{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Aan diegenen die zich tijdelijk in deze zone bevinden (vakantiegangers, zakenmensen...) wordt aangeraden om in hun verblijfplaats te blijven of er zich zo snel mogelijk naar te begeven; indien nodig zullen zij moeten schuilen in om het even welk openbaar of ander gesloten gebouw. 8.2.2.3 Verantwoordelijken voor de uitvoering Op alarmniveau U3 wordt de noodzaak van het al of niet afkondigen van de schuilmaatregel bepaald door het federale coördinatiecomité, via de Emergency Director van de overheid; in bevestigend geval bepaalt hij tegelijkertijd de interventiezone waar de schuilmaatregel van kracht is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op alarmniveau UR wendt de Provinciegouverneur de schuilmaatregel aan in de vooraf bepaalde reflexperimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het CGCCR staat in voor de contacten met de betrokken Gouverneur(s).</p>\n<p class=\"lf-p\">De Provinciegouverneur is belast met de coördinatie van de middelen die in het kader van het provinciale rampenplan voor hulpverlening worden ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongeacht het bestaan van daartoe geëigende informatiekanalen en voor zover zulks mogelijk is, wordt de gemeentepolitie ermee belast de onontbeerlijke informatie aan de bevolking te bezorgen en na te gaan of de opgelegde schuilmaatregelen worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De politiediensten zijn belast met het afsluiten van de interventiezone (zie § 8.2.1). 8.2.3 Nemen van stabiele jodiumtabletten 8.2.3.1 Doelstellingen en basisprincipes Bij een radiologische noodsituatie kan de radioactieve wolk radioactief jodium bevatten dat kan vrijkomen. Wanneer dit ingeademd wordt, zet het zich vlug vast in de schildklier, waar het, zelfs op grote afstand van de plaats van het ongeval, aanzienlijke blootstellingen kan veroorzaken, vooral bij kinderen (gezien het volume van de klier). De opname door de schildklier van radioactief jodium via inademing kan sterk verminderd worden door de voorafgaande inname van niet-radioactief jodium (stabiel jodium) teneinde de schildklier te verzadigen. Het effect van deze maatregel hangt sterk af van het tijdstip van de inname, vanwaar het belang van een systeem dat een zo groot en zo snel mogelijke beschikbaarheid van stabiel jodium garandeert.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de noodplanningszone worden dozen met stabiele jodiumtabletten voorafgaandelijk uitgedeeld in de gezinnen en de collectiviteiten (scholen, hospitalen, fabrieken, crèches,...). Er zijn bovendien reserves van dozen met jodiumtabletten beschikbaar in alle apotheken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buiten de noodplanningszones, beschikken alle apotheken over reserves van stabiel jodium onder verschillende vormen (poeder, lugol, ...); bovendien zijn reserves van dozen met stabiele jodiumtabletten beschikbaar op verschillende plaatsen. Onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken worden plannen voor de snelle verdeling van deze tabletten opgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien de mogelijke neveneffecten van de inname van een relatief grote hoeveelheid stabiel jodium, wordt het « groen licht » voor de inname van de tabletten door de bevolking slechts gegeven wanneer het risico van de straling van de schildklier groter wordt dan het risico van de inname van stabiel jodium. Wegens de hoge gevoeligheid bij kinderen (vooral de jongsten) en foetussen voor het ontstaan van kankers in de schildklier en gezien het kleine risico op ernstige neveneffecten bij hen, is het mogelijk, zelfs waarschijnlijk, dat de aanbeveling tot inname van stabiel jodium beperkt moet worden tot kinderen en zwangere vrouwen. 8.2.3.2 Toepassingsmodaliteiten Via een waarschuwingssysteem en onder een aan de omstandigheden aangepaste vorm, zal de inname van stabiele jodiumtabletten afgekondigd worden. De aan de bevolking mee te delen berichten moeten zorgvuldig bestudeerd en voorbereid worden in het kader van de noodplanning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moet voor gezorgd worden dat, in de mate van het mogelijke, het stabiel jodium ingenomen wordt vóór het begin van de blootstelling aan radioactief jodium, vermits het op dat ogenblik een optimaal effect (meer dan 90 %) vertegenwoordigt. Nochtans kan men nog 50 % afscherming verwachten wanneer de toediening binnen de 4 à 6 uur na de besmetting kan gebeuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij tijdsgespreide luchtbesmettingen blijft deze maatregel nuttig voor de toekomstige blootstellingen. De voorgeschreven hoeveelheid zal gedurende 24 uur effectief zijn. Hoewel de maatregel ook efficiënt is bij inname van besmet voedsel zal men bij deze situaties bij voorkeur andere maatregelen overwegen (vb. consumptieverbod - zie hoofdstuk 8.4.).</p>\n<p class=\"lf-p\">De hulpdiensten zijn onderworpen aan dezelfde bepalingen (voorafgaande verdeling en voorlichting) dan de personen binnen de noodplanningszone. 8.2.3.3 Verantwoordelijken voor de uitvoering Het federale coördinatiecomité beslist, op aanbeveling van de evaluatiecel, de maatregel tot bescherming van de schildklier door stabiel jodium af te kondigen en waakt erover dat de betrokkenen onmiddellijk op een adequate manier (via de radio, de televisie of wagens met luidsprekers) op de hoogte worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Binnenlandse Zaken organiseert de voorafgaande verdeling en de hernieuwing van de stabiele jodiumtabletten, overeenkomstig de bepalingen van rubriek 5.1. Onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Binnenlandse Zaken worden eveneens plannen opgesteld voor de snelle verdeling van de tablettenreserves.