{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het gemotiveerd verslag en kan in uitvoering van artikel 314/5 de bepaling van artikel 352, § 1, 2°, c), opheffen. § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor een leerling die toegelaten werd tot het geïntegreerd secundair onderwijs op basis van een inschrijvingsverslag slechts een gemotiveerd verslag opgemaakt bij wijziging van het onderwijsniveau, de aard van de integratie, of de aard en de ernst van de handicap. § 3. Om in aanmerking te komen voor aanvullende financiering of subsidiëring van een leerling in het geïntegreerd secundair onderwijs is nog een integratieplan vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het integratieplan en legt de samenstelling van het integratieteam, dat het integratieplan zal opstellen, vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuw integratieplan wordt opgesteld bij de wijziging van: de aard van de integratie, de aard en de ernst van de handicap of het onderwijsniveau, met inbegrip van het beroepenveld, de studierichting, de afdeling of de opties. Bij wijziging van het integratieteam kan het bestaande integratieplan bevestigd worden. § 4. Wanneer voor een leerling die beschikt over een verslag als vermeld in artikel 294 een gemotiveerd verslag wordt opgemaakt, vervalt het verslag als vermeld in artikel 294.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. III.73. In de Codex Secundair Onderwijs worden de volgende artikelen opgeheven: 1° artikel 353;2° artikel 355. Afdeling 2. - Decreet betreffende het stelsel van leren en werken Art. III.74. In artikel 3 van het decreet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/09/2008 numac 2008203387 bron vlaamse overheid Decreet houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/10/2008 numac 2008203657 bron vlaamse overheid Decreet houdende enkele dringende maatregelen voor het deeltijds kunstonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/10/2008 numac 2008203342 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap sluiten betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten4, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een punt 5° bis ingevoegd, dat luidt als volgt: \"5° bis compenserende maatregelen: maatregelen waarbij het centrum orthopedagogische of orthodidactische hulpmiddelen aanbiedt, waaronder technische hulpmiddelen, waardoor de doelen van het leerprogramma of de doelen die na dispensatie voor de jongere bepaald zijn, bereikt kunnen worden;\"; 2° er wordt een punt 5° ter ingevoegd, dat luidt als volgt: \"5° ter differentiërende maatregelen: maatregelen, waarbij het centrum binnen het leerprogramma, van een beperkte variatie in het onderwijsleerproces aanbrengt om beter tegemoet te komen aan de behoeften van individuele jongeren of groepen van jongeren;\"; 3° er wordt een punt 5° quater ingevoegd, dat luidt als volgt: \"5° quater dispenserende maatregelen: maatregelen waarbij het centrum doelen aan het leerprogramma toevoegt of de jongere vrijstelt van doelen van het leerprogramma en die, waar mogelijk, vervangt door gelijkwaardige doelen, in die mate dat ofwel de doelen voor de studiebekrachtiging in functie van de finaliteit voor het betreffende onderdeel ofwel de doelen voor het doorstromen naar het beoogde vervolgonderwijs of naar de arbeidsmarkt nog in voldoende mate kunnen bereikt worden;\"; 4° er wordt een punt 7° bis ingevoegd, dat luidt als volgt: \"7° bis jongere met specifieke onderwijsbehoeften: jongere met langdurige en belangrijke participatieproblemen die te wijten zijn aan het samenspel tussen: a) één of meerdere functiebeperkingen op mentaal, psychisch, lichamelijk of zintuiglijk vlak en;b) beperkingen bij het uitvoeren van activiteiten en; c) persoonlijke en externe factoren;\"; 5° er wordt een punt 13° bis ingevoegd, dat luidt als volgt: \"13° bis remediërende maatregelen: maatregelen waarbij het centrum effectieve vormen van aangepaste leerhulp verstrekt binnen het leerprogramma;\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. III.75. In hoofdstuk III, afdeling II, onderafdeling III, van hetzelfde decreet wordt een artikel 30/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 30/1.Bij de organisatie van het leerprogramma werkt de klassenraad op een systematische, planmatige en transparante wijze samen met het centrum voor leerlingenbegeleiding en de betrokken personen en doet in het bijzonder voor jongeren met specifieke onderwijsbehoeften gepaste en redelijke aanpassingen, waaronder remediërende, differen- tiërende, compenserende of dispenserende maatregelen naargelang de noden van de jongere. De specifieke onderwijsbehoeften van jongeren en de ondersteuningsbehoeften van het onderwijspersoneel en de ouders staan daarbij centraal.