{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">TITEL 6 - De controle van de algemene rekeningen door de bedrijfsrevisoren Art. 164.§ 1. De betrokken minister of ministers en de Minister bevoegd voor Financiën en Begroting kunnen, in onderlinge overeenstemming, bij de boekhoudkundige entiteiten van de gewestelijke entiteit één of meer bedrijfsrevisoren aanwijzen. Deze bedrijfsrevisoren worden onder de leden van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren gekozen. § 2. De bedrijfsrevisoren zijn ermee belast: 1° zich te schikken naar de regels die van toepassing zijn op de bedrijfsrevisoren overeenkomstig artikelen 3:55 en volgende van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;2° de naleving van de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten te controleren. § 3. Zij bezorgen aan de bevoegde minister(s), de Minister van Financiën en Begroting, de leidende ambtenaren van de diensten van de Regering of aan de bestuursorganen en directieorganen van de ABI's een verslag over de controle van de algemene rekening van de betrokken ABI die zij hebben uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij melden hun onverwijld elke onachtzaamheid, onregelmatigheid en meer algemeen elke situatie die de solvabiliteit en de liquiditeit van de boekhoudkundige entiteit in ernstige mate kan schaden. § 4. Voor de ABI's 2 zijn de bedrijfsrevisoren ermee belast de algemene rekeningen te certificeren overeenkomstig de bepalingen van deze ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten. Zij maken hun certificeringen uiterlijk op 30 april over aan het Rekenhof.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL 9 De toekenning en de controle op de aanwending van subsidies Art. 165.§ 1. Overeenkomstig artikel 11 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten, moet iedere subsidie verleend door de gewestelijke entiteit of door een rechtspersoon, die rechtstreeks of onrechtstreeks door de gewestelijke entiteit wordt gesubsidieerd, daarin begrepen ieder door haar zonder interest verleend terugvorderbaar geldvoorschot, worden aangewend voor de doeleinden waarvoor zij werd verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behalve wanneer een wettelijke of reglementaire bepaling daarin voorziet, vermeldt iedere beslissing houdende toekenning van een subsidie nauwkeurig de aard, de omvang en de modaliteiten betreffende het gebruik en betreffende de door de begunstigde van de subsidie te verstrekken verantwoording.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere begunstigde van een subsidie is ertoe gehouden verantwoording te verstrekken over de aanwending van de ontvangen bedragen, tenzij een ordonnantie hem daartoe vrijstelling verleent. § 2. Geen enkele gesubsidieerde actie mag door de begunstigde of de begunstigden van de subsidie worden uitgevoerd vóór de kennisgeving van het ondertekende en gedateerde besluit tot verlening ervan en, in voorkomend geval, van de desbetreffende overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering is gemachtigd om de uitzonderingen op dit artikel te bepalen. § 3. De Regering is gemachtigd om verschillende subsidietypes te bepalen in het besluit dat de begrotingscontrole regelt. Art. 166.Overeenkomstig artikel 12 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten, verleent de begunstigde, door het aanvaarden van de subsidie, meteen ook aan iedere boekhoudkundige entiteit het recht om ter plaatse controle te doen uitoefenen op de aanwending van de toegekende gelden. Art. 167.Overeenkomstig artikel 13 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten, is gehouden tot onmiddellijke terugbetaling van het bedrag van de subsidie de begunstigde: 1° die de voorwaarden niet naleeft, waaronder de subsidie werd verleend;2° die de subsidie niet aanwendt voor de doeleinden, waarvoor zij werd verleend;3° die de in artikel 166 bedoelde controle verhindert;4° die voor hetzelfde doel al een subsidie ontvangt van een andere instelling op basis van dezelfde verantwoordingsstukken. Blijft de begunstigde van de subsidie in gebreke inzake het verstrekken van de in artikel 165 bedoelde verantwoordingen, dan is hij gehouden tot terugbetaling ten belope van het deel dat niet werd verantwoord. Art. 168.Overeenkomstig artikel 14 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten, kan de uitkering van de subsidies worden opgeschort zolang de begunstigde voor soortgelijke subsidies, die hij voordien heeft ontvangen, verzuimt de in artikel 165 bedoelde verantwoordingen te verstrekken of zich aan de in artikel 166 bepaalde controle te onderwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt een subsidie in schijven uitgekeerd, dan wordt iedere schijf voor de toepassing van dit artikel als een afzonderlijke subsidie beschouwd. Art. 169.In het kader van de toekenning van subsidies gaan de rekenplichtigen van de niet-fiscale ontvangsten en de dossierbeheerders van de boekhoudkundige entiteiten vooraf na of er niet-geïnde vervallen schuldvorderingen ten gunste van hun boekhoudkundige entiteit uitstaan op een natuurlijke of rechtspersoon die een subsidie aanvraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dossierbeheerder verzoekt de debiteur zijn schuld te vereffenen opdat de subsidie hem toegekend zou kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering is gemachtigd om de uitzonderingen op dit artikel te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL 10 Bepalingen betreffende giften, legaten en prijzen Art. 170.Onverminderd de artikelen 177, 187, § 3 en 192, paragraaf 1, punten 1° tot en met 3°, kan de toekenning van een gift aan een derde door de diensten van de Regering of een ABI enkel gebeuren op basis van een materiële ordonnantie. Het afstand doen, door een GOB of een ABI, van een gift of van een legaat afkomstig van een derde kan enkel gebeuren op basis van een materiële ordonnantie. Art. 171.Een prijs kan slechts door het Gewest of een ABI aan een derde worden uitgereikt op basis van een ordonnantie tot instelling van deze prijs, en van hun eventuele uitvoeringsbesluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL 11 De verjaring Art. 172.Overeenkomstig artikel 15 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten en onverminderd de bepalingen van artikel 173 zijn de verjaringsregels van het gemeen recht van toepassing op de gewestelijke entiteit. Art. 173.