{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De verbeteringen die de titularis van een oorspronkelijke mandaat, de niet-verkozen persoon of de titularis van een lokale leidinggevende functie tussen 15 november en de bekendmaking van het kadaster aangebracht heeft, kunnen voor de bekendmaking eind december niet in aanmerking genomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het controleorgaan zorgt voor de latere bekendmaking van deze verbeteringen in het Belgisch Staatsblad en op de website van het Waalse Gewest. » ; 2° in paragraaf 2 worden de woorden « deel 9 » vervangen door de woorden « deel 7 ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 64</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel L5611-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 65</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In deel VI van hetzelfde Wetboek wordt er een boek III ingevoegd, luidend als volgt \"Boek III - Sancties tegen de mandatarissen die onverenigbaarheid, verbod en verhindering niet nakomen\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 66</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In boek III, ingevoegd bij artikel 62, wordt een artikel L6311-1 ingevoegd, luidend als volgt : \"Art. L6311-1. § 1. De niet-nakoming van een in dit Wetboek bedoelde onverenigbaarheid, verbod of verhindering door de titularis van een mandaat van gemeenteraadslid, voorzitter van de raad, schepen, burgemeester, provinciaal gedeputeerde, provincieraadslid of voorzitter van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, als de wetgeving die op hem van toepassing is in zijn aanwezigheid binnen het gemeentecollege voorziet, kan het verval van al zijn oorspronkelijke mandaten tot gevolg hebben. § 2. Na afloop van de procedure bepaald in paragraaf 3 kan de Regering het verval vaststellen indien de betrokken persoon na ingebrekestelling de onverenigbaarheid, het verbod of de verhindering bedoeld in paragraaf 1 niet nakomt. § 3. De Regering deelt aan betrokkene per aangetekend schrijven een kennisgeving mee van de feiten die het verval kunnen inhouden Ten vroegste twintig dagen na het overmaken van de kennisgeving en na de betrokken persoon, eventueel bijgestaan door een raadsman van haar keuze, te hebben gehoord als zij daarom heeft verzocht binnen een termijn van acht dagen te rekenen van de ontvangst van de kennisgeving, kan de Regering in een gemotiveerde beslissing het verval vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing van de Regering wordt binnen een termijn van hoogstens één maand na afloop van de procedure bepaald in leden 1 en 2 genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van die beslissing wordt door toedoen van de Regering kennis gegeven aan de betrokken persoon en aan het orgaan waarin zij haar oorspronkelijke en afgeleide mandaten uitoefent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan op grond van artikel 16 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een beroep tegen die beslissing worden ingediend. Het moet ingediend worden binnen de vijftien dagen na kennisgeving ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de betrokkene, na de kennisgeving bedoeld in paragraaf 3, lid 3, te hebben ontvangen, zijn bediening blijft uitoefenen hoewel hij kennis heeft van de oorzaak van het verval, is hij strafbaar met de straffen bepaald in artikel 262 van het Strafwetboek. » Art. 67.In deel VI van hetzelfde Wetboek wordt een Boek IV ingevoegd, luidend als volgt \"Boek IV. Diverse bepalingen inzake Bestuur en transparantie van de plaatselijke en bovenlokale instellingen\". Art. 68.In Boek IV ingevoegd bij artikel 64 wordt een Titel I ingevoegd, luidend als volgt \"Titel I - Register van de plaatselijke en bovenlokale instellingen\". Art. 69.In Titel I, ingevoegd bij artikel 65, wordt artikel L6411-1 ingevoegd, luidend als volgt : \"Art. L6411-1. § 1. De Regering stelt een register op van de lokale en bovenlokale instellingen waarin gezamenlijk de gemeenten, de provincies, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de intercommunales, de autonome gemeente- of provinciebedrijven, de projectverenigingen, de verenigingen van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de openbare huisvestingsmaatschappijen, elke rechtspersoon of feitelijke vereningen waarvan één of meerdere voornoemde overheden lid zijn, van de openbare mandaten en de daarvoor aangewezen mandatarissen en de titularissen van de lokale leidinggevende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit register wordt opgemaakt op basis van de gegevens aan de Regering overgemaakt door een institutionele informatieverstrekker onder diens verantwoordelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de te verstrekken gegevens, de modaliteiten voor de overmaking en de bekendmaking van de ingezamelde gegevens. § 2. De institutionele informatieverstrekkers zijn de volgende personen : 1° voor de gemeenten, OCMW's en provincies evenals de vzw's, politiezones en hulpverleningszones waarin ze een rol vervullen : de directeur-generaal van de gemeente, het OCMW, de provincie of diens afgevaardigde ;2° voor de intercommunales, verenigingen van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de openbare huisvestingsmaatschappijen, de autonome bedrijven, de projectverenigingen en de maatschappijen met een significante lokale overheidsparticipatie : de titularis van de lokale leidinggevende functie of diens afgevaardigde of, bij gebreke daarvan, de voorzitter van het voornaamste beheersorgaan. § 3. De institutionele informatieverstrekker bedoeld in paragraaf 2, 1°, maakt onder diens verantwoordelijkheid uiterlijk binnen vijftien dagen na de installatie van de gemeente- en provincieraadsleden en van de raadsleden van de OCMW's na de verkiezingen, volgende gegevens over : de lijst van diens interne instellingen evenals de identiteit van de mandatarissen, met inbegrip van hun rijksregisternummer, en de identificatie van de politieke fractie die ze vertegenwoordigen. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De institutionele informatieverstrekker bedoeld in paragraaf 2, 1°, maakt onder diens verantwoordelijkheid uiterlijk op 1 december van het jaar na de installatie van de gemeente- en provincieraadsleden na de verkiezingen, volgende gegevens over : 1° de lijst van de instellingen bedoeld in paragraaf 1 waarin het gemeente of de provincie aangesloten is ;2° de identiteit van de aangewezen mandatarissen of niet-verkozenen, met inbegrip van hun rijksregisternummer;3° de identiteit van de titularis van de lokale leidinggevende functie, met inbegrip van diens rijksregisternummer. Deze informatie bevat de gegevens betreffende het begrotingsjaar van het voorafgaand jaar. § 5. De institutionele informatieverstrekker bedoeld in paragraaf 2, 1° en 2°, maakt onder diens verantwoordelijkheid bij elke wijziging volgende gegevens continu en onverwijld over : 1° de lijst van de aangesloten gemeente(n) en andere aangesloten leden, de lijst van diens beslissings- of overlegorganen alsook hun bevoegdheden ;2° de naam van de leden van die organen, met inbegrip van hun rijksregisternummer, en of ze een gemeente of een andere openbare instelling vertegenwoordigen ;3° de lijst van diens interne instellingen evenals de identiteit van de mandatarissen, met inbegrip van hun rijksregisternummer, en de identificatie van de politieke fractie die ze vertegenwoordigen;4° de lijst van de instellingen waar diens instelling lid van is;5° de identiteit van de aangewezen mandatarissen of niet-verkozenen, met inbegrip van hun rijksregisternummer;6° de identiteit van de titularis van de lokale leidinggevende functie, met inbegrip van diens rijksregisternummer;7° in voorkomend geval, de lijst van de stichtingen van openbaar nut die de instelling bedoeld in § 1 subsidieert en de omvang van de toegekende subsidies, evenals de identiteit van de lokale leidinggevende ambtenaar met inbegrip van diens rijksregisternummer. § 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De institutionele informatieverstrekker bedoeld in paragraaf 2, 1° en 2° van dit artikel maakt een lijst op van de verkozen en niet-verkozen personen die zijn instelling op gelijk welke wijze vertegenwoordigen en die aan het vijfde deel van dit Wetboek onderworpen zijn, en licht hen uiterlijk op 30 april van elk jaar in over hun verplichtingen.De Regering of het controleorgaan kan zonder enige voorwaarde de bewijzen van de naleving van deze bepaling aanvragen. § 7. Indien de bepalingen van paragrafen 2 en 3 van dit artikel niet nageleefd worden, richt de Regering een schrijven aan de institutionele informatieverstrekker waarin er op diens plichten gewezen wordt, met inbegrip van een bevel tot overmaking van de vereiste gegevens binnen dertig dagen na de kennisgeving van het schrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er geen antwoord binnen de termijn is, of indien de verplichting tot overmaking bedoeld in paragraaf 5 niet nageleeft wordt, kan de institutionele informatieverstrekker met een geldboete van honderd tot duizend euro gestraft worden. ». Art. 70.In Boek IV ingevoegd bij artikel 67 wordt een Titel II ingevoegd, luidend als volgt « Titel II - Overzicht van het presentiegeld, bezoldigingen en voordelen in natura van de lokale en bovenlokale instellingen ». Art. 71.In titel II, ingevoegd bij artikel 70, wordt een artikel L6421-1 ingevoegd, luidend als volgt : \"Art. L6421-1. § 1. De gemeenteraad, de provincieraad of de raad van het OCMW evenals het voornaamste beheersorgaan van de intercommunale, van de maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie, van de vereniging van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de openbare huisvestingsmaatschappij, van de gemeentelijke of provinciale vzw, van het autonoom gemeente- of provinciebedrijf, van de projectvereniging of van elke andere bovenlokale instelling, maakt een schriftelijk bezoldigingsverslag op met een individueel en nominatief overzicht van het presentiegeld, de bezoldigingen evenals voordelen in natura die in de loop van het voorafgaand boekjaar door de mandatarissen, de niet-verkozen personen en de titularissen van de lokale leidinggevende functie verkregen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verslag bevat de volgende individuele en nominatieve gegevens : 1° het presentiegeld, de eventuele bezoldigingen en elk ander al dan niet geldelijk voordeel rechtstreeks of onrechtstreeks toegekend aan de leden van de bestuursorganen en het auditcomité, naar gelang van hun hoedanigheid van bestuurder titularis van een oorspronkelijke mandaat of niet-verkozen, voorzitter of ondervoorzitter, of lid van een beperkt bestuursorgaan of van het uitvoerend bureau of van het auditcomité, evenals de verantwoording van het bedrag van elke bezoldiging anders dan het presentiegeld in functie van de feitelijke rol van de voorzitter, ondervoorzitter of lid van het uitvoerend bureau binnen de intercommunale ;2° de bezoldigingen en elk ander mogelijk voordeel, al dan niet geldelijk, rechtstreeks of onrechtstreeks toegekend aan de titularissen van