{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de verzekeringsondernemingen en -instellingen met het oog op het uitoefenen van de verzekeringsverrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023006 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten tot uitvoering van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen. 22. koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023007 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden met de sociale aanvullende pensioenstelsels type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023008 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de regels inzake de financiering en het beheer van de solidariteitstoezegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023009 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023010 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de verzekeringsondernemingen en -instellingen met het oog op het uitoefenen van de verzekeringsverrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023006 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de toekenning van extralegale voordelen aan werknemers en aan bedrijfsleiders De bepalingen voorzien in het voormelde koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023007 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden met de sociale aanvullende pensioenstelsels type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023008 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de regels inzake de financiering en het beheer van de solidariteitstoezegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023009 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023010 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de verzekeringsondernemingen en -instellingen met het oog op het uitoefenen van de verzekeringsverrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023006 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten zijn van toepassing op deze algemene voorwaarden.23. Verdeling van het resultaat van Integrale De contracten delen in het resultaat in overeenstemming met de bepalingen van het voormelde koninklijk besluit van 14 november 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023007 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de solidariteitsprestaties verbonden met de sociale aanvullende pensioenstelsels type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023008 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de regels inzake de financiering en het beheer van de solidariteitstoezegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023009 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023010 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden van de verzekeringsondernemingen en -instellingen met het oog op het uitoefenen van de verzekeringsverrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 november 2003 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en aan de personen bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° en 2° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, tewerkgesteld buiten een arbeidsovereenkomst type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/2003 numac 2003023006 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten. 23.1. Uitkering bij leven Jaarlijks op 1 juli verdeelt Integrale de voorziening voor winstdeling en ristorno's onder de aangeslotenen en de renteniers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan iedere aangeslotene en rentenier wordt een gedeelte van deze voorziening uitgekeerd in verhouding tot het aandeel van de op hun contract opgebouwde wiskundige reserve in het totaal bedrag van de wiskundige reserves. 23.2. Uitkering bij overlijden Jaarlijks stelt Integrale in functie van het resultaat vast met welk percentage de voorziene prestaties in geval van overlijden verhoogde zullen worden. 24. Diverse bepalingen 24.1. Geschillen en toepasselijk recht Op het reglement van de groepsverzekering en de ermee verband houdende contracten is het Belgisch recht van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de geschillen tussen de partijen in verband met de uitvoering van dit reglement zijn de Belgische rechtbanken bevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eventuele nietigheid van een bepaling van het groepsverzekeringsreglement en/of van de contracten die hiermee verbonden zijn, leidt niet tot de nietigheid van de andere bepalingen. 24.2. Klachten De onderneming, de aangeslotene en/of de begunstigde(n) kan/kunnen voor elke vraag zich richten tot de vertrouwde contactpersoon voor het administratieve beheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de mogelijkheid tot een gerechtelijke actie, kunnen alle klachten schriftelijk terecht bij de dienst \"Solutions\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Integrale n.v. - Dienst Solutions - Klachtenbeheer Fax : +32 4 232 44 51 E-mail : solutions@integrale.be Per brief : Integrale, Place Saint-Jacques 11/101, B-4000 Liège.