{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Wanneer de Commissie voor haar toezicht op gereglementeerde ondernemingen op vennootschappelijke of gesubconsolideerde basis informatie wenst te bekomen die reeds gerapporteerd is aan de autoriteit belast met het geconsolideerde toezicht, zal zij zich in de mate van het mogelijke tot die autoriteit richten voor het verkrijgen van die informatie. § 4. Onverminderd de samenwerkingsovereenkomsten bedoeld in de overige bepalingen van dit besluit, sluit de Commissie met buitenlandse bevoegde autoriteiten de overeenkomsten die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van het geconsolideerde toezicht en het toezicht bedoeld in hoofdstuk IV. Deze overeenkomsten regelen waar nodig de modaliteiten van uitoefening van dit toezicht, met inbegrip van de modaliteiten van samenwerking en informatie-uitwisseling onder de bevoegde autoriteiten, met in acht neming van het bepaalde bij hoofdstuk 3, afdeling 6, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten. ». Art. 17.In hoofdstuk V van hetzelfde besluit wordt voorafgaand aan artikel 10 en na het nieuw ingevoegde artikel 9bis een artikel 9ter ingevoegd, luidende : « Art. 9ter.§ 1. Onverminderd de andere bevoegdheden en taken die dit besluit de Commissie in haar hoedanigheid van autoriteit belast met het geconsolideerde toezicht en het toezicht bedoeld in hoofdstuk IV toekent, staat zij in die hoedanigheid in voor : 1° het coördineren van de vergaring en de verspreiding van relevante en essentiële informatie in het kader van haar toezicht, in normale omstandigheden en in noodsituaties;2° het plannen en coördineren van de toezichtactiviteiten, in normale omstandigheden en in noodsituaties, in samenwerking met de andere bevoegde autoriteiten;3° het informeren van de Europese Centrale Bank, alsook van de centrale banken, de instellingen met een gelijkaardige opdracht als monetaire overheid en van de autoriteiten die een bevoegdheid uitoefenen die vergelijkbaar is met deze als bedoeld in artikel 45, § 1, 1°, 2° en 6°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten uit de landen van de Europese Economische Ruimte waar ondernemingen zijn gevestigd die er een vergunning hebben verkregen als kredietinstelling, beleggingsonderneming, beheervennootschap van instelling voor collectieve belegging, instelling voor collectieve belegging, verzekeringsonderneming of herverzekeringsonderneming, en welke ondernemingen behoren tot een groep met betrekking tot dewelke de Commissie het geconsolideerde toezicht uitoefent als bedoeld in de hoofdstukken II, III en IIIbis, wanneer zich in een of meerdere van deze ondernemingen een noodsituatie voordoet die de stabiliteit van het financiële stelsel in een van die landen kan ondermijnen. De Commissie kan met de andere bevoegde autoriteiten, binnen de perken van de richtlijn 2006/48/EG en de richtlijn 2006/49/EG, overeenkomen de autoriteit belast met het geconsolideerde toezicht ook andere toezichtstaken toe te vertrouwen dan deze bedoeld in deze paragraaf, voor zover het taken betreft die nodig zijn voor een adekwate uitoefening door deze laatste autoriteit van haar toezicht op geconsolideerde basis. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie raadpleegt de andere bevoegde autoriteiten van kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen die deel uitmaken van een groep met betrekking tot dewelke geconsolideerd toezicht wordt uitgeoefend, alvorens een beslissing te nemen over : 1° wijzigingen in het aandeelhouderschap, de organisatie en de leiding van deze ondernemingen, die overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn 2006/48/EG goedkeuring van de in de aanhef bedoelde autoriteiten vereisen;2° de goedkeuring en de voorwaarden voor goedkeuring van de eigen methodes die de kredietinstellingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen die deel uitmaken van een groep mogen gebruiken voor de berekening van de solvabiliteitsverplichtingen bedoeld in de artikelen 3 en 4, binnen de bepalingen van het reglement van de Commissie genomen in uitvoering van artikel 43 van de bankwet, artikel 90 van de wet op de beleggingsondernemingen en artikel 184 van de wet op het collectief beheer van beleggingsportefeuilles;3° maatregelen en sancties als bedoeld in artikel 9bis, § 1, 4°, die overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn 2006/48/EG en de richtlijn 2006/49/EG ten aanzien van deze ondernemingen en financiële holdings kunnen worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid, 2°, bedoelde aanvraag van goedkeuring van de eigen berekeningsmethodes wordt ingediend door de moeder-kredietinstelling met zetel in een land van de Europese Economische Ruimte, of in geval de moederonderneming een financiële holding is met zetel in een land van de Europese Economische Ruimte door de gezamenlijke dochterondernemingen, bij de autoriteit belast met het geconsolideerd toezicht. De Commissie als autoriteit belast met het geconsolideerd toezicht