{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">sluiten, worden de woorden \"bruto nationaal inkomen\" vervangen door de woorden \"bruto binnenlands product\". Art. 64.In dezelfde bijzondere wet wordt een artikel 64quater ingevoegd, luidende : \"Art. 64quater.§ 1. Aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest worden jaarlijks middelen toegekend die een deel van het inkomstenverlies als gevolg van de netto stroom van pendelaars zal compenseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde middelen bedragen : 1° voor het begrotingsjaar 2014 : 32 miljoen euro;2° voor het begrotingsjaar 2015 : 48 miljoen euro;3° voor het begrotingsjaar 2016 : 49 miljoen euro;4° vanaf het begrotingsjaar 2017 : 44 miljoen euro. § 2. De financiering van de in § 1 bedoelde middelen wordt jaarlijks verdeeld tussen het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest in verhouding tot hun aandeel in de netto stroom van pendelaars naar het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde netto stroom van pendelaars is de optelling van de netto stroom van pendelaars vanuit het Vlaamse Gewest en de netto stroom van pendelaars vanuit het Waalse Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De netto stroom van pendelaars vanuit een in het tweede lid bedoelde gewest wordt geacht overeen te stemmen met het positieve verschil tussen : 1° het aantal personen dat zich voor de uitoefening van hun beroepsactiviteit verplaatst vanuit het betrokken gewest naar het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;2° het aantal personen dat zich voor de uitoefening van hun beroepsactiviteit verplaatst vanuit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest naar het betrokken gewest. Onder de in het derde lid bedoelde aantal personen wordt verstaan het laatst gekende aantal op het ogenblik van de in artikel 54 bedoelde definitieve vaststelling van de middelen van het betrokken begrotingsjaar. § 3. De met toepassing van § 2 verkregen bedragen die ten laste vallen van het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest worden in mindering gebracht van de middelen die hen voor het betrokken begrotingsjaar worden toegekend krachtens artikel 35decies.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid worden de bedragen verkregen voor het begrotingsjaar 2014 in mindering gebracht van de middelen die hen worden toegekend krachtens artikel 33.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in § 1 bedoelde middelen worden gevormd door een gedeelte van de federale personenbelasting.\". Art. 65.In dezelfde bijzondere wet wordt een artikel 64quinquies ingevoegd, luidende : \"Art. 64quinquies.Aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest worden jaarlijks middelen toegekend die het inkomstenverlies als gevolg van de aanwezigheid van de ambtenaren van de internationale instellingen gedeeltelijk zal compenseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde middelen bedragen : 1° voor het begrotingsjaar 2014 : 117 miljoen euro;2° voor het begrotingsjaar 2015 : 175 miljoen euro;3° vanaf het begrotingsjaar 2016 : een bedrag gelijk aan 159 miljoen euro dat met ingang van hetzelfde begrotingsjaar jaarlijks wordt aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar, op dezelfde wijze als bedoeld in artikel 38, § 3;4° uitsluitend voor het begrotingsjaar 2016 wordt het in 3° bepaalde bedrag verhoogd met 16 miljoen euro. De in het eerste lid bedoelde middelen worden gevormd door een gedeelte van de federale personenbelasting.\". Art. 66.In artikel 65 van dezelfde bijzondere wet, gewijzigd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2001 numac 2001021378 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt een bepaling onder 2° vervangen als volgt : \"2° voor elk van de begrotingsjaren 1989 tot en met 2014, een dotatie ten laste van de begroting van de federale overheid, waarvan het bedrag wordt bepaald overeenkomstig § 4;\"; 2° in § 1 wordt een bepaling onder 2° /1 ingevoegd, luidende : \"2° /1 vanaf het begrotingsjaar 2015, middelen die gevormd worden door een gedeelte van de opbrengst van de federale personenbelasting;\"; 3° paragraaf 1 wordt aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende : \"4° in voorkomend geval een door het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest toegekende dotatie.\"; 4° in § 4, tweede lid, worden de woorden \"Ieder jaar\" vervangen door de woorden \"Voor elk van de begrotingsjaren 1990 tot en met 2014,\";5° het artikel wordt aangevuld met een § 6, luidende : \" § 6.De in § 1, 2° /1, bedoelde middelen voor het begrotingsjaar 2015 zijn gelijk aan het met toepassing van § 4 bekomen bedrag voor het begrotingsjaar 2014, aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het begrotingsjaar 2015 op dezelfde wijze als bedoeld in artikel 38, § 3, en vervolgens verminderd met 10.200.