{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Na een collegiaal en gemotiveerd voorstel van de rectoren, verdeelt de Regering dit bedrag tussen de universitaire academies in functie van hun behoeften aan investeringen. » § 3. Aan artikel 45 van dezelfde wet wordt een § 1ter toegevoegd, luidend : « § 1ter. De bedragen bedoeld in de vorige paragrafen worden aangepast aan de variaties van de gezondheidsindex op de consumptieprijzen conform de formule van artikel 29, § 4. » § 4. Aan artikel 45, § 4, van dezelfde wet worden de woorden « aan alinea 1 van paragraaf 1 » vervangen door « aan paragrafen 1 en 1bis ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 45, § 5, van dezelfde wet worden de woorden « aan alinea 1 van paragraaf 1 » vervangen door « aan paragrafen 1 en 1bis ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 45, § 6, van dezelfde wet worden de woorden « aan alinea 1 van paragraaf 1 » vervangen door « aan paragrafen 1 en 1bis ». Art. 126.Artikel 48quarter van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 48quarter - De studenten ingeschreven voor de studies van een bijkomende master bedoeld in artikel 18 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de vaststelling van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte voor het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, komen enkel in aanmerking voor de berekening van de werkingstoelage als het overeenkomstige studieprogramma gemiddeld, gedurende de drie vorige academiejaren, minstens 10 volgens de regels ingeschreven studenten telde voor elk studiejaar.O ofwel die worden bedoeld in artikel 27, § 1, die vallen onder de categorieën bedoeld in artikel 27, § 3, en die niet worden bedoeld in artikel 27, § 7, ofwel die het voorwerp uitmaken van een externe openbare financiering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als afwijking komen de studies voor een bijkomende master, waarvoor krachtens een federale of communautaire wet een beperking van het aantal diploma's of toegelaten studenten bestaat, in aanmerking voor de financiering, onafhankelijk van het aantal studenten dat voor deze studie is ingeschreven. » Art. 127.Artikel 48quinquies van dezelfde wet wordt ingetrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VI. - Bijzondere bepalingen voor de universitaire instellingen ingericht door de Franse Gemeenschap HOOFDSTUK I. - Verandering aan de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat Art. 128.Artikel 4bis van de wet van 28 april 1953 betreffende de inrichting van het universitair onderwijs door de Staat wordt ingetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 129</span><span class=\"lf-art-t\">Aan artikel 5 van dezelfde wet worden de woorden « vast bureau » vervangen door « uitvoerend bureau, als dit wordt opgericht »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 130</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7, alinea 1, van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 12 - De Academische Raad bestaat uit gewone hoogleraren, buitengewone hoogleraren, hoogleraren en docenten van de universiteit of het universitair centrum. » In hetzelfde artikel wordt alinea 2 verwijderd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 131</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 11 van dezelfde wet, worden de woorden « onder haar gewone en buitengewone hoogleraren » vervangen door « onder de leden van het voltijds onderwijzend personeel met een academische anciënniteit die minstens gelijk is aan vier jaar. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 12 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 12 - De secretaris van de Academische Raad wordt benoemd door de Regering voor een periode van twee jaar, uit een lijst van twee leden van deze Raad door deze laatste voorgedragen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 133</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 14, alinea 2, van dezelfde wet worden de woorden « en van de dekanen der faculteiten » vervangen door « , van de decanen van de faculteit en de secretaris van de Academische Raad »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 16 van dezelfde wet wordt de tweede alinea vervangen door de volgende bepaling : « Hij voert de beslissingen uit van de Academische Raad. Hij is voorzitter van de Raad van Beheer. Hij zorgt voor het voorafgaandelijk onderzoek van de punten van academische aard die aan de Raad van Beheer worden voorgelegd De uitvoering van de beslissingen van de Raad van Beheer wordt toevertrouwd aan de rector voor alle beslissingen van academische aard. » Art. 135.Artikel 17 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « Behoudens het voordragen van de in de artikelen 6, 9 en 12 bedoelde lijsten, reikt de Academische Raad ook de erediploma's uit. » Art. 136.In artikel 18 van dezelfde wet : 1° in § 1, wordt de zin voor 1° « voor de benoeming van de hoofdbibliothecaris, de Academische Raad gehoord » weggelaten;2° een 9° wordt toegevoegd, luidend : « 8° oefent op het gebied van academische discipline de bevoegdheden uit aangegeven in artikel 60 en 49quinquies tot 49octies die volgen »;3° alinea 2 van § 2 wordt § 3;4° alinea's 3, 4, 5 worden weggelaten;5° §§ 4, 5, 6 en 7 worden toegevoegd, luidend : § 4.De Raad van Beheer kan alle of een deel van de bevoegdheden die zij bezit krachtens dit artikel delegeren aan