{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het gebruikersprofiel \"PMS-centrumdirectie\" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel: 1° leestoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\";2° alle tabbladen kan afdrukken van het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\". § 4. Het gebruikersprofiel \"lid van het pedagogisch team\" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel voor de leerlingen die onder zijn verantwoordelijkheid staan en zijn ingeschreven in de school waar de gebruiker werkt en voor het niveau waarin hij werkt: 1° leestoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\"; 2° schrijftoegang heeft om het tabblad met betrekking tot de beslissing tot zittenblijven in te vullen, volgens de voorwaarden in artikelen 2.3.1-26, § 2 en 2.3.1-27, § 4. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruikersprofiel \"lid van het technisch personeel van het PMS-centrum\" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel leestoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\". § 6. In het kader van de voorwaardelijke toegang bedoeld in artikel 2.3.1-34, § 3, lid 4, zorgt het gebruikersprofiel \"inrichtende macht van de school\" ervoor dat de gebruiker met dit profiel leestoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\". § 7. In het kader van de voorwaardelijke toegang bedoeld in artikel 2.3.1-34, § 3, lid 4, zorgt het gebruikersprofiel \"inrichtende macht van het PMS-centrum\" ervoor dat de gebruiker met dit profiel leestoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\". § 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruikersprofiel \"ouders of meerderjarige leerling\" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel: 1° leestoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\"; 2° schrijftoegang heeft om het tabblad met betrekking tot het standpunt van de ouders of de meerderjarige leerling in te vullen, volgens de voorwaarden in artikel 2.3.1-28, § 2; 3° alle tabbladen kan afdrukken van het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\". § 9. Het gebruikersprofiel \"voorzitter van de Kamer van beroep\" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel, voor het DAccE van leerlingen voor wie een zaak aanhangig is gemaakt bij de Kamer van beroep: 1° leestoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\"; 2° schrijftoegang heeft om het tabblad met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep in te vullen, overeenkomstig artikel 2.3.1-30; 3° de rubriek met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep kan afdrukken. § 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruikersprofiel \"lid van de Kamer van beroep\" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel, voor het DAccE van leerlingen voor wie een zaak aanhangig is gemaakt bij de Kamer van beroep: 1° leestoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\"; 2° schrijftoegang heeft om het tabblad met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep in te vullen, overeenkomstig artikel 2.3.1-30. § 11. Het gebruikersprofiel \"secretaris van de Kamer van beroep\" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel, voor het DAccE van leerlingen voor wie een zaak aanhangig is gemaakt bij de Kamer van beroep: 1° leestoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\"; 2° schrijftoegang heeft om: a) het tabblad met betrekking tot het standpunt van de ouders of de meerderjarige leerling in te vullen, volgens de voorwaarden in artikel 2.3.1-28, § 2, lid 2; b) het tabblad met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep in te vullen, volgens de voorwaarden in artikel 2.3.1-30; 3° de rubriek met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep kan afdrukken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-231-36\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1-36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\" wordt ingevuld: 1° met gegevens die worden weergegeven vanuit andere delen van het DAccE;2° met gegevens die aanvankelijk werden verwerkt krachtens decretale of reglementaire bepalingen, en die afkomstig zijn uit databases die overeenkomstig die bepalingen zijn aangelegd; 3° met gegevens die door de gebruikers worden ingevoerd overeenkomstig de procedureregels in artikel 2.3.1-26 en volgende. § 2. Het tabblad met betrekking tot de beslissing tot zittenblijven wordt als volgt ingevuld: 1° de informatie met betrekking tot de identificatie van de leerling bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, a), a.1), wordt weergegeven vanuit het deel \"administratief\" van het DAccE bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 3 Deze informatie wordt ingevoerd overeenkomstig artikel 1.10.4-1; 2° de informatie met betrekking tot het traject van de leerling bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, a), a.2) en a.3), wordt weergegeven vanuit het deel \"schooltraject\" van het DAccE bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 4. Deze informatie wordt ingevoerd overeenkomstig artikel 1.10.4-1; 3° de informatie met betrekking tot de identificatie van de school en de schooldirecteur bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, b), b.1) en b.2), wordt ingevoerd door middel van gegevens die aanvankelijk werden verwerkt krachtens decretale of reglementaire bepalingen, en die afkomstig zijn uit databases die overeenkomstig die bepalingen zijn aangelegd; 4° de informatie met betrekking tot de opvolging van het leerproces tijdens het schooljaar voorafgaand aan het mogelijke schooljaar van zittenblijven bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, c), c.1) en c.2), wordt weergegeven vanuit het deel \"opvolging van de leerling\" van het DAccE bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze informatie werd eerder ingevoerd overeenkomstig artikel 1.10.4-2 en volgende; 5° de informatie met in voorkomend geval betrekking tot de details van de uitzonderlijke omstandigheden die verband houden met de situatie van de leerling bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, c), c.1), wordt door het naar behoren gemachtigde lid van het pedagogisch team ingevuld op het moment waarop de school een beslissing tot zittenblijven in een jaar van de gemeenschappelijke kern neemt, overeenkomstig artikel 2.3.1-26, § 2; 6° de informatie en documenten met betrekking tot het gedetailleerde advies dat de beslissing tot