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het begrotingsjaar 2016 wordt het bedrag toegekend voor het begrotingsjaar 2015 eerst aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar en aan een percentage van de reële groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar, op dezelfde wijze als bepaald in artikel 33, § 2, en vervolgens verminderd met 10.200.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf het begrotingsjaar 2017 wordt het voor het vorige begrotingsjaar toegekende bedrag aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar en aan een percentage van de reële groei van het bruto binnenlands product van het betrokken begrotingsjaar op dezelfde wijze als bedoeld in artikel 33, § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het tweede en het derde lid vermelde percentage, is gelijk aan het percentage zoals bepaald in artikel 47/7, § 4, tweede lid.\". Art. 67.In artikel 65bis van dezelfde bijzondere wet, ingevoegd bij de bijzondere wet van 13 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2001 numac 2001021378 bron diensten van de eerste minister Bijzondere wet houdende overdracht van diverse bevoegdheden aan de gewesten en de gemeenschappen sluiten en gewijzigd bij de bijzondere wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2012 numac 2012204229 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst financien Bijzondere wet houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen sluiten, worden de woorden \"bruto nationaal inkomen\" vervangen door de woorden \"bruto binnenlands product\". Art. 68.In dezelfde bijzondere wet wordt een artikel 65quater ingevoegd, luidende : \"Art. 65quater.§ 1. In het kader van een nationale klimaatstrategie die past in de internationale en Europese doelstellingen inzake klimaatbeleid, wordt er een mechanisme ingesteld. § 2. Er wordt voor elk gewest een meerjarig traject met doelstellingen inzake het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in de gebouwen uit de residentiële en tertiaire sectoren, ongeacht hun omvang, vastgelegd bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en genomen na akkoord van de gewesten, op basis van een voorstel van de Nationale Klimaatcommissie, volgens de door de gewone wet vastgestelde nadere regels. Indien de Nationale Klimaatcommissie geen voorstel doet binnen de door deze gewone wet voorgeschreven termijn, kan hieraan worden voorbijgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke aan koninklijk besluit dat het traject vastlegt overeenkomstig het eerste lid zijn de trajecten voor de periode van 1 januari 2015 tot 31 december 2030 deze die zijn vastgesteld overeenkomstig de bijlage bij deze wet. § 3. De overeenkomstig § 2, eerste lid, opgestelde meerjarige trajecten worden vastgesteld voor een periode van vier jaar en worden daarenboven aangepast bij elke herziening van de toepasbare Belgische doelstelling en in ieder geval om de vier jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid worden de eerste overeenkomstig § 2, eerste lid, vastgestelde meerjarige trajecten vastgesteld voor de periode van 1 januari 2015 tot 31 december 2020. § 4. De eerste overeenkomstig § 2, eerste lid, vastgestelde meerjarige trajecten worden uiterlijk op 1 juli 2014 bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De trajecten voor de volgende periode worden ten minste twee jaar voor het einde van de voorafgaande periode vastgelegd. § 5. Voor elk jaar wordt het verschil tussen enerzijds de jaarlijkse emissies aan broeikasgassen in elk gewest, zoals gerapporteerd in de inventarissen die de gewesten aan de Nationale Klimaatcommissie overmaken voor de gebouwen van de residentiële en tertiaire sectoren, en anderzijds de door het meerjarige traject van elk gewest voor datzelfde jaar bepaalde doelstelling, vastgesteld bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en genomen na overleg met de gewestregeringen, op voorstel van de Nationale Klimaatcommissie, en rekening houdend met een in functie van de graaddagen van het betrokken jaar desgevallend aan te brengen correctie, zoals medegedeeld door het Koninklijk Meteorologisch Instituut. Indien de Nationale Klimaatcommissie geen voorstel doet binnen de door de wet voorgeschreven termijn, is het voorstel niet meer vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf het begrotingsjaar 2016, wordt jaarlijks een bedrag toegekend : 1° aan het gewest dat zijn doelstelling heeft overschreden gedurende het jaar dat voorafgaat aan het betrokken jaar, door de voorafname van hetzelfde bedrag op het federale aandeel van de opbrengsten uit het veilen van de emissierechten;2° aan de federale overheid als een gewest zijn doelstelling niet haalt gedurende het jaar dat voorafgaat aan het