{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Bijlage 2 : berekeningswijze van de beheerskredieten Inleiding In deze bijlage wordt de berekeningswijze van de beheerskredieten uiteengezet. 1. Personeelskredieten De raming van de personeelskredieten bevat zowel het statutair als het contractueel personeel. Er werd tevens rekening gehouden met 19 betrekkingen ingevuld door contractuele personeelsleden voor uitzonderlijke en tijdelijke behoeften. Hun opdrachten, met name de vaststelling van de bijdrageplicht en de inning van de vennootschapsbijdragen en het verzorgen van het secretariaat van het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen, hebben duidelijk een permanent karakter en betekenen voor het RSVZ een behoefte aan statutair personeel. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Werkingskredieten De werkingskosten inzake informatica maken, mede door de uitvoering van het strategisch informaticaplan van het RSVZ, dat in de loop van deze bestuursovereenkomst op kruissnelheid zal komen, een belangrijk onderdeel van de totaliteit van de werkingskredieten.Om die reden wordt in deze toelichting dan ook een onderscheid gemaakt tussen de informatica-kredieten en de andere. 2.1. Raming van de werkingskredieten andere dan informatica Het bedrag van de werkingskosten andere dan voor informatica, werd voor 2002 bepaald door de reële uitgaven van 2000 te vermenigvuldigen met 1,032. 2.2. Raming van de werkingskredieten voor informatica Teneinde tot een correcte beeldvorming te kunnen komen inzake de benodigde informatica-uitgaven in het kader van de bestuursovereenkomst, volgt eerst een overzicht van de totstandkoming van het strategisch informatica plan en van de uitvoering ervan tot op heden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarna volgt de planning voor de volgende jaren en de daarmee gepaard gaande uitgaven. 2.2.1. Het strategisch informaticaplan Tot voor enkele jaren was de informatica architectuur van het RSVZ grotendeels gebaseerd op een aantal mainframe toepassingen, die draaiden op het mainframe van een service bureau. Daarnaast werd in de dienst pensioenen gebruik gemaakt van een eigen ontwikkelde applicatie voor de pensioenberekening. Dit op AS/400 minicomputers gebaseerd systeem werd in de loop van de jaren '80 opgezet door een aantal mensen van de dienst pensioenen. Tenslotte werd er op het centraal bestuur gebruik gemaakt van een Novell Netware LAN waarop een beperkt aantal PC's aangesloten waren. De gewestelijke kantoren hadden de beschikking over 1 PC per kantoor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze situatie was verre van ideaal. De diverse systemen waren immers slecht met elkaar geïntegreerd omdat ze gebaseerd waren op fundamenteel verschillende technologieën en omdat ze naast elkaar ontwikkeld werden. Hierdoor kon er geen optimaal gebruik gemaakt worden van de beschikbare informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omdat het RSVZ niet beschikte over eigen informatici, was men in grote mate afhankelijk van het service bureau. Hierdoor kon het RSVZ slechts in mindere mate genieten van de dalende prijzen van hardware en software.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daar de AS/400 toepassingen ontwikkeld waren in BASIC, was het moeilijk om hiervoor de nodige ondersteuning te bekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om aan dit alles te verhelpen werd een consultancy firma belast met het opstellen van een strategisch informatica plan. Dit plan werd door de Raad van Beheer goedgekeurd op 23 april 1997.