§ 1. Overeenkomstig artikel 16 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof sluiten, zijn, inzake salarissen en voorschotten daarop, evenals inzake vergoedingen, toelagen of uitkeringen die een toebehoren van de salarissen vormen of ermee gelijkstaan, de door de gewestelijke entiteit ten onrechte uitbetaalde sommen voorgoed vervallen aan hen die ze hebben ontvangen, als de terugbetaling daarvan niet is gevraagd binnen een termijn van maximaal vijf jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar van de betaling. § 2. Om geldig te zijn moet deze vraag tot terugbetaling ter kennis van de schuldenaar worden gebracht hetzij via een bij de Post aangetekende brief, hetzij via elektronische weg zoals bedoeld in artikel 205 en moet ze bevatten: 1° het totale bedrag van de teruggevraagde som met, per jaar, de opgave van de ten onrechte uitgevoerde betalingen;2° de bepalingen in strijd waarmee de betalingen zijn gedaan. Te rekenen vanaf de afgifte van de aangetekende brief bij de Post, kan het onverschuldigde bedrag worden teruggevorderd gedurende tien jaar. § 3. De in paragraaf 1 vastgestelde termijn wordt verlengd tot tien jaar wanneer de onverschuldigde sommen zijn verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of bewust onvolledige verklaringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL 12 De goederen van het Gewest en de ABI's BOEK 1 - De goederen van het openbaar en het privaat domein Art. 174.§ 1. De goederen die eigendom zijn van het Gewest of van een ABI of waarop zij een ander zakelijk recht hebben, en die worden gebruikt voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of waarin openbare dienstopdrachten worden uitgevoerd, maken deel uit van het openbaar domein. Ze blijven in het openbaar domein tot aan hun desaffectatie. § 2. De goederen waarvan het Gewest of een ABI niet de eigenaar zijn en waarop zij geen andere zakelijk recht hebben, maar wel een recht van bezettingkrachtens een huurovereenkomst, een recht van bezetting ter bede, een commodaat of een vergelijkbare titel hebben, en die worden gebruikt voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of waarin openbare dienstopdrachten worden uitgevoerd, maken deel uit van het openbaar domein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze blijven in het openbaar domein tot aan hun desaffectatie of tot aan het verstrijken van de bezettingstitel van het Gewest of van de ABI. § 3. De goederen die uitdrukkelijk zijn gedesaffecteerd en de goederen die sinds hun verwerving niet werden gebruikt, zelfs niet gedeeltelijk, voor de uitvoering van de openbare dienstopdrachten of die op geen enkel moment de plaats van uitvoering van openbare dienstopdrachten zijn geweest, maken deel uit van het privaat domein. § 4. De toewijzing van een goed aan het openbaar domein vloeit voort uit een uitdrukkelijke handeling of uit het eerste gebruik van dit goed voor de vervulling van een openbare dienstopdracht, of zodra dit goed de plaats is waar een openbare dienstopdracht wordt uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De desaffectatie van een goed van het openbaar domein wordt niet vermoed. De desaffectatie is uitdrukkelijk, ofwel stilzwijgend maar zeker, overeenkomstig paragraaf 3. § 5. De loutere staat van verlatenheid van een goed van het openbaar domein houdt in geen geval de desaffectatie ervan in. Het loutere gebruik van een goed van het openbaar domein door een derde, zelfs gedurende een lange periode, houdt in geen geval de desaffectatie ervan in. § 6. Het Gewest of een ABI kan eigenaar zijn of houder van zakelijke rechten of van persoonlijke rechten op goederen die buiten het grondgebied van het Gewest gelegen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK 2 - Statuut van de goederen van het openbaar en het privaat domein Art. 175.§ 1. De goederen van het openbaar domein zijn onderworpen aan de beginselen van artikel 3.45, tweede lid, van het nieuwe Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze mogen alleen in beslag worden genomen binnen de grenzen van artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze zijn niet in de handel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze mogen niet worden onderworpen aan belastingen, heffingen of vergoedingen die zijn vastgelegd in een besluit dat geen wetsbesluit is, overeenkomstig het algemene rechtsbeginsel dat goederen die voor een openbare dienst of voor een dienst van algemeen nut worden gebruikt, fiscaal vrijgesteld zijn. Laatstgenoemd algemeen beginsel is in overeenstemming met artikel 170, § 4 van de Grondwet. § 2. Voor de goederen van het openbaar domein waarop het Gewest of een ABI enkel een persoonlijk recht heeft, worden de voorrechten die voortvloeien uit de in paragraaf 1 bedoelde toewijzing aan het openbaar domein uitgeoefend in de mate die nodig is ter bescherming van de openbare dienst aan de uitvoering waarvan dit goed bijdraagt. § 3. De goederen van het openbaar domein kunnen worden bezwaard met zakelijke of persoonlijke rechten ten gunste van derden als deze zakelijke of persoonlijke rechten verenigbaar zijn met het gebruik van dit goed voor een openbare dienstopdracht. In voorkomend geval blijft het goed in het openbaar domein van het Gewest voor de resterende bestanddelen van dit goed die in het vermogen van het Gewest of van de ABI blijven. § 4. De fiscale immuniteit omschreven in paragraaf 1 is volledig voor alle goederen van het openbaar domein, zelfs als het Gewest of een ABI enkel houder is van een zakelijk gebruiksrecht of een persoonlijk