📄 Wettekst
8 MEI 2014. - Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van koninklijk besluit strekt tot het gedeeltelijk opheffen en vervangen van het
koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
11/07/2003
numac
2003022681
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
24/08/2004
numac
2003012257
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel
sluiten betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden.
In zijn advies van 7 februari 2014 leverde de Raad van State bemerkingen op dit ontwerp.
In tegenstelling tot punt 29 van het advies wordt de term "vergunning voor parallelhandel" behouden gezien zowel voor het Nederlands als voor het Frans ("autorisation de commerce parallèle") hier dezelfde term gebruikt wordt als in de Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden.
Verder met betrekking tot punt 30 is het ontbreken van het systeem van parallelhandel voor producten met een aanvaarding van kennisgeving op zich geen belemmering van het vrij verkeer van goederen, gezien er gewoon een nieuwe kennisgeving dient gevraagd te worden. Zowel de kennisgeving als de vergunning voor parallelhandel zijn administratieve procedures die vergelijkbaar zijn qua werklast en termijn van behandeling, beiden dienen te gebeuren voor het op de markt brengen in België. Voor producten waarvoor kennisgeving dient te worden ingediend, lijkt het dus minder efficiënt om deze procedure van parallelhandel te voorzien.
Wat betreft opmerking 32, willen wij er op wijzen dat het feit dat de artikelen 29 en 30 uit het Hoofdstuk 4 van het ontwerp enkel van toepassing zijn op biociden die een toelating verkregen hebben en niet op biociden die een aanvaarding van kennisgeving kregen, niet zorgt voor een te ruim of ongenuanceerd hoofdstuk. Een verdere opdeling van het toepassingsgebied van artikel 28 en dus van het hoofdstuk 4 zou enkel tot onnodige herhaling zorgen.
Met betrekking tot punt 36 zijn de aanpassingen gebeurd zoals opgegeven aan de Raad van State zodanig dat artikel 34 enkel van toepassing is op biociden die vallen onder art. 3, 2° van het KB Biociden, (`nationale toelatingen'). Voor producten die vallen onder art. 3,1° van het KB (`Europese toelatingen') geldt de bepaling inzake onderzoek en ontwikkeling van de Verordening 528/2012 (art. 56) en hiervoor heeft ECHA inmiddels zelf de nodige formulieren ter beschikking gesteld.
Ten gevolge van punt 44 van het advies werd in artikel 45, §§ 2 en 3 aangepast dat niet de minister maar de koning zal instaan voor de verdere uitwerking van de voorwaarden met betrekking tot de opleiding en de voorwaarden met betrekking tot het bewijzen van de kennis van de verkopers en gebruikers van biociden.
Ten slotte is in navolging van punt 46 van het advies artikel 50 verwijderd uit het ontwerp gezien de inhoud ervan bepaald is in artikel 16bis van de
wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
03/09/2009
numac
2009000546
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
11/02/1999
numac
1998022861
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid
sluiten betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers.
Alle andere opmerkingen van de Raad van State werden ingepast in het koninklijk besluit en waar gevraagd werd het koninklijk besluit aangepast.
Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Consumenten, J. VANDE LANOTTE De Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Vice-Eerste Minister en Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Middenstand, K.M.O.'s en Zelfstandigen, Mevr. S. LARUELLE De Minister van Werk, Mevr. M. DE CONINCK De Staatssecretaris voor Leefmilieu, M. WATHELET
Raad van State, afdeling Wetgeving Advies 54.815/1 van 7 februari 2014, over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden' Op 17 december 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Staatssecretaris voor Leefmilieu verzocht binnen een termijn van dertig dagen, verlengd tot 7 februari 2014, een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden'.
Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 30 januari 2014. De kamer was samengesteld uit Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter, Wilfried VAN VAERENBERGH en Wouter PAS, staatsraden, Marc RIGAUX en Michel TISON, assessoren, en Wim GEURTS, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Pierrot T'KINDT, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Marnix VAN DAMME, kamervoorzitter.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 7 februari 2014. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 2. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe de regeling die inzake het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden is vervat in het
koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
11/07/2003
numac
2003022681
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
24/08/2004
numac
2003012257
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel
sluiten (1) te vervangen door een nieuwe regeling.Met deze laatste wordt de Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 (2) (hierna : Verordening Biociden) aangevuld en, wat de overgangsmaatregelen in artikel 89 van die verordening betreft, uitgevoerd.
Het ontworpen koninklijk besluit bevat in vergelijking met de regeling die is vervat in het
koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
11/07/2003
numac
2003022681
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
24/08/2004
numac
2003012257
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel
sluiten diverse wijzigingen die onder meer strekken tot een efficiëntere bescherming van de gezondheid en het leefmilieu en het tot stand brengen van een meer geharmoniseerd beleid op het vlak van het gebruik van biociden.
Tevens wordt onder meer het stelsel van verkoop en het gebruik van gevaarlijke biociden op professionele basis hervormd. 3. De ontworpen regeling kan worden geacht rechtsgrond te vinden in de bepalingen van de wetten van 21 december 1998 (3) en 6 april 2010 (4), waaraan wordt gerefereerd in respectievelijk het tweede en het derde lid van de aanhef van het ontwerp.(5) In de mate voor sommige bepalingen van het ontwerp rechtsgrond kan worden gevonden in artikel 5, § 1, eerste lid, 14°, van de
wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
03/09/2009
numac
2009000546
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
11/02/1999
numac
1998022861
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid
sluiten, (6) zoals dat zal worden ingevoegd bij een wet die zich nog in het stadium van de parlementaire voorbereiding bevindt, (7) dient erop te worden toegezien dat de betrokken wetsbepaling al in werking zal zijn getreden op het ogenblik dat de desbetreffende artikelen van het ontwerp in werking treden.