directiefuncties ;3° de lijst van de mandaten vervuld in alle entiteiten waarin de instelling rechtstreekse of onrechtstreekse participaties heeft, evenals de jaarlijkse bezoldiging ontvangen voor al die mandaten ;4° voor de titularis van de lokale leidinggevende functie, de lijst van de mandaten vervuld in alle entiteiten waarin de intercommunale rechtstreekse of onrechtstreekse participaties heeft, evenals de jaarlijkse bezoldiging ontvangen voor al die mandaten ;5° de aanwezigheidslijst op de vergaderingen van de verschillende instanties van de instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verslag wordt door het voornaamste bestuursorgaan aangenomen en wordt op de agenda van de algemene vergadering van het eerste semester van elk jaar opgenomen en wordt beraadslaagd. Bij gebreke daarvan mag er geen algemene vergadering gehouden worden. Dit verslag wordt bij het jaarlijks beheersverslag, opgemaakt door de bestuurders, gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verslag wordt opgemaakt overeenkomstig het door de Regering vastgestelde model. § 2. Voor de gemeenten, provincies, OCMW's, intercommunales en de maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie, de projectverenigingen, de verenigingen van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de openbare huisvestingsmaatschappijen, de autonome gemeente- en provinciebedrijven, maakt de voorzitter van de gemeenteraad, provincieraad of van het OCMW, of de voorzitter van de raad van bestuur of van het voornaamste bestuursorgaan een afschrift van dit verslag uiterlijk op 1 juli van ieder jaar over : 1° aan de Waalse Regering ;2° aan de aangesloten gemeenten en, in voorkomend geval, provincies en OCMW's. Betreffende 1° deelt de Waalse Regering een samenvatting van de door het Waals Parlement ontvangen verslagen mee en maakt het geheel of een deel van de ontvangen gegevens bekend. De Waalse Regering bepaalt de modaliteiten van deze bekendmaking. § 3. Voor de gemeentelijke of provinciale vzw's, of elke andere bovenlokale instelling, maakt de titularis van de lokale leidinggevende functie of diens afgevaardigde, of, bij gebreke daarvan, de voorzitter van het voornaamste bestuursorgaan een afschrift van dat verslag uiterlijk op 1 juli van ieder jaar aan de gemeenten en, in voorkomend geval, aan de aangesloten provincies en OCMW's over. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In Boek IV, ingevoegd bij artikel 67, wordt een Titel III ingevoegd, met als opschrift : \"Regel van openbaarheid der debatten en transparantie in de lokale en bovenlokale instellingen\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 73</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In Titel III, ingevoegd bij artikel 72, wordt artikel L6431-1 ingevoegd, luidend als volgt : \"Art. L6431-1 § 1. Dit artikel is van toepassing op gemeentelijke en provinciale vzw's, autonome bedrijven, intercommunales, projectverenigingen en huisvestingsmaatschappijen. § 2. Het raadslid dat door een gemeente of een provincie aangewezen wordt om haar binnen de raad van bestuur, of bij gebreke daarvan, binnen het voornaamste bestuursorgaan, te vertegenwoordigen, stelt jaarlijks een schriftelijk verslag op betreffende de activiteiten van de structuur en de uitoefening van diens mandaat evenals de manier waarop het diens bevoegdheden kon ontwikkelen en bijwerken Als de gemeente of de provincie over verschillende vertegenwoordigers in dezelfde instelling beschikt, kunnen die een gemeenschappelijk verslag opstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verslag of de verslagen bedoeld in lid 1 worden aan de gemeente- of provincieraad voorgelegd. Die worden door hun auteur voorgelegd en tijdens een openbare zitting van de raad of van een commissie van de raad besproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bovenvermeld raadslid kan een schriftelijk verslag aan de raad overmaken telkens als hij het nuttig acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente- of provincieraad bepaalt de modaliteiten voor de toepassing van deze paragraaf in zijn huishoudelijk reglement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de gemeenten of provincies waarvan geen enkel raadslid als bestuurder is aangewezen, stelt de voorzitter van het voornaamste bestuursorgaan een verslag in dezelfde omstandigheden op. Het wordt door bovenvermelde voorzitter of diens afgevaardigde voorgelegd en tijdens een openbare zitting van de raad of van een commissie van de raad besproken. § 3. De budgetten, rekeningen en beraadslagingen van de bestuurs- en controleorganen van de instellingen bedoeld in paragraaf 1 kunnen door de gemeente- en provincieraadsleden van de gemeenten en provincies die er lid van zijn op de zetel van de instelling geraadpleegd worden, onverminderd de decretale bepalingen inzake openbaarheid van bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het raadslid dat de documenten bedoeld in lid 1 raadpleegt mag enkel de gegevens gebruiken waarvan hij kennis genomen heeft via de documenten die hij kon raadplegen in het kader van de uitoefening van zijn mandaat als raadslid en in het kader van zijn betrekkingen met de toezichtsoverheid. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de mogelijkheid tot rechtsvervolgingen tegenover de raadsleden wegens schending van het beroepsgeheim overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raadsleden verkozen op lijsten van politieke formaties die de beginselen van de democratie niet in acht nemen, die met name verwoord zijn door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, door de aanvullende protocollen bij dit verdrag die van kracht in België zijn, door de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1981 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en door de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, kunnen geen aanspraak maken op het voordeel van het inzagerecht en recht op mededeling bedoeld in leden 1 tot 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk raadslid dat deze rechten heeft uitgeoefend kan een schriftelijk verslag aan de gemeente- of provincieraad uitbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente- of provincieraad bepaalt de modaliteiten voor de toepassing van deze paragraaf in zijn huishoudelijk reglement. § 4. Onverminderd artikel L1532-1, § 2, zijn de vergaderingen van de raad van bestuur of, bij gebreke daarvan, van het voornaamste bestuursorgaan, niet openbaar. § 5. Behalve indien het gaat om personen, agendapunten die de persoonlijke levensfeer niet in acht nemen, thema's van strategische aard die met name het zakengeheim inhouden evenals economische beslissingen die mogelijk schadelijk kunnen zijn voor de concurrentie van de instelling in het uitvoeren van haar maatschappelijk doel, kunnen de uitvoerige processen-verbaal en agenda's, aangevuld met het verslag over de stemming van de leden en met alle documenten waarop de processen-verbaal en agenda's betrekking hebben, hetzij langs de elektronische weg, hetzij op de zetel respectievelijk van de gemeentelijke en provinciale VZW's, autonome bedrijven, intercommunales, projectverenigingen, huisvestingsmaatschappijen, door de gemeenteraadsleden van de gemeenten of provincieraadsleden van de provincies die er lid van zijn, geraadpleegd worden, onverminderd de decretale bepalingen inzake openbaarheid van bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het raadslid dat de documenten bedoeld in lid 2 raadpleegt mag enkel de gegevens gebruiken waarvan hij kennis genomen heeft via de documenten die hij kon raadplegen in het kader van de uitoefening van zijn mandaat als raadslid en in het kader van zijn betrekkingen met de toezichtsoverheid. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de mogelijkheid tot rechtsvervolgingen tegenover de raadsleden wegens schending van het beroepsgeheim overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raadsleden verkozen op lijsten van politieke formaties die de beginselen van de democratie niet in acht nemen, die met name verwoord zijn door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, door de aanvullende protocollen bij dit verdrag die van kracht in België zijn, door de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1981 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en door de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, kunnen geen aanspraak maken op het voordeel van het inzagerecht en recht op mededeling bedoeld in leden 1 tot 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk raadslid dat deze rechten heeft uitgeoefend kan een schriftelijk verslag aan de gemeente- of provincieraad uitbrengen.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 74</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In Titel III, ingevoegd bij artikel 72, wordt artikel L6431-2 ingevoegd, luidend als volgt : \"Art. L6431.2. § 1. De volgende gegevens worden door elke gemeentelijke of provinciale vzw, autonoom bedrijf, intercommunale, maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie, openbare huisvestingsmaatschappij op diens website bekendgemaakt of op diens maatschappelijke zetel ter beschikking van de burgers gehouden : 1° een overzicht van de bestaansreden en de opdrachten van de instelling ;2° de lijst van de aangesloten gemeente(n) en andere aangesloten leden, de lijst van diens beslissings- of overlegorganen alsook hun bevoegdheden ;3° de naam van de leden van deze organen en of ze een gemeente of een andere openbare instelling vertegenwoordigen ;4° het organogram van de instelling en de identiteit van haar directeur-generaal of van de titularis van de lokale leidinggevende functie ;5° de participaties gehouden in andere structuren of instellingen ;6° het percentage deelname op jaarbasis aan de vergaderingen van de bestuursorganen, rekening houdend met de gewettigde afwezigheden ;7° de barema's van toepassing op de bezoldigingen van de leidinggevende functies en mandatarissen en wat de intercommunales betreft, het strategisch plan van de intercommunale, de data van de algemene vergaderingen en de procedures die voorzien zijn om de burgers de mogelijkheid te geven daaraan deel te nemen, de voorbereidende documenten te verkrijgen en punten te agenderen ;8° de processen-verbaal van de algemene vergadering behalve indien het gaat om personen, agendapunten die de persoonlijke levensfeer niet in acht nemen, thema's van strategische aard die met name het zakengeheim evenals economische beslissingen die mogelijk schadelijk kunnen zijn voor de concurrentie van de instelling in het uitvoeren van haar maatschappelijk doel inhouden. § 2 Elke gemeente of provincie maakt op haar website het volgende bekend : 1° de lijst van diens interne instellingen evenals de identiteit van de mandatarissen en de identificatie van de politieke fractie die ze vertegenwoordigen ;2° de lijst van de instellingen bedoeld in paragraaf 1 waarin de gemeente of de provincie aangesloten is ;3° de identiteit van de aangewezen mandatarissen of niet-verkozenen ;4° de link naar de website van de betrokken instelling ;5° de documenten die de betrokken instelling aan het onderzoek van de raad onderwerpt.