{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De entiteit die bevoegd is voor het beleidsveld Justitie en Handhaving is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor het register, vermeld in het eerste lid. Het register, vermeld in het eerste lid, wordt samengesteld door de gegevens van de Vlaamse inspectiediensten en de beboetingsinstanties samen te voegen. Die gegevens kunnen pas worden verwerkt nadat een gegevensbeschermingseffectbeoordeling als vermeld in artikel 35 van de algemene verordening gegevensbescherming, is uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het register, vermeld in het eerste lid, heeft de volgende doelstellingen: 1° het openbaar ministerie, het Handhavingscollege en de herstelinstanties toelaten om na te gaan of de beboetingsinstantie het bestuurlijk spoor heeft geopend;2° de uitvoering van de bestuurlijke sancties door de beboetingsinstanties verzekeren;3° de beboetingsinstanties, het openbaar ministerie en het Handhavingscollege in staat stellen om na te gaan of er al eerder sancties voor dezelfde feiten dan wel voor andere feiten, verbonden door eenheid van opzet met de te vervolgen of vervolgde feiten, zijn opgelegd;4° de frequentie en de omstandigheden inschatten waarmee en waarin de te vervolgen of vervolgde feiten zijn gepleegd;5° de legaliteit determineren van de toestand, veroorzaakt door de feiten die aanleiding gaven tot de in het bestuurlijk sanctieregister opgenomen vervolging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de sanctie bepaald in artikel 103 van dit decreet, kan het gebruik van de toegang tot het bestuurlijk sanctieregister voor andere doeleinden dan vermeld in het derde lid, ertoe leiden dat verdere toegang wordt ontzegd aan de betrokkenen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-78\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 78</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het bestuurlijk sanctieregister, vermeld in artikel 77, bevat de volgende persoonsgegevens, informatiegegevens en procedure-akten: 1° het rijksregisternummer, BIS-nummer, ondernemingsnummer of buitenlands btw-nummer van de natuurlijke personen en rechtspersonen die het voorwerp uitmaken van de bestuurlijke sanctie, en hun naam, voornamen, geboortedatum en -plaats, datum van overlijden, nationaliteit, verblijfplaats of maatschappelijke zetel;2° de omschrijving van de gepleegde feiten in tijd, ruimte en materialiteit;3° de beslissingen van de beboetingsinstanties, vermeld in artikel 38, § 2, eerste lid, 3° ;4° de voorstellen tot betaling van een geldsom die tijdig en integraal betaald zijn;5° de onmiddellijke inningen, vermeld in hoofdstuk 10, afdeling 2; 6° de definitieve bestuurlijke sancties of de definitieve beslissing om geen bestuurlijke sancties op te leggen die uitgesproken zijn naar aanleiding van de beslissingen, vermeld in punt 3° ;7° een toegang tot het bestuurlijk sanctiedossier dat verbonden is aan de beslissingen, vermeld in punt 3° tot en met 6° De Vlaamse Regering bepaalt welke persoonsgegevens, informatiegegevens en procedure-akten, verkregen of opgesteld op basis van Vlaamse regelgeving waarop dit decreet niet van toepassing is, overeenkomen met de in het eerste lid vermelde categorieën en raadpleegbaar worden via het sanctieregister. § 2. De gegevens, vermeld in paragraaf 1, worden na respectievelijk tien of zes jaar geschrapt uit het sanctieregister, al naargelang ze betrekking hebben op misdrijven of inbreuken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn, vermeld in het eerste lid, begint vanaf een van de volgende data: 1° de datum van de integrale en tijdige betaling, vermeld in paragraaf 1, 4°, of de onmiddellijke inning, vermeld in paragraaf 1, 5° ;2° de datum waarop de bestuurlijke sancties of de beslissing om geen bestuurlijke sancties op te leggen definitief zijn geworden;3° de datum van de beslissing, vermeld in paragraaf 1, 3°, als de gebeurtenissen, vermeld in punt 1° en 2°, zich niet hebben voorgedaan. Art. 79.§ 1. Voor de doelstellingen, vermeld in artikel 77, derde lid, hebben de beboetingsinstanties, het openbaar ministerie het Handhavingscollege en de herstelinstanties toegang tot het bestuurlijk sanctieregister, vermeld in artikel 77. § 2. De entiteit, vermeld in artikel 77 van dit decreet, kan aan universiteiten, hogescholen of erkende onderzoeksinstellingen tijdelijk toegang verlenen tot de strikt noodzakelijke gegevens voor wetenschappelijke doeleinden, conform artikel II.38 van het Bestuurs decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/2018 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2018 numac 2018032457 bron vlaamse overheid Bestuursdecreet sluiten. § 3. De natuurlijke personen en rechtspersonen, vermeld in artikel 78, § 1, 1°, hebben elektronisch of bij uittreksel toegang tot de gegevens die op hen betrekking hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De natuurlijke personen en rechtspersonen, vermeld in artikel 78, § 1, 1°, kunnen verzoeken om een uittreksel waarin uitsluitend gegevens zijn opgenomen over de definitief opgelegde bestuurlijke sancties, vermeld in artikel 78, § 1, 6°. § 4. De toegang, vermeld in paragraaf 1 en 2, vereist een voorafgaandelijk protocol als vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/10/2008 numac 2008036273 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer sluiten betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. Art. 80.De informatie uit het bestuurlijk sanctieregister, vermeld in artikel 77, en het digitaal klassement, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid, kan ook worden ingezet voor: 1° opdrachten van bestuurlijke of gerechtelijke politie;2° strafrechtelijke en bestuurlijke vervolgingen;3° het opleggen of doen opleggen van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen;4° de beoordeling of voldaan is aan de voorwaarden voor het toekennen of het behoud van vergunningen, machtigingen, toelatingen, premies, subsidies en andere rechten en voordelen die van overheidswege worden toegekend. De informatie, vermeld in het eerste lid, mag nooit gebruikt worden voor de permanente monitoring of de digitale observatie van een specifieke persoon, noch voor profilering als vermeld in artikel 4, 4), van de algemene verordening