Koninklijk besluit tot opstelling van een waarborgprogramma voor de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie
Kort samengevat
Dit Koninklijk Besluit stelt een waarborgprogramma in voor de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van kernenergie, om exploitanten te ondersteunen wanneer de private verzekeringsmarkt onvoldoende dekking biedt. Het programma zorgt ervoor dat slachtoffers van kernongevallen vergoed kunnen worden, zelfs als de exploitant niet volledig verzekerd is.
Wat het reguleert
- De implementatie van een staatswaarborg voor de aansprakelijkheid van kerninstallatie-exploitanten.
- De voorwaarden waaronder exploitanten van kerninstallaties van deze staatswaarborg gebruik kunnen maken.
- De procedure voor exploitanten om deel te nemen aan het waarborgprogramma.
- De berekening van de vergoeding die exploitanten aan de Staat verschuldigd zijn voor de waarborg.
Wie het aanbelangt
- Exploitanten van kerninstallaties in België.
- Slachtoffers van kernongevallen, die hierdoor een garantie op vergoeding krijgen.
Kernpunten
- De staatswaarborg is subsidiair: deze wordt pas beschikbaar als de exploitant geen volledige verzekeringsdekking of financiële zekerheid kan verkrijgen op de private markt.
- De aansprakelijkheid van exploitanten is verhoogd tot 1,2 miljard euro, hoewel lagere plafonds mogelijk zijn voor transporten (iets meer dan 297 miljoen euro) en lagerisico-installaties (297, 74 of 70 miljoen euro).
- De vergoedbare kernschade is uitgebreid naar milieuschade en de verjaringstermijn voor personenschade is verlengd van tien naar dertig jaar.
- Exploitanten betalen een vergoeding aan de Staat voor de waarborg, die hoger ligt dan de marktprijzen (ongeveer 15% supplement) om de markt te stimuleren.
Wettekst
10 DECEMBER 2017. - Koninklijk besluit tot opstelling van een waarborgprogramma voor de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het juridisch stelsel van de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie berust op twee internationale verdragen: het Verdrag van Parijs van 29 juli 1960 inzake wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie en het Aanvullende Verdrag van Brussel van 31 januari 1963. Deze twee verdragen werden voor de laatste maal gewijzigd door een Protocol van 12 februari 2004. Ze worden in België ten uitvoer gebracht door de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. Enkele van de basisbeginselen vastgelegd in het Verdrag van Parijs en de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten zijn met name: objectieve aansprakelijkheid van de exploitant van een kerninstallatie, maar beperkt tot een bepaald bedrag, verplichting voor de exploitant om een volledige verzekeringsdekking voor zijn aansprakelijkheidsrisico te hebben en verplichting voor de Staat om de slachtoffers te vergoeden indien de vereiste verzekeringen er toch niet zouden zijn. Het Protocol van 12 februari 2004, dat nog niet van kracht werd, verzwaart de aansprakelijkheid van de exploitanten. Het verhoogt het aansprakelijkheidsplafond tot 700 miljoen euro en laat aan de verdragsluitende staten de mogelijkheid in een nog hoger plafond te voorzien; in België bracht de wet van 13 november 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/11/2011 pub. 01/12/2011 numac 2011011417 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie sluiten dit plafond op 1,2 miljard euro (in bepaalde situaties is een lager plafond mogelijk, met name voor transporten, waarvoor Uw besluit van 28 december 2011 het plafond vastlegt op iets meer dan 297 miljoen euro, en voor lagerisicoinstallaties, waarvoor U verschillende besluiten hebt uitgevaardigd die het plafond op 297, 74 of 70 miljoen euro leggen). Het breidt de vergoedbare kernschade uit naar schade aan het milieu en verlengt de verjaringstermijn voor schade aan personen, van tien naar dertig jaar. In de praktijk bezorgt deze verzwaring van de aansprakelijkheid van de exploitanten hen verzekerbaarheidsproblemen. De private verzekeringsmarkt heeft inderdaad niet voldoende capaciteit om de totaliteit van een dusdanig verzwaard aansprakelijkheidsrisico te dekken, dat de exploitanten echter wel dienen te verzekeren. De problemen stellen zich met name voor de dekking van aansprakelijkheidsvorderingen die meer dan tien jaar na het ongeval ingesteld zouden worden, het risico van de nieuwe verjaringstermijn van dertig jaar dus, en in mindere mate voor de dekking van de schade aan het milieu. Er zijn verzekeringspolissen beschikbaar voor dit soort risico's, maar de door de markt aangeboden dekkingsbedragen bereiken niet het vereiste bedrag van 1,2 miljard of 297 miljoen euro. Daarom heeft de wet van 29 juni 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/06/2014 pub. 18/07/2014 numac 2014011384 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie sluiten in de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten een artikel 10/1 ingevoegd, dat exploitanten van kerninstallaties toelaat te genieten van een staatswaarborg, tegen een vergoeding, voor zover de private verzekerings- en financiële zekerhedenmarkt hen niet de vereiste dekking biedt. Het aan U ter ondertekening voorgelegde ontwerpbesluit heeft tot doel deze bepaling ten uitvoer te brengen. Het door dit ontwerpbesluit ingevoerde waarborgprogramma werd meegedeeld aan de Europese Commissie, in het kader van artikels 107 en 108 met betrekking tot staatssteun van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De Commissie heeft vastgesteld dat de hoogte van de provisie die de exploitanten moeten betalen om de garantie te kunnen krijgen, zodanig was bepaald dat deze exploitanten daarmee geen economisch voordeel krijgen, en dat met het waarborgprogramma dan ook geen staatssteun is gemoeid. Het basisprincipe bij het opstellen van het waarborgprogramma is dat de staatsinterventie subsidiair moet blijven ten opzichte van de markt. De staatswaarborg zal pas beschikbaar zijn als de exploitant geen verzekeringsdekking of financiële zekerheid kan bekomen op de markt (in het vervolg van dit verslag worden de financiële zekerheden niet systematisch vermeld en verwijzingen naar verzekeringen moeten naargelang de context eveneens begrepen worden als verwijzingen naar financiële zekerheden). In eenzelfde optiek wordt de door de exploitant aan de Staat verschuldigde vergoeding dan ook vastgelegd op een bedrag dat hoger ligt dan de marktprijzen (het supplement situeert zich in de grootte van 15 %), om exploitanten en verzekeraars aan te zetten verzekeringsoffertes te ontwikkelen in plaats van beroep te doen op de Staat. Er werd rekening gehouden met het advies van de Raad van State, met uitzondering van de opmerkingen betreffende de artikelen 22 en 29 van het ontwerpbesluit. Toelichting bij de artikelen Artikel 1 Artikel 1 beschrijft het voorwerp van het ontwerpbesluit en vermeldt het hierboven toegelichte fundamentele subsidiariteitsbeginsel. Art. 2 Artikel 2 bevat de definities die nuttig zijn voor de duidelijkheid van het ontwerpbesluit. De weerhouden definities hebben tot doel de samenhang van de woordenschat en de begrippen gebruikt in het ontwerpbesluit, de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten en het Verdrag van Parijs te garanderen. Verwijzingen naar een of meerdere "exploitanten" hebben, naargelang de context, betrekking op een welbepaalde exploitant op wie de bepaling waarin deze term verschijnt van toepassing is of op alle exploitanten tezamen. Het begrip "segment" wordt gebruikt om de aan de Staat verschuldigde waarborgprovisie te berekenen, het tarief van deze provisie wordt segment per segment vastgelegd. De definitie van het begrip kan geïllustreerd worden aan de hand van de volgende voorbeelden. Het "milieu", dit wil zeggen de aansprakelijkheid voor schade aan het milieu die veroorzaakt zou zijn door een kernongeval, vormt een segment, omdat het gaat om een subgeheel van het aansprakelijkheidsrisico dat wordt omschreven door te verwijzen naar een soort schade. Zo kunnen ook "aardbevingen", indien de verzekeringen voor nucleaire aansprakelijkheid een uitsluitingsclausule voor seismische rampen zouden bevatten (wat momenteel niet het geval is), een segment vormen, omdat het gaat om een subgeheel van het aansprakelijkheidsrisico dat wordt omschreven door te verwijzen naar een soort gevaar. Het "verlies boven 100 miljoen euro", indien een polis de omvang van zijn dekking op dergelijke manier zou omschrijven, vormt dan weer geen segment omdat het hier gaat om een subgeheel van het aansprakelijkheidsrisico dat omschreven wordt door te verwijzen naar een dekkingsgraad. Het begrip "jaarperiode" wordt gebruikt om zich af te kunnen stemmen op de heronderhandelingscyclus van de verzekeringspolissen, die in het algemeen verstrekt worden voor een duur die overeenkomt met het kalenderjaar. Als we ervan uitgaan dat de datum van inwerkingtreding bepaald overeenkomstig artikel 55, lid 2, 1 januari 2018 is, zal de eerste jaarperiode bedoeld in dit ontwerpbesluit het jaar 2018 zijn. De definitie van de termen "waarborgprovisietarief", "sekwesterfondsen" en "provisietarief post-ongeval" wordt hieronder toegelicht in het commentaar bij artikels 21 en 29. De Commissie voor Verzekeringen merkt in haar advies op dat de term "commission" in de Franse versie van het ontwerpbesluit niet geschikt lijkt, gelet op de andersluidende betekenis van deze term in de verzekeringswereld. De door het ontwerpbesluit ingevoerde staatswaarborg voorziet echter niet in een verzekering, het gaat integendeel om een financiële waarborg. De term "commission de garantie" is gebruikelijk in deze context. Hetzelfde geldt voor de term "waarborgprovisie" in de Nederlandse versie van het ontwerpbesluit. Art. 3 Het staat de exploitanten vrij al dan niet aan te sluiten bij het waarborgprogramma dat de Staat hen ter beschikking stelt. Ze nemen pas deel aan dit programma op hun verzoek. Niets verplicht een exploitant die wel over een verzekeringsdekking voor zijn volledige aansprakelijkheidsrisico zou beschikken om erbij aan te sluiten. Artikel 3 voorziet dan ook in een procedure die begint met een verzoek van de exploitant die aan het programma wenst deel te nemen, gevolgd door een onderzoek van de ontvankelijkheid van zijn verzoek door de minister van Economie, door een onderzoek van het dossier door de minister van Financiën en, desgevallend, van het sluiten van een toetredingsakte met contractuele waarde tussen de verzoekende exploitant en de Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. De verdeling van de taken tussen beide ministers is bepaald in artikel 10/1, §§ 1 en 2, van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Het sluiten van een contractuele toetredingsakte dringt zich op om de voor iedere exploitant specifieke bijzondere voorwaarden te kunnen vastleggen en de verbintenis van de exploitant te bekomen om alle verplichtingen na te komen die voortvloeien uit het waarborgprogramma, in de eerste plaats om de aan de Staat verschuldigde vergoeding te betalen. Een toetredingsakte zal typisch de kerninstallatie in kwestie identificeren en de datum van inwerkingtreding van het programma voor de betreffende exploitant vermelden en zal de nodige verklaringen van de exploitant bevatten dat hij de nodige inspanningen heeft geleverd om de markt te bevragen vooraleer hij de staatswaarborg aanvraagt. In het bijzonder geval van de centrales van Tihange 1, Doel 1 en Doel 2 bevat de toetredingsakte eveneens een bevestiging van de exploitant