worden voorzien. 6. De aanvrager stelt de aangemelde instantie die het technische dossier betreffende de verklaring van EG-typeonderzoek in bezit heeft, in kennis van alle aan het goedgekeurde type aangebrachte wijzigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangemelde instantie onderzoekt deze wijzigingen en bevestigt dan de geldigheid van de bestaande verklaring van EG-typeonderzoek, of stelt een nieuwe verklaring op indien de overeenstemming met de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen of met de bedoelde gebruiksvoorwaarden van het type door deze wijzigingen in het geding kan komen. 7. De Commissie, de lidstaten en de overige aangemelde instanties kunnen desgewenst een afschrift van de verklaringen van EG-typeonderzoek krijgen.Als zij hiertoe een met redenen omkleed verzoek indienen, kunnen de Commissie en de lidstaten ook een afschrift van het technische dossier en van de resultaten van door de aangemelde instantie uitgevoerde onderzoeken krijgen. 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dossiers en de briefwisseling betreffende de EG-typeonderzoeksprocedures worden opgesteld in de officiële Gemeenschapstaal/talen van de lidstaat waar de aangemelde instantie gevestigd is, dan wel in een door deze instantie geaccepteerde officiële Gemeenschapstaal. 9. Geldigheid van de verklaring van EG-typeonderzoek 9.1. De aangemelde instantie draagt de permanente verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de verklaring van EG-typeonderzoek geldig blijft. Zij brengt de fabrikant op de hoogte van elke belangrijke wijziging die gevolgen kan hebben voor de geldigheid van de verklaring. De aangemelde instantie trekt verklaringen die niet meer geldig zijn in. 9.2. De fabrikant van de machine in kwestie draagt de permanente verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat de betrokken machine aan de desbetreffende stand van de techniek voldoet. 9.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De fabrikant verzoekt de aangemelde instantie om de geldigheid van de verklaring van EG-typeonderzoek elke vijf jaar te evalueren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aangemelde instantie oordeelt dat, rekening houdend met de stand van de techniek, de verklaring geldig blijft, verlengt zij de geldigheidsduur van de verklaring voor een nieuwe periode van vijf jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De fabrikant en de aangemelde instantie bewaren een afschrift van deze verklaring, van het technische dossier en van alle desbetreffende documenten voor een periode van 15 jaar na de datum waarop de verklaring is afgegeven. 9.4. Indien de geldigheid van een verklaring van EG-typeonderzoek niet wordt verlengd, stopt de fabrikant het in de handel brengen van de betrokken machine.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Bijlage X Volledige kwaliteitsborging Deze bijlage beschrijft de beoordeling van de overeenstemming van de in bijlage IV bedoelde machines door middel van een systeem voor volledige kwaliteitsborging. Het beschrijft de procedure op grond waarvan een aangemelde instantie het kwaliteitssysteem evalueert en goedkeurt, en toeziet op de toepassing ervan. 1. De fabrikant hanteert een goedgekeurd kwaliteitssysteem voor ontwerp, fabricage, eindcontrole en testen als omschreven in punt 2 en is onderworpen aan het in punt 3 omschreven toezicht. 2. Kwaliteitssysteem 2.1. De fabrikant of zijn gemachtigde vraagt bij een aangemelde instantie van zijn keuze een evaluatie van zijn kwaliteitssysteem aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aanvraag bevat de volgende gegevens : - naam en adres van de fabrikant en, in voorkomend geval, diens gemachtigde, - de plaatsen van ontwerp, fabricage, inspectie, testen en opslag van de machines, - het in bijlage VII, onder A, beschreven technisch dossier voor één model van elke van de in bijlage IV opgesomde categorieën machines die hij wil gaan fabriceren, - de documentatie over het kwaliteitssysteem, - een schriftelijke verklaring dat er geen gelijkluidende aanvraag bij een andere aangemelde instantie is ingediend. 