{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Onverminderd het bepaalde in de sectorale regelgeving, delen zij elkaar op aanvraag alle relevante informatie mee en delen uit eigen beweging alle essentiële informatie mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie kan informatie over ondernemingen die deel uitmaken van een financiële dienstengroep ook uitwisselen met de in artikel 75, § 1, 1°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten bedoelde autoriteiten die geen bevoegde autoriteit zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De samenwerking en informatie-uitwisseling bedoeld in deze paragraaf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 3, afdeling 6, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten. § 2. De Commissie als bevoegde autoriteit belast met het aanvullende groepstoezicht kan de buitenlandse bevoegde autoriteiten van de onderneming aan het hoofd van de groep verzoeken deze onderneming alle informatie te vragen die relevant is voor de uitoefening van haar aanvullende groepstoezicht, en vragen die informatie aan haar door te geven. Wanneer deze autoriteit ressorteert onder een land buiten de Europese Economische Ruimte, is het bepaalde van artikel 22, 2°, van overeenkomstige toepassing. § 3. Wanneer voor de toepassing van artikel 21, § 1, de gevraagde informatie in uitvoering van de sectorale regelgeving reeds gerapporteerd is aan een andere bevoegde autoriteit zal de bevoegde autoriteit belast met het aanvullende groepstoezicht zich in de mate van het mogelijke tot die autoriteit richten voor het verkrijgen van die informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Samenwerkingsovereenkomsten Art. 26.Onverminderd de samenwerkingsovereenkomsten bedoeld in de overige bepalingen van dit besluit, sluit de Commissie met buitenlandse bevoegde autoriteiten de overeenkomsten die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van het aanvullende groepstoezicht als bepaald bij dit besluit. Deze overeenkomsten regelen waar nodig de modaliteiten van uitoefening van dit toezicht, met inbegrip van de modaliteiten van samenwerking en informatie-uitwisseling onder bevoegde autoriteiten, met in acht neming van het bepaalde in hoofdstuk 3, afdeling 6, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten. Zij kunnen inzonderheid de procedures regelen van de besluitvorming tussen de relevante bevoegde autoriteiten als bedoeld in de artikelen 2, 3, 9, 17, 18, 24 en 27. HOOFDSTUK IV. - Administratieve maatregelen en sancties Art. 27.Wanneer de Commissie vaststelt dat een gereglementeerde onderneming, financiële holding, verzekeringsholding of gemengde financiële holding, welke deel uitmaakt van een financiële dienstengroep, de sectorale regelgeving onrechtmatig omzeilt of tracht te omzeilen, neemt zij ten aanzien van de gereglementeerde onderneming de herstelmaatregelen en kan zij ten aanzien van de voormelde ondernemingen de administratieve sancties opleggen, als voorzien in de artikelen 57, 102 en 103 van de bankwet, voor wat kredietinstellingen, financiële holdings en gemengde financiële holdings betreft, in de artikelen 26, 27, 81 en 82 van de verzekeringswet, voor wat verzekeringsondernemingen, verzekeringsholdings en gemengde financiële holdings betreft, in de artikelen 104, 108 en 109 van de wet op de beleggingsondernemingen voor wat beleggingsondernemingen, financiële holdings en gemengde financiële holdings betreft, en in de artikelen 197, 201 en 202 van de wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles voor wat beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, financiële holdings en gemengde financiële holdings betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie en de andere betrokken bevoegde autoriteiten coördineren waar nodig de administratieve maatregelen die zij nemen in uitvoering van de bepalingen inzake het aanvullende groepstoezicht m.b.t. financiële dienstengroepen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITRE II. - Overige bepalingen HOOFDSTUK I. - Wijzigingsbepalingen met betrekking tot het</h3>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen Art. 28.