{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het bedrag van dat recht is onafhankelijk van het aantal stations voor radiocommunicatie die de frequentie in kwestie exploiteren. § 2. De 3,6 GHz-operator betaalt het jaarlijkse recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties, voor de frequentieblokken toegewezen op 1 januari van het jaar waarop het recht betrekking heeft, uiterlijk 31 januari van het jaar waarop het recht betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eerste betaling van het jaarlijkse recht voor de terbeschikkingstelling van elk toegewezen frequentieblok wordt verricht binnen de dertig dagen vanaf de aanvang van de geldigheidsperiode van de gebruiksrechten voor dat frequentieblok, naar rata van het aantal dagen dat overblijft tot 31 december van het lopende jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de gebruiksrechten voor een frequentieblok verstrijken, is het jaarlijkse recht voor de terbeschikkingstelling voor dat frequentieblok verschuldigd tot de dag waarop de gebruiksrechten verstrijken. § 3. De bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen dat basis 2013=100 als referentieperiode heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanpassing geschiedt met behulp van de coëfficiënt die verkregen wordt door het indexcijfer van de maand december die voorafgaat aan de maand januari in de loop waarvan de aanpassing plaatsvindt, te delen door het indexcijfer van de maand december 2016. Na toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen afgerond tot het hogere honderdtal in euro. HOOFDSTUK 5. - Vorige gebruikers van de band Art. 9.§ 1. De door het Instituut toegewezen vergunningen in de frequentieband 3600-3800 MHz, krachtens het koninklijk besluit van 18 december 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/12/2009 numac 2009011581 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen sluiten betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen, zijn niet langer geldig vanaf de zesde maand na de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 28 november 2021 betreffende radiotoegang in de 3400-3800 MHz-band. § 2. Elke betrokken vergunninghouder kan worden vergoed voor de kosten opgelopen door de herschikking van zijn radiocommunicatienetwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe stelt de betrokken vergunninghouder een uitvoerig verslag op ter motivering van het gevorderde bedrag en bezorgt dit verslag aan het Instituut, ten laatste 6 maanden na de eerste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 42, § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut onderzoekt dit verslag en bepaalt de gegrondheid van het gevorderde bedrag waarbij de betrokken vergunninghouder elke bijkomende inlichting verstrekt die vereist is voor een volledige en objectieve beoordeling. § 3. Het Instituut vergoedt elke betrokken vergunninghouder. Het bedrag van de vergoeding wordt vastgesteld door het Instituut op basis van de informatie van de betrokken vergunninghouder en op basis van de analyse van deze informatie. § 4. De kosten voor vergoeding van de betrokken vergunninghouders worden afgehouden van het bedrag van de enige heffing. HOOFDSTUK 6. - Controle Art. 10.§ 1. Een 3,6 GHz-operator is ertoe gehouden op verzoek van het Instituut alle informatie te verstrekken over de voortgang van de aanleg van zijn netwerk, de commercialisering van de diensten en zijn financiële toestand. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 3,6 GHz-operator moet elk jaar, uiterlijk op 30 juni, aan het Instituut een verslag sturen over zijn activiteiten van het voorgaande jaar. Dat verslag bevat minstens de volgende informatie: 1° de gerealiseerde dekkingszone;2° een beschrijving van de aangeboden diensten;3° het aantal klanten. De 3,6 GHz-operator verleent kosteloos zijn medewerking aan elk verzoek van het Instituut dat bedoeld is om na te gaan of de bepalingen van dit besluit of van de gebruiksrechten nageleefd worden. § 3. De 3,6 GHz-operator stelt het Instituut gratis tien dienstaansluitingen op zijn netwerk ter beschikking om het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit besluit of van de gebruiksrechten mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 7. - Dekking Art. 11.