deelt de aanvrager de gemotiveerde beslissing mee. Indien uiterlijk 6 maanden na de aanvraag geen gezamenlijke beslissing als bedoeld in het eerste lid genomen is, beslist de Commissie als autoriteit belast met het geconsolideerd toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In voorkomend geval deelt de Commissie als autoriteit belast met het geconsolideerd toezicht haar gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan de aanvrager en aan de andere bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de bemerkingen en standpunten van deze andere autoriteiten. Indien de Commissie geen autoriteit belast met het geconsolideerd toezicht is, houdt zij rekening met de gemotiveerde beslissing van de autoriteit die belast is met het geconsolideerd toezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie kan afwijken van de in het eerste lid, 3°, bepaalde verplichting, in het geval van een noodsituatie, of als de maatregelen of sancties ingevolge de raadpleging hun doel kunnen missen. In dat geval brengt zij de andere bevoegde autoriteiten onverwijld op de hoogte van de door haar genomen maatregelen en sancties. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt het woord « kredietinstellingen » vervangen door het woord « gereglementeerde ondernemingen »;2° in paragraaf 2 worden de woorden « kredietinstellingen », « kredietinstelling » en « buitenlandse moederonderneming-kredietinstelling of financiële holding » respectievelijk vervangen door de woorden « gereglementeerde ondernemingen », « gereglementeerde onderneming » en « buitenlandse moederonderneming »;3° in paragraaf 3 worden de woorden « dochteronderneming-kredietinstelling » en « artikel 6, § 3, » respectievelijk vervangen door de woorden « gereglementeerde onderneming » en « artikel 6, § 2, »;4° na paragraaf 3 wordt een paragraaf 3bis ingevoegd, luidende : « § 3bis.Wanneer voor de toepassing van de §§ 1, 2 en 3, de gevraagde informatie reeds gerapporteerd is aan een andere bevoegde autoriteit richt de Commissie zich in de mate van het mogelijke tot die autoriteit voor het verkrijgen van de informatie. »; 5° in paragraaf 4 worden de woorden « commissarissen-revisoren », « kredietinstelling » en « wet » respectievelijk vervangen door de woorden « commissarissen », « gereglementeerde onderneming » en « bankwet, wet op de beleggingsondernemingen en wet op het collectief beheer van beleggingsportefeuilles »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-19\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 19</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 21 november 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/11/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2005 numac 2005003820 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekerings-ondernemingen, beleggingsondernemingen en beheer-vennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen sluiten, worden de woorden « kredietinstellingen, financiële holdings, gemengde holdings, en hun dochterondernemingen, naar Belgisch recht » vervangen door de woorden « kredietinstellingen, beleggingsondernemingen, beheervennootschappen, financiële holdings, gemengde holdings, en hun dochterondernemingen, opgericht naar Belgisch recht » en wordt het woord « richtlijn » vervangen door de woorden « Europese wetgeving ». Art. 20.In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 21 november 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/11/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2005 numac 2005003820 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekerings-ondernemingen, beleggingsondernemingen en beheer-vennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen sluiten, worden de woorden « kredietinstelling » en « commissarissen-revisoren » respectievelijk vervangen door de woorden « gereglementeerde onderneming » en « commissarissen ». Art. 21.Artikel 17 van hetzelfde besluit, opgeheven bij het KB van 21 november 2005, wordt hersteld in de volgende lezing : « Art. 17.De financiële holdings naar Belgisch recht dienen zich uiterlijk op 1 januari 2008 te conformeren aan het bepaalde bij artikel 4, § 4, derde lid. » Art. 22.In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de woorden « de richtlijn » vervangen door de woorden « de Europese wetgeving ». HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 17 juni 1996 tot verruiming van de grenzen waarbinnen kredietinstellingen aandelen en deelnemingen mogen bezitten Art. 23.In het opschrift van het koninklijk besluit van 17 juni 1996 tot verruiming van de grenzen waarbinnen kredietinstellingen aandelen en deelnemingen mogen bezitten, wordt het woord « kredietinstellingen » vervangen door de woorden « kredietinstellingen en beleggingsondernemingen ». Art. 24.In hetzelfde besluit wordt een artikel 1bis ingevoegd, luidende : « Art. 1bis.De grenzen vermeld in artikel 76, § 5, eerste zin, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, worden aldus vervangen, dat een beleggingsonderneming, onverminderd de §§ 1 tot 4 en 6 tot 8 van het voornoemde artikel 76 : 1° geen gekwalificeerde deelnemingen mag bezitten, die, per post, 15 % van haar eigen vermogen en, in totaal 45 % van haar eigen vermogen, overschrijden;2° aandelen die geen gekwalificeerde deelnemingen vormen, onbegrensd mag bezitten.» Art. 25.Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : « en op de beleggingsondernemingen die voldoen aan de verplichting van artikel 66, § 1, eerste lid, van de voornoemde wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten ». HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 26 september 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/09/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/10/2005 numac 2005003725 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende het statuut van de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen sluiten houdende het statuut van de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen Art. 26.Artikel 10 van het koninklijk besluit van 26 september 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/09/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/10/2005 numac 2005003725 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit houdende het statuut van de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen sluiten houdende het statuut van de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen wordt vervangen als volgt : « Art. 10; § 1. Iedere met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling moet beschikken over een voor haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden passende beleidsstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie, controle- en beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de elektronische informatieverwerking, en interne controle. Zij houdt daarbij rekening met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden en de eraan verbonden risico's. § 2. Iedere met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling dient te beschikken over een passende beleidsstructuur, waaronder inzonderheid dient te worden verstaan : een coherente en transparante organisatiestructuur, met inbegrip van een passende functiescheiding; een duidelijk omschreven, transparant en samenhangend geheel van verantwoordelijkheidstoewijzingen; en passende procedures voor de identificatie, de meting, het beheer en de opvolging van en de interne verslaggeving over de belangrijke risico's die de instelling loopt ingevolge haar werkzaamheden of voorgenomen werkzaamheden. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling dient een passende interne controle te organiseren, waarvan de werking minstens jaarlijks dient te worden beoordeeld. Wat haar administratieve en boekhoudkundige organisatie betreft, dient zij een systeem van interne controle te organiseren dat een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het financiële verslaggevingproces, zodat de jaarrekening in overeenstemming is met de geldende boekhoudreglementering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke interneauditfunctie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij werkt een passend integriteitsbeleid uit dat geregeld wordt geactualiseerd. Zij neemt de nodige maatregelen om blijvend te kunnen beschikken over een passende onafhankelijke compliancefunctie, om de naleving door de instelling, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren van de rechtsregels in verband met de integriteit van haar bedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij dient te beschikken over een passende onafhankelijke risicobeheerfunctie. § 4. De CBFA kan nader bepalen wat moet worden verstaan onder een passende beleidsstructuur, een passende interne controle, een passende onafhankelijke interneauditfunctie, een passende onafhankelijke compliancefunctie en een passende risicobeheerfunctie. § 5. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijke bestuurorgaan inzake vaststelling van het algemeen beleid als bepaald bij het wetboek van vennootschappen, nemen de personen belast met de effectieve leiding van de met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling, in voorkomend geval het directiecomité, onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de paragrafen 1, 2 en 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wettelijke bestuursorgaan van de met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling, in voorkomend geval via het auditcomité, dient minstens jaarlijks te controleren of de instelling beantwoordt aan het bepaalde bij de paragrafen 1, 2 en 3 en het eerste lid van deze paragraaf, en neemt kennis van de genomen passende maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de CBFA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid van deze paragraaf en over de genomen passende maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatieverstrekking aan de CBFA en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de CBFA bepaalt. § 6. De