{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 88</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 294 van hetzelfde Wetboek, zoals gewijzigd door artikel 87, wordt tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, een lid ingevoegd, luidende : \"Voor niet-inwoners als vermeld in artikel 232 wordt voor de toepassing van de artikelen 290 en 291 evenwel : 1° wanneer de belasting overeenkomstig artikel 243 of 243/1 wordt gevestigd, onder \"belasting Staat\" verstaan de belasting berekend overeenkomstig de artikelen 130 tot 145, 146 tot 154, 169 en 171 tot 174;2° onder \"belasting\" verstaan : - wanneer de belasting overeenkomstig artikel 243 wordt gevestigd : de totale belasting als omschreven in artikel 243, derde lid, 3°, verhoogd met de in de artikelen 14532, § 2, en 157 bedoelde vermeerderingen; - wanneer de belasting overeenkomstig artikel 243/1 wordt gevestigd : de totale belasting als omschreven in artikel 243/1, 4°, verhoogd met de in de artikelen 1457, § 2, 14532, § 2, en 157 bedoelde vermeerderingen; - wanneer de belasting overeenkomstig artikel 244 wordt gevestigd : de belasting zoals bepaald overeenkomstig artikel 290, tweede lid.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 89</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 296, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/1999 numac 1999009006 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van deel II van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de Hoge Raad voor de Justitie, de benoeming en aanwijzing van magistraten en tot invoering van een evaluatiesysteem type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/1998 numac 1998003593 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/01/1999 numac 1999003011 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 28 december 1983 betreffende het verstrekken van sterke drank en betreffende het vergunningsrecht type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1999 numac 1999009059 bron ministerie van justitie Wet betreffende de verticale integratie van het openbaar ministerie, het federaal parket en de raad van de procureurs des Konings sluiten, worden de woorden \"de onroerende voorheffing,\" opgeheven en wordt het woord \"belastingkrediet\" vervangen door het woord \"belastingkredieten\". Art. 90.Artikel 87 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 81 tot 86, 88 en 89 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 85 is eveneens van toepassing op het overschot van de belastingkredieten als bedoeld in artikel 289bis, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 die naar aanslagjaar 2015 zijn overgedragen op grond van artikel 291, tweede en derde lid, van hetzelfde Wetboek zoals ze bestonden voordat ze door artikel 86 van deze wet werden opgeheven. Afdeling 4. - Wijzigingen aan de bepalingen inzake de vestiging en de invordering van de belastingen Art. 91.Artikel 304, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7 en gewijzigd bij de wet van 19 juni 2011, wordt vervangen als volgt : \"Voor rijksinwoners wordt het eventuele overschot van de in de artikelen 134, § 3, en 14524, § 1, vijfde lid, bedoelde belastingkredieten, van de in de artikel 157 en 175 bedoelde voorafbetalingen, van de in de artikelen 270 tot 272 bedoelde bedrijfsvoorheffingen, van de in de artikelen 279 en 284 bedoelde werkelijke of fictieve roerende voorheffingen, van de in de artikelen 289bis, § 1, 289ter en 289ter/1 bedoelde belastingkredieten en van de gewestelijke belastingkredieten, in voorkomend geval, verrekend met de in titel VIII bedoelde aanvullende belastingen op de personenbelasting en wordt het saldo teruggegeven indien het tenminste 2,50 euro bedraagt.\". Art. 92.In artikel 376, § 3, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten en gewijzigd bij de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten1 worden de woorden \"van de verminderingen voortvloeiend uit de toepassing van de artikelen 88, 131 tot 135, 138, 139, 1451 tot 156 en 257\" vervangen door de woorden \"van de verminderingen voortvloeiend uit de toepassing van de artikelen 88, 131 tot 135, 138, 139, 1451 tot 156, 257, 526, § 1, en 539 en van de gewestelijke belastingverminderingen en kortingen\". Art. 93.Artikel 91 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 92 is van toepassing op de ambtshalve ontheffingen met betrekking tot aanslagjaar 2015 en volgende. Afdeling 5. - Wijzigingen aan de bepalingen inzake toekenningen aan de provincies, de agglomeraties en de gemeenten. Art. 94.Artikel 466, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 10 augustus 2001, 22 december 2009 en 14 april 2011, wordt vervangen als volgt : \"De aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting en de aanvullende agglomeratiebelasting op de personenbelasting worden berekend op de totale belasting.