ONDERZOEK VAN DE TEKST AANHEF 4. Vanaf het vijfde lid van de aanhef dienen de verwijzingen in verband met het vervullen van de voorgeschreven vormvereisten te worden vermeld in chronologische volgorde, te beginnen met het oudste. (8) 5. In het lid van de aanhef waarin wordt verwezen naar het advies van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling moet de datum van "3 mei 2013" worden vervangen door die van "7 mei 2013".6. Er dient in de aanhef een verwijzing te worden ingevoegd waaruit blijkt dat is voldaan aan de vormvereisten die voortvloeien uit Richtlijn 98/34/EG van 22 juni 1998.(9) Dergelijke verwijzing kan worden opgenomen in een lid, luidend als volgt : "Gelet op het feit dat is voldaan aan de vormvoorschriften vervat in Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij;". 7. In de voordrachtformule kan ermee worden volstaan te verwijzen naar de bevoegdheid die de betrokken ministers uitoefenen in het geval van het ontworpen besluit.Dat impliceert dat in casu het best niet wordt gerefereerd aan de aangelegenheden "Sociale Zaken" en "Landbouw".
Hetzelfde kan worden opgemerkt met betrekking tot de medeondertekening van het ontworpen besluit. Bij deze laatste kan bovendien de vermelding van de aangelegenheden "Noordzee" en "Energie en Mobiliteit" worden weggelaten. 8. Luidens artikel 2, 3°, van het koninklijk besluit van 24 maart 1972 `betreffende de Staatssecretarissen' is, benevens de medeondertekening van de staatssecretaris, die van de minister waaraan hij is toegevoegd, vereist voor reglementaire koninklijke besluiten.Artikel 3 van hetzelfde koninklijk besluit bepaalt bovendien dat verordenende bevoegdheid door de staatssecretaris niet wordt uitgeoefend dan met instemming van de minister aan wie hij is toegevoegd.
Het ontwerp dient derhalve mede te worden voorgedragen en ondertekend door de Minister van Binnenlandse Zaken aan wie de Staatssecretaris voor Leefmilieu is toegevoegd.
DISPOSITIEF Artikel 8 9. Ter wille van de terminologische eenvormigheid vervange men in de Franse tekst van artikel 8, § 1, eerste lid, het woord "rétribution" door het woord "redevance".10. In artikel 8, § 3, vijfde lid, wordt de bevoegde minister verplicht om in geval van weigering, wijziging, schorsing of opheffing van de betrokken toelating "de motieven waarop hij zijn oordeel grondt" aan de aanvrager mee te delen. In zoverre daarmee wordt gedoeld op de verplichting tot formele motivering van de beslissingen, zijn zulke vermeldingen tegelijk overbodig en misleidend. Zij zijn overbodig omdat dergelijke beslissingen onder de toepassing vallen van de
wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/07/1991
pub.
18/12/2007
numac
2007001008
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling
sluiten `betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen' en de verplichting tot formele motivering van de beslissingen reeds uit die wet voortvloeit. Zij zijn misleidend omdat ermee de indruk wordt gewekt dat de formele motiveringsverplichting niet bestaat zonder dat zulks uitdrukkelijk wordt voorgeschreven, en derhalve niet zou gelden voor andere in het ontwerp bedoelde administratieve beslissingen.
Tenzij een bijzondere motiveringsverplichting zou worden beoogd die verder reikt dan hetgeen wordt vereist door de
wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/07/1991
pub.
18/12/2007
numac
2007001008
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling
sluiten, in welk geval de inhoud van die plicht moet worden gepreciseerd, dient in artikel 8, § 3, vijfde lid, van het ontwerp de referentie aan de motiveringsverplichting te worden weggelaten Dezelfde opmerking geldt voor de artikelen 15, vierde lid, 19, § 4, 25, vierde lid, en 27, § 8, van het ontwerp.
Artikel 9 11. In artikel 9, § 2, wordt bepaald dat de toelating wordt verleend voor een periode van ten hoogste tien jaar "onverminderd de bepalingen van artikel 10 tot 14".Aangezien in de artikelen 10 tot 14 het mogelijk wordt gemaakt dat de maximale geldingsduur van de toelating om biociden op de Belgische markt aan te bieden wordt aangepast, zodat derhalve wordt afgeweken van het bepaalde in artikel 9, § 2, dient deze laatste paragraaf veeleer aan te vangen met de woorden "Onder voorbehoud van de toepassing van de artikelen 10 tot 14".
Om een gelijkaardige reden dient in artikel 33, § 3, van het ontwerp dan te worden geschreven "Onverminderd paragraaf 2 en onder voorbehoud van de wetgeving inzake de toegang tot milieu-informatie kan ...". 12. Met betrekking tot het bepaalde in artikel 9, § 3, verduidelijkte de gemachtigde dat het de bedoeling is dat de beoogde toelating vervalt op de dag waarop de werkzame stof of stoffen worden goedgekeurd en dat, in het geval van biociden die meer dan één werkzame stof bevatten, de toelating vervalt op de datum waarop de laatste werkzame stof voor die productsoort is goedgekeurd.Ter wille van de duidelijkheid zou de redactie van artikel 9, § 3, van het ontwerp in die zin kunnen worden geëxpliciteerd. In ieder geval dient, indien de verwijzing naar de Verordening Biociden in artikel 9, § 3, wordt behouden, te worden verwezen naar "artikel 89, lid 3, tweede alinea", van die verordening.