recht op het goed krachtens paragraaf 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van een zakelijk of persoonlijk recht op het goed van het openbaar domein dat krachtens paragraaf 3 aan een derde wordt afgestaan, zijn de bestanddelen van het goed die in het vermogen van het Gewest of van de ABI blijven, krachtens paragraaf 1, laatste lid, vrijgesteld van belasting. Art. 176.De goederen van het privaat domein kunnen het voorwerp uitmaken van een verjaring en kunnen in beslag worden genomen overeenkomstig de modaliteiten bepaald in artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK 3 - Overdracht van tot het openbaar domein behorende goederen tussen publiekrechtelijke rechtspersonen Art. 177.De goederen van het openbaar domein kunnen worden overgedragen aan of aangekocht van andere publiekrechtelijke rechtspersonen met behoud van hun toewijzing aan het openbaar domein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze kunnen op een soortgelijke manier het voorwerp uitmaken van zakelijke rechten of persoonlijke rechten van genot of bezetting ten behoeve van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon zonder dat een van de bestanddelen van dit goed zijn toewijzing aan het openbaar domein verliest.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van de overdracht van een goed van het publieke domein aan een andere publiekrechtelijke rechtspersoon of de vestiging van een zakelijk recht, wordt de desaffectatie niet vermoed. Daarvoor is een uitdrukkelijke of stilzwijgende, maar zekere, beslissing tot desaffectatie vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK 4 - Bepalingen betreffende de afbakening en de afpaling van de goederen van het Gewest en van de ABI's Art. 178.Voor de toepassing van deze titel omvat de term \"instelling\" zowel de ABI's bedoeld in artikel 2 als Finances&amp;invest, citydev.brussels, Hydria, de SFARS, het Trieercentrum en de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting (MSI). Art. 179.Wanneer het Gewest of een instelling waarvan de goederen onderworpen zijn aan deze ordonnantie, een algemene of gedeeltelijke afbakening van hun goederen wensen uit te voeren, andere dan deze bedoeld in artikel 40 van het Veldwetboek, wordt een beroep gedaan op een landmeter-expert die rechtmatig ingeschreven is in de tabel van landmeters-experten. De kosten van de afbakening worden gedragen door degene die de verrichting vraagt. Art. 180.De aangrenzende eigenaars ten aanzien van wie de grenzen moeten worden geïdentificeerd en vastgesteld, worden ten minste één maand van tevoren per aangetekende brief op de hoogte gesteld van de dag van de verrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aangrenzende eigenaar een mede-eigendom is die valt onder de artikelen 3.84 en volgende van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, geldt de kennisgeving aan de syndicus of de vereniging van mede-eigenaars als kennisgeving aan elke van de mede-eigenaars van het vastgoedcomplex in mede-eigendom. Art. 181.§ 1. Op de aangegeven dag wordt de afbakening uitgevoerd in aanwezigheid of afwezigheid van de aangrenzende eigenaars. § 2. Als de aanwezige aangrenzende eigenaars het tracé van de grenzen niet betwisten, wordt de afbakening tegensprekelijk geacht. De afbakening wordt vastgelegd in een proces-verbaal en een plan die worden ondertekend door de betrokken partijen. Art. 182.Het plan en het proces-verbaal worden binnen een maand na de datum van de afbakening per aangetekend schrijven aan de partijen ter kennis gebracht. De partijen die afwezig zijn of die het plan en het proces-verbaal niet hebben ondertekend, beschikken over een termijn van vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na de verzending van de kennisgeving, om hun eventuele opmerkingen of bezwaren per aangetekende brief aan de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, voor de goederen van het Gewest, of aan de betrokken instelling mee te delen. Opmerkingen of betwistingen die na het verstrijken van de termijn worden ingediend, zijn onontvankelijk, zodat het ontwerp van plan en het ontwerp van proces-verbaal geacht worden door de betrokken partij op tegenspraak te zijn erkend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eventuele opmerkingen of betwistingen die binnen deze termijn worden ingediend, worden beoordeeld door de administratief verantwoordelijke van de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of door de betrokken instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aangrenzende eigenaar een mede-eigendom is die valt onder de artikelen 3.84 en volgende van het nieuwe Burgerlijk Wetboek, geldt de handtekening van de syndicus of de voorzitter van de vereniging van mede-eigenaars als goedkeuring op tegenspraak voor elk van de mede-eigenaars van het vastgoedcomplex in mede-eigendom. Art. 183.Zodra het proces-verbaal van afbakening en het plan zijn goedgekeurd door de administratief verantwoordelijke van de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of door de betrokken instelling, worden het plan en het proces-verbaal definitief en wordt de afpaling uitgevoerd. Elke persoon die een rechtmatig belang aantoont, kan de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de betrokken instelling vragen of hij de afpalingswerkzaamheden kan bijwonen. Dit verzoek moet schriftelijk gebeuren en moet de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de betrokken instelling ten laatste twee werkdagen voor de geplande datum voor de afpaling bereiken. Art. 184.Elke persoon die een rechtmatig belang aantoont, kan verzoeken om toegang tot de plannen en processen-verbaal van afbakening die overeenkomstig de bepalingen van deze titel zijn opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt in een besluit de modaliteiten waaronder toegang kan worden gevraagd, de redenen op grond waarvan die kan worden geweigerd en de kosten die aangerekend kunnen worden om aan die vraag tegemoet te komen. Art. 185.Artikelen 41 tot 47 van het Veldwetboek zijn niet van toepassing op de afbakening en de afpaling van de goederen van het Gewest en van de instellingen bedoeld in artikel 178. Art. 186.Elke betwisting die ontstaat in het kader van of na de afbakenings- en afpalingsverrichtingen zal worden voorgelegd aan de administratief verantwoordelijke van de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of aan de betrokken instelling. De genomen beslissing kan worden aangevochten bij het bevoegde rechtscollege.