betrokken jaar, door het in mindering brengen van dit bedrag op de in titel IV, hoofdstuk II, afdeling 4, bedoelde en aan het betrokken gewest toegekende middelen. § 6. De in § 5, tweede lid, bedoelde bedragen worden vastgelegd op basis van het verschil, gedurende het jaar dat het begrotingsjaar voorafgaat, tussen de broeikasgasemissies en de in § 2 bedoelde doelstellingen, vermenigvuldigd met de gemiddelde prijs per emissierecht op jaarbasis van de door België geveilde emissierechten voor het jaar waarin dit verschil zich voordeed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bedragen behoren tot de ten minste 50 % van de opbrengsten uit de in lid 2 van artikel 10 van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad bedoelde veiling van emissierechten die overeenkomstig lid 3 van hetzelfde artikel zouden moeten worden gebruikt voor één of meerdere van de in hetzelfde lid opgesomde doelstellingen. § 7. De opbrengsten uit de veiling van emissierechten worden verdeeld onder de federale overheid en de gewesten volgens de nadere regels die worden vastgesteld door een samenwerkingsakkoord dat wordt gesloten tussen deze entiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij een samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid, de gemeenschappen en de gewesten er anders over beschikt, is de dienst die verantwoordelijk is voor de veiling alsook voor de inning van de inkomsten en de verdeling ervan overeenkomstig het samenwerkingsakkoord bedoeld in het eerste lid, de registeradministrateur die is aangewezen overeenkomstig artikel 3, § 1, van het samenwerkingsakkoord van 18 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2003 numac 2003022561 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Bijzondere wet tot instelling van een nieuwe berekeningswijze van de responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten2 tussen de federale overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de organisatie en het administratief beheer van het gestandaardiseerd en genormaliseerd registersysteem van België overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Beschikking 280/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad. § 8. De in § 5, tweede lid, 1°, bedoelde bedragen worden beperkt tot een bovengrens gelijk aan het federale gedeelte van de opbrengsten uit het veilen van emissierechten in de loop van het begrotingsjaar waarin het verschil zich voordeed. Indien de overeenkomstig § 6 berekende bedragen deze bovengrens overschrijden, wordt het bedrag pondspondsgewijs verdeeld onder de gewesten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in § 5, tweede lid, 2°, bedoelde bedragen worden, voor elk gewest, beperkt tot 50 % van hun respectievelijke gedeelte in de opbrengsten uit het veilen van emissierechten in de loop van het begrotingsjaar waarin het verschil zich voordeed. § 9. Indien in de loop van het begrotingsjaar de in § 5, eerste lid, bedoelde verschillen voor het voorgaande jaar niet definitief kunnen worden vastgesteld, worden deze bedragen voorlopig bepaald bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op basis van de door de gewesten gerapporteerde voorlopige gegevens. Wanneer deze verschillen definitief zijn vastgesteld, maken de aan of door de gewesten te betalen bedragen het voorwerp uit van een regularisatie in de loop van het begrotingsjaar waarin deze verschillen definitief zijn vastgesteld. § 10. De wet bepaalt de goedkeuringsprocedure van de in § 2 bedoelde doelstellingen ter reductie van de emissies van broeikasgassen en de aanvullende nadere regels van de jaarlijkse evaluatie ervan, evenals de berekeningsregels van de vermelde bedragen in § 6 en de voorafname ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wet kan : 1° het overeenkomstig § 2 vastgestelde traject wijzigen indien Europese of internationale normen een ander traject opleggen;2° de andere door dit artikel vastgestelde nadere regels wijzigen indien deze wijzigingen noodzakelijk zijn geworden door Europese of internationale normen. § 11. Dit artikel zal het voorwerp uitmaken van een wetgevingsevaluatie in de loop van het jaar 2020, als gevolg waarvan het desgevallend gewijzigd zal worden.\". Art. 69.In dezelfde bijzondere wet wordt een artikel 65quinquies ingevoegd, luidende : \"Art. 65quinquies.