De redactie van artikel 20, § 2, van het ontwerp, dient dan in dezelfde zin te worden aangepast. 13. In de Nederlandse tekst van artikel 9, § 5, tweede lid, komt geen term voor die overeenstemt met het woord "compléter" in de Franse tekst.Deze discordantie moet worden weggewerkt. Tevens valt op te merken dat in de Franse tekst van hetzelfde lid melding wordt gemaakt van het woord "annuler". (10) In de Franse tekst van bijvoorbeeld artikel 8, § 3, vijfde lid, wordt evenwel melding gemaakt van de term "abroger", terwijl het opschrift en de inleidende zin van artikel 12 het hebben over respectievelijk "suppression" en "supprimée". In de Nederlandse tekst wordt uitsluitend gebruik gemaakt van de term "opheffing". Indien in de Franse tekst effectief ook enkel die rechtshandeling wordt beoogd, moet uiteraard - zoals in de Nederlandse tekst - één enkele term worden gebruikt doorheen de gehele tekst van het ontwerp.
Artikel 11 14. In artikel 11, 1°, is er een gebrek aan overeenstemming tussen de Nederlandse ("gegronde aanwijzingen") en de Franse tekst ("éléments sérieux").Deze discordantie moet worden weggewerkt. Vraag is of niet het best wordt geopteerd voor het begrip "ernstige aanwijzingen" in de Nederlandse tekst en om de redactie van de Franse tekst daarop af te stemmen.
Dezelfde opmerking kan worden gemaakt bij artikel 22, 1°, van het ontwerp. 15. In artikel 11, 3°, wordt melding gemaakt van verplichtingen "vermeld in het
koninklijk besluit van 13 november 2011Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
13/11/2011
pub.
29/11/2011
numac
2011024326
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten
sluiten".In dat koninklijk besluit hebben enkel de bepalingen van hoofdstuk IV ervan betrekking op biociden. Vraag is bijgevolg of het, ter wille van de duidelijkheid van de regelgeving, geen aanbeveling verdient om in artikel 11, 3°, van het ontwerp de verwijzing naar het
koninklijk besluit van 13 november 2011Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
13/11/2011
pub.
29/11/2011
numac
2011024326
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten
sluiten nader te preciseren door middel van een vermelding van de onderdelen van het besluit die worden beoogd.
Een gelijkaardige precisering kan in voorkomend geval worden aangebracht in andere bepalingen van het ontwerp waarin eveneens wordt gerefereerd aan het
koninklijk besluit van 13 november 2011Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
13/11/2011
pub.
29/11/2011
numac
2011024326
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten
sluiten. (11) Artikel 14 16. Zoals door de gemachtigde werd bevestigd, dient in artikel 14, § 3, telkens ook melding te worden gemaakt van de "verlenging" van de toelating.17. Rekening houdend met de terminologie die wordt gebruikt in artikel 14, § 4, tweede lid, moeten in de Franse tekst van artikel 14, § 4, eerste lid, de woorden "une période" worden vervangen door de woorden "un sursis". Dezelfde aanpassing dient te worden aangebracht in de Franse tekst van artikel 24, § 4, eerste lid, van het ontwerp. In de Franse tekst van artikel 53, tweede lid, moet dan het woord "délai" worden vervangen door het woord "sursis". 18. Zoals ook het geval is in nog een aantal andere bepalingen van het ontwerp (12) wordt in artikel 14, § 4, tweede en derde lid, melding gemaakt van "kalenderdagen" ("jours calendrier").In andere bepalingen van het ontwerp wordt daarentegen de term "dagen" ("jours") gebruikt. (13) Het verdient ook hier aanbeveling om slechts één, uniforme terminologie te hanteren en bijvoorbeeld uitsluitend de term "dagen" te gebruiken, en niet zowel de termen "dagen" als "kalenderdagen". (14) Artikel 15 19. In de Franse tekst van het opschrift van artikel 15 en in die bepaling zelf wordt het woord "recours" het best vervangen door het woord "réclamation" ("bezwaar" in de Nederlandse tekst).(15) Dat gebeurt dan ook best in diverse andere bepalingen van het ontwerp. (16) 20. In de laatste zin van artikel 15, eerste lid, wordt bepaald dat de termijn voor de aanvrager van een toelating om bezwaar in te dienen tegen de beslissing die de minister met toepassing van de artikelen 8, 10, 11, 12 of 13 over zijn aanvraag heeft genomen en die hem bij aangetekende brief wordt meegedeeld, ingaat "op de dag waarop het besluit door de bevoegde dienst is overgemaakt [lees : "overgezonden"] aan de aanvrager". Er dient in dat verband te worden herinnerd aan de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof dat de keuze van de datum van verzending als aanvangspunt voor een beroeps- of bezwaartermijn neerkomt op een onevenredige beperking van het recht van verdediging van de geadresseerden doordat die termijnen beginnen te lopen op een ogenblik dat de betrokkenen nog geen kennis kunnen hebben van de inhoud van de beslissing. (17) In zijn rechtspraak heeft het Grondwettelijk Hof erop gewezen dat het redelijk verantwoord is dat, om rechtsonzekerheid te vermijden, de termijn begint te lopen vanaf een datum die niet afhankelijk is van de handelwijze van de partijen. Volgens het Hof kan de doelstelling om rechtsonzekerheid te vermijden evenwel eveneens worden bereikt door de termijn te laten ingaan op de dag waarop de geadresseerde naar alle waarschijnlijkheid van de beslissing kennis heeft kunnen nemen, dat wil zeggen de derde werkdag volgend op die waarop de (aangetekende) brief aan de postdiensten werd overhandigd tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst. (18) Dezelfde suggestie kan worden gedaan met betrekking tot het bepaalde in artikel 25, eerste lid, waarin aan het einde eveneens wordt bepaald dat de betrokken termijn ingaat "op de dag waarop het besluit door de bevoegde dienst is overgemaakt".
Artikel 16 21. Ter wille van de leesbaarheid schrijve men in artikel 16, tweede lid, "..., betaalt, per toelating, een jaarlijkse bijdrage conform ...".