gegevensbescherming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dat noodzakelijk en evenredig is voor een van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, en onder de voorwaarden die ze bepaalt, kan de Vlaamse Regering, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, alle of een gedeelte van de persoonsgegevens en informatie toegankelijk maken voor de volgende openbare overheden: 1° het openbaar ministerie;2° de beboetingsinstanties;3° de gemeentelijke, provinciale of Vlaamse inspectiediensten die toezichthouders, agenten van bestuurlijke politie of agenten en officieren van gerechtelijke politie tewerkstellen;4° de burgemeesters;5° de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992;6° de bestuurlijke overheden, met inbegrip van de herstelinstanties, die bevoegd zijn om maatregelen tot preventie van misdrijven, inbreuken en normschendingen op te leggen of te vorderen, of om maatregelen voor de preventie en herstel van de schadelijke gevolgen van deze misdrijven, inbreuken en normschendingen op te leggen of te vorderen;7° de bestuurlijke overheden die bevoegd zijn om vergunningen, machtigingen, toelatingen, premies, subsidies en andere rechten en voordelen te verlenen. De toegang, vermeld in het derde lid, vereist een voorafgaandelijk protocol als vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/10/2008 numac 2008036273 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer sluiten betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de sanctie bepaald in artikel 103 van dit decreet, kan het gebruik van de toegang, vermeld in het derde lid, voor andere doeleinden dan vermeld in het vierde lid, ertoe leiden dat verdere toegang wordt ontzegd aan de betrokkenen. Afdeling 2. - Maatregelenregister</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 81</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De entiteit die bevoegd is voor het beleidsveld Justitie en Handhaving houdt een register bij over de gerechtelijke en de bestuurlijke publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen De entiteit, vermeld in het eerste lid, is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming voor het register, vermeld in het eerste lid. Het register, vermeld in het eerste lid, wordt samengesteld door de gegevens van de toezichthouders, de herstelinstanties en het openbaar ministerie samen te voegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen pas worden verwerkt nadat een gegevensbeschermingseffectbeoordeling als vermeld in artikel 35 van de algemene verordening gegevensbescherming, is uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het register, vermeld in het eerste lid, is bedoeld om de rechtbanken, het openbaar ministerie, de herstelinstanties, de beboetingsinstanties, de burgemeesters, de toezichthouders, de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992, de instrumenterende ambtenaren en de vastgoedmakelaars, belast met de overdracht van zakelijke rechten, en de openbare overheden die moeten oordelen over toelatingen, erkenningen en toelagen of andere vormen van steun, in te lichten over het bestaan en de stand van uitvoering van gerechtelijke en bestuurlijke publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen of daaraan voorafgaande formele beslissingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie uit het register wordt verstrekt: 1° om de in het vierde lid genoemde overheden toe te laten hun acties op het vlak van herstel en beveiliging op elkaar af te stemmen en de regels van samenloop, vermeld in artikel 59 van dit decreet, na te leven;2° om de uitvoering van de publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen te faciliteren;3° om na te gaan of voldaan is aan de voorwaarden voor het toekennen of het behoud van toelatingen, vergunningen, erkenningen, premies en toelagen;4° om de partijen bij de overdracht van zakelijke rechten in te lichten over het bestaan van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen of daaraan voorafgaande formele beslissingen met impact op het betrokken onroerend goed;5° om de legaliteit van de toestand te determineren, veroorzaakt door de feiten die aanleiding gaven tot de handelingen en beslissingen, vermeld in het maatregelenregister.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 82</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het maatregelenregister, vermeld in artikel 81, bevat de volgende persoonsgegevens, informatiegegevens en procedure-akten: 1° de beschrijving in tijd, ruimte en materialiteit van de te voorkomen of te herstellen publieke schade of misdrijven, inbreuken en normschendingen;2° de identificatiegegevens, vermeld in artikel 78, § 1, 1°, van de personen aan wie publieke herstelmaatregelen en beveiligingsmaatregelen zijn opgelegd;3° de identificatiegegevens, vermeld in artikel 78, § 1, 1°, van de personen, vermeld in hoofdstuk 10, afdeling 7;4° een digitale toegang tot de volgende bestuursdocumenten, als ze opgenomen zijn in het digitale klassement, vermeld in artikel 4, § 1, derde lid: a) de aanmaningen, vermeld in artikel 49;b) de publieke herstelvorderingen, vermeld in artikel 56;c) de kennisgevingen, vermeld in artikel 53 en 57, en het bijhorende hersteldossier;d) de bestuurlijke herstelbeslissingen, vermeld in artikel 52, en de administratieve beroepen en de beroepsbeslissingen, vermeld in artikel 98;e) de beveiligingsbeslissingen of opschriftstelling ervan, en de bekrachtigingsbeslissingen, vermeld in artikel 65 en 67;f) de uitvoerbare herstelschikkingen, vermeld in artikel 62;g) de gedinginleidende akten en de rechterlijke beslissingen over publieke herstelvorderingen, bestuurlijke herstel- en beveiligingsbeslissingen en herstelschikkingen;h) de gedinginleidende akten en de rechterlijke beslissingen, vermeld in artikel 85;i) de attesten, vermeld in artikel 72 en 85, § 3;j) de beslissingen tot opheffing of hervorming, vermeld in artikel 51 en 64;k) de beslissingen die zijn genomen naar aanleiding van het handhavings-verzoek, vermeld in artikel 96;l) de afzonderlijke akten, vermeld in artikel 85, § 4 en § 5;</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt welke persoonsgegevens, informatiegegevens en procedure-akten, verkregen of opgesteld op basis van Vlaamse regelgeving waarop dit decreet niet van toepassing is, overeenkomen met de in paragraaf 1 vermelde categorieën en raadpleegbaar worden via het maatregelenregister.