§ 1. In bijlage V, I, van het koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 1.1. wordt de laatste zin van het eerste lid vervangen als volgt : « De CBFA kan evenwel op elk ogenblik de toepassing van de methode van aftrek en aggregatie zoals beschreven in punt I.3. of de methode van aftrek van vereiste zoals beschreven in punt I.4. toestaan of opleggen, wanneer deze methodes meer aangepast zijn. »; 2° in punt 1.1. wordt het vierde lid aangevuld als volgt : « Indien tussen ondernemingen in een verzekeringsgroep geen kapitaalbanden bestaan, bepaalt de CBFA met welk deel van het solvabiliteitstekort rekening dient gehouden. »; 3° in punt 1.2.a) wordt de tweede zin vervangen als volgt : « Daartoe moeten de waarden van de bestanddelen bedoeld in artikel 15bis, § 4, van de wet worden geëlimineerd in de berekening van de aangepaste solvabiliteitsmarge.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijze van eliminatie hangt af van de toegepaste methode (methode gebaseerd op de consolidatie van de jaarrekeningen, methode van aftrek en aggregatie of methode van aftrek van vereiste). »; 4° in punt 2, eerste lid, worden de woorden « de bepalingen van het koninklijk besluit van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen, zoals van toepassing verklaard op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen door het koninklijk besluit van 13 februari 1996 betreffende de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen » vervangen door de woorden « de bepalingen van het wetboek van vennootschappen en het koninklijk besluit van 30 januari 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/01/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/2001 numac 2001009091 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen sluiten tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen die het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening regelen », en worden in het vijfde lid de woorden « in toepassing van het koninklijk besluit van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen, zoals van toepassing verklaard op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen door het koninklijk besluit van 13 februari 1996 betreffende de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen » weggelaten;5° de bestaande tekst wordt aangevuld met een punt 4, luidende : « 4.Berekening van de aangepaste solvabiliteitsmarge door toepassing van de methode van aftrek van vereiste Onder dezelfde voorwaarden als voor de methode bedoeld in punt I.3. kan de CBFA het gebruik toestaan van de methode van aftrek van een vereiste.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangepaste solvabiliteitsmarge is als dan het verschil tussen : i) de som van de vermogens-bestanddelen die in aanmerking mogen worden genomen voor de solvabiliteitsmarge van de deelnemende verzekeringsonderneming, en ii) de som van - de solvabiliteitsvereiste van de deelnemende verzekeringsonder-neming, en - het proportioneel deel van de solvabiliteitsvereiste van de verbonden verzekeringsonderneming.». § 2. In bijlage V, punt II, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het vierde lid worden de woorden « de bepalingen van het koninklijk besluit van 6 maart 1990 op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen, zoals van toepassing verklaard op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen door het koninklijk besluit van 13 februari 1996 » vervangen door de woorden « de bepalingen van het wetboek van vennootschappen en het koninklijk besluit van 30 januari 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/01/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/2001 numac 2001009091 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen sluiten tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen die het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening regelen »; 2° het zevende lid wordt vervangen als volgt : « Indien dit niet het geval is, zal naargelang het geval, hetzij de methode van aftrek en aggregatie zoals beschreven in punt I.3, hetzij de methode van aftrek van vereiste zoals beschreven in punt I.4, worden toegepast. »; 3° het achtste lid wordt vervangen als volgt : « Wanneer blijkt dat de toepassing van de methode gebaseerd op de consolidatie van jaarrekeningen belangrijke praktische problemen stelt, kan de CBFA de toepassing toestaan of voorschrijven van hetzij de methode van aftrek en aggregatie zoals beschreven in punt I.3, hetzij de methode van aftrek van vereiste zoals beschreven in punt I.4. »; 4° de bestaande tekst wordt aangevuld met het volgende lid : « Wanneer een verzekeringsonderneming naar Belgisch recht een dochteronderneming is van een andere verzekeringsonderneming, een verzekeringsholding of een