van de centrale, en desgevallend van zijn aandeelhouders, dat de door het waarborgprogramma vooropgestelde vergoeding verenigbaar is met de verbintenissen die de Staat jegens hen is aangegaan in artikels 4/1, § 4, en 4/2, § 2, van de wet van 31 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/01/2003 pub. 28/02/2003 numac 2003011096 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie sluiten houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie en in de betreffende overeenkomsten. Ter herinnering: deze bepalingen voorzien erin dat de in de wet van 31 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/01/2003 pub. 28/02/2003 numac 2003011096 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende de geleidelijke uitstap uit kernenergie voor industriële elektriciteitsproductie sluiten vastgelegde vergoedingen elke andere heffing ten voordele van de Staat die zou zijn verbonden aan de eigendom of de exploitatie van de centrales in kwestie uitsluiten. Idealiter, zullen de exploitanten die vrezen dat ze op de markt geen volledige verzekeringsdekking kunnen bekomen van hun door het Protocol van 12 februari 2004 verzwaarde aansprakelijkheid, de inwerkingtreding van dit Protocol anticiperen en op voorhand hun toetreding tot het waarborgprogramma aanvragen om niet in overtreding te zijn wanneer het Protocol in werking treedt. Indien een exploitant echter nalaat om zijn toetreding te gepasten tijde aan te vragen en gedurende een bepaalde tijd niet over de vereiste verzekeringsdekkingen beschikt, kan de minister de latere toetreding afhankelijk maken van de betaling van een vergoedende waarborgprovisie tot dekking van de duur van deze tekortkoming. De exploitant zal immers gedurende deze periode effectief genoten hebben van een Staatswaarborg die rechtstreeks voortvloeit uit artikel 10(
- c)van het Verdrag van Parijs en artikel 22 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, hetgeen een vergoeding rechtvaardigt. De vergoedende provisie kan worden berekend met inachtneming van de relevante vermeerderingsfactoren, en in het bijzonder door deze die wordt voorzien door artikel 27 voor de gevallen van overtredingen op de dekkingsverplichtingen, waarbij de ontstentenis van toetreding tot het waarborgprogramma wordt gelijkgesteld met een dergelijke overtreding. We herinneren er ook aan dat, overeenkomstig artikel 4 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, meerdere installaties die zich op eenzelfde vestigingsplaats bevinden beschouwd worden als een enkele kerninstallatie. De bijzondere bepalingen opgenomen in de toetredingsakte mogen natuurlijk de exploitant geen voordelen toekennen die afwijken van de algemene bepalingen van het programma en een vorm van staatssteun zouden kunnen zijn die niet werd voorgelegd aan de Europese Commissie. Art. 4 Artikel 4 vormt de basis van de verplichtingen van de Staat als borgsteller. De formulering van § 1 is afgestemd op die van artikel 10(
- c)van het Verdrag van Parijs. § 2 wil de door de Staat aangegane verplichtingen tot het strikt noodzakelijke beperken, dit wil zeggen louter hetgeen de Staat in toepassing van het Verdrag van Parijs gehouden is te doen. Het aansprakelijkheidsplafond vermeld in § 1 betreft het bedrag in hoofdsom van de te vergoeden schade. Overeenkomstig artikel 7(
- c)van het Verdrag van Parijs zijn de interesten en kosten daarbovenop verschuldigd door de aansprakelijke exploitant. De staatswaarborg heeft bijgevolg eveneens betrekking op de interesten en kosten verschuldigd op de niet door de markt verzekerde hoofdsom, bovenop het bedrag in hoofdsom tot beloop waarvan beroep kan gedaan worden op de staatswaarborg. De situatie van de Staat is in dit opzicht vergelijkbaar met die van de verzekeraars die krachtens artikel 146 van de wet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/04/2014 pub. 20/05/2014 numac 2014022198 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet tot regeling van de geestelijke gezondheidszorgberoepen en tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen type wet prom. 04/04/2014 pub. 30/04/2014 numac 2014011239 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de verzekeringen type wet prom. 04/04/2014 pub. 05/05/2014 numac 2014022168 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders sluiten betreffende de verzekeringen gehouden zijn de interesten op in hoofdsom verschuldigde schadevergoedingen te betalen, evenals de kosten, zelfs indien deze de limieten van de verzekering overschrijden. Lid 4 van § 2 verduidelijkt dat, als bepaalde maatregelen die door de Staat geldig werden goedgekeurd in toepassing van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten als effect hebben de aansprakelijkheid van de exploitant te verminderen, deze maatregelen eveneens als onrechtstreeks effect hebben de verplichtingen van de Staat als borgsteller te verminderen. Art. 5 Artikel 5 bevestigt dat de contractuele relaties tussen de exploitant en de Staat niet beschouwd mogen worden als een verzekeringsovereenkomst. De wet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/04/2014 pub. 20/05/2014 numac 2014022198 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet tot regeling van de geestelijke gezondheidszorgberoepen en tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen type wet prom. 04/04/2014 pub. 30/04/2014 numac 2014011239 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de verzekeringen type wet prom. 04/04/2014 pub. 05/05/2014 numac 2014022168 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders sluiten betreffende de verzekeringen is er dus niet op van toepassing. Art. 6 Artikel 6 wil eveneens de door de Staat aangegane verplichtingen tot het strikt noodzakelijke beperken. Enkel de slachtoffers van kernschade kunnen genieten van de staatswaarborg. Als een slachtoffer bijvoorbeeld reeds vergoed werd door zijn eigen "hospitalisatie " of "inkomensgarantie"-verzekeraar, kan deze verzekeraar niet middels indeplaatsstelling de Staat aanspreken, zelfs al kan hij desgevallend wel de aansprakelijke exploitant aanspreken. Dit versterkt het subsidiair karakter van het waarborgprogramma. Lid 3 bevestigt dat zolang er geen kernongeval geweest is niemand enig verworven recht op de staatswaarborg kan inroepen. Dit houdt in het bijzonder in dat, indien de waarborg beëindigd wordt vooraleer er zich een ongeval voordoet, de slachtoffers geen enkel recht dat zou voortvloeien uit het waarborgprogramma kunnen doen gelden. Art. 7 De Staat voert een waarborgprogramma in ten gunste van de exploitanten en geen verzekeringsprogramma. Artikel 7 bepaalt dan ook dat elke schadevergoeding die door de Staat krachtens het programma uitbetaald wordt hem door de aansprakelijke exploitant terugbetaald moet worden. De terugbetalingsverplichting van de exploitant berust op een dubbele grond: een subrogatoire grond, krachtens lid 1, en een contractuele, krachtens lid 2 en de toetredingsakten. Het bestaan van een contractuele grond maakt het voor de Staat met name gemakkelijker verhaal uit te oefenen in de omstandigheden waarvan sprake in artikel 10, lid 2. Art. 8 Dit artikel betreft de interesten op de aan de Staat verschuldigde terugbetalingen. Art. 9 Dit artikel legt de opeisbaarheidsdatum van de aan de Staat verschuldigde terugbetalingen vast. Art. 10 Nucleaire risico's zijn van dien aard dat het risico dat er zich een ongeval voordoet zeer klein is, maar dat de gevolgen van een ongeval van grote omvang en moeilijk precies te meten kunnen zijn. Het ongeval in Fukushima is hier een tragisch voorbeeld van. In een dergelijke situatie is het bijna onmogelijk de vergoeding van elk slachtoffer ondergeschikt te maken aan de voorwaarde dat het slachtoffer het bestaan en het bedrag van de schade en het causaal verband tussen het ongeval en zijn schade gerechtelijk moet aantonen. Het aantal slachtoffers kan veel te hoog zijn om een efficiënt beheer van de schadevergoedingen door de rechtbanken toe te laten. Daarnaast bestaat de schade aan de gezondheid van slachtoffers blootgesteld aan een te hoge dosis nucleaire straling dikwijls uit een verhoging van het statistisch risico op kanker bij de slachtofferpopulatie; het nadeel voor elk slachtoffer bestaat dan ook uit het "verlies van een kans" in de juridische zin van de term, en is bijgevolg uiterst moeilijk te evalueren. In een dergelijke context moet het beheer van de vorderingen tot schadevergoeding noodzakelijkerwijs op pragmatische en billijke wijze gebeuren. De wetgever is zich goed bewust van deze context en dit verklaart waarom artikel 30 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten U toelaat "een verzoeningsprocedure van administratieve of gerechtelijke aard in te stellen, die in elk geval aan het debat voor de rechtbank dient vooraf te gaan". Artikel 10 heeft tot doel de aansprakelijke exploitant te beletten zich te verschansen achter de afwezigheid van een gerechtelijke procedure die het slachtoffer rechten heeft toegekend, of achter het feit dat er schadevergoedingen vastgelegd werden op basis van pragmatische en billijke criteria die niet noodzakelijkerwijs weerhouden zouden zijn geweest door een rechtbank, om te weigeren aan de Staat de schadevergoedingen terug te betalen die deze aan de slachtoffers zou uitbetaald hebben op basis van het waarborgprogramma. Lid 3 vormt de toepassing van artikel 28, § 2 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Art. 11 Artikel 11 bevestigt dat het waarborgprogramma de plafonnering van de aansprakelijkheid van de exploitant vastgelegd in de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten geen schade toebrengt. De Staat kan geen terugbetaling van de exploitant eisen die het aansprakelijkheidsplafond te boven gaat. De plafonnering wordt bepaald ten opzichte van de in hoofdsom betaalde schadevergoedingen. De interesten en kosten die de Staat desgevallend boven dit plafond zou hebben betaald zijn terugvorderbaar. Art. 12 De Staat moet kunnen beschikken over alle informatie nodig voor het beheer van schadegevallen en voor een goede kennis van de risico's die ze draagt. Dit is het doel van artikel 12. Art. 13 De organisatie van het beheer van een schadegeval zal noodzakelijkerwijs gebeuren in functie van de aard van het schadegeval en de omvang van de gevolgen ervan. Artikel 13 geeft de minister van Financiën de nodige bevoegdheid hiertoe en voorziet met name in de mogelijkheid van een samenwerking tussen de Staat en de private verzekeraars die hetzelfde schadegeval dekken. Art. 14 Als er zich een schadegeval voordoet, zijn de omvang van de gevolgen en de totale kost van de te vergoeden schade in het algemeen niet onmiddellijk gekend. Er kan gedurende een heel lange tijd onzekerheid blijven bestaan, zelfs langer dan de verjaringstermijn van dertig jaar. Zowel de Staat als de verzekeraars moeten echter te allen tijde kunnen beschikken over een zo betrouwbaar als mogelijk raming van de financiële gevolgen van het schadegeval. De Staat heeft deze raming nodig om de "provisie post-ongeval" verschuldigd door de exploitant (zie hieronder het commentaar bij artikel 29) te bepalen en om te bepalen of, en in welke mate, het beschikbare saldo van de verzekeringspolissen van de exploitant aanleiding geeft tot een verzekeringsdeficit; de verzekeraars hebben dit nodig om hun provisies te bepalen. Het aldus geraamde bedrag werd omschreven als het "PML", dit wil zeggen het Probable Maximum Loss. Overgaan tot dit soort ramingen maakt deel uit van het verzekeraarsvak. De