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere verantwoordelijke van de interventiedienst die moet optreden in de interventiezone, waakt over de inname ervan door zijn personeel, volgens de indicaties van de bijsluiter, voorafgaandelijk aan de interventie. 8.2.4 Evacuatie 8.2.4.1 Doelstellingen De meest uitzonderlijke maatregel voor de bescherming tegen de blootstelling aan radioactieve stralingen is het verwijderen van de bevolking uit de nabijheid van de lozingsbron naar een verblijfplaats met lagere besmetting. Deze plaats bevindt zich geografisch buiten de noodplanningszone.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat om een maatregel die bedoeld is tegen de risico's van luchtbestraling (directe wolkstraling), van inademing en bodembestraling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kan een opsplitsing gemaakt worden tussen de preventieve evacuatie, d.w.z. voor de emissie van radioactief materiaal of vooraleer een wolk met radioactief materiaal de betrokken bevolking heeft bereikt, en de uitgestelde evacuatie, d.w.z. nadat een radioactieve wolk is voorbijgetrokken. 8.2.4.2 Basisprincipes De evacuatie verloopt in verschillende fasen : de voorbereiding, de doorvoer, de opname, de medische zorgen, de terugvoer en de nazorg. De twee laatste fasen staan echter buiten dit noodplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals reeds vermeld in § 8.2.4.1., onderscheiden zich twee evacuatietypes, naar gelang van de uitvoeringstijd : - de preventieve evacuatie : wordt beslist vóór het begin van een belangrijke lozing van radioactiviteit, d.w.z. op basis van prognoses van de exploitant; - de uitgestelde evacuatie : wordt uitgevoerd na het einde van de lozing, op basis van de evaluaties en metingen ter plaatse. De evacuatie tijdens de lozing kan bij de planning à priori niet worden uitgesloten, op grond van de voorspellingen van nog aanzienlijkere lozingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In alle situaties kan de evacuatie begeleid worden door maatregelen, zoals inname van stabiel jodium en schuilen, mits de eigen beperkingen van deze maatregelen in overweging genomen worden (beschermingsduur voor schuilen, bescherming van de andere organen dan de schildklier in geval van jodiuminname).</p>\n<p class=\"lf-p\">De modaliteiten van de evacuatie moeten vastgelegd worden in het provinciale rampenplan voor hulpverlening, met dien verstande dat de evacuatie dient te gebeuren naar een plaats geografisch gesitueerd buiten de noodplanningszone.</p>\n<p class=\"lf-p\">In principe dient iedereen die over een privévoertuig beschikt, te zorgen voor zijn eigen vervoer. De overheid stelt publieke en private transportmiddelen ter beschikking voor hen die over geen vervoermiddel beschikken of voor bepaalde bevolkingsgroepen (scholen, bejaarden, geestelijk en lichamelijk gehandicapten, de patiënten in ziekenhuizen, verpleegtehuizen, psychiatrische instellingen en thuiszorg, de gedetineerden...) Elk van de instellingen verantwoordelijk voor de opvang van deze specifieke groepen, dient een intern noodplan, waarin bijzondere aandacht wordt besteed aan de evacuatie, voor te leggen aan de Provinciegouverneur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het te evacueren gebied wordt afgezet en bewaakt door de politiediensten. Het provinciale rampenplan voor hulpverlening voorziet een door de politiediensten uitgewerkt verkeerscontroleplan ter bepaling van de aan- en afvoerwegen voor de evacuatievoertuigen en van de wegen die voor de hulpverleners moeten worden vrijgehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het provinciale rampenplan moet bovendien een inventaris omvatten van de in geval van evacuatie beschikbare transportmiddelen en bevat de volgende elementen : - de lokalisatie van de opvang voor elk van de te evacueren segmenten van 30° in de noodplanningszone (vooraf bij de bevolking reeds voldoende bekendmaken); - een duidelijke afspraak omtrent de identificatie van de woningen, die aangeeft dat de betrokkenen reeds geëvacueerd werden, opdat voor de hulpverlening en bewakingsverantwoordelijken zo weinig mogelijk tijd verloren zou gaan; - de nodige ordehandhaving in het kader van het verkeerscontroleplan en in het kader van de bewaking over het betreden van de te evacueren zone; - de organisatie van zowel tijdelijke als permanente opvangcentra; - regelen van voedsel- en medische voorziening; - dringende medische hulpverlening ten behoeve van de veiligheidsdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de opvangcentra moet een registratie van de geëvacueerden plaatsvinden, enerzijds van hen die gebruik maakten van de door de overheid ter beschikking gestelde transportmiddelen en anderzijds van hen die gebruik maakten van hun eigen voertuig en die wensen gebruik te maken van de door de overheid ter beschikking gestelde opvangcentra.</p>\n<p class=\"lf-p\">Diegenen die gebruik maakten van hun persoonlijk voertuig en niet wensen opgenomen te worden in de voorziene opvangcentra, dienen zich te laten registreren op het secretariaat van de gemeente of stad waar zij tijdelijk onderkomen gevonden hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een uitgestelde evacuatie worden de geëvacueerden in de opvangcentra gecontroleerd op besmetting en kunnen personen en materieel worden gedecontamineerd (zie hoofdstuk 8.2.5.). Van daaruit kunnen de geëvacueerden naar meer permanente bestemmingen vertrekken en afhankelijk van hun opgelopen dosis, indien nodig, eventueel medisch worden begeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Personen die hun eigen voertuig hebben gebruikt en geen beroep doen op de voorziene opvangcentra zullen instructies krijgen voor auto-decontaminatie op de controleposten, tijdens de evacuatie zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al deze richtlijnen zullen worden opgenomen in de informatiecampagne over de verspreiding van de jodiumtabletten in de noodplanningszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de evacuatie zullen de vitale overheidsdiensten (water, elektriciteit en gas) zolang als nodig hun opdracht blijven verderzetten in de geëvacueerde zone. Overeenkomstig § 1.3 moet een intern noodplan voorgelegd worden aan de Minister van Binnenlandse Zaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarschuwing van de bevolking betreffende de toepassing van de evacuatiemaatregel zal op dezelfde manier als voor de andere maatregelen geregeld worden. 