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. III.76. Aan artikel 31 van hetzelfde decreet wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: \"Bij de organisatie van de leertijd werkt een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen op een systematische, planmatige en transparante wijze samen met het centrum voor leerlingenbegeleiding en de betrokken personen en doet in het bijzonder voor jongeren met specifieke onderwijsbehoeften gepaste en redelijke aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen naargelang de noden van de jongere. De specifieke onderwijsbehoeften van jongeren en de ondersteuningsbehoeften van het onderwijspersoneel en de ouders staan daarbij centraal.\". Afdeling 3. - Inwerkingtreding Art. III.77. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2014, met uitzondering van de artikelen III.2, 1° tot en met 7°, III.2, 9° tot en met 11° en 13°, III.6, III.7, III.8, III.14, III.15, III.16, III.21, III.44, 1°, III.46, III.47, III.56, III.57, III.72, III.73, III.74, III.75 en III.76, die in werking treden op 1 januari 2015 voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2015-2016 en met uitzondering van de artikelen III.4, III.9, III.12, III.13, III.37, III.40, III.41, III.43, III.44, 2°, III.45, III.67 en III.68, die in werking treden op 1 april 2014 en met uitzondering van de artikelen III.51, III.54, III.58, III.59 die in werking treden op 1 september 2015. HOOFDSTUK IV. - Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding Art. IV.1. In artikel 2 van het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° er wordt een punt 6° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"6° /1 compenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school orthopedagogische of orthodidactische hulpmiddelen aanbiedt, waaronder technische hulpmiddelen, waardoor de doelen van het gemeenschappelijk curriculum of leerprogramma of de doelen die na dispensatie voor de leerling bepaald zijn, bereikt kunnen worden;\"; 2° er wordt een punt 8° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"8° /1 differentiërende maatregelen: maatregelen waarbij de school, binnen het gemeenschappelijk curriculum of leerprogramma, een beperkte variatie aanbrengt in het onderwijsleerproces om beter tegemoet te komen aan de behoeften van individu- ele leerlingen of groepen van leerlingen;\"; 3° er wordt een punt 8° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"8° /2 dispenserende maatregelen: maatregelen waarbij de school doelen toevoegt aan het gemeenschappelijk curriculum of leerprogramma of de leerling vrijstelt van doelen van het gemeenschappelijk curriculum of leerprogramma en die, waar mogelijk, vervangt door gelijkwaardige doelen, in die mate dat ofwel de doelen voor de studiebekrachtiging in functie van de finaliteit voor het betreffende onderwijsniveau of structuuronderdeel of onderdeel ofwel de doelen voor het doorstromen naar het beoogde vervolgonderwijs nog in voldoende mate kunnen bereikt worden;\"; 4° er wordt een punt 12° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"12° /1 gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de leergebiedoverschrijdende of vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen;\"; 5° er wordt een punt 15° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"15° /1 handelingsgerichte diagnostiek: een cyclisch zoek- en beslissingsproces waarin informatie over het individu en zijn omgeving wordt verzameld, geïnterpreteerd en afgewogen met als doel de problemen of de hulpvragen te analyseren en te verklaren met het oog op adequate advisering voor het handelen.Het proces verloopt volgens systematische procedures, in samenwerking met de school, de ouders en de leerlingen met aandacht voor positieve kenmerken en voor de wisselwerking en wederzijdse beïnvloeding van het individu en de omgeving;\"; 6° er wordt een punt 26° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: \"26° /1 remediërende maatregelen: maatregelen waarbij de school effectieve vormen van aangepaste leerhulp verstrekt binnen het gemeenschappelijk curriculum of het leerprogramma;\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. IV.2. In artikel 6 van hetzelfde decreet wordt het punt 4° aangevuld met de volgende zinnen: \"Het centrum werkt hiervoor op een systematische, planmatige en transparante wijze samen met de school en de ouders. De specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen en de ondersteuningsbehoeften van het onderwijspersoneel en de ouders staan daarbij centraal;\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. IV.3. Artikel 23 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een zinsnede, die luidt als volgt: \"In het bijzonder ondersteunt het centrum de scholen of centra bij het doen van gepaste en redelijke aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen en verricht het handelingsgerichte diagnostiek naargelang de noden van de leerlingen.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. IV.4. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2015 voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2015-2016. HOOFDSTUK V. - Onderwijsinspectie Art. V.1. In het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2009 numac 2009035790 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2009 numac 2009035809 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XIX sluiten betreffende de kwaliteit van onderwijs wordt een artikel 43bis ingevoegd, dat luidt als volgt: \"Art. 43bis.§ 1. De onderwijsinspectie is belast met het kwaliteitstoezicht op de diagnostische praktijk van de centra voor leerlingenbegeleiding in functie van de opmaak van de verslagen, vermeld in de artikelen 15 en 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en in de artikelen 294 en 352 van de Codex Secundair Onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit kwaliteitstoezicht kan afzonderlijk van de doorlichting uitgevoerd worden. Als beide doorlichtingen ingepland zijn tijdens hetzelfde schooljaar, gebeuren ze geïntegreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspectie stemt voor de uitvoering van deze opdrachten af met het Team Inspectie Personen met een Handicap van de Zorginspectie, zoals bepaald in het besluit van de Vlaamse Regering van 26 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten6 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Zorginspectie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inspectie rapporteert jaarlijks over het kwaliteitstoezicht aan de Vlaamse Regering. § 2. De onderwijsinspectie is tevens belast met de toekenning van vrijstelling van leerplicht en het adviseren over aanvragen voor permanent onderwijs aan huis.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. V.2. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 april 2014. HOOFDSTUK VI. - Ondersteuning in scholen en competentieontwikkeling van personeelsleden Art. VI.1. § 1. De Vlaamse Regering voorziet voor de periode van 1 september 2013 tot en met 31 december 2013 in een extra begeleidingskorps van 103 voltijdse betrekkingen voor de ondersteuning van leerkrachten in de scholen voor gewoon en buitengewoon basisonderwijs en secundair onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering verleent daartoe een verlof wegens bijzondere opdracht aan personeelsleden tewerkgesteld in het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap of in de instellingen en de centra van het gesubsidieerd onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het extra begeleidingskorps van 103 voltijdse betrekkingen neemt de volgende opdrachten op: 1° de ondersteuning in de scholen van het buitengewoon basisonderwijs en secundair onderwijs bij de verbreding en verdieping van hun aanbod voor jongeren met autismespectrumstoornissen;2° de ondersteuning van scholen van het buitengewoon basisonderwijs en secundair onderwijs bij de programmatie van type 9;3° de uitbouw van een globaal professionaliseringstraject en -structuur voor leerkrachten van het gewoon basisonderwijs en secundair onderwijs inzake het onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften;4° de uitbouw van een tweedelijnsinclusienetwerk. De verdeling van de voltijdse betrekkingen gebeurt als volgt: 12 voltijdse betrekkingen voor het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, 7 voltijdse betrekkingen voor het gesubsidieerd officieel onderwijs, 40 voltijdse betrekkingen voor het gesubsidieerd vrij onderwijs en 44 voltijdse betrekkingen die netoverstijgend worden ingezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De 44 voltijdse betrekkingen die netoverstijgend worden ingezet, worden aangewend voor de uitvoering van de opdrachten 3° en 4°. § 2. Vanaf 1 januari 2014 voorziet de Vlaamse Regering in ondersteuning in de scholen en in de competentieontwikkeling van de personeelsleden in het kader van het onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften door de 103 voltijdse betrekkingen als vermeld in paragraaf 1, om te zetten in een daarmee overeenstemmend budget dat deel uitmaakt van de totale subsidiëring die vanaf 1 januari 2014 aan de vzw Samenwerkingsverband Netgebonden Pedagogische Begeleidingsdiensten toegekend wordt. Het budget vermeld in deze paragraaf dient ingezet te worden voor het speerpunt 1 `Zorg- breed en kansrijk onderwijs' vermeld in artikel 25, 2°, a), van het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2009 numac 2009035790 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2009 numac 2009035809 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XIX sluiten betreffende de kwaliteit van onderwijs, gewijzigd door het decreet van 20 december 2013 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2014 en meer specifiek voor de volgende opdrachten: 1° de ondersteuning in de scholen van het buitengewoon onderwijs bij de verbreding en verdieping van hun aanbod voor jongeren met autismespectrumstoornissen;2° de