verzekeraars hebben hiervoor de nodige knowhow en ervaring ontwikkeld. Daarom bepaalt artikel 14 dat de Staat zich in principe baseert op de ramingen van de verzekeraars. Lid 2 staat de minister toe hiervan af te wijken indien nodig. Art. 15 Artikel 15 belet de exploitant om een schikking te treffen met zijn verzekeraars als een dergelijke schikking de interventielast van de Staat op basis van de waarborg rechtstreeks of onrechtstreeks zou kunnen verzwaren. Art. 16 Zoals hierboven vermeld is de subsidiariteit van de staatsinterventie ten opzichte van de rol van de markt het basisprincipe van het waarborgprogramma. De exploitant moet in de eerste plaats al het mogelijke doen om ervoor te zorgen dat zijn aansprakelijkheid gedekt wordt door privéverzekeraars. Het is dit principe dat vermeld staat in artikel 16. Art. 17 Artikel 17 begrenst de verplichting van de exploitant om zich te dekken via de markt, door hem toe te laten geen verzekeringspolissen af te sluiten die hem zouden aangeboden worden tegen een onredelijke prijs. Er moet inderdaad vermeden worden dat het waarborgprogramma perverse effecten creëert en verzekeraars ertoe brengt buitensporige premies te eisen, wat het geval zou kunnen zijn als de verzekeraars weten dat de exploitant verplicht is alles te aanvaarden wat hem voorgesteld wordt. Het is de minister die het laatste woord heeft als het erom gaat te bepalen of een prijs al dan niet onredelijk is. Om nogmaals te vermijden dat er perverse effecten gecreëerd worden, legt het ontwerpbesluit geen objectieve meetbare limiet hiervoor vast, en de minister zal zijn discretionaire bevoegdheid uitoefenen door rekening te houden met alle relevante omstandigheden. Art. 18 Dit artikel behandelt concreet de algemene verplichting van de exploitant om er alles aan te doen om dekking te krijgen op de markt. Art. 19 Artikel 19 verplicht de exploitant ertoe regelmatig verslag uit te brengen aan de minister over zijn inspanningen om de markt te bevragen. Als deze inspanningen niet leiden tot het gewenste resultaat, dit wil zeggen als er een verzekeringsdeficit blijft bestaan, moet de exploitant aan de minister een zogenaamd verslag van "tekortkoming" overhandigen. Gelet op het belang van een dergelijk verslag en om de eventuele strafrechtelijke aansprakelijkheid die zou voortvloeien uit valse verklaringen betreffende de inspanningen van de exploitant op het gepaste niveau ten laste te kunnen leggen, wordt bepaald dat een verslag van tekortkoming ondertekend moet worden door twee bestuurders van de exploitant (of door twee personen met een gelijkwaardige functie, voor de gevallen waarin de exploitant geen naamloze vennootschap zou zijn). Art. 20 Dit artikel geeft de minister het recht op toegang tot nuttige informatie. Art. 21 De staatswaarborg wordt aangeboden aan exploitanten tegen een vergoeding. Dit wordt opgelegd door artikel 10/1 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, waarvan § 1 "de betaling van een vergoeding voor de dekking van deze risico's" vereist. Daarnaast is het in de eerste plaats het bedrag van deze vergoeding dat de beslissing van de Europese Commissie rechtvaardigt dat het waarborgprogramma geen staatssteun vormt. Zoals hierboven vermeld wordt de vergoeding vastgelegd op een hoger bedrag dan de marktprijzen. Zo wil ze de exploitanten aanzetten om zich eerst en vooral op de markt te laten dekken. De vergoeding van de Staat bestaat uit drie onderdelen: de waarborgprovisie zelf, de zogenaamde provisie "post-ongeval" en de terugbetaling van de kosten. Artikel 21 betreft het eerste van de drie onderdelen. De waarborgprovisie wordt segment per segment berekend en is slechts verschuldigd voor het of de segmenten waarvoor er een verzekeringsdeficit is. Als de exploitant erin slaagt zijn aansprakelijkheid met betrekking tot een segment volledig door de markt te laten dekken, moet hij de Staat geen enkele waarborgprovisie betalen voor dit segment. Als hij daarentegen niet volledig door de markt gedekt wordt, moet hij aan de Staat een provisie betalen die berekend wordt op het bedrag van het verzekeringsdeficit van dit segment, dit wil zeggen op het gedeelte van het maximumbedrag van zijn aansprakelijkheid dat niet door de markt gedekt wordt, tegen het in bijlage 1 van het ontwerpbesluit vastgelegde tarief (de provisietabel). De provisietabel werd opgesteld op basis van de door de verzekeraars op de markt gevraagde premies voor het jaar 2017. Momenteel kunnen er bij sommige exploitanten twee segmenten een verzekeringsdeficit vertonen: het segment schade aan het milieu en het segment vorderingen ingediend meer dan tien jaar na het ongeval (dus binnen de nieuwe verjaringstermijn van dertig jaar maar buiten de vroegere verjaringstermijn van tien jaar). De markt biedt private verzekeringen aan voor elk van beide segmenten maar niet steeds voor het totale bedrag dat de exploitant in kwestie moet dekken. Het bestaan van een verzekeringsofferte in elk segment is echter wel voldoende om de kost van de verzekeringspremie in percentage te meten ten opzichte van het gedekte bedrag in het betreffende segment. Dit percentage wordt nadien vermeerderd met een supplement van 15% om te komen tot het tarief vermeld in de provisietabel. De premies gebruikt voor bovenstaande berekening worden berekend "belasting inbegrepen", dit wil zeggen dat ze de belasting van 9,25 % op verzekeringspremies omvatten. Aangezien de door de Staat toegekende waarborg geen verzekeringsovereenkomst is, is deze belasting niet verschuldigd op de waarborgprovisie en is er dus geen dubbele aanslag. Een van de verzekeraars actief op de markt van nucleaire risico's is een onderlinge verzekeringsvereniging. De door deze vereniging verzekerde leden betalen echte premies; daarnaast moeten ze bijdragen aan het kapitaal van de vereniging en ingaan op latere verzoeken tot storting in het geval het aantal schadegevallen dit zou vereisen. Voor het opstellen van de provisietabel werd er dan ook van uitgegaan dat de kostprijs van een verzekering bij deze vereniging de premies zelf omvat, naast de kostprijs van het ingebrachte kapitaal (geschat op 8% per jaar) en een reserveringskost voor de eventuele latere verzoeken tot storting (geschat op 0,50 % per jaar). Deze meting van de kostprijs van het kapitaal en van de reserveringskost is een onderdeel van wat artikel 25 de "originele methodologie" noemt. Deze moet desgevallend weerhouden worden telkens als de originele methodologie toegepast moet worden op andere situaties waarin de exploitanten gehouden zijn kapitaal in te brengen bij een verzekeraar of geconfronteerd worden met eventuele latere verzoeken tot storting. De marktanalyse toont aan dat de kost van de verzekeringspolissen gevoelig hoger ligt voor kerncentrales voor elektriciteitsproductie dan voor de andere soorten nucleaire installaties. De provisietabel voorziet dan ook in verschillende tarieven voor deze twee soorten installaties. De marge van 15 % die toegevoegd wordt aan de kostprijs van de verzekeringspolissen zorgt ervoor dat de staatswaarborg duurder wordt dan de private verzekeringen, wat een bewuste doelstelling is van het ontwerpbesluit. Twee andere elementen accentueren dit prijsverschil nog. Eerst en vooral biedt de Staat enkel een waarborg en geen verzekering; bij een schadegeval worden de slachtoffers beschermd door deze waarborg - ze zijn er zeker van dat ze hun schadevergoeding zullen krijgen, ook al blijft de aansprakelijke exploitant in gebreke - maar de exploitant is dit niet, aangezien hij aan de Staat alle aan de slachtoffers uitbetaalde schadevergoedingen moet terugbetalen, terwijl de door een verzekeraar uitbetaalde schadevergoedingen ten laste van deze laatste blijven. Vervolgens houdt de provisietabel geen rekening met het feit dat de Staat in principe slechts in tweede rang moet tussenkomen, na de verzekeraars, en dat de kost van een tweederangsdekking normaal gezien lager ligt dat een eersterangsdekking. De laatste subalinea van de definitie van de term "waarborgprovisietarief" in artikel 2, § 1, 18°, heeft tot doel te vermijden dat bijzondere omstandigheden met betrekking tot een bepaalde exploitant - bijvoorbeeld een ongevalsrisicograad die hoger ligt dan het gemiddelde - ertoe leiden dat de staatswaarborg niet voldoende door deze exploitant vergoed wordt. De provisietabel wordt immers op eenzelfde manier opgesteld voor alle exploitanten, zonder individuele differentiëring. Er wordt dan ook bepaald dat de prijs van de staatswaarborg steeds de prijs van de verzekeringen die de betreffende exploitant op de markt betaalt met minstens 7,5 % moet overschrijden. Als het prijsverschil dat zou voortvloeien uit de toepassing van de provisietabel kleiner is dan 7,5 %, is het niet langer de provisietabel die als basis dient voor het berekenen van de door de betreffende exploitant verschuldigde provisie, maar wel de premies die deze exploitant op de markt betaald heeft, en het is aan deze premies dat het supplement van 15 % wordt toegevoegd. Het zoals hierboven uiteengezet berekende waarborgprovisietarief kan vervolgens het voorwerp uitmaken van verschillende vermeerderingen overeenkomstig artikels 22, 24 en 27: het tarief wordt vermeerderd met 15 % als de staatswaarborg niet in laatste rang komt, wordt (in het algemeen) verdubbeld als de verzekeringsdekking van de exploitant minder bedraagt dan 20 % van zijn aansprakelijkheidsplafond, en wordt vermenigvuldigd met twee en een half als de exploitant geen dekking heeft genomen die hij wel had moeten hebben. Deze vermeerderingen worden verderop toegelicht, in het commentaar bij de respectievelijke artikels. Als er meerdere redenen voor vermeerdering van toepassing zijn, worden de verschillende factoren met elkaar vermenigvuldigd. Art. 22 Het principe van de subsidiariteit van het waarborgprogramma ten opzichte van de rol van de private verzekeringsmarkt, waarvan het belang reeds hierboven vermeld werd, vereist in het bijzonder dat de Staat maar in laatste rang moet tussenkomen, na de verzekeraars. De door een kernongeval veroorzaakte schade zou in de eerste plaats gedekt moeten worden door de verzekeringen tot beloop van hun dekkingsbedrag. Het is slechts als het bedrag van de schade het bedrag van de verzekeringsdekking overschrijdt dat de Staat zou moeten tussenkomen, ten belope van het overschot, om borg te staan voor de aansprakelijke exploitant als deze in gebreke blijft. De goede werking van dit mechanisme is volledig afhankelijk van de modaliteiten van de verzekeringspolissen. Als deze modaliteiten niet in eersterangsdekking door de verzekeraars voorzien, kan dit besluit hen niets anders opleggen: de verzekeraars zijn slechts gebonden aan de bepalingen van de polissen die ze verstrekt hebben. Daarom voorziet artikel 22 in een vermeerdering van het waarborgprovisietarief vermeld in de provisietabel met 15 % als de verbintenis van de Staat niet in laatste rang komt. Deze toeslag wil exploitanten aanzetten om met hun verzekeraars te onderhandelen over polissen die in rang voor de Staat komen. Ze wil de Staat ook vergoeden voor het grotere risico dat deze op zich neemt in verhouding tot een risico van laatste rang. De drie hypothesen opgesomd in artikel 22 komen overeen met drie soorten situaties waarin de hiërarchie van de rangen niet werkt zoals gewenst. De 1° betreft de eenvoudige situatie waarin de uitdrukkelijke modaliteiten van de verzekeringspolis(sen) dusdanig zijn dat ze niet in eerste rang tussenkomen. Dit is