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 75</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In Boek IV, ingevoegd bij artikel 67, wordt een Titel IV ingevoegd, met als opschrift \"Titel IV. Bijzondere regels voor het presentiegeld, de bezoldigingen en andere voordelen ontvangen door personeelsleden.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 76</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In Titel IV, ingevoegd bij artikel 75, wordt een artikel L6434-1 ingevoegd, luidend als volgt : \"Art. L6434-1. § 1. De contractuele of statutaire personeelsleden van de gemeentelijke en provinciale vzw's, autonome bedrijven, intercommunales, projectverenigingen of andere bovenlokale instellingen mogen geen presentiegeld, bezoldiging of andere voordelen ontvangen wegens hun deelname aan de vergaderingen van organen van de instelling Presentiegeld, bezoldigingen of andere voordelen die ze moeten ontvangen wegens hun deelname aan de vergaderingen van organen binnen entiteiten waarin ze als gevolg van een uitdrukkelijke aanstelling of van de vertegenwoordiging van hun instelling zetelen, dienen rechtstreeks te worden gestort aan de instelling die hen aangewezen heeft of die ze vertegenwoordigen. § 2. De lokale leidinggevende functie mag noch via een managementvennootschap of een tussenvennootschap noch als zelfstandige uitgeoefend worden. § 3. De titularis van de lokale leidinggevende functie die een bedrag zou ontvangen voor het verlenen van een dienst toevertrouwd aan de intercommunale waar hij tewerkgesteld is, stort die vergoeding of bezoldiging aan diezelfde intercommunale terug. § 4. Indien de titularis van de lokale leidinggevende functie zijn functies in het kader van een arbeidsovereenkomst uitoefent, kan een concurrentiebeding worden ingevoegd vóór het einde van de contractuele relaties of op het ogenblik van de verbreking met inachtneming van de voorwaarden bepaald bij de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/1978 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/1978 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, met name met het oog op de activiteit van de betrokken instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een overeenkomst van concurrentiebeding kan worden afgesloten na afloop van de contractuele relaties met het oog op de activiteit van de betrokken instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De concurrentiebeding is hoe dan ook voor een periode van maximaal zes maanden voorzien. De vergoeding ontvangen in dat opzicht is niet hoger dan de basisbezoldiging voor de helft van de voorziene periode van concurrentiebeding. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-77\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 77</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In Boek IV, ingevoegd bij artikel 67, wordt een Titel V ingevoegd, met als opschrift \"Titel V. Bijzondere regels voor de afzetting van een titularis van een afgeleid mandaat.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-78\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 78</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In Titel V, ingevoegd bij artikel 77, wordt artikel L6441-1 ingevoegd, luidend als volgt : \"Art. L 6441-1. Het bestuursorgaan van elke instelling waarin een titularis van een afgeleid mandaat in de zin van artikel L5111-1 zetelt, kan die afzetten of diens afzetting aan het bevoegd orgaan overeenkomstig een decreet of de statuten voorstellen, nadat die gehoord te hebben, indien hij : 1° opzettelijk een handeling heeft begaan die onverenigbaar is met de opdracht of het sociale doel van de instelling;2° in de uitoefening van zijn mandaat een fout of een ernstige nalatigheid heeft begaan ;3° in de loop van eenzelfde jaar zonder verantwoording afwezig is gebleven op drie gewone en regelmatig bijeengeroepen vergaderingen van het bestuursorgaan van de instelling ;4° een persoon is die lid is van of sympathiseert met elke instelling, partij, vereniging of rechtspersoon ongeacht welke ze zijn, die de democratische beginselen van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, van de aanvullende protocollen bij dat Verdrag die in België gelden, de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1981 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden, en de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, niet naleeft.». Art. 79.In Boek IV, ingevoegd bij artikel 67, wordt een Titel VI ingevoegd, met als opschrift \"Titel VI. Bijzondere regels voor de terugbetaling van gemaakte kosten. ». Art. 80.In Titel V, ingevoegd bij artikel 79, wordt artikel L6451-1 ingevoegd, luidend als volgt : \"Art. L 6451-1. § 1e. De terbeschikkingstelling door een instelling van steun, instrumenten en materie die nodig zijn voor de uitoefening van het werk eigen aan de uitoefening van het mandaat van een mandataris, en die enkel voor professionele doeleinden gebruikt zouden worden, is voor de betrokken mandataris geen voordeel in natura noch een gemaakte kost die tot een terugbetaling zouden kunnen leiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de zin van dit artikel omvat het begrip instelling de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provincies, de intercommunales, de autonome gemeente- of provinciebedrijven, de projectverenigingen, de verenigingen van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de openbare huisvestingsmaatschappijen. § 2. De terugbetaling van kosten op een forfaitaire