8.2.4.3 Verantwoordelijken voor de uitvoering De evacuatie van de bevolking uit een zone is een uitzonderlijke maatregel en kan uitsluitend worden bevolen door het federale coördinatiecomité (alarmniveau U3).</p>\n<p class=\"lf-p\">De Provinciegouverneur coördineert ter plaatse de aanwending van de middelen die noodzakelijk zijn met het oog op de evacuatie en de opvang van de bevolking, overeenkomstig het provinciale rampenplan voor hulpverlening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De concrete aanwending van de evacuatie gebeurt in overleg met de territoriaal bevoegde burgemeester(s).</p>\n<p class=\"lf-p\">De autoriteiten bevoegd voor het onderwijs, de strafinrichtingen, de hospitalen, de psychiatrische ziekenhuizen, de asielen, de homes en de rusthuizen, werken mee aan de voorbereiding van de evacuatieplannen en voorzien in de maatregelen die noodzakelijk zijn met het oog op de evacuatie van : - de personen die afhankelijk zijn van een permanente medische verzorging; - de personen die in deze instellingen gedomicilieerd zijn; - de personen die op grond van een rechterlijke beslissing van hun vrijheid zijn beroofd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere aandacht moet gaan naar de evacuatie van industriële installaties die binnen de noodplanningszone gelegen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe dienen de verantwoordelijke autoriteiten een intern noodplan op te maken dat aan de Provinciegouverneur ter goedkeuring moet worden voorgelegd. 8.2.5 Decontaminatie 8.2.5.1 Doelstellingen Reductie van de rechtstreekse gevolgen van de straling op de personen, ingevolge radioactiviteitsafzetting op het lichaam of op de voertuigen, de kleding, de dieren enz., zodat geen gezondheidsschade meer kan ontstaan en de verspreiding van radioactieve stofdeeltjes in de minder of niet-besmette zones beperkt wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze decontaminatiemaatregel voorziet niet alleen het uitvoeren van de ontsmettingshandelingen, maar ook de activiteiten die nodig zijn om effectief te kunnen ontsmetten, met name : - het meten van de aanwezige radioactieve stoffen vóór en na de ontsmetting; - het vaststellen van de meest geschikte methodes met de daarbij in acht te nemen veiligheidsmaatregelen; - het vaststellen van de toelaatbare restbesmetting; - het vooraf selecteren van mogelijke ontsmettingsplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Direct na het ongeval en de radioactieve lozing is vooral de controle op personen, dieren, goederen en voertuigen van belang. 8.2.5.2 Basisprincipes van toepassing 8.2.5.2.1 Decontaminatie van de personen Deze operatie gaat hoofdzakelijk samen met de uitgestelde evacuatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing tot ontsmetting zal steunen op meetresultaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meet- en ontsmettingseenheid zal worden opgericht in de opvangcentra.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de personen gedurende hun evacuatie niet langer dan nodig aan externe bestraling bloot te stellen, moet de evacuatietijd binnen de besmette zone zo beperkt mogelijk gehouden worden, zodat geen tijd verloren mag worden door de ontsmetting te voorzien aan de doorlaatposten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die mogelijk besmet zijn en die zich niet begeven naar de opvangcentra, zullen de nodige richtlijnen meekrijgen bij het verlaten van de besmette zone zodat zij zelf een aantal decontaminatiemaatregelen kunnen toepassen. 8.2.5.2.2 Decontaminatie van voertuigen en goederen - Richtlijnen van toepassing Indien het vermoeden bestaat dat goederen besmet zijn of indien dit door meting bevestigd wordt, moet worden gezorgd voor de ontsmetting of, zo nodig, voor de tijdelijke opslag ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voertuigen zullen bij het verlaten van de besmette gebieden, ontsmet worden. Een eerste ontsmetting kan plaatsvinden door het afspuiten van het voertuig door de hulpdiensten. In de opvangcentra zal door metingen nagegaan worden of de ontsmetting voldoende was of niet; er zal een verdere decontaminatie doorgevoerd worden indien nodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Blijven nog de ontsmettingsmaatregelen op langere termijn, die deel uitmaken van de herstel- en nazorgoperaties. Deze zijn er voornamelijk op gericht de woon-, werk-, en recreatiefuncties van een bepaald gebied te herstellen en vallen buiten het kader van dit plan. 8.2.5.3 Verantwoordelijken voor de uitvoering De decontaminatiemodaliteiten, die eveneens betrekking hebben op de medische bijstand, dienen in het provinciale rampenplan voor hulpverlening bepaald te worden. 8.2.6 Aanbevelingen naar bepaalde bevolkingsgroepen 8.2.6.1 Doelstellingen Afgezien van de aanbevelingen die in de vorige rubrieken reeds ter sprake zijn gebracht, zijn sommige aanbevelingen voor de bevolking die betrekking hebben op eenvoudige en ongevaarlijke maatregelen, van aard om de collectieve dosis te verminderen of nutteloze doses te vermijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze maatregelen zullen vaak worden gekoppeld aan de schuilmaatregelen. 