{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Mededeling van de beslissingen tot bevordering Art. 108.De beslissingen tot bevordering worden meegedeeld door de Stafdirectie Personeel en Organisatie van de FOD aan alle ambtenaren die aan de vereiste voorwaarden voldeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Voorwaarden voor de bevordering in weddeschaal Art. 109.De ambtenaar wordt van de eerste naar de tweede weddeschaal van zijn graad bevorderd op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij de twee volgende voorwaarden vervult : 1° ten minste drie jaar schaalanciënniteit tellen;2° drie keer in zijn weddeschaal de vermelding \"uitzonderlijk\" of de vermelding \"voldoet aan de verwachtingen\" hebben gekregen. In afwijking van het eerste lid wordt de ambtenaar van de eerste naar de tweede weddeschaal van zijn graad bevorderd op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij de drie volgende voorwaarden vervult : 1° ten minste twee jaar schaalanciënniteit tellen;2° twee keer in zijn weddeschaal de vermelding \"uitzonderlijk\" hebben gekregen;3° de vermelding \"te verbeteren\" noch de vermelding \"onvoldoende\" in zijn weddeschaal hebben gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar wordt bevorderd naar de hogere weddeschaal die niet de tweede weddeschaal van zijn graad is op de eerste dag van de maand die volgt op die waarin hij de twee volgende voorwaarden vervult : 1° ten minste zes jaar schaalanciënniteit tellen;2° zes keer in zijn weddeschaal een van de volgende vermeldingen hebben gekregen : \"uitzonderlijk\" of \"voldoet aan de verwachtingen\". In afwijking van het derde lid wordt de ambtenaar bevorderd naar de hogere weddeschaal die niet de tweede weddeschaal van zijn graad is op de eerste dag van de maand die volgt op de maand waarin hij de drie volgende voorwaarden vervult : 1° ten minste vier jaar schaalanciënniteit tellen;2° vier keer in zijn weddeschaal de vermelding \"uitzonderlijk\" hebben gekregen;3° de vermelding \" te verbeteren noch de vermelding \"onvoldoende\" in zijn weddeschaal hebben gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Bevordering door overgang naar het niveau A van de buitenlandse carrière Art. 110.De ambtenaar van de consulaire carrière kan bevorderd worden naar het niveau A van de buitenlandse carrière.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overgang vindt plaats in de klasse A2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overgang vindt plaats in de eerste weddeschaal van de klasse A2. Art. 111.§ 1. Om aan de proeven voor de overgang naar de klasse A2 van de buitenlandse carrière deel te nemen, moet de ambtenaar van de consulaire carrière aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° zich in een administratieve stand bevinden waarin hij zijn aanspraken op bevordering kan laten gelden;2° bij zijn laatste evaluatie de vermelding \"uitzonderlijk\" of \"voldoet aan de verwachtingen\" hebben gekregen en behouden;3° geslaagd zijn voor het taalexamen bedoeld in het artikel 14, tweede lid van het koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2001 numac 2001002020 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 sluiten tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966. § 2. De proeven voor de overgang naar de klasse A2 van de buitenlandse carrière zijn in vier reeksen ingedeeld. § 3. De eerste reeks wordt georganiseerd door de afgevaardigd bestuurder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De proeven van die reeks beogen een evaluatie van het vermogen van de ambtenaar om in het niveau A te functioneren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze worden afgesloten met een attest van slagen of een verslag van het niet-slagen. Het attest van slagen is onbeperkt in de tijd geldig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afgevaardigd bestuurder kan een vrijstelling toekennen voor proeven waarvoor men reeds geslaagd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar die niet geslaagd is voor een proef wordt gedurende een periode van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van het afleggen van deze proef, uitgesloten van de mogelijkheid van het opnieuw afleggen ervan. § 4. De tweede reeks omvat vier proeven die een evaluatie van de verwerving van kennis beogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk van de vier proeven bestaat in het volgen van en het slagen voor cursussen van minstens vier ECTS-studiepunten van een masterprogramma van een universiteit of een hogeschool van de Europese Economische Ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tweede reeks proeven is alleen toegankelijk voor de geslaagden van de eerste reeks proeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vier proeven worden gekozen in de vakken vastgesteld door de minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">De FOD kan ook zelf de in het vierde lid bedoelde proeven organiseren, mits gunstig advies van twee hoogleraren, één van elke taalrol, gespecialiseerd in het vakgebied van die proeven. Het advies zal gunstig zijn indien en alleen indien de proeven tot het niveau van een master behoren en indien elke proef met minstens vier ECTS studiepunten overeenkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaten die houder zijn van een master of van een ander diploma dat toegang verleent tot het niveau A, die is uitgereikt door een universiteit of een hogeschool van de Europese Economische Ruimte worden beschouwd als geslaagden van de proeven van deze reeks.