Artikel 19 22. Aan het einde van de Nederlandse tekst van de eerste zin van artikel 19, § 1, schrijve men ", alsook het formulier voor kennisgeving overeenkomstig het model van bijlage 2".23. Na te zijn ondervraagd over artikel 19, § 4, heeft de gemachtigde verklaard dat in die paragraaf de volgende aanpassingen kunnen worden aangebracht : "`kan weigeren' kan inderdaad vervangen worden door `weigert' en de formulering kan afgestemd worden op deze van artikelen 23, 1°, en 24, § 4, eerste lid, van het ontwerp (`ernstig en imminent gevaar voor volksgezondheid en/of het leefmilieu' vervangen door `onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van mens en dier of het milieu'). De raadpleging van het comité zal in de realiteit altijd gebeuren omdat de weigering gebeurt op basis van een wetenschappelijke evaluatie van het risico. De `zo nodig' kan verwijderd worden." Er kan worden ingestemd met de door de gemachtigde voorgestelde aanpassing, met dien verstande dat het best, zoals in onder meer artikel 23, 1°, van het ontwerp, wordt geschreven "de gezondheid van mens of dier of voor het leefmilieu", veeleer dan "de gezondheid van mens en dier of voor het leefmilieu".
Waar nodig dient ook nog in andere bepalingen van het ontwerp op die wijze melding te worden gemaakt van "de gezondheid van mens of dier of voor het leefmilieu".
Artikel 21 24. Rekening houdend met hetgeen wordt bepaald in de artikelen 21 en 24, § 1, van het ontwerp, verdient het aanbeveling om het opschrift van artikel 21 te redigeren als volgt : "Wijziging van aanvaarding van kennisgeving". Dezelfde aanpassing dient dan te worden aangebracht in de opschriften van de artikelen 22 tot 24 en in artikel 24, § 2, tweede lid, van het ontwerp.
Artikel 24 25. In de Nederlandse tekst van artikel 24, § 4, eerste lid, komt er geen zinsnede voor die overeenstemt met de woorden "ou en cas de non-prolongation ou non-renouvellement d'une autorisation" in de Franse tekst. Door de gemachtigde werd in dat verband het volgende meegedeeld : "Een toelating heeft een geldigheidsduur van maximaal 10 jaar (art. 9, § 2). Daarom moet voorzien worden in de verlenging of hernieuwing ervan (art 13 en 14). Een kennisgeving daarentegen heeft een geldigheidsduur tot de datum bepaald in art. 89, lid 3 van de Verordening Biociden. Bijgevolg dient er voor een kennisgeving niet te worden voorzien in een verlenging of hernieuwing." In zoverre in artikel 24, § 4, eerste lid, uitsluitend wordt gedoeld op de aanvaarding van een kennisgeving, moeten de aangehaalde woorden worden geschrapt in de Franse tekst. In ieder geval dient er te worden op toegezien dat de discordantie die op dat punt bestaat tussen de Nederlandse en de Franse tekst van het ontwerp, wordt weggewerkt.
Overigens verdient het aanbeveling om het gehele artikel 24 aan een bijkomend onderzoek te onderwerpen op het vlak van de overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst (zie onder meer het opschrift van het artikel en artikel 24, § 1). 26. Men late de Nederlandse tekst van artikel 24, § 4, tweede lid, aanvangen als volgt : "De respijtperiode bestaat uit een eerste termijn van ...". (19) Artikel 25 27. In overeenstemming met de Franse tekst vervange men in de Nederlandse tekst van artikel 25, eerste lid, het woord "middelen" door het woord "verweermiddelen".(20) Artikel 26 28. Zoals uitdrukkelijk werd bevestigd door de gemachtigde zal artikel 26 uit het ontwerp worden gelicht.De Raad van State, afdeling Wetgeving, onthoudt zich bijgevolg van een nader onderzoek van die bepaling.
Artikel 27 29. In de Nederlandse tekst van artikel 27 van het ontwerp wordt de "vergunning voor parallelhandel" beter "toelating voor parallelhandel" (of "tot parallelhandel") genoemd, ter wille van de overeenstemming met de Franse tekst en omdat het begrip "toelating" en het werkwoord "toelaten" elders in het ontwerp herhaaldelijk mede op parallelhandel betrekking hebben.(21) De terminologie die wordt gebruikt in artikel 34 en in bijlage 3 bij het ontwerp dient dan in overeenkomstige zin te worden aangepast. 30. In artikel 27, § 5, eerste lid, wordt bepaald dat de "vergunning voor parallelhandel" geldig is zolang de toelating voor het referentieproduct geldig is.Op de vraag waarom die gelding zich niet mede uitstrekt tot biociden waarvoor een aanvaarding van kennisgeving heeft plaatsgevonden, antwoordde de gemachtigde : "Een parallelhandel voor producten met een aanvaarding van kennisgeving was ook niet voorzien in het bestaande KB van 22 mei 2003 en een uitbreiding van het bestaande systeem was niet gewenst. Aan een kennisgeving gaat geen grondige risicoanalyse vooraf. Het is derhalve moeilijk te bepalen aan welke voorwaarden het biocide in het land van oorsprong moet voldoen." De vraag rijst of dergelijke regeling strookt met het beginsel inzake vrij verkeer van goederen binnen de interne markt van de Europese Unie en, bij uitbreiding, de Europese Economische Ruimte, (22) dat inhoudt dat, wanneer omwille van legitieme redenen maatregelen worden genomen die de handel in goederen op die markt kunnen belemmeren, deze zo beperkt mogelijk dienen te worden gehouden. ('23) 31. In artikel 27, § 5, tweede lid, en § 7, wordt melding gemaakt van de "intrekking" ("retrait") of het "intrekken" ("retirer") van een toelating of vergunning.Het valt niet in te zien waarom niet de terminologie van artikel 12 van het ontwerp wordt overgenomen waarin uitsluitend van de "opheffing" ("suppression"; zie evenwel opmerking sub 13) melding wordt gemaakt.