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 83</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor de doeleinden, vermeld in artikel 81, vierde lid, hebben de instanties, vermeld in artikel 81, vierde lid, toegang tot het maatregelenregister, vermeld in artikel 81. § 2. De entiteit, vermeld in artikel 77 van dit decreet, kan aan universiteiten, hogescholen of erkende onderzoeksinstellingen tijdelijk toegang verlenen tot de strikt noodzakelijke gegevens voor wetenschappelijke doeleinden, conform artikel II.38 van het Bestuurs decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/2018 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2018 numac 2018032457 bron vlaamse overheid Bestuursdecreet sluiten. § 3. De natuurlijke personen en rechtspersonen, vermeld in artikel 82, eerste lid, 2° en 3°, hebben elektronisch of bij uittreksel toegang tot de gegevens die op hen betrekking hebben. § 4. De instrumenterende ambtenaar die belast is met de overdracht van een onroerend goed of de zakelijke rechten die daaraan verbonden zijn, raadpleegt het maatregelenregister, vermeld in artikel 81, elektronisch of bij uittreksel. De instrumenterende ambtenaar heeft alleen toegang tot de gegevens die gerelateerd zijn aan het onroerend goed dat moet worden overgedragen. De instrumenterende ambtenaar brengt de partijen voor het verlijden van de akte op de hoogte van de gegevens die een impact hebben op het over te dragen goed of de zakelijke rechten die daaraan verbonden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instrumenterende ambtenaar laat de persoonsgegevens weg bij die kennisgeving maar vermeldt ze in de akte. § 5. De vastgoedmakelaar die belast is met de overdracht van een onroerend goed of de zakelijke rechten die daaraan verbonden zijn, raadpleegt het maatregelenregister, vermeld in artikel 81, elektronisch of bij uittreksel. De toegang van de vastgoedmakelaar is beperkt tot volgende gegevens, in zoverre die gerelateerd zijn aan het onroerend goed dat moet worden overgedragen: 1° de gegevens, bedoeld in artikel 82, eerste lid, 1°, van dit decreet;2° de datum en het type van de bestuursdocumenten, vermeld artikel 82, eerste lid, 4°, van dit decreet, zonder toegang tot de bestuursdocumenten zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vastgoedmakelaar vermeldt bij het voeren van publiciteit en het opmaken van onderhandse overeenkomsten de gegevens die een impact hebben op het over te dragen goed of de zakelijke rechten die daaraan verbonden zijn, met weglating van eventuele persoonsgegevens. § 6. De toegang, vermeld in paragraaf 1 en 2, vereist een voorafgaandelijk protocol als vermeld in artikel 8 van het decreet van 18 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/10/2008 numac 2008036273 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer sluiten betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer. Voor de toegang, vermeld in paragraaf 4, en de toegang van vastgoedmakelaars, vermeld in paragraaf 5, volstaat een voorafgaandelijk protocol met respectievelijk de Federatie van Notarissen en het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de sanctie bepaald in artikel 103 van dit decreet, kan het gebruik van de toegang tot het maatregelenregister voor andere doeleinden dan vermeld in het eerste lid, ertoe leiden dat verdere toegang wordt ontzegd aan de betrokkenen. Afdeling 3. - Arrestendatabank</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 84</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De entiteit die bevoegd is voor het beleidsveld Justitie en Handhaving neemt alle rechtspraak over de handhaving van Vlaamse regelgeving, met inbegrip van de beslissingen die het met toepassing van paragraaf 2 heeft ontvangen, op in een elektronische databank, die via het internet vrij raadpleegbaar is. De entiteit die bevoegd is voor het beleidsveld Justitie en Handhaving is voor deze databank de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming De arrestendatabank biedt een inzicht in de rechterlijke beoordeling van concrete acties van toezicht, opsporing, vervolging, sanctionering, beveiliging en herstel op grond van Vlaamse regelgeving, zowel voor het verleden als het heden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissingen, vermeld in het eerste lid, kunnen persoonsgegevens bevatten met betrekking tot vervolgde personen, getuigen, magistraten, deskundigen, toezichthouders of andere vaststellers, beboetingsinstanties, herstelinstanties, houders van zakelijke rechten en burgerlijke of tussenkomende partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissingen, vermeld in het eerste lid, worden bekendgemaakt volgens de regels die van toepassing zijn op het rechtscollege dat ze heeft gewezen. Als de voormelde regels ontbreken, worden de beslissingen, vermeld in het eerste lid geanonimiseerd, tenzij hierdoor het doel, vermeld in het tweede lid, niet kan worden bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat laatste geval worden gepseudonimiseerde gegevens gebruikt, of, wanneer ook dit niet volstaat, niet-gepseudonimiseerde gegevens. § 2. De griffies van de hoven en rechtbanken bezorgen alle beslissingen op strafgebied die gegrond zijn op strafbaarstellingen in Vlaamse regelgeving aan de entiteit, vermeld in paragraaf 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De entiteit, vermeld in paragraaf 1, bezorgt de ontvangen beslissingen onmiddellijk aan de bevoegde administratie, die oordeelt of er burgerlijke of administratieve gevolgen aan moeten worden verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De entiteit, vermeld in paragraaf 1, houdt alleen de volgende gegevens bij over de ontvangen beslissingen: 1° de datum van ontvangst;2° het rolnummer;3° de datum van de beslissing;4° de naam van het rechtscollege;5° de datum waarop de eindbeslissing is bezorgd aan de bevoegde administratie. Afdeling 4. - Publiciteitsverplichtingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 85</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Dagvaardingen en andere gedinginleidende akten die als doel hebben om publieke herstelmaatregelen op te leggen met rechtstreekse impact op