§ 1. De Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap, het Waalse Gewest, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zijn voor de begrotingsjaren 2015 en volgende een responsabiliseringsbijdrage verschuldigd voor de pensioenen van hun ambtenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de begrotingsjaren 2015 tot en met 2020 worden de responsabiliseringsbijdragen als volgt bepaald : 1° voor de Vlaamse Gemeenschap de bedragen per begrotingsjaar volgens onderstaande tabel : 201584.463.244 EUR 201693.781.301 EUR 2017103.099.358 EUR 2018112.417.416 EUR 2019121.735.473 EUR 2020131.053.530 EUR 2° voor de Franse Gemeenschap de bedragen per begrotingsjaar volgens onderstaande tabel : 201555.938.253 EUR 201662.109.209 EUR 201768.280.166 EUR 201874.451.122 EUR 201980.622.079 EUR 202086.793.035 EUR 3° voor het Waalse Gewest de bedragen per begrotingsjaar volgens onderstaande tabel : 20153.881.061 EUR 20164.309.074 EUR 20174.737.087 EUR 20185.165.101 EUR 20195.593.114 EUR 20206.021.127 EUR 4° voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest de bedragen per begrotingsjaar volgens onderstaande tabel : 2015766.156 EUR 2016850.541 EUR 2017934.926 EUR 20181.019.310 EUR 20191.103.695 EUR 20201.188.080 EUR 5° voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie de bedragen per begrotingsjaar volgens onderstaande tabel : 201530.292 EUR 201633.553 EUR 201736.814 EUR 201840.075 EUR 201943.336 EUR 202046.597 EUR 6° voor de Franse Gemeenschapscommissie de bedragen per begrotingsjaar volgens onderstaande tabel : 2015142.186 EUR 2016157.675 EUR 2017173.164 EUR 2018188.652 EUR 2019204.141 EUR 2020219.630 EUR Vanaf begrotingsjaar 2021 wordt de responsabiliseringsbijdrage per entiteit bepaald door een bijdragepercentage toe te passen op de weddenmassa die door de betrokken entiteit in het voorgaande kalenderjaar werd betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het derde lid bedoelde bijdragepercentage wordt als volgt vastgesteld : 1° voor het begrotingsjaar 2021 : op 3/10de van het percentage van de sociale bijdrage die iedere werkgever moet betalen voor zijn werknemers die onderworpen zijn aan het pensioenstelsel dat geldt voor werknemers;2° voor de begrotingsjaren 2022 tot en met 2027 wordt de teller van de breuk uit het 1° jaarlijks met een eenheid verhoogd;3° vanaf begrotingsjaar 2028 is het bijdragepercentage gelijk aan het percentage van de sociale bijdrage die iedere werkgever moet betalen voor zijn werknemers die onderworpen zijn aan het pensioenstelsel dat geldt voor werknemers. § 2. De in aanmerking te nemen weddenmassa's zijn deze die onderworpen zijn aan de afhouding als bedoeld in artikel 60 van de wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/1984 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/2012 numac 2012201027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/1984 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/02/2015 numac 2015000046 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/1984 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/11/2015 numac 2015000649 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de vaststelling van de in § 1, derde lid, bedoelde weddenmassa wordt rekening gehouden met het geheel van de wedden en de pensioenen die betaald worden in de loop van het betrokken kalenderjaar. § 3. De Koning bepaalt jaarlijks vanaf begrotingsjaar 2021, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en genomen na overleg met de regeringen van de in § 1, eerste lid, bedoelde entiteiten, het bedrag van de door elke entiteit voor het lopende begrotingsjaar verschuldigde responsabiliseringsbijdrage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in § 1, eerste lid, bedoelde entiteiten delen ten laatste tegen 1 maart volgend op het kalenderjaar aan de federale minister van Financiën het bedrag mee van de weddenmassa als bedoeld in § 2. § 4. De in § 1, eerste lid, bedoelde bedragen en de overeenkomstig § 3 vastgelegde bedragen worden in mindering gebracht van : 1° voor de gewesten : de middelen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk II, afdeling 4, die toegekend worden aan het betrokken gewest;2° voor de gemeenschappen : de middelen als bedoeld in titel IV, hoofdstuk III, afdeling 3, onderafdeling 2, die toegekend worden aan de betrokken gemeenschap;3° voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie : de haar toegekende middelen als bedoeld in artikel 65 en in voorkomend geval de middelen bedoeld in de artikelen 47/8 en 47/7. 4° voor de Franstalige Gemeenschapscommissie : de haar toegekende middelen als bedoeld in artikel 65bis.\". Art. 70.In titel VIII van dezelfde bijzondere wet wordt een artikel 68quinquies ingevoegd, luidende : \"Art. 68quinquies.§ 1. Zolang de federale overheid of de instellingen die ervan afhangen instaan voor het administratief beheer en de uitbetaling van de gezinsbijslagen overeenkomstig artikel 94, § 1bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, neemt elke gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, elk wat haar betreft, daarvoor de kosten op zich.