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elke proef van deze reeks is het slagen onbeperkt in de tijd geldig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De proeven van de tweede reeks worden ambtshalve beschouwd als proeven die voldoen aan de voorwaarden vastgesteld door de artikelen 69 en 70 van het verlofbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inschrijvingskosten voor de proeven van de tweede reeks worden ten laste genomen door de FOD. § 5. De derde reeks bestaat uit het opmaken van een schriftelijk verslag over een casus en een mondelinge proef over een aangelegenheid die verband houdt met een functie van de buitenlandse carrière.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze wordt georganiseerd door de FOD, na overleg met de afgevaardigd bestuurder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze is alleen toegankelijk voor de geslaagden van de eerste en de tweede reeks proeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geslaagd zijn alleen de kandidaten die ten minste 12 van de 20 punten hebben behaald voor beide proeven van de derde reeks. § 6. De vierde reeks bestaat uit een taalexamen met betrekking tot de kennis van de Engelse taal, waarvan het niveau overeenstemt met het niveau C1 van het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen, zoals opgesteld door de Raad van Europa, voor de spreekvaardigheid en de schrijfvaardigheid. § 7. De FOD draagt eveneens de verplaatsingskosten van de ambtenaar op post in het buitenland voor drie verplaatsingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 4. - Integratiebepalingen, overgangs-, opheffings- en slotbepalingen HOOFDSTUK 1. - Integratie in de buitenlandse carrière Art. 112.§ 1. Behoren tot de buitenlandse carrière : 1° de ambtenaren van de carrière Buitenlandse Dienst die, met toepassing van het koninklijk besluit van 25 april 1956 tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel, uiterlijk op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit definitief benoemd werden;2° de ambtenaren van de Kanselarijcarrière die, met toepassing van het koninklijk besluit van 25 april 1956 tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel, uiterlijk op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit : a) definitief benoemd werden;b) behoren tot de eerste of de tweede klasse van de Kanselarijcarrière;3° de ambtenaren van de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking die, met toepassing van het koninklijk besluit van 25 april 1956 tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel, uiterlijk op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit definitief benoemd werden. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar vermeld in paragraaf 1, wordt ambtshalve benoemd in de klasse van de buitenlandse carrière die hierna in kolom 1 is opgenomen, en die overeenstemt met de administratieve klasse waartoe hij behoorde overeenkomstig het koninklijk besluit van 25 april 1956 tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel, opgenomen in kolom 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">1 2 Klasse van de buitenlandse carrière Classe de la carrière extérieure Administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst, van de Kanselarijcarrière en van de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking Classe administrative de la carrière du Service extérieur, de la carrière de Chancellerie et de la carrière des Attachés de la Coopération internationale A5 De eerste klasse van de carrière Buitenlandse Dienst La première classe de la carrière du Service extérieur A4 De tweede klasse van de carrière Buitenlandse Dienst La deuxième classe de la carrière du Service extérieur De eerste klasse van de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking La première classe de la carrière des Attachés de la Coopération internationale A3 De derde klasse van de carrière Buitenlandse Dienst La troisième classe de la carrière du Service extérieur De eerste klasse van de Kanselarijcarrière La première classe de la carrière de Chancellerie De tweede klasse van de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking La deuxième classe de la carrière des Attachés de la Coopération internationale A2 De vierde klasse van de carrière Buitenlandse Dienst La quatrième classe de la carrière du Service extérieur De tweede klasse van de Kanselarijcarrière La deuxième classe de la carrière de Chancellerie De derde klasse van de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking La troisième classe de la carrière des Attachés de la Coopération internationale</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-113\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 113</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De anciënniteit verkregen in de carrière Buitenlandse Dienst, de Kanselarijcarrière zoals vermeld in artikel 112, § 1, 2° en de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking, wordt geacht verworven te zijn in de buitenlandse carrière. Art. 114.