specifieke onroerende goederen of de zakelijke rechten die daaraan verbonden zijn, worden op straffe van onontvankelijkheid overgeschreven conform artikel 84 van de hypotheekwet van 16 december 1851 Als ze een rechtstreekse impact hebben op specifieke onroerende goederen of de zakelijke rechten die daaraan verbonden zijn, worden de volgende zaken overgeschreven binnen zestig dagen na hun dagtekening: 1° kennisgevingen als vermeld in artikel 53 en 57;2° herstelschikkingen. Van rechtstreekse impact als vermeld in het eerste en tweede lid, is sprake als de beoogde of opgelegde herstelmaatregelen: 1° verplichten om werkzaamheden uit te voeren die principieel door Vlaamse regelgeving aan een vergunning of toelating zijn onderworpen;2° verplichten om een activiteit te staken of te wijzigen die aan het onroerend goed verbonden is en principieel door Vlaamse regelgeving aan een vergunning of toelating is onderworpen. § 2. Elke bestuurlijke of gerechtelijke eindbeslissing die in de zaak gewezen is, wordt op de kant van de overschrijving, vermeld in paragraaf 1, ingeschreven. Als een overschrijving ontbreekt, wordt de eindbeslissing ingeschreven op de kant van de overschrijving van de titel van verkrijging. § 3. De bevoegde herstelinstantie levert, ambtshalve of op vraag van een belanghebbende of een instrumenterende ambtenaar, een attest van doorhaling af, wanneer de in een bestuurlijke of gerechtelijke eindbeslissing oplegde publieke herstelmaatregelen uitgevoerd, ingetrokken of niet langer uitvoerbaar zijn. Dat attest kan worden ingeschreven onder de kantmelding, vermeld in paragraaf 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het eerste lid wordt het attest van uitvoering, vermeld in artikel 72, gelijkgesteld met een attest van doorhaling. § 4. Zolang geen attest van doorhaling als vermeld in paragraaf 3, is ingeschreven onder de inschrijving van de bestuurlijke of gerechtelijke eindbeslissing, moet de instrumenterende ambtenaar naar aanleiding van een authentieke akte die strekt tot de overdracht van een zakelijk recht, in een afzonderlijke akte er melding van maken dat er definitieve publieke herstelmaatregelen rusten op het over te dragen goed of recht. De akte verleent de bevoegde herstelinstantie het recht om de publieke herstelmaatregelen in de plaats en op kosten van de nieuwe titularis uit te voeren, onverminderd de verplichtingen van de personen ten aanzien van wie die maatregelen zijn bevolen, en op voorwaarde dat de titel tegen die laatsten nog altijd uitvoerbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten die verbonden zijn aan de afzonderlijke akte, vermeld in het eerste lid, vallen altijd ten laste van de overdrager van het zakelijk recht. De instrumenterende ambtenaar stuurt een afschrift van die akte naar de bevoegde herstelinstantie, en is ertoe gehouden de grosse op verzoek van de bevoegde herstelinstantie af te leveren. § 5. De overschrijving, vermeld in paragraaf 1, is niet langer verplicht als het over te schrijven document al is opgenomen in het maatregelenregister, vermeld in artikel 81.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra een overschrijving als vermeld in paragraaf 1, heeft plaatsgevonden, blijven de navolgende kantmeldingen, vermeld in paragraaf 2 en 3, verplicht, ook al zijn de te kantmelden documenten opgenomen in het maatregelenregister, vermeld in artikel 81.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer, in toepassing van het eerste lid, het in het maatregelenregister opgenomen document niet wordt overgeschreven, blijft de instrumenterende ambtenaar verplicht de afzonderlijke akte, vermeld in paragraaf 4, te verlijden, zolang het attest van doorhaling, vermeld in paragraaf 3, niet is opgenomen in het maatregelenregister. HOOFDSTUK 1 0. - Aanvullende bepalingen Afdeling 1. - Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 86</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ook als Vlaamse regelgeving dit decreet van toepassing heeft gesteld conform artikel 3, zijn de artikelen van dit hoofdstuk alleen van toepassing wanneer de Vlaamse regelgeving dit uitdrukkelijk bepaalt, onder de voorwaarden die ze stelt. Afdeling 2. - Onmiddellijke inning, consignatie en inhouding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 87</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Bij de vaststelling van een misdrijf of een inbreuk kunnen de toezichthouders die daarvoor gemachtigd zijn door de Vlaamse Regering, ter plaatse overgaan tot onmiddellijke inning van een bestuurlijke geldboete ten aanzien van de personen, vermeld in artikel 27. De voormelde toezichthouders doen dat in overeenstemming met de algemene beleidslijnen, vermeld in hoofdstuk 8. § 2. De bestuurlijke geldboete is in het geval, vermeld in paragraaf 1, gelijk aan het minimumbedrag van de bestuurlijke geldboete die door de beboetingsinstantie voor de inbreuk of het misdrijf kan worden opgelegd De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden verdubbeld als de nieuwe inbreuk of het nieuwe misdrijf is gepleegd binnen een periode van drie jaar die volgt op de datum waarop aan de te beboeten persoon een definitieve bestuurlijke geldboete of een definitieve strafrechtelijke sanctie is opgelegd voor gelijksoortige inbreuken of misdrijven. § 3. De betaling van de bestuurlijke geldboete in het kader van een onmiddellijke inning doet de strafvordering vervallen en maakt een bestuurlijke vervolging onmogelijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 88</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Als noch de overtreder, noch de onderneming, vermeld in artikel 27, § 3, een woonplaats, vaste verblijfplaats of maatschappelijke zetel heeft in België en als ze niet instemmen met de onmiddellijke inning van de bestuurlijke geldboete, wordt het bedrag van de bestuurlijke geldboete verplicht in consignatie gegeven. § 2. Als de verplichte consignatie, vermeld in paragraaf 1, niet mogelijk is, kunnen zaken die gediend hebben of bestemd waren voor het plegen van het misdrijf of de inbreuk, er het voorwerp van hebben uitgemaakt of eruit voortkomen, op kosten en risico van de overtreder worden ingehouden tot het bedrag van de bestuurlijke geldboete in consignatie is gegeven en het bewijs geleverd wordt dat eventuele bewaringskosten