8.2.6.2 Richtlijnen van toepassing Sommige van deze aanbevelingen zijn algemeen van aard en gericht op de bevolking in haar geheel. De meeste aanbevelingen zijn evenwel op specifieke groepen van de bevolking gericht, onder meer op kinderen en zwangere vrouwen en op landbouwers, tuinbouwers en veekwekers die, ondanks de aanbevelingen om de woning niet te verlaten, toch buiten moeten zijn en die de volgende dagen, ondanks deze aanbevelingen, toch buitenshuis zullen moeten werken. 8.2.6.3 Verantwoordelijken voor de uitvoering Deze aanbevelingen worden door de evaluatiecel aan het federale coördinatiecomité meegedeeld. De informatiecel is bevoegd voor de communicatie ervan aan de bevolking. 8.3 Medische acties 8.3.1 Basisfilosofie De evacuatie van de slachtoffers (niet te verwarren met de evacuatie van de bevolkingsgroepen) geschiedt via een verplicht punt waar de essentiële handelingen zoals de triage, de conditionering, de identificatie (zelfs de voorlopige) en de regulatie van de ziekenhuisbestemmingen gebeuren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatregelen voor het toezicht na het ongeval op de getroffen bevolking worden georganiseerd en worden niet beschreven in het kader van dit plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De medische hulpverleningsketting zal de medewerking krijgen van diensten gespecialiseerd in de radioprotectie op het terrein. 8.3.2 Doelstellingen De medische acties hebben tot doel : - de evaluatie van de ernst van de situatie, karakterisering van de soorten van slachtoffers, bepaling van het aantal slachtoffers; - de deelname aan de bepaling van de zones voor sanitaire interventie; - de beslissingen van aanwerving van personeel (zie 8.1); - de inwerkingstelling en bestuur van de medische hulpverleningsketting; - de beperking van de contaminatie in een op voorhand bepaalde zone; - de beoordeling van de noodzaak tot verhoging van de inzetmogelijkheden, rekening houdend met het bijzondere risico voor de personeelsleden en ook met de bijzondere omloopsnelheid van de verschillende etappes van de medische hulpverleningsketting, decontaminatie inbegrepen; - de hergroepering van alle interveniërende partijen en het openen van een specifiek medisch dossier; - de geldigverklaring van de specifieke triagekaarten (met dosimetrische indicaties); - de regulatie van de evacuatie naar ziekenhuiscentra in functie van de indicaties van het provinciale coördinatiecentrum of, desgevallend, van het CGCCR. 8.3.3 Richtlijnen van aanwending Een specifiek medisch interventieplan zal uitgewerkt worden op het niveau van elke betrokken provincie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit plan beschrijft op een gedetailleerde wijze de acties van elk team, de nationale en internationale middelen voor systematische versterking, de hergroeperingspunten, de mogelijkheden tot vestiging van vooruitgeschoven medische posten, de toegangswegen en de wegen voor evacuatie van slachtoffers, de ziekenhuizen van bestemming in functie van de ernst of van de specificiteit van de letsels, de plaatsen van samenkomst voor de versterkingen, diegene bepaald voor de gespecialiseerde diensten, de organisatie van het dosimetrische toezicht en de modaliteiten voor het inzetten van de personeelsleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zones voor sanitaire interventie worden voorbereid volgens schema's opgemaakt met de gespecialiseerde diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene principes - De geneesheer-directeur van de medische hulpverleningsoperaties of zijn adjunct is een ziekenhuisspecialist (op voorhand aangewezen op een lijst van verplichtingen) bekwaam op het vlak van de radioprotectie; - het personeel van de interventiediensten wordt op voorhand geïdentificeerd en geniet van een aangepaste opleiding en een specifieke medische bescherming; - alle personeel belast met het ophalen, het verzorgen en het transport van slachtoffers dient uitgerust te zijn met een adequate bescherming; - loten specifieke materialen (met wegwerpcontainers) worden klaargemaakt in samenwerking met de Medische Dienst van de onderneming; - de decontaminatie dient vroegtijdig ondernomen te worden (vóór de opname in het ziekenhuis).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiertoe zal men gebruik maken van de structuren van de medische diensten van de site, indien ze toegankelijk zijn; indien dit niet het geval is, zal men een beroep doen op voorlopige structuren, oordeelkundig gespreid op het terrein; - een medische triagekaart met klinische gegevens dient ingevuld te worden; - decontaminatie- en hulpverleningsposten dienen opgericht te worden voor de hulpverleningsvoertuigen; - adequate beslissingsschema's worden toegestuurd aan alle geneesheren die in aanmerking komen om te interveniëren. 8.3.4 Verantwoordelijken voor de uitvoering Overeenkomstig de omzendbrief van de Minister van Binnenlandse Zaken d.d. 11 juli 1990 in verband met de rampenplannen voor hulpverlening, werkt de provinciale Gezondheidsinspecteur van de FOD Volksgezondheid en Leefmilieu, onder toezicht van de Provinciegouverneur, een aangepast medisch interventieplan uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Dienst voor Sanitaire Hulp aan de burgerbevolking van de FOD Volksgezondheid en Leefmilieu waakt over de technische coördinatie van de provinciale sanitaire plannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de Gouverneur wordt een wachtrol opgemaakt voor de Geneesheer-directeurs van de hulpverleningsoperaties, op basis van conventies op te stellen met de ziekenhuizen van de provincie. 