{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Algemene toelatingsregels. § 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over : a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend.Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating; e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding.Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen De toelating kan door de universiteit of hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding. § 2. Voor de inschrijving tot bacheloropleidingen in de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst, evenals muziek en podiumkunsten geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor een artistieke toelatingsproef georganiseerd door de hogeschool. Voor de inschrijving voor een opleiding tot arts of tandarts geldt bovendien als toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn in een toelatingsexamen van de Vlaamse Gemeenschap. § 3. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen : - zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd; - zij slagen voor een examen Nederlands dat volgens de Nederlandse Taalunie een voldoende niveau biedt voor toelating tot het hoger onderwijs of voor een door de instelling op voorhand bepaald hoger niveau voor een bepaalde opleiding; - zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de universiteit of hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen leggen de instellingen op vergelijkbare wijze de taalvoorwaarden vast. Art. 2.Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden : a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken.Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken. b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken universiteit of hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio. c) De universiteit of hogeschool richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen.De samenstelling van de commissie wordt geregeld in een aanvullend reglement van de instelling. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij een door de instelling aangeduid orgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke instelling van de associatie erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen in de context van de assessment procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de universitaire of hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Art. 3.Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's. Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de universiteit of hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 3, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullende bepalingen voor de KHLeuven bij het algemeen toelatingsreglement van de associatie K.U.Leuven : 1° In navolging van artikel 1, § 3, bepaalt de KHLeuven dat kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap voor alle opleidingen moeten beschikken over een certificaat Nederlands als vreemde taal niveau 5 (gevorderde kennis), zoals afgeleverd door het Instituut voor Levende Talen (ILT) van de K.U.Leuven of over een gelijkwaardig certificaat van een andere instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor toelating tot anderstalige opleidingen wordt een voldoende niveau van profiency verwacht. De concrete normen hiervoor worden vastgelegd in de onderwijsregeling met de specifieke toelatingsvoorwaarden voor elke opleiding. 2° Beroep tegen beslissingen genomen ingevolge artikel 1, § 1, e) laatste zin, artikel 2, 2e lid, c) en artikel 3, twee laatste zinnen is mogelijk bij de Coördinator Onderwijsbeleid van de KHLeuven, en dit tot uiterlijk een week na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat-student. Katholieke Hogeschool Limburg Toelatingsvoorwaarden tot een bacheloropleiding Artikel 1.Algemene toelatingsregels. § 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over : a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend.Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating; e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding.Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelating kan door de hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beroep tegen een beslissing genomen ingevolge dit punt e) is mogelijk bij de directeur studentenzaken van de KHLim tot uiterlijk één week na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat-student. § 2. Voor de inschrijving tot bacheloropleidingen in de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst, evenals muziek en podiumkunsten geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor een artistieke toelatingsproef georganiseerd door de hogeschool. § 3. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen : - zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd; - zij slagen voor het examen Nederlands niveau 5, zoals georganiseerd door het Instituut voor Levende Talen aan de K.U.Leuven of voor een examen van een niveau dat door de Katholieke Hogeschool Limburg als gelijkaardig wordt erkend. - zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de KHLim als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor het hierboven aangehaalde niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek georganiseerd door de Katholieke Hogeschool Limburg Voor de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen legt de KHLim in voorkomend geval op vergelijkbare wijze de taalvoorwaarden vast. Art. 2.Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Unie moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kandidaat-studenten van binnen de Europese Unie die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden : a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken.Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken. b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken universiteit of hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio. c) De KHLim richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen.Deze commissie bestaat uit de departementshoofden. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij de directeur studentenzaken van de KHLim tot uiterlijk één week na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat-student.</p>\n<p class=\"lf-p\">De KHLim erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen door elke instelling van de associatie K.U.Leuven in de context van de assessment procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Unie : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Art. 3.Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's. Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 3, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.</p>\n<p class=\"lf-p\">Katholieke Hogeschool Mechelen Artikel 1.Algemene toelatingsregels. § 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de kandidaat-studenten die beschikken over : a) een Belgisch diploma van het secundair onderwijs;b) een Belgisch diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;c) een Belgisch diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend.Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating; e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het hogeschool personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een professionele bacheloropleiding.Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelating kan door de hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding. § 2. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden tot een opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen : - zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd; - zij beschikken over een diploma in Nederland uitgereikt; - zij slagen voor een examen Nederlands dat volgens de Nederlandse Taalunie een voldoende niveau biedt voor toelating tot het hoger onderwijs; (Certificaat Nederlands als Tweede Taal); - zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands op niveau 5 dat door het Instituut voor Levende Talen van de KULeuven is uitgereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een intakegesprek door de jury van het taalexamen op grond van een ingediend portfolio waardoor de kandidaat-student aantoont over het vereiste taalniveau te beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kandidaat-studenten die niet aan deze voorwaarden voldoen dienen te slagen in een taalexamen door de hogeschool ingericht. De administratiekosten voor dit examen bedragen euro 100, waarvan euro 50 wordt terugbetaald bij inschrijving. Art. 2.Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode. Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden : a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken.Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken. b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen. De associatie onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een professionele bachelor bereikt. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio. De kostprijs voor dit onderzoek bedraagt euro 25.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode (i.c.1 december, 1 mei en 1 juli) Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Art. 3.Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de hogeschool met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat het taalexamen zoals beschreven in artikel 1, § 2, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.</p>\n<p class=\"lf-p\">Katholieke Hogeschool Sint-Lieven 1. Situering : Dit reglement geeft uitvoering aan artikel 65 van het structuur decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2003 numac 2003035868 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen sluiten.Dat artikel bepaalt de toelatingsvoorwaarden tot een bacheloropleiding, maar geeft de instellingen de mogelijkheid/verplichting om bij reglement hiervan af te wijken voor : a) kandidaat-studenten die (nog) niet over de noodzakelijke diploma's beschikken;b) kandidaat-studenten die omwille van hun statuut (vluchtelingen, ontheemden) niet kunnen bewijzen dat ze over de nodige diploma's beschikken. Het ontwerpreglement dat de instellingen hieromtrent opstellen moet door de Vlaamse Regering bekrachtigd worden. Bij brief van 15 december vroeg de Minister van Onderwijs haar de reglementen uiterlijk per 1 maart 2004 te bezorgen, zodat zij nog tijdig voor aanvang van het academiejaar kunnen bekrachtigd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de associatie K.U.Leuven besliste de Raad van Bestuur dat zoveel mogelijk een vergelijkbaar stramien wordt gevolgd. Volgens de decretale bepalingen blijft het wel zo dat alle instellingen hun eigen voorstel moeten voorleggen aan de overheid. Dit betekent ook dat waar gewenst ad hoc afwijkingen op de kadertekst kunnen worden aanvaard door besturen van de deelinstellingen van de associatie K.U.Leuven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De associatie K.U.Leuven vroeg formeel uitstel aan de Minister. Naar verluidt vertrok een identieke vraag ook uit de associatie Gent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Officieus werd een uitstel met een maand toegekend. 