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL 13 De vervreemding BOEK 1 De roerende goederen Art. 187.§ 1. De roerende goederen die eigendom zijn van het Gewest, die niet opnieuw kunnen worden gebruikt en die kunnen worden vervreemd, moeten worden verkocht of op een andere manier tegen betaling worden vervreemd. § 2. De tussenkomst van de Regering is niet verplicht voor de roerende goederen aangewend in het buitenland en waarvan het algemeen belang een verkoop ter plaatse vereist. § 3. In afwijking van de eerste paragraaf, kan het Gewest, met de toestemming van de Minister van Begroting, roerende goederen die voor deze diensten geen nut meer hebben of waarvan de marktwaarde verwaarloosbaar is, kosteloos afstaan aan: 1° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (de OCMW's);2° de organisaties die zich bezighouden met duurzame ontwikkeling in de zin van de wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;3° de organisaties die de ontwikkelingslanden bijstaan en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;4° de organisaties die bijstand verlenen aan oorlogsslachtoffers, personen met een handicap, ouderen, beschermde minderjarigen of behoeftigen en die de erkenning bedoeld in artikel 145/33 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 genieten, of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;5° de sociale ondernemingen in de zin van de ordonnantie van 23 juli 2018 met betrekking tot de erkenning en de ondersteuning van de sociale ondernemingen of soortgelijke organisaties uit een ander gewest of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte die op vergelijkbare wijze zijn erkend;6° de privaatrechtelijke verenigingen of stichtingen in de zin van artikel 1:6, § 2 en artikel 1:7 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, met een sociaal oogmerk of een oogmerk van openbaar nut.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vervreemde roerende goederen mogen uitsluitend gebruikt worden voor sociale doeleinden of doeleinden van openbaar nut en mogen enkel met toestemming van de Regering opnieuw worden vervreemd; 7° de bij wet, decreet of ordonnantie opgerichte publiekrechtelijke verenigingen of stichtingen met sociaal oogmerk of oogmerk van algemeen nut.De vervreemde roerende goederen mogen uitsluitend gebruikt worden voor sociale doeleinden of doeleinden van openbaar nut. 8° de personeelsleden van de diensten van de Regering en de ABI's, volgens door de Regering te bepalen nadere regels. § 4. De Regering is bevoegd om de giften te bepalen die worden vrijgesteld van een voorafgaandelijke toestemming van de Minister van Begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK 2 De onroerende goederen Art. 188.Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 1° vervreemding: de overdracht van een onroerend goed of de toekenning van zakelijke gebruiksrechten erop;2° raming: de expertise die rekening houdt met alle specifieke voorwaarden die verbonden zijn aan de vervreemding en die wordt uitgevoerd door het Aankoopcomité onroerende goederen, door andere gemandateerde overheidsambtenaren, door een notaris of door een dienstverlener;3° dienstverlener: ofwel een landmeter-expert vastgoed die is ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 27 maart 2023Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/2023 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/04/2023 numac 2023202029 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende wijziging van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken wat de uitbreiding van het toepassingsgebied van de flexi-jobs tot de chocolatiers betreft type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/2023 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2023 numac 2023030805 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 10 maart 2023 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie betreffende de wijziging van het Samenwerkingsakkoord van 25 augustus 2020 tussen de Federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waalse Gewest, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, betreffende de gezamenlijke gegevensverwerking door Sciensano en de door de bevoegde gefedereerde entiteiten of door de bevoegde agentschappen aangeduide contactcentra, gezondheidsinspecties en mobiele teams in het kader van een contactonderzoek bij personen die met het coronavirus COVID-19 besmet zijn op basis van een gegevensbank bij Sciensano (1) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/2023 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/2025 numac 2025001143 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende wijziging van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken wat de uitbreiding van het toepassingsgebied van de flexi-jobs tot de chocolatiers betreft. - Duitse vertaling sluiten tot bescherming van het beroep en de titel van landmeter-expert en tot oprichting van een Orde van landmeters-experten, ofwel een vastgoedmakelaar die is ingeschreven in de tabel bedoeld in de wet van 11 februari 2013 houdende organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, ofwel elke persoon die minstens een erkend diploma van het hoger secundair onderwijs kan voorleggen en die kan aantonen dat hij over een voldoende opleidings- en kennisniveau beschikt, met minstens drie jaar praktijkervaring na het behalen van het diploma op het vlak van de raming van terreinen en gebouwen gelegen