voldaan zijn. § 3 De toezichthouder brengt de beboetingsinstantie en, in geval van misdrijven, het openbaar ministerie op de hoogte van de consignatie en inhouding. Het openbaar ministerie kan beslissen tot de omzetting van de consignatie en inhouding naar strafrechtelijk beslag, zolang de strafvordering nog niet is vervallen. § 4. Na de definitieve beslissing over de strafvordering of de bestuurlijke vervolging worden het geconsigneerde bedrag of de ingehouden zaken teruggegeven als het bewijs wordt geleverd dat aan alle geldelijke verplichtingen is voldaan ingevolge die definitieve beslissing, met inbegrip van eventuele bewaringskosten. Tot teruggave wordt ook overgegaan als binnen het jaar na de consignatie of de inhouding geen vervolging is ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid verrekent de beboetingsinstantie in haar beslissing over de bestuurlijke vervolging het geconsigneerde bedrag met de bedragen die ze oplegt, en beveelt ze de teruggave van een eventueel batig saldo. § 5. Als de bedragen die in de definitieve beslissing worden opgelegd, met inbegrip van eventuele bewaarkosten, niet worden betaald binnen de betalingstermijn die daarvoor bepaald is, kunnen de ingehouden zaken worden verkocht tot voldoening van de openstaande schuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverkoopbare zaken, met inbegrip van zaken waarvan de waarde de verwachte kosten van verkoop niet overstijgt, kunnen worden vernietigd op kosten van de overtreder. Afdeling 3. - Bestuurlijk beslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van de toezichthouder die een maatregel van bewaring als vermeld in artikel 17 heeft genomen, beslist de beboetingsinstantie over de omzetting ervan naar bestuurlijk beslag Tot omzetting als vermeld in het eerste lid wordt alleen beslist in een van de volgende gevallen: 1° als de verzekerde bewaring nog altijd noodzakelijk is voor het bewijs van een misdrijf of inbreuk met het oog op een bestuurlijke vervolging;2° als de in bewaring genomen voorwerpen, dragers van informatie en documenten het voorwerp kunnen uitmaken van de sanctie van verbeurdverklaring, vermeld in artikel 29, 1° en 2°, en het opleggen van die sanctie opportuun lijkt. De beslissing tot omzetting wordt met een beveiligde zending bezorgd aan de houder, vermeld in artikel 17. Art. 90.Als er ernstige en concrete aanwijzingen bestaan dat bestuurlijk te vervolgen personen uit het misdrijf of de inbreuk die ze hebben gepleegd of waaraan ze hebben deelgenomen, een vermogensvoordeel hebben verkregen, en het opleggen van een sanctie als vermeld in artikel 29, 3°, opportuun lijkt, kan de beboetingsin-stantie beslissen om bestuurlijk beslag te leggen op roerende en onroerende goederen die zich in het vermogen van de bestuurlijk te vervolgen persoon bevinden, ten belope van het brutovermogensvoordeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In haar beslissing, vermeld in het eerste lid, raamt de beboetingsinstantie het brutovermogensvoordeel en de waarde van de in beslag te nemen goederen, en geeft ze aan welke de ernstige en concrete aanwijzingen zijn die de inbeslagneming rechtvaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing tot bestuurlijk beslag op het brutovermogensvoordeel vormt een titel voor het leggen van bewarend beslag als vermeld in deel V, titel II, van het Gerechtelijk Wetboek en wordt samen met het beslagexploot betekend. Art. 91.De beboetingsinstantie bepaalt de termijn van het bestuurlijk beslag, die niet meer dan drie jaar mag bedragen. Die termijn kan worden verlengd met een nieuwe termijn van maximaal drie jaar. Als de voormelde termijn is verstreken, en behalve na tijdige verlenging, vervalt het beslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beslag vervalt van rechtswege in de gevallen, vermeld in artikel 35, of als geen bestuurlijke vervolging meer mogelijk is door het instellen van de strafvordering. Art. 92.Personen die van oordeel zijn dat hun rechten geschaad worden door het bestuurlijk beslag of de verlenging ervan, kunnen een beroep instellen bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding. Deel IV, boek II, titel VI, van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de inleiding en de behandeling van de vordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter controleert de wettelijkheid van het bestuurlijk beslag en de opportuniteit van de verlenging ervan en kan de volledige of gedeeltelijke opheffing van de maatregel bevelen, eventueel onder bepaalde voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vonnis dat uitgesproken is door de voorzitter, is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande ieder verhaal en zonder borgstelling, tenzij de rechter die heeft bevolen. Afdeling 4. - Probatievoorwaarden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 93</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan het uitstel, vermeld in artikel 34, § 1, of de opschorting, vermeld in artikel 34, § 2, kan met het akkoord of op verzoek van de vervolgde persoon de voorwaarde worden gekoppeld dat de overtreders zich binnen een bepaalde termijn in regel stellen, de voor het algemeen belang schadelijke gevolgen van het misdrijf of de inbreuk herstellen, en het bewijs daarvan verschaffen aan de beboetingsinstantie De beboetingsinstantie beslist in een nieuwe sanctieprocedure om het uitstel of de opschorting te herroepen als de voorwaarde die daaraan gekoppeld is, niet wordt nageleefd. Naar aanleiding van de herroeping van een verleende opschorting, spreekt zich zij ook uit over de bestuurlijke sanctionering van de feiten waarvoor de opschorting werd verleend. Afdeling 5. - Uitbreiding toepassingsgebied vereenvoudigde sanctieprocedure Art. 94.Onverminderd artikel 43, kunnen de inbreuken die daarvoor uitdrukkelijk zijn aangewezen door Vlaamse regelgeving, worden gesanctioneerd via de vereenvoudigde sanctieprocedure, als ze voldoen aan volgende cumulatieve voorwaarden: 1° de Vlaamse regelgeving bepaalt de bestuurlijke geldboete op forfaitaire basis;2° de materialiteit van de feiten, de toerekenbaarheid ervan aan de overtreder en de grondslag voor het berekenen van het forfait zijn eenvoudig vast te stellen. Afdeling 6. - Financiële