herverzekeringsonderneming, met zetel in een derde land, kan de CBFA, in afwijking van de voorgaande bepalingen, met de bevoegde autoriteit van het land waar de moederonderneming haar zetel heeft of met een andere geschikte buitenlandse bevoegde autoriteit in een tussen hen afgesloten samenwerkings-overeenkomst overeenkomen dat deze laatste het aanvullend toezicht uitoefent, op voorwaarde dat dit toezicht evenwaardig is met de bepalingen van de Richtlijn 98/78/EG.In dat geval moet de naleving van de verplichtingen minstens eenmaal per jaar binnen vier maanden na de afsluiting van het boekjaar van de moederonderneming bevestigd worden aan de CBFA door de buitenlandse bevoegde autoriteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de verklaring van naleving dient de geconsolideerde jaarrekening gevoegd van de moederonderneming. Het bepaalde bij artikel 77 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten is op bedoelde overeenkomsten van toepassing. ». Art. 29.§ 1. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de tekst van punt 2° wordt vervangen als volgt : « 2° richtlijn : de richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van krediet-instellingen »;2° het punt 3° wordt opgeheven;3° de tekst van punt 7° wordt aangevuld als volgt : « worden voor de toepassing van dit besluit met een financiële instelling gelijkgesteld, de beheervennoot-schappen van instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in de wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, de vereffeningsinstellingen waarvan sprake in artikel 2, 17°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten en de instellingen waarvan het bedrijf bestaat uit het gehele of gedeeltelijke operationele beheer van diensten verstrekt door dergelijke vereffeningsinstellingen.»; 4° de tekst van punt 8° wordt vervangen als volgt : « 8° financiële holding : een financiële instelling waarvan de dochterondernemingen uitsluitend of hoofdzakelijk een of meer kredietinstellingen of financiële instellingen zijn en waarvan ten minste één dochteronderneming een kredietinstelling is, en die geen gemengde financiële holding is in de zin van artikel 49bis van de wet »;5° de tekst van punt 9° wordt vervangen als volgt : « 9° gemengde holding : een onderneming die noch een kredietinstelling is, noch een financiële holding, noch een gemengde financiële holding in de zin van artikel 49bis van de wet, en, alleen of gezamenlijk met anderen, de controle heeft over een of meerdere kredietinstellingen »;6° de bestaande tekst wordt aangevuld als volgt : « 11° de Commissie : de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen ». § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 2, § 3, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de tekst van punt 3° wordt aangevuld met het volgende lid : « Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt onweerlegbaar beschouwd als deelneming, het rechtstreekse of onrechtstreekse bezit van maatschappelijke rechten die 20 % of meer vertegenwoordigen van de stemrechten of het kapitaal van een onderneming.»; 2° in punt 4°, eerste lid, worden de woorden « artikelen 13, 14 en 15 van het koninklijk besluit op de geconsolideerde jaarrekening van de ondernemingen » vervangen door de woorden « artikelen 107, 108 en 109 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/01/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/2001 numac 2001009091 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen sluiten tot uitvoering van het wetboek van vennootschappen », worden in het tweede lid de woorden « artikel 13, eerste lid, 1° » vervangen door de woorden « artikel 107, eerste lid, 1° », en wordt het laatste lid opgeheven; 3° de bestaande tekst, wordt aangevuld met een punt 5°, luidende : « 5° Verzekeringsondernemingen, herverzekeringsondernemingen en verzekeringsholdings, die hetzij een dochteronderneming zijn, hetzij waarin een deelneming wordt gehouden, worden onder de hiernavolgende voorwaarden opgenomen in de geconsolideerde positie voor de toepassing van de artikelen 3 en 4 : a) indien de onderneming die de moederonderneming is of die de deelneming aanhoudt het hoofd van een financiële dienstengroep is m.b.t. dewelke aanvullend groepstoezicht uitgeoefend wordt in de zin van artikel 49bis, en de verzekeringsonderneming, herverzekeringsonderneming en verzekeringsholding in het aanvullend groepstoezicht worden opgenomen, worden deze buiten de geconsolideerde positie