8.4 Beperkingen inzake de consumptie van besmet voedsel of water 8.4.1 Doelstellingen Deze aanbevelingen strekken ertoe de interne blootstelling van de bevolking naar aanleiding van de inname van besmet water of voedsel te verminderen. 8.4.1.1 Basisprincipes van toepassing De toepassing van de maatregelen betreffende de voedselketen heeft tot doel de interne blootstelling van de bevolking te doen dalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook in dit geval moeten rechtstreekse gevolgen voor de gezondheid van de consumenten vermeden worden, moeten de collectieve dosis en het individuele risico voor gevolgen op lange termijn zoveel mogelijk ingedijkt worden, maar moet daarbij vermeden worden dat de tegenmaatregel (bijv. het verbod om een bepaald voedsel te gebruiken) niet meer schadelijke gevolgen heeft dan die welke voortvloeien uit interne blootstelling aan ioniserende stralingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepaling van een nulniveau inzake nucleaire besmetting van het voedsel na een nucleair ongeval zou onmiskenbaar tot de verhongering van de bevolking leiden. Bijgevolg worden voor de maatregelen houdende de beperking en/of het verbod van de voedseldistributie ook niveaus van interventiedoses vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de hand daarvan, worden niveau's inzake maximale radioactieve besmetting van het voedsel vastgesteld (een bepaald aantal Becquerel van een bepaalde radionucleide per kg van een bepaald soort voedsel).</p>\n<p class=\"lf-p\">In de praktijk worden de niveau's inzake maximale radioactieve besmetting omgezet in operationele afgeleide niveau's van oppervlaktebesmetting (in Bq/m2) via specifieke hypothesen (bijv. de hoeveelheid verbruikt voedsel varieert naar gelang van het individu).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze operationele afgeleide niveau's worden opgenomen in de interne procedures van de evaluatiecel. 8.4.1.2 Europees Reglement De Europese Unie heeft desbetreffend een reglementering uitgewerkt en is overgegaan tot de bepaling, m.b.t. de gevolgen van een ongeval, van vooraf vastgestelde niveaus inzake maximale voedselbesmetting voor commercialisatie, die binnen een termijn van drie maanden kunnen aangepast worden (zie tabel).</p>\n<p class=\"lf-p\">MAXIMAAL TOELAATBARE NIVEAUS VOOR HET VRIJE VERKEER BINNEN DE EU VAN LEVENSMIDDELEN EN DIERVOEDERS (Bq/kg).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld (1) Het niveau voor geconcentreerde of gedroogde producten wordt berekend op basis van het gereconstitueerde gebruiksklare product.De Lidstaten kunnen aanbevelingen formuleren betreffende de aanlengingsvoorwaarden met het oog op het naleven van de bij deze verordening vastgestelde maximaal toelaatbare niveaus. (2) De maximaal toelaatbare niveaus voor de diervoeders worden bepaald overeenkomstig artikel 7 van de Euratomverordening 3954/87, gewijzigd door de Euratomverordening 2218/89, aangezien deze niveaus moeten bijdragen tot de naleving van de maximaal toelaatbare niveaus voor de levensmiddelen, op zich deze naleving in alle omstandigheden niet kunnen garanderen en niet afdoen aan de verplichting om de niveaus in producten van dierlijke oorsprong, bestemd voor menselijke consumptie, te controleren.De niveaus zijn van toepassing op de voedingswaren bestemd voor de consumptie.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(3)</span>Onder babyvoeding wordt verstaan de levensmiddelen die bestemd zijn voor de voeding van zuigelingen in de eerste vier tot zes maanden van hun leven, die op zichzelf voldoen aan de voedingsbehoeften van deze categorie personen en in de detailhandel verkrijgbaar zijn in gemakkelijk herkenbare verpakkingen voorzien van het etiket « babyvoeding ».(4) Onder zuivelproducten worden verstaan de producten die vallen onder de volgende GN-codes, en, in voorkomend geval, in de aanpassingen die later hierin kunnen worden aangebracht : 0401, 0402 (behalve 04022911).(5) De minder belangrijke levensmiddelen en de daarop toe te passen overeenkomstige niveaus worden bepaald.De waarden voor de minder belangrijke levensmiddelen zijn 10 maal hoger dan de waarden van de Euratomverordening 2218/89 voor de rubriek « Andere levensmiddelen, met uitzondering van minder belangrijke ».</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">(6)</span>Vloeibare levensmiddelen, als gedefinieerd in de GN-code 2009 en in het hoofdstuk 22 van de gecombineerde nomenclatuur.De waarden worden berekend met inachtneming van het verbruik van kraanwater en dezelfde waarden zouden naar goeddunken van de bevoegde autoriteiten in de Lidstaten moeten worden toegepast voor de drinkwatervoorziening. (7) Koolstof-14, tritium en kalium worden niet hiertoe gerekend. Het reglement voorziet echter dat er specifieke niveau's kunnen worden toegepast voor de zones die dichtbij de plaats van het ongeval liggen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Er moet eveneens onthouden worden dat deze niveau's, die enkel de aspecten van commercialisering betreffen, bepaald werden op basis van algemene hypotheses. Indien nodig, moeten meer beperkte niveau's overwogen worden, met name in het kader van de besmetting van melk door jodium 131 (consumptie door de kinderen) of de besmetting van melk en verse groenten door langlevende alfa-emissies consumptie door zeer kleine kinderen). 8.4.1.3 Praktische benadering In de praktijk, steunen de maatregelen die tot doel hebben de inwendige blootstelling van de bevolking te verlagen, vooral op het beperken en/of verbieden van het gebruik of de commercialisering van levensmiddelen (en van drinkwater), als blijkt dat de besmetting ervan bepaalde maximaal toelaatbare niveaus overstijgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschrijving van de maatregelen tot naleving van de Europese reglementering (verplichtingen voor de landbouw- en voedingsnijverheid, certificaten, vernietigingen...) is vastgelegd in de bijzondere plannen van de betrokken departementen (FAVV, ...).