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belangrijkste doelstellingen van dit plan zijn : - de operationele gegevens moeten onmiddellijk ingevoerd worden en moeten onmiddellijk beschikbaar zijn. De gegevens moeten consistent zijn en duplicatie van operationele gegevens moet vermeden worden; - informatica moet ingezet worden voor werkvereenvoudiging en voor integratie van de verschillende diensten; - alle diensten moeten kunnen beschikken over voldoende informatica middelen; - de toepassingen moeten voorzien in de nodige beleids- en stuurinformatie; - de afhankelijkheid van externe partners moet zoveel mogelijk vermeden worden.; - de verschillende informatica-platformen moeten transparant zijn voor de gebruiker; - bij ontwikkeling en gebruik van informaticatechnologie staat de (interne) klant centraal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om dit te bereiken moeten de bestaande toepassingen vervangen worden door een nieuw systeem met de volgende eigenschappen : - flexibel, vlot aanpasbaar aan nieuwe behoeften; - open systemen, welke gemakkelijk kunnen gekoppeld worden aan de systemen van onze partners; - toegankelijk via het internet voor derden en voor onze klanten, de zelfstandigen; - het nieuwe systeem wordt geëxploiteerd door eigen personeel; - er wordt gebruik gemaakt van moderne technologie welke zichzelf reeds bewezen heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende functionaliteit moet zeker voorzien worden : - PC's - servers - LAN netwerk infrastructuur - WAN netwerk tussen de gewestelijke kantoren en de partners - aansluiting op de netwerken van de federale overheid en van de K.S.Z. - bijkomende gestructureerde bekabeling - bureautica (Office, mail) - relationeel database systeem - Unix RDBMS servers - beheerssystemen (netwerk, helpdesk, servers, desktop,...) - beveiliging (o.a. firewalls) - 2 gescheiden computerzalen in de 2 gebouwen van het Rijksinstituut - workflow - datawarehouse - H.R.M. en personeelsbeheer systeem - boekhoudsysteem - ontwikkelsoftware : o versiebeheer o IDE, compilers o document management system o test software o enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om dit alles te realiseren is het nodig een eigen informatica-afdeling uit te bouwen van ongeveer 26 personen. De basis hiervan wordt gevormd door een kader van statutaire informatici en programmeurs, aangevuld met gedetacheerde informatici van de SmalS-MvM. De nieuwe applicaties moeten ontwikkeld worden door een externe firma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het intern personeel van het RSVZ wordt hierbij zoveel mogelijk betrokken, daar zij op termijn mede zullen instaan voor het onderhoud van de nieuwe applicaties. 2.2.2. Uitvoering van het strategisch informaticaplan tot op heden Kort na de goedkeuring van het strategisch informaticaplan door de Raad van Beheer werd er onder begeleiding van de consultant begonnen met de bepaling van de vereisten waaraan de nieuwe applicaties moeten voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor werden er per groep van opdrachten analysegroepen opgericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze groepen stelden een beschrijving op van de verwachte functionaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor heel wat domeinen bleek dat de wetgeving uiterst complex is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooral de algoritmes voor de berekening van de pensioenen en de berekening van de sociale bijdragen van de zelfstandigen zijn uitzonderlijk ingewikkeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze functionele analyses werden afgerond in het voorjaar van 1999 en werden, samen met de technische eisen waaraan het nieuw systeem moet voldoen, verwerkt in een lastenboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parallel met het opstellen van het lastenboek werd de procedure gestart om één of meerdere firma's aan te duiden voor de ontwikkeling van de nieuwe applicaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na een uitgebreide selectieprocedure heeft de Raad van Beheer op 5 april 2000 de opdracht toegewezen en werden de ontwikkelingswerkzaamheden aangevat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij wordt er gewerkt volgens een gefaseerde aanpak waarbij de te ontwikkelen functionaliteit van een applicatie opgesplitst wordt in aparte delen die sequentieel ontwikkeld worden. In de mate van het mogelijke wordt hierbij in parallel gewerkt aan verschillende applicaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende applicaties werden geïdentificeerd : CNH, Repertorium, Pensioenen, Inspectie. Deze