bijvoorbeeld het geval als een exploitant onderworpen aan het algemeen aansprakelijkheidsplafond van 1,2 miljard euro gedekt wordt door twee verschillende pools, waarbij de eerste 75 % van de schade dekt en de tweede 25 % (dit is het zogenaamde "quotiteitenmechanisme" of quota share), maar de eerste beperkt de gedekte schade voor een bepaald segment tot 800 miljoen euro terwijl de tweede de wettelijke limiet van 1,2 miljard aanvaardt. Het door de Staat gewaarborgde verzekeringsdeficit bedraagt in een dergelijk geval 300 miljoen euro, of 75 % van het bedrag boven de limiet van 800 miljoen opgelegd door de eerste pool. Tegelijk bedraagt de totale door de verzekeraars geleverde dekking 900 miljoen euro, of 75 % van 800 miljoen plus 25 % van 1,2 miljard. Opdat de verbintenis van de Staat echt van laatste rang zou zijn, zou deze dus pas moeten tussenkomen als de schade veroorzaakt door het schadegeval de 900 miljoen euro overschrijden. Dit is niet het geval in de hypothese in kwestie. De eerste schijf van 800 miljoen euro wordt inderdaad in eerste rang gedekt door de verzekeraars, a rato van 75 % voor de eerste pool en 25 % voor de tweede. Maar boven de 800 miljoen euro is dit niet langer het geval: de eerste pool komt niet meer tussen, en elke bijkomende euro aan schade wordt door de tweede pool slechts gedekt a rato van 25 cent. Als de totale schade oploopt tot 900 miljoen euro, moet de Staat dus reeds voor 75 miljoen euro tussenkomen. De 2° betreft de situatie waarin het de interactie van de verschillende polissen is die ertoe leidt dat de Staat niet noodzakelijkerwijs het statuut van laatste rang heeft. Dit kan geïllustreerd worden door het volgende voorbeeld. Twee pools die respectievelijk een aandeel van 75 % en 25 % van de schade dekken, met een totale limiet van 1,2 miljard euro; de eerste pool sluit echter het segment "periode 10-30 jaar" uit van dekking en de tweede pool aanvaardt een aandeel van 100 % op dit segment, met dien verstande echter dat de globale limiet van zijn verbintenis op 300 miljoen euro blijft staan, of 25 % van 1,2 miljard. Het verzekeringsdeficit bedraagt 900 miljoen euro voor het segment "periode 10-30 jaar", er is geen deficit voor de andere segmenten. Vervolgens doet er zich een schadegeval voor dat schade voor een bedrag van 1,2 miljard euro veroorzaakt, waarvan 200 miljoen toewijsbaar aan het segment "periode 10-30 jaar" en een miljard aan de andere segmenten. Als de verbintenis van de Staat inderdaad van laatste rang was, zou de Staat niet moeten tussenkomen, omdat de schade de verzekeringslimieten niet overschrijdt. Dit is echter niet wat er in de hypothese in kwestie zal gebeuren. De schadevergoeding van een miljard euro die de eerste tien jaar verschuldigd is wordt ten laste genomen door de twee pools in de verhouding 75/25: de eerste pool betaalt 750 miljoen en de tweede 250. Er blijft dus enkel een beschikbaar saldo van 50 miljoen euro over op de polis van de tweede pool om de 200 miljoen euro te dekken die tien jaar later gevorderd worden in het segment "periode 10-30 jaar" en de Staat zal voor 150 miljoen moeten tussenkomen. De 3° ten slotte betreft de situatie waarin verschillende verzekeringen reeds onderling in een hiërarchie van rangen voorzien. Opdat de Staat effectief in laatste rang zou komen, is het natuurlijk nodig dat er geen leemte is tussen de opeenvolgende rangen: als een verzekeraar van tweede rang, die een dekking "schade-excedenten" (excess loss) aanbiedt, slechts tussenkomt boven een bepaalde drempel, moeten de verzekeraars van eerste rang volledig alle schade tot deze drempel dekken. De Raad van State en de Commissie voor Verzekeringen stellen zich vragen over de hypothese waarin het quota share mechanisme uitkomt op een verzekeringsdeficit. De Raad van State merkt eveneens op dat, aangezien de totale aansprakelijkheid van de exploitant in elk geval begrensd is tot 1.200.000.000 euro, elke verlies van quota share uiteindelijk ook een vorm van "schade-excedenten" (excess loss) met zich meebrengt en suggereert om deze situatie in de tekst te expliciteren. Wij bevestigen echter bij deze dat de tekst van artikel 22 wel degelijk deze hypothese dekt. Indien twee quota share pools respectievelijk 60 % en 30 % van de schade dekken, met een globale limiet van 1,2 miljard euro voor alle segmenten, dan blijft er een verzekeringsdeficit van 10 % of 120 miljoen euro voor alle segmenten. De Staat draagt dan het risico in eerste rangorde, hij zal immers 10 % van de schade dienen te dekken vanaf de eerste euro, de door artikel 22 voorziene factor van 1.15 zal dan van toepassing zijn. Art. 23 De provisietabel werd opgesteld op basis van de marktprijsgegevens voor het jaar 2017. Artikel 23 voorziet in een progressief aanpassingsmechanisme voor de tabel in functie van de prijsevolutie op de markt van de verzekering van nucleaire aansprakelijkheidsrisico's, of, met andere woorden, een indexeringsmechanisme. Om de dingen niet onnodig te compliceren werd bepaald dat de indexering niet noodzakelijkerwijs elk jaar hoeft te gebeuren, maar pas uitgevoerd wordt als de grootte van de prijsevolutie dit lijkt te rechtvaardigen. De bedragen in kwestie, met name het verschil in provisies door een indexering, kunnen immers vrij laag zijn en niet de kosten van een complexe procedure voor het meten van de prijsevolutie rechtvaardigen. De minister gaat dan ook elk jaar over tot een eerste richtinggevende analyse, op basis van de marktgegevens die de exploitanten hem overmaken. Het is pas als deze eerste analyse suggereert dat de prijsevolutie een minimumdrempel van 7,50 % naar boven of naar beneden heeft overschreden dat de indexeringsprocedure in gang gezet wordt. Deze procedure bestaat uit twee fasen. In een eerste fase legt de minister aan de exploitanten een voorstel voor een nieuwe index voor, die hij opstelt op basis van de gegevens te zijner beschikking. Als dit voorstel steun krijgt van een meerderheid van de exploitanten, wordt de voorgestelde index weerhouden en stopt de procedure hier. Anders wordt beroep gedaan op een marktdeskundige om de nieuwe index te bepalen. In dit geval kan het gebeuren dat het verschil tussen de oude index en de nieuwe index die op dergelijke manier vastgelegd wordt uiteindelijk onder de minimumdrempel van 7,50 % valt, die aanvankelijk overschreden leek te zijn. Het ontwerpbesluit vereist een dubbele meerderheid onder de exploitanten: een gewone meerderheid in aantal enerzijds, en een meerderheid gebaseerd op de respectievelijke bijdragen van de exploitanten aan de waarborgprovisies anderzijds. Lid 3 bevat de voornaamste regels van toepassing op de expertise en bijlage 2 van het ontwerpbesluit bevat de richtlijnen voor de marktexpertise. Deze hebben tot doel de procedure tegelijkertijd objectief en aanpasbaar aan de omstandigheden te maken. De Commissie voor Verzekeringen merkt in haar advies op dat de richtlijnen voorzien dat de commissies van de makelaars in de berekening van de index worden opgenomen en stelt zich de vraag of de erelonen van de makelaars eveneens in rekening worden genomen. Deze erelonen dienen niet in rekening te worden genomen aangezien zij geen deel uitmaken van de kost van de verzekeringen, zij vormen de vergoeding voor een aan de verzekerden verstrekte dienst van adviesverlening. De index kan naar boven of naar beneden toe evolueren maar kan nooit onder zijn oorspronkelijk niveau zakken. Deze ondergrens is gerechtvaardigd om meerdere redenen: budgettaire redenen, vermijden dat de door de Staat genomen risico's niet meer voldoende vergoed worden, het doel om exploitanten aan te zetten met hun verzekeraars te onderhandelen om in de eerste plaats een stijging van de dekkingslimieten te bekomen in plaats van een vermindering van de premies. Aangezien de voornaamste basis voor het indexeringsmechanisme het ontwerpbesluit is dat U wordt voorgelegd, eerder dan de toetredingsakte van contractuele aard, is het niet in strijd met artikel 57 van de wet van 30 maart 1976 betreffende de economische herstelmaatregelen en het verbod op indexeringsformules in deze bepaling. Bovendien gaat het hier niet om een industriële of commerciële prijs in de zin van artikel 57 van de wet van 30 maart 1976, maar om een vergoeding verschuldigd op basis van artikel 10/1 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten omwille van een staatsinterventie inherent aan de functie van openbaar gezag die de Staat uitoefent. Art. 24 Het waarborgprogramma wil subsidiair zijn ten opzicht van de dekking van risico's door de verzekeringsmarkt. Het waarborgprovisietarief wordt overigens bepaald op basis van de prijs van de verzekeringspremies voor het betreffende segment. Deze twee elementen vereisen dat voor elk segment de verzekeringsdekking aangeboden door de markt voldoende representatief is. Indien niet moet er in een gevoelige verhoging van de vergoeding voor de staatswaarborg voorzien worden. Dit wordt bepaald in artikel 24: als de dekking verkregen op de markt minder dan 20 % van het maximumbedrag van de aansprakelijkheid van de exploitant dekt, wordt het waarborgprovisietarief per segment verhoogd en op het niveau vermeld in de rechterkolommen van de provisietabel gebracht; het gaat in het algemeen en minimaal om een verdubbeling. Voor de toepassing van dit artikel maakt het niet uit of de onvoldoende dekking het gevolg is van een onvoldoende aanbod op de markt of van het feit dat de exploitant niet heel het beschikbare aanbod gebruikt heeft, eventueel in overtreding op zijn verplichtingen voortvloeiend uit hoofdstuk 5 of 8. Deze verhoging van de provisie heeft meerdere functies. Ze garandeert dat de door de Staat ontvangen vergoeding aangepast blijft aan de omstandigheden, waarin, gelet op het geringe marktvolume, het door de markt gehanteerde prijsniveau niet noodzakelijkerwijs een betrouwbare reflectie is van de echte kostprijs van het risico. Ze compenseert de verzwaring van het risico gedragen door de Staat, die, hoewel ze in principe pas in laatste rang tussenkomt, meer risico loopt om tussen te moeten komen naarmate haar interventiedrempel zakt. Tenslotte wil ze exploitanten ertoe aanzetten echt maximale inspanningen te leveren om op de markt een niet-verwaarloosbaar dekkingsniveau te vinden voor elk risicosegment. Uit de marktanalyse uitgevoerd met het oog op de opstelling van het ontwerpbesluit is gebleken dat een loutere verdubbeling van de waarborgprovisie ertoe had kunnen leiden dat het voor de exploitant minder duur was aan de Staat een waarborgprovisie te betalen dan de nodige verzekeringen af te sluiten om een dekking van minstens 20% van zijn aansprakelijkheidsplafond te bekomen voor de segmenten in kwestie. Om dergelijke situaties te vermijden voorzien de rechterkolommen van de provisietabel in twee hypothesen - de segmenten "periode 10-30 jaar" en "volledig aansprakelijkheidsrisico" voor nucleaire installaties andere dan centrales voor elektriciteitsproductie - een verhoging van het tarief die meer dan een verdubbeling vormt. Art. 25 De segmenten vermeld in de provisietabel werden vastgelegd in functie van de marktsituatie in 2017. De enige twee subgehelen van het aansprakelijkheidsrisico waarvoor de markt momenteel geen volledige dekking aan de exploitanten aanbiedt zijn het milieu en de periode 10-30 jaar. De markt evolueert echter en het is mogelijk dat er naderhand nog segmenten opduiken die niet volledig door de markt gedekt worden. Artikel 25 betreft de procedure voor het bepalen van het