§ 1. Vanaf 1 juni 2002 en tot de inwerkingtreding van dit besluit, verkrijgen de ambtenaren bezoldigd in de oude specifieke weddeschaal bepaald in de linkerkolom hieronder de weddeschaal van de rechterkolom hieronder, indien deze voordeliger is 20A CA1 20B CA1 20E CA2 22A CA3 Vanaf 1 december 2004 en tot de inwerkingtreding van dit besluit, verkrijgen de ambtenaren bezoldigd in de oude specifieke weddeschaal bepaald in de linkerkolom hieronder de weddeschaal van de rechterkolom hieronder, indien deze voordeliger is :</p>\n<p class=\"lf-p\">10A A11 10B A12 10C A21 13A A31 13B A32 15A A42</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-2\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De stagiair van de carrière Buitenlandse Dienst of de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking die de oude specifieke weddeschaal 10A bepaald in bijlage III van de bezoldigingsregeling werd verleend, verkrijgt de oude weddeschaal A11 bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling In afwijking van artikel 31, § 2, lid 2, bekomt de stagiair vermeld in eerste lid bij zijn benoeming de oude weddeschaal A12 bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling indien deze voordeliger is en voordeliger blijft. Art. 115.§ 1. De ambtenaar vermeld in artikel 112, § 1 die bij de inwerkingtreding van dit besluit bezoldigd werd in de oude specifieke weddeschaal 10A bepaald in bijlage III van de bezodigingsregeling, krijgt het voordeel van de oude weddeschaal A11 bepaald in bijlage II van de bezodigingsregeling. § 2. De ambtenaar vermeld in artikel 112, § 1 die bij de inwerkingtreding van dit besluit in de oude specifieke weddeschaal 10B bezoldigd werd, wordt ingeschaald in de weddeschaal NA21 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij verkrijgt het voordeel van de oude weddeschaal A12 bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling indien deze voordeliger is. § 3. De ambtenaar vermeld in artikel 112, § 1 die bij de inwerkingtreding van dit besluit in de oude specifieke weddeschaal 10C bezoldigd werd, wordt ingeschaald in de weddeschaal NA23 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij verkrijgt het voordeel van de gunstigste van de volgende weddeschalen indien zij voordeliger zijn dan de weddeschaal NA23 : 1° de oude weddeschaal A21 zoals bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling;2° de oude specifieke weddeschaal 10C zoals bepaald in bijlage III van de bezoldigingsregeling. § 4. De ambtenaar vermeld in artikel 112, § 1 die bij de inwerkingtreding van dit besluit in de oude specifieke weddeschaal 13A bezoldigd werd, wordt ingeschaald in de weddeschaal NA32 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij verkrijgt het voordeel van de oude weddeschaal A31 bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling indien deze voordeliger is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 47 en 48 wordt de ambtenaar bevorderd naar de weddeschaal NA33 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling volgens de bepalingen van de artikelen 45 en 46. § 5. De ambtenaar vermeld in artikel 112, § 1 die bij de inwerkingtreding van dit besluit in de oude specifieke weddeschaal 13B bezoldigd werd, wordt ingeschaald in de weddeschaal NA34 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij verkrijgt het voordeel van de gunstigste van de volgende weddeschalen indien zij voordeliger zijn dan de weddeschaal NA34 : 1° de oude weddeschaal A32 bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling;2° de oude specifieke weddeschaal 13B zoals bepaald in bijlage III van de bezoldigingsregeling. In afwijking van de artikelen 47 en 48 wordt de ambtenaar bevorderd naar de weddeschaal NA35 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling volgens de bepalingen van de artikelen 45 en 46. § 6. De ambtenaar vermeld in artikel 112, § 1 die bij de inwerkingtreding van dit besluit in de oude specifieke weddeschaal 15A bezoldigd werd, wordt ingeschaald in de weddeschaal NA43 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij verkrijgt het voordeel van de oude weddeschaal A42 zoals bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling indien deze voordeliger is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 47 en 48 wordt de ambtenaar bevorderd naar de weddeschaal NA44 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling volgens de bepalingen van de artikelen 45 en 46. § 7. De ambtenaar vermeld in artikel 112, § 1 die bij de inwerkingtreding van dit besluit in de oude specifieke weddeschaal 16A bezoldigd werd, wordt ingeschaald in de weddeschaal NA53 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 47 en 48 wordt de ambtenaar bevorderd naar de weddeschaal NA54 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling volgens de bepalingen van de artikelen 45 en 46. § 8. De ambtenaar vermeld in artikel 112, § 1 die de geschrapte functie van Secretaris-generaal heeft uitgeoefend en die werd behouden in de oude specifieke weddeschaal 