Artikel 28 32. In artikel 28 worden de biociden beoogd die op de markt worden aangeboden overeenkomstig artikel 3, 2°, van het ontwerp.In deze laatste bepaling wordt melding gemaakt van "biociden [waarvoor] de minister overeenkomstig dit besluit zijn toelating heeft verleend of zijn kennisgeving heeft aanvaard".
Met betrekking tot de kennisgeving verduidelijkte de gemachtigde : "Een kennisgeving is een louter administratieve procedure waarbij er geen gegevens worden opgevraagd die vallen onder de gegevensbescherming en waarvoor dus ook geen toegangsbrief vereist is.
Om dezelfde reden omdat een kennisgevingsdossier vrij eenvoudig en makkelijk is samen te stellen, dient voor een product dat identiek is aan een ander product waarvoor reeds een kennisgeving werd aanvaard, een nieuwe kennisgeving te worden ingediend." De vraag rijst of, gelet op deze verduidelijking, de in artikel 28 vervatte vermelding dat "de in dit hoofdstuk opgenomen artikelen" gelden voor het op de markt aanbieden van biociden overeenkomstig artikel 3, 2°, van het ontwerp, dan niet te ruim of te ongenuanceerd is, aangezien blijkbaar niet alle bepalingen van hoofdstuk 4 van titel 2 van het ontwerp gelden voor om het even welke vorm van "het op de markt aanbieden van biociden overeenkomstig artikel 3, 2° " en of het toepassingsgebied van artikel 28 op dat punt niet meer moet worden afgebakend.
Artikel 31 33. In artikel 31, eerste lid, 1°, stemmen de Nederlandse en de Franse tekst niet met elkaar overeen.Waar in de Nederlandse tekst melding wordt gemaakt van "de eigenaar van de gegevens en de begunstigde", wordt in de Franse tekst geschreven "du propriétaire et du destinataire des données". Ook deze discordantie moet worden weggewerkt.
Artikel 32 34. De woorden "gewijzigd, geschorst of opgeheven", in de Nederlandse tekst, stemmen niet overeen met de woorden "modifiée, retirée ou annulée", in de Franse tekst. Artikel 33 35. In artikel 33, § 3, wordt bepaald dat de aanvrager of de kennisgever aan de minister kan meedelen "welke informatie ... hij voor iedereen behalve de minister geheim wenst te houden". Aan de gemachtigde werd gevraagd hoe deze bepaling moet worden begrepen in het licht van de taken van de Hoge Gezondheidsraad en het Comité voor advies inzake biociden, waaromtrent aan het einde van artikel 33, § 3, wordt vermeld dat informatie die door de minister als vertrouwelijk wordt aanvaard "ook door de Hoge Gezondheidsraad en het Comité voor advies inzake biociden als vertrouwelijk [wordt] behandeld".
De gemachtigde deelde het volgende mee : "De Hoge Gezondheidsraad en het Comité voor advies inzake biociden hebben inzage in het volledige dossier maar behandelen dit als vertrouwelijk, d.w.z. zij geven deze gegevens niet door aan derden, gebruiken het niet ten behoeve van een aanvraag door derden, enzovoort. Zij staan hier dus op gelijke hoogte als de minister met betrekking tot de vertrouwelijkheid." Rekening houdend met deze verduidelijking zou het, ter wille van de coherentie van artikel 33, § 3, aanbeveling verdienen indien in die paragraaf zou worden geschreven "welke informatie ... hij vertrouwelijk behandeld wenst te zien" in plaats van "welke informatie ... hij voor iedereen behalve de minister geheim wenst te houden".
Artikel 36 36. Aan de gemachtigde werd gevraagd of artikel 36 wel thuishoort in titel 2, hoofdstuk 5, "Diverse bepalingen aangaande het op de markt aanbieden van biociden overeenkomstig artikel 3".In artikel 35 wordt het toepassingsgebied van het betrokken hoofdstuk immers omschreven met verwijzing naar "alle biociden die op de Belgische markt worden aangeboden", terwijl het toepassingsgebied van artikel 36 "in afwijking van artikel 3 [betrekking heeft op] een biocide dat niet volgens dit besluit of de Verordening Biociden werd toegelaten of waarvoor geen kennisgeving werd aanvaard".
De gemachtigde antwoordde : "Artikel 36 dient verplaatst te worden naar hoofdstuk 4 gezien de bepalingen van onderzoek en ontwikkeling enkel van toepassing zijn op de biociden die vallen onder art. 3, 2° van het KB Biociden, (`nationale toelatingen'). Voor producten die vallen onder art. 3, 1° van het KB (`Europese toelatingen') geldt de bepaling inzake onderzoek en ontwikkeling van de Verordening 528/2012 (art. 56) en hiervoor heeft ECHA inmiddels zelf de nodige formulieren ter beschikking gesteld.
Hierdoor dient in het tweede lid van artikel 36 de verplichting tot het in kennis stellen van de bevoegde dienst geschrapt te worden, daar dit lid ook van toepassing is op elk experiment en proef bij ontwikkeling van een biocide alvorens een toelating wordt ingediend en het niet nodig is voor al die experimenten en proeven ons in te lichten.
Bijkomend dient in het vierde lid van artikel 36 dan ook de verwijzing naar het tweede lid weggelaten te worden en in het vierde [lees : vijfde] lid gespecifieerd te worden dat enkel personen die experimenten uitvoeren overeenkomstig het derde lid, retributies moeten betalen." Rekening houdend met het antwoord van de gemachtigde dienen diverse wijzigingen te worden aangebracht in artikel 36, waaronder een inperking van het toepassingsgebied van die bepaling.