\". Art. 95.In artikel 466bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2002 numac 2002003543 bron ministerie van financien Wet tot invoeging van artikel 466bis in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot regeling van de toepassing van artikel 244bis van hetzelfde wetboek op de inwoners van Nederland type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2003 numac 2003000003 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van het Kieswetboek evenals zijn bijlage type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/12/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2003 numac 2003000004 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende verschillende wijzigingen van de kieswetgeving sluiten en gewijzigd bij de wet van 14 april 2011, wordt het woord \"Rijksbelasting\" vervangen door de woorden \"totale belasting\". Art. 96.De artikelen 94 en 95 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2015. Afdeling 6. - Wijzigingen aan de bepalingen inzake het kadastraal inkomen Art. 97.In artikel 494, § 6, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 8 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten0 en vervangen bij de wet van 28 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt de bepaling onder het eerste streepje aangevuld met de woorden \"zoals het tot aanslagjaar 2014 van toepassing was\";2° in het eerste lid wordt de bepaling onder het tweede streepje aangevuld met de woorden \"zoals het tot aanslagjaar 2014 van toepassing was\";3° het tweede lid wordt vervangen als volgt : \"Het eerste lid is slechts van toepassing indien aan beide onderstaande voorwaarden is voldaan : 1° het betreft een herschatting bedoeld in § 1, 2° of 3° ; 2° het feit waarvan de aangifte bij artikel 473 is voorgeschreven, heeft zich uiterlijk op 31 december 2013 voorgedaan.\". Art. 98.Artikel 97 is van toepassing vanaf 1 januari 2014. Afdeling 7. - Wijzigingen aan de overgangsbepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-99\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 99</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 516 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij de wetten van 6 juli 1994 en 17 mei 2000, de koninklijke besluiten van 13 juli 2001 en 11 december 2001 en de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de paragrafen 2 en 3 worden opgeheven;2° in paragraaf 4 worden de woorden \"in de artikelen 1451, 2° en 3°, en 14517, 1° en 2°, zoals ze bestonden voordat ze door de artikelen 397 en 400 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten werden gewijzigd of opgeheven,\" vervangen door de woorden \"in artikel 1451, 2° en 3°, zoals het bestond voordat het door artikel 397 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten werd gewijzigd,\" en worden de woorden \"of een verhoogde belastingvermindering\" opgeheven;3° in paragraaf 5 worden de woorden \"en § 3, derde lid,\" opgeheven. Art. 100.In artikel 518 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001 en de wetten van 10 augustus 2001, 27 december 2004 en 22 december 2008 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden \"16, zoals dat bestond voordat het door artikel 389 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten werd opgeheven,\" opgeheven en worden de woorden \"255, en 277, zoals dat bestond voordat het door artikel 407 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten werd opgeheven,\" vervangen door de woorden \"en 255,\";2° het derde lid wordt opgeheven. Art. 101.In artikel 526 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten1 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2007, 22 december 2008 en 13 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de paragrafen 1 tot 3 worden vervangen als volgt : \" § 1.Deze paragraaf is van toepassing wanneer hypothecaire leningen gesloten om de enige woning te verwerven of te behouden, zijn aangegaan : a) vóór 1 januari 2005;b) vanaf 1 januari 2005 en uiterlijk op 31 december 2013 terwijl voor dezelfde woning nog een hypothecaire lening die is bedoeld in a) in aanmerking komt voor de aftrek van interesten van hypothecaire leningen of voor het bouwsparen; In dat geval kan de belastingplichtige de toepassing vragen van de artikelen 104, 115 en 116, zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 394 en 395 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten, en artikel 242, § 2, zoals het bestond voordat het werd