zittenblijven verantwoordt, bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, d), d.1) en d.2), wordt door het naar behoren gemachtigde lid van het pedagogisch team ingevuld op het moment waarop de school een beslissing tot zittenblijven in een jaar van de gemeenschappelijke kern neemt, overeenkomstig artikel 2.3.1-26, § 2; 7° de datum van validatie van de beslissing bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, e), wordt automatisch weergegeven door de toepassing wanneer de directeur de beslissing valideert; 8° de informatie met betrekking tot het intern overleg bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 2°, a) tot d), wordt door het naar behoren gemachtigde lid van het pedagogisch team ingevuld op het moment waarop de school een beslissing tot zittenblijven in een jaar van de gemeenschappelijke kern neemt, overeenkomstig artikel 2.3.1-26, § 2; 9° in voorkomend geval wordt de datum van validatie van de beslissing die is genomen in het kader van de procedure voor intern overleg, bedoeld in 2.3.1-33, § 2, lid 1, 2°, e), automatisch weergegeven door de toepassing wanneer de inspecteur de beslissing valideert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rubriek met betrekking tot de beslissing van het pedagogisch team kan worden ingevuld tussen de maandag van de vierde week na de voorjaarsvakantie (Pasen) en de laatste woensdag van het schooljaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rubriek met betrekking tot het intern overleg kan worden ingevuld tussen de laatste donderdag van het schooljaar en maandagmiddag van de eerste week van de zomervakantie. § 3. Het tabblad met betrekking tot het standpunt van de ouders of de meerderjarige leerling wordt als volgt ingevuld: 1° de informatie met betrekking tot de identificatie en de contactgegevens van de ouder(s) van de leerling of de meerderjarige leerling bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 3, lid 1, 1°, a) en b), wordt weergegeven vanuit het deel \"administratief\" van het DAccE bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 3. Deze informatie wordt ingevoerd overeenkomstig artikel 1.10.4-1; 2° de informatie met betrekking tot de identificatie van de school en de schooldirecteur bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 3, lid 1, 2°, a) en b), wordt ingevoerd door middel van gegevens die aanvankelijk werden verwerkt krachtens decretale of reglementaire bepalingen, en die afkomstig zijn uit databases die overeenkomstig die bepalingen zijn aangelegd; 3° de informatie met betrekking tot het standpunt van de ouders en de informatie die ze aan de Kamer van beroep wensen mee te delen, bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 3, lid 1, 3° en 4°, wordt ingevoerd door de ouders overeenkomstig artikel 2.3.1-28; 4° de datum van het standpunt van de ouders of de meerderjarige leerling bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 3, lid 1, 5°, wordt automatisch weergegeven door de toepassing wanneer de ouders of de meerderjarige leerling de beslissing valideren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tabblad met betrekking tot het standpunt van de ouders of de meerderjarige leerling kan worden ingevuld tussen de laatste woensdag van het schooljaar en de vrijdag van de eerste week van de zomervakantie. § 4. Het tabblad met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep wordt als volgt ingevuld: 1° de informatie met betrekking tot de identificatie van de voorzitter van de Kamer van beroep bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 4, lid 1, 1°, wordt ingevoerd door middel van gegevens die aanvankelijk werden verwerkt krachtens decretale of reglementaire bepalingen, en die afkomstig zijn uit databases die overeenkomstig die bepalingen zijn aangelegd; 2° de informatie met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep en de motivering ervan bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 4, lid 1, 2°, wordt ingevoerd door een lid van de Kamer van beroep; 3° de datum van validatie van de beslissing van de Kamer van beroep bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 4, lid 1, 3°, wordt automatisch weergegeven door de toepassing wanneer de voorzitter van de Kamer van beroep de beslissing valideert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tabblad met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep kan worden ingevuld vanaf de maandag van de vijfde week van de zomervakantie tot alle beroepen zijn behandeld. § 5. De gegevens bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, a) en b), § 3, lid 1, 1°, a), en 2°, en § 4, lid 1, 1°, worden niet bewaard buiten de database waaruit ze afkomstig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, c), d) en e), en 2°, § 3, lid 1, 1), b), 3° tot 5°, en § 4, lid 1, 2° en 3°, worden bewaard tot de laatste dag van het schooljaar volgend op de beslissing tot uitzonderlijk zittenblijven in een jaar van de gemeenschappelijke kern.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-231-37\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1-37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Wanneer de procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern wordt afgesloten overeenkomstig artikel 2.3.1-29 of artikel 2.3.1-31, wordt het tabblad met betrekking tot de geschiedenis van de procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern ingevuld op het moment dat het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\" wordt afgesloten. § 2. In geval van een beslissing tot zittenblijven in hetzelfde studiejaar hebben personen met de gebruikersprofielen \"schooldirectie\", \"PMS-centrumdirectie\", \"lid van het pedagogisch team\", \"lid van het technisch personeel van het PMS-centrum\", \"inrichtende macht van een school\" en \"inrichtende macht van een PMS-centrum\" toegang tot het tabblad met betrekking tot de geschiedenis van de procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern tijdens het schooljaar volgend op de beslissing tot uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern. Ze hebben leestoegang om de gegevens in dit tabblad te raadplegen Als wordt beslist om de leerling hetzelfde studiejaar al dan niet te laten overdoen, hebben personen met het gebruikersprofiel \"ouders of meerderjarige leerling\" tijdens het schooljaar volgend op de beslissing tot uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern toegang tot