applicaties werden opgesplitst in de volgende onderdelen : CNH-SOV, CNH-TIZ, Repertorium 1, Repertorium 2, Pensioenen 1, Pensioenen 2, Inspectie, Berichten- en Opdrachtenbeheer 1, Berichten- en Opdrachtenbeheer 2, Data Warehouse &amp; boordtabellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eind 2001 worden de volgende (deel)applicaties in productie genomen : CNH-SOV, Repertorium 1, Pensioenen 1, Berichten- en Opdrachtenbeheer 1, Berichten- en Opdrachtenbeheer 2 (gedeeltelijk), Data Warehouse (Basis statistieken) In parallel met de ontwikkeling van de nieuwe applicaties werd de hiervoor benodigde infrastructuur uitgebouwd : - alle diensten en gewestelijke kantoren werden uitgerust met PC's; - er werden Unix en NT servers aangeschaft en geïnstalleerd, met elkaar verbonden door middel van een LAN en een SAN; - de gewestelijke kantoren werden via een WAN verbonden worden met het centraal bestuur en met onze partners; - het netwerk van het RSVZ. werd verbonden met het extranet van de sociale zekerheid en met fedenet. - er werd ook een E-mail systeem geïnstalleerd, dat verbonden werd met het internet via het extranet van de sociale zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien werden er pakketten gekozen en reeds in productie genomen voor het personeelsbeheer (PeopleSoft) en voor het financiëel beheer (Ordiges).</p>\n<p class=\"lf-p\">Als eerste stap om de afhankelijkheid van het service bureau geleidelijk aan te verminderen werd een eigen mainframe aangekocht en in productie gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De informatica afdeling werd uitgebreid tot een 15-tal personen, waaronder 9 gedetacheerden van de SmalS-MvM. 2.2.3. Planning voor de volgende jaren In de volgende jaren zal er op de ingeslagen weg verder gegaan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De applicaties die eind 2001 in productie genomen werden, zullen verder uitgebouwd worden en voorzien van bijkomende functionaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de loop van 2002 zullen de volgende onderdelen opgeleverd worden : CNH-TIZ, Pensioenen 2, Inspectie, Berichten- en Opdrachtenbeheer 2, Repertorium 2. Het data warehouse zal uitgebreid worden met o.a. boordtabellen, externe statistieken op basis van de gegevens van de SVF, simulatie wijziging regelgeving, ad hoc queries en what-if analyses.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eind 2002 zullen alle bestaande applicaties op het mainframe omgezet zijn naar de nieuwe omgeving en zal ook dit systeem uit productie genomen worden. Eind 2003 moeten alle nieuwe applicaties afgewerkt zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De infrastructuur zal verder uitgebouwd worden : - de server, LAN en SAN infrastructuur zal aangepast worden aan de nieuwe en bijkomende behoeften; - de bureautica-omgeving zal verder worden uitgebouwd en aangepast aan de technologische evoluties; - de systemen zullen gemigreerd worden naar Windows 2000, er zal fax-software geïnstalleerd worden en een document management systeem in gebruik genomen, die tevens dienst zal doen als intranet server; - het intranet zal gekoppeld worden aan het internet via firewall beveiligingssystemen. Hierdoor zullen onze partners en de onze klanten, de zelfstandigen, gecontroleerde toegang krijgen tot onze intranet servers en zullen ze gebruik kunnen maken van onze nieuwe applicaties; - de implementatie van het personeelsbeheersysteem zal afgerond worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder zal er meegewerkt worden aan de diverse e-government initiatieven van de federale overheid w.o. de UME (Universal Messaging Engine) van FEDICT en aan de implementatie van diverse vereenvoudigingsprojecten in de sociale zekerheid. 2.2.4. Parameters die bepalend zijn voor de raming van de werkingskredieten informatica en hun eventuele herziening in de loop van de bestuursovereenkomst V = volume : wijziging in werkvolume, hetzij binnen de marge van de bestaande opdrachten, hetzij door een wijziging van de opdrachten;</p>\n<p class=\"lf-p\">In = evolutie van de index : respectievelijk de index van de consumptieprijzen, de bouw-index (onderhoudswerken aan gebouwen) en de Fabrimetal-index (informaticawerkzaamheden uitgevoerd door derden). 