§ 1. De 3,6 GHz-operator brengt het publiek duidelijk en precies op de hoogte over de dekking die door zijn dienst wordt geboden. De verstrekte informatie stelt het publiek in staat om ondubbelzinnig vast te stellen waar het van de betreffende dienst gebruik kan maken. De informatie wordt gepubliceerd op de website van de operator volgens de bepalingen die hij vastlegt. § 2. Deze informatie wordt eveneens ten minste tweemaal per jaar aan het Instituut bezorgd. HOOFDSTUK 8. - Procedure voor de toekenning van de gebruiksrechten Afdeling 1. - Kandidatuur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12</span><span class=\"lf-art-t\">Een operator die gebruiksrechten wil verwerven, dient zijn kandidatuur in, in de vorm en volgens de voorwaarden die in dit hoofdstuk worden vastgesteld</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-15\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De kandidaat blijft gebonden door zijn kandidatuur vanaf de indiening ervan tot: 1° hem gebruiksrechten worden toegewezen, of;2° hij zich op regelmatige wijze terugtrekt uit de procedure tot toekenning van gebruiksrechten, of;3° hij wordt uitgesloten van de procedure. § 2. De kandidaat mag geen enkele wijziging aanbrengen aan zijn kandidatuur na de indiening ervan. § 3. De kandidaat is verplicht het Instituut onmiddellijk schriftelijk in kennis te stellen van gebeurtenissen en feiten die een invloed hebben of zouden kunnen hebben op de verklaringen die de kandidaat aflegde overeenkomstig artikel 15</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De kandidaatstelling gebeurt als volgt: 1° tussen 9 en 17 uur op werkdagen, en uiterlijk op de datum en het uur zoals bepaald door het Instituut en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad;2° bij het Instituut, tegen ontvangstbewijs;3° in twee exemplaren, met aanduiding van een origineel exemplaar, ondertekend door de gemachtigde vertegenwoordigers van de kandidaten. § 2. In de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad duidt het Instituut aan welke frequentieblokken zoals vermeld in artikel 4, § 1, zijn betrokken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De kandidatuur bevat de volgende informatie: 1° het telefoon- en faxnummer in de EU waarop de kandidaat op werkdagen, tussen 8 en 19 uur, bereikt kan worden en het adres dat voor deze procedure geldt als het officiële adres van de kandidaat met de bedoeling er documenten af te leveren, kennisgevingen te doen geworden en betekeningen te verrichten;2° de namen, titels, hoedanigheden en handtekeningen van minstens één persoon die wettelijk bevoegd is om de kandidaat ten volle te vertegenwoordigen krachtens de wet of de statuten van de kandidaat voor alle handelingen die verband kunnen hebben met de procedure tot toekenning van de gebruiksrechten;3° de statuten van de kandidaat of, bij gebreke daarvan, equivalente documenten die de werking van de kandidaat regelen;4° het bewijs, of indien een dergelijk bewijs niet uitgereikt wordt in het land waar de zetel van de kandidaat gevestigd is, een verklaring onder ede dat de kandidaat: a) niet in staat van faillissement of van vereffening of een gelijkaardige toestand verkeert, en;b) geen aangifte van faillissement heeft gedaan en niet betrokken is in een procedure van vereffening of van gerechtelijk akkoord of in een soortgelijke procedure volgens een buitenlandse regelgeving;5° een gedetailleerd, duidelijk en volledig overzicht van de aandeelhoudersstructuur van de kandidaat;6° het bewijs van de betaling van het bedrag bedoeld in artikel 16;7° het bankrekeningnummer van de kandidaat waarop het bedrag bedoeld in artikel 19 of 42, § 4, kan worden teruggestort;8° de technische norm of technologie die de kandidaat van plan is te gebruiken;9° het bewijs van kennisgeving overeenkomstig artikel 9 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie. § 2. Het Instituut legt het formaat vast dat de kandidaturen moeten naleven. Art. 16.§ 1. De kandidaat betaalt een bedrag van één miljoen euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze waarborg wordt uiterlijk op de datum van indiening van de kandidaturen onvoorwaardelijk, onherroepelijk, in opeisbare sommen en in euro, ten voordele van de Belgische Staat gestort bij de Nationale Bank van België, op een rekening bekendgemaakt door het Instituut. § 2. De waarborg brengt interest op tegen de rentevoet van de depositofaciliteit van de Europese Centrale Bank. De interesten worden gekapitaliseerd op de laatste werkdag van het Europees betalingssysteem TARGET van elke maand. De waarborg van de kandidaten die gebruiksrechten verkrijgen, brengt interest op tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de gebruiksrechten aanvangen. De waarborg van de kandidaten die geen gebruiksrechten verkrijgen, brengt interest op tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop hij wordt teruggestort. Afdeling 2. - Onderzoek van de kandidaturen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17-18\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 17</span><span class=\"lf-art-t\">Indien meerdere kandidaten deel uitmaken van eenzelfde relevante groep ten opzichte van een kandidaat, dan wordt slechts één toegelaten tot de procedure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken kandidaten kiezen, op verzoek van het Instituut, de persoon uit hun midden die zal deelnemen aan de procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek aan een dergelijke keuze worden alle betrokken kandidaten uitgesloten uit de procedure. Art. 18.Het Instituut neemt een beslissing over de ontvankelijkheid van elke ingediende kandidatuur krachtens de artikelen 14, 15, 16 en 17.