het tabblad met betrekking tot de geschiedenis van de procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern. Ze hebben leestoegang en ze kunnen de gegevens in dit tabblad afdrukken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van verandering van school tijdens het schooljaar volgend op de beslissing tot uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern, heeft het nieuwe team dat instaat voor de leerling geen toegang tot het tabblad met betrekking tot de geschiedenis van de procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern tijdens het schooljaar volgend op de beslissing tot uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern. § 3. Als wordt beslist om de leerling hetzelfde studiejaar te laten overdoen, worden de gegevens bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 6, lid 2, 1°, b), bewaard volgens de voorwaarden in artikel 1.10.4-11, leden 2 en 3. \" HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepalingen met betrekking tot de netoverschrijdende Kamer van beroep die bevoegd is voor de behandeling van beslissingen tot zittenblijven in de gemeenschappelijke kern en beslissingen tot weigering van toekenning van het getuigschrift basisonderwijs Art. 14.In Boek II, Titel III van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs wordt een hoofdstuk 4 ingevoegd met als titel \"Over de netoverschrijdende Kamer van beroep die bevoegd is voor de behandeling van beslissingen tot uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern en beslissingen tot weigering van toekenning van het getuigschrift basisonderwijs\", dat als volgt luidt: \"HOOFDSTUK IV - Over de netoverschrijdende Kamer van beroep die bevoegd is voor de behandeling van beslissingen tot zittenblijven in de gemeenschappelijke kern en beslissingen tot weigering van toekenning van het getuigschrift basisonderwijs Art. 2.3.4-1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is een netoverschrijdende Kamer van beroep opgericht om beroepen te behandelen tegen: 1° beslissingen tot zittenblijven in een jaar van de gemeenschappelijke kern;2° beslissingen tot weigering van toekenning van het getuigschrift basisonderwijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-234-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.4-2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Kamer van beroep is als volgt samengesteld: 1° een ambtenaar van ten minste rang 15 of diens afgevaardigde uit het Algemeen bestuur Onderwijs, die er de voorzitter van is;2° de Coördinerend inspecteur-generaal of diens afgevaardigde;3° acht leden uit het gewoon onderwijs;4° twee leden uit het buitengewoon onderwijs;5° twee leden die de psycho-medisch-sociale centra vertegenwoordigen; 6° twee leden die de oudervertegenwoordigingsorganisaties en ouderverenigingen bedoeld in artikel 1.6.6-1 vertegenwoordigen Voor elk gewoon lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen. Voor de leden bedoeld in lid 1, 3° en 4° moet het plaatsvervangend lid tot dezelfde categorie en hetzelfde onderwijsniveau behoren als het gewoon lid. § 2. De regering wijst de in paragraaf 1, lid 1, 1° en 2° bedoelde leden en hun plaatsvervangers aan onder de ambtenaren-generaal of inspecteurs-generaal die de laatste vijf jaar in actieve dienst zijn geweest of met pensioen zijn gegaan. § 3. De leden bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 3° en 4° en hun plaatsvervangers worden aangewezen op voordracht van Wallonie-Bruxelles Enseignement en de federaties van inrichtende machten, op basis van de volgende verdeling: 1° vier gewone leden en vier plaatsvervangende leden die de in artikel 1.6.5-2, § 1, lid 5, 3° bedoelde inrichtende machten vertegenwoordigen; 2° een gewoon lid en een plaatsvervangend lid die de in artikel 1.6.5-2, § 1, lid 5, 4° bedoelde inrichtende machten vertegenwoordigen; 3° drie gewone leden en vier plaatsvervangende leden die de in artikel 1.6.5-2, § 1, lid 5, 1° bedoelde inrichtende machten vertegenwoordigen; 4° een gewoon lid en een plaatsvervangend lid die de in artikel 1.6.5-2, § 1, lid 5, 2° bedoelde inrichtende machten vertegenwoordigen; 5° een gewoon lid en een plaatsvervangend lid die Wallonie-Bruxelles Enseignement vertegenwoordigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 3° en 4° komen uit verschillende pedagogische teams en voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° ofwel een directeur of adjunct-directeur zijn die in functie is, die met verlof voor opdracht is, of die nog geen vijf jaar niet meer in functie is;2° ofwel een lid van het onderwijzend personeel zijn met ten minste vijf jaar dienstanciënniteit. Onder de leden bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 3° : 1° zijn er ten minste drie leden uit het gewoon basisonderwijs;2° zijn er ten minste drie leden uit het gewoon secundair onderwijs;3° zijn ten minste vier leden directeur of adjunct-directeur van een school uit het gewoon onderwijs die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in lid 2, 1°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de leden bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 4° : 1° is er één lid uit het buitengewoon basisonderwijs;2° is er één lid uit het buitengewoon secundair onderwijs;3° is ten minste één lid directeur of adjunct-directeur van een school uit het buitengewoon onderwijs die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in lid 2, 1°. § 4. De leden bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 5° en hun plaatsvervangers worden voorgedragen door de Hoge Raad voor de Psycho-medisch-sociale centra onder de leden van de multidisciplinaire teams van de PMS-centra. Voor zowel de gewone als de plaatsvervangende leden is er een balans tussen het officieel en vrij onderwijs enerzijds, en tussen het confessioneel en niet-confessioneel onderwijs anderzijds. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 6° en hun plaatsvervangers worden voorgedragen door de oudervertegenwoordigingsorganisaties en ouderverenigingen bedoeld in artikel 1.6.6-1. § 6. De leden worden door de regering benoemd voor een periode van vier jaar. Hun mandaat kan worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er vóór het verstrijken van een mandaat een vacature ontstaat, voltooit de plaatsvervanger het genoemde mandaat en wordt een nieuw lid als plaatsvervanger aangewezen voor de periode tot het einde van het mandaat. Elk lid dat de hoedanigheid verliest waarvoor het is benoemd, of dat zonder geldige reden meer dan de helft van de zittingen in het schooljaar afwezig is geweest, houdt op lid van de Kamer van beroep te zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-234-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.4-3</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1. De Kamer van beroep komt uiterlijk drie weken vóór het begin van het schooljaar bijeen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Kamer van beroep beraadslaagt rechtsgeldig als de meerderheid van de leden aanwezig is. Indien de bijeengeroepen Kamer van beroep echter niet over het vereiste aantal leden beschikt, kan ze na een nieuwe bijeenroeping rechtsgeldig over hetzelfde onderwerp beraadslagen, ongeacht het aantal aanwezige leden. De leden zijn verplicht tot geheimhouding van de dossiers en beraadslagingen van de Kamer van beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk lid van de Kamer van beroep heeft stemrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als er geen consensus is, worden de besluiten bij absolute meerderheid van de aanwezige leden genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het beroep betrekking heeft op een leerling die naar de school gaat of ging waar het lid van de Kamer van beroep werkzaam is of is geweest, of wanneer dit lid een bloed- of aanverwant tot in de vierde graad van de betrokken leerling is, wordt het lid vervangen door een plaatsvervangend lid dat uitspraak doet over de zaak. Als het lid betrokken was bij de beslissing tot zittenblijven waartegen beroep wordt aangesteld, wordt het vervangen door het plaatsvervangend lid dat uitspraak doet over de zaak. § 2. De regering stelt de voorwaarden vast voor de werking van de Kamer van beroep, evenals de vergoeding van de leden van de Kamer van beroep bedoeld in artikel 2.3.4 2, § 1, lid 1, 3° tot 6°. De in artikel 2.3.4-2, § 1, lid 1, 1° en 2° bedoelde leden mogen geen vergoeding ontvangen. \" Art. 15.In artikel 2.3.2-11 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in lid 1 worden de woorden \"de Raad van beroep tegen beslissingen tot weigering van toekenning van het getuigschrift basisonderwijs\" vervangen door de woorden \"de in artikel 2.3.4-1 opgerichte Kamer van beroep\"; 2° in lid 2 worden de woorden \"De Raad van beroep\" vervangen door de woorden \"De Kamer van beroep\". Art. 16.Artikel 31 van het decreet van 2 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/06/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/08/2006 numac 2006202467 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de externe evaluatie van de verworven kennis van leerlingen van het leerplichtonderwijs en het getuigschrift van basisonderwijs na het lager onderwijs sluiten betreffende de externe evaluatie van de verworven kennis van leerlingen van het leerplichtonderwijs wordt opgeheven. Art. 17.In artikel 32 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, lid 1 worden de woorden \"de Raad van beroep bedoeld in artikel 31\" vervangen door de woorden \"de in artikel 2.3.4-1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs opgerichte Kamer van beroep\"; 2° in paragraaf 1, lid 3 worden de woorden \"De Raad van beroep\" vervangen door de woorden \"De Kamer van beroep\";3° in paragraaf 2 worden de woorden \"van de Raad van beroep\" telkens vervangen door de woorden \"van de Kamer van beroep\".4° in paragraaf 2, lid 4 worden de woorden \"De Raad van beroep\" vervangen door de woorden \"De Kamer van beroep\". Art. 18.In artikel 33 van hetzelfde decreet worden de woorden \"van de Raad van beroep\" vervangen door de woorden \"van de Kamer van beroep \" HOOFDSTUK 5. - Wijzigingsbepalingen Afdeling 1. - Wijzigingsbepalingen met betrekking tot het leerlingenbegeleidingsdossier (DAccE)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-19\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1.10.2-2 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 6 wordt lid 2 vervangen door hetgeen volgt: \"Het deel \"procedures\" omvat de volgende onderdelen: 2° een onderdeel \"geschiedenis van de procedures\" dat de volgende tabbladen omvat: a) een tabblad met betrekking tot de geschiedenis van de procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs, waarin de volgende gegevens kunnen worden geraadpleegd: a.1) het verzoek tot zittenblijven dat is ingediend door de ouders bedoeld in artikel 2.3.1-11; a.2) het advies van de school bedoeld in artikel 2.3.1-12, § 1; a.3) het advies van het PMS-centrum bedoeld in artikel 2.3.1-12, § 2; a.4) de beslissing van de Algemene Inspectiedienst bedoeld in artikel 2.3.1-13; a.5) in voorkomend geval het beroep dat is ingesteld door ouders bedoeld in artikel 2.3.2-14; a.6) in voorkomend geval de beslissing van de Kamer van beroep bedoeld in artikel 2.3.1-16; b) een tabblad met betrekking tot de geschiedenis van de procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern, dat de volgende gegevens bevat: b.1) de beslissing van de school bedoeld in artikel 2.3.1-26 of artikel 2.3.1-27; b.2) in voorkomend geval de beslissing van de Kamer van beroep bedoeld in artikel 2.3.1-30; 2° een onderdeel \"specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs\";3° een onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\"</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderdeel \"geschiedenis van de procedures \" bedoeld in lid 2, 1°, bevat gegevens met betrekking tot de gezondheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regering legt het (de) stramien(en) vast van het onderdeel \"geschiedenis van de procedures\" bedoeld in lid 2, 1°. De stramienen van de andere onderdelen worden vastgelegd overeenkomstig de decretale en reglementaire bepalingen tot organisatie van de procedures bedoeld in lid 1. \"; 2° in paragraaf 7 wordt lid 1 vervangen door hetgeen volgt: \"De regering legt het stramien vast van het DAccE aan de hand van de delen en rubrieken bedoeld in dit artikel, met uitzondering van het in paragraaf 6 bedoelde deel \"procedures.