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de voorgestelde oplossing door Integrale geen voldoening geeft, kan/kunnen de onderneming, de aangeslotene en/of de begunstigde(n) de klacht voorleggen aan de Ombudsman van de Verzekeringen (info@ombudsman.as), Meeûssquare 35, B-1000 Brussel, www.ombudsman.as Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 februari 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Werk, K. PEETERS Bijlage 2 aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 13 november 2017, gesloten in het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid, betreffende de wijziging van het reglement van de groepsverzekering die het sociale sectorale pensioenstelsel uitvoert en van de sectorale technische nota Technische nota Deze technische nota stelt een einde aan en vervangt de technische nota aangehecht aan de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2016. Zij beschrijft de modaliteiten die vanaf 1 januari 2017 van toepassing zijn op : A.De sectorale pensioentoezegging beheerd door Integrale;</p>\n<p class=\"lf-p\">B. De sectorale pensioentoezegging uitgevoerd door een andere pensioeninstelling dan deze aangeduid door de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst gesloten binnen de sector van de metaalfabrikatennijverheid (ondernemingen die gekozen hebben voor opting out);</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Een pensioentoezegging uitgevoerd door een andere pensioeninstelling dan deze aangeduid door de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst gesloten binnen de sector van de metaalfabrikatennijverheid (ondernemingen buiten toepassingsgebied).</p>\n<p class=\"lf-p\">A. Modaliteiten van toepassing op de sectorale pensioentoezegging beheerd door Integrale A.1. Aanwending van de pensioenbijdrage Historisch overzicht van de pensioentoezegging : - 0,5 pct. vanaf 1 april 2002; - 1,0 pct. vanaf 1 juli 2007 (inclusief voor de kaderleden); - 1,1 pct. vanaf 1 januari 2008 (inclusief voor de kaderleden); - 1,77 pct. vanaf 1 januari 2011 (inclusief voor de kaderleden); - 1,87 pct. vanaf 1 april 2012 (inclusief voor de kaderleden); - 1,80 pct. vanaf 1 januari 2013 en 0,17 pct. voor het nivelleringsfonds tot dekking van ontbrekende reserves op het moment van uittreding of overlijden (inclusief voor de kaderleden). Het overschot van het nivelleringsfonds wordt jaarlijks in gelijke delen verdeeld onder de actieve aangeslotenen; - 1,97 pct. vanaf 1 januari 2016 (inclusief voor de kaderleden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze percentages worden berekend op het referentiejaarloon zoals gedefinieerd in het sectoraal pensioenreglement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot 31 december 2015 bedraagt het rendement dat de inrichter op deze pensioenbijdrage garandeert 3,75 pct. na aftrek van 3 pct. beheerskosten. Vanaf 1 januari 2016 wordt de door de inrichter gegarandeerde minimum rentevoet vervangen door de minimum garantie voorzien in artikel 24, § 3 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat de rendementsgarantie voor de pensioenbijdragen gestort op de individuele rekeningen van de actieve aangeslotenen, vanaf 1 januari 2016 berekend wordt aan de hand van de minimum gegarandeerde rentevoeten voorzien in artikel 24, § 3 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen (momenteel 1,75 pct.), na aftrek van 1 pct. beheerskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de slapers is het rendement gelijk aan het door Integrale gewaarborgd tarief verhoogd met een eventuele winstdeelname.</p>\n<p class=\"lf-p\">De \"horizontale\" methode is van toepassing zoals beschreven in artikel 24, § 4 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf 1 januari 2014 moeten de werkgevers die deelnemen aan het sectoraal pensioenstelsel beheerd door Integrale, de bijdrage van 8,86 pct. betalen aan Integrale in plaats van aan de RSZ. Deze bijdrage wordt opgenomen in de factuur die Integrale uitgeeft in uitvoering van artikel 72 van de programmawet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten type programmawet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2012 numac 2012021152 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten (Belgisch Staatsblad van 31 december 2012), hiervoor gemandateerd door de inrichter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opheffing van het nivelleringsfonds Het nivelleringsfonds wordt opgeheven op de datum van ondertekening van de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 4 juli 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overschot wordt, na aftrek van de ontbrekende reserves vastgesteld op het moment van uittreding of overlijden van aangeslotenen in 2015, in gelijke delen verdeeld onder de actieve aangeslotenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder \"actieve aangeslotenen\" verstaan we : de aangeslotenen die op 31 december 2015 aangesloten waren en voor wie een premie betaald is in 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">A.2. Tarieven van Integrale Historisch overzicht van het rendement van de verzekeraar en van het totaal rendement vanaf 1 januari 2002.