3. Investeringskredieten 3.1. Investeringen die geen betrekking hebben op informatica De investeringen voor de periode 2002-2004 zullen de dienstverlening aan de sociaal verzekerden verhogen en de werkomgeving van de ambtenaren van het RSVZ verbeteren. Dit door het ter beschikking stellen van een optimale, arbeidsbevorderende en veilige infrastructuur, uitgerust met gebruiksvriendelijke en ergonomisch materiaal en meubilair.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voornaamste investeringswerken in het Centraal Bestuur zijn : - De inrichting van twee computerlokalen met bijhorende installaties, onder meer airconditioning, UPS, toegangscontrole, branddetectie; - Het vernieuwen van de elektrische installaties, de verdeelborden en de verlichtingsarmaturen; - Het aankopen van ergonomisch kantoormeubilair; - Het installeren van een digitaal brand- en inbraakdetectiesysteem; - Het renoveren van de liften en deze aanpassen aan de Europese Richtlijnen; - De aankoop en/of vervanging van machines en rollend materieel; - Het centraliseren van de technische alarmen en deze aansluiten op een gebouwbeheersysteem; - Compartimentering van de verdiepingen door het plaatsen van brandwerende wanden en branddeuren; - een upgrading van de technische bibliotheek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voornaamste investeringswerken in de gewestelijke kantoren zijn : - De aanpassing van de computerlokalen, door het installeren van airconditioning; - UPS, toegangscontrole en branddetectie; - Het aankopen van ergonomisch kantoormeubilair; - Het installeren van een digitaal branddetectiesysteem in de gewestelijke kantoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toelichting bij de investering in gebouwen 1. De centrale administratie en het gewestelijk kantoor Brussel-Hoofdstad (gebouwen aan het Jan Jacobsplein en de Waterloolaan) Deze gebouwen dateren van 1967 en 1970.Belangrijke herstellings- en renovatiewerken zijn noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien hebben zich sinds enkele jaren nieuwe behoeften gemanifesteerd voor wat betreft informatica-infrastructuur, arbeidsveiligheid, arbeidshygiëne, ergonomie, als ook de bescherming van de gezondheid van de werknemers op het werk, en de verfraaiing van de arbeidsplaatsen. Hierdoor zijn bijkomende aanpassings- en renovatiewerken noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de ontwikkeling van de informatietechnologie van de laatste jaren en de noodzaak tot het uitwerken van een « disaster recovery plan », is het uitbreiden van de computerlokalen en het plaatsen van bijhorende installaties en toepassingen een prioriteit. 2. De gewestelijke kantoren (11 vestigingen) a) algemene behoeften Binnen het strategische informaticaplan dienen de computerlokalen in de gewestelijke kantoren te beantwoorden aan de toenemende eisen wat betreft hardware, software, informatiebeveiliging, airconditioning, toegangscontrole, branddetectie, enz.Door de ontwikkeling van de informatietechnologie van de laatste jaren en de noodzaak tot het uitwerken van een « disaster recovery plan », is het uitbreiden van de computerlokalen en het plaatsen van bijhorende installaties en toepassingen ook hier een prioriteit. b) specifieke projecten 1.Het gewestelijk kantoor in Mons Via een overheidsopdracht voor diensten werd een architectconsultant aangesteld met als voornaamste opdracht, het redigeren van een bestek voor het verwerven, bouwen of renoveren van een gebouw in het centrum van de stad; 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gewestelijk kantoor in Malmedy Een architectconsultant werd onlangs via een overheidsopdracht voor diensten, aangesteld met als voornaamste opdracht, het redigeren van een bestek voor het verwerven, bouwen of renoveren van een gebouw in het centrum van de stad; 3.2. Informatica-investeringen De investeringen op het vlak van informatica vloeien voort uit de verdere uitvoering van het strategisch informaticaplan. Voor de verantwoording wordt dan ook verwezen naar het punt 2.2 van deze bijlage en in het bijzonder punt 2.2.3.. 