op de desbetreffende locatie. Art. 189.De Regering is gemachtigd om openbaar, onderhands of door ruil alle zakelijke rechten op onroerende goederen te vervreemden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de raming lager is dan 1.000.000 euro, is de administratief verantwoordelijke van de Grondregie, aangesteld door de Regering overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie van 8 september 1994 houdende de oprichting van de \"Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest\", gemachtigd om openbaar, onderhands of door ruil alle zakelijke rechten op onroerende goederen te vervreemden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens in geval van openbare verkoop of wanneer de onteigening ten algemenen nutte wettelijk werd uitgevaardigd, maken de in deze titel bedoelde vervreemdingen die betrekking hebben op goederen waarvan één van de ramingen of de prijs meer dan 6,25 miljoen euro bedraagt, het voorwerp uit van een goedkeuring bij ordonnantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geldt niet voor de beboste eigendommen die het Gewest bezit, die enkel bij ordonnantie vervreemd kunnen worden, met uitzondering van diegene waarvan de onteigening ten algemenen nutte werd beslist of die geruild worden, voor zoverre laatstgenoemde verrichtingen de uitgestrektheid van het gewestelijk bosdomein niet verminderen. Art. 190.De Regering doet een beroep op de personeelsleden die zijn aangewezen krachtens de ordonnantie van 23 juni 2016 betreffende de overname van de activiteiten van de Comités tot aankoop van onroerende goederen door het Gewest of op andere gemandateerde overheidsambtenaren, notarissen of dienstverleners om de in deze titel bedoelde verrichtingen geheel of gedeeltelijk uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de raming het in artikel 189, tweede lid, bedoelde bedrag overschrijdt, is de Regering verplicht een beroep te doen op de personeelsleden van het Aankoopcomité onroerende goederen om een raming van het onroerend goed uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het verlijden van de akte niet wordt toevertrouwd aan een personeelslid van het Aankoopcomité onroerende goederen, wordt de ontwerpakte tot vervreemding van zakelijke rechten op onroerende goederen voorgelegd aan het Aankoopcomité onroerende goederen dat, binnen de maand na ontvangst, een met redenen omkleed advies uitbrengt aan de Regering. Het advies wordt geacht gunstig te zijn als het Comité de bovengenoemde periode laat verstrijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een negatief advies kan de verrichting slechts uitgevoerd worden na beslissing van de Regering. Art. 191.§ 1. De uit te voeren vervreemdingen ter uitvoering van artikel 189 worden gedaan aan de hoogste bieder en worden openbaar gemaakt door toereikende regelen van openbaarmaking, die de geïnteresseerden kunnen bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van een openbare verkoop, specificeert de Regering ook of deze minstens tegen de geraamde prijs moet plaatsvinden. De Regering motiveert haar beslissing om de vervreemding niet afhankelijk te stellen van de geraamde minimumprijs. § 2. Het eerste lid van paragraaf 1 wordt geacht vervuld te zijn in geval van openbare verkoop van een onroerend goed in de zin van artikel 1 van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt. § 3. De formaliteiten van openbaarmaking bedoeld in lid 1 van paragraaf 1 zijn niet vereist wanneer de onteigening ten algemenen nutte van het te vervreemden domeingoed wettelijk wordt bevolen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 192</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Regering is gemachtigd om een onroerend goed van het Gewest te vervreemden aan: 1° een ABI, finance&amp;invest.brussels, de SFAR's, citydev.brussels, Hydria, het Trieercentrum of de MSI, met het oog op de toewijzing ervan aan een project in het kader van het maatschappelijk doel van deze ABI, van finance&amp;invest.brussels, van de SFAR's, van citydev.brussels, van Hydria van het Trieercentrum of van de MSI; 2° een publiekrechtelijke rechtspersoon, met het oog op een toewijzing die past binnen het beleid dat de Regering voert om tegemoet te komen aan de belangen van het Gewest of in het kader van het maatschappelijk doel van deze publiekrechtelijke rechtspersoon.In dit geval: a) heeft een vervreemding die betrekking heeft op zakelijke gebruiksrechten, een looptijd van maximaal 50 jaar;b) mag een verkoop in volle eigendom niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs, behalve bij een naar behoren gemotiveerde regeringsbeslissing;3° een publiekrechtelijke rechtspersoon, wanneer het goed werd aangekocht in het kader van een programma of een operatie van stedelijke herwaardering geregeld door de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering of in het kader van een van de prioritaire ontwikkelingspolen of -terreinen zoals die door de Regering zijn omschreven.Die vervreemding heeft betrekking op zakelijke gebruiksrechten met een looptijd van maximaal 50 jaar voor een eenmalige erfpachtvergoeding van een euro De Regering bepaalt uiterlijk op de datum van de vervreemding welke verrichtingen ofwel in toepassing van de ordonnantie van 6 oktober 2016 houdende organisatie van de stedelijke herwaardering, ofwel in toepassing van de ontwikkelingsplannen voor de door de Regering omschreven prioritaire ontwikkelingspolen of -terreinen uitgevoerd moeten worden, alsook de voorwaarden voor de vervreemding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die voorwaarden moeten garanties bieden voor de bouw, de renovatie of de herwaardering van het onroerend goed tot openbare, sociale of middenklassewoningen, buurtvoorzieningen of openbare ruimten; 4° elke andere persoon, met het oog op een toewijzing van openbaar nut die past binnen het beleid dat de Regering voert om tegemoet te komen aan de belangen van het Gewest.De vervreemding moet gepaard gaan met