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op het gespaard bedrag in/ Sur l'épargne en Contractueel/ Contractuel Winstverdeling/ Répartition bénéficiaire Totaal rendement/ Rendement total 2002 3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">0,96 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">4,71 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2003 3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,32 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">5,07 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2004 3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,10 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">4,85 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2005 3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,30 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">5,05 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2006 3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,50 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">5,25 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2007 3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,55 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">5,30 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2008 3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">0,00 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2009 3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">0,25 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">4,00 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2010 3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">0,00 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2011 3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">0,00 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2012 3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">0,00 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">3,75 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2013 2,25 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,00 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">3,25 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2014 2,25 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,00 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">3,25 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2015* 2,25 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,00 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">3,25 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2015** 1,60 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">1,65 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">3,25 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2016 1,60 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">0,90 pct./p.c.</p>\n<p class=\"lf-p\">2,50 pct./p.c. (*) tot 31 maart 2015 (**) vanaf 1 april 2015 De opgebouwde reserve op 31 december 2012 zal blijven genieten van een door Integrale gegarandeerd rendement van 3,75 pct..</p>\n<p class=\"lf-p\">Premies op de individuele contracten vanaf 1 januari 2013 genieten van een door Integrale gegarandeerd rendement gelijk aan : - 3,75 pct. (na aftrek van 3 pct. kosten) op het bereikte niveau van de gestorte premie in 2012; - 2,25 pct. (na aftrek van 1 pct. kosten) op het gedeelte van de premie boven het niveau van 2012; - 1,60 pct. (na aftrek van 1 pct. kosten) op het gedeelte van de premie boven het niveau van maart 2015; - 0,75 pct. (na aftrek van 1 pct. kosten) op het gedeelte van de premie boven het niveau van december 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Modaliteiten van toepassing op het aanvullend pensioen in het geval van opting out Herhaald wordt dat er vanaf 1 april 2011 geen nieuwe opting outs meer mogelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">B.1. Definities en voorwaarden Het pensioenreglement dat gesloten werd in het kader van opting out moet minstens de volgende elementen bevatten om als gelijkwaardig met het sectoraal pensioenstelsel aanvaard te kunnen worden : 1. Het pensioenreglement dient de voorwaarden te respecteren die opgenomen worden in de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2002 en in alle daaropvolgende sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten van het Paritair Comité 209 voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid die betrekking hebben op het sectorale pensioenstelsel;2. Elke werknemer die op 1 april 2002 tewerkgesteld is, of na 1 april 2002 tewerkgesteld zal worden, in de onderneming met een arbeidsovereenkomst van bediende (vanaf 1 juli 2007 inclusief de kaderleden), ongeacht de aard van de arbeidsovereenkomst, en op wie de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 