3.3. Parameters die bepalend zijn voor de raming van de investeringskredieten en hun eventuele herziening in de loop van de bestuursovereenkomst V = volume : wijziging in werkvolume, hetzij binnen de marge van de bestaande opdrachten, hetzij door een wijziging van de opdrachten;</p>\n<p class=\"lf-p\">In = evolutie van de index : respectievelijk de index van de consumptieprijzen en de bouw-index (bouwen en renoveren van gebouwen);</p>\n<p class=\"lf-p\">Im = de evolutie van de immobiliënmarkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">NR = uitzonderlijke niet-recurrente kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3 : richtlijnen met betrekking tot de wetgeving opgesomd in artikel 53 van de overeenkomst 1. PLICHTEN VAN DE INSTELLINGEN VAN SOCIALE ZEKERHEID 1.1. Plicht tot informatieverstrekking Toepasbare wetgeving Wet van 11 april 1995 (Handvest) Op schriftelijk verzoek van de sociaal verzekerde moeten de instellingen van sociale zekerheid : - hem binnen een termijn van 45 werkdagen elke « nuttige » informatie verstrekken over zijn rechten en verplichtingen. De informatie moet duidelijk, precies, volledig en in principe gratis zijn. Zij moet bovendien de kenmerken van het behandelde dossier en de dienst die het beheert vermelden. - brochures ter beschikking stellen die regelmatig zijn bijgewerkt en de rechten en verplichtingen geldend in de wetgeving die ze toepassen omschrijven. - hem een overzichtsdocument over alle instellingen verstrekken (basisinformatie over de werking van de sociale zekerheid in het algemeen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Op eigen initiatief moeten de instellingen van sociale zekerheid aan de sociaal verzekerde elke bijkomende informatie verstrekken nodig voor het onderzoek van zijn aanvraag of het behoud van zijn rechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te vermelden valt dat de plicht tot informatieverstrekking ook ten opzichte van de andere instellingen geldt. 1.2. Plicht tot adviesverstrekking Toepasbare wetgeving Wet van 11 april 1995 (Handvest) Onder dezelfde voorwaarden als die voor de plicht tot informatieverstrekking moeten de instellingen van sociale zekerheid, voor wat de materie betreft die hen aanbelangt, elke sociaal verzekerde die erom vraagt advies verstrekken over de uitoefening van zijn rechten of de uitvoering van zijn plichten en verplichtingen. 1.3. Overdracht van de verzoeken om informatie of advies bestemd voor een andere instelling Toepasbare wetgeving Wet van 11 april 1995 (Handvest) Handvest van de gebruiker van de overheidsdiensten, deel 1, Hoofdstuk II, Sectie 2, punt 3 Wanneer de sociaal verzekerde een verzoek om informatie of advies richt aan een onbevoegde instelling, dient deze ervoor te zorgen dat zij dit verzoek zo vlug mogelijk aan de bevoegde instelling toezendt en tegelijkertijd de sociaal verzekerde daarvan in kennis stelt. 1.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplichting om een duidelijke en begrijpelijke taal te gebruiken Toepasbare wetgeving Wet van 11 april 1995 (Handvest) Handvest van de gebruiker van de overheidsdiensten, deel 1, Hoofdstuk II, Sectie 1, punt 2 De instellingen van sociale zekerheid moeten een voor het publiek begrijpelijke taal gebruiken. 1.5. Openingstijden Toepasbare wetgeving Handvest van de gebruiker van de overheidsdiensten, deel 1, Hoofdstuk II, Sectie 1, punt 1 en omzendbrief nr. 443 van 17 december 1996 Een bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de versoepeling van de openingstijden. Dienovereenkomstig kunnen de openingstijden op dinsdag en vrijdag tot 20 uur worden uitgebreid. De bedoeling is dat de burgers die zich niet tijdens de normale kantooruren naar de administratie kunnen begeven telefonisch kunnen afspreken om te worden gehoord door het personeelslid wiens naam is vermeld in de briefwisseling die hen is toegestuurd of door een ander personeelslid op de dagen dat de administratie later open blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit sluit niet uit dat een afspraak kan worden gemaakt voor een andere dag en een ander uur. 2. TOEKENNINGSPROCEDURES 2.1. Automatische toekenning of op verzoek Toepasbare wetgeving Wet van 11 april 1995 (Handvest) De sociale uitkeringen worden automatisch toegekend telkens als dit materieel mogelijk blijkt. 