basis is verboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enkel de kosten werkelijk gemaakt door een mandataris in de uitoefening van zijn mandaat voor de instelling worden toegelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de lijst van de gemaakte kosten die terugbetaald kunnen worden evenals de modaliteiten voor het toekennen van een terugbetaling. Art. 81.In hetzelfde Wetboek wordt de eerste bijlage vervangen door wat volgt : \"Bijlage 1. \"Bijlage 1. Toepasbare maximumbedragen ter zake van de bezoldiging en de voordelen in natura in het kader van de uitoefening van de afgeleide mandaten van de voorzitter. \"De zes volgende schalen worden toegepast : 1° totaalscore van 0,75 maximumbedrag 1 :  5.713,47 ; 2° totaalscore van 1 tot 1,25 maximumbedrag 2 :  8.570,21 ; 3° totaalscore van 1,50 tot 1,75 maximumbedrag 3 :  11.426,94 ; 4° totaalscore van 2 tot 2,25 maximumbedrag 4 :  14.283,67 ; 5° totaalscore van 2,50 tot 2,75 maximumbedrag 5 :  17140,41 ; 6° totaalscore van 3 maximumbedrag 6 :  19.997,14 ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk plafond is een maximumbedrag voor de jaarlijkse bruto-bezoldiging, voordelen inbegrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jaarlijkse bruto-bezoldiging gekoppeld aan een afgeleid mandaat wordt berekend aan de hand van de drie volgende criteria : 1° de bevolking van de aangesloten gemeenten of OCMW's ;2° de omzet van de instelling ;3° het tewerkgestelde personeel. De statistieke verdeling van die drie criteria is de sleutel voor de klassering van de instellingen en hun koppeling aan een specifiek maximumbedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk criterium krijgt de instelling een score van 0,25 tot 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevolking (limieten van de klassen afgerond voor een betere leesbaarheid) : 1° bevolking van 0 tot 75 000 inwoners : 0,25 ;2° bevolking van meer dan 75 000 tot 250 000 inwoners : 0,50 ;3° bevolking van meer dan 250 000 tot 450 000 inwoners : 0,75 ;4° bevolking van meer dan 450 000 inwoners : 1. De overwogen bevolkingscijfers zijn die bepaald door de Waalse Regering overeenkomstig artikel LL1121-3, lid 3, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bediende bevolking omvat die van de aangesloten gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omzet 1° omzet van 0 tot 2.750.000  : 0,25; 2° omzet van meer dan 2.750.000  tot 15.500.000  : 0,5 ; 3° Omzet van meer dan 15.500.000  tot 55.500.000  : 0,75; 4° omzet van meer dan 55.500.000  : 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in aanmerking genomen omzet is die van de laatste jaarrekeningen (rekeningen 70 tot 74 en 70 tot 76A vanaf de jaarrekeningen 2016) goedgekeurd door de algemene vergadering, of, bij gebrek aan vermelding van de omzet, de optelling van rekeningen 9900 en 60/61.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij fusie vloeien de in aanmerking genomen cijfers voort uit de samenvoeging van de omzet van de betrokken maatschappijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tewerkgestelde personeel VTE 1° minder dan 10 tewerkgestelde personen : 0,25 ;3° meer dan 10 tot 40 tewerkgestelde personen : 0,5 ;3° meer dan 40 tot 250 tewerkgestelde personen : 0,75 ;4° meer dan 250 tewerkgestelde personen : 1. Het aantal tewerkgestelde personen wordt in voltijdsequivalenten berekend, ingeschreven in het personeelsregister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij fusie of herstructurering van een rechtspersoon is het aantal tewerkgestelde personen dat als referentie dient, het aantal opgenomen in het fusie- of herstructureringsverslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De optelling van die drie scores leidt tot een totaalscore voor de instelling van 0,75 tot 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die totaalscore maakt de berekening van het maximumbedrag gekoppeld aan de instelling mogelijk : 1° totaalscore van 0,75 maximumbedrag 1 :  5.713,47 ; 2° totaalscore van 1 tot 1,25 maximumbedrag 2 :  8.570,21 ; 3° totaalscore van 1,50 tot 1,75 maximumbedrag 3 :  11.426,94 ; 4° totaalscore van 2 tot 2,25 maximumbedrag 4 :  14.283,67 ; 5° totaalscore van 2,50 tot 2,75 maximumbedrag 5 :  17.140,41 ; 6° totaalscore van 3 maximumbedrag 6 :  19.997,14 ;</p>\n<p class=\"lf-p\">De koppeling aan een specifiek maximumbedrag wordt na elke integrale hernieuwing van de instanties bepaald. De algemene vergadering bepaalt de bezoldigingen op voorstel van het nieuwe bezoldigingscomité. De beraadslaging van de algemene vergadering wordt aan de toezichtsoverheid overgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe bezoldigingen zullen ontvangen worden vanaf de eerste januari van het jaar na de hernieuwing van de instanties. ». Art. 82.In hetzelfde Wetboek wordt een bijlage 4 ingevoegd, luidend als volgt : « Bijlage 4. Regels van toepassing inzake de bezoldiging van de lokale leidinggevende functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het jaarlijks maximaal bruto bedrag van de bezoldiging verbonden met de lokale leidinggevende functie bedraagt 245.000,00 euro voor de volgende instellingen : 1° intercommunale ;2° vereniging van overheden bedoeld in artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn ;3° autonoom gemeente- of provinciebedrijf ;4° gemeentelijke of provinciale vzw ;5° projectvereniging ;6° openbare huisvestingsmaatschappij ;7° maatschappij met een significante lokale overheidsparticipatie. De maximum bezoldiging van 245.000,00 euro wordt geïndexeerd op 1 januari van elk jaar door toepassing van de volgende formule : De maximum bezoldiging is gelijk aan 245.000,00 euro vermenigvuldigd met het indexcijfer van de consumptieprijzen van december (basis 2004) en gedeeld door 121,66 (indexcijfer van de consumptieprijzen december 2012, basis 2004).