\"; 3° in paragraaf 8, lid 1 worden de woorden \"lid 1, 1° en 3\" vervangen door de woorden \"lid 1, 1°, 3° en 4° \". Art. 20.In artikel 1.10.3-1 van hetzelfde Wetboek wordt een als volgt opgestelde paragraaf 4 ingevoegd: \" § 4. Personen van wie het ambt het vereist en die hun ambt ten aanzien van de betrokken leerling daadwerkelijk uitoefenen, kunnen toegang krijgen tot het DAccE van deze leerling en tussenbeide komen in een procedure bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 6, waarbij die leerling betrokken is, overeenkomstig de decretale en reglementaire bepalingen tot organisatie van de betrokken procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naargelang van het geval geldt voor de decretale of reglementaire bepalingen tot organisatie van de gedigitaliseerde administratieve procedures in het DAccE het volgende: 1° ze stellen de gebruikersprofielen vast voor personen waarop leden 1 tot 3 geen betrekking hebben; 2° ze vullen de gebruikersprofielen bedoeld in artikel 1.10.3-2 aan. \" Art. 21.In artikel 1.10.3-2 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt 10° opgeheven;2° in paragraaf 2, 1° wordt b) opgeheven;3° in paragraaf 2, 2° wordt c) vervangen door hetgeen volgt: \"c) de gegevens corrigeren of wissen in de rubriek met betrekking tot de aanvullende informatie over de opvolging van het leerproces van de leerling betreffende de acties van de ouders ter ondersteuning van het leerproces van hun kind, op verzoek van de ouders en om een invoerfout te corrigeren, volgens de door de regering vastgestelde voorwaarden;4° in paragraaf 3 worden 1°, b) en 2°, c) opgeheven;5° in paragraaf 4, 1° wordt b) opgeheven; 6° in paragraaf 4, 2° wordt b) vervangen door hetgeen volgt: \"b) de memo verwijderen die hij zelf heeft opgesteld, overeenkomstig artikel 1.10.4-7, lid 3\"; 7° in paragraaf 5, 1° wordt b) opgeheven; 8° in paragraaf 5, 2° wordt b) vervangen door hetgeen volgt: \"b) de memo verwijderen die hij zelf heeft opgesteld, overeenkomstig artikel 1.10.4-7, lid 3\"; 9° in paragraaf 6, 1° wordt b) opgeheven; 10° in paragraaf 6, 2° wordt b) vervangen door hetgeen volgt: \"b) de memo verwijderen die hij zelf heeft opgesteld, overeenkomstig artikel 1.10.4-7, lid 3\"; 11° in paragraaf 7 worden 1°, b) en 2°, a) opgeheven;12° in paragraaf 8 worden 1°, b) en 2°, a) opgeheven;13° in paragraaf 9 worden 1°, b) en 2° opgeheven;14° in paragraaf 10 worden 1°, b) en 2° opgeheven;15° paragraaf 11 wordt opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 22</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 1.10.4-3 van hetzelfde Wetboek wordt het woord \"woensdag\" telkens vervangen door het woord \"dinsdag\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1.10.4-4 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het woord \"woensdag\" wordt telkens vervangen door het woord \"dinsdag\";2° in paragraaf 1, lid 2 worden de woorden \"van wie de leermoeilijkheden aan het licht werden gebracht en\" opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1.10.4-10 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een als volgt opgestelde paragraaf 4: \" § 4. De ouders of de meerderjarige leerling ontvangen een kennisgeving die automatisch wordt gegenereerd door de DAccE-computertoepassing, en waarin ze over het volgende worden geïnformeerd: 1° de invoer van een beknopte balans, overeenkomstig artikelen 1.10.4-3 en 1.10.4-4; 2° de toevoeging, correctie of uitwissing van de gegevens in de rubriek met betrekking tot de aanvullende informatie over de opvolging van het leerproces van de leerling betreffende de acties van de ouders ter ondersteuning van het leerproces van hun kind; 3° de toevoeging en/of uitwissing door de directeur van de school of van het PMS-centrum van een document dat is opgesteld door een specialist op medisch, paramedisch of psychomedisch gebied, door een multidisciplinair medisch team of door het PMS-centrum, overeenkomstig artikel 1.10.4-6; 4° de correctie van een invoerfout, overeenkomstig artikel 1.10.3-2, § 2, 2°, c); 5° de correctie van de gegevens die zijn opgenomen in het commentaar bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 5, lid 2, 1°, c), overeenkomstig artikel 1.10.4-13. \" Art. 25.In artikel 1.10.4-12 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 1 aangevuld met een als volgt opgesteld punt 7° : \"7° de regels voor het gebruik van het DAccE die van toepassing zijn op een van de procedures bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 6\" Art. 26.Artikel 1.10.5-2 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een als volgt opgesteld lid: \"Naast de opdrachten bedoeld in artikel 1.10.4-12, § 2, is de ambtenaar-generaal of diens afgevaardigde verantwoordelijk voor het beheer en het onderhoud van het DAccE Hij voert met name de volgende opdrachten uit: 1° ervoor zorgen dat de delen \"administratief\" en \"schooltraject\" zijn ingevuld;2° ervoor zorgen dat het deel \"procedures\" is ingevuld;3° de toegang en de acties van de gebruikers van het DAccE controleren; 4° instaan voor de opvolging van de klachten ingediend door de ouders van de minderjarige leerling of door de meerderjarige leerling zelf overeenkomstig artikel 1.10.4-12, § 1, 6° ; 5° in samenwerking met ETNIC statistieken verwerken op basis van de gegevens van het DAccE, onder voorbehoud van de anonimisering ervan met behulp van geschikte methodes;6° alle andere opdrachten in verband met het DAccE uitvoeren die door middel van een decretale of reglementaire bepaling aan de regeringsdiensten zijn toevertrouwd.\" Art. 27.In artikel 10, § 1 van het decreet van 31 maart 2022Relevante gevonden documenten</p>\n<p class=\"lf-p\">type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2022 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/05/2022 numac 2022040819 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot aanlegging van het begeleidingsdossier voor de leerling type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2022 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/06/2022 numac 2022040888 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de aanpassing van het jaarritme van de scholen voor gewoon, gespecialiseerd basis- en secundair onderwijs, secundair kunstonderwijs met beperkt leerplan en voor sociale promotie en betreffende de begeleidingsmaatregelen voor de vrijetijdsopvang sluiten houdende aanlegging van het begeleidingsdossier van de leerling (DACCE) worden de woorden \"en onverminderd artikel 10/1\" ingevoegd tussen de woorden \"In het gewoon onderwijs\" en de woorden \", het gebruik van het DAccE overeenkomstig dit decreet\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt een als volgt opgesteld artikel 10/1 ingevoegd: \"Artikel 10/1.