voorwaarden die maximale garanties bieden dat het project waarvoor de vervreemding plaatsvond, zo snel mogelijk zal worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door middel van een gunstig stedenbouwkundig attest, een Duurzaam Wijkcontract, een Stadsvernieuwingscontract of een programma of operatie van het Stadsbeleid, een richtschema of een richtplan van aanleg. In dit geval: a) heeft een vervreemding die betrekking heeft op zakelijke gebruiksrechten, een looptijd van maximaal 50 jaar;b) mag een verkoop in volle eigendom niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs, behalve bij een naar behoren gemotiveerde regeringsbeslissing;5° de omwonende van een gewestelijk perceel, wanneer de rechtstoestand en de feitelijke toestand rechtvaardigt dat hij de enige mogelijke koper is.Een verkoop in volle eigendom mag niet gebeuren tegen een prijs die lager is dan de geraamde prijs. § 2. Voor de in paragraaf 1, 2° tot en met 4° bedoelde vervreemdingen bepaalt de Regering de te vervullen voorwaarden om deze verrichtingen te laten plaatsvinden. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 191 is niet van toepassing op de in paragraaf 1 bedoelde vervreemdingen. § 4. De Regering moet de ontwerpakte van de in paragraaf 1 bedoelde vervreemdingen voorleggen aan het Aankoopcomité onroerende goederen, dat binnen een maand na ontvangst een met redenen omkleed advies uitbrengt. Het advies wordt geacht gunstig te zijn als, bij het verstrijken van de termijn, het Comité geen advies heeft gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het advies van het Aankoopcomité onroerende goederen ongunstig is, moet het dossier voor voorafgaand akkoord worden voorgelegd aan de minister die bevoegd is voor het grondbeleid. Art. 193.De administratief verantwoordelijke van de Grondregie, aangesteld door de Regering overeenkomstig artikel 20 van de ordonnantie van 8 september 1994 houdende de oprichting van de \"Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest\", is gemachtigd erfdienstbaarheden te vestigen op de onroerende goederen die toebehoren aan het Gewest. Art. 194.De Regering brengt elk jaar bij de bespreking in het Parlement van het ontwerp van initiële begroting van het Gewest verslag uit aan het Parlement over de verrichtingen die zijn uitgevoerd krachtens de in deze titel bedoelde machtigingen. Art. 195.De Regering is verantwoordelijk voor het opstellen en bijwerken van een inventaris van het vastgoedpatrimonium van het Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL 14 Vertegenwoordiging in rechte van het Gewest Art. 196.In alle geschillen waarin het Gewest optreedt als eiser, verweerder of tussenkomende partij, kan het daartoe gemachtigde personeelslid van het Gewest en die houder is van een universitair diploma van doctor in de rechten, licentiaat in de rechten of master in de rechten, in persoon verschijnen in naam van het Gewest. Hij alleen kan de processtukken ondertekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de praktische modaliteiten van de uitoefening van deze mogelijkheid bepalen, met name om de omstandigheden te preciseren waarin de briefwisseling tussen dit personeelslid en de advocaten van de tegenpartijen vertrouwelijk kan zijn, en om garanties van onafhankelijkheid in te voeren in hoofde van het personeelslid dat het Gewest zal verdedigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Gewest neemt de volledige aansprakelijkheid op zich van de door deze personeelsleden uitgevoerde handelingen in dit kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing in het kader van de uitvoering van de opdracht voorzien in artikel 2 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 december 2016 betreffende de oprichting van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit en met name voor de betwistingen bedoeld in: 1° artikel 131 van de ordonnantie van 6 maart 2019 betreffende de Brusselse Codex Fiscale Procedure;2° artikel 30/1 van de ordonnantie van 21 december 2012 tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;3° artikel 8 van de ordonnantie van 23 juni 2016 betreffende de overname van de activiteiten van de Comités tot aankoop van onroerende goederen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;4° artikel 14/1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 januari 2018 betreffende het instellen van een lage-emissiezone.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL 15 Wijzigingsbepalingen Art. 197.In de ordonnantie van 20 juli 2005 betreffende de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting wordt een artikel 21bis ingevoegd, dat als volgt luidt: \"Art. 21bis.Artikel 154 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eveneens van toepassing op de MSI.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 198</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de ordonnantie van 20 oktober 2006 tot opstelling van een kader voor het waterbeleid wordt een artikel 29bis ingevoegd, dat als volgt luidt: \"Art. 29bis.Artikel 154 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eveneens van toepassing op HYDRIA.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 199</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de ordonnantie van 27 februari 2014 betreffende de vennootschap NEO wordt een artikel 11bis ingevoegd, dat als volgt luidt: \"Art. 11bis.Artikel 154 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is eveneens van toepassing op NEO.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-200\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 200</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 1410, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek wordt een punt 15° toegevoegd, dat als volgt luidt: \"15° onverminderd artikel 167 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de subsidies die worden toegekend door de diensten van de Regering of een autonome bestuursinstelling overeenkomstig artikel 165 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, op voorwaarde dat de schuld die de oorzaak vormt van de inbeslagname, geen rechtstreeks verband houdt met de gesubsidieerde activiteit.