17A bij toepassing van artikel 17, tweede lid van het koninklijk besluit van 4 februari 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/02/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/02/1999 numac 1999015048 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Koninklijk besluit tot vaststelling van de schalen verbonden aan de bijzondere graden van de carrière Buitenlandse Dienst en van de Kanselarijcarrière van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking sluiten tot vaststelling van de specifieke graden van de carrière van de Buitenlandse Dienst en de Kanselarijcarrière van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en OntwikkelingsSamenwerking, behoudt het voordeel van de oude specifieke weddeschaal 17A bepaald in bijlage III van de bezoldigingsregeling. HOOFDSTUK 2. - Integratie in de consulaire carrière Art. 116.De ambtenaren van de Kanselarijcarrière die, met toepassing van het koninklijk besluit van 25 april 1956 tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel, uiterlijk op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit definitief benoemd werden en behoren tot de derde of de vierde klasse van de Kanselarijcarrière, behoren tot de consulaire carrière. Art. 117.De anciënniteit verkregen in de derde of de vierde klasse van de Kanselarijcarrière, wordt geacht te zijn verkregen in de consulaire carrière. Art. 118.De stagiair van de Kanselarijcarrière die de oude specifieke weddeschaal 20A werd verleend, wordt ingeschaald in de weddeschaal C1 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij verkrijgt het voordeel van de oude weddeschaal CA1 bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling indien deze voordeliger is. Art. 119.§ 1. De ambtenaar vermeld in artikel 116 die bij de inwerkingtreding van dit besluit in de oude specifieke weddeschaal 20A of 20B bezoldigd werd, wordt ingeschaald in de weddeschaal C1 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij verkrijgt het voordeel van de oude weddeschaal CA1 bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling indien deze voordeliger is. § 2. De ambtenaar vermeld in artikel 116 die bij de inwerkingtreding van dit besluit in de oude specifieke weddeschaal 20E bezoldigd werd, wordt ingeschaald in de weddeschaal C3 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij verkrijgt het voordeel van de oude weddeschaal CA2 zoals bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling indien deze voordeliger is. § 3. De ambtenaar vermeld in artikel 116 die bij de inwerkingtreding van dit besluit in de oude specifieke weddeschaal 22A bezoldigd werd, wordt ingeschaald in de weddeschaal C4 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij verkrijgt het voordeel van de oude weddeschaal CA3 bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling indien deze voordeliger is. § 4. De ambtenaar vermeld in artikel 116 die bij de inwerkingtreding van dit besluit in de oude specifieke weddeschaal 22B bezoldigd werd, wordt ingeschaald in de weddeschaal C5 bepaald in bijlage I van de bezoldigingsregeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij behoudt het voordeel van deze oude specifieke weddeschaal 22B bepaald in bijlage II van de bezoldigingsregeling indien deze voordeliger is. HOOFDSTUK 3. - Opheffingsbepalingen Art. 120.De artikelen 1 tot en met 65 van het koninklijk besluit van 15 juli 1920 betreffende de inrichting van het Diplomatiek korps, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 23 juni 1972, worden opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 121</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 1 tot en met 85 van het koninklijk besluit van 15 juli 1920 houdende nieuwe inrichting van het consulair korps, zoals gewijzigd door de koninklijke besluiten van 30 januari 1921, 29 december 1926 en 23 juni 1972, worden opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 1 tot en met 12, 20 tot en met 23, eerste lid, 24 tot en met 28 en 32 van het koninklijk besluit van 16 augustus 1923 betreffende de inrichting van het korps der kanseliers, de dragomannen en tolken, zoals gewijzigd door de koninklijke besluiten van 29 december 1926, 15 juni 1937 en 23 juni 1972, worden opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-123\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 123</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het koninklijk besluit van 25 april 1956 tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel, zoals gewijzigd door de koninklijke besluiten van 13 juni 1959, 24 maart 1961, 8 januari 1964, 11 oktober 1965, 23 juni 1972, 13 april 1973, 11 januari 1975, 23 september 1975, 31 december 1975, 4 december 1979, 18 februari 1980, 12 juli 1982, 28 juni 1983, 18 februari 1986, 12 december 1986, 10 juni 1987, 14 september 1987, 24 april 1991, 9 september 1992, 8 januari 1993, 16 juli 1993, 19 juli 1993, 19 oktober 1993, 2 juni 1994, 16 juni 1994, 28 oktober 1994, 10 november 1996, 13 april 1997, 11 juni 1997, 4 februari 1999, 9 juni 1999 wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 124</span><span class=\"lf-art-t\">Het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 4 februari 