maart 2002 tot uitvoering van hoofdstuk II, artikelen 4, § 1 en 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 juni 2001 betreffende het nationaal akkoord 2001-2002, en andere sectorale collectieve sectorale arbeidsovereenkomsten met betrekking tot het pensioenstelsel gesloten binnen het Paritair Comité 209 voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid van toepassing zijn, wordt verplicht aangesloten;3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aansluiting is verplicht voor bedienden die tewerkgesteld zijn met een contract van bepaalde duur, met uitzondering van de werknemers met een contract van interimarbeid, met vakantie-, studenten- en IBO-contracten (individuele beroepsopleiding) en werknemers die activiteiten uitoefenen terwijl zij al van een wettelijk rustpensioen genieten;4. Er mag geen enkele leeftijdsvoorwaarde voorzien worden voor de aansluiting;5. De pensioentoezegging is van het type \"vaste bijdragen\" en de pensioenbijdragen mogen enkel aangewend worden als jaarlijkse recurrente premies in het kader van een verzekeringsverrichting van het type \"uitgesteld kapitaal met terugbetaling van de reserve bij vroegtijdig overlijden\";6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zolang de aangeslotene in dienst is kan hij zijn contract niet afkopen, noch het voordeel ervan afstaan of in pand geven;7. Het pensioenreglement moet vanaf 1 januari 2011 voorzien dat de rechten onmiddellijk verworven zijn;8. Indien de pensioeninstelling zelf niet paritair beheerd wordt, moet er een paritair samengesteld toezichtscomité opgericht worden.Het pensioenreglement vermeldt deze verplichting en de wijze waarop het comité samengesteld wordt. Dit toezichtscomité moet jaarlijks het eigen pensioenplan valideren en controleren op het respecteren van de evenwaardigheid conform deze technische nota; 9. In een vaste bijdragen stelsel dient de jaarlijkse definitieve pensioenbijdrage gestort door de onderneming tijdens een bepaald jaar, minstens berekend te worden op het referentiejaarloon zoals gedefinieerd in het sectoraal pensioenreglement (dit laatste is gelijk aan het aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven bruto jaarloon van de aangeslotene);10.</p>\n<p class=\"lf-p\">De theoretische en praktische afkoopwaarden bedragen in alle gevallen 100 pct.van de opgebouwde reserves, met inbegrip van 100 pct. van de al toegekende winstdeelname.</p>\n<p class=\"lf-p\">B.2. Evenwaardigheid van de rechten De rechten van de aangeslotenen moeten minstens gelijkwaardig zijn aan deze die voorzien worden in het pensioenreglement van het sectorale stelsel dat beheerd wordt door de pensioeninstelling aangeduid in de collectieve arbeidsovereenkomsten van 21 maart 2002 en alle toekomstige sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid die betrekking hebben op het sectoraal pensioenstelsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werkgeversbijdrage bedraagt minimaal : - 0,5 pct. vanaf 1 april 2002; - 1,0 pct. vanaf 1 juli 2007 (inclusief voor de kaderleden) ; - 1,1 pct. vanaf 1 januari 2008 (inclusief voor de kaderleden); - 1,77 pct. vanaf 1 januari 2011 (inclusief voor de kaderleden); - 1,87 pct. vanaf 1 april 2012 (inclusief voor de kaderleden); - 1,97 pct. vanaf 1 januari 2013 (inclusief voor de kaderleden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze percentages worden berekend op het referentiejaarloon zoals gedefinieerd in het sectoraal pensioenreglement (dit referentiejaarloon is gelijk aan het aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven bruto jaarloon van de aangeslotene).</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot 31 december 2015 bedraagt het rendement dat de inrichter op deze pensioenbijdrage garandeert 3,75 pct. na aftrek van 3 pct. beheerskosten. Vanaf 1 januari 2016 wordt de door de inrichter gegarandeerde minimum rentevoet vervangen door de minimum garantie voorzien in artikel 24, § 3 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat de rendementsgarantie voor de pensioenbijdragen gestort op de individuele rekeningen van de actieve aangeslotenen vanaf 1 januari 2016 berekend wordt aan de hand van de minimum gegarandeerde rentevoeten voorzien in artikel 24, § 3 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen (momenteel 1,75 pct.), na aftrek van 1 pct. beheerskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de slapers is het rendement gelijk is aan het rendement van het door de pensioeninstelling gewaarborgd tarief, verhoogd met een eventuele winstdeelname.