2.2. Bericht van ontvangst Toepasbare wetgeving Wet van 11 april 1995 (Handvest) De instelling van sociale zekerheid moet een bericht van ontvangst uitreiken waarop de onderzoekstermijn van de aanvraag alsook de geldende verjaringstermijn is vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Handvest verleent aan de Koning de mogelijkheid om bijkomende modaliteiten te bepalen of gevallen vast te stellen waarin het bericht van ontvangst niet moet worden uitgereikt, wat het geval is geweest in de sector van de arbeidsongevallen. 2.3. Overdracht van de aanvragen om uitkeringen die door de sociaal verzekerde verkeerd zijn geadresseerd Toepasbare wetgeving Wet van 11 april 1995 (Handvest) Handvest van de gebruiker van de overheidsdiensten, deel 1, Hoofdstuk II, Sectie 2, punt 3 Alle aanvragen gericht aan ongeacht welke instelling van sociale zekerheid moeten naar de bevoegde instelling worden overgedragen en de aanvrager moet van de verzending van de aanvraag in kennis worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wet van 11 april 1995 bepaalt bovendien de mogelijkheid om de datum van indiening van de oorspronkelijke, verkeerd geadresseerde aanvraag te valideren. 2.4. Polyvalentie van de aanvragen Toepasbare wetgeving Wet van 11 april 1995 (Handvest) De Koning bepaalt welke aanvraag, ingediend met het oog op de toekenning van een uitkering die onder een sociale zekerheidsregeling ressorteert, als aanvraag geldt tot het bekomen van dezelfde uitkering ten laste van een andere regeling. 3. BESLISSING 3.1. Onderzoek van de aanvraag Toepasbare wetgeving Wet van 11 april 1995 (Handvest) Behalve de verplichting om binnen de vereiste termijnen te beslissen, legt het Handvest aan de instelling op om actief bij te dragen tot het onderzoek van het dossier en uit eigen initiatief de ontbrekende inlichtingen te verzamelen. 3.2. Termijnen Toepasbare wetgeving Wet van 11 april 1995 (Handvest) Het Handvest bepaalt dat de instelling van sociale zekerheid uiterlijk binnen 4 maanden volgend op de ontvangst van de aanvraag of op het feit dat aanleiding heeft gegeven tot een automatisch onderzoek dient te beslissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de instelling van sociale zekerheid binnen de termijn geen beslissing kan nemen, stelt zij de betrokkene daarvan in kennis en geeft zij hem de redenen op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvraag de tussenkomst vergt van een andere instelling van sociale zekerheid, wordt deze tussenkomst gevraagd door de instelling waaraan de aanvraag werd gericht. De aanvrager wordt daarvan in kennis gesteld, maar dit zal de toegekende termijn niet verlengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn van 4 maanden wordt opgeschort zolang de betrokkene of een vreemde instelling de gevraagde inlichtingen, vereist om de beslissing te nemen, niet volledig aan de instelling van sociale zekerheid hebben verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien ondanks de aanmaning die hem is toegestuurd de aanvrager gedurende meer dan een maand nalaat de bijkomende inlichtingen die de instelling van sociale zekerheid heeft gevraagd op te sturen, mag deze, nadat zij elke stap heeft gezet die nuttig is met het oog op het bekomen van de genoemde inlichtingen, een beslissing nemen waarbij zij zich baseert op de inlichtingen waarover zij beschikt, behalve indien de aanvrager een motief laat kennen dat een langere antwoordtermijn wettigt. 