</p>\n<p class=\"lf-p\">De totale kost van het administratief beheer en de uitbetaling van de gezinsbijslagen bedraagt 214.926.029 euro. Die kost wordt ten laste gelegd van elke gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie waarvoor de federale overheid of de instellingen die ervan afhangen, instaan voor het administratief beheer en de uitbetaling van gezinsbijslagen volgens de verhouding van het aantal kinderen van 0 tot en met 18 jaar dat op 1 januari van het betrokken begrotingsjaar is ingeschreven in de bevolkingsregisters van de gemeenten van het taalgebied waar de betrokken gemeenschap of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie haar bevoegdheid inzake gezinsbijslagen uitoefent, tot het aantal kinderen van 0 tot en met 18 jaar dat op die datum is ingeschreven in de bevolkingsregisters.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aldus vastgestelde bedrag wordt jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen op dezelfde wijze als bedoeld in artikel 47/5, § 4. § 2. De uitgaven die zijn uitgevoerd door de instellingen die ten laatste tot 31 december 2019 belast zijn met het administratief beheer en de uitbetalingen van de gezinsbijslagen overeenkomstig artikel 94, 1bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, en die ten laste van de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie vallen, worden elk jaar verrekend op de respectievelijke, in de artikelen 47/5 en 47/8 bedoelde dotaties van deze entiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt rekening gehouden met de schatting van deze uitgaven voor de in artikel 54 voorziene doorstorting van de voorschotten. § 3. De in artikel 94, § 1ter, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen bedoelde vergoeding, bedraagt 80 % van de persoonlijke aandelen voor de in artikel 5, § 1, I, eerste lid, 3° tot 5°, van dezelfde bijzondere wet bedoelde zorgverstrekkingen. Ze is verschuldigd door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie naargelang de genieters ingeschreven zijn in het bevolkingsregister van een gemeente van het Nederlandse taalgebied, het Franse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Deze vergoeding wordt in mindering gebracht van de respectievelijke, in artikel 47/7 bedoelde dotaties.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 71</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 75 van dezelfde bijzondere wet, gewijzigd bij de bijzondere wetten van 16 juli 1993 en 13 juli 2001, wordt een § 1quater ingevoegd, luidende : \" § 1quater. De vastlegging, de ordonnancering en de vereffening van de uitgaven die betrekking hebben op de over te dragen administratieve diensten, en die noch effectief noch in hun geheel ten laste worden genomen door de gewesten, de gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, worden gemachtigd ten laste van de door de wet geopende kredieten gedurende een periode tot uiterlijk 31 december 2015. De federale overheid houdt daartoe op de aan de gewesten, de gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, over te dragen middelen de bedragen in die nodig zijn voor het dekken van deze uitgaven. Deze inhoudingen worden vastgelegd bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en genomen na overleg met de betrokken regeringen.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 77 van dezelfde bijzondere wet, gewijzigd bij de bijzondere wetten van 13 juli 2001 en 27 maart 2006, wordt aangevuld met een § 3, luidende : \" § 3. Bij wijze van overgangsmaatregel verricht de federale overheid gedurende de periode van 1 juli 2014 tot 31 december 2014, en in afwijking van artikel 75, ten laste van de bij de wet geopende kredieten, voor rekening van de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de vastleggingen, de ordonnanceringen en de betalingen die voortvloeien uit de toepassing van wetten, reglementeringen of beslissingen met betrekking tot de nieuwe bevoegdheden die aan de gemeenschappen, de gewesten en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie werden toegewezen door de bijzondere wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming Geen enkel decreet, geen enkele in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel, geen enkel besluit en geen enkele beslissing waarvan de uitvoering van aard is om directe of indirecte gevolgen te hebben op de uitgaven die ten laste worden genomen door de federale overheid overeenkomstig het eerste lid of door een federale instelling die belast is met bevoegdheden door de in het eerste lid bedoelde wetten en reglementen, kan in werking treden voor 1 januari 2015, indien deze niet voorafgaandelijk is voorgelegd voor verslag aan de inspecteur van Financiën die geaccrediteerd is bij de voor deze uitgaven bevoegde federale minister of federale instelling. In zijn verslag, dat hij uitbrengt binnen de vijftien dagen vanaf de dag van de ontvangst van de vraag, maakt de inspecteur van Financiën een schatting van het bedrag van de directe of