{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Wet houdende tiende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », 18 - « Ministerie van Financiën » en 19 - « Ministerie van Ambtenarenzaken » sluiten4 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden, van toepassing is;d) van de hiervoor nog niet bedoelde autonome overheidsbedrijven;e) van de geïntegreerde politie;3° op de rustpensioenen ten laste van het gesolidariseerd pensioenfonds van de RSZPPO. Onderafdeling 2. - Definities Art. 104.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° \"referteperiode\" : de periode die enerzijds aanvangt één jaar na de laatste dag van de maand tijdens dewelke het personeelslid, vóór de leeftijd van 65 jaar, de voorwaarden inzake leeftijd en loopbaanduur vervult voor de toekenning van een vervroegd rustpensioen overeenkomstig artikel 46 van de wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/1999 numac 1998003674 bron ministerie van financien Wet houdende zevende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », en 18 - « Ministerie van Financiën » type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/1999 numac 1998003673 bron ministerie van financien Wet houdende tiende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », 18 - « Ministerie van Financiën » en 19 - « Ministerie van Ambtenarenzaken » sluiten2 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen en die anderzijds eindigt op de laatste dag van de loopbaan. In afwijking van het eerste lid, begint de referteperiode te lopen vanaf de eerste dag van de maand volgend op deze waarin het personeelslid de twee volgende voorwaarden vervult : - 65 jaar oud zijn; - 40 jaar aanneembare dienstjaren bereiken, bepaald overeenkomstig artikel 46 van voormelde wet van 15 mei 1984Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/1999 numac 1998003674 bron ministerie van financien Wet houdende zevende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », en 18 - « Ministerie van Financiën » type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/1999 numac 1998003673 bron ministerie van financien Wet houdende tiende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », 18 - « Ministerie van Financiën » en 19 - « Ministerie van Ambtenarenzaken » sluiten2. 2° \"werkelijk gepresteerde diensten\" : de werkelijk gepresteerde diensten, met inbegrip van de perioden van verlof met behoud van bezoldiging, die in aanmerking genomen worden voor de berekening van een in artikel 103 bedoeld pensioen. Onderafdeling 3. - Toekenningsvoorwaarden en bedrag van de pensioenbonus Art. 105.Het bedrag van het rustpensioen wordt verhoogd met een pensioenbonus voor elke persoon die zijn ambt in de overheidssector verderzet gedurende de referteperiode.</p>\n<p class=\"lf-p\">De pensioenbonus wordt niet toegekend als bij de berekening van het pensioen een ander tantième dan 1/60, 1/55, 1/50 of 1/48 in aanmerking werd genomen. Art. 106.Het bedrag van de pensioenbonus bedraagt per dag van werkelijk gepresteerde diensten : - 1,1191 EUR tijdens de eerste 12 maanden van de referteperiode; - 1,2683 EUR vanaf de 13e tot de 24e maand; - 1,4176 EUR vanaf de 25e tot de 36e maand; - 1,5668 EUR vanaf de 37e tot de 48e maand; - 1,7160 EUR vanaf de 49e tot de 60e maand; - 1,8652 EUR vanaf de 60e maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het bepalen van het bedrag van de pensioenbonus worden enkel de werkelijk gepresteerde diensten vanaf 1 januari 2014 in aanmerking genomen. Art. 107.Het bedrag van de pensioenbonus is gekoppeld aan het indexcijfer 138,01 van de consumptieprijzen en schommelt op de wijze vastgesteld door de wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/1999 numac 1998003674 bron ministerie van financien Wet houdende zevende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », en 18 - « Ministerie van Financiën » type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/1999 numac 1998003673 bron ministerie van financien Wet houdende tiende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », 18 - « Ministerie van Financiën » en 19 - « Ministerie van Ambtenarenzaken » sluiten0 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. Art. 108.§ 1. In geval van diensten met volledige opdracht wordt elke kalendermaand van verlenging van de loopbaan geacht samengesteld te zijn uit tweeëntwintig dagen van werkelijk gepresteerde diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde tweeëntwintig dagen worden verminderd met de onbezoldigde afwezigheidsdagen, ongeacht of ze al dan niet gelijkgesteld zijn met dienstactiviteit. § 2. Ingeval van diensten met onvolledige opdracht, wordt het aantal dagen dat volgt uit de toepassing van § 1 verminderd ten belope van het gedeelte dat de werkelijk gepresteerde diensten vertegenwoordigen in verhouding tot dezelfde diensten met volledige opdracht. Art. 109.§ 1. De pensioenbonus maakt integraal deel uit van het pensioen. De verhoging voortvloeiend uit de toepassing van artikel 12 van de wet van 9 juli 1969 tot wijziging en aanvulling van de wetgeving betreffende de rust- en overlevingspensioenen van het personeel van de openbare sector is echter niet van toepassing op de pensioenbonus. § 2. In afwijking van artikel 39, eerste lid, van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen mag de pensioenbonus uitwerking hebben tot de uiterste grens van 9/10 van de wedde die tot grondslag heeft gediend voor de berekening van het pensioen, in voorkomend geval verminderd krachtens artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 206 van 29 augustus 1983 tot regeling van de berekening van het pensioen van de openbare sector voor diensten met onvolledige opdracht. Afdeling 2. - Wijzigingsbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-110\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 110</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 5, eerste lid, van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 12 augustus 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/2000 numac 2000003530 bron diensten van de eerste minister en ministerie van financien Wet houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen sluiten houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen, worden de woorden \"voor de werkelijk gepresteerde diensten na 31 december 2000\" vervangen door de woorden \"voor de werkelijk gepresteerde diensten na 31 december 2000 en vóór 1 januari 2014\". Afdeling 3. - Inwerkingtreding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-111\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 111</span><span class=\"lf-art-t\">Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2014. HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten1 betreffende het generatiepact, wat de pensioenbonus voor de werknemers betreft Art. 112.In titel III, hoofdstuk 1, van de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/04/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/1998 numac 1998000213 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidsongevallenwet - Duitse vertaling sluiten1 betreffende het generatiepact wordt een artikel 7bis ingevoegd, luidende : \"Art. 7bis.§ 1. Het pensioenbedrag, vastgesteld in toepassing van artikel 5 van het koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, wordt verhoogd met een bonus voor de werknemer die, naargelang het geval : 1° zijn beroepsbezigheden voortzet meer dan een jaar na de datum waarop hij zijn vervroegd rustpensioen als werknemer had kunnen verkrijgen;2° zijn beroepsbezigheden voorzet na de leeftijd bedoeld in artikel 2, § 1, van het voormelde koninklijk besluit van 23 december 1996Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2 en een loopbaan van minstens 40 kalenderjaren bewijst. § 2. De Koning bepaalt, na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad : 1° het bedrag en de aard van de bonus, 2° de voorwaarden en de modaliteiten waaronder de bonus wordt toegekend en uitbetaald, 3° de voorwaarden waaronder het bedrag van de bonus kan worden geproratiseerd. § 3. Dit artikel is van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 1 januari 2014 en enkel voor de tijdvakken gepresteerd vanaf 1 januari 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, kan de Koning, na advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden bepalen waaronder de bepalingen van artikel 7 op pensioenen die na 31 december 2013 daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan, van toepassing blijven.\". Art. 113.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2014.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 9. - Middenstand en Landbouw productie ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van het</h3>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 24 juni 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten7 betreffende de verplichte bijdragen aan het Fonds voor de gezondheid en de productie van de dieren, vastgesteld voor de sector pluimvee Art. 114.In het koninklijk besluit van 24 juni 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten7 betreffende de verplichte bijdragen te betalen aan het Fonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren vastgesteld voor de sector pluimvee wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende : \"Art. 4/1.De aan het begrotingsfonds sector pluimvee verschuldigde bijdragen voor de jaren 2005 tot 2011 inbegrepen, in toepassing van artikel 5, 3°, van de wet van 23 maart 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, zijn gelijkgesteld aan de verschuldigde bijdragen zoals bedoeld in artikel 5, 1°, van dezelfde wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbrengsten uit het geheel van alle betaalde bijdragen aan het begrotingsfonds sector pluimvee, worden geglobaliseerd over deze periode en stellen het fonds in staat zijn opdrachten te vervullen.\".</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 10. - Energie ENIG HOOFDSTUK. - Degressiviteit en plafonnering van de offshore toeslag Afdeling 1. - Wijzigingen van de</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt Art. 115.Artikel 7, § 1, van de wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten0 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, laatst gewijzigd bij de wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/1999 numac 1998003674 bron ministerie van financien Wet houdende zevende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », en 18 - « Ministerie van Financiën » type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/1999 numac 1998003673 bron ministerie van financien Wet houdende tiende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1998. - Secties 13 - « Ministerie van Binnenlandse Zaken », 18 - « Ministerie van Financiën » en 19 - « Ministerie van Ambtenarenzaken » sluiten8, wordt aangevuld met de volgende leden : \"De toeslag bedoeld in het tweede lid is verschuldigd door de op het Belgisch grondgebied gevestigde eindafnemers op elke kWh die ze voor eigen gebruik van het net afnemen. De toeslag is aan de btw onderworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De netbeheerder is belast met de inning van de toeslag zonder toepassing van de verminderingen bedoeld in het zevende en achtste lid. Daartoe factureert hij de toeslag aan de houders van een toegangscontract en aan de distributienetbeheerders. Indien de houders van een toegangscontract of de distributienetbeheerders niet zelf de van het net afgenomen kWh verbruiken, kunnen zij