</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit plan worden enkel de directe maatregelen aangegeven die ertoe strekken de inwendige bestraling van personen te beperken bij inname van besmet voedsel en water gedurende de eerste uren van de besmetting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het begin en de periode van consumptie-ontrading of verbod is afhankelijk van de vrijgekomen isotopen, de voedselsoort en de besmettingsweg (rechtstreekse depositie vanuit de lucht of opname vanuit een besmette bodem).</p>\n<p class=\"lf-p\">Meestal zal de ontrading of het verbod van consumptie preventief gebeuren tot op het ogenblik dat de noodzakelijke controles zullen gemeten zijn op de werkelijke besmetting. 8.4.2 Richtlijnen van toepassing 8.4.2.1 Verse gewassen In de rechtstreekse besmettingsfase kunnen zowel kortlevende als langlevende elementen voorkomen. Het verbruiksverbod zal onmiddellijk ingaan bij het begin van de lozing. De afkondiging ervan gebeurt via radio en T.V. Indien enkel kortlevende elementen zijn afgezet, zal de maatregel voor een korte periode gelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verbod zal noodzakelijkerwijs gemoduleerd zijn volgens de oppervlakte-adsorptiecapaciteit van de verschillende gewassen. 8.4.2.2 Verbod op gebruik van drinkwater of oppervlaktewater Het verbod heeft enkel betrekking op drinkwater dat gewonnen wordt uit openluchtspaarbekkens en waterlopen. Het verbruiksverbod zal steunen op gemeten besmetting van het behandeld ruwwater. De afkondiging ervan gebeurt via radio en T.V. Indien geen specifieke maatregelen worden uitgevaardigd, kan het winnen van drinkwater uit grondwater verder gaan. Het gebruik van watertanken (regenwater) wordt afgeraden, tenzij andere richtlijnen worden gegeven. 8.4.2.3 Melk De melkbesmetting zal een maximum bereiken onmiddellijk na een acute afzetting voor de jodiumisotopen en kan ook gedurende een lange periode (meerdere jaren) aanhouden wanneer cesium en strontium vrijkomen. De omvang van de besmetting wordt hoofdzakelijk bepaald door de besmettingsgraad van het diervoeder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod zal gemotiveerd worden door controlemetingen, die in het geval van een homogene besmettingssituatie gericht zullen zijn op de verdeelcentra (melkerijen) en in het geval van ongelijkmatige besmetting, bij de producenten (boerderijen) moeten worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbruik buiten het niet-commerciële circuit is - tenzij anders gespecificeerd - af te raden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod zal worden afgekondigd via radio en T.V. 8.4.2.4 Vlees Het verbruiksverbod dat zich niet in dezelfde mate van hoogdringendheid stelt als de andere maatregelen, kan algemeen zijn of rekening houden met specifieke diersoorten volgens de spreiding van de besmettingsgraad, die beïnvloed wordt door het dieet (besmet of opgeslagen voeder), de kweekzone...</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximale vleesbesmetting situeert zich later dan de melkbesmetting en bestaat hoofdzakelijk uit de isotopen van cesium. Het verbruiksverbod steunt op controles die prioritair in slachterijen worden uitgevoerd. Het verbod wordt afgekondigd via radio en T.V. Een speciale controle moet worden uitgebouwd voor vleeswaren die niet langs de traditionele circuits bij de verbruiker komen en meestal een hogere besmettingsgraad vertonen omwille van de specificiteit van hun voeding (wild). 8.4.2.5 Verbod op gebruik van andere voedingswaren De voedingswaren die aan de lucht blootgesteld worden tijdens het voorbijtrekken van de radioactieve wolk zijn besmet. Het is aan te raden het verbruik uit te stellen tot steekproeven de werkelijke besmettingsgraad hebben aangetoond.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbruiksverbod wordt afgekondigd via radio en T.V. 8.4.3 Verantwoordelijken voor de uitvoering De bijzondere plannen van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen bepaalt de modaliteiten van uitvoering i.v.m. de primaire producten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De interne plannen van de Gewesten die het drinkwaterbeleid in hun bevoegdheid hebben, bepalen de modaliteiten van uitvoering voor het drinkwater. 8.5 Preventieve maatregelen betreffende de voedselketen 8.5.1 Doelstellingen Naast de maatregelen om de consument te beschermen, kunnen een reeks andere preventieve maatregelen worden genomen teneinde de radioactieve besmetting van voedsel zoveel mogelijk te verminderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De preventieve acties ter bescherming van de voedselketen worden opgezet zodra het risico ontstaat van overschrijding van de maximaal toelaatbare niveaus voor besmetting van voedsel, zoals die in de Europese reglementering zijn vastgelegd teneinde de doses voor de bevolking te beperken. Er moet worden onderstreept dat dergelijke situaties zich kunnen voordoen voor dosisniveaus die lager liggen dan die welke aanleiding geven tot de inwerkingtreding van maatregelen ter bescherming van de bevolking.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van hogere dosisniveaus moeten de uitvoerbaarheid en de wenselijkheid van de tegenmaatregelen worden geëvalueerd. 8.5.2 Basisprincipes van toepassing De aanbevolen maatregelen hangen af van de fase van het ongeluk (vóór, tijdens of na radioactieve lozingen) en van de ernst ervan (de scenario's : gewone waakzaamheid, gevaar beperkt tot de voedselketen en gevaar voor de bevolking komen overeen met de alarmniveaus U1 tot U3).