indirecte gevolgen die het decreet, de in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel, het besluit of de beslissing zal hebben op deze uitgaven zoals die voorzien zijn in de begroting van de federale overheid of de federale betrokken instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het tweede lid bedoelde advies wordt medegedeeld aan de betrokken regering of aan het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, evenals aan de federale minister bevoegd voor Begroting en de federale minister bevoegd voor Financiën. De minister van Begroting en de minister van Financiën stellen na overleg met de betrokken regering of het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, op basis van het verslag van de inspecteur van Financiën, het voorlopig bedrag vast, in plus of in min, al naargelang het geval, dat wordt verrekend op de in artikel 54 bedoelde voorschotten die nog dienen gestort te worden voor het jaar 2014 aan de betrokken entiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het einde van het begrotingsjaar 2014, wordt het bedrag bepaald van de impact van de overeenkomstig het tweede lid genomen maatregelen voor dat begrotingsjaar bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op basis van het verslag van de inspecteur van Financiën, en genomen na overleg met de betrokken regering of het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Dat bedrag wordt, na aftrek van het in het derde lid bedoelde voorlopig bedrag, in rekening gebracht, in plus of in min, van het in artikel 54 bedoelde saldo van de opbrengst van de belasting die wordt toegekend aan de betrokken entiteit.\". Art. 73.Artikel 80 van dezelfde bijzondere wet wordt vervangen als volgt : \"Art. 80.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en genomen na overleg met de gemeenschaps- en gewestregeringen de bepalingen van deze wet, geheel of gedeeltelijk coördineren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe kan Hij : 1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen met de nieuwe nummering in overeenstemming te brengen;3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen;4° de uitgedrukte formules en beginselen die tot een basisbedrag of basispercentage hebben geleid, zonder wijziging van het resultaat vervangen door het numeriek uitgedrukte basisbedrag of basispercentage. De coördinatie zal het volgende opschrift dragen : \"Bijzondere wet betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze treedt in werking op de dag van de bekrachtiging ervan bij een wet die aangenomen wordt met de in artikel 4, laatste lid, van de Grondwet bepaalde meerderheid.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 74</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde bijzondere wet wordt een artikel 81ter ingevoegd, luidende : \"Art. 81ter.Het Rekenhof stelt : 1° tegen 31 december 2016 een verslag op dat de in artikel 5/5, § 4, bedoelde fiscale uitgaven evenals hun regionale verdeling weergeeft voor het aanslagjaar 2015, uitgedrukt bij ongewijzigd beleid en vastgesteld bij het verstrijken van de in artikel 359 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen bepaalde aanslagtermijn, op basis van de gegevens die uiterlijk op 31 oktober 2016 door de minister van Financiën hiertoe aan het Rekenhof werden overgemaakt; 2° tegen 30 april 2017 een verslag op dat het bedrag van de in artikel 5/2, § 1, derde lid, bedoelde noemer weergeeft, op basis van de gegevens die uiterlijk op 1 maart 2017 door de minister van Financiën hiertoe aan het Rekenhof werden overgemaakt.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 75</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde bijzondere wet wordt een artikel 81quater ingevoegd luidende : \"Art. 81quater.Voor de aanslagjaren 2015 en volgende zijn de volgende regels van toepassing tot wanneer de gewesten hun eigen regels hebben aangenomen inzake gewestelijke opcentiemen, alsmede inzake elke gewestelijke belastingvermeerdering, korting of belasting-vermindering of elk belastingkrediet : 1° de gewestelijke opcentiemen zijn gelijk aan de breuk met in de teller de autonomiefactor zoals bepaald in artikel 5/2, § 1, en in de noemer de factor 1 min de autonomiefactor.De gewestelijke opcentiemen worden uitgedrukt in procent en worden afgerond op de hogere of lagere derde decimaal naargelang het cijfer van de vierde decimaal al of niet 5 bereikt; 2° de gewestelijke belastingverminderingen en -kredieten met betrekking tot de in artikel 5/5, § 4, bedoelde uitgaven zijn de verminderingen en kredieten zoals ze zijn opgenomen in de op 30 juni 2014 bestaande fiscale wetgeving;3° in toepassing van artikel 5/3, § 1, 2°, is het saldo van de gewestelijke kortingen en belastingverminderingen dat niet kan worden verrekend op de gewestelijke opcentiemen en de