2. Principiële stellingnamen : Toen het decreetartikel bekend geraakte, ontstond er in de pers reeds enige controverse.Strikt genomen laat dit artikel de instellingen toe om studenten toe te laten die in het secundair onderwijs problemen hadden. De enige randvoorwaarde is dat de instelllingen een dergelijke toelating moeten kunnen verantwoorden op een objectieve manier. Dit is echter niet eenvoudig en zal gevoelige situaties creëren ten aanzien van het secundair onderwijs (waar men niet graag zal hebben dat beslissingen van klassenraden op die manier zouden gecontourneerd worden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Na discussie op de Raad van Bestuur werd beslist geen onderscheid te maken tussen academische en professionele bachelors wat betreft het al dan niet invoeren van een toelatingsprocedure. Daardoor wordt het voor alle opleidingen mogelijk om op grond van een assessment te worden toegelaten. De motivering hiervoor is onder meer : - ook diploma's zijn geen garanties voor het aankunnen van hoger onderwijs; door het zich uitsluitend houden aan diploma's verhindert men (in waarschijnlijk een beperkt aantal gevallen) een verantwoorde toegang voor kandidaten (bv. hoogbegaafde studenten); - het is moeilijk om het onderscheid tussen een professionele bachelor en academische bachelor in de praktijk toe te passen. Als iemand na assessment wordt toegelaten tot een professionele bachelor, maar in de loop van het parcours wenst te reoriënteren naar een academische bachelor, wordt dit onmogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast nam de Raad van Bestuur ook volgende principiële stellingnamen in, die zich niet moeten weerspiegelen in het reglement zelf : a) er worden rond de assessmentmethodes en -uitvoering op het niveau van de associatie afspraken gemaakt.Het principe dat er onderscheid kan gemaakt worden voor toelatingen tot professionele dan wel academische bachelors wordt goedgekeurd. De instellingen erkennen de assessmentbeslissingen van de andere partners van de associatie. b) er moet nagegaan worden of het wenselijk is op het niveau van de associatie een centrale gegevensbank te ontwikkelen waardoor voor alle toelatingsbeslissingen een overzicht ontstaat.Op die manier kan men duidelijk zicht houden op wie welke aanvragen indient en welke beslissingen zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is alleszins nuttig een uitzonderingssituatie toe te staan voor studenten die geen materiële bewijzen meer kunnen voorleggen omwille van hun specifieke situatie. 3. Concrete uitwerking van het reglement : Dit reglement is niet van toepassing op de toelatingen tot masters, bachelor na bachelor- of master na masteropleidingen.Het is evenmin van toepassing op de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1 herneemt hierna de algemene regeling voor toegang tot een Nederlandstalige bachelor, zoals opgenomen in het decreet zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hieraan wordt de taalvoorwaarde gekoppeld, zoals voorheen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2 maakt duidelijk tot wanneer aan de toelatingsvoorwaarden kan worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3 bevat op basis van de hogergenoemde principes een mogelijke uitzonderingsregeling opgrond van een assessment.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4 bevat een regeling voor de studenten die bewijsproblemen met buitenlandse diploma's hebben. De grondregel is dat zij met alle mogelijke elementen, andere dan diploma's, kunnen bewijzen dat het beschikken over een diploma aannemelijk is. Als het bewijs toch afdoende is, hoeft geen verdere test meer te worden afgenomen. Als het bewijs niet afdoende kan worden geleverd, zal een ad hoc toets nodig blijven. In elk geval blijft KaHo St Lieven in beide gevallen vereisen dat men over de nodige taalcapaciteiten beschikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Algemene toelatingsregels. § 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over : a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend.Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating; e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding.Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen De toelating kan door de hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding. § 2. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij bovendien aan één van de volgende voorwaarden voldoen : -zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd; - zij slagen voor het examen Nederlands niveau 5 georganiseerd door : - het Instituut Levende Talen van de K.U.Leuven of - het Centrum voor Taalonderwijs van de Universiteit Gent; - zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door het Talencentrum van KaHo Sint-Lieven als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek georganiseerd door het Talencentrum van KaHo Sint-Lieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen leggen de instellingen op vergelijkbare wijze de taalvoorwaarden vast. Art. 2.Bewijsperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden. Art. 3.Bijzondere afwijkende toelatingsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden : a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken.Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken; b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel de opleiding waarvoor zij toelating wensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De associatie-toelatingscommissie onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidsniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio; c) Zij voldoen aan de taalvoorwaarde zoals beschreven in artikel 1, § 2;d) Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij een door de associatie aangeduid orgaan. Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4</span><span class=\"lf-art-t\">Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 2, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.</p>\n<p class=\"lf-p\">Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen Reglement met betrekking tot de toelating tot een bacheloropleiding Artikel 1.Algemene toelatingsregels. § 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over : a) een diploma van het secundair onderwijs afgeleverd door een Belgische onderwijsinstelling;b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan afgeleverd door een Belgische onderwijsinstelling;c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie afgeleverd door een Belgische onderwijsinstelling met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend.Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating; e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het hogeschoolbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een professionele bacheloropleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding. § 2. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen : a) zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd;b) zij slagen voor een examen Nederlands dat door het Hoger Instituut voor Talen en Economie (HITEK Kortrijk) wordt georganiseerd, behoudens als de kandidaat student op een andere manier afdoende aantoont over een voldoende talenkennis te bezitten.Voor alle opleidingen moet men slagen voor een examen van richtniveau vier zoals bepaald in het decreet volwassenenonderwijs; c) zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2</span><span class=\"lf-art-t\">Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden : g) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken.Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken. h) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de hogeschool en opleiding waarvoor zij toelating wensen. De hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een professionele bachelor bereikt. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio. l) De hogeschool richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen.De samenstelling van de commissie wordt vastgelegd in de onderwijsregeling. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij de algemeen directeur, tot uiterlijk vijf werkdagen na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat student.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke instelling van de associatie erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen in de context van de assessment procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Art. 3.Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de hogeschool met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 2, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lessius Hogeschool Reglement voor toelating tot een bacheloropleiding Artikel 1.Algemene toelatingsregels. § 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over : a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend.Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating; e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding.Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hogeschool onderwerpt de kandidaat-studenten van buiten de Raad van Europa in elk geval aan een bijkomende toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding. § 2. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen : - zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd; - zij slagen voor een examen Nederlands waaruit blijkt dat zij een niveau bereikt hebben gelijk aan dat van het Profiel Academische Taalvaardigheid van het Certificaat Nederlands als vreemde taal (CNaVT). (vroeger : uitgebreide kennis of niveau 5) Dit profiel wordt gelijkgesteld met het profiel C1 binnen het Common European Framework of Reference (CEF). Het komt ook overeen met Alte level 4. - zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor toelating tot anderstalige opleidingen wordt een voldoende niveau van taalvaardigheid verwacht. De concrete normen hiervoor worden vastgelegd in de onderwijsregeling met de specifieke toelatingsvoorwaarden voor elke opleiding. Art. 2.Bijzondere afwijkende toelatingsregels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kandidaat-student kan zich tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar in regel stellen om aan de toelatingsvoorwaarde te voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Studenten van buiten de Europese Unie moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kandidaat-studenten van binnen de Europese Unie die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden : a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken.Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken. b) zij voldoen aan de taalvoorwaarde zoals vermeld in art.1 § 2. c) zij richten een vraag aan de Lessius Hogeschool met vermelding van de opleiding waarvoor zij toelating wensen. De toelatingscommissie van de Associatie K.U.Leuven onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidsniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio. d) Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij een door de Associatie K.U.Leuven aangeduid orgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student zich in regel stellen met de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Unie : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Art. 3.Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 2, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plantijn-Hogeschool Afwijkende toelatingsvoorwaarden : Het hogeschoolbestuur kan beslissen om in afwijking van punt 1.2 een kandidaat-student die niet voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarden toch toe te laten tot een bacheloropleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hogeschoolbestuur richt daartoe een onderzoekscommissie op bestaande uit één of meer departementshoofden en de Directeur Onderwijszaken. Deze commissie houdt conform artikel 65.2. van het structuurdecreet rekening met de volgende elementen : - humanitaire redenen - medische, psychische of sociale redenen - het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat Een kandidaat-student die aanspraak wil maken op deze bijzondere maatregel, dient uiterlijk tot 15 oktober of uiterlijk 14 dagen na het moment van inschrijving een schriftelijke en gemotiveerde aanvraag in bij het hogeschoolbestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de aanvraag vermeldt de kandidaat-student elementen uit artikel 65, § 2, die in aanmerking kunnen worden genomen bij de beslissing van de onderzoekscommissie. De kandidaat-student voegt bij deze aanvraag zijn curriculum vitae en zoveel mogelijk officiële documenten ter staving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissie hoort steeds de student vooraleer een gemotiveerde beslissing te nemen. De commissie behoudt het recht om aanvragen af te wijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beroep tegen deze beslissing is mogelijk bij de Studentendecaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de associatie AUHA wordt door de partners eenzelfde procedure afgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Provinciale Hogeschool Limburg Toelatingsvoorwaarden in het kader van art. 65 van het structuurdecreet d.d. 4 april 2003 : 1. Bachelorsopleiding. 1.1. Algemene toelatingsvoorwaarden : Voor een bachelorsopleiding is de algemene toelatingsvoorwaarde : - het bezit van een diploma van het secundair onderwijs; - of een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan; - of een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van een getuigschrift pedagogische bekwaamheid; - of van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend. 1.2.Toelatingsvoorwaarden met betrekking tot de talenkennis : De hogeschool kan de toelating tot de eerste inschrijving in een opleiding afhankelijk stellen van het bewijs dat een student : - geslaagd is voor een door de hogeschool georganiseerd examen over de voldoende kennis van het Nederlands; - of de examens van ten minste één studiejaar in het secundair onderwijs in het Nederlands met goed gevolg heeft afgelegd, of ten minste een studieomvang ten bedrage van 60 studiepunten in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal met succes heeft voltooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hogeschool kan de toelating tot de eerste inschrijving in een opleiding die volledig in een andere taal dan het Nederlands wordt aangeboden afhankelijk gesteld worden van een toets van voldoende kennis van de gebruikte onderwijstaal. 1.3. Bijzondere toelatingsvoorwaarden : 1. De PHL kan personen die niet voldoen aan de in punt 1.1 gestelde voorwaarden onderwerpen aan een toelatingsonderzoek, en afwijkende toelatingsvoorwaarden in aanmerking nemen. Deze afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen rekening houden met volgende elementen : a) humanitaire redenen;b) medische, psychische of sociale redenen;c) het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat.2. De PHL kan ook personen die beschikken over een diploma of getuigschrift behaald in een land buiten de Europese Unie dat toelating verleent tot het hoger professioneel of academisch onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een bachelorsopleiding mits hij slaagt voor een toelatingsonderzoek.3. Het toelatingsonderzoek bedoeld in lid 1 en in lid 2 gebeurt door een toelatingscommissie opgericht per opleiding die nagaat of de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de kandidaat beantwoorden aan de instroomeisen voor de opleiding. De competenties die het voorwerp uitmaken van het toelatingsonderzoek worden per opleiding bepaald en worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze competenties worden getoetst op het niveau van het secundair onderwijs. 4. Het verzoek tot toelating wordt voor 1 december ingediend bij de toelatingscommissie.5. De toelatingscommissie beslist binnen een redelijke termijn over de aanvragen die werden ingediend. De kandidaat ontvangt een bewijs van de gemotiveerde beslissing van de toelatingscommissie. 6. De toelatingscommissie zal bestaan uit minimum 4 leden : 1° het opleidingshoofd als voorzitter;2° drie leden uit de opleidingsraad. Het departementshoofd stelt de toelatingscommissie samen op voorstel van de opleidingsraad. Voor elk lid wordt een plaatsvervangend lid aangesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelatingscommissie kan beroep doen op interne of externe deskundigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 houdende de bekrachtiging van de reglementen van de instellingen voor hoger onderwijs met betrekking tot de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden tot een bachelorsopleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, M. VANDERPOORTEN</p></div>", "next": 0}