</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van deeltijdse uitoefening van het leidend ambt wordt de hierboven bedoelde maximum bezoldiging berekend naar rato van de overeengekomen arbeidsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De titularis van de leidinggevende functie die een andere beroepsactiviteit ter aanvulling van zijn functie wenst uit te oefenen vraagt het akkoord van het voornaamste bestuursorgaan van de instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuursorgaan doet uitspraak over dat verzoek rekening houdend met de weerslag dat deze andere functie kan hebben op de lokale leidinggevende functie en bepaalt de uitvoeringsmodaliteiten, met name wat betreft de weerslag op de maximum bezoldiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de twee vorige leden wordt het akkoord van het bestuursorgaan niet verzocht wanneer het om een beroepsactiviteit of een mandaat van bestuurder of commissaris op beslissing van de Regering gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het jaarlijks bedrag van de bezoldiging wordt bereikt door alle bedragen in gelden en de voordelen die in geld te schatten zijn op te tellen, waarvoor de titularis van het leidend ambt in aanmerking komt als tegenprestatie of ter gelegenheid van zijn opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft het bedrag vóór aftrek van de persoonlijke sociale bijdragen die verschuldigd zijn ter uitvoering van de sociale wetgeving betreffende de loonarbeiders of een wettelijk of reglementair statuut dat de betrokkenen uit het toepassingsveld van de sociale wetgeving uitsluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 7 wordt uit het begrip bezoldiging in de zin van deze bijlage het volgende uitgesloten : 1° de bedragen ontvangen als terugbetaling van de kosten gemaakt voor rekening van de intercommunale, indien ze met inachtneming van de toepasselijke fiscale regels bepaald worden ; 2° de voordelen van alle aard dit voortvloeien uit het privé gebruik van werkingsmiddelen (zoals de mobiele telefoon en de draagbare computer...) met inbegrip van de eventuele wagen die ter beschikking wordt gesteld, indien de fiscale regels worden toegepast; De titularis van de leidinggevende functie dient deze werkingsmiddelen altijd terug te geven na afloop van de contractuele arbeidsverhouding ; 3° de verzekeringspremies burgerlijke aansprakelijkheid, rechterlijke bescherming en degenen die een dekking bieden voor de gemaakte kosten wegens de gezondheidstoestand van het leidend ambt ten laste genomen door de werkgever;4° voor het contractuele personeel, de aanvullende pensioenplannen met vaste bijdrage, waarvan de voorwaarden identiek toepasselijk zijn op het geheel van het contractuele personeel van de instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende beloningselementen van de titularis van het leidend ambt worden beperkt als volgt : 1° alleen de aanvullende pensioenplannen met vaste bijdrage waarvan het percentage en de voorwaarden identiek toepasselijk zijn op het geheel van het contractuele personeel van de instelling evenals de aanvullende pensioenplannen met vaste bijdrage met betrekking tot de betaling van een vaste patronale bijdrage uitgedrukt in een percentage van de bezoldiging tijdens een periode waarin de beheerder effectief tewerkgesteld is in deze hoedanigheid door de instelling, worden toegelaten ;2° de eventuele variabele bezoldiging is beperkt tot twintig procent van de jaarlijkse totale bruto bezoldiging.Dit jaarlijks totaal bruto bedrag van de variabele bezoldiging wordt in aanmerking genomen voor de berekening van de maximum bezoldiging hierboven bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze variabele bezoldiging wordt bepaald in functie van meetbare doelstellingen, financieel of andere, die minstens zes maanden op voorhand worden vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instelling mag aan de titularis van de leidinggevende functie het volgende niet toekennen : 1° een bezoldiging onder de vorm van aandelen, aandelenoptie of elk ander gelijkaardig product;2° in het geval van vrijwillig of ingestemd vertrek van de titularis van het leidend ambt, een vertrekpremie, ongeacht de naam of de aard ervan, met inbegrip van de giften, en dit, onverminderd de eventuele vergoedingen die verschuldigd zijn krachtens een concurrentiebeding ;3° in het geval van een vertrek ten gevolge van een eenzijdige verbreking vanwege de instelling of in het geval van ontbinding van bedoelde instelling, elke andere vertrekvergoeding dan die voorzien door de wetgeving van toepassing op de arbeidsverhouding. Geen enkel ander personeelslid mag een vergoeding ontvangen die de vergoeding toegekend aan de lokale leidinggevende ambtenaar overschrijdt, behoudens de ziekenhuisgeneesheren bedoeld in artikel 8, lid 1, 4°, en bij wijze van gelijkstelling aan de beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg bedoeld in artikel 9 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2010 numac 2010000299 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen. - Duitse vertaling type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2011 numac 2011000186 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gecoördineerde wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten op de ziekenhuizen en ter dekking van de personeels- en werkingskosten.