Daarenboven blijft onduidelijk hoe artikel 36 tegelijk betrekking kan hebben op "experimenten of proeven (...) met een biocide dat niet volgens [het tot stand te brengen] besluit (...) werd toegelaten of waarvoor geen kennisgeving werd aanvaard" (eerste lid van het artikel) en "van toepassing [kan] zijn op de biociden die vallen onder art. 3, 2° " (verklaring van de gemachtigde). De steller van het ontwerp doet er goed aan om na te gaan op welke wijze deze onduidelijkheid in voorkomend geval kan worden verholpen naar aanleiding van de beoogde aanpassing van artikel 36 van het ontwerp. 37. In de Nederlandse tekst van artikel 36, vierde lid, lijkt veeleer van een "bericht" ("avis") dan van een "advies" van de minister te moeten worden melding gemaakt.38. Het is niet duidelijk waarom in artikel 36, vijfde lid, uitsluitend melding wordt gemaakt van "experimenten" en niet tevens van "proeven", zoals in de overige leden van artikel 36 het geval is. Artikel 37 39. Naar luid van artikel 288, derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is "een richtlijn [...] verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is, doch [wordt] aan de nationale instanties [...] de bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen".
Een Europese richtlijn is derhalve bestemd voor de lidstaten, die verplicht zijn ze om te zetten, dat wil zeggen de nodige regels daartoe op te nemen in hun interne recht. Wanneer naar verplichtingen of regels die voortvloeien uit een richtlijn wordt verwezen, dient derhalve gewag te worden gemaakt van de internrechtelijke regels waarbij de betrokken richtlijn is omgezet.
In artikel 37, §§ 1 en 5, eerste lid, 16°, van het ontwerp wordt derhalve het best verwezen naar de relevante interne regelgeving waarmee de in die bepalingen genoemde richtlijnen in de Belgische rechtsorde zijn omgezet in plaats van naar die richtlijnen zelf. 40. Gelet op de definitie die is opgenomen in artikel 2, 28°, van het ontwerp volstaat het om aan het einde van artikel 37, § 1, het volledige opschrift van Verordening (EG) nr.1272/2008 te vervangen door het verkorte opschrift "Verordening CLP". 41. In artikel 37, § 5, eerste lid, 13°, stemmen de woorden "van het behandelde biocide", in de Nederlandse tekst, niet overeen met de woorden "du produit traité", in de Franse tekst.Beide taalversies dienen uiteraard op elkaar te worden afgestemd.
Artikel 39 42. Meer in overeenstemming met de Franse tekst schrijve men in de Nederlandse tekst van artikel 39, § 2, eerste lid, "de volledige handelsbenaming van het product" in plaats van "de volledige handelsbenaming". Artikel 41 43. Aan het einde van artikel 41, § 2, moet worden melding gemaakt van de instellingen die de betrokken verordening hebben uitgevaardigd, en van de datum en het officiële opschrift ervan.(24) Artikel 46 44. In artikel 46, §§ 2 en 3, van het ontwerp wordt aan de minister de bevoegdheid verleend om "bijkomende voorwaarden" op te leggen aan de verkopers en gebruikers van biociden ingedeeld in het gesloten circuit.Die voorwaarden betreffen respectievelijk de opleiding voor een specifiek biocide of voor een specifieke groep biociden, dan wel het bewijzen van de kennis van de verkopers en gebruikers.
Op grond van de artikelen 33, tweede lid, 37, 105 en 108 van de Grondwet is de uitvoering van de wet in beginsel zaak van de Koning.
Afwijkingen van die principiële regeling, waarbij de Koning een minister belast met de uitoefening van verordenende bevoegdheid, worden slechts bestaanbaar geacht met de voornoemde grondwettelijke voorschriften voor zover de gegeven opdracht betrekking heeft op het vaststellen van uitvoeringsmaatregelen van bijkomstige of detailmatige aard.
Noch in artikel 46, noch in een andere bepaling van het ontwerp lijkt te zijn aangegeven waaruit de opleiding van de verkopers en gebruikers van biociden moet bestaan. Daarenboven wordt met betrekking tot de door de betrokkenen te bewijzen kennis in artikel 46, § 1, eerste lid, enkel bepaald dat die kennis "het correct gebruik" van de betrokken biociden betreft. Derhalve blijkt niet dat de bevoegdheid die in artikel 46, §§ 2 en 3, aan de minister wordt toegekend om "bijzondere voorwaarden" op te leggen, beperkt zou zijn tot het regelen van detailkwesties of bijkomstige aangelegenheden.
Om aanvaardbaar te zijn zou de bevoegdheid die in artikel 46, §§ 2 en 3, wordt toegekend aan de minister nader moeten worden afgebakend in het ontwerp zelf. Dat laatste wordt met het oog daarop het best aangevuld met een aantal minimale regels die de minister op dat vlak zal moeten in acht nemen. 45. In artikel 46, § 4, wordt bepaald dat de "modaliteiten" (lees : nadere regels) van de opleidingen en van het bewijzen van kennis, zoals omschreven in artikel 46, §§ 2 en 3, worden vastgelegd door de minister.Het is niet duidelijk wat die bepaling toevoegt aan hetgeen reeds voortvloeit uit artikel 46, §§ 2 en 3. De betrokken paragraaf kan enkel in het ontwerp worden gehandhaafd indien deze niet overlapt met het bepaalde in artikel 46, §§ 2 en 3. In dat geval dient de erin vervatte machtiging ten behoeve van de minister evenwel duidelijker te worden omschreven, rekening houdend met het gegeven dat de aan de minister verleende bevoegdheid uitsluitend betrekking kan hebben op detailmatige of bijkomstige aangelegenheden.