</p>\n<p class=\"lf-p\">De interne noodplannen van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, dienen conform §1.3 te worden overgemaakt aan de Minister van Binnenlandse Zaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het federale coördinatiecomité geeft aanbevelingen of vaardigt richtlijnen uit. De uitvoeringsmodaliteiten ervan worden vastgesteld door de bevoegde diensten van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen, zoals vermeld in het interne plan van deze overheden. Deze overheden beslissen wanneer de maatregelen worden opgeheven. 8.5.3 Graasverbod 8.5.3.1 Doelstellingen De besmetting van voedsel (melk en vlees) kan sterk verminderd worden door het vee van besmet weiland te verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo wil men de voedselvoorziening voor de Belgische bevolking en de internationale handel (export) vrijwaren. 8.5.3.2 Richtlijnen van toepassing en algemene bepalingen Deze beschermingsmaatregel is hoofdzakelijk van toepassing op ongevallen met vrijkomen van jodium, cesium en strontium, die zich in melk (jodium, strontium en cesium) of spierweefsel concentreren. De uitvaardiging is afhankelijk van de beschikbaarheid van onbesmet opgeslagen voeder en veronderstelt dat het blootstellingsrisico voor personen (landbouwers) aanvaardbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijst van getroffen gemeenten zal via radio en T.V. worden medegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermoedelijke duur van het verbod wordt aangegeven in functie van het incident. 8.5.4 Evacuatie van het vee 8.5.4.1 Doelstellingen Hoewel door deze maatregel, zoals bij het graasverbod, de voedselbesmetting wordt onderdrukt, zal hij enkel overwogen worden als onderdeel van een evacuatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er zal slechts een evacuatie overwogen kunnen worden wanneer het vee onvoldoende kan worden gestald in het getroffen gebied en wanneer het gebied voldoende klein is. 8.5.4.2 Richtlijnen van toepassing De evacuatie van het vee is een operatie die hoofdzakelijk door economische argumenten wordt ingegeven en dus ondergeschikt is aan de bescherming van de individuen tegen de straling. Om deze reden is ze enkel toepasbaar bij trage evacuatiescenario's.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afkondigen van de operatie zal via radio en T.V. gebeuren. 8.5.5 Verbod op irrigatie en op verbruik van drinkwater voor de dieren 8.5.5.1 Doelstellingen Voorkomen van besmetting van culturen door irrigatie met besmet water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de besmetting van de dieren door het drinken van water uit regenwatertanken dient vermeden te worden. Het grondwater zal de eerste periode na een nucleair ongeval nog niet verontreinigd zijn. 8.5.5.2 Richtlijnen van toepassing De maatregel is vooral pertinent bij besmetting van de regenwaterreservoirs. Die is het resultaat van regenval tijdens de luchtbesmetting en/of van droge afzetting uit de lucht in open spaarbekkens en oppervlakte waters. Het verbod zal worden afgekondigd via radio en T.V. 9 HULP UIT HET BUITENLAND België heeft met zijn buurlanden bilaterale overeenkomsten afgesloten voor wederzijdse bijstandsverlening in geval van rampen of calamiteiten, daarin begrepen de nucleaire ongevallen : - met het Groot-Hertogdom Luxemburg (wet van 31 januari 1978); - met Frankrijk (wet van 9 december 1983); - met Duitsland (wet van 17 januari 1984); - met Nederland (wet van 9 september 1988).</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Binnenlandse Zaken kan, krachtens deze overeenkomsten, een bijzondere bijstand inroepen voor radiologische noodsituaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarenboven kan de Minister van Binnenlandse Zaken de bijstand inroepen : - van alle lidstaten die de Conventie betreffende de hulpverlening bij nucleaire ongevallen hebben ondertekend. (Convention on Assistance in the Case of a Radiological Emergency, Wenen 26.09.1986) (zie rubriek Agence Internationale de l'Energie Atomique (AIEA)). - via het communautair mechanisme ter vergemakkelijking van versterkte samenwerking bij bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming (Beschikking van de Europese Raad van 23.10.2001, bekendgemaakt in het Publicatieblad nr. L-297 van 15.11.2001 blz. 0007-0011). 10 OPLEIDING EN OEFENINGEN Alle overheden en private personen die betrokken zijn bij dit noodplan zorgen, in samenspraak met alle andere deelnemers aan dit noodplan, voor de nodige opleiding en oefening van hun eigen personeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzake opleiding van de personen betrokken bij dit plan, dient de Europese richtlijn 89/618/Euratom d.d. 27 november 1989 te worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 juli 1991 tot oprichting van een hoger instituut voor de noodplanning, behoort het eveneens tot de opdrachten van dit instituut om, aan de personen die ingeschakeld kunnen worden bij de organisatie van de hulpverlening, adequate en geregeld bijgewerkte informatie te verspreiden over de risico's die hun inzet voor hun gezondheid heeft en over de in dergelijke gevallen te nemen voorzorgsmaatregelen. 10.1 Initiële opleiding Elke deelnemende organisatie zorgt voor de initiële opleiding van haar personeelsleden die zouden kunnen interveniëren in het kader van dit plan. Het opleidingsschema en -programma (theoretische en praktische cursussen) worden voorgelegd aan de Minister van Binnenlandse Zaken, die, indien nodig, aanpassingen kan vragen. 10.2 Informatie aan het medische korps en aan de apothekers De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, zal aan het medisch korps van het land de specifieke informatie betreffende de radiologische noodsituaties meedelen. 