</p>\n<p class=\"lf-p\">De \"horizontale\" methode is van toepassing zoals beschreven in artikel 24, § 4 van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid sluiten betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">B.3. Informatieplicht Eénmaal per jaar tegen 31 januari ten laatste, deelt de onderneming aan de inrichter de volgende gegevens mee : - een verklaring van de werkgever dat alle bedienden en kaderleden aangesloten zijn aan het geattesteerde plan en dit vanaf 1 april 2002 voor de bedienden en ten laatste vanaf 1 juli 2007 voor de kaderleden; - een attest van evenwaardigheid van de rechten, opgesteld door de actuariële functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormelde datum kan aangepast worden door éénparige beslissing in het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De attestmodellen zijn beschikbaar op de website www.integrale.be De onderneming en de pensioeninstelling dienen op eenvoudig verzoek van de inrichter van het sectorale pensioenstelsel of zijn gemachtigde alle gegevens over te maken die toelaten om de juiste uitvoering van de verplichtingen te controleren, die voortvloeien uit de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen het Paritair Comité 209 voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid die betrekking hebben op het sectoraal pensioenstelsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderneming legt het volgende ter goedkeuring voor aan de inrichter van de sectorale pensioentoezegging : - het pensioenreglement; of - het attest getekend door de aangeduide actuaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij dient de door de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst bepaalde procedure nageleefd te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichter kan de controle van deze documenten aan zijn gemachtigde toevertrouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het pensioenorganisme kan voorzien in de opmaak van één overkoepelend attest voor het geheel van haar pensioenplannen in beheer, op voorwaarde dat er in bijlage een lijst wordt toegevoegd met daarin de naam, alsook alle elementen en gevraagde informatie van de betrokken ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijsten zijn beschikbaar op de website www.integrale.be.</p>\n<p class=\"lf-p\">B.4. Procedure bij niet-betaling van de pensioenbijdragen Het pensioenreglement moet een procedure bij niet-betaling van de pensioenbijdragen op de voorziene datum voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze procedure moet ten minste de volgende elementen bevatten : - bij niet-betaling binnen 30 dagen na de datum waarop de premie verschuldigd was, wordt de onderneming door de pensioeninstelling in gebreke gesteld door middel van een aangetekende brief. De pensioeninstelling deelt dit mee aan de inrichter van het sectoraal pensioenstelsel; - bij niet-betaling binnen 45 dagen na de datum waarop de premie verschuldigd was, wordt de onderneming door de pensioeninstelling opnieuw aangemaand. De pensioeninstelling deelt dit mee aan de inrichter van het sectoraal pensioenstelsel. Deze laatste stuurt het dossier door aan de sociale inspectie; - bij niet-betaling binnen 60 dagen na de datum waarop de premie verschuldigd was, wordt aan de onderneming gemeld dat de contracten van haar aangeslotenen bij niet-betaling binnen de drie weken premievrij gemaakt zullen worden op basis van de wel betaalde pensioenbijdragen, waarbij voorafgaand de laatste voorlopige premies die voor de aangeslotenen betaald werden, uit het financieringsfonds geput zullen worden en als koopsom op het contract van de aangeslotenen zullen gestort worden. De inrichter van het sectoraal pensioenstelsel wordt door de pensioeninstelling hiervan op de hoogte gebracht; - de pensioeninstelling zal iedere aangeslotene door middel van een op zijn persoonlijk adres gestuurde brief op de hoogte brengen uiterlijk binnen de 90 dagen volgend op de datum waarop de premie verschuldigd was.</p>\n<p class=\"lf-p\">De premievrijmaking van de contracten ontslaat de onderneming geenszins van de betaling van de achterstallige bijdragen, de nalatigheidsintresten en de kosten van de ingebrekestelling en van de uitvoering van deze procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij betaling door de onderneming van de achterstallen, de nalatigheidsintresten en de kosten van de ingebrekestelling en van de uitvoering van deze procedure, worden de contracten terug in voege gebracht met retroactief effect op de datum van premievrijmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">B.5. Collectieve overdracht van reserves naar Integrale Indien de onderneming haar reserves wenst over te dragen naar Integrale, zullen deze niet overgedragen worden naar de sectorale pensioentoezegging beheerd door Integrale.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integrale stelt een groepsverzekering op waarbij de overdragende onderneming verantwoordelijk blijft voor de evenwaardigheid van de overgedragen rechten op het ogenblik van de overdracht en daarna.