Artikel 50 46. Het bepaalde in artikel 50 van het ontwerp moet blijkbaar worden gelezen in samenhang met artikel 16bis van de
wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
03/09/2009
numac
2009000546
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
11/02/1999
numac
1998022861
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid
sluiten, zoals die bepaling in die wet zal worden ingevoegd bij een wet die zich nog in het stadium van de parlementaire voorbereiding bevindt.(25) De gemachtigde bevestigde in dat verband dat artikel 50 van het ontwerp "dient als een specificatie van dit artikel 16bis gezien de definitie van `op de markt brengen' in de wet zeer ruim is".
Afgezien van de vaststelling dat het in beginsel niet aan de Koning toekomt om, zonder uitdrukkelijke machtiging daartoe, de betekenis van een wetsbepaling uit te leggen of het toepassingsgebied ervan te omlijnen, dient de steller van het ontwerp er uiteraard op toe te zien dat de regeling die in artikel 50 van het ontwerp is vervat op alle punten verenigbaar is met die van het geplande artikel 16bis van de
wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
03/09/2009
numac
2009000546
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
11/02/1999
numac
1998022861
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid
sluiten. De steller van het ontwerp doet er goed aan om artikel 50 van het ontwerp vanuit dat oogpunt aan een bijkomend onderzoek te onderwerpen.
Artikel 51 47. Aangezien titel 5 van het ontwerp geen wijzigingsbepalingen bevat, volstaat het om in het opschrift van die titel, dat aan artikel 51 voorafgaat, te schrijven "Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen".48. Naar het zeggen van de gemachtigde zal de redactie van artikel 51 van het ontwerp zodanig worden aangepast dat alle artikelen (26) van het
koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
11/07/2003
numac
2003022681
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
24/08/2004
numac
2003012257
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel
sluiten zullen worden opgeheven bij de inwerkingtreding van het ontworpen koninklijk besluit, met uitzondering van de artikelen 50 tot 65 (titel III) van het
koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
11/07/2003
numac
2003022681
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
24/08/2004
numac
2003012257
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel
sluiten, die zullen worden opgeheven "bij inwerkingtreding van artikel 54". De datum van inwerkingtreding van artikel 54 verschilt evenwel niet van de datum van inwerkingtreding van het ontworpen besluit. (27) Indien de bedoeling erin zou bestaan om in artikel 51, tweede lid, van het ontwerp, te refereren aan de toepassing in de tijd van de in artikel 54, derde lid, opgenomen regeling, teneinde titel III van het
koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
11/07/2003
numac
2003022681
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
24/08/2004
numac
2003012257
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel
sluiten slechts op te heffen vanaf het ogenblik dat de indeling in klasse A en de daaraan verbonden voorwaarden, zoals vermeld in die titel, niet langer moeten blijven gelden, zou die bedoeling duidelijker tot uitdrukking moeten worden gebracht in artikel 51 van het ontwerp. Daartoe zou ermee kunnen worden volstaan om in artikel 51, tweede lid, te bepalen dat de artikelen 50 tot 65 van het
koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
11/07/2003
numac
2003022681
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
24/08/2004
numac
2003012257
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel
sluiten worden opgeheven "overeenkomstig artikel 54, derde lid".
Artikel 52 49. De indeling in paragrafen van artikel 52 moet worden herzien : er ontbreekt immers in zowel de Nederlandse als de Franse tekst een derde paragraaf. Artikel 53 50. Naar analogie van de terminologie die wordt gebruikt in artikel 89, lid 3, van de Verordening Biociden schrijve men in artikel 53 van het ontwerp telkens "parallelle wederzijdse erkenning" ("reconnaissance mutuelle simultanée").51. Aan het einde van artikel 53, eerste lid, schrijve men "uiterlijk op de dag bepaald in artikel 89, lid 3, tweede alinea, van de Verordening Biociden".52. In artikel 53, derde lid, is er een gebrek aan overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst.Terwijl in de Nederlandse tekst wordt geschreven "voor het op de markt brengen van bestaande voorraden of voor het gebruik van biociden", maakt de Franse tekst melding van "la commercialisation ou l'utilisation des stocks existants ou [...] l'utilisation des produits biocides". Deze discordantie moet worden weggewerkt.
Artikel 55 53. In artikel 55 van het ontwerp wordt bepaald dat het ontworpen koninklijk besluit uitwerking heeft met ingang van 1 september 2013, behalve wat de artikelen 43 tot 49 betreft, die in werking treden zes maanden na de beslissing van de minister tot het opstarten van het onlineregistratiesysteem, welk systeem ten laatste op 30 juni 2015 operationeel moet zijn. De gemachtigde heeft meegedeeld dat met de datum van 1 september 2013 werd beoogd om de inwerkingtreding van het merendeel van de bepalingen van het ontworpen koninklijk besluit te laten samenvallen met de datum waarop de Verordening Biociden van toepassing is geworden. (28) Het is, steeds volgens de gemachtigde, evenwel niet de bedoeling om aan de ontworpen regeling terugwerkende kracht te verlenen. De redactie van artikel 55 van het ontwerp zal derhalve op dat punt moeten worden aangepast.
Artikel 56 54. De uitvoering van het ontworpen koninklijk besluit dient te worden opgedragen aan alle ministers die bevoegd zijn om op te treden met betrekking tot de erin geregelde aangelegenheden.(29) Benevens de ministers bevoegd voor Volksgezondheid, Werk en Leefmilieu dienen in artikel 56 van het ontwerp derhalve ook de ministers bevoegd voor Economie, Middenstand, KMO's en Zelfstandigen, en Consumenten, te worden belast met de uitvoering van het ontworpen besluit.