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-201\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 201</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 17 van de ordonnantie van 8 september 1994 houdende de oprichting van de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, laatstelijk gewijzigd door de ordonnantie van 23 februari 2006, wordt de tweede alinea vervangen door de volgende tekst: \"Ze wordt bijgehouden door een daartoe aangesteld personeelslid, met de kwalificatie van boekhouder van de Grondregie, die voor al zijn bevoegdheden in verband met het bijhouden van de rekeningen onder het gezag van de gewestelijk boekhouder wordt geplaatst.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-202\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 202</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de ordonnantie van 8 september 1994 houdende de oprichting van de Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, laatstelijk gewijzigd door de ordonnantie van 23 februari 2006, wordt een artikel 3bis ingevoegd, dat als volgt luidt: \"Art. 3bis.Verwerking van persoonsgegevens § 1. Verantwoordelijkheid, doeleinden en rechtmatigheid van de verwerkingen De Grondregie is, met toepassing van artikel 4, 7) van de AVG, en krachtens artikel 3 van deze ordonnantie, de verantwoordelijke voor de verwerkingen van persoonsgegevens die worden verricht om: 1° haar grondbeleid voort te zetten met betrekking tot de verwerving van nieuwe onroerende goederen of zakelijke rechten, onteigening, vervreemding, ruil, ruilverkaveling van eigendom of herbestemming van onroerende goederen, met het oog op: a) het ondernemen van stappen inzake prospectie of onderzoek naar onroerende goederen van derden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;b) het treffen van toereikende publiciteitsmaatregelen, zoals het informeren van de eigenaars of houders van het zakelijke hoofdrecht op percelen die grenzen aan die van het gewestelijk patrimonium, voorafgaand aan deze verrichtingen;2° het voeren van een goed operationeel beheer van de onroerende goederen die deel uitmaken van het gewestelijk patrimonium, via verhuur, bouw en renovatie, het bouwrijp maken en het onderhoud, waarvoor de eigenaars, exploitanten, huurders en andere bezetters van de aangrenzende percelen moeten kunnen worden geidentificeerd, gecontacteerd of geïnformeerd;3° het bijwerken van de inventaris van het vastgoedpatrimonium van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in haar rol van permanente opvolging en actualisering van de gegevens van de kadastrale percelen met betrekking tot de goederen die aan het gewestelijk vermogen zijn onttrokken en waarvoor de oorspronkelijke kadastrale gegevens (onder eigendom van het Gewest) moeten kunnen worden gereconstrueerd. § 2 Bewaartermijnen Voor de doeleinden vermeld in § 1, 1° tot 3°, worden deze gegevens maximaal 30 jaar bewaard. § 3. Toegang tot de gegevens In het kader van de doelstelling die wordt nagestreefd in paragraaf 1, 1° a), is de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën gemachtigd om aan de Grondregie de gegevens te bezorgen met betrekking tot de onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van deze doeleinden [identificatie van de kadastrale percelen, hun aard, hun adres, hun oppervlakte], tot de gegevens met betrekking tot de houders van de zakelijke rechten op deze onroerende goederen, tot de identificatie van de eigenaar of de houders van de zakelijke rechten op het onroerend goed en tot de identificatie van dit zakelijk recht, tot de gegevens met betrekking tot het kadastrale inkomen van het onroerend goed en gegevens met betrekking tot de geschiedenis van de veranderingen en wijzigingen van de kadastrale matrix sinds 1979.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van de doelstelling die wordt nagestreefd in paragraaf 1, 1° b) en 2°, is de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën gemachtigd om aan de Grondregie de gegevens te bezorgen met betrekking tot de onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van deze doeleinden, tot de identificatie van de kadastrale percelen, hun aard, hun adres, tot de gegevens met betrekking tot de houders van zakelijke rechten op deze onroerende goederen, tot de identificatie van de eigenaar of de houders van de zakelijke rechten op het onroerend goed en tot de identificatie van dit zakelijk recht. In het kader van de doelstelling die wordt nagestreefd in paragraaf 1, 3°, is de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën gemachtigd om aan de Grondregie de gegevens te bezorgen met betrekking tot de onroerende goederen waarop deze doelstellingen betrekking hebben, tot de identificatie van de kadastrale percelen, hun aard, hun adres, en tot de gegevens met betrekking tot de geschiedenis van de veranderingen en wijzigingen van de kadastrale matrix sinds 1979. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Doorgifte/mededeling van de gegevens: De aanvrager verklaart eveneens dat voor de in § 1 vermelde doeleinden mededelingen zullen worden gedaan aan de volgende derden: - de eigenaars; - de belanghebbende partijen (in het kader van de wettelijke procedures); - het beslissingsorgaan van de aanvrager; - de instrumenterende ambtenaren: het gewestelijk Aankoopcomité onroerende goederen of andere gemandateerde overheidsambtenaren (notarissen, landmeters-experten vastgoed of vastgoedmakelaars belast met de uitvoering van de handelingen); - de gerechtelijke autoriteiten, in het kader van de onteigeningsprocedure, in toepassing van de wet van 26 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/07/1962 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-203\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 203</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2 