erkende commissaris brengt bij het wettelijke bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité, tijdig verslag uit over de belangrijke kwesties die aan het licht zijn gekomen bij de wettelijke controleopdracht, in het bijzonder over ernstige tekortkomingen in het financiële verslaggevingproces. § 7. Als de met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, mogen die banden geen belemmering vormen voor een individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op de instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als zij nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, mogen de voor die persoon geldende wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen of hun uitvoering, geen belemmering vormen voor een individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op de instelling. § 8. De met een vereffeninginstelling gelijkgestelde instellingen zorgen ervoor dat gegevens over alle door hun verrichte diensten en transacties worden bijgehouden die voldoende zijn om de CBFA in staat te stellen na te gaan of de in dit besluit gestelde eisen worden nageleefd en in het bijzonder of zij alle verplichtingen jegens hun dienstbetrekkers zijn nagekomen. § 9. De door de CBFA conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten genomen reglementen worden getroffen na advies van de Nationale Bank van België, voor het bepalen van de nadere regels betreffende de verplichtingen waarvan sprake in dit artikel. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde besluit wordt een artikel 10bis ingevoegd, luidende : « Art. 10bis.§ 1. Iedere met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling legt passende beleidslijnen en procedures vast om de naleving van de bepalingen van dit besluit door de instelling, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden te verzekeren. § 2. Iedere met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling neemt passende organisatorische en administratieve maatregelen om te voorkomen dat belangenconflicten tussen de instelling, haar bestuurders, effectieve leiding, werknemers en gevolmachtigden, of een met haar verbonden onderneming, enerzijds, en haar cliënteel anderzijds, of tussen haar cliënten onderling, de belangen van deze laatsten zouden schaden. § 3. Iedere met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling neemt passende maatregelen om de continuïteit van haar diensten en activiteiten te verzekeren. Zij voorzien in passende structurele maatregelen en urgentieplannen in geval van stoornissen in hun werking of van betekenisvolle tekortkomingen in hoofde van deelnemers aan een vereffeningssysteem. § 4. Wanneer een met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling operationele taken die van kritiek belang zijn voor een continue en bevredigende dienstverlening aan haar cliënten, aan derden uitbesteedt, neemt zij passende maatregelen om het hiermee gepaard gaande operationeel risico te beperken De in het eerste lid bedoelde uitbesteding mag geen wezenlijke afbreuk doen aan het passende karakter van de internecontroleprocedures van de instelling en aan het vermogen van de CBFA om te controleren of de instelling haar wettelijke verplichtingen nakomt. § 5. Iedere met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling houdt de gegevens bij over de door haar verrichte diensten en activiteiten om de CBFA in staat te stellen na te gaan of de instelling de bepalingen van dit besluit naleeft, inzonderheid of de instelling haar verplichtingen tegenover haar cliënteel of potentieel cliënteel nakomt. § 6. Wanneer een met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling financiële instrumenten aanhoudt die aan haar cliënteel toebehoren, neemt zij passende maatregelen om de rechten van haar cliënteel te vrijwaren in geval van haar insolventie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij neemt passende maatregelen om te voorkomen dat financiële instrumenten toebehorend aan een cliënt voor haar eigen rekening worden gebruikt, tenzij de cliënt hiermee uitdrukkelijk instemt. § 7. De personen belast met de effectieve leiding van de met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling, in voorkomend geval het directiecomité, nemen onder toezicht van het wettelijke bestuursorgaan van de instelling de nodige maatregelen voor de naleving van het bepaalde bij de paragrafen 1 tot 6. Het wettelijke bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité, dient minstens jaarlijks te controleren of de instelling aan het bepaalde bij deze paragrafen beantwoordt, en neemt kennis van de genomen passende maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen belast met de effectieve leiding, in voorkomend geval het directiecomité, lichten minstens jaarlijks het wettelijke bestuursorgaan, de CBFA en de erkende commissaris in over de naleving van het bepaalde bij het eerste lid en over de genomen passende maatregelen De informatieverstrekking aan de CBFA en de erkende commissaris gebeurt volgens de modaliteiten die de CBFA bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De erkende commissaris brengt bij het wettelijke bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité, tijdig verslag uit over de belangrijke kwesties die bij de wettelijke controleopdracht aan het licht zijn gekomen. § 8. De door de CBFA conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten genomen reglementen worden getroffen na advies van de Nationale Bank van België, voor het bepalen van de nadere regels betreffende de verplichtingen waarvan sprake in dit artikel. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen moeten te allen tijde op geconsolideerde en niet-geconsolideerde basis, voldoen aan de normen inzake solvabiliteit, liquiditeit en risicoconcentratie, en andere begrenzingsnormen, die de CBFA, na advies van de Nationale Bank van België, bij een conform artikel 64 van de wet van 2 augustus genomen reglement kan bepalen.De in dit lid bedoelde normen kunnen zowel van kwantitatieve als van kwalitatieve aard zijn. »; 2° na de volgende leden wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende : « Onverminderd het bepaalde bij het eerste lid, moet elke vereffeningsinstelling en met vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling beschikken over een voor haar werkzaamheden en voorgenomen werkzaamheden passend beleid inzake kapitaalbehoeften.De personen belast met de effectieve leiding van een dergelijke instelling, in voorkomend geval het directiecomité, werken daartoe onder toezicht van het hoogste bestuursorgaan een beleid uit dat de huidige en toekomstige kapitaalbehoeften van de instelling identificeert en vastlegt, rekening houdend met de aard, de omvang en de complexiteit van deze werkzaamheden, de eraan verbonden risico's, en het beleid van de instelling inzake risicobeheer De vereffeningsinstelling en met vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling evalueert regelmatig haar beleid inzake kapitaalbehoeften en past dit beleid zonodig aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de CBFA van oordeel is dat het beleid van een vereffeningsinstelling of een met vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling inzake haar kapitaalbehoeften niet beantwoordt aan het risicoprofiel van de instelling, kan zij in het licht van de doelstellingen van dit besluit vereisten opleggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en risicoposities ter aanvulling van deze bedoeld in het eerste lid. Zij kan bij reglement de criteria en procedures bepalen die zij daarbij in acht neemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA bepaalt bij reglement welke informatie de vereffeningsinstellingen en met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instelling publiek moeten maken over hun solvabiliteits-, liquiditeits-, risicoconcentratie- en andere risicoposities, alsook over hun beleid inzake kapitaalbehoeften. Zij bepaalt tevens de wijze waarop deze informatie moet worden bekendgemaakt en de frequentie van bekendmaking. »; 3° het artikel wordt aangevuld met de volgende leden : « In bijzondere gevallen kan de CBFA afwijkingen toestaan van de bepalingen van de met toepassing van dit artikel genomen reglementen. De door de CBFA conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten genomen reglementen worden getroffen na advies van de Nationale Bank van België, voor het bepalen van de nadere regels betreffende de verplichtingen waarvan sprake in dit artikel. » Art. 29.In artikel 15 van hetzelfde koninklijk besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2 wordt aangevuld met de volgende leden : « De CBFA bepaalt, bij reglement goedgekeurd door de Koning, hoe die verplichtingen ten uitvoer worden gelegd. Indien de CBFA in gebreke blijft het in het vorige lid bedoelde reglement vast te stellen of het in de toekomst te wijzigen, is de Koning gemachtigd om zelf daartoe het initiatief te nemen. »; 2° in § 3 worden de woorden « artikel 20, § 2, waarmee de instelling nauwe banden heeft » vervangen door de woorden « artikel 32, § 4, van de wet van 22 maart 1993 of in artikel 76, § 4, van de voornoemde wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, waarmee de instelling nauwe banden heeft, in een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten in de zin van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° na het eerste lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende : « Zij beoordeelt inzonderheid, het passende karakter van de beleidsstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle van de in het eerste lid bedoelde instellingen als bedoeld in de artikelen 10 en 10bis, en het passende karakter van het beleid van deze instellingen inzake hun kapitaalbehoeften als bedoeld in artikel 13, tweede lid.Zij stelt de frequentie en de omvang van deze beoordeling vast en houdt daarbij rekening met het belang van de werkzaamheden van de instelling voor het financiële stelsel, en met de aard, omvang en complexiteit ervan alsmede met het evenredigheidsbeginsel De beoordeling wordt minimaal eenmaal per jaar bijgewerkt. »; 2° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt in het onderdeel 2° de woorden « en de interne controle van een instelling » vervangen door de woorden « , de interne controle en het beleid van de instelling inzake haar kapitaalbehoeften;».