gelaten voor de toepassing van de artikelen 3 en 4; b) indien de onderneming die de moederonderneming is of die de deelneming aanhoudt niet het hoofd van een financiële dienstengroep is in de zin van artikel 49bis, wordt de verzekeringsonderneming, herverzekeringsonderneming of verzekeringsholding in de geconsolideerde positie opgenomen : - voor de toetsing van de solvabiliteitscoëfficiënten : de Commissie kan in het bijzonder een van de berekeningsmethoden toestaan of opleggen voorzien bij het in uitvoering van artikel 49bis van de wet genomen koninklijk besluit over de financiële dienstengroepen, dan wel de aftrekregel voorzien in de in uitvoering van artikel 43 van de wet genomen solvabiliteitsreglementering; - voor de toetsing van de begrenzingnormen betreffende risicoconcentratie. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De titel van hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Moederondernemingen die een kredietinstelling zijn met zetel in de Europese Economische Ruimte ». § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met de volgende paragraaf : « § 4. Kredietinstellingen naar Belgisch recht die een dochteronderneming zijn van een kredietinstelling met zetel in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of waarin een dergelijke buitenlandse instelling een deelneming houdt, zijn op overeenkomstige wijze onderworpen aan een toezicht op basis van de geconsolideerde positie van de buitenlandse kredietinstelling overeenkomstig het bepaalde in de richtlijn. » § 5. De titel van hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Moederondernemingen die een financiële holding zijn met zetel in de Europese Economische Ruimte ». § 6. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden « met als moederonderneming een financiële holding » vervangen door de woorden « met als moederonderneming een financiële holding met zetel in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte »;2° § 1, tweede lid, 1°, wordt het tweede lid vervangen als volgt : « met de solvabiliteitscoëfficiënten worden bedoeld, de solvabiliteitscoëfficiënten die de eigen vermogensverplichting definiëren in verhouding tot het risicovolume, met uitsluiting van de vereiste inzake de algemene solvabiliteitscoëfficiënt en de vereiste ter dekking van de vaste activa »;3° in § 1, tweede lid, wordt een punt 1°bis ingevoegd, luidende : « 1°bis het beleid, de organisatie en de interne controleprocedures voor het geconsolideerde geheel en de invloed van de geconsolideerde ondernemingen op andere ondernemingen »;4° de tekst wordt aangevuld met de volgende paragrafen : « § 3.Niettegenstaande het bepaalde in § 2, eerste lid, moet de Commissie in kennis worden gesteld van de identiteit van de natuurlijke personen of rechtspersonen die al dan niet stemrechtverlenende aandelen die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen van een financiële holding naar Belgisch recht wensen te verwerven, zodanig dat zij, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten minste 5 % bezitten in het kapitaal of de stemrechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde bij artikel 24 van de wet is op overeenkomstige wijze van toepassing. § 4. Niettegenstaande het bepaalde in § 2, eerste lid, moet de effectieve leiding van een financiële holding naar Belgisch recht toevertrouwd worden aan ten minste twee natuurlijke personen, die voor de uitoefening van hun functies beschikken over de vereiste professionele betrouwbaarheid en de passende ervaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bepaalde bij artikelen 19, 26, 27 en 28 van de wet is op overeenkomstige wijze van toepassing. » § 7. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3, derde lid, wordt vervangen als volgt : « Voor de toepassing van het bepaalde bij § 2, 2°, en het eerste en het tweede lid van onderhavige paragraaf, sluit de Commissie met de betrokken bevoegde autoriteiten overeenkomsten, overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen 75, § 1, 4°, en 77, § 2, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten »;2° § 4 wordt opgeheven. § 8. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt § 2 opgeheven en wordt in §§ 1 en 3 elke verwijzing naar § 2 opgeheven. § 9. In artikel 7, § 2, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden « artikel 4, § 1, tweede lid, 2° » vervangen door de woorden « artikel 4, § 1, tweede lid, 1°bis en 2° ». § 10. In hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IIIbis ingevoegd, luidende : « Hoofdstuk IIIbis - Moederondernemingen met zetel buiten de Europese Economische Ruimte Artikel 7bis § 1. Kredietinstellingen naar Belgisch recht met als moederonderneming een kredietinstelling of financiële holding, met zetel buiten een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en welke kredietinstellingen niet reeds het voorwerp zijn van geconsolideerd toezicht overeenkomstig het bepaalde in de hoofdstukken II en III, worden aan geconsolideerd toezicht onderworpen volgens de bepalingen van dit artikel. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie verifieert of de in § 1 bedoelde kredietinstellingen onderworpen zijn aan een door een bevoegde autoriteit van buiten de Europese Economische Ruimte uitgeoefend toezicht dat gelijkwaardig is met het geconsolideerd toezicht uit hoofde van de bepalingen van de hoofdstukken II en III. Alvorens een beslissing te nemen raadpleegt de Commissie de andere betrokken bevoegde autoriteiten uit landen van de Europese Economische Ruimte over de al dan niet gelijkwaardigheid van dit geconsolideerde toezicht. Zij houdt rekening met de richtsnoeren die het Europees Comité voor het Bankwezen dienaangaande uitbrengt overeenkomstig de bepalingen van de richtlijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 5 een andere bevoegde autoriteit dan de Commissie belast zou zijn met het geconsolideerde toezicht, kan de Commissie haar bevindingen en zienswijze over de in het eerste lid bedoelde gelijkwaardigheid aan deze andere bevoegde autoriteit meedelen. § 3. Indien de procedure in § 2 leidt tot de vaststelling dat een gelijkwaardig geconsolideerd toezicht ontbreekt, worden de betrokken kredietinstellingen naar Belgisch recht onderworpen aan een geconsolideerd toezicht met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de hoofdstukken II en III .§ 4. In afwijking van § 3 kan de Commissie als bevoegde autoriteit belast met het geconsolideerde toezicht, na overleg met de andere betrokken bevoegde autoriteiten, beslissen een andere passende methode van toezicht toe te passen, welke methode de doelstellingen van het geconsolideerde toezicht als bepaald door de richtlijn dient te verwezenlijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie kan meer bepaald eisen dat de kredietinstellingen en de eventuele andere instellingen onder prudentieel toezicht, opgericht naar het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, worden ondergebracht in een groep met aan het hoofd een onderneming opgericht naar het recht van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte, en de bepalingen van hoofdstuk II en III toepassen op basis van de geconsolideerde positie van deze onderneming. De Commissie als bevoegde autoriteit belast met het geconsolideerde toezicht stelt de overige betrokken bevoegde autoriteiten en de Europese Commissie in kennis van elke beslissing genomen met toepassing van deze paragraaf. § 5. Voor de toepassing van het bepaalde bij §§ 3 en 4 sluit de Commissie de nodige overeenkomsten met de betrokken buitenlandse bevoegde autoriteiten overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen 75, § 1, 4°, en 77, § 2, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten. ». § 11. In artikel 8, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt een nieuw lid toegevoegd, luidende : « Het lid bepaalde bij artikel 4, § 1, tweede lid, 2°, is op overeenkomstige wijze van toepassing op de verrichtingen tussen de kredietinstelling en de gemengde holding en haar dochterondernemingen. »; 2° in § 2 worden de woorden « overeenkomsten afgesloten tussen de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen en de betrokken buitenlandse bevoegde autoriteiten » vervangen door de woorden « overeenkomsten afgesloten tussen de Commissie en de betrokken buitenlandse bevoegde autoriteiten, overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen 75, § 1, 4°, en 77, § 2, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten ». § 12. In hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt een artikel 8bis ingevoegd, luidende : « Artikel 8bis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van de reglementaire coëfficiënten inzake risicoconcentratie opgelegd in uitvoering van artikel 43 van de wet, oefent de Commissie een algemeen toezicht uit op de verrichtingen die plaatsvinden tussen een kredietinstelling naar Belgisch recht enerzijds en haar moederonderneming die een gemengde holding is en de andere dochterondernemingen van deze laatste anderzijds.