10.3 Bijscholing De verschillende in dit plan interveniërende organisaties staan in voor de bijscholing van hun personeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Binnenlandse Zaken ontvangt van elke in dit plan interveniërende organisatie jaarlijks een verslag dat de uitgevoerde bijscholingsacties beschrijft. De Minister van Binnenlandse Zaken kan hier eveneens aanpassingen vragen. 10.4 Oefeningen Bij de voornaamste Belgische nucleaire installaties, bepaald in par. 1.3.1 (toepassingsveld) van dit plan, zal jaarlijks een oefening gehouden worden voor de kerncentrales van Doel en Tihange en om de twee jaar voor de vier andere installaties (Instituut voor Radio-elementen, Belgonucleaire, Belgoprocess en Studiecentrum voor Kernenergie).</p>\n<p class=\"lf-p\">De omvang van deze oefeningen wordt bepaald door de Mininster van Binnenlandse Zaken of zijn vertegenwoordiger, in samenspraak met de exploitant van de betrokken installatie, de Provinciegouverneur en eventuele andere interveniërende partijen. Bij het bepalen van de omvang van de oefeningen, wordt rekening gehouden met de lessen en conclusies uit de vorige oefeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minstens de interactie en de informatieuitwisseling tussen de exploitant, het CGCCR en de evaluatiecel worden tijdens deze oefeningen gecontroleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een jaarlijks en/of meerjarig oefenprogramma opgesteld door de Mininster van Binnenlandse Zaken of zijn vertegenwoordiger, in samenspraak met de exploitanten van de betrokken nucleaire installaties, de betrokken Provinciegouverneurs en andere interveniërende partijen. Indien nodig, bevat het andere noodsituaties dan die vermeld in § 1.3.1 van dit plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de 3 jaar wordt een oefening van grote omvang (globale oefening) georganiseerd. De praktische modaliteiten van de globale oefening worden vastgelegd door de Minister van Binnenlandse Zaken of zijn vertegenwoordiger, in samenspraak met de betrokken interveniërende partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien zal de deelname van België aan internationale oefeningen, zoals bilaterale oefeningen of door internationale instanties georganiseerde oefeningen (EG, IAAE, OESO/NEA), opgenomen worden in het voormelde jaarlijks en/of meerjarig programma. 10.5 Evaluatie en getrokken lessen Elke oefening wordt door alle betrokken partijen geëvalueerd, die er lessen uit trekken voor hun eigen gebruik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een globaal jaarverslag over de evaluatie van de oefeningen wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van het CGCCR en bezorgd aan de Minister van Binnenlandse Zaken, ten laatste tegen het einde van de maand maart van elk jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit globaal verslag bevat eveneens een actieplan met de verbeterde acties naar aanleiding van de ervaring van de oefeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de jaarlijkse globale evaluatieverslagen, kan de Minister van Binnenlandse Zaken de verschillende bij dit plan betrokken partijen samenroepen teneinde er voorstellen tot wijzigingen uit af te leiden. 11 VOORAFGAANDE INFORMATIE Overeenkomstig de richtlijn 89/618/Euratom van de Raad van Europese Gemeenschappen van 27 november 1989 dient de bevolking die kan getroffen worden in geval van stralingsgevaar, d.w.z. de bevolking binnen de algemene noodplanningzone van de nucleaire sites, vooraf geïnformeerd te worden over de maatregelen ter bescherming van de gezondheid die op haar van toepassing zullen zijn, alsmede over de te volgen gedragslijn bij stralingsgevaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorafgaande informatie moet ten minste betrekking hebben op : - de basiskennis over radioactiviteit en effecten daarvan op mens en milieu; - de verschillende in aanmerking genomen gevallen van stralingsgevaar en hun gevolgen voor bevolking en milieu; - de voorgeschreven noodmaatregelen om de bevolking bij stralingsgevaar te alarmeren, te beschermen en haar hulp te bieden; - de passende informatie over de gedragslijn die de bevolking bij stralingsgevaar zou moeten volgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatie wordt voortdurend bijgewerkt, ook wanneer in de beschreven maatregelen significante wijzigingen worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij wordt op gezette tijden verstrekt zonder dat de betrokken bevolking erom hoeft te vragen, via informatiecampagnes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel de voorafgaande informatie als zodanig geen deel uitmaakt van dit noodplan, is het niettemin een belangrijk element wanneer bij werkelijk stralingsgevaar, de bevolking de maatregelen die in dit noodplan voorzien zijn beter zou kunnen opvolgen en de te volgen gedragslijn beter zou kunnen bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevolking zal tijdens de informatiecampagnes op de hoogte worden gebracht van het feit dat dit noodplan zal, in het kader van de openbaarheid van bestuur, steeds kunnen geraadpleegd worden in elke gemeentelijke administratie binnen de noodplanningszone.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij Ons Besluit van 17 oktober 2003.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, P. DEWAEL _______ Nota's (*) Ontradingsperimeter (gele zone) : zone zonder gevaarlijke gevolgen, zonder onomkeerbare gezondheidsproblemen. De inwoners en werknemers hebben vrije toegang tot de zone. De zone wordt echter verboden voor alle verkeer en voor ramptoeristen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Isolatieperimeter (oranje zone) : zone met schadelijke gevolgen of waar schadelijke gevolgen verwacht kunnen worden. Deze zone is toegankelijk voor alle hulpdiensten.</p></div>", "next": 0}