2.2. Het kwaliteitssysteem moet waarborgen dat de machines in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit besluit. Alle door de fabrikant gevolgde beginselen, eisen en bepalingen moeten systematisch en ordelijk worden aangegeven in een documentatie van schriftelijk vastgelegde maatregelen, procedures en instructies. De documentatie over het kwaliteitssysteem moet ervoor zorgen dat de kwaliteits- en proceduremaatregelen, zoals kwaliteitsprogramma's, -plannen, -handleidingen en -rapporten, door iedereen op dezelfde manier kunnen worden geïnterpreteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De documentatie bevat met name een deugdelijke beschrijving van : - de kwaliteitsdoelstellingen, het organisatie-schema en de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de bedrijfsleiding met betrekking tot het ontwerp en de kwaliteit van de machines, - de technische specificaties van het ontwerp, met inbegrip van de normen die zullen worden toegepast en, indien de in artikel 8, § 2, bedoelde normen niet volledig worden toegepast, de middelen die worden aangewend om te waarborgen dat aan de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen van dit besluit wordt voldaan, - de controle- en keuringstechnieken voor het ontwerp, de procédés en systematische maatregelen die zullen worden toegepast bij het ontwerpen van de machines waarop dit besluit betrekking heeft, - de daarbij gebruikte fabricage-, kwaliteitsbeheersings- en kwaliteitsborgings-technieken en -procédés, alsmede de in dat verband systematisch toe te passen maatregelen, - de onderzoeken en testen die voor, tijdens en na de fabricage zullen worden verricht en de frequentie waarmee dat gebeurt, - de kwaliteitsrapporten, zoals controleverslagen, testgegevens, ijkgegevens, rapporten betreffende de kwalificatie van het betrokken personeel enz., - de middelen om controle uit te oefenen op het bereiken van de vereiste ontwerp- en productkwaliteit van de machine en de doeltreffende werking van het kwaliteitssysteem. 2.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangemelde instantie evalueert het kwaliteitssysteem om na te gaan of dit aan de in punt 2.2 bedoelde eisen voldoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdelen van het kwaliteitssysteem die overeenkomen met de desbetreffende geharmoniseerde norm, worden geacht te voldoen aan de desbetreffende in punt 2.2 bedoelde eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten minste één lid van het beoordelingsteam moet ervaring hebben met het evalueren van de technologie van de machines. De evaluatieprocedure omvat een inspectiebezoek aan de installaties van de fabrikant. Bij de evaluatie verricht het beoordelingsteam een onderzoek naar de technische dossiers als bedoeld in punt 2.1, tweede alinea, derde streepje, waarbij wordt nagegaan of zij voldoen aan de relevante gezondheids- en veiligheidseisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De fabrikant of diens gemachtigde wordt van de beslissing in kennis gesteld. De kennisgeving bevat de conclusies van het onderzoek en het met redenen omklede evaluatiebesluit. Er moet in een beroepsprocedure worden voorzien. 2.4. De fabrikant verbindt zich ertoe de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem na te komen en te zorgen dat het passend en doeltreffend blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De fabrikant of diens gemachtigde brengt de aangemelde instantie die het kwaliteitssysteem heeft goedgekeurd op de hoogte van elke voorgenomen wijziging van het kwaliteitssysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangemelde instantie evalueert de voorgestelde wijzigingen en beslist of het gewijzigde kwaliteitssysteem nog steeds aan de in punt 2.2, bedoelde eisen voldoet dan wel of een nieuwe evaluatie noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij stelt de fabrikant van haar besluit in kennis. De kennisgeving bevat de conclusies van het onderzoek en het met redenen omklede evaluatiebesluit. 3. Toezicht onder verantwoordelijkheid van de aangemelde instantie 3.1. Het toezicht heeft tot doel ervoor te zorgen dat de fabrikant naar behoren voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit het goedgekeurde kwaliteitssysteem. 3.2. De fabrikant verleent de aangemelde instantie voor inspectiedoeleinden toegang tot de ontwerp-, fabricage-, controle-, test- en opslagruimten en verstrekt haar alle nodige informatie, met name : - de documentatie over het kwaliteitssysteem, - kwaliteitsrapporten die volgens het aan ontwerpen gewijde gedeelte van het kwaliteitssysteem moeten worden opgemaakt, zoals resultaten van analysen, berekeningen, testen enz., - kwaliteitsrapporten die volgens het aan de fabricage gewijde gedeelte van het kwaliteitssysteem moeten worden opgemaakt, zoals controleverslagen, testgegevens, ijkgegevens, rapporten betreffende de kwalificatie van het betrokken personeel enz. 3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangemelde instantie verricht periodieke controles om erop toe te zien dat de fabrikant het kwaliteitssysteem handhaaft en toepast; hij verstrekt een controleverslag aan de fabrikant. De periodieke controles moeten zodanig worden gepland dat na elke periode van drie jaar alle onderdelen zijn gecontroleerd. 