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut brengt de beslissing omtrent de ontvankelijkheid van zijn kandidatuur ter kennis van elke kandidaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut deelt tegelijk aan de ontvankelijk bevonden kandidaten het aantal ontvankelijk bevonden kandidaten mee. Art. 19.De waarborg, met inbegrip van de interesten, van de onontvankelijk bevonden kandidaten wordt teruggestort op de rekening die werd meegedeeld overeenkomstig artikel 15, § 1, 7°. Afdeling 3. - Procedure Onderafdeling 1. - Algemeen Art. 20.Het Instituut bepaalt de wijze van communicatie tussen het Instituut en de kandidaten tijdens de procedure tot toekenning van de gebruiksrechten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle kandidaten onthouden zich van elke gedraging of bekendmaking die het goede en ordelijke verloop van de procedure tot toekenning van de gebruiksrechten verstoort</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle kandidaten onthouden zich, op straffe van uitsluiting van de kandidatuur, van de uitwisseling van vertrouwelijke informatie en van afspraken met andere kandidaten en van elke andere handeling die de uitkomst van de procedure kan beïnvloeden of die afbreuk kan doen aan de mededinging tijdens de procedure tot toekenning van de gebruiksrechten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut staat in voor het ordelijk verloop en de praktische organisatie van de procedure tot toekenning van de gebruiksrechten. Hiertoe kan het Instituut alle nodige maatregelen treffen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het Instituut stelt de inbreuken vast die leiden tot nietigheid van het bod of uitsluiting van de procedure tot toekenning van de gebruiksrechten. Het Instituut beslist in elk geval tot uitsluiting van de kandidaat indien de kandidaat een inbreuk maakt op artikel 22. § 2. Bovendien dient het Instituut in dit geval eveneens klacht in bij de bevoegde mededingingsautoriteiten en legt het klacht met burgerlijke partijstelling neer bij de bevoegde onderzoeksrechter</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De procedure tot toekenning van de gebruiksrechten bestaat uit: 1° een veiling, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 26 tot 36, van de frequentieblokken vermeld in artikel 4, § 1;2° een bijkomende ronde, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 37 tot 41, opdat de kandidaten bijkomende biedingen kunnen indienen voor hun voorkeursplaatsen. Onderafdeling 2. - Veiling Art. 26.Voor de aanvang van de toewijzing bij opbod brengt het Instituut de kandidaten de volgende informatie ter kennis: 1° elke relevante informatie die de kandidaat dient te gebruiken om een bod uit te brengen en om te bewijzen dat elke mededeling die hij in het kader van de toewijzing bij opbod doet van hem afkomstig is;2° het tijdstip van begin en einde van de eerste ronde;3° het bedrag van het minimum- en maximumbod voor elk frequentieblok voor de eerste ronde;4° in voorkomend geval, de overige inlichtingen en documenten die de kandidaat nodig heeft om te kunnen deelnemen aan de toewijzing bij opbod</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 27</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1. Het Instituut beslist wanneer de opeenvolgende rondes worden georganiseerd en brengt de kandidaten daarvan op de hoogte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens elke ronde kan elke kandidaat aan het Instituut het volgende melden: 1° zijn bod of meerdere biedingen, overeenkomstig artikel 28, of;2° zijn beroep op een paskaart, overeenkomstig artikel 31, of;3° zijn terugtrekking uit de bieding, overeenkomstig artikel 32. § 2. Indien een kandidaat die overeenkomstig artikel 28 een bod kan uitbrengen, geen van de drie in de eerste paragraaf vermelde mededelingen doet tijdens de door het Instituut vastgelegde duur van de ronde, dan zal worden aangenomen dat hij gebruik heeft gemaakt van een paskaart indien de betrokken kandidaat nog paskaarten heeft, overeenkomstig artikel 31. Indien de kandidaat geen paskaarten meer heeft en voor geen enkel frequentieblok over het hoogste regelmatige bod beschikt, dan zal worden aangenomen dat hij zich heeft teruggetrokken uit de toewijzing bij opbod.