- § 1. Tijdens de schooljaren 2023-2024, 2024-2025 en 2025-2026 zal het leerlingenbegeleidingsdossier (DAccE), voor wat betreft het deel \"opvolging van de leerling\", worden ingevuld: 1° ofwel via de \"DAccE\"-computertoepassing bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 8, lid 1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, en overeenkomstig de bepalingen van Boek 1, Titel 10 van het genoemde Wetboek; 2° ofwel via een document, hierna het \"DAccE in schoolformaat\"-document genoemd, waarvan het model overeenkomstig dit artikel wordt vastgelegd door de regeringsdiensten. In het deel \"opvolging van de leerling\" van het DAccE kunnen alleen tegen de volgende twee invoermomenten \"DAccE in schoolformaat\"-documenten worden opgenomen: 1° uiterlijk tegen de vrijdag na de herfstvakantie (Allerheiligen);2° uiterlijk tegen de vrijdag na de ontspanningsvakantie (carnaval). § 2. Na het advies te hebben ingewonnen van het lokale orgaan voor sociaal overleg bedoeld in artikel 1.3.1-1 van hetzelfde Wetboek en van de Participatieraad, kan een school beslissen om \"DAccE in schoolformaat\"-documenten op te nemen in het DAccE. Deze beslissing wordt jaarlijks genomen. Een school die de DAccE-computertoepassing een volledig schooljaar heeft gebruikt, kan niet meer vragen om de \"DAccE in schoolformaat\"-documenten te gebruiken De beslissing van de school om in het DAccE van haar leerlingen \"DAccE in schoolformaat\"-documenten op te nemen, geldt voor alle leerlingen van de school voor de studiejaren waarop het gebruik van het DAccE betrekking heeft overeenkomstig artikel 10, § 1. In afwijking van artikel 1.10.3-2 van hetzelfde Wetboek mogen personen met toegang tot het DAccE in dit geval het deel \"opvolging van de leerling\" van het DAccE voor de leerlingen van deze school niet raadplegen, noch er documenten in opnemen, op de invoermomenten bedoeld in paragraaf 1, lid 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de school beslist om \"DAccE in schoolformaat\"-documenten op te nemen in het DAccE van haar leerlingen, stelt ze het bevoegde PMS-centrum en de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven in de in lid 2 bedoelde studiejaren, uiterlijk op 1 oktober van elk in paragraaf 1, lid 1 bedoeld schooljaar hiervan in kennis. Indien de school deze belanghebbenden niet binnen deze periode op de hoogte brengt, is ze verplicht om de DAccE-computertoepassing te gebruiken overeenkomstig paragraaf 1, lid 1, 1°.</p>\n<p class=\"lf-p\">De school brengt ook de regeringsdiensten van deze beslissing op de hoogte tegen 1 oktober van elk schooljaar bedoeld in paragraaf 1, lid 1. § 3. Om het model van het \"DAccE in schoolformaat\"-document vast te leggen, gebruiken de regeringsdiensten dezelfde structuur en dezelfde informatie als die in de stramienen die de regering heeft goedgekeurd overeenkomstig artikel 1.10.2-2, § 7 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs voor het betrokken onderwijsniveau. Dit document bevat echter niet het deel \"schooltraject\" bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 4 van hetzelfde Wetboek en de rubrieken die respectievelijk zijn bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 5, lid 2, 3° tot 6° van hetzelfde Wetboek. De scholen mogen het \"DAccE in schoolformaat\"-document invullen volgens hun eigen voorwaarden, voor zover ze bewijs kunnen voorleggen van de datum waarop het document werd ondertekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De scholen zijn verplicht om een document te verstrekken overeenkomstig het in lid 1 bedoelde model voor: 1° de communicatie met de ouders van de betrokken leerling bedoeld in paragraaf 5;2° de communicatie met de directeur van het PMS-centrum bedoeld in paragraaf 5;3° de communicatie met de nieuwe school bedoeld in paragraaf 6;4° de communicatie bedoeld in paragraaf 8, leden 1 en 2. § 4. Op basis van de informatie die afkomstig is van een bespreking onder collega's onder leiding van het onderwijsteam van de school die verantwoordelijk is voor de leerling, in voorkomend geval samen met het multidisciplinair team van het PMS-centrum, bevat het \"DAccE in schoolformaat\"-document: 1° de beknopte balans bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 5, lid 2, 1° van hetzelfde Wetboek; 2° de aanvullende informatie over de opvolging van het leerproces van de leerling betreffende de acties van de ouders ter ondersteuning van het leerproces van hun kind, bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 5, lid 2, 2° van hetzelfde Wetboek. Voor elke klas wijst de directeur een lid van het pedagogisch team aan om de gegevens in te voeren in het \"DAccE in schoolformaat\"-document.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit document wordt gedateerd en ondertekend door de directeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de personen bedoeld in artikel 1.10.4-9, lid 1 van hetzelfde Wetboek mogen het (de) \"DAccE in schoolformaat\"-document(en) raadplegen van de leerlingen voor wie ze daadwerkelijk verantwoordelijk zijn. § 5. De directeur van de school stuurt systematisch een kopie van het \"DAccE in schoolformaat\"-document naar de ouders van de betrokken leerling en naar de directeur van het PMS-centrum, volgens de door de school bepaalde voorwaarden en met inachtneming van de in paragraaf 1, lid 2 bedoelde termijnen. In elk geval zorgt de directeur van de school ervoor dat hij een bewijs van de communicatie in handen krijgt door middel van de gedateerde handtekening van de ouders. Deze kopie wordt gratis verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 1.10.4-10, § 2 van hetzelfde Wetboek kunnen ouders, in de vorm van een afdrukbaar rapport bedoeld in artikel 1.10.4-10, § 2, lid 2 van hetzelfde Wetboek, een kopie verkrijgen van de gegevens die zijn opgenomen in de delen \"administratief\" en \"schooltraject\" en worden genoemd in artikel 1.10.4-10, § 1, 1° van hetzelfde Wetboek, door een schriftelijk verzoek in te dienen bij de regeringsdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure voor interne bemiddeling bedoeld in artikel 1.10.4-13, § 1 van hetzelfde Wetboek is mutatis mutandis van toepassing op de \"DAccE in schoolformaat\"-documenten die zijn opgesteld overeenkomstig dit artikel. Ouders moeten hun verzoek om interne bemiddeling indienen binnen de vijf werkdagen na ontvangst van het \"DAccE in schoolformaat\"-document. In afwijking van artikel 1.10.4-13, § 1, lid 3 en § 2, lid 2 van hetzelfde Wetboek wordt het commentaar in de beknopte balans door