ondersteuning van scholen van het buitengewoon onderwijs bij de programmatie van type 9;3° de ondersteuning van scholen van het buitengewoon onderwijs bij de uitbouw van het type basisaanbod;4° de uitbouw van een globaal professionaliseringstraject en -structuur voor de ondersteuning in de scholen van personeelsleden van het gewoon basisonderwijs en het gewoon secundair onderwijs inzake het onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften;5° de uitbouw van een tweedelijnsinclusienetwerk. De invulling van deze opdrachten wordt verder geconcretiseerd in de kaderovereenkomst vermeld in artikel 25, punt 3°, en in het jaarlijkse actieplan vermeld in artikel 26 van het decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/07/2009 numac 2009035580 bron vlaamse overheid Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2009 numac 2009035790 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/08/2009 numac 2009035809 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het onderwijs XIX sluiten betreffende de kwaliteit van onderwijs, zoals gewijzigd door het decreet van 20 december 2013 houdende de begeleiding van de begroting 2014. § 3. De Vlaamse Regering voorziet vanaf 1 september 2013 in een extra begeleidingskorps van 4 voltijdse betrekkingen voor de ontwikkeling en de ondersteuning van de implementatie van handelingsgerichte diagnostische protocollen en ICF in de centra voor leerlingenbegeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering verleent daartoe een verlof wegens bijzondere opdracht aan personeelsleden tewerkgesteld in het gemeenschapsonderwijs of in de instellingen en de centra van het gesubsidieerd onderwijs. § 4. De Vlaamse Regering voorziet vanaf 1 september 2013 in een extra begeleidingskorps voor het Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers van 2 voltijdse betrekkingen voor de opdrachten als vermeld in § 2, tweede lid, 1° tot 5°. Deze personeelsleden kunnen voor de uitvoering van hun opdracht samenwerken met de personeelsleden aangesteld in toepassing van paragraaf 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering verleent daartoe aan deze personeelsleden een verlof wegens bijzondere opdracht. § 5. De Vlaamse Regering sluit met betrekking tot de opdrachten beschreven in paragraaf 3 een convenant af met het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, de representatieve verenigingen van inrichtende machten en de vrije CLB-koepel waarin minimaal de doelstellingen, de uitvoeringsvoorwaarden en de te verwachten resultaten bepaald zullen worden. Met betrekking tot de opdrachten beschreven in paragraaf 4 sluit de Vlaamse Regering een convenant af met het Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.2. Artikel XI.2. van het decreet van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten4 betreffende het onderwijs XXIII wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VI.3. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2013. HOOFDSTUK VII. - Andere bepalingen Afdeling 1. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de wijze waarop voor de Rijksinstituten voor buitengewoon onderwijs en de tehuizen van het Rijk de ambten worden bepaald van het paramedisch personeel en van het personeel toegekend in het kader van het internaat Art. VII.1. In artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 184 van 30 december 1982 tot vaststelling van de wijze waarop voor de Rijksinstituten voor buitengewoon onderwijs en de tehuizen van het Rijk de ambten worden bepaald van het paramedisch personeel en van het personeel toegekend in het kader van het internaat, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 november 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de tweede rij van de tabel wordt de zinsnede \"1.\" vervangen door \"basisaanbod.\"; 2° de vijftiende rij van de tabel wordt vervangen door wat volgt: \"9.basisonderwijs: 8,1\"; 3° er wordt een zestiende rij in de tabel toegevoegd, die luidt als volgt: \"secundair onderwijs: 6,3\". Art. VII.2. In artikel 9 van hetzelfde koninklijk besluit worden de paragrafen 4, 5 en 6 opgeheven. Afdeling 2. - Decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/06/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/09/2002 numac 2002036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I sluiten betreffende gelijke onderwijskansen-I Art. VII.3. In artikel IV.7 van het decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/06/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/09/2002 numac 2002036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende gelijke onderwijskansen-I sluiten betreffende gelijke onderwijskansen-I, gewijzigd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2001 numac 2001036320 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek sluiten1, wordt een paragraaf 4 toege- voegd, die luidt als volgt: \" § 4. Wanneer de Commissie ten gronde adviseert en oordeelt naar recht over klachten die betrekking hebben op de toepassing van artikel 37undecies van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en artikel 110/11 van de Codex Secundair Onderwijs dan wordt de samenstelling van de Commissie, in afwijking van paragraaf 1 en paragraaf 2, uitgebreid met leden met expertise op het gebied van de praktische realisatie van redelijke aanpassingen. Daarbij wordt, in afwijking van paragraaf 1 en paragraaf 2, in elk geval de betrokkenheid verzekerd van personen met een handicap of een organisatie die hen vertegenwoordigt, van een personeelsvertegenwoordiging en een vertegenwoordiging van de onderwijsverstrekkers.