handhaving</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-95\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 95</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met behoud van artikel 61, eerste lid, 4°, kan de persoon die conform artikel 47 gehouden is tot het herstel van publieke schade, behoudens andersluidende bepalingen geen aanspraak maken op premies, subsidies en andere vormen van steun als die gericht zijn op het herstel van die schade De overheid kan bedragen die ze heeft uitgekeerd in de vorm van premies, subsidies en andere vormen van steun om publieke schade te herstellen, terugvorderen van overtreders die conform artikel 47 tot dat herstel verplicht zijn, behoudens andersluidende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan hiervoor nadere regels bepalen. Afdeling 7. - Handhavingsverzoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 96</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Derden die rechtstreeks in hun belangen geschaad worden door een misdrijf, inbreuk of normschending, kunnen de bevoegde herstelinstantie verzoeken om publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen te nemen of te doen opleggen Het verzoek, vermeld in het eerste lid, is alleen ontvankelijk als aan al de volgende voorwaarden is voldaan: 1° in het verzoek wordt aannemelijk gemaakt dat een misdrijf, inbreuk of normschending is gepleegd, met rechtstreekse schade voor de verzoeker tot gevolg;2° in het verzoek wordt aannemelijk gemaakt dat het opleggen van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen een einde zou kunnen stellen aan de schade, vermeld in punt 1°, of die zou kunnen inperken;3° in het verzoek wordt een overzicht gegeven van alle eerdere verzoeken die de verzoeker heeft gericht tot herstelinstanties over dezelfde schade;4° het verzoek is niet strijdig met bestaande rechterlijke uitspraken of bestuurlijke beslissingen met publieke herstel- of beveiligingsmaatregelen in de zin van dit decreet als voorwerp, zelfs al zijn ze nog niet definitief. Het verzoek, vermeld in het eerste lid, kan ook worden ingesteld door een overheid of een rechtspersoon die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 1 van de wet van 12 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/01/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000212 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. - Duitse vertaling sluiten betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu. In dat geval geldt de vereiste van rechtstreekse schade voor de verzoeker niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen voor de indiening en de behandeling van het verzoek, vermeld in het eerste lid, en het beroep tegen de beslissingen over het verzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inwilliging van het verzoek, vermeld in het eerste lid, verplicht de herstelinstantie om een gerechtelijke of bestuurlijke procedure te initiëren die gericht is op herstel of beveiliging tegen de vermoedelijke overtreders, conform dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen de beslissingen over een handhavingsverzoek, vermeld in het eerste lid, kan beroep worden aangetekend bij het Handhavingscollege binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing over het handhavingsverzoek. Afdeling 8. - Bevoegdheden van de politiediensten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 97</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De personeelsleden van het operationeel kader van de politiediensten, vermeld in artikel 2 van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992, zijn van rechtswege toezichthouder Artikel 37 is niet van toepassing op de toezichthouders, vermeld in het eerste lid. Afdeling 9. - Administratief beroep tegen bestuurlijke herstelbeslissingen Art. 98.Tegen bestuurlijke herstelbeslissingen kan beroep worden aangetekend bij de bevoegde minister of bij een instantie die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de regels van de beroepsprocedure, met inbegrip van het al dan niet schorsend karakter van het beroep. Afdeling 10. - Bijzondere bepalingen over de uitvoering van publieke herstelmaatregelen Art. 99.De herstelinstantie die de dwangsom heeft doen verbeuren, kan beslissen dat een opeisbare dwangsomschuld niet of maar gedeeltelijk wordt ingevorderd, of dat de invordering ervan tijdelijk geschorst wordt, zonder dat die beslissing betrekking kan hebben op de gerechts- en uitvoeringskosten die zijn gemaakt. Er wordt in die beslissing rekening gehouden met de gestelde handelingen en genomen engagementen met het oog op een correcte uitvoering van de publieke herstel- of beveiligingsmaatregel, en met de volledige of gedeeltelijke uitvoering ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden vastleggen en procedurele regels bepalen om het eerste lid toe te passen. Art. 100.Om de vrijwillige en integrale uitvoering alsnog mogelijk te maken, kan de uitvoeringstermijn van publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen worden verlengd of vervangen door een nieuwe uitvoeringstermijn. Dat gebeurt in een schriftelijke overeenkomst tussen alle herstelplichtigen die in de titel zijn aangewezen of hun rechtsopvolgers en de herstelinstantie die de titel heeft verkregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomst, vermeld in het eerste lid, vermeldt de redenen waarom de oorspronkelijke uitvoeringstermijn is overschreden, en kan voorzien in het consigneren van een waarborgsom. De herstelinstantie kan in de overeenkomst ontbindende voorwaarden die verbonden zijn aan het nakomen van de verplichtingen die uit de titel voortvloeien, doen opnemen, zoals het respecteren van een afbetalingsplan voor schulden die uit de titel voortvloeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een verplichting tot consignatie is opgenomen, heeft de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, pas rechtsgevolgen na de consignatie, en vervalt de overeenkomst als de consignatie niet is gebeurd binnen dertig dagen na de datum van ondertekening van de overeenkomst. Gedurende de verlenging of de nieuwe termijn, vermeld in het eerste lid, blijft de verjaring van het recht om de titel uit te voeren, geschorst. Bij gebreke aan vrijwillige en integrale uitvoering binnen de nieuwe of verlengde termijn, komt de waarborgsom toe aan de