gewijzigd bij artikel 74 van de wet van 8 mei 2014 voor de interesten van een in het eerste lid bedoelde hypothecaire lening, evenwel met dien verstande dat : 1° het voordeel wordt verleend onder de vorm van een belastingvermindering berekend op het bedrag dat overeenkomstig het voormelde artikel 116 aftrekbaar zou zijn van het totale netto-inkomen;2° de belastingvermindering wordt berekend tegen het voor de belastingplichtige hoogste belastingtarief als vermeld in artikel 130, met een minimum van 30 pct.In geval de uitgaven die voor de vermindering in aanmerking komen betrekking hebben op meer dan één belastingtarief, wordt voor elk deel van de uitgaven het overeenstemmend tarief in aanmerking genomen; 3° in geval van een gemeenschappelijke aanslag, het bedrag waarop de belastingvermindering wordt berekend, evenredig wordt omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten;4° de belastingvermindering wordt aangerekend overeenkomstig artikel 178/1, na de in artikel 1451, 1°, bedoelde belastingvermindering;5° de belastingvermindering in aanmerking wordt genomen om de gemiddelde aanslagvoeten als bedoeld in artikel 171, 5° en 6 te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het voormelde artikel 104, 9°, bedoelde interesten komen niet voor de belastingvermindering in aanmerking wanneer de woning waarvoor de hypothecaire lening is aangegaan op het moment van de betaling van de interesten de eigen woning is van de belastingplichtige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het voormelde artikel 115 wordt de notie \"in België\" vervangen door de notie \"in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte\". § 2. Deze paragraaf is van toepassing wanneer : 1° hypothecaire leningen gesloten om de enige woning te verwerven of te behouden, zijn aangegaan : a) vóór 1 januari 2005;b) vanaf 1 januari 2005 en uiterlijk op 31 december 2013 terwijl voor dezelfde woning nog een hypothecaire lening die is bedoeld in a) in aanmerking komt voor de aftrek van interesten van hypothecaire leningen of voor het bouwsparen;2° het levensverzekeringscontracten betreffen die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een in 1° vermelde hypothecaire lening; In dat geval kan de belastingplichtige de toepassing vragen van de artikelen 14517 tot 14520, zoals die bestonden alvorens te zijn opgeheven door artikel 400 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten, voor de betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een in het eerste lid, 1°, bedoelde hypothecaire lening of voor de bijdragen betaald ter uitvoering van een in het eerste lid, 2°, bedoeld verzekeringscontract. § 3. De uitgaven met betrekking tot de in vorige paragrafen bedoelde leningen en contracten komen niet in aanmerking voor de aftrek als bedoeld in artikel 14 noch voor de belastingverminderingen als bedoeld in artikel 1451, 2° en 3°, en in paragraaf 1 wanneer : 1° de belastingplichtige : - tussen 1 januari 2005 en 31 december 2013 een hypothecaire lening heeft gesloten om de enige woning te verwerven of te behouden terwijl voor dezelfde woning nog een lening die is bedoeld in § 1, eerste lid, 1° of § 2, eerste lid, 1°, in aanmerking kwam voor de aftrek van interesten van hypothecaire leningen of voor het bouwsparen of; - een individueel levensverzekeringscontract sluit dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of waarborgen van een in a) bedoelde lening; 2° en de belastingplichtige in zijn aangifte betreffende het belastbaar tijdperk waarin een in a) bedoelde lening of een in b) bedoeld contract is gesloten, heeft vermeld dat hij voor die lening of dat contract opteert voor toepassing van de aftrek voor enige woning als bedoeld in artikel 104, 9°, zoals het bestond voordat het door artikel 20 van de wet van 8 mei 2014 werd opgeheven; Die keuze is definitief, onherroepelijk en bindend voor de belastingplichtige.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, moeten beide belastingplichtigen dezelfde keuze maken.\"; 2° in paragraaf 4 worden de woorden \"de artikelen 178 of 518\" vervangen door de woorden \"artikel 178\".