van de ordonnantie houdende oprichting van begrotingsfondsen van 12 december 1991, wordt de tekst \"met toepassing van artikel 8 van de ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle\" vervangen door \"in toepassing van artikel 7 van de ordonnantie houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-204\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 204</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de Franse titel van de ordonnantie van 8 september 1994 tot oprichting van de \"Grondregie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest\" wordt het woord \"Région\" aan het begin van de titel vervangen door \"Régie\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-205\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 205</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 30bis, paragraaf 8, van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wordt aangevuld me een vierde lid dat luidt als volgt: \"De algemene rekening en de eindregeling van de begroting van BRUGEL worden door BRUGEL aan het Parlement overgemaakt uiterlijk op 31 oktober van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar waarop deze algemene rekening en deze eindregeling van de begroting betrekking hebben. De goedkeuring door het Parlement vindt uiterlijk op 31 december van het jaar van die overmaking plaats.\". § 2. In artikel 42, paragraaf 1, derde lid, van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen worden de woorden \"november 2022, basis 2006\" vervangen door de woorden \"november 2021, basis 2004\". § 3. Het eerste lid van punt 17° van artikel 2 van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen wordt vervangen door wat volgt: \"Bestemd worden voor het Fonds, de ontvangsten die voortvloeien uit de belasting op het verbranden van afvalstoffen die door de artikelen 40 en 41 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen wordt ingevoerd. De ontvangsten uit de belasting bedoeld in artikel 40 van de ordonnantie van 14 juni 2012 betreffende afvalstoffen worden verdeeld tussen het Agentschap ten bedrage van 96% en Leefmilieu Brussel ten bedrage van 4% van de beschikbare bedragen.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL 16 Opheffings-, overgangs-, en slotbepalingen Art. 206.De handtekeningen kunnen schriftelijk of via een geautomatiseerde of elektronische procedure worden aangebracht. Art. 207.Tenzij anders vermeld in de artikelen van deze ordonnantie, mogen de verzendingen gebeuren via brief of aangetekende brief met of zonder ontvangstbevestiging. De verzending via een elektronische procedure die, op aantoonbare wijze, de authenticiteit en de integriteit van de inhoud van de communicatie garandeert, wordt als evenwaardig beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ter beschikking stellen van informatie kan steeds op digitale wijze gebeuren indien het digitaal format vlot toegankelijk is en een waardig alternatief biedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking op de voorgaande leden, mogen voor wat Deel 3, \"De boekhouding\", en meer specifiek Boek 4, \"De rekeningen\", betreft, overmakingen enkel op elektronische wijze gebeuren. Art. 208.De organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle, het laatst gewijzigd bij de ordonnantie van 23 december 2022, wordt opgeheven. Art. 209.De wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, met uitzondering van artikel 11, wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering is gemachtigd om de opheffing van artikel 11 van de wet van 16 maart 1954 te beslissen bij besluit van de Regering. Art. 210.Voor wat de begrotingsfondsen betreft worden opgeheven: 1° het artikel 2, 4°, \"Het Fonds voor het financieel herstel van de gemeenten en van de Agglomeratie\" van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen;2° het artikel 2, 18°, \"het Fonds Maatregelen voor tewerkstelling\" van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen;3° het artikel 2, 19°, \"het Fonds voor statistiek en analyse\" van de ordonnantie van 12 december 1991 houdende oprichting van begrotingsfondsen;4° het artikel 6 van de ordonnantie van 27 februari 2014 betreffende de oprichting van een naamloze vennootschap actief in de sector van het personeelsbeheer. Art. 211.De Regering geeft uitvoering aan het artikel 143 van deze ordonnantie via regeringsbesluit. Art. 212.§ 1. Met uitzondering van de paragrafen 2 en 3 van artikel 205 treedt deze ordonnantie op 1 januari 2025 in werking, met dien verstande dat de werkzaamheden rond de begroting vermeld in deel 2 voor het jaar 2025 zullen gebeuren conform de regels van deze ordonnantie. De Regering kan beslissen de inwerkingtreding van de volgende bepalingen uit te stellen tot een latere datum, die evenwel niet later mag vallen dan 1 januari 2026: de artikelen 16, 96, 143, 154, 159, § 2, 164, § 4. § 2. De paragrafen 2 en 3 van artikel 205 treden in werking op 1 januari 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 4 april 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Territoriale Ontwikkeling en Stadsvernieuwing, Toerisme, de promotie van het Imago van Brussel en Biculturele zaken van gewestelijk belang, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit, Openbare Werken en Verkeersveiligheid, E. VAN DEN BRANDT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Klimaattransitie, Leefmilieu, Energie en Participatieve Democratie, A. MARON De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt, de Promotie van Meertaligheid en van het Imago van Brussel, S. GATZ De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werk en Beroepsopleiding, Digitalisering en de Plaatselijke Besturen, B. CLERFAYT _______ Nota (1) Documenten van het Parlement: Gewone zitting 2023-2024 A-828/1 Ontwerp van ordonnantie A-828/2 Verslag A-828/3 Amendement na verslag Integraal verslag: Bespreking en aanneming: vergadering van vrijdag 29 maart 2024</p></div>", "next": 0}