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De kandidaat brengt zijn bod uit op de door het Instituut aangegeven wijze en binnen de vastgelegde duur van elke ronde. § 2. Het bod identificeert één enkel, welbepaald frequentieblok. § 3. Het Instituut stelt het bedrag van het minimum- en maximumbod voor elk frequentieblok vast voor de opeenvolgende ronden op basis van de volgende principes: 1° het bedrag van het minimumbod voor een gegeven frequentieblok is gelijk aan het bedrag van het hoogste regelmatige bod voor dat frequentieblok, vermeerderd met een percentage tussen 0 en 10%;2° het bedrag van het maximumbod voor een gegeven frequentieblok is gelijk aan het bedrag van het hoogste regelmatige bod voor dat frequentieblok, vermeerderd met een percentage tussen 0 en 50%. § 4. Het bedrag van elk bod voor een frequentieblok bestaat uit een bedrag dat een heel veelvoud is van 10.000 euro. § 5. Het bedrag van het minimumbod in de eerste ronde wordt vastgelegd in overeenstemming met artikel 30 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie. § 6. Een kandidaat mag geen bod uitbrengen voor een frequentieblok waarvoor hij het hoogste regelmatige bod heeft. § 7. Het geheel van de biedingen van een kandidaat moet conform de beperkingen opgelegd in artikel 4, § 3, zijn. § 8. Enkel de kandidaten die gebruiksrechten hebben krachtens het geldende koninklijk besluit van 24 maart 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/04/2009 numac 2009011174 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de frequentiebanden 3410-3500/3510-3600 MHz en 10150-10300/ 10500-10650 MHz type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/04/2009 numac 2009014086 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2006 betreffende de vergoeding bedoeld om de werkingskosten en de personeelskosten van de Nationale Toezichthoudende Instantie van de Luchtvaartnavigatiediensten te dekken type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 2007 waarbij de stormwinden die op 18 en 19 januari 2007 schade hebben aangericht in talrijke Belgische gemeenten als een algemene ramp worden beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000223 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 februari 2008 waarbij de overvloedige regenval die heeft plaatsgevonden op 19 en 20 juni 2007 op het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000222 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 februari 2008 waarbij de overvloedige regenval die heeft plaatsgevonden op 23 en 24 juli 2007 op het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000221 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit waarbij de windhoos die heeft plaatsgevonden op 19 juni 2008 op het grondgebied van de provincie Luik als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000224 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit waarbij de overstroming die heeft plaatsgevonden op 23 en 24 juli 2007 op het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend sluiten, mogen een bod uitbrengen voor het frequentieblok bedoeld in artikel 4, § 1, 1°. § 9. Het Instituut legt de regels vast in verband met de activiteit van de kandidaten. Art. 29.Elke kandidaat is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden tot een andere kandidaat een hoger regelmatig bod uitbrengt voor het frequentieblok. Art. 30.Uiterlijk op het ogenblik waarop het totale bedrag voor alle biedingen die door de kandidaat zijn gedaan, een veelvoud van 10 miljoen euro overschrijdt en vanaf 30 miljoen euro verhoogt de kandidaat telkens zijn waarborg met een storting van 0,5 miljoen euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bewijs van de verhoging van de waarborg komt bij het Instituut toe voor het ogenblik waarop de kandidaat het bod uitbrengt dat aanleiding geeft tot de verhoging van de waarborg. Een bod uitgebracht zonder de vereiste verhoging van de waarborg is nietig. Art. 31.Elke kandidaat mag een beroep doen op een paskaart als alternatief voor een bod of een terugtrekking. Een kandidaat mag in totaal maximaal driemaal passen tijdens de toewijzing bij opbod. Art. 32.Elke kandidaat, met uitzondering van de kandidaten die het hoogste regelmatige bod hebben uitgebracht voor ten minste één frequentieblok, mag zich uit de toewijzing bij opbod terugtrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze terugtrekking is definitief en onherroepelijk. Art. 33.Indien in een ronde twee of meer kandidaten hetzelfde bod uitbrengen op een gegeven frequentieblok, dan bepaalt het Instituut via loting het hoogste regelmatige bod voor dat frequentieblok. Art. 34.Na elke ronde brengt het Instituut de overblijvende kandidaten de volgende informatie ter kennis: 1° het bedrag van het hoogste regelmatige bod alsook de fictieve identiteit van de kandidaat die het heeft uitgebracht voor elk frequentieblok;2° het tijdstip van begin en einde van de volgende ronde;3° het bedrag van het minimum- en maximumbod voor elk frequentieblok voor de volgende ronde. Art. 35.De laatste ronde is de ronde waarbij op het einde geen enkele kandidaat het Instituut in kennis stelt van een bod of zijn beroep op een paskaart. Art. 36.Na afloop van de laatste ronde, bedoeld in artikel 35 stelt het Instituut het hoogste regelmatige bod vast per frequentieblok en deelt het voor elk frequentieblok aan de kandidaten die het hoogste regelmatig bod hebben uitgebracht voor ten minste één frequentieblok mee wat het bedrag van het hoogste regelmatige bod is alsook welke kandidaat dat bod heeft uitgebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Positie Art. 37.Alle kandidaten die het hoogste regelmatige bod hebben uitgebracht voor ten minste één frequentieblok bedoeld in artikel 4, § 1, 3°, mogen binnen een door het Instituut vastgestelde termijn, aan het Instituut een gemeenschappelijk voorstel meedelen voor de positie van de verschillende frequentieblokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het Instituut het gemeenschappelijke voorstel aanvaardt, wordt de bijkomende ronde bedoeld in de artikelen 38 tot 41 niet gehouden. Art. 38.§ 1. Het Instituut stelt een exhaustieve lijst op van de opties voor positionering voor de verschillende frequentieblokken in de frequentieband gelegen tussen 3440 MHz en 3800 MHz. § 2. Alle opties moeten voldoen aan de volgende criteria: 1° alle blokken waarvoor een gegeven kandidaat het hoogste regelmatige bod heeft uitgebracht worden in de mate van het mogelijke aaneengrenzend geplaatst;2° de blokken waarvoor geen enkel regelmatig bod werd uitgebracht worden geplaatst: in het bovenste deel van de frequentieband 3400-3800 MHz. Art. 39.Het Instituut deelt de kandidaten die het hoogste regelmatige bod hebben uitgebracht voor ten minste één frequentieblok de volgende inlichtingen mee: 1° de lijst van de opties voor positionering van de verschillende frequentieblokken;2° het moment van het begin en het einde van de bijkomende ronde, tijdens welke de kandidaten hun bijkomende biedingen met betrekking tot de positionering van de frequentieblokken kunnen doen. Art. 40.§ 1. Tijdens de bijkomende ronde kan elke kandidaat een of meer bijkomende biedingen doen conform § 2. § 2. Elk bijkomend bod identificeert een bepaalde optie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van het bod mag nul zijn en is niet beperkt. Art. 41.§ 1. Na de bijkomende ronde berekent het Instituut voor elke optie de som van de bijkomende biedingen uitgebracht voor deze optie. § 2. De gekozen optie is deze waarvoor de som van de uitgebrachte bijkomende biedingen het hoogste is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een of meer opties dezelfde grootste som van de uitgebrachte bijkomende biedingen hebben, bepaalt het Instituut via loting de gekozen optie. Afdeling 4. - Toekenning van de gebruiksrechten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het Instituut kent gebruiksrechten toe aan de kandidaten die het hoogste regelmatige bod hebben uitgebracht voor de verschillende frequentieblokken. § 2. Het Instituut bepaalt de datum van aanvang van de geldigheidsduur van de gebruiksrechten. § 3. Het Instituut deelt elke kandidaat samen met zijn gebruiksrechten het te betalen saldo mee Het totale bedrag van de enige heffing is gelijk aan de som van de bedragen van de hoogste regelmatige biedingen uitgebracht door de kandidaat en het bedrag van de bijkomende bieding uitgebracht door de kandidaat met betrekking tot de gekozen opties voor positionering. § 4. De waarborg, met inbegrip van de interesten, van de kandidaten waaraan geen gebruiksrechten worden toegekend, wordt op hun rekening teruggestort, overeenkomstig artikel 15, § 1, 7°. § 5. In afwijking van § 4 wordt de waarborg niet teruggestort aan kandidaten die geen enkel bod hebben uitgebracht in overeenstemming met artikel 28. Art. 43.De betalingsmodaliteiten zijn in overeenstemming met artikel 30 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet-betaling of laattijdige of onvolledige betaling van het saldo van de enige heffing houdt het verval van rechtswege van de gebruiksrechten in. De 3,6 GHz-operator van wie de gebruiksrechten vervallen zijn verklaard, wordt uitgesloten van iedere kandidatuur in de zin van artikel 12. HOOFDSTUK 9. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen Art. 44.Artikel 8, § 2, van het koninklijk besluit van 24 maart 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/04/2009 numac 2009011174 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de frequentiebanden 3410-3500/3510-3600 MHz en 10150-10300/ 10500-10650 MHz type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/04/2009 numac 2009014086 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2006 betreffende de vergoeding bedoeld om de werkingskosten en de personeelskosten van de Nationale Toezichthoudende Instantie van de Luchtvaartnavigatiediensten te dekken type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 2007 waarbij de stormwinden die op 18 en 19 januari 2007 schade hebben aangericht in talrijke Belgische gemeenten als een algemene ramp worden beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000223 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 februari 2008 waarbij de overvloedige regenval die heeft plaatsgevonden op 19 en 20 juni 2007 op het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000222 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 februari 2008 waarbij de overvloedige regenval die heeft plaatsgevonden op 23 en 24 juli 2007 op het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000221 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit waarbij de windhoos die heeft plaatsgevonden op 19 juni 2008 op het grondgebied van de provincie Luik als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000224 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit waarbij de overstroming die heeft plaatsgevonden op 23 en 24 juli 2007 op het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend sluiten wordt aangevuld met een lid, luidende: \"Het jaarlijkse recht voor de beschikbaarstelling van de frequenties is niet verschuldigd voor de frequenties die reeds onderworpen zijn aan een dergelijk recht krachtens het koninklijk besluit van 28 november 2021 betreffende de radiotoegang in de band 3400-3800 MHz\". Art. 45.Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt opgeheven. Art. 46.Het koninklijk besluit van 24 maart 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/04/2009 numac 2009011174 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de frequentiebanden 3410-3500/3510-3600 MHz en 10150-10300/ 10500-10650 MHz type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/04/2009 numac 2009014086 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 23 mei 2006 betreffende de vergoeding bedoeld om de werkingskosten en de personeelskosten van de Nationale Toezichthoudende Instantie van de Luchtvaartnavigatiediensten te dekken type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000225 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 april 2007 waarbij de stormwinden die op 18 en 19 januari 2007 schade hebben aangericht in talrijke Belgische gemeenten als een algemene ramp worden beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000223 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 februari 2008 waarbij de overvloedige regenval die heeft plaatsgevonden op 19 en 20 juni 2007 op het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000222 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 februari 2008 waarbij de overvloedige regenval die heeft plaatsgevonden op 23 en 24 juli 2007 op het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000221 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit waarbij de windhoos die heeft plaatsgevonden op 19 juni 2008 op het grondgebied van de provincie Luik als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/03/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/04/2009 numac 2009000224 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit waarbij de overstroming die heeft plaatsgevonden op 23 en 24 juli 2007 op het grondgebied van de provincie West-Vlaanderen als een algemene ramp wordt beschouwd en waarbij de geografische uitgestrektheid van deze ramp wordt afgebakend sluiten wordt opgeheven. HOOFDSTUK 1 0. - Slotbepalingen Art. 47.Artikel 46 treedt in werking op 7 mei 2025. Art. 48.De minister bevoegd voor Telecommunicatie is belast met de uitvoering van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 28 november 2021.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister van Telecommunicatie, P. DE SUTTER</p></div>", "next": 0}