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. De modaliteiten van toepassing op het aanvullend pensioen buiten toepassingsgebied C.1. Definities en voorwaarden Bedienden voor wie binnen de onderneming een collectieve pensioentoezegging van toepassing is, ingericht vóór 11 juni 2001 en ononderbroken nog van toepassing is, en die evenwaardig is aan de sectortoezegging, dienen niet deel te nemen aan de sectorale toezegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaderleden voor wie binnen de onderneming een collectieve pensioentoezegging van toepassing is, die vóór 31 december 2006 met toepassing van de in de wetgeving betreffende de aanvullende pensioenen voorziene inspraakregels ingevoerd werd, ononderbroken nog steeds van toepassing is en die evenwaardig is aan de sectortoezegging, dienen niet deel te nemen aan de sectorale toezegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">C.2. Evenwaardigheid van de rechten Het ondernemingsstelsel geldt voor alle bedienden en kaderleden (inclusief contracten van bepaalde duur) van de onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondernemingspensioentoezegging voorziet in een patronale bijdrage voor de waarborg pensioen, die in een vaste bijdrage regeling ten allen tijde minstens gelijk is aan : - 0,5 pct. vanaf 1 april 2002; - 1,0 pct. vanaf 1 juli 2007 (inclusief voor de kaderleden); - 1,1 pct. vanaf 1 januari 2008 (inclusief voor de kaderleden); - 1,77 pct. vanaf 1 januari 2011 (inclusief voor de kaderleden); - 1,87 pct. vanaf 1 april 2012 (inclusief voor de kaderleden); - 1,97 pct. vanaf 1 januari 2013 (inclusief voor de kaderleden).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze percentages worden berekend op het referentiejaarloon zoals gedefinieerd in het sectoraal pensioenreglement, dit laatste is gelijk aan het aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aangegeven bruto jaarloon van de aangeslotene.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van bovenstaande salarisdefinitie wordt ook het bruto maandloon van de aangeslotene maal 13,92 als referentiejaarsalaris aanvaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gebruik van een salariscoëfficiënt verschillend van 13,92 is toegelaten op voorwaarde dat het percentage van de patronale bijdrage proportioneel aangepast wordt aan de overeenstemmende premievoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het ondernemingsstelsel van het type \"vaste prestaties\" is, moet de verworven reserve gefinancierd door de onderneming, op ieder ogenblik minstens gelijk zijn aan de verworven reserve die zou bekomen worden door de kapitalisatie van een bijdrage conform het hierboven beschreven vaste bijdrage stelsel en dit met een rendement conform artikel 24 van de wet op de aanvullende pensioenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">C.3. Informatieplicht Eénmaal per jaar tegen 31 januari ten laatste, deelt de onderneming aan de inrichter de volgende gegevens mee : - een verklaring van de werkgever dat alle bedienden en kaderleden aangesloten zijn aan het geattesteerde plan en dit vanaf 1 april 2002 voor de bedienden en ten laatste vanaf 1 juli 2007 voor de kaderleden; - een attest van evenwaardigheid van de rechten, opgesteld door de actuariële functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormelde datum kan aangepast worden door éénparige beslissing in het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De attestmodellen zijn beschikbaar op de website www.integrale.be De onderneming en de pensioeninstelling dienen op eenvoudig verzoek van de inrichter van het sectorale pensioenstelsel of zijn gemachtigde alle gegevens over te maken die toelaten om de juiste uitvoering van de verplichtingen te controleren, die voortvloeien uit de sectorale collectieve arbeidsovereenkomsten gesloten binnen het Paritair Comité 209 voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid die betrekking hebben op het sectoraal pensioenstelsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderneming legt het volgende ter goedkeuring voor aan de inrichter van de sectorale pensioentoezegging : - het pensioenreglement; of - het attest getekend door de aangeduide actuaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij dient de door de sectorale collectieve arbeidsovereenkomst bepaalde procedure nageleefd te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichter kan de controle van deze documenten aan zijn gemachtigde toevertrouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het pensioenorganisme kan voorzien in de opmaak van één overkoepelend attest voor het geheel van haar pensioenplannen in beheer, op voorwaarde dat er in bijlage een lijst wordt toegevoegd met daarin de naam, alsook alle elementen en gevraagde informatie van de betrokken ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijsten zijn beschikbaar op de website www.integrale.be C.4. Procedure bij niet-betaling van de pensioenbijdragen De procedure bij niet-betaling wordt geregeld door het bestaande pensioenreglement en de specifieke bijzondere en algemene voorwaarden afgesloten tussen de partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 febuari 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Werk, K. PEETERS</p></div>", "next": 0}