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/02/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/02/1999 numac 1999015048 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Koninklijk besluit tot vaststelling van de schalen verbonden aan de bijzondere graden van de carrière Buitenlandse Dienst en van de Kanselarijcarrière van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking sluiten tot vaststelling van de specifieke graden van de carrière van de Buitenlandse Dienst en de Kanselarijcarrière van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, zoals gewijzigd door de koninklijke besluiten van 8 april 2003 en 11 juli 2003 wordt opgeheven. Art. 125.Het koninklijk besluit van 4 augustus 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/1999 numac 1999015218 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Koninklijk besluit tot vaststelling van de schalen verbonden aan de bijzondere graden van de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Internationale Samenwerking sluiten tot vaststelling van de schalen verbonden aan de bijzondere graden van de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Internationale Samenwerking wordt opgeheven. HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepalingen Art. 126.§ 1. De stages en de beroepen inzake stages die lopend zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit worden verdergezet op grond van de bepalingen die voor die datum van toepassing waren. § 2. De stagiair van de carrière Buitenlandse Dienst of van de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking wordt ambtshalve benoemd in de buitenlandse carrière overeenkomstig de artikelen 29 en volgende. § 3. De stagiair van de Kanselarijcarrière wordt ambtshalve benoemd in de consulaire carrière overeenkomstig artikel 116. Art. 127.De bij de inwerkingtreding van dit besluit georganiseerde of lopende vergelijkende selecties worden voortgezet op grond van de bepalingen die voor die datum van toepassing waren. Art. 127/1.Voor de eerste vergelijkende selectie voor de toelating tot het eerste deel van de stage na de inwerkingtreding van dit besluit, stelt de afgevaardigd bestuurder de datum vast waarop de kandidaat moet voldoen aan de toelaatbaarheidsvereiste bepaald in artikel 7, § 1, 7°.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afgevaardigd bestuurder gaat na of de kandidaat aan de toelaatbaarheidsvereiste vermeld in het eerste lid voldoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra de afgevaardigd bestuurder, in de loop van de eerste vergelijkende selectie bedoeld in eerste lid, vaststelt dat een kandidaat niet voldoet of niet zal kunnen voldoen aan de toelaatbaarheidsvereiste vermeld in het eerste lid, sluit hij deze van de vergelijkende selectie uit en geeft hij hem kennis van zijn beslissing. Art. 128.De reserves samengesteld op grond van afgesloten of lopende selecties op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit blijven geldig tot de vervaldatum. Zij kunnen niet meer worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stage die volgt uit een selectie vermeld in lid 1, wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 14 en volgende. De stagiair wordt ambtshalve benoemd in de buitenlandse carrière overeenkomstig de artikelen 28 en volgende. Art. 129.De ambtenaar van de Kanselarijcarrière die houder is van één of meerdere brevetten bedoeld in artikel 49, § 1bis, eerste lid van het koninklijk besluit van 25 april 1956 tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel, moet voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 111, § 1 om te kunnen deelnemen aan de proeven bedoeld in artikel 111, §§ 4 tot en met 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar van de Kanselarijcarrière die houder is van één of meerdere brevetten bedoeld in artikel 49, § 1bis, eerste lid van het koninklijk besluit van 25 april 1956 tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel, is vrijgesteld van de eerste reeks proeven bedoeld in artikel 111, § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar van de Kanselarijcarrière die houder is van één of meerdere brevetten bedoeld in artikel 49, § 1bis, eerste lid van het koninklijk besluit van 25 april 1956 tot vaststelling van het statuut der personeelsleden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel, behoudt het voordeel van het (de) behaalde brevet(ten).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 130</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende het eerste jaar na de inwerkingtreding van dit besluit kan worden bevorderd tot de klasse A3, de ambtenaar van de klasse A2 van de carrière Buitenlandse Dienst, de Kanselarijcarrière en de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking die een klasse-anciënniteit van 9 jaar heeft</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 131</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende het tweede jaar na de inwerkingtreding van dit besluit kan worden bevorderd tot de klasse A3, de ambtenaar van de klasse A2 van de carrière Buitenlandse Dienst, de Kanselarijcarrière en de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking die een klasse-anciënniteit van 8 jaar