De griffier, Wim GEURTS De voorzitter, Marnix VAN DAMME _______ Nota's (1)
Koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
11/07/2003
numac
2003022681
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
24/08/2004
numac
2003012257
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel
sluiten `betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden'.(2) Verordening (EU) nr.528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 `betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden'. (3)
Wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
03/09/2009
numac
2009000546
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
11/02/1999
numac
1998022861
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid
sluiten `betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers'.(4)
Wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
12/04/2010
numac
2010011166
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming
sluiten `betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming'.(5) Deze vaststelling geldt des te meer nu de gemachtigde heeft bevestigd dat het niet de bedoeling is om artikel 26, "Retributie en bijdrage kennisgeving", in het ontwerp te behouden. (6 Dat kan enkel het geval zijn voor de artikelen 34 en 40, derde lid, van het ontwerp. (7) Ontwerp van wet `tot wijziging van de
wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
03/09/2009
numac
2009000546
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
11/02/1999
numac
1998022861
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid
sluiten betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers' (Parl.St. Kamer 2013-14, nr. 53-3264/001). (8) Beginselen van de wetgevingstechniek.Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, Raad van State, 2008, aanbevelingen nrs. 33 en 34, b), te raadplegen op de internetsite van de Raad van State (www.raadvst-consetat.be), hierna Handleiding Wetgevingstechniek genoemd. (9) Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 `betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij'.(10) Zie ook artikel 20, § 4, tweede lid, van het ontwerp.(11) Zie de artikelen 16, 22,3°, 27, § 1, vierde en vijfde lid, en 36, vijfde lid, van het ontwerp.(12) Zie de artikelen 24, § 4, tweede lid, en 29, eerste lid, van het ontwerp.(13) Zie de artikelen 26, § 5, 27, § 2, 36, vierde lid, en 52, § 5, van het ontwerp.(14) Deze suggestie geldt uiteraard niet voor de bepalingen van het ontwerp waarin de term "werkdagen" ("jours ouvrables") voorkomt aangezien die term een andere inhoudelijke connotatie heeft (zie de artikelen 8, §§ 1 en 3, eerste tot derde lid, 15, eerste, tweede en vierde lid, 19, § 2, eerste lid, en § 3, eerste lid, en 25, eerste, tweede en vierde lid, van het ontwerp).(15) Zie overigens reeds de terminologie in onder meer artikel 7 van het
koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
11/07/2003
numac
2003022681
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
24/08/2004
numac
2003012257
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel
sluiten.(16) Zie de artikelen 14, § 3, 24, § 3, het opschrift en het eerste en het vierde lid van artikel 25, en in artikel 27, § 8, tweede lid, van het ontwerp.(17) GwH 17 december 2003, nr.170/2003; GwH 16 november 2005, nr. 166/2005; GwH 1 maart 2006, nr. 34/2006; GwH 15 maart 2006, nr. 43/2006; GwH 29 maart 2006, nr. 48/2006; GwH 7 juni 2007, nr. 85/2007;
GwH 26 september 2007, nr. 123/2007; GwH 19 december 2007, nr. 162/2007; GwH 12 november 2009, nr. 178/2009; GwH 2 juni 2010, nr. 66/2010. (18) Zie het in de vorige voetnoot vermelde arrest GwH 2 juni 2010, nr.66/2010, B.4.2. (19) Zie ook artikel 14, § 4, tweede lid, van het ontwerp.(20) Zie ook artikel 15, eerste lid, van het ontwerp.(21) Zie trouwens het bepaalde in artikel 27, § 6, van het ontwerp.(22) Zie de artikelen 28 tot 37 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en de artikelen 8 tot 16 van de EER-overeenkomst.(23) Zie bijvoorbeeld HvJ 7 juni 2007, C-254/05, Commissie v.België, punten 32 tot 36, met verwijzingen naar eerdere rechtspraak, inzonderheid punt 33 : een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking kan slechts verantwoord zijn "wanneer die maatregel geschikt is om de verwezenlijking van het nagestreefde doel te waarborgen en niet verder gaat dan nodig is om dat doel te bereiken". (24) Handleiding Wetgevingstechniek, aanbeveling nr.73.2. (25) Zie het in voetnoot 7 vermelde ontwerp van wet.(26) Duidelijkheidshalve kan worden overwogen om ook het tijdstip te vermelden waarop de bijlagen bij het
koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
11/07/2003
numac
2003022681
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg, federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende het op de markt brengen en het gebruiken van biociden
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2003
pub.
24/08/2004
numac
2003012257
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, betreffende de uitsluiting uit het toepassingsgebied van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, gesloten in het Paritair Subcomité voor de metaalhandel, houdende invoering van een sectoraal pensioenstelsel
sluiten worden opgeheven.(27) Artikel 54 wordt in artikel 55 van het ontwerp niet vermeld bij de artikelen van het ontwerp waarvoor in een bijzondere datum van inwerkingtreding is voorzien.(28) Zie artikel 97, tweede alinea, van die verordening.(29) Handleiding Wetgevingstechniek, aanbeveling nr.166.
8 MEI 2014. - Koninklijk besluit betreffende het op de markt aanbieden en het gebruiken van biociden FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden;
Gelet op de
wet van 21 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
03/09/2009
numac
2009000546
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
21/12/1998
pub.
11/02/1999
numac
1998022861
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid
sluiten betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers, artikel 5, gewijzigd bij de wet van 27 december 2004 en bij de wet van 27 juli 2011, artikel 8 gewijzigd bij de wet van 28 maart 2003, artikel 8bis, ingevoegd bij de wet van 28 maart 2003, gewijzigd bij de wet van 22 december 2003 en artikel 9, gewijzigd bij de wet van 28 maart 2003 en bij de wet van 27 juli 2011;
Gelet op de
wet van 6 april 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/2010
pub.
12/04/2010
numac
2010011166
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming
sluiten betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming, artikel 38;
Gelet op het
koninklijk besluit van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk b …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.