\". Afdeling 3. - Overgangsbepaling Art. VII.4. De leerlingen met een inschrijvingsverslag voor type 1 of 8, of opleidingsvorm 3, type 1, uitgereikt voor de inwerkingtreding van dit decreet en die ingeschreven zijn in een school voor buitengewoon onderwijs, blijven voor de duur van hun inschrijving in het betreffende onderwijsniveau en op basis van een aparte telling, in aanmerking komen voor de berekening van omkadering en werkingsmiddelen volgens de normen van het type basisaanbod. Afdeling 4. - Opheffingen Art.VII.5. Het koninklijk besluit van 27 juli 1971 houdende organisatiemodaliteiten van de begeleiding der leerlingen die instellingen of afdelingen voor buitengewoon onderwijs volgen, wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art.VII.6. Het koninklijk besluit van 28 juni 1978 houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs, wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.7. Het ministerieel besluit van 19 september 1978 tot omschrijving van de inhoud en de bestemmelingen van het inschrijvingsverslag voorzien bij artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs, wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.8. Het ministerieel besluit van 31 maart 1980 houdende oprichting van de overlegcommissie ter uitvoering van artikel 26 van het koninklijk besluit van 28 juni 1978 houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs, wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.9. Het ministerieel besluit van 31 maart 1980 tot oprichting van de kwalificatiecommissie zoals voorzien in de artikelen 39, 40, 41 en 42, van het koninklijk besluit van 28 juni 1978 houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs, wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.10. Het ministerieel besluit van 15 april 1980 houdende vaststelling van het model van kwalificatiegetuigschrift buitengewoon secundair beroepsonderwijs, zoals vermeld in artikel 43 van het koninklijk besluit van 28 juni 1978 houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs, wordt opge- heven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.11. Het ministerieel besluit van 15 april 1980 houdende vaststelling van het model van attest voor het buitengewoon secundair beroepsonderwijs, zoals vermeld in artikel 39, § 2, van het koninklijk besluit van 28 juni 1978 houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs, wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.12. Het ministerieel besluit van 15 april 1980 houdende vaststelling van het model van attest voor buitengewoon secundair onderwijs tot sociale aanpassing zoals vermeld in artikel 31 van het koninklijk besluit van 28 juni 1978 houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs, wordt opge- heven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.13. Het ministerieel besluit van 15 april 1980 houdende vaststelling van het model van attest voor het buitengewoon secundair onderwijs tot sociale aanpassing en arbeidsgeschiktmaking zoals vermeld bij artikel 35 van het koninklijk besluit van 28 juni 1978 houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onder- wijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon onderwijs, wordt opgeheven. Afdeling 5. - Inwerkingtreding Art. VII.14. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2015 voor inschrijvingen die betrekking hebben op het schooljaar 2015-2016, met uitzondering van artikel VII.2 dat in werking treedt op 1 april 2014, de artikelen VII.5, VII.8, VII.9, VII.10, VII.11, VII.12 en VII.13 die in werking treden op 1 september 2014 en de artikelen VII.1, VII.6 en VII.7 die in werking treden op 1 september 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 21 maart 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, P. SMET _______ Nota (1) Zitting 2013-2014 Stukken - Ontwerp van decreet : 2290 - Nr.1. - Amendementen : 2290 - Nr. 2. - Verslag over hoorzittingen : 2290 - Nr. 3. - Amendementen : 2290 - Nr. 4. - Verslag : 2290 - Nr. 5. - Amendementen : 2290 - Nr. 6. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 2290 - Nr. 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen - Bespreking en aanneming: Vergadering van 12 maart 2014.</p></div>", "next": 0}