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 3, tweede lid, worden de woorden « interne controle procedures voor het geconsolideerde geheel » vervangen door de woorden « interne controle procedures, als bedoeld in de artikelen 10 en 10bis, voor het geconsolideerde geheel, »;2° § 3, derde lid, wordt vervangen als volgt : « De in artikel 13, eerste tot en met vierde lid, bedoelde normen en verplichtingen kunnen worden opgelegd op basis van de geconsolideerde positie van de vereffeningsinstelling of de met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling en haar dochterondernemingen.Het bepaalde bij artikel 13, vijfde en zesde lid, is alsdan van overeenkomstige toepassing. »; 3° § 3, zesde lid, wordt aangevuld als volgt : « Indien de CBFA de toetsing niet zelf verricht, kan zij niettemin aan de verificatie deelnemen zo zij dit wenselijk acht.»; 4° in § 5 wordt tussen de woorden « financiële holding » en het woord « is » de woorden « uit een Lid-Staat van de Europese Economische Ruimte » ingevoegd;5° § 5 wordt aangevuld met een nieuw lid, luidende : « Voor iedere vereffeningsinstelling of met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling waarvan de moederonderneming een financiëleholding van buiten de Europese Economische Ruimte is, geschiedt het toezicht op basis van de geconsolideerde financiële positie van de financiële holding.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt het woord « revisor » vervangen door het woord « commissaris »;2° in het derde en vierde lid worden de woorden « revisor », « plaatsvervangende revisoren » en « erkende revisoren » respectievelijk vervangen door de woorden « commissaris », « plaatsvervangende commissarissen » en « commissarissen »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 27 van hetzelfde besluit worden de woorden « de taak van de revisor » en « verbodsbepalingen voor revisoren » respectievelijk vervangen door de woorden « de taak van de commissaris » en « verbodsbepalingen voor commissarissen »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 29 van hetzelfde besluit worden de woorden « de aanstelling van erkende revisoren en plaatsvervangende erkende revisoren » en « de aanstelling van de revisor » respectievelijk vervangen door de woorden « de aanstelling van commissarissen en plaatsvervangende commissarissen » en « de aanstelling van de commissaris »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 30 van hetzelfde besluit worden de woorden « een erkend revisor, plaatsvervangend erkend revisor », « erkende commissaris-revisor », « plaatsvervangende erkende revisor » en « erkende revisor in een vereffeningsinstelling » respectievelijk vervangen door de woorden « een commissaris, plaatsvervangend commissaris », « commissaris », « plaatsvervangende commissaris » en « commissaris in een vereffeningsinstelling »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 31 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « erkende revisoren » worden vervangen door het woord « commissarissen »;2° in het eerste lid wordt het onderdeel 1° vervangen als volgt : « 1° beoordelen zij de interne controlemaatregelen die de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen hebben getroffen als bedoeld in de artikelen 10, § 3, eerste lid, en 10bis, §§ 2, 3 en 4, en delen zij hun bevindingen mee aan de CBFA »; 3° in het eerste lid wordt het onderdeel 2° vervangen als volgt : « 2° bevestigen zij aan de CBFA dat de periodieke staten die haar aan het einde van het eerste halfjaar en aan het einde van het boekjaar worden bezorgd, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft in alle materieel belangrijke opzichten in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen, inzake volledigheid, d.i. alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en juistheid, d.i. de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld; en bevestigen zij geen kennis te hebben van feiten waaruit zou blijken dat de periodieke staten niet volgens de geldende richtlijnen van de CBFA zijn opgemaakt, en, voor wat de boekhoudkundige gegevens betreft, niet zijn opgesteld met toepassing van de boeking- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening, of, voor de periodieke staten die geen betrekking hebben op het einde van het boekjaar, niet zijn opgesteld met toepassing van de boeking- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar; de CBFA kan de hier bedoelde periodieke staten nader bepalen; »; 4° in het eerste lid wordt het onderdeel 3° vervangen als volgt : « 3°« brengen zij bij de CBFA op haar verzoek een bijzonder verslag uit over de organisatie, de werkzaamheden en de financiële structuur van