waarborgprovisietarief dat van toepassing zal zijn op nieuwe segmenten. Het gaat hier, in lijn met de bepalingen betreffende het indexeringsmechanisme toegelicht in artikel 23, om een procedure in twee fasen: eerst een voorstel van de minister gericht aan de exploitanten om indien mogelijk de goedkeuring van een meerderheid van hen te bekomen, en nadien, als dit niet lukt, een onafhankelijke expertise. Net zoals bij de indexeringen kunnen de provisiebedragen in kwestie vrij laag liggen en de kosten van een expertiseprocedure niet rechtvaardigen. Dit verklaart waarom het nuttig is in een eerste eenvoudige en goedkope fase te voorzien. Ter verduidelijking: de onafhankelijke deskundige zal dezelfde methodologie moeten toepassen als degene die aanvankelijk werd toegepast voor het opstellen van de provisietabel die als bijlage bij dit ontwerpbesluit werd gevoegd. Het is de methodologie die hierboven wordt samengevat in het commentaar bij artikel 21 en die ter goedkeuring werd voorgelegd aan de Europese Commissie, in het kader van het onderzoek van de staatssteunaspecten van het waarborgprogramma door deze laatste. In realiteit zullen voor elk nieuw segment vier tarieven bepaald moeten worden, die overeenstemmen met de hypotheses weergegeven in de vier kolommen van de provisietabel. De twee tarieven van de rechterkolommen bedragen in het algemeen het dubbele van de twee tarieven van de linkerkolommen, behalve indien een situatie van het type toegelicht in de laatste paragraaf van het commentaar bij artikel 24 een hoger tarief rechtvaardigt. Art. 26 Dit artikel voorziet in de publicatie in het Belgisch Staatsblad van de aangepaste provisietabel na de indexatie ervan of na de invoering van nieuwe segmenten. Art. 27 Het zou noch billijk noch mogelijk zijn dat de Staat haar waarborg eenvoudigweg weigert als de exploitant niet verzekerd was zoals hij had moeten zijn: niet billijk omdat de kosten dan gedragen zouden moeten worden door de slachtoffers van een eventueel kernongeval, en onmogelijk omdat artikel 10(
- c)van het Verdrag van Parijs de Staat verplicht tussen te komen in dergelijke gevallen. Daarom stelt artikel 27 in deze situatie geen intrekking van de waarborg voorop, maar wel een vermenigvuldiging met twee en een half van het waarborgprovisietarief. Meer dan een straf gaat het hier in de eerste plaats om een aanzet om zo veel mogelijk te vermijden dat er zich situaties van niet-verzekering voordoen. Anderzijds gaat het erom de vergoeding van de Staat aan te passen aan het grotere risico dat ze dient te dragen: men kan er immers redelijkerwijs van uitgaan dat als een exploitant zijn verplichtingen niet nakomt dit dikwijls gepaard zal gaan met meer algemene tekortkomingen inzake risicopreventie en -beheer en dus een indicator vormt van een groter risico op schadegevallen. De in hoofdstuk 5 en 8 vooropgestelde verplichtingen zijn slechts van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding voorzien in artikel 55, lid 2. Ze zijn daarnaast slechts van toepassing op een exploitant vanaf diens toetreding tot het waarborgprogramma. De toepassing van de in artikel 27 voorziene vermeerderingsfactor kan echter reeds eerder nodig blijken. Indien bijvoorbeeld toetredingsaktes worden gesloten tijdens de herfst van 2017, terwijl de inwerkingtreding van het Protocol van 12 februari 2004 wordt verwacht op 1 januari 2018 maar deze inwerkingtreding uiteindelijk slechts plaatsvindt op 1 januari 2019, is het belangrijk dat de betrokken exploitanten actief de markt bevragen in de loop van het jaar 2018, overeenkomstig hoofdstuk 5 van het ontwerpbesluit, zodat de Staatswaarborg die op 1 januari 2019 in werking zal treden tot het strikt noodzakelijke beperkt blijft. Hoofdstuk 5 zal echter nog niet in werking getreden zijn in 2018. In dat geval kan de toetredingsakte voorzien dat de vermeerderingsfactor desondanks reeds van toepassing zal zijn, hetgeen het nagestreefde stimulerend effect zal hebben. De vergoedende provisie voorzien in artikel 3 voor het geval dat een exploitant laattijdig toetreedt tot het waarborgprogramma, voor de periode voorafgaand aan de inwerkingtreding van de toetreding, zal eveneens de vermeerderingsfactor in rekening kunnen nemen. Art. 28 Dit artikel legt de opeisbaarheidsdatum van de waarborgprovisies vast. Art. 29 Artikel 29 betreft de gevolgen van een schadegeval op de waarborgprovisies die de exploitant daarna aan de Staat moet betalen. De Raad van State suggereerde om het gebruik der tijden in de bewoordingen van artikel 29 aan te passen en stelde een nieuwe formulering voor. Echter, de vaststelling van het PML evolueert en kan daarom niet tot het moment van het kernongeval worden beperkt. Ter verduidelijking werd echter een voorbeeld toegevoegd, aan het eind van deze toelichting. Zoals hierboven vermeld, kan de kostprijs van de schadevergoedingen die de aansprakelijke exploitant na een schadegeval verschuldigd is gedurende een zeer lange periode onzeker blijven. De raming van deze kostprijs, aangepast in de loop der tijd, wordt het PML of Probable Maximum Loss genoemd; de berekeningsmethode werd beschreven in het commentaar bij artikel 14. De intensiteit van de verbintenis van de Staat is volledig anders voor en na een schadegeval. Zolang er zich geen schadegeval voordoet, is de verbintenis van de Staat slechts eventueel, en de waarschijnlijkheid dat er ooit beroep op gedaan wordt is zeer laag: de normale gang van zaken is dat er zich geen enkel kernongeval zal voordoen en dat noch de exploitant noch de Staat ooit iemand zullen moeten vergoeden. Van zodra er zich echter een schadegeval heeft voorgedaan, zullen er normaal gezien schadevergoedingen verschuldigd zijn ten belope van het PML; hun eindbedrag zal misschien hoger of lager liggen dan het PML, maar het PML is de beste beschikbare raming van het maximumbedrag dat uitbetaald zal dienen te worden. Het is hier niet meer mogelijk om te rekenen op een loutere eventualiteit waarvan het risico dat ze zich voordoet zeer gering is. De aansprakelijke exploitant zal schadevergoedingen verschuldigd zijn en de Staat staat hier borg voor, in de mate dat deze schadevergoedingen de verzekeringsdekkingen overschrijden. De situatie is min of meer hetzelfde als wanneer de Staat borg zou staan voor een lening van de exploitant. Hieruit vloeien twee gevolgen voort. Ten eerste moet de Staat dus op gepaste wijze vergoed worden voor een waarborg die gelijk gesteld kan worden met de waarborg voor een lening. Dit is de functie van het provisietarief post-ongeval, vastgelegd in bijlage 2. Dit tarief hangt af van de solvabiliteit van de exploitant, die blijkt uit zijn financiële rating. De tarieven vermeld in bijlage 3 zijn afkomstig van de Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun in de vorm van garanties (PBEU, 20 juni 2008, C 155, p. 10). Dit tarief wordt toegepast voor zover de Staat de betaling van de schulden uit hoofde van schadevergoedingen van de aansprakelijke exploitant moet betalen, dit wil zeggen voor zover het PML het beschikbare bedrag van de verzekeringsdekkingen overschrijdt, met uitsluiting uit de berekening natuurlijk van de schadevergoedingen die reeds aan de slachtoffers werden uitbetaald en die zowel op het PML als op het beschikbaar saldo van de verzekeringsdekkingen aangerekend worden. Dit is het begrip "niet-gedekt rest-PML". De exploitant kan aan deze provisie post-ongeval ontsnappen of deze doen zakken door liquide middelen uitsluitend bestemd voor de betaling van deze schadevergoedingen te blokkeren onder de vorm van sekwesterfondsen. De eventuele sekwesterfondsen verminderen het bedrag van het niet-gedekt rest-PML verhoudingsgewijs. In de tweede plaats worden de aanwezige verzekeringspolissen als er zich een schadegeval voordoet ingeroepen en worden deze interventies aangerekend op de dekkingslimiet van deze polissen. Als er zich daarna een tweede schadegeval voordoet, is het mogelijk dat de nog beschikbare dekkingslimiet onvoldoende blijkt. Voor de berekening van het daaruit voortvloeiende verzekeringsdeficit moet dan ook rekening gehouden worden met het feit dat een deel van de dekking reeds gebruikt werd. Zolang de verzekeringen niet hernieuwd werden, dit wil zeggen zolang de verzekeraars de aanvankelijke dekkingslimiet niet terug ingesteld hebben, moet het PML dan ook aangerekend worden op de dekkingslimiet als het eventueel verzekeringsdeficit bepaald dient te worden. De noodzaak en de mate van een dergelijke aanrekening zullen bepaald worden in functie van de modaliteiten van de polissen, met name of ze in een mechanisme met een globale limiet of in een limiet per schadegeval of in een combinatie van de twee voorzien. Een voorbeeld ter illustratie van het voorgaande is nuttig. Laat ons ervan uitgaan dat een exploitant verzekerd is voor zijn volledig risico en met een plafond van 1,2 miljard euro, dat een kernongeval zich voordoet en dat de PML is vastgesteld op 500 miljoen euro. Conform artikel 29, 2° dient die 500 miljoen euro te worden aangerekend op de verzekeringsdekking van de exploitant. De exploitant wordt vervolgens geacht slechts verzekerd te zijn voor een bedrag van 700 miljoen euro, wat aanleiding geeft tot een verzekeringsdeficit van 500 miljoen euro waarop een waarborgprovisie verschuldigd zal zijn. Dit is te wijten aan het feit dat, wanneer een tweede ongeval zich voordoet en schade veroorzaakt voor een bedrag van 1,2 miljard euro, de verzekeraars hun dekkingslimiet kunnen inroepen ten aanzien van het geheel van de schade die door beide ongevallen werd veroorzaakt; terwijl de vergoedbare schade op 1,7 miljard euro geëvalueerd wordt zullen de verzekeraars dus slechts tussenkomen voor een bedrag van 1,2 miljard euro en zal de Staat 500 miljoen dienen te dekken. Dit verzekeringsdeficit zal verdwijnen wanneer de verzekeraars een nieuwe dekking verstrekken voor 1,2 miljard euro, zonder beperking beschikbaar ter dekking van eventuele toekomstige kernongevallen. Art. 30 Dit artikel legt een mechanisme vast voor de berekening en de voorlopige uitbetaling van de waarborgprovisie als niet alle elementen voor de berekening ervan op tijd beschikbaar zijn. Dergelijke situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen na een kernramp. Het vastleggen van een eerste PML bedrag overeenkomstig artikel 14 zal tijd kosten. Eens dit gebeurde zal desgevallend dienen te worden overgegaan tot het retroactief berekenen van de verschuldigde post-ongeval provisie conform artikel 29, 1°, en dit vanaf de dag waarop het ongeval zich voordeed. Art. 31 De marktdeskundige waarvan sprake in artikel 31 is degene waarop indien nodig beroep gedaan wordt voor de berekening van de indexering van de waarborgprovisietarieven, voor het bepalen van de tarieven verschuldigd voor bijkomende segmenten of om de waarborgprovisies met betrekking tot transporten te berekenen als de in artikel 31 bepaalde formules niet voldoende blijken. Deze deskundige zal op voorhand aangesteld worden door een openbare aanbestedingsprocedure, om "als reserve" beschikbaar te zijn en snel te kunnen tussenkomen als en van zodra dit nodig is. Art. 32 Artikel 32 betreft bepaalde modaliteiten van de aanstelling van de marktdeskundige. Rekening houdend met zijn rol van neutrale en onafhankelijke tussenkomende partij die beslissingen kan nemen die bindend zijn voor de Staat en voor de exploitanten, wordt bepaald dat bij ernstige tekortkomingen van zijnentwege, zowel de Staat als de meerderheid van de exploitanten hem kunnen ontslaan. Art. 