de school volledig verwijderd uit het \"DAccE in schoolformaat\"-document, als er na afloop van de procedure voor interne bemiddeling geen akkoord tussen de partijen is bereikt. § 6. In geval van een verandering van school tijdens de schooljaren 2023-2024, 2024-2025 en 2025-2026 verloopt de communicatie tussen de scholen als volgt: 1° als de school van oorsprong het \"DAccE in schoolformaat\"-document gebruikt, vraagt de directeur van de nieuwe school van de leerling aan de directeur van de school van oorsprong om een kopie van het (de) \"DAccE in schoolformaat\"-document(en) dat (die) in voorkomend geval tijdens het schooljaar werd(en) opgesteld; 2° als de school van oorsprong de \"DAccE\"-computertoepassing bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 1° gebruikt, en de nieuwe school van de leerling het \"DAccE in schoolformaat\"-document gebruikt, vraagt de directeur van de nieuwe school van de leerling aan de directeur van de school van oorsprong om een kopie van het afdrukbare rapport bedoeld in artikel 1.10.4-10, § 2, lid 2 van hetzelfde Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De school van oorsprong bepaalt de voorwaarden voor deze communicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze communicatie moet binnen maximaal 10 schoolwerkdagen plaatsvinden. De nieuwe school van de leerling zorgt ervoor dat de in lid 1 bedoelde documenten naar het bevoegde PMS-centrum worden gestuurd. § 7. Na afloop van de schooljaren 2023-2024, 2024-2025 en 2025-2026 wordt het deel \"opvolging van de leerling\" van het DAccE uiterlijk tegen de laatste dinsdag van het schooljaar ingevuld via de \"DAccE\"-computertoepassing bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 1°, en overeenkomstig de bepalingen van Boek 1, Titel 10 van hetzelfde Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze invoer gebeurt op basis van het (de) \"DAccE in schoolformaat\"-document(en) dat (die) tijdens het betrokken schooljaar is (zijn) opgesteld. § 8. In geval van een specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs bedoeld in artikel 2.3.1-5 van hetzelfde Wetboek, en in het kader van het advies van de school bedoeld in artikel 2.3.1-12, § 1, geeft de directeur het (de) tijdens de schooljaren 2023-2024, 2024-2025 en 2025-2026 opgestelde \"DAccE in schoolformaat\"-document(en) door via het onderdeel \"specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs\" bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 6, lid 2, 2°. Deze communicatie vervangt de informatie bedoeld in artikel 2.3.1-20, § 3, lid 1, 2°, a) tot c) van hetzelfde Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in een jaar van de gemeenschappelijke kern bedoeld in artikel 2.3.1-6, wordt (worden) het (de) tijdens de schooljaren 2023-2024, 2024-2025 en 2025-2026 opgestelde \"DAccE in schoolformaat\"-document(en) doorgegeven via de rubriek met betrekking tot de beslissing van het pedagogisch team om een leerling een jaar te laten overdoen, in het onderdeel \"procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern\" bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°. Deze communicatie is een aanvulling op de informatie bedoeld in artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, c), c.1) van hetzelfde Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in leden 1 en 2 bedoelde documenten worden in PDF-formaat in de DAccE-computertoepassing ingevoerd. \" Art. 29.In hetzelfde decreet wordt een als volgt opgesteld artikel 10/2 ingevoegd: \"Artikel 10/2.- In afwijking van artikel 1.10.4-6 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs mogen er tijdens de schooljaren 2023-2024, 2024-2025 en 2025-2026 geen medische/paramedische documenten worden ingevoerd in de rubriek van het DAccE bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 5, lid 2, 4° van hetzelfde Wetboek. \" Art. 30.In artikel 11, § 1 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) in lid 1 worden de woorden \"vanaf het schooljaar 2023-2024\" vervangen door de woorden \"vanaf het schooljaar 2024-2025\";b) lid 2 wordt vervangen door hetgeen volgt: \"In het buitengewoon basisonderwijs is het gebruik van het DAccE overeenkomstig dit decreet verplicht vanaf de volgende schooljaren: 1° 2024-2025: voor alle leerlingen die les volgen in maturiteitsgraden I, II en III;2° 2025-2026: voor alle leerlingen die les volgen in maturiteitsgraad IV.\" Afdeling 2. - Diverse wijzigingsbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1.2.1-3, lid 2 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs worden de woorden \"van artikel 2.3.1-8\" vervangen door de woorden \"van artikel 2.3.1-5\". Art. 32.In artikel 1.5.1-8, § 1 van hetzelfde Wetboek wordt lid 2 vervangen door hetgeen volgt: Het studiereglement bepaalt met name: 1° de criteria voor kwalitatief goed schoolwerk;2° de evaluatie- en beraadslagingsprocedures van de klassenraden en de mededeling van hun beslissingen;3° de mededeling van de beslissingen die worden genomen na de beraadslaging op het einde van het jaar en in voorkomend geval na het overleg, aan de leerlingen en hun ouders;4° voor de betrokken scholen het verloop van de procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern. Art. 33.In artikel 1.7.7-2, § 2 van hetzelfde Wetboek wordt lid 1 vervangen door hetgeen volgt: \"Het instellen van beroep tegen een beslissing tot uitsluiting die wordt meegedeeld overeenkomstig artikel 1.7.9-11, of tegen een beslissing van een klassenraad bedoeld in artikel 98 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren, of het aanhangig maken van een zaak bij de netoverschrijdende Kamer van beroep die bevoegd is voor de behandeling van beslissingen tot uitzonderlijk zittenblijven in de gemeenschappelijke kern en beslissingen tot weigering van toekenning van het getuigschrift basisonderwijs overeenkomstig artikel 2.3.1-28, § 1, ontslaat de ouders in geval van een minderjarige leerling niet van de verplichting om hem in te schrijven binnen de periodes die worden bepaald in paragraaf 1. \" Art. 34.In artikel 1.7.8-1, § 6 van hetzelfde Wetboek worden de woorden \"De aanpassingen en interventies die specifiek op pedagogisch gebied zijn voorzien, maken deel uit van het instrument voor differentiatie en persoonlijke begeleiding van de leerling. Ze kunnen\" vervangen door de woorden \"De redelijke aanpassingen en interventies die specifiek op pedagogisch gebied zijn