\". Art. 102.In artikel 526 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten1 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2007, 22 december 2008 en 13 december 2012 en bij artikel 101 van deze wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt : \" § 1.Deze paragraaf is van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de belastingplichtige heeft een of meerdere hypothecaire leningen aangegaan om zijn enige woning te bouwen, verwerven of verbouwen : a) vóór 1 januari 2005;b) vanaf 1 januari 2005 en uiterlijk op 31 december 2013, terwijl voor dezelfde woning nog een hypothecaire lening die is bedoeld in a) in aanmerking komt voor de aftrek van interesten van hypothecaire leningen of voor het bouwsparen;2° de woning waarvoor de in het 1° vermelde hypothecaire leningen zijn aangegaan, is de eigen woning van de belastingplichtige geweest, en ze is vóór 1 januari 2016 een andere dan de eigen woning geworden; 3° de belastingplichtige heeft voor het vorige belastbare tijdperk voor de interesten van de in het 1° vermelde hypothecaire leningen de toepassing gevraagd van de artikelen 104, 9°, 115 en 116 zoals die bestonden alvorens te zijn gewijzigd of opgeheven door de artikelen 394 en 395 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten.\"; 2° paragraaf 2 wordt als volgt vervangen : \" § 2.Deze paragraaf is van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de belastingplichtige heeft een of meerdere hypothecaire leningen aangegaan om zijn enige woning te bouwen, verwerven of verbouwen : a) vóór 1 januari 2005;b) vanaf 1 januari 2005 en uiterlijk op 31 december 2013, terwijl voor dezelfde woning nog een hypothecaire lening die is bedoeld in a) in aanmerking komt voor de aftrek van interesten van hypothecaire leningen of voor het bouwsparen;2° de woning waarvoor de in het 1° vermelde hypothecaire lening is aangegaan, is de eigen woning van de belastingplichtige geweest, en vóór 1 januari 2016 is ze een andere dan de eigen woning geworden;3° de belastingplichtige heeft voor het vorige belastbare tijdperk voor de betalingen voor de in het 1° vermelde hypothecaire leningen en voor de bijdragen betaald ter uitvoering van een levensverzekeringscontract dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van die hypothecaire leningen, de toepassing gevraagd van de artikelen 14517 tot 14520, zoals die bestonden alvorens te zijn opgeheven door artikel 400 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten. In dat geval kan de belastingplichtige de toepassing vragen van de artikelen 14517 tot 14520, zoals die bestonden alvorens te zijn opgeheven door artikel 400 van de programma wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten, voor de betalingen voor de aflossing van een in het eerste lid, 1°, bedoelde hypothecaire lening of de bijdragen betaald ter uitvoering van een verzekeringscontract dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van die hypothecaire lening.\". Art. 103.In artikel 527, eerste en derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004021169 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2004 numac 2004003461 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2005 sluiten, worden de woorden \"artikel 104, 9°, \" telkens vervangen door de woorden \"artikel 104, 9°, zoals het bestond voordat het werd opgeheven door artikel 20 van de wet van 8 mei 2014,\". Art. 104.Artikel 535, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten8 en vervangen bij de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten1, wordt aangevuld als volgt : \", met dien verstande dat : - in geval van een gemeenschappelijke aanslag de belastingvermindering evenredig wordt omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten; - de belastingvermindering in mindering wordt gebracht om de gemiddelde aanslagvoeten bedoeld in artikel 171, 5° en 6° te bepalen; - de belastingvermindering wordt aangerekend overeenkomstig artikel 178/1, na de in artikel 14524, § 1, vermelde belastingvermindering.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 105</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In titel X van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 539 ingevoegd, luidende : \"Art. 539.§ 1. Dit artikel is van toepassing wanneer : 1° hypothecaire leningen gesloten om de enige woning te verwerven of te behouden, zijn aangegaan vanaf 1 januari 2005 en uiterlijk op 31 december 2013;2° het levensverzekeringscontracten betreffen die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een in 1° vermelde hypothecaire lening. In die gevallen kan de belastingplichtige voor die leningen en contracten de toepassing vragen van de artikelen 104, 9°, 115, 116, 1451, 2° en 3°, en 242, § 2, zoals ze bestonden alvorens ze werden gewijzigd of opgeheven bij de artikelen 20, 22, 24 en 74 van de wet van 8 mei 2014, evenwel met dien verstande dat : 1° het voordeel wordt verleend onder de vorm van een belastingvermindering;2° het overeenkomstig de in voormelde artikelen 115, § 1, eerste lid, 6°, en 116 bepaalde maximumbedrag waarvoor de belastingvermindering kan worden verleend, wordt verminderd met het bedrag van de uitgaven voor het verwerven of behouden van de eigen woning