gewestelijke belastingvermeerderingen, verrekenbaar op het eventuele saldo dat overblijft van de federale belasting na toepassing van de federale belastingverminderingen Ieder gewest brengt de fiscale regeling met betrekking tot de uitgaven als bedoeld in artikel 5/5, § 4, eerste lid, 1°, die zijn verbonden met contracten afgesloten vanaf 1 januari 2015, in overeenstemming met het principe van de progressiviteit vermeld in artikel 5/6, § 1. De bestaande belastingverminderingen die niet voldoen aan de bepalingen bedoeld in artikel 5/6, § 1 en § 3, en die door een gewest niet in overeenstemming zijn gebracht met die bepalingen tegen 1 januari 2015, worden op die datum in dat gewest omgezet in een belastingvermindering tegen een tarief van 45 %.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 76</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde bijzondere wet wordt een artikel 81quinquies ingevoegd, luidende : \"Art. 81quinquies.§ 1. Voor het begrotingsjaar 2014 worden volgende bedragen in mindering gebracht van hun respectievelijke middelen : 1° 104.835.061 euro voor het Vlaamse Gewest; 2° 53.325.028 euro voor het Waalse Gewest; 3° 17.728.103 euro voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest; 4° 46.331.615 euro voor de Vlaamse Gemeenschap; 5° 25.259.550 euro voor de Franse Gemeenschap; 6° 2.067.211 euro voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.\"</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid vermelde bedragen worden vanaf 1 juli 2014 in mindering gebracht van : 1° voor de gewesten : de in titel IV, hoofdstuk II, afdeling 2, bedoelde en aan het betrokken gewest toegekende middelen;2° voor de gemeenschappen : de in titel IV, hoofdstuk III, afdeling 3, onderafdeling 2, bedoelde en aan de betrokken gemeenschap toegekende middelen;3° voor de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie : de haar toegekende middelen als bedoeld in artikel 65. § 2. Vanaf het begrotingsjaar 2015 worden de middelen van de Vlaamse Gemeenschap bepaald in artikel 40quinquies, verminderd met een bedrag van 1 205 046 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf begrotingsjaar 2016 wordt het bedrag vermeld in het eerste lid jaarlijks aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen van het betrokken begrotingsjaar op dezelfde wijze als bedoeld in artikel 38, § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermindering van de middelen wordt definitief stopgezet van zodra de personeelsleden van de gesloten jeugdinstelling te Tongeren niet langer geheel of gedeeltelijk werkzaam zijn als federaal personeelslid in die gesloten instelling en ten laatste op 31 december 2018. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en genomen na overleg met de regering van de in het eerste lid bedoelde overheid, bepalen dat deze vermindering wordt stopgezet in de loop van een ander begrotingsjaar en kan in voorkomend geval het bedrag pro rata temporis voor dat begrotingsjaar bepalen.\". Art. 77.In dezelfde bijzondere wet wordt een bijlage ingevoegd die als bijlage is gevoegd bij deze bijzondere wet. HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de bijzondere wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2012 numac 2012204229 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst financien Bijzondere wet houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen sluiten houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen Art. 78.Artikel 6 van de bijzondere wet van 19 juli 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/07/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2012 numac 2012204229 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst financien Bijzondere wet houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen sluiten houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen wordt vervangen als volgt : \"Art. 6.Artikel 2 treedt in werking op 1 januari 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de begrotingsjaren 2012 en 2013 wordt een jaarlijkse forfaitaire dotatie toegekend aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest gelijk aan 24 miljoen euro.\". HOOFDSTUK 4. - Overgangs- en opheffingsbepalingen Art. 79.