33 Artikel 33 wil ervoor zorgen dat de verzekeraars kwalitatief hoogstaand zijn. Dit is belangrijk, zowel om te vermijden dat de Staat slachtoffers moet vergoeden door in te plaats te treden van een verzekeraar die ondertussen insolvent is geworden als om praktische problemen te vermijden, bijvoorbeeld bij het beheer van schadegevallen of bij overleg om de PML's vast te leggen. Rekening houdend met de beperkte markt is het toegelaten af te wijken van deze kwaliteitsvereisten. Soms is het beter een niet zo goede verzekeraar te hebben dan helemaal geen verzekeraar. Art. 34 Dit artikel verplicht de exploitant zijn polissen professioneel te beheren. Art. 35 Dit artikel verplicht de exploitant de Staat alle nuttige informatie te verstrekken betreffende de verzekeringen. Art. 36 Dit artikel voert een rechtstreeks communicatiekanaal in tussen de Staat, de verzekeraars en de verzekeringsmakelaars. Art. 37 Artikel 37 verplicht de exploitant opnieuw te zorgen voor een volledige verzekeringsdekking als de bestaande dekking volledig of gedeeltelijk opgebruikt werd door een schadegeval, in de mate van het mogelijke en in functie van de capaciteiten van de markt. Art. 38 Het Verdrag van Parijs legt de aansprakelijkheid voor kernongevallen die zich voordoen in een kerninstallatie ten laste van de exploitant ervan. Dit geldt eveneens voor ongevallen waarbij nucleaire stoffen betrokken zijn die afkomstig zijn van deze installatie. Deze aansprakelijkheid is exclusief, dit wil zeggen dat niemand anders aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval. De aansprakelijkheid voor een vervoer van nucleaire stoffen ligt dus in principe bij de exploitant van de installatie van waar het vervoer vertrokken is, aangezien de vervoerde nucleaire stoffen van daar afkomstig zijn. Dit houdt tegelijkertijd in dat het de exploitant van deze installatie is die dit vervoer moet verzekeren en dat de verdragsluitende Staat van het land waar de installatie gelegen is moet tussenkomen als de vereiste verzekeringen niet aanwezig zijn. De Belgische Staat moet dus borg staan voor de aansprakelijkheid van de exploitanten van Belgische installaties voor ongevallen die zich zouden voordoen tijdens het vervoer van nucleaire stoffen afkomstig van deze installaties, ook al doet het ongeval zich voor in het buitenland. Ze staat daarentegen niet borg voor de gevolgen van een ongeval dat zich zou voordoen in België naar aanleiding van een vervoer afkomstig van een andere Staat. De waarborgverplichting berust dan op deze andere Staat - ervan uitgaande dat deze partij is bij het Verdrag van Parijs. Artikel 4 van het Verdrag van Parijs voorziet echter in een afwijkende regeling. Deze bepaling verdeelt in de eerste plaats de aansprakelijkheid voor transporten over de exploitant van de installatie van vertrek en de exploitant van de installatie van bestemming, als het vervoer gebeurt van een installatie naar een andere, waarbij de aansprakelijkheid van de eerste overgaat op die van de tweede op het in het Verdrag gespecificeerde ogenblik. Daarnaast biedt deze bepaling de verdragsluitende staten de mogelijkheid toe te laten dat de aansprakelijkheid van de exploitant van de installatie verlegt wordt naar de vervoerder, mits enkele voorwaarden. De wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten maakt gebruik van deze mogelijkheid, in artikel 14, lid 1, 2°. Het Verdrag van Parijs voegt eraan toe dat indien de aansprakelijkheid van de exploitant bij de vervoerder komt te berusten, de vervoerder dus zelf beschouwd wordt als exploitant van een kerninstallatie gelegen in de betreffende Staat. Het verleggen van de aansprakelijkheid verandert dus niets aan de identificatie van de Staat die als borg moet tussenkomen; dit blijft de Staat van afkomst, en vervolgens eventueel die van bestemming van het vervoer, ongeacht de plaats waar het ongeval zich voordoet of de plaats waar de schade geleden wordt. Artikel 38 breidt het toepassingsgebied van het waarborgprogramma uit zodat het ook de aansprakelijkheid kan dekken van vervoerders naar wie de aansprakelijkheid van de exploitant van een Belgische kerninstallatie verlegd is. De waarborg van de Belgische Staat kan dus in het voordeel spelen van slachtoffers van ongevallen die zich voordoen in België maar ook in het buitenland, in het kader van een vervoer. Artikel 38 laat daarentegen niet toe dat transporten van nucleaire stoffen op doorreis in België, dit wil zeggen transporten afkomstig van of op weg naar andere landen, gedekt worden door de staatswaarborg, zelfs niet bij een ongeval dat zich voordoet in België. Het Verdrag van Parijs stelt dergelijke waarborg niet verplicht en artikel 10/1 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten geeft U niet de bevoegdheid deze toe te kennen. Art. 39 De marktpremies voor transporten zijn het resultaat van formules met meerdere parameters (vervoerswijze, afgelegde afstand, soort stof, aantal pakketten, etc.) en worden per transport betaald. Het werd dus verkieslijk geacht om de marktprijs voor elk vervoer afzonderlijk te beoordelen en op basis hiervan een waarborgprovisie vast te leggen voor elk vervoer afzonderlijk. Artikel 39 van het ontwerpbesluit voorziet bijgevolg in een berekeningsformule die voor elk vervoer de vergoeding voor de Staat extrapoleert, op basis van het bedrag van de door de verzekeraars gevraagde premies. De formule houdt voor elk segment afzonderlijk rekening met het verzekeringsdeficit, de eventuele toepasselijke vermeerderingen en de limiet van de verzekeringen van de exploitant, en weegt elk segment met een percentage dat de relatieve kostprijs voor de verzekering van het segment in kwestie vertegenwoordigt, verkregen op basis van de provisietabel. Het resultaat wordt vermeerderd met 15 % bij wijze van supplement ten opzichte van de marktprijzen. Aangezien de formule reeds de vermeerderingsfactoren integreert die eventueel op elk van de segmenten van toepassing zijn, moet het resultaat van de formule geen tweede keer onderworpen worden aan de toepassing van artikels 22, 24 en 27. Art. 40 Artikel 40 legt de opeisbaarheidsdatum van de waarborgprovisies met betrekking tot vervoer vast. De aan de Staat verschuldigde provisie is in principe opeisbaar telkens als er een overeenstemmende premie betaald wordt aan private verzekeraars. Als een dergelijk parallellisme niet werkt - wat bijvoorbeeld het geval kan zijn als de marktdeskundige tussenkomt en voor de Staat een provisie vastlegt die niet strikt gebonden is aan de betaling van verzekeringspremies - is de betaling opeisbaar op verzoek. Art. 41 Transporten van nucleaire stoffen dienen vergezeld te zijn van een verzekeringscertificaat. Artikel 41 belast de minister met het organiseren van de gezamenlijke uitgifte van het certificaat, samen met de betrokken verzekeraars en de minister van Economie, als een vervoer gedeeltelijk gedekt wordt door verzekeringen en gedeeltelijk door de staatswaarborg. Art. 42 Alle door de Staat naar aanleiding van het waarborgprogramma gemaakte kosten zijn ten laste van de exploitant, overeenkomstig artikel 10/1, § 2, van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Bepaalde kosten hebben betrekking op het programma in het algemeen: bijvoorbeeld de kosten voor het juridisch advies ingewonnen voor de opstelling van het ontwerpbesluit of voor de goedkeuring van het ontwerp door de Europese Commissie. Dit zijn de zogenaamde globale kosten, die over alle exploitanten verdeeld worden overeenkomstig artikel 42. Lid 3 heeft tot doel te vermijden dat exploitanten die later bij het waarborgprogramma zouden aansluiten niet zouden moeten bijdragen tot de aanvankelijke globale kosten en zo een ongerechtvaardigd concurrentievoordeel zouden krijgen. Het nieuwe lid moet een toetredingsprovisie betalen die overeenstemt met het aandeel in de aanvankelijke globale kosten dat hij zou moeten betalen hebben als hij van bij het begin had deelgenomen aan het programma. Deze toetredingsprovisie is definitief door de Staat verworven en wordt niet herverdeeld onder de eerste generatie exploitanten. Art. 43 Andere kosten kunnen enkel betrekking hebben op een bepaalde exploitant, bijvoorbeeld de kosten voor het beheer van een schadegeval. Dit zijn de zogenaamde specifieke kosten, die aan de exploitant doorgerekend worden overeenkomstig artikel 43. Art. 44 Artikel 44 kent aan de minister of diens afgevaardigde de bevoegdheid toe om te beslissen welke van de gemaakte kosten van globale en welke van specifiek aard zijn. Art. 45 Artikel 45 verduidelijkt dat het waarborgprogramma opgericht wordt voor een onbepaalde duur, dit wil zeggen dat er momenteel geen einddatum bepaald wordt. Dit programma heeft echter niet de intentie eeuwigdurend te zijn. Aangezien de staatswaarborg subsidiair is ten opzichte van de markt, is het de bedoeling een einde te maken aan het programma van zodra de verzekeringsmarkt voldoende ontwikkeld is en de verzekeringsdeficits die de Staat moet waarborgen verdwenen zijn. Het spreekt voor zich dat, ingevolge artikel 4, § 2, lid 3, en uit artikel 6, § 2, lid 3, van het ontwerpbesluit, de staatswaarborg definitief verworven blijft voor de slachtoffers van kernongevallen die zich zouden hebben voorgedaan tijdens de geldigheidsduur van de staatswaarborg, zelfs al duikt de schade pas op of wordt de vergoeding ervan pas gevorderd na het beëindigen van het programma. Art. 46 De beslissing om het waarborgprogramma te beëindigen houdt de opheffing in van het besluit waarvan het ontwerp aan U wordt voorgelegd en kan enkel gebeuren door middel van een nieuw besluit, dat U te gepasten tijde ter goedkeuring zal worden voorgelegd. Voor de rechtszekerheid van de exploitanten is het wenselijk dat deze kunnen rekenen op een voldoende lange vooropzeg voor het waarborgprogramma afloopt. Daarom verplicht artikel 46 de minister ertoe de exploitanten minstens zes maand op voorhand in te lichten. Gelet op het feit dat de op de markt beschikbare verzekeringspolissen meestal onderhandeld worden voor periodes van een jaar, overeenkomend met een kalenderjaar, is een vooropzeg nodig van minstens zes maand voor de datum van de inwerkingtreding van de nieuwe verzekeringspolissen, dit wil zeggen dat de vooropzeg ten laatste moet gebeuren op 30 juni van het jaar voorafgaand aan het jaar aan het begin of in de loop waarvan het waarborgprogramma zal stopgezet worden. In de veronderstelling dat het koninklijk besluit dat het waarborgprogramma moet stopzetten nog niet is goedgekeurd op de eerstkomende 30ste juni, is het aan de minister om, onder zijn politieke verantwoordelijkheid, te beoordelen of het reeds gepast is de vereiste vooropzeg te betekenen aan de exploitanten, onder voorbehoud van de latere goedkeuring van het verwachte koninklijk besluit. De vooropzeg heeft tot doel de exploitanten in te lichten over de situatie terwijl ze onderhandelen over de hernieuwing van hun verzekeringspolissen voor het komende jaar. Het maakt voor de verwezenlijking van deze doelstelling geen verschil of de vooropzeg gegeven wordt voor of na de goedkeuring van het koninklijk besluit tot opheffing. Art. 47 Artikel 47 voorziet in een gelijkaardig mechanisme als dat van artikel 46, voor als de modaliteiten van het waarborgprogramma gewijzigd moeten worden in plaats van het volledig stop te zetten. Dit zou typisch toegepast kunnen worden als het op een bepaald moment nodig zou blijken, rekening houdend met de relatieve evolutie van de prijzen op de verzekeringsmarkt in de