waarvoor de in de artikelen 14537 en 14539 vermelde verminderingen kunnen worden verleend;3° de belastingvermindering wordt berekend tegen het voor de belastingplichtige hoogste belastingtarief als vermeld in artikel 130, met een minimum van 30 pct.In geval de uitgaven die voor de vermindering in aanmerking komen betrekking hebben op meer dan één belastingtarief, wordt voor elk deel van de uitgaven het overeenstemmend tarief in aanmerking genomen; 4° wanneer een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd en beide echtgenoten uitgaven hebben gedaan waarvoor de toepassing van de voormelde artikelen wordt gevraagd, de echtgenoten deze uitgaven vrij kunnen verdelen binnen de in de voormelde artikelen 115, § 1, eerste lid, 6°, en 116 bedoelde begrenzingen;5° de belastingvermindering wordt aangerekend overeenkomstig artikel 178/1, na de in artikel 1451, 1°, vermelde belastingvermindering;6° de belastingvermindering in mindering wordt gebracht om de gemiddelde aanslagvoeten als bedoeld in artikel 171, 5° en 6° te bepalen De belastingvermindering wordt verleend voor zover de woning waarvoor de lening is aangegaan niet de eigen woning is van de belastingplichtige wanneer de uitgaven worden gedaan. § 2. De interesten van de in § 1, eerste lid, bedoelde leningen waarvoor de belastingplichtige overeenkomstig § 1, tweede lid, de toepassing heeft gevraagd van de daar vermelde artikelen, komen niet in aanmerking van de toepassing van artikel 14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, wordt in mindering gebracht van het in artikel 1456, eerste lid, eerste streepje, bedoelde bedrag, zonder rekening te houden met het verschil tussen de eventuele verhogingen bedoeld in het in § 1, tweede lid, vermelde artikel 116 en de eventuele verhogingen bedoeld in 14537, § 2, tweede en derde lid waarvoor de in datzelfde artikel bedoelde belastingvermindering kan worden verleend. § 3. De in euro uitgedrukte bedragen die zijn vermeld in de in § 1, tweede lid, vermelde artikelen 115 en 116 worden jaarlijks en gelijktijdig aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast overeenkomstig artikel 178.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-106\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 106</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 539, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 105 van deze wet, wordt als volgt vervangen : \" § 1. Dit artikel is van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de belastingplichtige heeft vanaf 1 januari 2005 en uiterlijk op 31 december 2013 een of meerdere hypothecaire leningen aangegaan om zijn enige woning te bouwen, verwerven of verbouwen;2° de woning waarvoor een in het 1° vermelde hypothecaire lening is aangegaan, is de eigen woning van de belastingplichtige geweest en vervolgens vóór 1 januari 2016 een andere dan de eigen woning geworden; 3° de belastingplichtige heeft voor het vorige belastbare tijdperk voor de betalingen voor de in het 1° vermelde hypothecaire leningen en voor de bijdragen betaald ter uitvoering van een verzekeringscontract dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van die hypothecaire leningen, de toepassing gevraagd van de artikelen 104, 9°, 115, 116 en 1451, 2° en 3°, zoals ze bestonden alvorens ze werden gewijzigd of opgeheven bij de artikelen 20, 22 en 24 van de wet van 8 mei 2014 .\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-107\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 107</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In titel X van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 540 ingevoegd, luidende : \"Art. 540.Artikel 19, § 1, eerste lid, 3°, a, zoals het bestond voordat het werd vervangen bij artikel 13 van de wet van 8 mei 2014, blijft van toepassing op de inkomsten begrepen in kapitalen en afkoopwaarden vereffend bij leven voor zover geen enkele premie voor de aldaar bedoelde contracten die in aanmerking kwam voor de aftrek voor enige woning als vermeld in artikel 104, 9°, zoals het bestond voor het door artikel 20 van de wet van 8 mei 2014 werd opgeheven of zoals het op grond van artikel 539 van toepassing is gebleven, aanleiding heeft gegeven tot de hiervoor vermelde voordelen Artikel 34, § 1, 2°, eerste lid, d, zoals dat bestond alvorens te zijn gewijzigd door artikel 15 van de wet van 8 mei 2014, blijft van toepassing in zoverre de aldaar bedoelde kapitalen, afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten, pensioenen, aanvullende pensioenen en renten geheel of gedeeltelijk zijn gevormd door middel van bijdragen als vermeld in artikel 104, 9°, zoals dat bestond voordat het door artikel 20 van