de rector of de beheerder, met uitzondering van § 1, 1° en 5°, op voorwaarde dat er aan hem verslag wordt uitgebracht over de genomen beslissingen. Deze delegatie van de bevoegdheid kan altijd worden herroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan ook specifieke opdrachten toevertrouwen aan de beheerder. § 5. De beslissingen van de Raad van Beheer, alsook de beslissingen genomen door de delegatie, worden gepubliceerd. De Raad van Beheer kan echter, mits een tweederde meerderheid, bepaalde beslissingen tijdelijk geheim houden. § 6. Op voorstel van de rector, is de Raad van Beheer bevoegd om één of meerdere raadgevers voor de rector te kiezen uit het voltijds benoemd onderwijzend personeel van de instelling. Hun opdrachten worden gedefinieerd door de Raad van Beheer en lopen af samen met het mandaat van de rector. § 7. De Raad van Beheer kan binnen zijn kader een uitvoerend bureau oprichten, er specifieke opdrachten aan toevertrouwen en er bevoegdheden aan delegeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Raad bepaalt de samenstelling ervan. » Art. 137.Artikel 19bis van dezelfde wet, ingevoerd door de wet van 24 maart 1971 wordt ingetrokken. Art. 138.In artikel 21 van dezelfde wet : 1° § 1 wordt vervangen door de volgende bepaling : « Tot het onderwijzend personeel behoren de gewone hoogleraren, de buitengewone hoogleraren, de hoogleraren en de docenten.» 2° § 2 wordt vervangen door de volgende bepaling : « De Raad van Beheer bepaalt mee de opdracht van elk lid van het onderwijzend voltijds of deeltijds personeel en duidt het of de organen aan waartoe het personeelslid behoort.De Raad deelt deze beslissing mee aan de Regering. » 3° alinea 3 van § 5 wordt ingetrokken;4° § 8 wordt vervangen door de volgende bepaling : « Zonder afbreuk te doen aan artikel 32, bepaalt de Raad van Beheer, voor een beperkte duur die hij bepaalt en die geen vijf jaar overschrijdt, de inhoud van de opdracht van elk lid van het onderwijzend korps, met name de toegekende cursussen, de onderzoeksactiviteiten en de dienstverlening voor de gemeenschap. De inhoud van de opdracht wordt voor de eerste keer bepaald bij de benoeming. Ze wordt herzien en eventueel aangepast aan het einde van elke periode, volgens een algemeen reglement opgesteld door de Raad van Beheer en aangenomen door een tweederde meerderheid van de aanwezige leden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vernieuwing of de verandering van de inhoud van de opdracht gebeurt na de mening van de betrokkene en/of van de organen waaronder de opdracht valt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing van de Raad van Beheer wordt meegedeeld aan de betrokkene. » Art. 139.Artikel 22, § 1 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling : « De Raad van Beheer benoemt de leden van het onderwijzend personeel binnen één van de domeinen opgesomd in artikel 31 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de vaststelling van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte voor het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonder afbreuk te doen aan de bijzondere voorwaarden vastgelegd in deze wet, kan niemand worden benoemd als docent als hij geen houder is van een doctoraal diploma met proefschrift. De vrijstellingen in verband met deze voorwaarde kunnen, na de mening van het orgaan waaronder de opdracht valt, worden toegestaan door de Raad van Beheer in uitzonderlijke omstandigheden die deugdelijk zijn gemotiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonder afbreuk te doen aan de bijzondere voorwaarden vastgesteld door deze wet, kan niemand tot gewoon hoogleraar worden benoemd nadat hij de leeftijd van zestig jaar heeft bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rector meldt de beslissing van de benoeming aan de Regering binnen de acht dagen die volgen op de deliberatie van de Raad van Beheer. De Regering keurt de nominatie goed binnen een termijn van veertig dagen volgend op het versturen van de verwittiging van de beslissing door de Rector. Na deze termijn wordt de goedkeuring als toegestaan beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rector licht de Raad van Beheer erover in tijdens de volgende sessie; hij meldt ook de goedkeuring van de beslissing aan de betrokkene en vraagt de publicatie ervan aan in het Staatsblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De benoeming gaat van kracht ten vroegste op de eerste dag van de maand die volgt op de beslissing van de Raad van Beheer. Art. 140.De artikels 24bis en 24ter van dezelfde wet worden ingetrokken. Art. 141.In artikel 31 van dezelfde wet : 1° in § 1, alinea 1, worden de woorden « , § 1, en de benamingen bedoeld in artikel 22, § 2, » toegevoegd tussen de woorden « artikel 22 » en « die de graad vermelden »;2° de alinea's 2 tot 5 van § 1 worden ingetrokken;3° alinea 6 van § 1 wordt vervangen door : « In geval van werkvakantie, worden de inhoud van de oproep voor kandidaten alsook de termijn voor het indienen van de kandidaturen vastgesteld door de Raad van Beheer.» 