§ 1. De federale overheid blijft bevoegd voor de financiële tegemoetkoming naar aanleiding van schade veroorzaakt door algemene rampen of landbouwrampen die zich hebben voorgedaan tot 30 juni 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">De federale overheid neemt dienaangaande alle beslissingen, behoudt alle rechten en verplichtingen die verband houden met deze rampen en neemt alle uitgaven ten laste die eruit voortvloeien. § 2. De gewesten treden in de rechten en verplichtingen van het Fonds ter reductie van de globale energiekost, opgericht krachtens het hoofdstuk VIII \"Duurzame ontwikkeling. Oprichting van het Fonds ter reductie van de globale energiekost\" van de titel III \"Diverse bepalingen\" van de programmawet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2003 numac 2003022561 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Bijzondere wet tot instelling van een nieuwe berekeningswijze van de responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning regelt, na overleg met de representatieve vakorganisaties van het personeel en na advies van de gewestregeringen, de overdracht van de personeelsleden van dit Fonds aan het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, met inachtneming van de beginselen bedoeld in artikel 88, § 2, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1980 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen. Art. 80.Alle hangende of toekomstige betwistingen die betrekking hebben op de bijkomende middelen ter financiering van de programma's voor wedertewerkstelling van werklozen zoals bedoeld in titel IV, hoofdstuk II, afdeling 3, van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/01/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten zoals dit opgeheven wordt door artikel 24 van deze wet, zijn zonder voorwerp, zonder dat enige vergoeding van welkdanige aard ook verschuldigd is tussen de betrokken partijen. Art. 81.De bijzondere wet van 5 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2003 numac 2003022561 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Bijzondere wet tot instelling van een nieuwe berekeningswijze van de responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector sluiten tot instelling van een nieuwe berekeningswijze van de responsabiliseringsbijdrage ten laste van sommige werkgevers van de openbare sector wordt opgeheven. HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding Art. 82.§ 1. Deze bijzondere wet treedt in werking op 1 juli 2014 met uitzondering van de bepalingen waarvan de datum van inwerkingtreding wordt bepaald bij § 2. § 2. De artikelen 6 tot 20, 59 en 75 treden in werking op 1 juli 2014 en zijn van toepassing vanaf aanslagjaar 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 60 is van toepassing vanaf aanslagjaar 2014 met dien verstande dat bij de toepassing van het artikel 54/2 van de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/01/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, voor dat aanslagjaar rekening wordt gehouden met de gewestelijke belastingverminderingen die zijn genomen op basis van artikel 6, § 2, eerste lid, 4°, zoals dat artikel bestond alvorens het is gewijzigd bij artikel 15 van deze bijzondere wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 76 en 78 treden in werking op 1 januari 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 5, 69 tot 71 en 81 treden in werking op 1 januari 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 6 januari 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Eerste Minister, E. DI RUPO De Minister van Begroting, O. CHASTEL De Minister van Financiën, K. GEENS De Staatssecretaris voor Staatshervorming, S. VERHERSTRAETEN De Staatssecretaris voor Staatshervorming, M. WATHELET Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be) : Stukken : 53 - 2974.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag : 28 november 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Senaat (www.senate.be) : Stukken : 5 - 2369.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen van de Senaat : 19 december 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage bij de bijzondere wet van 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de Gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden Bijlage bij de bijzondere wet van 16 januari 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/01/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/11/2008 numac 2008000907 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten Trajecten voor de periode van 1 januari 2015 tot 31 december 2030, als bedoeld in artikel 65quater, § 2, tweede lid Broeikasgasemissiereductiedoelstellingen in de gebouwen van de residentiële en tertiaire sector (in kilo-ton CO2) Jaren 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Années Vlaamse Gewest 14206 14081 13956 13830 13705 13580 Région flamande Waalse Gewest 7119 7089 7059 7029 6999 6969 Région wallonne Brusselse Hoofdstedelijke Gewest 2325 2317 2309 2301 2293 2285 Région de Bruxelles-Capitale Jaren 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Années Vlaamse Gewest 13339 13098 12858 12617 12376 12136 11895 11655 11414 11173 Région flamande Waalse Gewest 6845 6722 6598 6475 6351 6228 6104 5981 5857 5734 Région wallonne Brusselse Hoofdstedelijke Gewest 2244 2204 2163 2123 2082 2042 2001 1961 1920 1880 Région de Bruxelles-Capitale</p></div>", "next": 0}