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Overgangsmaatregelen Art. 83.Artikel 27 treedt in werking op 1 juli 2019.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 84</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet bestaande maatschappijen bedoeld in artikel L1532-5 beschikken over een termijn van twaalf maanden om hun statuten in overeenstemming met de bepalingen van dit Wetboek te brengen. Bij gebreke daarvan trekt de intercommunale zich terug uit het kapitaal van de maatschappij</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 85</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel L6411-1 ingevoegd bij artikel 69 van dit decreet maakt de institutionele informant, voor het jaar 2018, de in artikelen L6411-1, §§ 3, 4 en 6 bedoelde informatie aan de Regering onder zijn verantwoordelijkheid uiterlijk op 30 juni over</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 86</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met uitzondering van artikelen 6, 7, 37, 3°, 38 en 39 die na de integrale hernieuwing van de gemeente- en provincieraden samengesteld uit de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018 in werking treden, treedt dit decreet in werking tien dagen na zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 87</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In bijlage 4 ingevoegd bij artikel 82 worden de premies bedoeld in lid 9, 4°, voor de lopende contracten individueel tot het bezoldigingspercentage zoals bepaald in de op 1 januari 2017 lopende contracten beperkt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 88</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De statuten van de autonome gemeentebedrijven, de gemeentelijke vzw's, de intercommunales, de projectverenigingen, de autonome provinciebedrijven en de provinciale vzw's zullen uiterlijk op 1 juli 2018 in overeenstemming gebracht worden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikelen L1234-5, L1231-7, L1532-1, L2223-14, § 4, L2223-7 lopen alle mandaten binnen de verschillende bestuursorganen tijdens de eerste algemene vergadering na de inwerkingtreding van dit decreet en uiterlijk op 1 juli 2018 ten einde. Ze worden tijdens die algemene vergadering, of bij gebreke daarvan, verplicht uiterlijk op 1 juli 2018 hernieuwd Vanaf 1 juli 2018 zullen de bezoldigingen gebonden aan de uitoefening van de mandaten binnen de nieuwe bestuursorganen overeenkomstig de bepalingen van artikel 52 van dit decreet toegekend worden en mogen niet hoger zijn dan de nieuwe maximumbedragen bepaald in bijlage 1. Art. 90.De aangiften betreffende de mandaten, functies en beroepen uitgeoefend in 2017 dienen in overeenstemming te zijn met de modellen bepaald in artikel L5211-1 zoals gewijzigd bij dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel L5211-2 van dit Wetboek zullen de aangiften van 2018 betreffende de mandaten, functies en beroepen uitgeoefend in 2017 uiterlijk op 31 juli 2018 ingediend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regel volgens welke het jaarlijks bruto maximumbedrag van het presentiegeld of van de bezoldiging en voordelen in natura van een bestuurder of vice-voorzitter een percentage vormt van het maximumbedrag van de bezoldiging en voordelen in natura dat de voorzitter van dezelfde rechtspersoon mag ontvangen, is van toepassing voor de controle van de aangiften van 2018 betreffende de mandaten, functies en beroepen uitgeoefend in 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Slotbepalingen Art. 91.Artikel 52, lid 2, van het decreet van 18 april 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2013 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2013 numac 2013204569 bron waalse overheidsdienst Decreet houdende wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie sluiten houdende wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie wordt opgeheven. Art. 92.Het decreet van 6 november 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/11/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2008 numac 2008204291 bron waalse overheidsdienst Decreet waarbij het de openbare mandatarissen verboden wordt elk openbaar mandaat via een maatschappij uit te oefenen sluiten waarbij het de openbare mandatarissen verboden wordt elk openbaar mandaat via een tussenvennootschap uit te oefenen, wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Namen, 29 maart 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, W. BORSUS De Minister van Sociale Actie, Gezondheid, Gelijke Kansen, Ambtenarenzaken en Administratieve Vereenvoudiging, A. GREOLI De Minister van Economie, Industrie, Onderzoek, Innovatie, Digitale Technologieën, Tewerkstelling en Vorming, P.-Y. JEHOLET De Minister van Leefmilieu, Ecologische Overgang, Ruimtelijke Ordening, Openbare Werken, Mobiliteit, Vervoer, Dierenwelzijn en Industriezones, C. DI ANTONIO De Minister van Begroting, Financiën, Energie, Klimaat en Luchthavens, J.-L. CRUCKE De Minister van Landbouw, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden, Toerisme, Erfgoed en afgevaardigd bij de Grote Regio, R. COLLIN De Minister van de Plaatselijke Besturen, Huisvesting en Sportinfrastucturen, V. DE BUE _______ Nota (1) Zitting 2017-2018 Stukken van het Waals Parlement, 1047 (2017-2018) Nrs 1 tot 36. Volledig verslag, plenaire vergadering van 28 maart 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bespreking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stemming.</p></div>", "next": 0}