4° alinea 7 van § 1 wordt ingetrokken. Art. 142.Artikel 32 van dezelfde wet wordt veranderd op de volgende manier : 1°in § 1 worden de woorden « het besluit » vervangen door « de mening »; 2° § 2 wordt ingetrokken. Art. 143.In artikel 43 van dezelfde wet, wordt het woord voltijds' verwijderd. Art. 144.Aan hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een afdeling 6 toegevoegd, luidend : « Afdeling 6 - Over verlof en op wachtgeld plaatsen Art. 49bis - De Regering bepaalt het verlofsysteem van het onderwijzend personeel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49ter\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 49ter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De leden van het onderwijzend korps kunnen op wachtgeld worden geplaatst om persoonlijke redenen, zonder salaris, voor een periode van een jaar, viermaal hernieuwbaar, of maximaal vijf jaar De voor persoonlijke redenen op wachtgeld geplaatste leerkracht krijgt geen salaris. Dit kan zich enkel doen gelden bij een ziekte of invaliditeit opgelopen tijdens de periode van het op wachtgeld plaatsen voor persoonlijke redenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij verliest zijn aanspraken op verhoging en de periode van het op wachtgeld plaatsen voor persoonlijke redenen telt niet mee voor de berekening van de anciënniteit wanneer men terug in dienst treedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. 49quarter - Het lid van het onderwijzend korps dat afwezig is wegens ziekte kan op wachtgeld worden geplaatst volgens voorwaarden vastgesteld door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij geniet tijdens de duur van de op wachtgeld plaatsing wegens ziekte van een salaris dat gelijk is aan 60 % van het salaris waarop hij recht heeft krachtens artikels 36 tot 45. » Art. 145.Aan hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een afdeling 7 toegevoegd, luidend : « Afdeling 7 - Het disciplinaire systeem.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49quinquies\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 49quinquies</span><span class=\"lf-art-t\">De disciplinaire straffen zijn : het tot de orde roepen, Een vermindering van het salaris, Een schorsing, Een ontslag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49sexies\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 49sexies</span><span class=\"lf-art-t\">De disciplinaire straffen worden voorgesteld door de rector</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ze worden uitgesproken door de Raad van Beheer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49septies\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 49septies</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering stelt de procedure vast voor de organisatie van het respecteren van de rechten op verdediging, die de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid garandeert van de instantie die de beslissing neemt en die de manier van deliberatie van deze vastlegt. In elk geval kan een ontslag enkel worden uitgesproken wanneer er een tweederde meerderheid is van de aanwezige leden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49octies\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 49octies</span><span class=\"lf-art-t\">De vermindering van het salaris kan niet meer dan 20 % bedragen van het salaris berekend krachtens artikels 36 tot 45</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ze kan niet worden uitgesproken voor een duur langer dan één jaar. » Art. 146.Aan artikel 50 van dezelfde wet wordt een alinea 8 toegevoegd, luidend : « Artikel 33 is toepasbaar op de leden van het voltijds wetenschappelijk personeel. » Art. 147.Aan artikel 50bis van dezelfde wet : 1° aan alinea 2 worden de woorden « , van arts of doctor in de geneeskunde » toegevoegd;2° in alinea 4 wordt de laatste zin verwijderd. Art. 148.In artikel 51bis worden alinea's 1 tot 3 van dezelfde wet vervangen door : « Aan elke universiteit of universitair centrum wordt een beheerder benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze coördineert de activiteiten van de algemene administratieve diensten. Hij neemt deel aan de opstelling van het budget van de instelling. Hij waakt over de uitvoering van de beslissingen die worden genomen door de Raad van Beheer en door het uitvoerend bureau, als dit wordt gecreëerd, en die niet vallen onder de bevoegdheid van de rector of die aan deze laatste werden toevertrouwd met een volmacht. Hij waakt over de voorafgaande instructie en de uitvoering van de opdrachten die aan hem zullen worden toevertrouwd door de Raad van Beheer krachtens een opdrachtenbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheerder neemt deel aan de Raad van Beheer en het uitvoerend bureau, als dit wordt gecreëerd, in een rol van consulent. » In ditzelfde artikel wordt de alinea « De administrateur is rechtstreeks tegenover de raad van beheer verantwoordelijk voor het beheer van de universiteit of van het universitair centrum » vervangen door « De beheerder moet rechtstreeks verantwoording afleggen voor de Raad van Beheer. » Art. 149.Artikel 51bis van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende stelling : « Art. 51bis - De Raad van Beheer duidt een secretaris aan, gekozen uit de beambten van niveau 1 van de instelling die vast benoemd zijn of voor onbepaalde duur zijn aangeworven, met inbegrip van de wetenschappelijke personeelsleden die vast benoemd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn mandaat is 4 jaar vernieuwbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gaat in aan het einde van het tweede jaar van het mandaat van de rector. » Art. 150.De artikels 56 en 59 van dezelfde wet zijn ingetrokken. Art. 151.In artikel 60 van