de toeslag factureren aan hun eigen klanten, totdat deze toeslag uiteindelijk wordt gefactureerd aan degene die de kWh voor eigen gebruik heeft verbruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de verbruiken vanaf 1 juli 2013 tot 31 december 2013 wordt de toeslag, toepasbaar door elektriciteitsbedrijven op hun eindafnemers, verminderd, op basis van de voortschrijdende jaarlijkse som van de afnamen, als volgt : 1° voor de verbruiksschijf vanaf 20 MWh/jaar tot 50 MWh/jaar : met 15 procent;2° voor de verbruiksschijf vanaf 50 MWh/jaar tot 1 000 MWh/jaar : met 20 procent;3° voor de verbruiksschijf vanaf 1 000 MWh/jaar tot 25 000 MWh/jaar : met 25 procent;4° voor de verbruiksschijf hoger dan 25 000 MWh/jaar : met 45 procent. Per verbruikslocatie, tussen 1 juli 2013 en 31 december 2013, bedraagt de toeslag gefactureerd door de elektriciteitsbedrijven voor die verbruikslocatie maximaal 125 000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verminderingen bedoeld in het zevende en achtste lid gelden voor de elektriciteit afgenomen door alle eindafnemers behalve degenen die geen sectorakkoord of convenant ondertekend hebben waarvoor ze in aanmerking komen. De professionele eindafnemers die een sectorakkoord of een convenant hebben gesloten en die reeds genieten van een degressiviteit voor de federale bijdrage voor elektriciteit zullen automatisch genieten van de degressiviteit op de toeslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer blijkt dat een bedrijf, dat een sectorakkoord of convenant heeft gesloten en dat de degressiviteit geniet als gevolg van zijn verklaring betreffende de naleving ervan, de verplichtingen van dit akkoord of convenant zoals bepaald door de Gewesten niet naleeft, moet dit bedrijf de bedragen, die wegens de onterechte toepassing van de degressiviteit niet betaald werden, terugbetalen aan de commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarenboven verliest het bedrijf haar recht op de degressiviteit voor het volgende jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissie vergoedt aan de elektriciteitsbedrijven het totale bedrag voortvloeiend uit de toepassing van de verminderingen van de toeslag zoals bedoeld in deze paragraaf. Teneinde dit totale bedrag te dekken worden de volgende elementen aan de commissie toegewezen : 1° de ontvangsten voortvloeiend uit de verhoging van het bijzondere accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel e) i) en onderdeel f) i) van de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten3 voor gasolie van de GN codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49, ten belope van een bedrag van 7 euro per 1 000 liter bij 15°;2° als het totaal van de onder 1° van dit lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de verminderingen te dekken, wordt een gedeelte van de ontvangsten voortvloeiend uit het bijzonder accijnsrecht bepaald in artikel 419, onderdeel j) van de programmawet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/04/1998 numac 1998016042 bron ministerie van middenstand en landbouw Wet betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten sluiten3 voor steenkool, cokes en bruinkool van de GN codes 2701, 2702 et 2704 bijkomend toegewezen;3° als het totaalbedrag uit de onder 1° en 2° van dit lid vermelde bedragen niet toereikend is om het totaalbedrag van de verminderingen te dekken, wordt een deel van de opbrengst van de vennootschapsbelastingen bijkomend toegewezen. De codes van de in deze paragraaf bedoelde gecombineerde nomenclatuur verwijzen naar die welke zijn vastgesteld in de Verordering EEG nr. 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage I van de Verordering EEG nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissie brengt aan het einde van elk trimester verslag uit aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan de ministers bevoegd voor energie, begroting en financiën over de uitbetalingen die zij heeft gedaan in het kader van de offshore toeslag.\". Afdeling 2. - Slotbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-116\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 116</span><span class=\"lf-art-t\">Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 juli 2013</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 28 juni 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, E. DI RUPO De Minister van Pensioenen, A. DE CROO De Minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Middenstand, K.M.O.'s, Zelfstandigen en Landbouw, Mevr. S. LARUELLE De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM De Minister van Financiën, K. GEENS De Staatssecretaris voor Energie en Mobiliteit, M. WATHELET Voor de Staatssecretaris belast met Beroepsrisico's, afwezig : De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Staatssecretaris voor Asiel en Migratie en Maatschappelijke Integratie, Mevr. M. DE BLOCK Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM ______ (1) Nota's Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-2853 -2012/2013 : 001 : Ontwerp van programmawet. 002 tot 008 : Amendementen. 009 : Verslag. 010 : Amendementen. 011 : Verslag. 012 en 013 : Amendementen. 014 tot 017 : Verslagen. 018 : Tekst aangenomen door de commissies. 019 : Erratum. 020 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal Verslag : 26 en 27 juni 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stukken van de Senaat : 5-2169 - 2012/2013 : Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 2 : Amendementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 3 tot 5 : Verslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 6 : Beslissing om niet te amenderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen van de Senaat : 27 juni 2013.</p></div>", "next": 0}