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kredietinstellingen dienen te beschikken over een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie en risicobeheer- en interne controleprocedures, die een correcte identificatie, meting en opvolging van de in het eerste lid bedoelde verrichtingen waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie ziet hierop toe. Zij kan specifieke rapporteringverplichtingen voorschrijven betreffende de in het eerste lid bedoelde verrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aard en de omvang van de in het eerste lid bedoelde verrichtingen een bedreiging vormen voor de financiële positie van de betrokken kredietinstelling, neemt de Commissie passende maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd eventuele andere maatregelen kan zij eisen dat deze verrichtingen worden afgebouwd. ». § 13. In artikel 10, § 1, van hetzelfde besluit worden de woorden « hoofdstukken II en III » vervangen door « hoofdstukken II, III en IIIbis. » § 14. In artikel 11, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden « samenwerkingsovereenkomsten die de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen met de betrokken buitenlandse bevoegde autoriteiten heeft gesloten » vervangen door de woorden « samenwerkingsovereenkomsten die de Commissie met de betrokken buitenlandse bevoegde autoriteiten heeft gesloten, overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen 75, § 1, 4°, en 77, § 2, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten ». § 15. Artikel 13, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld als volgt : « Indien de Commissie de verificatie niet zelf verricht, zal zij niettemin daaraan deelnemen zo zij dit noodzakelijk acht. ». § 16. De artikelen 14, 15, 16 en 17 van hetzelfde besluit worden opgeheven. § 17. In hetzelfde besluit wordt, met uitzondering van artikel 1, 11°, elke verwijzing naar de Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen vervangen door de Commissie en worden de woorden « de Europese Gemeenschap » vervangen door de woorden « de Europese Economische Ruimte ». HOOFDSTUK II. - Slotbepalingen Art. 30.Dit besluit treedt in werking op de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. De voorschriften van titel I en titel II, hoofdstuk I, zijn op de aan dit besluit onderworpen ondernemingen van toepassing met ingang van het boekjaar van deze ondernemingen dat aanvangt in 2005. Art. 31.Onze Minister bevoegd voor Economie en Onze Minister bevoegd voor Financiën zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 21 november 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Economie, M. VERWILGHEN Bijlage bij het koninklijk besluit van 21 november 2005 over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen SOLVABILITEIT 1. De gereglementeerde ondernemingen dienen op niveau van de financiële dienstengroep te beschikken over eigen vermogen dat steeds minstens gelijk is aan de solvabiliteitsvereisten berekend op groepsniveau.Het eigen vermogen en de solvabiliteitsvereisten worden berekend volgens een van de in punt 2 bepaalde methodes, met toepassing van de in de punten 3 en 4 bepaalde beginselen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit belast met het aanvullende groepstoezicht op een financiële dienstengroep bepaalt de methode die wordt toegepast. Zij mag een combinatie van meerdere van deze methoden toestaan. Zij pleegt over de toe te passen methode voorafgaandelijk overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en met de betrokken financiële dienstengroep. 2. Berekeningsmethodes 2.1. Methode 1 : methode op basis van de geconsolideerde rekeningen Het eigen vermogen en de solvabiliteitsvereisten op groepsniveau worden berekend op basis van de geconsolideerde positie van de groep, aan de hand van de geconsolideerde jaarrekeningen of tussentijdse geconsolideerde rekeningen. De geconsolideerde positie van de groep is de positie van het geconsolideerde geheel dat een consoliderende onderneming vormt met de andere in de consolidatie opgenomen ondernemingen. Onverminderd het bepaalde in punt 3.1., wordt de geconsolideerde positie bepaald met overeenkomstige toepassing van de sectorale regelgeving inzake sectoraal groepstoezicht als bepaald in artikel 49 van de bankwet, hoofdstuk VIIbis van de verzekeringswet en artikel 95 van de wet op de