dezelfde wet worden alinea's 2 en 3 vervangen door de volgende stelling : « De drie eerste straffen worden uitgesproken door de rector. De vierde, verordend door de meerderheid van de aanwezige leden, wordt uitgesproken door de Raad van Beheer. Om redenen van openbare orde, kan ze ook worden uitgesproken door de Regering, de Raad van Beheer gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de uitsluiting wordt uitgesproken door de Raad van Beheer, zal een kopie van haar beslissing worden gericht aan de Regering en aan de uitgesloten student. Wanneer ze wordt uitgesproken door de Regering, wordt er een kopie van het besluit gericht aan de universiteit en aan de uitgesloten leerling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een academische straf kan enkel worden uitgesproken als de student vooraf werd opgeroepen en gehoord. De beslissingen zijn gemotiveerd. » Art. 152.Hoofdstuk VIII van dezelfde wet, met artikel 61, wordt ingetrokken. Art. 153.In artikel 63, alinea 1 van dezelfde wet worden de woorden « behalve die waarvoor de vergoeding overeenkomstig artikel 57 wordt vastgesteld » weggelaten. Art. 154.In artikel 64bis van dezelfde wet worden § § 2 tot 4 ingetrokken. Art. 155.In dezelfde wet : 1° worden de woorden « Ministerie van Openbaar Onderwijs » vervangen door « Ministerie van de Franse Gemeenschap » in artikels 18, § 1, 2° en 5°; 2° de woorden « de Koning » worden vervangen door « de Regering » in artikels 6, 9, 15, 18, § 3, 21, § 6, alinea 2, en 35, alinea's 1 en 3 en 64;3° de woorden « geassocieerd docent » worden verwijderd uit de artikels 36, 42, 45, 47 en 62;4° de woorden « bijbehorend hoogleraar » worden verwijderd uit artikels 38, 45, 47 en 62. HOOFDSTUK II. - Medisch onderzoek Art. 156.De wet van 30 december 1952 die de studenten van de universiteiten van de Staat en van instellingen voor hoger onderwijs van de Staat gelijkgesteld aan universiteiten onderwerpt aan een medisch onderzoek voor de opsporing van besmettelijke ziektes is niet meer van toepassing voor de universitaire instellingen bedoeld in artikel 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">De universiteiten organiseren een medisch onderzoek voor hun studenten conform de huidige wettelijke bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deel 3. - Slotbepalingen TITEL VII. - Wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen HOOFDSTUK I. - Financiering van de universiteiten Art. 157.Voor de toepassing van artikel 36bis van de wet van 27 juli 1971 op de financiering en de controle van de universitaire instellingen wordt rekening gehouden met de studenten die zijn ingeschreven : in het eerste jaar van de eerste cyclus, voor het budgettaire jaar 2006; in de twee eerste jaren van de eerste cyclus, voor het budgettaire jaar 2007; in de eerste cyclus, voor het budgettaire jaar 2008; in de eerste cyclus en in het eerste jaar van de tweede cyclus, voor het budgettaire jaar 2009; voor alle studies vanaf het budgettaire jaar 2010.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag voorzien in artikel 29, § 2, van dezelfde wet wordt verminderd met 6.427.000 euro voor het budgettaire jaar 2006; met 3.672.000 euro voor het budgettaire jaar 2007; met 2.755.000 euro voor het budgettaire jaar 2008; met 1.836.000 euro voor het budgettaire jaar 2009</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 159</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onder voorbehoud van de beschikkingen van § 3 hieronder, voorafgaand aan de toepassing van de wegingsfactoren bedoeld in artikel 29bis van dezelfde wet : 1° worden de studenten ingeschreven voor studies die leiden tot het behalen van academische graden van de eerste en tweede cyclus in wetenschapsbeheer in de universitaire instellingen bedoeld in artikel 25, d) tot i) van dezelfde wet, vermenigvuldigd met 1,1657;2° worden de studenten ingeschreven voor studies die leiden tot het behalen van een academische graad van de tweede cyclus in de instellingen bedoeld in artikel 25, d), e) en g) van dezelfde wet respectievelijk vermenigvuldigd met 1,29, 1,34 en 1,68. Vanaf het budgettaire jaar 2008 worden ook de studenten ingeschreven voor het derde jaar van de eerste cyclus vermenigvuldigd met de factoren hierboven. § 2 In geval van een fusie van een van de instellingen hierboven bedoeld, wordt er voor de toepassing van de factor rekening gehouden met het aantal financierbare studenten weerhouden voor het laatste jaar voor de fusie. § 3. Vanaf het budgettaire jaar 2007 kan de Regering de factoren bedoeld in § 1 jaarlijks herzien, zonder dat ze hoger kunnen liggen dan hun beginwaarde, of lager kunnen liggen dan de eenheid. HOOFDSTUK II. - Universitaire instellingen georganiseerd door de Franse Gemeenschap Art. 160.De personeelsleden van de instellingen bedoeld in artikel 10, 1°, 4° en 5°, die de graad hebben van geassocieerde docent en van geassocieerde hoogleraar, worden respectievelijk docenten of hoogleraren genoemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 161</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van artikel 21, § 8, van de wet van 28 april 1953 over de organisatie van universitair onderwijs door de Staat, zoals aangepast door dit huidige decreet, wordt voor de leden van het onderwijzend personeel benoemd op de datum van het van kracht gaan van dit decreet, de inhoud van de opdracht zoals ze bestaat aan de vooravond