heeft</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende het derde jaar na de inwerkingtreding van dit besluit kan worden bevorderd tot de klasse A3, de ambtenaar van de klasse A2 van de carrière Buitenlandse Dienst, de Kanselarijcarrière en de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking die een klasse-anciënniteit van 7 jaar heeft</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 133</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende het vierde jaar na de inwerkingtreding van dit besluit kan worden bevorderd tot de klasse A3, de ambtenaar van de klasse A2 van de carrière Buitenlandse Dienst, de Kanselarijcarrière en de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking die een klasse-anciënniteit van 6 jaar heeft</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende het vijfde jaar na de inwerkingtreding van dit besluit kan worden bevorderd tot de klasse A3, de ambtenaar van de klasse A2 van de carrière Buitenlandse Dienst, de Kanselarijcarrière en de carrière van de Attachés voor Internationale Samenwerking die een klasse-anciënniteit van 5 jaar heeft</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De procedures inzake bevorderingen, tucht- en ordemaatregelen die lopend zijn op het ogenblik van de inwerkintreding van dit besluit, worden beheerst door de bepalingen zoals die van kracht waren vóór deze datum</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De lopende procedures inzake pensionering op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet op basis van de bepalingen van voornoemd besluit. HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen Art. 137.Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 2014, met uitzondering van het artikel 37 dat in werking treedt op 1 januari 2020</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De minister bevoegd voor Buitenlandse Zaken en de minister bevoegd voor Ontwikkelingssamenwerking zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit Gegeven te Brussel, 21 juli 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, D. REYNDERS De Minister van Ontwikkelingssamenwerking, A. DE CROO Bijlage 1 De op de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière van toepassing zijnde uitvoeringsbesluiten van het statuut van het Rijkspersoneel 1. Koninklijk besluit van 12 mei 1927 betreffende de ouderdom van de oppensioenstelling van de ambtenaren, de beambten en het dienstpersoneel van den staat.2. Koninklijk besluit van 1 juni 1964 tot vaststelling van de administratieve toestand van sommige ambtenaren van de rijksbesturen, die in vredestijd militaire prestaties verrichten of diensten volbrengen ter uitvoering van de wet van 3 juni 1964 houdende het statuut van de gewetensbezwaarden.3. Koninklijk besluit van 2 april 1975 betreffende het verlof dat aan sommige personeelsleden in overheidsdienst wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen. Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 21 juli 2016 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, D. REYNDERS De Minister van Ontwikkelingssamenwerking, A. DE CROO Bijlage 2 Andere besluiten 1. Koninklijk besluit van 11 oktober 1991 tot vaststelling van de nadere regelen voor de uitoefening van het recht op een verlof om dwingende reden.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koninklijk besluit van 10 juli 2002Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/08/2002 numac 2002002192 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot toekenning van een Copernicuspremie aan sommige personeelsleden van de rijksbesturen sluiten tot toekenning van een Copernicuspremie aan sommige personeelsleden van de rijksbesturen.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koninklijk besluit van 15 januari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/01/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/2007 numac 2007002002 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt sluiten betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koninklijk besluit van 28 november 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/11/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2008 numac 2008002136 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit tot vervanging, voor het personeel van sommige overheidsdiensten, van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt sluiten tot vervanging, voor het personeel van sommige overheidsdiensten, van het koninklijk besluit van 23 oktober 1979 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige titularissen van een ten laste van de Schatkist bezoldigd ambt.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/09/2013 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/10/2013 numac 2013002046 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt sluiten betreffende de evaluatie in de federale overheidsdiensten. Gezien om gevoegd te worden bij ons besluit van 21 juli 2016 tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren van de buitenlandse carrière en de consulaire carrière.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, D. REYNDERS De Minister van Ontwikkelingssamenwerking, A. DE CROO</p></div>", "next": 0}