beleggingsondernemingen De bestanddelen van het eigen vermogen op groepsniveau zijn die welke in de relevante sectorale regelgeving van de in de geconsolideerde positie opgenomen ondernemingen erkend worden als eigen vermogensbestanddeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De solvabiliteitsvereiste op groepsniveau is gelijk aan de som van de solvabiliteitsvereisten m.b.t. elke onderscheiden financiële sector die in de groep vertegenwoordigd is. De solvabiliteitsvereisten m.b.t. elke onderscheiden financiële sector worden berekend volgens de relevante sectorale regelgeving. Voor niet-gereglementeerde ondernemingen uit de financiële sector welke niet bij de bovengenoemde berekeningen van de sectorale solvabiliteitsvereisten zijn meegeteld, wordt een theoretisch solvabiliteitsvereiste berekend. 2.2. Methode 2 : methode gebaseerd op aggregatie en aftrek Het eigen vermogen en de solvabiliteitsvereisten worden berekend aan de hand van de jaarrekeningen of tussentijdse rekeningen van elk van de ondernemingen in de groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eigen vermogen op groepsniveau is gelijk aan de som van de eigen vermogens van elke tot de financiële sector behorende gereglementeerde en niet-gereglementeerde onderneming in de financiële dienstengroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestanddelen van het groeps-eigen vermogen zijn die welke in de relevante sectorale regelgeving van de desbetreffende ondernemingen erkend worden als eigen vermogensbestanddeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De solvabiliteitsvereiste op groepsniveau is gelijk aan de som van, enerzijds, de solvabiliteitsvereisten voor elke tot de financiële sector behorende gereglementeerde en niet-gereglementeerde onderneming in de financiële dienstengroep - berekend volgens de relevante sectorale regelgeving -, en anderzijds, de boekwaarde van alle deelnemingen in ondernemingen van de groep. Voor niet-gereglementeerde ondernemingen behorende tot de financiële sector, welke niet bij de bovengenoemde berekeningen van de sectorale solvabiliteitsvereisten zijn meegeteld, wordt een theoretisch solvabiliteitsvereiste berekend. 2.3. Methode 3 : methode gebaseerd op aftrek van vereisten Het eigen vermogen en de solvabiliteitsvereisten worden berekend aan de hand van de jaarrekeningen of tussentijdse rekeningen van elk van de ondernemingen in de groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eigen vermogen dat in aanmerking wordt genomen is het eigen vermogen van de moederonderneming of de onderneming die aan het hoofd van de financiële dienstengroep. De bestanddelen van dit eigen vermogen zijn die welke in de relevante sectorale regelgeving van de desbetreffende onderneming worden erkend als eigen vermogensbestanddeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De solvabiliteitsvereiste is de som van, enerzijds, de solvabiliteitsvereiste van de moederonderneming of de onderneming aan het hoofd van de groep, en anderzijds, de boekwaarde van alle deelnemingen van eerstgenoemde in ondernemingen van de groep of de solvabiliteitsvereisten van deze ondernemingen als dat bedrag hoger is. Voor niet-gereglementeerde ondernemingen behorende tot de financiële sector wordt een theoretisch solvabiliteitsvereiste berekend. 3. Beginselen gemeenschappelijk aan de drie methodes 3.1. Met de solvabiliteitsvereisten voor de ondernemingen behorend tot de banksector worden bedoeld, de solvabiliteitsvereisten door de Commissie bij reglement voorgeschreven in uitvoering van artikel 43 van de bankwet, met uitsluiting van de vereiste inzake de algemene solvabiliteitscoëfficiënt en de vereiste ter dekking van de vaste activa.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de solvabiliteitsvereisten voor de ondernemingen behorend tot de verzekeringssector worden bedoeld, de solvabiliteitsmarge opgelegd bij de artikelen 15 en 91nonies van de verzekeringswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de solvabiliteitsvereisten voor de ondernemingen behorend tot de beleggingsdienstensector worden bedoeld, de solvabiliteitsvereisten door de Commissie bij reglement voorgeschreven in uitvoering van artikel 90 van de wet op de beleggingsondernemingen. 