van deze datum bevestigd voor een periode van minstens drie jaar en maximum vijf jaar, vanaf deze datum. HOOFDSTUK III. - Universitair onderwijs Art. 162.Het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden wordt ingetrokken, behalve de bepalingen die voorlopig worden behouden krachtens dit decreet en die progressief worden ingetrokken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 163</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de wet van 12 augustus 1991 die de status van rechtspersoonlijkheid geeft aan de Katholieke Universiteit van Leuven', aan de Vrije Universiteit Brussel' en die de Vrije Universiteit Leuven' toelaat om een Franstalige universiteit en een Nederlandstalige universiteit te creëren, opschrift gewijzigd door de wet van 28 mei 1970 die de wet van 12 augustus 1911 aanpast die de rechtspersoonlijkheid toekent aan de universiteiten van Brussel en Leuven en die de wet van 2 augustus 1960 aanpast over de tussenkomst van de Staat in de financiering van de vrije universiteiten en de diverse instellingen voor hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waarbij artikel 1, zoals veranderd door de wet van 9 april 1965 over verschillende maatregels ter bevordering van de universitaire uitbreiding, wordt aangepast als volgt : 1° § 1, 2, a) wordt vervangen door « Maken deel uit van de Vrije Universiteit Brussel » de instellingen voor universitair onderwijs die zich eraan koppelen.»; 2° § 2, 2, b) wordt vervangen door « Maken deel uit van de Katholieke Universiteit Leuven » de instellingen voor universitair onderwijs die zich eraan koppelen »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 164</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de academiejaren 2004-2005 en 2005-2006, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 49 en artikel 50, hebben enkel studenten die bovendien een bewijs van slagen hebben voor een speciaal interuniversitair toelatingsexamen, toegang tot de studies van de eerste cyclus van het domein van dierengeneeskunde met als doel het behalen van een graad te bekroning ervan. Als uitzondering op deze bepalingen hoeft elke student die reeds volgens de regels was ingeschreven voor academiejaar 2003-2004 voor een studiejaar van de eerste cyclus in dierengeneeskunde in de Franse Gemeenschap dit bewijs niet te leveren Elk jaar, tussen 6 en 15 september, wordt er één enkele proef georganiseerd waarna maximaal 250 nieuwe attesten worden afgeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enkel de studenten die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden, beschreven in artikel 49, § 1, en die niet overeenstemmen met de voorwaarden voor een mogelijke weigering voor de inschrijving, voorzien in artikel 47, § 2, hebben toegang tot deze proef.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze proef wordt samen georganiseerd door de universitaire instellingen die de bevoegdheid hebben om de studies van de eerste cyclus dierengeneeskunde te organiseren en de universitaire instellingen die deze studies organiseren. Ze moeten aan de organisatie en de evaluatie van de proef deelnemen, volgens de voorwaarden vastgelegd door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De proef moet een evaluatie maken van de bijzondere vaardigheden die nodig zijn voor universitaire studies in deze discipline. Ze gaat over de volgende vakken conform de verworven bekwaamheid en de vereiste kennis aan het einde van de algemene of technische humaniora : 1° Frans;2° wiskunde;3° wetenschappen : fysica, chemie, biologie, aardrijkskunde. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de organisatie en het gedetailleerde programma van de proef.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 165</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe inschrijvingen voor studies georganiseerd in de loop van academiejaar 2003-2004 die leiden tot de academische graad van « diplômé d'études spécialisées » (DES, gediplomeerde in de gespecialiseerde studies) of van « diplômé d'études approfondies » (DEA, diploma in de grondige studies) kunnen uitzonderlijk worden aanvaard tijdens academiejaren 2004-2005, 2005-2006 en 2006-2007. De vroegere academische graden die deze studies bekroonden, kunnen aan deze studenten worden verleend gedurende een aantal academiejaren gelijk aan de duur van deze studies plus één jaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 166</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de algemene voorwaarden vastgelegd door de academische bevoegdheden, wordt aan de studenten met een academische graad van de tweede basiscyclus uitgereikt volgens de bepalingen die voorafgaan aan dit decreet en die, krachtens voorlopige bepalingen, de academische graad van « diplomé d'études spécialisées » (DES, gediplomeerde in de gespecialiseerde studies), van « diplomé d'études approfondies » (DEA, gediplomeerde in de grondige studie), of van \"agrégation de l'enseignement secondaire supérieur (AESS, geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs) krijgen, een academische graad van master toegekend respectievelijk met de gespecialiseerde finaliteit, de grondige finaliteit of de didactische finaliteit De houders van dezelfde academische graden verkregen vóór de startdatum van het van kracht gaan van dit decreet zijn houder van een gelijkwaardige graad van master, aan dezelfde voorwaarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De academische graden van doctor of van geaggregeerde voor het hoger onderwijs conform de wetgeving die van kracht is vóór de startdatum van het van kracht gaan van dit decreet worden na deze datum, en ten laatste in de loop van academiejaar 2006-2007, enkel nog verleend aan studenten die voor deze studies waren ingeschreven vóór het van kracht gaan van dit decreet. HOOFDSTUK IV. - Hoger onderwijs in de hogescholen Art. 168.De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op de hogescholen binnen de respectering van het decreet van 5 augustus 1995 dat de algemene organisatie van het hoger onderwijs vastlegt en de bepalingen genomen als toepassing van dit decreet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 169</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 1 van het decreet van 5 augustus 1995 worden de volgende veranderingen aangebracht : 1° 6° wordt vervangen door : « Cyclus : studiecyclus in de betekenis van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de vaststelling van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte voor het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, »;2° 10° wordt vervangen door : « Sectie : curriculum dat leidt tot een academische graad in de betekenis van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de vaststelling van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte voor het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten;»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 170</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 33 van het decreet van 5 augustus 1995 hierboven vermeld, worden de volgende veranderingen aangebracht : 1° in 2° worden de woorden « 2 jaar » veranderd door « 3 jaar »;2° 3° wordt vervangen door « minstens 1 of 2 jaar voor het verkrijgen van de graden bedoeld in artikel 18, § 2;»; 3° 4° wordt weggelaten;4° 5° en 6° worden 4° en 5°</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-171\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 171</span><span class=\"lf-art-t\">In het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 27 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2003 numac 2003029252 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en tot vaststelling van de minimale uurregelingen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2003 numac 2003029202 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de radio-omroep type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2003 numac 2003029191 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van de bepalingen aangaande de studies van de sector van de gezondheidswetenschappen in het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden en in de wet van 27 juli 1971 op de financiering van en het toezicht op de universitaire instellingen sluiten tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en tot vaststelling van de minimale uurregelingen zijn 1° de graden en titels ter bekroning van studies van het korte type graden van bachelor, conform artikel 15 van dit decreet; 2° de graden en titels ter bekroning van de eerste cyclus van het lange type graden van bachelor, conform artikel 16, § 2, van dit decreet;3° de graden en titels ter bekroning van studies van de tweede cyclus van het lange type graden van master, conform artikel 16, § 3, van dit decreet. Art. 172.De Regering bepaalt de veranderingen die moeten worden aangebracht in de bijlagen van het voornoemde decreet van 27 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2003 numac 2003029252 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de academische graden uitgereikt door de hogescholen ingericht of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap en tot vaststelling van de minimale uurregelingen type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/04/2003 numac 2003029202 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende de radio-omroep type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/2003 numac 2003029191 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot wijziging van de bepalingen aangaande de studies van de sector van de gezondheidswetenschappen in het decreet van 5 september 1994 tot regeling van de universitaire studies en de academische graden en in de wet van 27 juli 1971 op de financiering van en het toezicht op de universitaire instellingen sluiten, verbonden aan de veranderingen van de benamingen van de academische graden en de verdeling van de studiejaren over twee cycli in de programma's van het lange type. HOOFDSTUK V. - Hoger kunstonderwijs Art. 173.De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing voor hogescholen voor kunstonderwijs binnen de respectering van het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten over het hoger kunstonderwijs en het decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1) type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/01/2002 numac 2002029065 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de personeelsleden van de inspectiedienst van de Franse Gemeenschap voor het gewoon kleuteronderwijs, het gewoon lager onderwijs en het gewoon basisonderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), alsook de bepalingen die gelden als toepassing van deze decreten. Art. 174.In het decreet van 17 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/10/1999 numac 