4. UITVOERING VAN DE BESLISSING 4.1. Kennisgeving Toepasselijke wetgeving Wet van 11 april 1995 (handvest) De beslissingen moeten gemotiveerd zijn, bepaalde vermeldingen bevatten (met betrekking tot de bestaande mogelijkheden van beroep alsmede tot de met het oog hierop na te leven vormen en termijnen) en de kennisgeving moet gebeuren met naleving van bepaalde vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Handvest schrijft voor dat in principe de kennisgeving uiterlijk plaats vindt op het ogenblik van de uitvoering en via een gewone brief of het overhandigen van een document aan de betrokkene gebeurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verschillende uitvoeringsbesluiten werden echter genomen om de modaliteiten van de kennisgeving of de uitzonderingen op het principe vast te leggen (sector van de ziekteverzekering, sector van de beroepsziekten, sector van de kinderbijslag, pensioenen van de overheidssector, sector van de arbeidsongevallen). Evenzo, werden bepaalde vermeldingen in bepaalde sectoren aangepast (arbeidsongevallen). 4.2. Motivering - verplichte vermeldingen Toepasselijke wetgeving Wet van 11 april 1995 (handvest) Wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/07/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten (uitdrukkelijke motivering van de administratieve handelingen) De beslissingen moeten gemotiveerd worden. De opgelegde motivering moet in de akte de juridische en feitelijke overwegingen vermelden die aan de beslissing ten grondslag liggen. Zij moet afdoende zijn (de beslissing moet in elk geval de feiten bevatten eigen aan de bijzondere toestand en de wettelijke en reglementaire grondslagen die aan de grondslag liggen van de beslissing).</p>\n<p class=\"lf-p\">De motiveringsplicht is niet van toepassing indien de aanduiding van de motieven inzonderheid de openbare orde kan verstoren, afbreuk kan doen aan het recht op eerbied voor het privé-leven of afbreuk kan doen aan de bepalingen inzake de zwijgplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing inzake toekenning of weigering moet noodzakelijk de volgende vermeldingen bevatten : - de mogelijkheid om voor de bevoegde rechtbank een voorziening in te stellen (in de meeste gevallen de arbeidsrechtbank); - het adres van de bevoegde rechtbanken (een lijst met de adressen van al de bevoegde rechtbanken volstaat); - de termijn om een voorziening in te stellen en de wijze waarop dat moet gebeuren ( 3 maanden krachtens het handvest behoudens gunstiger termijn ); - de inhoud van de artikelen 728 en 1017 van het gerechtelijk Wetboek; - de refertes van het dossier en van de dienst die het beheert; - de mogelijkheid om opheldering te verkrijgen omtrent de beslissing bij de dienst die het dossier beheert of bij een aangewezen voorlichtingsdienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij afwezigheid van deze vermeldingen, gaat de termijn voor het beroep tot vernietiging niet in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de beslissing betrekking heeft op geldbedragen moet ze de wijze van berekening ervan vermelden. Deze mededeling geldt dan als motivering en kennisgeving. 4.3. Betaling van de sociale prestatie Toepasselijke wetgeving Wet van 11 april 1995 (handvest) Eenmaal dat de beslissing genomen werd in overeenstemming met wat voorafgaat, moet de betaling van de prestaties gebeurd zijn binnen 4 maanden na de kennisgeving van de toekenningsbeslissing, natuurlijk op voorwaarde dat de uitkeringsvoorwaarden op dat ogenblik vervuld zijn en tenzij er in de desbetreffende wetgeving een kortere termijn voorzien is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de betaling niet kan gebeuren binnen de toegestane termijn, dan brengt de instelling belast met de uitbetaling van de prestaties de verzoeker hiervan in kennis, met vermelding van de redenen van de vertraging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zolang de betaling niet is gedaan, wordt de verzoeker om de vier maanden van de reden van de vertraging in kennis gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overschrijding van de termijn brengt echter geen werkelijke sanctie mee maar kan een weerslag hebben op het vaststellen van de verwijlintresten. 