herstelinstantie, onverminderd de rechten voortvloeiend uit de titel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van tijdige en integrale uitvoering wordt de waarborgsom vrijgegeven. Afdeling 11. - Het opleggen van een waarborgsom bij feitelijk herstel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 101</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De rechter of de herstelinstantie kunnen de overtreder verplichten een waarborgsom te betalen, die pas wordt vrijgegeven als het opgelegde feitelijk herstel wordt doorgevoerd, met vermindering van de kosten die door de herstelinstantie in het kader van hoofdstuk 6 zijn gemaakt De waarborgsom, vermeld in het eerste lid, is gelijk aan de geraamde kosten van ambtshalve uitvoering of het herstel bij financieel equivalent als dat bedrag hoger is. De waarborgsom, vermeld in het eerste lid, komt toe aan de herstelinstantie conform de regels, vermeld in artikel 73, als het feitelijk herstel nog niet is uitgevoerd binnen twee jaar na de datum waarop het gerealiseerd moest zijn, onverminderd de verplichting van de overtreder om tot dat herstel over te gaan. Afdeling 12. - Stakingsbevel bij verhindering van toezicht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 102</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval van verhindering van de regelmatige inzet van zijn toezichtrechten, kan de toezichthouder in een bestuurlijke beveiligingsbeslissing beslissen tot de volledige of gedeeltelijke staking van de gereglementeerde, gesubsidieerde of van overheidswege gefinancierde activiteiten of handelingen waarop het toezicht door de verhindering niet kon worden uitgeoefend De toezichthouder waakt erover dat de inzet van deze bevoegdheid geen onevenredige schade berokkent bij de overtreder of derden. De bestuurlijke beveiligingsbeslissing wordt onmiddellijk ingetrokken nadat de in het eerste lid bedoelde verhindering gestaakt is. HOOFDSTUK 1 1. - Aan dit decreet eigen straffen en sancties Art. 103.Met behoud van de toepassing van de afwijkende bepalingen, vermeld in dit decreet en andere Vlaamse regelgeving, zijn alle personen die informatie verkrijgen op grond van de uitoefening van de aan hen door dit decreet toegekende bevoegdheden, verplicht tot de strikte geheimhouding ervan. Als die geheimhoudingsplicht bewust wordt genegeerd, wordt dat gestraft met een gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar en een geldboete van 100 euro tot 1000 euro of met een van die straffen alleen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kunnen de beboetingsinstanties de verkregen informatie delen met het openbaar ministerie, de hiërarchisch bevoegde minister of andere beboetingsinstanties, als dat noodzakelijk is voor de uitoefening van de bevoegdheden van opsporing en vervolging van die beboetinginstanties. Art. 104.Het verhinderen van de regelmatige inzet van toezichtrechten door toezichthouders wordt gestraft met een geldboete van 250 tot 250.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die een verzegeling als vermeld in artikel 63, § 4, van dit decreet, doorbreken of de voorwaarden, verbonden aan de opheffing ervan, schenden, worden gestraft met de straffen, vermeld in artikel 284 tot en met 288 van het Strafwetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen, vermeld in artikel 65, § 4, tweede lid, worden gesanctioneerd met een bestuurlijke geldboete van 100 tot 10.000 euro. HOOFDSTUK 1 2. - Slotbepalingen Art. 105.§ 1. Vanaf de van toepassingstelling van dit decreet op Vlaamse regelgeving, wordt het recht om een bestuurlijke sanctie op te leggen wegens een schending van Vlaamse regelgeving conform de bepalingen van dit decreet uitgeoefend door de beboetingsinstantie die voor de Vlaamse regelgeving in kwestie bevoegd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de van toepassingstelling van dit decreet op Vlaamse regelgeving, wordt het recht om herstelmaatregelen op te leggen of te doen opleggen met het oog op het herstel van publieke schade als gevolg van een schending van Vlaamse regelgeving uitgeoefend conform de bepalingen van dit decreet door de herstelinstantie die voor de Vlaamse regelgeving in kwestie bevoegd is. § 2. In afwijking van paragraaf 1 worden procedures die gericht zijn op het opleggen van bestuurlijke sancties of bestuurlijke publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen, met inbegrip van handhavingsverzoeken, die al formeel waren opgestart vóór dit decreet op de Vlaamse regelgeving in kwestie van toepassing werd, afgehandeld volgens de toen geldende procedurele regels, door de instanties die op dat ogenblik bevoegd waren. § 3. De verjaringsregels, vervat in artikel 35, 2°, en artikel 50, zijn, met inbegrip van het geval, vermeld in paragraaf 2, onmiddellijk van toepassing, behalve als het recht om de bestuurlijke sanctie of de publieke herstelmaatregel op te leggen, al is vervallen voor dit decreet op de Vlaamse regelgeving in kwestie van toepassing werd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het recht om publieke herstelmaatregelen op te leggen of te doen opleggen is ontstaan vooraleer artikel 50 van dit decreet erop van toepassing werd, beginnen de termijnen, vermeld in artikel 50 van dit decreet, maar te lopen vanaf de dag waarop artikel 50 van dit decreet op dat recht van toepassing werd. De totale duur van de verjaringstermijn mag evenwel de verjaringstermijn die van toepassing is op dat recht voor artikel 50 van dit decreet erop van toepassing werd, niet overschrijden, onverminderd de toepassing van artikel 26 van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering. § 4. Publieke herstelvorderingen die bij het parket regelmatig zijn ingeleid of bij de rechter aanhangig zijn gemaakt voor dit decreet op de Vlaamse regelgeving in kwestie van toepassing werd, worden beoordeeld volgens de regels van dit decreet, zonder dat de herstelvordering moet worden hernomen of de motivering ervan moet worden aangepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Jurisdictionele beroepen in procedures die gericht zijn op het opleggen van bestuurlijke sancties of bestuurlijke publieke herstel- en beveiligingsmaatregelen, met inbegrip van handhavingsverzoeken, en die al formeel waren ingesteld voor dit decreet op de Vlaamse regelgeving