3.2. Eigen vermogenstekorten in dochterondernemingen (in geval van niet-gereglementeerde ondernemingen wordt het theoretische tekort berekend aan de hand van de theoretische solvabiliteitsvereiste) worden voor het totale bedrag in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking hiervan kan de Commissie in haar hoedanigheid van bevoegde autoriteit belast met het aanvullende groepstoezicht toestaan dat het evenredig deel van het tekort in rekening wordt gebracht, indien haar op duidelijke wijze aangetoond wordt dat de verantwoordelijkheid van moederonderneming in de groep verhoudingsgewijze beperkt is tot het deel van het kapitaal dat zij in die onderneming bezitten, op grond van de verantwoordelijkheid die de overige aandeelhouders dragen in verhouding tot hun inbreng in het kapitaal en hun voldoende solvabiliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien tussen de ondernemingen in een financiële dienstengroep geen kapitaalbanden bestaan, bepaalt de Commissie, na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten, het evenredige deel dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van het eigen vermogen van de groep. De Commissie houdt daarbij rekening met de verantwoordelijkheid en het risico waartoe de bestaande betrekkingen tussen die ondernemingen aanleiding geven. 3.3. Bij de berekening van het eigen vermogen op het niveau van een financiële dienstengroep zal elke artificiële eigen vermogensvorming binnen een financiële dienstengroep, zoals het meer dan eenmaal in aanmerking nemen van dezelfde eigen vermogensbestanddelen (multiple gearing') en de niet passende transformatie van de aard van werkmiddelen, worden geëlimineerd. Daartoe zullen de relevante beginselen van de sectorale regelgeving naar analogie worden toegepast. 3.4. De solvabiliteitsvereisten van de tot een bepaalde financiële sector behorende ondernemingen in een financiële dienstengroep, dienen te worden gedekt door eigenvermogensbestanddelen als gedefinieerd in de relevante sectorale regelgeving. Aanvullende solvabiliteitsvereisten op het niveau van de financiële dienstengroep moeten worden gedekt door eigen vermogensbestanddelen die in elk van de sectorale regelgevingen erkend worden (« sectoroverschrijdend eigen vermogen »).</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de sectorale regelgeving het in aanmerking nemen van eigen vermogensinstrumenten aan beperkingen onderwerpt, zijn deze beperkingen van overeenkomstige toepassing bij de berekening van het eigen vermogen op het niveau van de financiële dienstengroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het in aanmerking nemen van eigen vermogensbestanddelen op het niveau van de financiële dienstengroep houdt de Commissie rekening met eventuele beperkingen in de beschikbaarheid en overdraagbaarheid ervan tussen de verschillende ondernemingen in de groep, in het licht van de doeleinden van het aanvullende groepstoezicht in het algemeen en de solvabiliteitsvoorschriften in het bijzonder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De theoretische solvabiliteitsvereiste voor een niet-gereglementeerde onderneming uit de financiële sector is het solvabiliteitsvereiste waaraan een dergelijke onderneming krachtens de relevante sectorale voorschriften zou moeten voldoen indien het om een gereglementeerde onderneming van die specifieke financiële sector zou gaan. De solvabiliteitsvereiste van een gemengde financiële holding wordt berekend overeenkomstig de sectorale regelgeving van de belangrijkste financiële sector in de groep. 4. Beginselen gemeenschappelijk aan de methodes 2 en 3 Onverminderd het bepaalde in punt 3.1. inzake eigen vermogenstekorten in dochterondernemingen, wordt bij de toepassing van deze methodes rekening gehouden met het evenredig deel dat de moederonderneming of de onderneming met een deelneming bezit in een andere onderneming van de financiële dienstengroep. Onder evenredig deel wordt verstaan, het gedeelte van het geplaatste kapitaal dat rechtstreeks of onrechtstreeks door deze onderneming wordt gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 21 november 2005 over het aanvullend groepstoezicht op kredietinstellingen, vezekeringsondernemingen, beleggingsondernemingen en beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging in een financiële dienstengroep, en tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende het algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen en het koninklijk besluit van 12 augustus 1994 over het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 21 november 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Economie, M. VERWILGHEN</p></div>", "next": 0}