1999029643 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het hoger kunstonderwijs sluiten over het hoger kunstonderwijs zijn : 1° de graden en titels ter bekroning van studies van het korte type graden van bachelor, conform artikel 15 van dit decreet;2° de graden en titels ter bekroning van de eerste cyclus van het lange type graden van bachelor, conform artikel 16, § 2, van dit decreet;3° de graden en titels ter bekroning van studies van de tweede cyclus van het lange type graden van master, conform artikel 16, § 3, van dit decreet. Art. 175.In artikel 2, § 1 van het voornoemde decreet van 20 december 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/05/2002 numac 2002029138 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (1) type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/12/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/01/2002 numac 2002029065 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot vaststelling van het statuut van de personeelsleden van de inspectiedienst van de Franse Gemeenschap voor het gewoon kleuteronderwijs, het gewoon lager onderwijs en het gewoon basisonderwijs gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap sluiten, worden de volgende veranderingen aangebracht : 1° 20° wordt vervangen door « Academiejaar : academiejaar in de betekenis van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de vaststelling van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte voor het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten.» 2° 21° wordt vervangen door « Graden : de academische graden in de betekenis van het decreet.3° 22° wordt vervangen door « Onderwijsactiviteiten : de activiteiten voor het onderricht in de betekenis van decreet 31 maart 2004 betreffende de vaststelling van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte voor het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten.» HOOFDSTUK VI. - Andere vormen van hoger onderwijs Art. 176.De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op de hogere instellingen voor architectuuronderwijs binnen de respectering van de wet van 18 februari 1977 over het architectuuronderwijs, en van de bepalingen genomen in toepassing van deze wetgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 177</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de wet van 18 februari 1977 over het architectuuronderwijs zijn : 1° de graden en titels ter bekroning van studies van de eerste cyclus architectuur graden van bachelor, conform artikel 16, § 2 van dit decreet;2° de graden en titels ter bekroning van studies van de tweede cyclus architectuur graden van master, conform artikel 16, § 3, van dit decreet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 178</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op overeenstemmende hogere studies georganiseerd door de instellingen voor sociale promotie die graden en titels uitreiken die gelijkwaardig zijn aan de titels en graden die worden uitgereikt in het voltijds hoger onderwijs, als respectering van het decreet van 16 april 1991 houdende de organisatie van het onderwijs voor sociale promotie, en van de bepalingen die als toepassing van dit decreet worden vastgelegd. HOOFDSTUK VII. - Algemene overgangsbepalingen Art. 179.Een academische graad kan worden uitgereikt aan studenten die reeds slaagden voor een jaar van de studiecyclus die leidt tot deze graad, tijdens een academiejaar dat voorafgaat aan de startdatum van het van kracht gaan van dit decreet Buiten de uitzonderingen voorzien in de volgende artikels, kan geen enkele nieuwe inschrijving in een studiecyclus georganiseerd binnen de toepassing van de bepalingen die golden vóór dit decreet, worden toegelaten na dat dit decreet van kracht is. Art. 180.De studenten die houder zijn van een academische graad zullen, tot aan het academiejaar 2006-2007, toegang hebben tot de studies van de tweede cyclus gedefinieerd in de wetgeving die van kracht is vóór het van kracht gaan van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De oude academische graden als bekroning van deze studies kunnen worden verleend aan deze studenten gedurende een aantal academiejaren dat overeenstemt met de minimumduur van deze studies plus één jaar. Art. 181.Een academische graad van de eerste basiscyclus verkregen vóór het van kracht gaan van dit decreet, na tenminste drie basisstudiejaren staat gelijk aan de overeenstemde graad van bachelor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een academische graad van de tweede basiscyclus verkregen vóór het van kracht gaan van dit decreet, na tenminste vier basisstudiejaren staat gelijk aan de overeenstemmende graad van master.</p>\n<p class=\"lf-p\">De academische graad van doctor verkregen na de verdediging van een proefschrift of van een aggregaat voor het hoger onderwijs vóór het van kracht gaan van dit decreet, staat gelijk aan de overeenstemmende graad van doctor in de betekenis van dit decreet. Art. 182.De houders van een academische graad van de tweede cyclus verkregen krachtens de beschikkingen die voorafgaan aan dit decreet, genieten van dezelfde mogelijkheden voor het voortzetten van hun studies of op de arbeidsmarkt als de dragers van een graad van master ingevoerd door dit decreet als bekroning van studies van de tweede cyclus voor minstens 120 studiepunten. Art. 183.De houders van een academische graad van de eerste cyclus verkregen na twee studiejaren, aan de universiteit of in het hoger onderwijs van het lange type, krachtens de bepalingen die voorafgaan aan dit decreet, hebben rechtstreeks toegang tot het derde studiejaar van de overeenstemmende graad van bachelor. Art. 184.De Regering stelt een lijst op met de overeenstemming tussen de verkregen academische graden vóór het van kracht gaan van dit decreet en de nieuwe titels van de graden gedefinieerd in dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze stelt eveneens de eventuele overeenkomsten op in geval van een verandering aan deze titels.