verschillende segmenten, om de provisietabel te wijzigen. Een exploitant die niet akkoord zou gaan met de opgelegde wijzigingen kan ervoor kiezen uit het programma te stappen. Dit wordt vooropgesteld in lid 2 van artikel 47. Art. 48 Artikel 48 behandelt een andere mogelijke situatie, met betrekking tot de uitsluiting van een welbepaalde exploitant, eerder dan de stopzetting of de wijziging van het gehele waarborgprogramma. Een dergelijke uitsluiting valt onder de bevoegdheid van de minister en vereist geen interventie van Uwentwege, in tegenstelling tot bij de hypothesen vermeld in de twee voorgaande artikels. Art. 49 Dit artikel laat een exploitant toe op eigen initiatief uit het programma te stappen. Art. 50 De informatie die op basis van dit artikel aan de minister van Economie gegeven dient te worden, heeft tot doel deze in staat te stellen de verantwoordelijkheden uit te oefenen die hem werden toevertrouwd door artikel 8, lid 2 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Art. 51 De exploitant blijft in elk geval in de toekomst gebonden door bepaalde verplichtingen die logischerwijs van toepassing moeten blijven, ongeacht de reden waarom het waarborgprogramma voor hem werd stopgezet (stopzetting van het programma in zijn geheel, niet-aanvaarding van de wijzigingen aan het programma door de exploitant, uitsluiting of verzaking). Dit wordt verduidelijkt in artikel 51. De Staat blijft inderdaad gehouden borg te staan voor de gevolgen van kernongevallen die zich voordoen voor het einde van het programma en dit maakt het behoud van bepaalde hiermee verband houdende verplichtingen van de exploitant noodzakelijk: terugbetaling van de bedragen die de Staat uitbetaald zou hebben uit hoofde van de waarborg, beheer van schadegevallen, bijdrage in de kosten, betaling van de provisie post-ongeval, etc. Art. 52 Artikel 52 verduidelijkt dat, als het ontwerpbesluit aan de minister of diens afgevaardigde de bevoegdheid geeft om bepaalde elementen nodig voor de toepassing van het waarborgprogramma vast te leggen (bijvoorbeeld het onredelijk karakter van bepaalde door de markt voorgestelde premies of het bedrag van het PML), hun beslissingen hieromtrent bindend zijn voor de exploitant, behoudens bij kennelijke vergissing. Dit zou evident geweest zijn als het waarborgprogramma binnen een louter regelgevende context werkte, maar aangezien het contractueel aspect van de waarborg hier domineert, is het nuttig dit te herhalen. Binnen het contractueel aspect gaat het hier om een vorm van partijbeslissing, dit wil zeggen de bepaling van het voorwerp van de verplichting door een partij. Art. 53 Dit artikel wil blokkeringen te wijten aan de eventuele onverschilligheid van bepaalde exploitanten vermijden. Art. 54 Dit artikel betreft de aan de Staat verschuldigde verwijlinteresten. Art. 55 De wet van 7 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/2016 pub. 14/12/2016 numac 2016011496 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie type wet prom. 07/12/2016 pub. 06/07/2017 numac 2017012930 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Duitse vertaling sluiten tot wijziging van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie wil de inwerkingtreding van de bepalingen van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten die het Protocol van 12 februari 2004 ten uitvoer brengen afstemmen op de inwerkingtreding van het Protocol zelf. Het is aangewezen de inwerkingtreding van het ontwerpbesluit, waarvan de bestaansreden voortvloeit uit deze bepalingen, op dezelfde manier op een lijn te brengen. Dit wordt vooropgesteld in lid 2 van artikel 55. De exploitanten en de Staat moeten echter wel de kans krijgen vanaf nu de invoering van het waarborgprogramma voor te bereiden. Lid 1 van artikel 55 biedt hen dan ook de mogelijkheid om de hiertoe noodzakelijk toetredingsaktes reeds te sluiten, met dien verstande dat voor de inwerkingtreding van deze toetredingsaktes in een opschortende termijn voorzien moet worden, tot de inwerkingtreding van heel het ontwerpbesluit. Art. 56 Dit artikel vereist geen commentaar. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT ADVIES 62.228/1 VAN 6 NOVEMBER 2017 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT "TOT OPSTELLING VAN EEN WAARBORGPROGRAMMA VOOR DE WETTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID OP HET GEBIED VAN DE KERNENERGIE" Op 4 oktober 2017 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "tot opstelling van een waarborgprogramma voor de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie". Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 26 oktober 2017. De kamer was samengesteld uit Marnix Van Damme, kamervoorzitter, Wilfried Van Vaerenbergh en Chantal Bamps, staatsraden, Johan Put, assessor, en Greet Verberckmoes, griffier. Het verslag is uitgebracht door Tim Corthaut, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix Van Damme, kamervoorzitter. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 6 november 2017. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe de voorwaarden te bepalen waaronder kernexploitanten, inclusief vervoerders, een beroep kunnen doen op het waarborgprogramma voor de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van kernenergie, zoals bedoeld in artikel 10/1 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten "betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie". Het gaat om een subsidiaire waarborgregeling, tegen betaling van vergoedingen die de gewone marktprijs te boven gaan, waarbij de kernexploitanten de segmenten van hun aansprakelijkheid onder de voornoemde wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, die ze niet kunnen afdekken, aan redelijke voorwaarden op de verzekeringsmarkt kunnen laten waarborgen door de Staat, die echter achteraf de eventueel aan de slachtoffers van een kernongeval uitgekeerde bedragen van de kernexploitant kan terugvorderen. Het ontwerp komt derhalve in de eerste plaats neer op een waarborgregeling en niet op het regelen van een verzekeringsovereenkomst. Het merendeel van de bepalingen van het ontwerp treedt in werking op dezelfde datum als artikel 2, b), van de wet van 7 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/2016 pub. 14/12/2016 numac 2016011496 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie type wet prom. 07/12/2016 pub. 06/07/2017 numac 2017012930 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Duitse vertaling sluiten `tot wijziging van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie'. Overeenkomstig artikel 7 van die wet zou dat op 1 januari 2018 moeten gebeuren, maar bij de Raad van State, afdeling Wetgeving, is advies uitgebracht over een ontwerp van koninklijk besluit dat die datum uitstelt tot 1 januari 2019, omdat de inwerkingtreding van het Protocol van 12 februari 2004
- In het eerste lid van de aanhef van het ontwerp wordt, bij wijze van rechtsgrond, verwezen naar de artikelen 10/1 en 22 van de voornoemde wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. 3.
- Artikel 10/1, § 1, derde lid, van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten bevat een bevoegdheidsdelegatie aan de Koning om bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de termen en voorwaarden vast te stellen voor het toekennen van de waarborg. Artikel 10/1, § 2, van dezelfde wet, bevat bovendien de delegatie voor het bepalen van de vergoeding. Samen lijken die bepalingen zowel betrekking te kunnen hebben op de procedurele en materiële voorwaarden voor de toekenning van de waarborg, als op de gevallen en de wijze waarop er een beroep op kan worden gedaan. Sommige bepalingen van het ontwerp, zoals die betreffende de verplichtingen inzake verzekeringsbeheer (hoofdstuk 8), hebben slechts incidenteel een band met de termen en voorwaarden van de waarborg. De gemachtigde verstrekte in dit verband evenwel de volgende toelichting: "Les "termes et conditions" de la garantie d'Etat ont été établis de manière telle que l'intervention de l'Etat reste subsidiaire par rapport au marché de l'assurance. Ceci impose de fixer certaines règles relatives aux assurances qui doivent être souscrites par l'exploitant et à la gestion de ces assurances. Les dispositions du chapitre 8 du projet rentrent dès lors bien dans la sphère des `termes et conditions' de la garantie et dans les limites de l'habilitation". Rekening houdend met de aangehaalde toelichting kan worden aangenomen dat ook de desbetreffende bepalingen van het ontwerp kunnen worden ingepast in de rechtsgrond biedende bepaling van artikel 10/1 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. 3.
- Artikel 22 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten vormt geen rechtsgrond voor het ontwerp. Het artikel bevat immers geen delegatie aan de Koning en regelt bovendien net de situatie waarin de Staat de onverzekerde kernschade die niet is vergoed door middel van een verzekering of andere financiële zekerheid vergoedt tot het bedrag van de aansprakelijkheid van de kernexploitant. De voorliggende waarborg geldt volgens artikel 5 van het ontwerp echter net als "andere financiële zekerheid"
- Naast andere adviesorganen bracht de Commissie voor Verzekeringen op 15 juni 2017 advies uit over de ontworpen regeling. In dat advies worden diverse vragen opgeworpen en bezwaren geformuleerd. De gemachtigde verwijst in dit verband naar de antwoorden en verduidelijkingen die hij eerder, in reactie op het advies van de Commissie voor Verzekeringen, meedeelde aan de Inspectie van Financiën. De Raad van State, afdeling Wetgeving, heeft van de door de gemachtigde verstrekte antwoorden en verduidelijkingen kennis genomen en suggereert om deze, waar nuttig, in de commentaar die in het verslag aan de Koning bij de onderscheiden artikelen van het ontwerp wordt gegeven, te integreren. Op die wijze kunnen dan tevens onduidelijkheden worden uitgeklaard die in het advies van de Commissie voor Verzekeringen werden aan het licht gebracht. Bepaalde onduidelijkheden nopen de stellers van het ontwerp volgens de Raad van State, afdeling Wetgeving, evenwel tot een aanpassing van de tekst ervan. Dit is het geval voor de bepalingen vermeld sub 4.2 tot 4.
- 4.
- In artikel 22 van het ontwerp wordt niet met zoveel woorden het geval beoogd van een tekort in de quota share, hoewel het duidelijk de bedoeling is dat ook in dat geval de factor 1,15 wordt toegepast. Er zou kunnen worden opgemerkt dat aangezien de totale aansprakelijkheid van de exploitant in elk geval begrensd is tot 1 200 000 000 euro, elke quota share loss, uiteindelijk ook een vorm van excess loss met zich meebrengt. Niettemin wordt die situatie ter wille van de duidelijkheid het best ook in de tekst van artikel 22 van het ontwerp zelf geëxpliciteerd. 4.
- Het gebruik der tijden bij de redactie van artikel 29 van het ontwerp is verwarrend en wekt de indruk dat iets tezelfdertijd verzekerd en niet verzekerd is. Bijgevolg wordt voor artikel 29, 2°, van het ontwerp, de volgende redactie ter overweging gegeven: "2° voor zover dat het PML met betrekking tot dit kernongeval op het moment van het kernongeval gedekt was door verzekeringen en deze verzekeringen na het kernongeval niet of niet volledig hernieuwd werden, wordt het PML aangerekend op het bedrag van de verzekeringsdekking van de exploitant, om het verzekeringsdeficit en de waarborgprovisie te berekenen". 4.
- De onafhankelijkheidseisen voor de marktdeskundige zouden in artikel 31 van het ontwerp moeten worden ingeschreven.