3.4. De aangemelde instantie kan bovendien onaangekondigde bezoeken brengen aan de fabrikant. Over de noodzaak en frequentie van dergelijke extra bezoeken beslist de aangemelde instantie op basis van een door haar gehanteerd bezoekcontrolesysteem. Hierbij wordt in het bijzonder gelet op : - de resultaten van vorige controlebezoeken, - de noodzaak erop toe te zien dat corrigerende maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd, - in voorkomend geval, aan de goedkeuring van het systeem verbonden speciale voorwaarden, - belangrijke wijzigingen in de productieorganisatie, -maatregelen of -technieken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij die bezoeken kan de aangemelde instantie zo nodig testen verrichten of laten verrichten om zich van de goede werking van het kwaliteitssysteem te vergewissen. Zij verstrekt de fabrikant een verslag van het bezoek en, voorzover van toepassing, een testrapport. 4. De fabrikant of zijn gemachtigde houdt gedurende een periode van tien jaar na de laatste fabricagedatum de volgende gegevens ter beschikking van de nationale autoriteiten : - de in punt 2.1 bedoelde documentatie, - de in punt 2.4, derde en vierde alinea, en in de punten 3.3 en 3.4 bedoelde beslissingen en verslagen van de aangemelde instantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET Bijlage XI Door de lidstaten in acht te nemen minimumcriteria voor de aanmelding van instanties 1. De keuringsinstantie, de directeur ervan en het met de keuring belaste personeel mogen niet de ontwerper, de fabrikant, de leverancier of de installateur zijn van de machines die zij keuren, noch de gemachtigde van een der genoemde personen.Zij mogen bij het ontwerp, de bouw, de verkoop of het onderhoud van deze machines noch rechtstreeks, noch als gemachtigden van de betrokken partijen optreden. Een eventuele uitwisseling van technische informatie tussen fabrikant en keuringsinstantie wordt door deze bepaling niet uitgesloten. 2. De keuringsinstantie en het personeel voeren de keuring met de grootste mate van beroepsintegriteit en technische bekwaamheid uit; zij moeten vrij zijn van elke pressie en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun beoordeling of de uitslagen van hun keuring kan beïnvloeden, inzonderheid van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van de keuring. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuringsinstantie moet voor iedere categorie machines waarvoor zij is aangemeld, over personeel met toereikende en relevante technische kennis en ervaring beschikken om de beoordeling van de overstemming te kunnen verrichten.Zij moet de nodige middelen hebben om de met de uitvoering van de keuringen verbonden technische en administratieve taken op passende wijze te vervullen; tevens moet zij toegang hebben tot het nodige materieel voor bijzondere keuringen. 4. Het met keuringen belaste personeel moet : - een goede technische en beroepsopleiding hebben genoten, - een behoorlijke kennis bezitten van de voorschriften betreffende de keuringen die het verricht en voldoende ervaring met deze keuringen hebben, - de vereiste bekwaamheid bezitten om op grond van de verrichte keuringen verklaringen, processen-verbaal en rapporten op te stellen.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onafhankelijkheid van het personeel dat met de keuringen is belast, moet zijn gewaarborgd.De bezoldiging van een functionaris mag niet afhangen van het aantal keuringen dat hij verricht, noch van de uitslag van deze keuringen. 6. De keuringsinstantie moet een aansprakelijkheidsverzekering afsluiten, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door de staat wordt gedekt of de keuringen rechtstreeks door de lidstaat worden verricht.7. Het personeel van de keuringsinstantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van al hetgeen het bij de uitoefening van zijn taak in het kader van dit besluit of van de bepalingen van nationaal recht die daaraan uitvoering geven, ter kennis is gekomen (behalve tegenover de ter zake bevoegde overheidsinstanties van de staat waarin de keuringsinstantie haar werkzaamheden uitoefent).8.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangemelde instanties nemen deel aan de coördinerende werkzaamheden.Zij nemen ook rechtstreeks deel aan of zijn vertegenwoordigd in het overleg betreffende de Europese normalisatie, of zorgen ervoor dat zij van de toepasselijke normen op de hoogte zijn. 9. De lidstaten kunnen alle maatregelen treffen die zij noodzakelijk achten om ervoor te zorgen dat, wanneer de activiteiten van een aangemelde instantie worden beëindigd, de dossiers van de cliënten van die instantie aan een andere instantie worden overgedragen of ter beschikking worden gesteld van de lidstaat die de instantie heeft aangemeld. Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 12 augustus 2008 betreffende het op de markt brengen van machines.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE De Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET</p></div>", "next": 0}