de vereffeningsinstelling of de met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling;de kosten voor de opstelling van dit verslag worden door de vereffeningsinstelling of de met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling gedragen, »;</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 33 van hetzelfde besluit wordt in § 1, tweede lid, na het onderdeel 1° een onderdeel 1°bis ingevoegd, luidende : « 1°bis strengere vereisten opleggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere begrenzingen, dan deze bedoeld in artikel 13; »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 38</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 35 van hetzelfde besluit worden in het onderdeel 8° de woorden « als revisor » vervangen door de woorden « als commissaris »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 38 van hetzelfde besluit wordt na het eerste lid een nieuw lid toegevoegd, luidende : « De effectieve leiding van de vereffeningsinstelling of de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instelling, in voorkomend geval het directiecomité, verklaart aan de CBFA dat voornoemde periodieke staten die zij aan het einde van het eerste halfjaar en aan het einde van het boekjaar overmaakt in overeenstemming zijn met de boekhouding en de inventarissen. Daartoe is vereist dat de periodieke staten volledig zijn, d.i. alle gegevens bevatten uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld, en juist zijn, d.i. de gegevens correct weergeven uit de boekhouding en de inventarissen op basis waarvan de periodieke staten worden opgesteld Zij bevestigt het nodige gedaan te hebben opdat de voornoemde staten volgens de geldende richtlijnen van de CBFA opgemaakt zijn, en opgesteld zijn met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening, of, voor de periodieke rapporteringsstaten die geen betrekking hebben op het einde van het boekjaar, met toepassing van de boekings- en waarderingsregels voor de opstelling van de jaarrekening met betrekking tot het laatste boekjaar. ». HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 21 november 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/11/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2005 numac 2005003820 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekerings-ondernemingen, beleggingsondernemingen en beheer-vennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen sluiten over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen Art. 40.In artikel 15 van het koninklijk besluit van 21 november 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/11/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2005 numac 2005003820 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekerings-ondernemingen, beleggingsondernemingen en beheer-vennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen sluiten over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, beleggings-ondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991 houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt aangevuld met de volgende leden : « De personen die deelnemen aan het bestuur of het beleid van een gemengde financiële holding naar Belgisch recht, zonder deel te nemen aan de effectieve leiding, moeten over de voor de uitoefening van hun taak vereiste deskundigheid en passende ervaring beschikken. Indien de statuten van een gemengde financiële holding naar Belgisch recht voorzien in de oprichting van een directiecomité als bedoeld in artikel 524bis van het wetboek van vennootschappen, bestaat dit directiecomité uit minstens twee bestuurders. »; 2° in § 2 wordt de verwijzing naar de artikelen 26, 69 en 161 respectievelijk vervangen door een verwijzing naar de artikelen 26bis, 69bis en 161bis.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41-27\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 30 van hetzelfde besluit wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende : « In afwijking van het eerste lid dienen de gemengde financiële holdings naar Belgisch recht zich uiterlijk op 1 januari 2008 te conformeren aan het bepaalde bij artikel 15, § 1, derde lid. ». HOOFDSTUK VI. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 42.De personen bedoeld in artikel 4, § 4, tweede lid, van het voormelde koninklijk besluit van 12 augustus 1994 die op de datum van inwerkingtreding van onderhavig besluit deelnemen aan het bestuur of het beleid, worden tot aan de eerstvolgende voordracht tot hernieuwing van hun benoeming geacht over de vereiste deskundigheid en passende ervaring te beschikken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43-28\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 43</span><span class=\"lf-art-t\">Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 44</span><span class=\"lf-art-t\">Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 29 oktober 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Vice-eersteminister en Minister van Financiën, D. REYNDERS</p></div>", "next": 0}