- Er werd sub 2 reeds op gewezen dat het ontworpen koninklijk besluit in de eerste plaats een waarborgregeling bevat.Indien desondanks ervoor wordt geopteerd om verzekeringsrechtelijke termen te gebruiken, dient dit op een consequente wijze te gebeuren d.w.z. dat moet worden vermeden om verzekeringstermen te gebruiken en daaraan in sommige bepalingen van het ontwerp een specifieke verzekeringsrechtelijke betekenis te hechten en in andere bepalingen een andere betekenis. Een consequente terminologische keuze dringt zich trouwens op in zowel de Nederlandse als de Franse tekst van het ontwerp
- Men paste de redactie van het lid van de aanhef waarin wordt verwezen naar het advies van de Raad van State aan als volgt: "Gelet op advies 62.228/1 van de Raad van State, gegeven op 6 november 2017, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;". Artikel 2
- In artikel 2, § 1, 21°, van het ontwerp, wordt het begrip "meerderheid van de exploitanten" omschreven als "een of meerdere exploitanten die meer dan 50% van de totale aan de Staat verschuldigde waarborgprovisies vertegenwoordigen voor de laatste jaarperiode waarvoor de waarborgprovisies werden berekend, ook al was dit ten voorlopige titel". Deze omschrijving lijkt de mogelijkheid in zich te sluiten dat de "meerderheid van de exploitanten" wordt uitgemaakt door slechts één enkele exploitant, zijnde in de praktijk de exploitant van de kerncentrales van Doel en Tihange. Dergelijke mogelijkheid wordt door de gemachtigde erkend en als volgt toegelicht: "C'est exact, il peut arriver qu'Electrabel constitue à elle seule la `majorité des exploitants'. C'est la raison pour laquelle le projet n'accorde un rôle à une telle majorité que dans des circonstances limitées et spécifiques, concernant essentiellement les paramètres de calcul de la commission (le critère de détermination de cette majorité étant précisément basé sur la part de chaque exploitant dans le total des commissions). En particulier, une telle majorité n'a aucun rôle quant à la détermination de la commission due par les transporteurs en vertu de l'article 39 du projet ; il n'est donc pas nécessaire ni même utile que la majorité soit représentative des transporteurs". De door de gemachtigde verstrekte toelichting ten spijt blijft de vraag of er zich geen gevallen kunnen voordoen waarbij de omschrijving van het begrip "meerderheid van de exploitanten", in artikel 2, § 1, 21°, van het ontwerp, tot gevolg kan hebben dat kleinere exploitanten van kerncentrales geconfronteerd worden met voor hen nadelige beslissingen waarop zij geen invloed kunnen uitoefenen en waartegen voor hen geen voldoende rechtsmiddelen openstaan. Zo is er het geval van de vaststelling van de door de minister voorgestelde nieuwe marktindex die definitief wordt als de meerderheid van de exploitanten ermee instemt (artikel 23, derde lid, van het ontwerp). Waar de dominante kernexploitant zijn instemming kan onthouden en zo de tussenkomst van de marktdeskundige en verdere onderhandelingen kan afdwingen
- a)van het Verdrag van Parijs;7° verzekering : een verzekering of een andere financiële zekerheid zoals bedoeld in artikel 10(
- a)van het Verdrag van Parijs;8° aansprakelijkheidsplafond : het maximaal bedrag waarvoor de betreffende exploitant aansprakelijk gesteld kan worden bij een kernongeval, bepaald door of krachtens artikel 7 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;9° vermoedelijk maximaal verlies of PML (Probable Maximum Loss) : de vermoedelijke maximumwaarde van de kernschade veroorzaakt door een kernongeval waarvoor de exploitant aansprakelijk zou kunnen zijn overeenkomstig de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, deze waarde wordt vastgesteld en vervolgens aangepast overeenkomstig artikel 15;10° aansprakelijkheidsrisico : alle risico's waarvoor de exploitant overeenkomst de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten aansprakelijk gesteld kan worden;11° segment : een subgeheel van het aansprakelijkheidsrisico, omschreven op basis van een soort gevaar of schade, maar niet op basis van een dekkingsgraad;12° markt : de private verzekeringsmarkt die dekking biedt voor het volledige of voor een deel van het aansprakelijkheidsrisico;13° jaarperiode : een kalenderjaar en, voor de eerste keer, het jaar van de inwerkingtreding van de bepalingen van dit besluit, vermeld in artikel 56, lid 2;14° marktstudie : het proces van de diepgaande studie van de markt en van het actief aanvragen van verzekeringsoffertes bedoeld in artikel 19, § 1;15° verslag van tekortkoming : het als dusdanig omschreven verslag in artikel 20, lid 2;16° verzekeringsdeficit : het verschil, voor een exploitant en een segment op een gegeven ogenblik, tussen het door de verzekering van de exploitant gedekte bedrag voor het betreffende segment en het toepasselijke aansprakelijkheidsplafond;17° waarborgprovisie : de krachtens hoofdstuk 6 of van artikel 40 verschuldigde provisiecommissie;18° waarborgprovisietarief : voor een bepaald segment en onverminderd artikels 23, 25 en 28,
- a)als het segment voorkomt in de provisietabel, het jaarlijks percentage vermeld in de tabel met betrekking tot dit segment voor het betreffende soort kerninstallatie, of
- b)indien het niet voorkomt in de tabel, het jaarlijks percentage vastgelegd overeenkomstig artikel 26, in beide gevallen rekening houdend met de indexeringen uitgevoerd overeenkomstig artikel 24, en in beide gevallen onder voorbehoud van het geval waarin het desbetreffende segment bij de exploitant in kwestie het voorwerp uitmaakt van een verzekeringsdekking voor een deel van het toepasselijke aansprakelijkheidsplafond en het waarborgprovisietarief vastgelegd overeenkomstig de voorgaande elementen van deze definitie minder bedraagt dan 107,5% van de kostprijs van de verzekering die dit segment gedeeltelijk dekt (de evaluatiemethodologie voor deze kostprijs is degene vermeld in artikel 26, en deze kostprijs wordt uitgedrukt als een percentage van de gedekte bedragen), in welk geval het voor deze exploitant toepasselijke waarborgprovisietarief voor dit segment gelijk zal zijn aan 115% van deze kostprijs;19° marktindex : voor het jaar 2017 100, en nadien de index zoals vastgelegd overeenkomstig artikel 24, met dien verstande dat deze index nooit minder dan 100 mag bedragen;20° provisietabel : de tabel in bijlage 1;21° meerderheid van de exploitanten : een of meerdere exploitanten die de gewone meerderheid van de exploitanten en meer dan 50% van de totale aan de Staat verschuldigde waarborgprovisies vertegenwoordigen voor de laatste jaarperiode waarvoor de waarborgprovisies werden berekend, ook al was dit ten voorlopige titel;22° marktdeskundige : de overeenkomstig artikel 32 aangestelde deskundige;23° richtlijnen voor de marktexpertise : de richtlijnen in bijlage 2;24° bijkomend segment : een in artikel 26 als dusdanig omschreven segment;25° sekwesterfondsen : contanten of effecten van de staatsschuld die de exploitant heeft gedeponeerd bij een financiële instelling, die voor dit doel goedgekeurd werd door de minister of diens afgevaardigde, op vraag van de exploitant, volgens modaliteiten die :
- a)door de minister of diens afgevaardigde naar vorm en inhoud bevredigend werden verklaard,
- b)in een zekerheids- of afscheidingsmechanisme voorzien, zodat de fondsen buiten het bereik van de schuldeisers van de exploitant zijn, tenzij het gaat om begunstigden van de onder
- c)bedoelde vergoedingen, en
- c)voorzien dat de fondsen enkel mogen dienen voor de vergoeding van de kernschade veroorzaakt door het kernongeval naar aanleiding waarvan ze werden gedeponeerd, en enkel kunnen worden teruggegeven aan de exploitant als en in de mate dat het saldo van de sekwesterfondsen hoger is dan het gedeelte van het PML voor dit kernongeval dat niet volledig gedekt is door verzekeringen en nog geen aanleiding heeft gegeven tot het uitbetalen van schadevergoedingen;26° provisietarief post-ongeval : het jaarlijks percentage vermeld in de tabel van bijlage 3, naast de langetermijnrating die één of meerdere ratingbureaus, waarvan de lijst door de Minister wordt opgesteld, op het ogenblik in kwestie aan de exploitant hebben toegekend, met dien verstande dat :
- a)als meerdere bureaus verschillende ratings toekennen aan de exploitant, het provisietarief post-ongeval gelijk is aan het gemiddelde van de tarieven die voortvloeien uit deze verschillende ratings,
- b)de minister kan ten allen tijde, als de evolutie van de markt of de regelgeving dit rechtvaardigt, één of meerdere bureaus toevoegen aan of schrappen uit de lijst en, wanneer een bureau wordt toegevoegd, bepaalt hij indien nodig de ratingniveaus die overeenkomen met deze in de tabel, en
- c)als geen van de bureaus vermeld in de door de Minister opgestelde lijst op het ogenblik in kwestie een langetermijnrating aan de exploitant heeft toegekend, is het provisietarief post-ongeval gelijk aan 7,5 % per jaar.De minister of diens afgevaardigde kan echter, op vraag van de exploitant, instemmen met het gebruik van een alternatieve bepaling van de kredietwaardigheid van deze laatste, afkomstig van een onafhankelijke derde, in plaats van de ratings vermeld in de tabel. Deze toestemming kan gepaard gaan met voorwaarden en kan te allen tijde ingetrokken worden; 27° kosten : alle kosten betreffende het waarborgprogramma die de Staat in de loop der tijd maakt, evenals de hierop verschuldigde btw, ongeacht of deze gemaakt worden naar aanleiding van de invoering van het waarborgprogramma, het beheer ervan, de toetreding van een exploitant, het bepalen van de waarborgprovisie, de analyse van ongevallen, het beheer van schadegevallen, de uitbetaling van schadevergoedingen of andere, inclusief met name de erelonen en kosten van raadsmannen (juridisch, financieel, uit het verzekeringswezen of andere), schadegevallenbeheerders (claim handlers), deskundigen (loss adjusters of andere) en de marktdeskundige;de minister of zijn afgevaardigde kan de kost van de werktijd van de ambtenaren of andere aangestelden van de Staat in de kosten opnemen, op basis van de dag- of uurlonen die hij bepaalt, evenals een redelijke evaluatie van de kostprijs van het gebruik van andere middelen van de Staat; 28° specifieke kosten : kosten die specifiek betrekking hebben op een exploitant of op een beperkt aantal geïdentificeerde exploitanten;29° globale kosten : kosten andere dan de specifieke kosten;30° de minister : de minister van Financiën. § 2. Voor de toepassing van dit besluit hebben de termen "Verdrag van Parijs", "kernongeval", "kernschade" en "nucleaire stoffen" de betekenis vastgelegd in artikel 1 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Overeenkomstig artikel 3(
- a)en onder voorbehoud van artikel 4 van het Verdrag van Parijs, wordt een kernongeval beschouwd als "afkomstig" uit een kerninstallatie als het zich heeft voorgedaan in deze kerninstallatie of als het nucleaire stoffen betreft die van deze installatie afkomstig zijn. HOOFDSTUK 2. - Toekenning en reikwijdte van de waarborg Art. 3.De exploitant van een kerninstallatie gelegen op het Belgisch grondgebied of de vervoerder van nucleaire stoffen bedoeld in artikel 39, onderworpen aan de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, die wenst te genieten van het waarborgprogramma, dient met dit doel een aanvraag in bij de minister van Economie. Deze aanvraag bevat de verklaring van de exploitant dat de markt niet de verzekeringen aanbiedt die vereist zijn om zijn volledige aansprakelijkheidsrisico te dekken. De minister van Economie bepaalt of de aanvraag ontvankelijk is en, indien ja, maakt deze over aan de minister van Financiën. De minister van Financiën biedt de aanvrager de mogelijkheid een akte van toetreding tot het waarborgprogramma te sluiten met de Staat. Deze akte specificeert de betreffende kerninstallatie en de andere relevante gegevens met betrekking tot de aanvrager. Indien nodig bevat ze de bijzondere bepalingen die de minister gepast acht. De minister kan het sluiten van deze akte ondergeschikt maken aan het voorafgaandelijk nakomen van alle of een deel van de in hoofdstuk 5 vooropgestelde verplichtingen door de aanvrager of aan de betaling van een vergoedende provisie tot dekking van de periode voorafgaand aan de toetreding van de aanvrager tot het waarborgprogramma gedurende welke de aanvrager niet over de vereiste verzekeringsdekkingen beschikte. Het sluiten van de toetredingsakte doet tussen de Staat en de exploitant de rechten en plichten ontstaan die in dit besluit worden bepaald. Art. 4.§ 1. De Staat waarborgt de betaling van vorderingen tot schadevergoeding voor kernschade, veroorzaakt door een kernongeval afkomstig van de kerninstallatie die erkend werden als zijnde ten laste van de exploitant, voor zover de verzekeringen niet beschikbaar of ontoereikend zijn om deze vorderingen te dekken, tot het bedrag van het aansprakelijkheidsplafond. § 2. Deze waarborg wordt toegekend in uitvoering van artikel 10(
- c)van het Verdrag van Parijs en artikels 10/1 en 22 van de wet van 22 juli 1985. Het waarborgprogramma houdt voor de Staat geen enkele verplichting in die verder gaat dan deze bepalingen. Het waarborgprogramma houdt voor de Staat geen enkele verplichting in met betrekking tot kernschade geleden buiten het grondgebied, maritieme zones, schepen of luchtvaartuigen, vastgelegd door of krachtens artikel 2 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Het waarborgprogramma houdt voor de Staat geen enkele verplichting in met betrekking tot kernongevallen die zich voordeden voor het waarborgprogramma van kracht werd of nadat het beëindigd werd voor de exploitant in kwestie. Het waarborgprogramma houdt voor de Staat geen enkele verplichting in met betrekking tot kernongevallen die geen aanleiding zouden geven tot schadevergoeding ten laste van de exploitant omwille van elke maatregel tot billijke verdeling van hiertoe bestemde fondsen, genomen in toepassing van artikel 20, lid 2 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, of omwille van elke andere maatregel tot vergoeding van de kosten, voortvloeiend uit de preventieve of herstelmaatregelen van het milieu, genomen in toepassing van artikel 21/1 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Art. 5.Het waarborgprogramma en de toetredingsakte vormen geen verzekeringscontract maar een waarborgcontract tussen de Staat en de betrokken exploitant. Ze vestigen een "andere financiële zekerheid" in de zin van het Verdrag van Parijs en van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Art. 6.De staatswaarborg wordt uitsluitend toegekend ten gunste van slachtoffers die kernschade hebben geleden die veroorzaakt werd door een kernongeval afkomstig van de kerninstallatie in kwestie. De Staat heeft geen enkele verplichting tot enige uitbetaling, ongeacht of het gaat om een regresvordering of een subrogatoire of andere vordering, aan de exploitant, een verzekeraar of enige andere persoon dan de slachtoffers en hun erfgenamen, behalve indien er vorderingen tegen de Staat zouden bestaan krachtens artikel 6(
- d)van het Verdrag van Parijs of artikel 21, lid 3 van de wet van 22 juli 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/07/1985 pub. 14/08/2012 numac 2012000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Niemand krijgt recht op de staatswaarborg zolang er zich geen kernongeval heeft voorg