4.4. Intresten Toepasselijke wetgeving Wet van 11 april 1995 (handvest) Het Handvest beslist dat de prestaties van rechtswege intresten opbrengen. Gewoonlijk, zijn de intresten verschuldigd vanaf het verstrijken van de termijn van vier maand (of een kortere termijn bepaald door een specifieke wetgeving) na het nemen van de beslissing, maar ten vroegste vanaf de datum van opeisbaarheid van de uitkering, als de vertraging te wijten is aan de betaalinstelling zelf of aan een andere Belgische instelling van sociale zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De intresten zijn enkel verschuldigd aan de sociale verzekerden en in geen enkel geval aan hen die in hun rechten gesteld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de vertraging echter te wijten is aan de betrokkene zelf of aan een buitenlandse instelling, zal er geen enkele intrest verschuldigd zijn, aangezien de termijn voor het nemen van een beslissing opgeschort wordt. Als de vertraging te wijten is aan een andere Belgische instelling, doch die geen instelling van sociale zekerheid is, is dezelfde regel van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de instelling van sociale zekerheid in afwachting van het bekomen van de nodige inlichtingen voor het nemen van een definitieve beslissing, voorschotten toekent van ten minste 90 % zijn er geen intresten verschuldigd op het verschil dat nog moet betaald worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de voorschotten, onverschillig het bedrag ervan, binnen de opgelegde termijn worden uitgekeerd, is er geen intrest verschuldigd op het verschil tussen het definitief bedrag en het bedrag van de gestorte voorschotten hetzij : - zo de definitieve beslissing afhankelijk is van inlichtingen die door de aanvrager zelf of door een andere instelling dan een instelling van sociale zekerheid moeten meegedeeld worden; - zo de definitieve beslissing afhankelijk is van de beslissingen van twee of meer pensioeninstellingen en voor zover dat de aanvragen om pensioenen ingediend werden binnen de termijn van 8 maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van het pensioen; - zo men slechts bij de definitieve beslissing kan vaststellen dat de sociaal verzekerde aan de vereiste voorwaarden voldoet om op een minimumprestatie recht te hebben 4.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Termijnen van beroep Toepasselijke wetgeving Wet van 11 april 1995 (handvest ) Onverminderd gunstiger bepalingen voor de sociaal verzekerde, wordt de termijn van beroep tegen de beslissingen inzake toekenning, betaling of inzake terugvordering van prestaties op drie maanden vastgesteld. 4.6. Terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen Toepasselijke wetgeving Wet van 11 april 1995 (handvest) De beslissingen tot terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen moeten, benevens de algemene bovenbedoelde vermeldingen, de specifieke vermeldingen bevatten : - de vaststelling dat er onverschuldigde bedragen zijn betaald; - het totale bedrag van wat onverschuldigd is betaald, alsmede de berekeningswijze ervan; - de inhoud en de refertes van de bepalingen in strijd waarmee de bepalingen zijn gedaan; - de in aanmerking genomen verjaringstermijn; - in voorkomend geval, de mogelijkheid voor de instelling van sociale zekerheid om van de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen af te zien en de procedure die hiervoor moet worden gevolgd; - de mogelijkheid om een met redenen omkleed voorstel tot terugbetaling in schijven voor te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de beslissing deze vermeldingen niet overneemt, gaat de termijn van beroep niet in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 2002 tot goedkeuring van de eerste bestuursovereenkomst van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen en betreffende de vaststelling van de maatregelen tot rangschikking van bedoeld Rijksinstituut bij de openbare instellingen van sociale zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Begroting, J. VANDE LANOTTE De Minister belast met Middenstand, R. DAEMS De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de Openbare Besturen, L. VAN DEN BOSSCHE</p></div>", "next": 0}