voorzien, kunnen\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1.9.2-1 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, lid 1 worden de woorden \"van artikel 2.3.1-6\" vervangen door de woorden \"van artikelen 2.3.1-26, § 1 en 2.3.1-27, § 3\"; 2° artikel 1.9.2-1 wordt aangevuld met een als volgt opgestelde paragraaf 3: \" § 3. Elk jaar stelt de inrichtende macht een programma op voor het volgende schooljaar, waarin ten minste de volgende elementen zijn opgenomen: 1° een planning van de proeven voor summatieve evaluatie;2° een planning van de beraadslagingen;3° een planning van de oudervergaderingen; 4° een planning van de informatie- of overlegmomenten bedoeld in artikelen 2.3.1-3 en 2.3.1-4; 5° een planning van het intern overleg bedoeld in artikel 2.3.1-27 In het gesubsidieerd onderwijs wordt dit programma voor voorafgaand advies voorgelegd aan het lokale orgaan voor sociaal overleg, met het recht om zich te wenden tot het verzoeningsbureau in geval van niet-instemming, en ook voor advies voorgelegd aan de participatieraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichtende macht deelt dit programma tijdens de eerste week van het schooljaar mee aan de ouders. Ze houdt dit programma ter beschikking van de regeringsdiensten en de Inspectiedienst, samen met het advies van het lokale orgaan voor sociaal overleg, om na te gaan of het overeenstemt met de wettelijke bepalingen. \" Art. 36.In artikel 1.9.3-2 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 worden leden 3 tot 5 opgeheven: 2° artikel 1.9.3-2 wordt aangevuld met een als volgt opgestelde paragraaf 3: \" § 3. Elk jaar stelt de inrichtende macht een programma op voor het volgende schooljaar, waarin ten minste de volgende elementen zijn opgenomen: 1° een planning van de periodes voor de proeven voor summatieve evaluatie, met inbegrip van met name de datums van deze proeven;2° een planning van de klassenraden;3° een planning van de oudervergaderingen; 4° een planning van de informatie- of overlegmomenten bedoeld in artikelen 2.3.1-3 en 2.3.1-4; 5° een planning van de fase van intern overleg bedoeld in artikel 2.3.1-27.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit programma wordt voor voorafgaand advies voorgelegd aan het lokale orgaan voor sociaal overleg, met het recht om zich te wenden tot het verzoeningsbureau in geval van niet-instemming, en ook voor advies voorgelegd aan de participatieraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichtende macht deelt dit programma tijdens de eerste week van het schooljaar mee aan de ouders of de meerderjarige leerling. Ze houdt dit programma ter beschikking van de regeringsdiensten en de Inspectiedienst, samen met het advies van het lokale orgaan voor sociaal overleg, om na te gaan of het overeenstemt met de wettelijke bepalingen. \" Art. 37.In artikel 4 van het decreet van 25 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/09/2019 numac 2019014545 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het digitaal bestuur van het schoolsysteem en de overdracht van digitale gegevens in het leerplichtonderwijs sluiten betreffende het digitaal bestuur van het schoolsysteem en de overdracht van digitale gegevens in het leerplichtonderwijs, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1, lid 1 wordt aangevuld met een als volgt opgesteld punt 4° : \"4° van een digitale ruimte voor de directeurs van de PMS-centra en de inrichtende machten van de PMS-centra of hun afgevaardigden, hierna de \"digitale ruimte voor de PMS-centra\" genoemd;2° artikel 4 wordt aangevuld met een als volgt opgestelde paragraaf 6: \" § 6.De digitale ruimte voor de PMS-centra bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 4°, verleent toegang tot de digitale diensten en administratieve toepassingen die door de regeringsdiensten ter beschikking worden gesteld. \" HOOFDSTUK 6. - Overgangsbepalingen Art. 38.In afwijking van artikel 2.3.4-2, § 3, lid 3, 2° van het Wetboek voor het onderwijs, ingevoegd door artikel 14, wordt bij de eerste benoeming van de leden van de Kamer van beroep door de regering onder de leden bedoeld in artikel 2.3.4-2, § 1, lid 1, 3° slechts één lid uit het gewoon secundair onderwijs aangewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 2.3.4-2, § 6, lid 1 van het Wetboek voor het onderwijs, ingevoegd door artikel 14, duurt het mandaat van de leden drie jaar bij de eerste benoeming van de leden van de Kamer van beroep door de regering. Art. 39.In afwijking van artikel 2.3.1-33, § 2, lid 1, 1°, c), c.2) wordt de informatie met betrekking tot de beknopte balans die is opgesteld na afloop van het vorige schooljaar, niet vermeld in de rubriek met betrekking tot de beslissing van het pedagogisch team om een leerling een jaar te laten overdoen tijdens het schooljaar 2023-2024. HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen Art. 40.De regering evalueert om de vier jaar de uitvoering van de bepalingen van hoofdstuk 1, afdelingen 2 en 3, en van hoofdstuk 4 van Boek II, Titel 3 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs, ingevoegd door dit decreet, en brengt er verslag over uit aan het Parlement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze legt het eerste evaluatierapport tijdens het schooljaar 2027-2028 aan het Parlement voor. Art. 41.Artikelen 14 tot 18 treden in werking op 1 oktober 2023. Art. 42.Met uitzondering van de bepalingen waarvan de inwerkingtreding is vastgesteld in artikel 41, treedt dit decreet in werking op 28 augustus 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel op 20 juli 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, belast met Internationale Betrekkingen, Sport en het Onderwijs voor Sociale Promotie, P.-Y. JEHOLET De Vicepresident en Minister van Begroting, Ambtenarenzaken, Gelijke kansen en het Toezicht op \"Wallonie-Bruxelles Enseignement\", F. DAERDEN De Vicepresidente en Minister van Kind, Gezondheid, Cultuur, Media en Vrouwenrechten, B. LINARD De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Universitaire ziekenhuizen, Hulpverlening aan de Jeugd, Justitiehuizen, Jeugd en de Promotie van Brussel, F. BERTIEAUX De Minister van Onderwijs, C. DESIR _______ Nota (1) Zitting 2022-2023 Stukken van het Parlement.- Ontwerpdecreet, nr. 567-1. - Commissieverslag, nr. 567-2 - Tekst aangenomen in plenaire vergadering, nr. 567-3 Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. - Vergadering van 19 juli 2023.</p></div>", "next": 0}