de wet van 8 mei 2014 werd opgeheven of op grond van artikel 539 van toepassing is gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 34, § 5, zoals het bestond vóórdat het door artikel 15 van de wet van 8 mei 2014 werd gewijzigd, blijft van toepassing in zoverre de aldaar bedoelde afkoopwaarden geheel of gedeeltelijk zijn gevormd door middel van bijdragen als vermeld in artikel 104, 9°, zoals dat bestond voordat het door artikel 20 van de wet van 8 mei 2014 werd opgeheven of op grond van artikel 539 van toepassing is gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 39, § 2, 2°, a, zoals dat bestond alvorens te worden vervangen door artikel 16 van de wet van 8 mei 2014, blijft van toepassing in zoverre de aldaar bedoelde kapitalen, afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten, pensioenen, aanvullende pensioenen en renten geheel of gedeeltelijk zijn gevormd door middel van bijdragen als vermeld in artikel 104, 9°, zoals dat bestond voordat het door artikel 20 van de wet van 8 mei 2014 werd opgeheven of op grond van artikel 539 van toepassing is gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 169, § 1, eerste lid, zoals het bestond voordat het door artikel 66 van de wet van 8 mei 2014 werd vervangen, blijft van toepassing in zoverre de aldaar bedoelde kapitalen en afkoopwaarden zijn gevormd door middel van bijdragen als vermeld in artikel 104, 9°, zoals dat bestond voordat het door artikel 20 van de wet van 8 mei 2014 werd opgeheven of op grond van artikel 539 van toepassing is gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 171, 2°, d, zoals het bestond voordat het door artikel 67 van de wet van 8 mei 2014 werd gewijzigd, blijft van toepassing in zoverre het gaat om kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringscontracten als bedoeld in in artikel 104, 9°, zoals dat bestond voordat het door artikel 20 van de wet van 8 mei 2014 werd opgeheven of op grond van artikel 539 van toepassing is gebleven.\". Art. 108.De artikelen 99 tot 101, 103 tot 105 en 107 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 102 en 106 zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2017. HOOFDSTUK 4. - Machtiging tot coördinatie Art. 109.De Koning kan de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992 geheel of gedeeltelijk coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot aan het tijdstip van de coördinatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe kan Hij : 1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen, met de nieuwe nummering overeenbrengen;3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen;4° bepalingen van het KB/WIB 92 die bij wet zijn bekrachtigd, opnemen in het Wetboek. Bij de Wetgevende Kamers zal onmiddellijk een ontwerp van wet worden ingediend ter bekrachtiging van het koninklijk besluit tot coördinatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De coördinatie zal uitwerking hebben met ingang van de datum die in de bekrachtigingswet zal worden bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De coördinatie zal de volgende benaming dragen : \"Wetboek van de inkomstenbelastingen\", gevolgd door het jaartal waarin de bekrachtigingswet in werking zal treden. HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 6 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten3 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet Art. 110.Artikel 15 van de wet van 6 januari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten3 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, wordt vervangen als volgt : \"Art. 15.In artikel 180 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/1999 numac 1999003331 bron ministerie van financien Wet houdende diverse fiscale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1999 numac 1999003329 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/1999 numac 1999003343 bron ministerie van financien Wet houdende bepalingen inzake accijnzen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/1999 numac 1999009647 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk sluiten1, wordt de bepaling onder 5° bis aangevuld met de woorden \", het Participatiefonds - Vlaanderen, het Participatiefonds - Wallonië en het Participatiefonds - Brussel.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 8 mei 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, K. GEENS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Kamer van de volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53-5327 Integraal verslag : 22 april 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5-2857 Handelingen van de Senaat : 24 april 2014.</p></div>", "next": 0}