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 185</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De studies in verband met de pedagogische vorming van de toekomstige leerkrachten die leiden tot de titel van geaggregeerde voor het hoger secondair onderwijs blijven georganiseerd door de houders van een academische graad die hier toegang tot verschafte krachtens de wetgeving die voorafging aan dit decreet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-186\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 186</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegdheden van de instellingen voor de bestaande graden vóór het van kracht gaan van dit decreet worden behouden om aan alle overgangsbepalingen van dit decreet te kunnen voldoen. HOOFDSTUK VIII. - Van kracht gaan van de uitvoerende bepalingen Art. 187.Het huidige decreet gaat van kracht in het academiejaar 2004-2005, onder voorbehoud van de bepalingen in de volgende artikels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 188</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De studiejaren van de eerste cyclus worden progressief georganiseerd vanaf het van kracht gaan van dit decreet. De studies voor de tweede en derde cyclus worden ten laatste georganiseerd vanaf academiejaar 2007-2008</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-189\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 189</span><span class=\"lf-art-t\">Het schrappen van de graden van bijkomende master krachtens artikel 40, alinea 2, zal plaatsvinden vanaf academiejaar 2009-2010</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-190\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 190</span><span class=\"lf-art-t\">Titel IV gaat van kracht vanaf de dag van publicatie van dit decreet in het Belgisch Staatsblad</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-191\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 191</span><span class=\"lf-art-t\">Titel V gaat van kracht in het budgettaire jaar 2006</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 192</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de bepalingen van dit decreet en de bepalingen die hen uitdrukkelijk of impliciet zouden veranderen op het moment dat deze coördinaties worden opgesteld, coördineren Tot dit doel kan zij : 1° de volgorde, de nummering en, over het algemeen, de presentatie van de te coördineren bepalingen veranderen;2° de referenties die voorkomen in deze te coördineren bepalingen veranderen om ze in overeenstemming te brengen met de nieuwe nummering;3° de redactie van de te coördineren bepalingen veranderen om hun overeenstemming te verzekeren en de terminologie eenvormig te maken, zonder inbreuk te doen op de principes die naar voor worden gebracht in deze bepalingen. Art. 193.Artikel 1 van het decreet van 12 juni 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2003 numac 2003029362 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot bepaling en organisatie van de deelneming van de studenten aan het leven van de universitaire instellingen en tot instelling van de deelneming van de studenten aan het leven van de gemeenschap sluiten tot bepaling en organisatie van de deelneming van de studenten aan het leven van de universitaire instellingen en tot instelling van de deelneming van de studenten aan het leven van de gemeenschap, wordt vervangen door : « Artikel 1 - De eerste titel van dit decreet is van toepassing op de universitaire instellingen bedoeld in artikel 10 van het decreet van 31 maart 2004 betreffende de vaststelling van het hoger onderwijs ter bevordering van de integratie in de Europese ruimte voor het hoger onderwijs en betreffende de herfinanciering van de universiteiten, die hierna de universitaire instellingen worden genoemd. » Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaan te Brussel op 31 maart 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, belast met de Internationale Betrekkingen, H. HASQUIN De Minister van Cultuur, Ambtenarenzaken, Jeugdzaken en Sport, C. DUPONT De Minister van Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de Opvang en de Opdrachten toegewezen aan de « O.N.E. », J.-M. NOLLET De Minister van Secundair Onderwijs en Buitengewoon Onderwijs, P. HAZETTE De Minister van Begroting, M. DAERDEN De Minister van Kunsten en Letteren en van de Audiovisuele Sector, O. CHASTEL De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor Sociale Promotie en Wetenschappelijk Onderzoek F. DUPUIS De Minister van Hulpverlening aan de Jeugd en Gezondheid N. MARECHAL _______ Nota (1) Zitting 2003-2004. Stukken van de Raad - Ontwerp van decreet, nr. 498-1 - Commissieamendementen, nr. 498-2. Verslag, nr. 498-3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 23 maart 2004.</p></div>", "next": 0}