in kwestie van toepassing werd, worden afgehandeld volgens de toen geldende procedurele regels, door de instanties die op dat ogenblik bevoegd waren. § 5. Voor de toepassing van artikel 9, § 3, sturen toezichthouders die kennis krijgen van een schending van Vlaamse regelgeving waarop dit decreet niet toepassing is, hun administratief verslag naar de Vlaamse inspectiedienst die belast is met de handhaving van de geschonden Vlaamse regelgeving. Art. 106.Bestuurlijke handhavingsbeslissingen die genomen zijn met toepassing van Vlaamse regelgeving voor dit decreet erop van toepassing werd, behouden hun rechtskracht en rechtsgevolgen volgens de regels die golden op het ogenblik waarop ze zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoerbare beslissingen, vermeld in het eerste lid, die strekken tot het opleggen van bestuurlijke sancties, worden uitgevoerd door of onder toezicht van de beboetingsinstantie die voor de Vlaamse regelgeving in kwestie bevoegd is. De uitvoerbare beslissingen, vermeld in het eerste lid, die strekken tot het opleggen van bestuurlijke herstel- of beveiligingsmaatregelen, worden uitgevoerd door de herstelinstantie die voor de Vlaamse regelgeving in kwestie bevoegd is en die van hetzelfde bestuursniveau is als het orgaan dat de beslissingen heeft genomen. Art. 107.Gedurende een termijn van maximum 5 jaar na de van toepassingstelling van dit decreet, en behoudens andersluidende bepalingen in Vlaamse regelgeving, verkrijgen de personen die voor de van toepassingstelling van dit decreet op basis van Vlaamse regelgeving bevoegd waren om proces-verbaal of verslag van vaststelling met betrekking tot bepaalde misdrijven, inbreuken of normschendingen op te stellen, voor deze misdrijven, inbreuken of normschendingen van rechtswege de hoedanigheid van toezichthouder, zolang zij voldoen aan de voorwaarden van dit decreet om in die functie te worden aangesteld en voor de lopende duurtijd van hun aanstelling, tot aan de opheffing ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende een termijn van maximum 5 jaar na de van toepassingstelling van dit decreet, en behoudens andersluidende bepalingen in Vlaamse regelgeving, blijven de personen die voor de van toepassingsstelling van dit decreet op basis van Vlaamse regelgeving waren aangesteld als officier van gerechtelijke politie of officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, met betrekking tot bepaalde misdrijven, inbreuken of normschendingen op te stellen, deze hoedanigheid behouden, zolang zij voldoen aan de voorwaarden van dit decreet om in die functie te worden aangesteld en voor de lopende duurtijd van hun aanstelling, tot aan de opheffing ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende een termijn van maximum 5 jaar na de van toepassingstelling van dit decreet, en behoudens andersluidende bepalingen in Vlaamse regelgeving, verkrijgen de personen of instanties die voor de van toepassingstelling van dit decreet op basis van Vlaamse regelgeving bevoegd waren om bestuurlijke sancties op te leggen aan rechtsonderhorigen wegens hun betrokkenheid bij bepaalde misdrijven, inbreuken of normschendingen, voor deze misdrijven, inbreuken of normschendingen, van rechtswege de hoedanigheid van beboetingsinstantie, zolang zij voldoen aan de voorwaarden van dit decreet om in die functie te worden aangesteld en voor de lopende duurtijd van hun aanstelling, tot aan de opheffing ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende een termijn van maximum 5 jaar na de van toepassingstelling van dit decreet, en behoudens andersluidende bepalingen in Vlaamse regelgeving, verkrijgen de personen of instanties die voor de van toepassingstelling van dit decreet op basis van Vlaamse regelgeving bevoegd waren om met betrekking tot bepaalde publieke schade publieke herstelmaatregelen op te leggen of te doen opleggen, voor die publieke schade van rechtswege de hoedanigheid van herstelinstantie, zolang zij voldoen aan de voorwaarden van dit decreet om in die functie te worden aangesteld en voor de lopende duurtijd van hun aanstelling, tot aan de opheffing ervan. Art. 108.Het kader decreet van 22 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/03/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/05/2019 numac 2019040957 bron vlaamse overheid Kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving sluiten betreffende de bestuurlijke handhaving wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid blijft het kader decreet van 22 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/03/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/05/2019 numac 2019040957 bron vlaamse overheid Kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving sluiten betreffende de bestuurlijke handhaving, met uitzondering van hoofdstuk 14 en 16 van het voormelde decreet, nog gedurende maximaal drie jaar vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit decreet, van kracht voor de Vlaamse regelgeving die het kader decreet van 22 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/03/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/05/2019 numac 2019040957 bron vlaamse overheid Kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving sluiten betreffende de bestuurlijke handhaving al van toepassing had verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra de Vlaamse regelgeving, vermeld in het tweede lid, dit decreet van toepassing heeft gesteld, of de van toepassingstelling van het kader decreet van 22 maart 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/03/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/05/2019 numac 2019040957 bron vlaamse overheid Kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving sluiten betreffende de bestuurlijke handhaving ongedaan heeft gemaakt, is het tweede lid er niet langer op van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 14 juli 2023.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, J. JAMBON De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Z. DEMIR _______ Nota (1) Zitting 2022-2023 Documenten:- Ontwerp van kaderdecreet : 1724 - Nr.1 - Verslag : 1724 - Nr. 2 - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 1724 - Nr. 3 Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 12 juli 2023.</p></div>", "next": 0}