{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">In afwijking van vorig lid kan in geval van smaad of ernstige bedreiging enkel de dader ervan worden vervolgd. § 2. De vastgestelde overtredingen van de bepalingen bedoeld in paragraaf 1 worden bij wijze van administratieve geldboete vervolgd behalve indien het openbaar ministerie, rekening houdend met de ernst van de overtreding, acht dat er aanleiding is tot strafrechtelijke vervolging. Strafrechtelijke vervolging sluit de toepassing van een administratieve geldboete uit, behalve in geval van seponering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De administratieve geldboete wordt opgelegd door het Commissariaat-generaal voor Toerisme. § 3. Een exemplaar van het proces-verbaal tot vaststelling van de overtreding wordt door het Commissariaat-generaal voor Toerisme overgemaakt aan het openbaar ministerie binnen de vijftien dagen na opstellen ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het openbaar ministerie beschikt over een termijn van vier maanden, te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal, om het Commissariaat-generaal voor Toerisme kennis te geven van zijn beslissing om al dan niet strafrechtelijke vervolging in te stellen. § 4. Indien het openbaar ministerie ervan afziet om te vervolgen of nalaat om binnen de vastgestelde termijn van zijn beslissing kennis te geven of in de veronderstelling van een seponering beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme, na de overtreder in de mogelijkheid te hebben gesteld om zijn verweermiddelen voor te leggen, of er aanleiding toe is om wegens de overtreding een administratieve geldboete op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme stelt het bedrag van de administratieve geldboete vast en is gemotiveerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarvan wordt kennis gegeven aan de overtreder bij ter post aangetekend schrijven, tegelijk met een uitnodiging om zich van de boete te kwijten binnen de termijn vastgesteld door de regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving van de beslissing tot vaststelling van de administratieve geldboete doet de strafvordering vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betaling van de boete beëindigt het optreden van het bestuur. § 5. De overtreder die de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme betwist, dient op straffe van uitsluiting een beroep bij wijze van verzoekschrift bij de burgerlijke rechtbank in binnen een termijn van twee maanden te rekenen van de kennisgeving van de beslissing. Van een afschrift van dat beroep richt hij gelijktijdig een afschrift aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. Het beroep, evenals de termijn om het beroep in te dienen, schorten de uitvoering van de beslissing op.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepaling van vorig lid wordt vermeld in de beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd. § 6. Indien de overtreder in gebreke blijft om de boete te betalen, wordt de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Toerisme of van de burgerlijke rechtbank die in kracht van gewijsde is getreden, aan de afdeling Thesaurie van het Ministerie van het Waalse Gewest overgemaakt met het oog op inning van het administratieve geldboetebedrag. § 7. Indien een nieuwe overtreding wordt vastgesteld binnen de drie maanden te rekenen van de datum van het proces-verbaal, wordt het bedrag bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van dit artikel verdubbeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De administratieve beslissing waarbij de administratieve geldboete wordt opgelegd, kan niet meer getroffen worden drie jaar na het feit dat een overtreding bedoeld bij dit artikel uitmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitnodiging aan de overtreder om zijn verweermiddelen voor te leggen, bedoeld in paragraaf 4, eerste lid, die binnen de termijn bepaald in vorig lid wordt gedaan, stuit de verjaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die handeling leidt een nieuwe termijn met gelijke duur in, zelfs ten overstaan van personen die er niet bij betrokken zijn. § 8. De regering kan de wijze van inning van de boete bepalen. Art. 9.Bestraft wordt met een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand en een geldboete van 26 tot 5.000 euro, of met slechts één van die straffen degene die de artikelen 2 en 4 of de bepalingen getroffen ter uitvoering van die artikelen overtreedt, evenals in geval van smaad of ernstige bedreiging ten opzichte van de gemachtigde personeelsleden of in geval van weigering of vrijwillige verhindering van de uitoefening van het inspectierecht bepaald in artikel 141.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van boek I van het Strafwetboek zijn, zonder uitzondering van hoofdstuk VII en artikel 85, van toepassing op die overtredingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de boetes bepaald in het eerste lid kan de rechter, indien de overtreder een rechtspersoon is, de straffen bepaald in de artikelen 36, 37 en 37bis van het Strafwetboek uitspreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overtreder is aansprakelijk voor het beheer van de toeristische logiesverstrekkende inrichting behalve indien hij aantoont dat hij geen enkele fout begaan heeft omdat hij alle maatregelen heeft getroffen die hij bij machte was te treffen om te voorkomen dat het materiële bestanddeel van de overtreding werkelijkheid wordt. » Art. 155.In hetzelfde decreet wordt een artikel 9bis ingevoegd luidend als volgt : « Art. 9bis . § 1. Naast de boetes bepaald in artikel 9 beveelt de rechter op verzoek van het Commissariaat-generaal voor Toerisme de staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in oorspronkelijke staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan bevelen dat de veroordeelde op straffe van een dwangsom binnen de acht dagen volgend op de dag waarop het vonnis definitief is geworden een zekerheid ten voordele van het Waalse Gewest stelt waarvan het bedrag gelijk is aan de graamde kost van de bevolen maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die zekerheid bestaat uit een neerlegging bij de Deposito- en Consignatiekas of uit een onafhankelijke bankwaarborg uitgegeven door een erkende kredietinstelling ofwel bij de Commissie voor het Bank- en Financiewezen ofwel bij een overheid van een lid-Staat van de Europese Unie die gemachtigd is om de kredietinstellingen te controleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de toepassing van hoofdstuk XXIII van boek IV van het vierde deel van het Gerechtelijk Wetboek beveelt de rechter dat, indien de plaats niet in oorspronkelijke staat is hersteld binnen de voorgeschreven termijn, het Commissariaat-generaal voor Toerisme van ambtswege in de tenuitvoerlegging ervan kan voorzien en de kosten ervan terug kan vorderen indien de werken zijn uitgevoerd op grond van een gewone staat opgesteld door de regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die staat is uitvoerbaar. § 2. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme kan voor de politie- of correctionele rechtbank treden om naast de boeten bepaald in de artikelen 143, 144 en 145 de veroordeling tot staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan eveneens voor de burgerlijke rechtbank treden om de veroordeling tot de staking van de onwettelijke daad of het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat te bekomen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Opgeheven worden : 1o het decreet van de Raad van de Franse Gemeenschap van 9 november 1990 betreffende de voorwaarden voor de uitbating van de logiesverstrekkende inrichtingen en de hotelinrichtingen; 2o het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 24 december 1990 houdende vaststelling van de datum van de inwerkingtreding van het decreet van 9 november 1990 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van de logiesverstrekkende inrichtingen en de hotelinrichtingen; 3o het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 24 december 1990 tot bepaling van de voorwaarden voor het exploiteren, van de procedure voor het toekennen en het intrekken van de exploitatievergunning, van de classificatie en van het model van het schild van de hotelinrichtingen, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 8 december 1994 en 14 september 2000; 4o het decreet van de Raad van de Franse Gemeenschap van 16 juni 1981 tot organisatie van de landelijke verblijven, de verblijven op de boerderij, de gemeubileerde vakantiewoningen en de gastkamers; 5o het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 12 juli 1982 betreffende de landelijke verblijven, de verblijven op de boerderij, de gemeubileerde vakantiewoningen en de gastkamers, gewijzigd bij het decreet van de Raad van de Franse Gemeenschap van 2 december 1988 en bij het besluit van de Waalse Regering van 8 december 1994; 6o het besluit van de Waalse Regering van 12 oktober 1995 houdende de classificatie van landelijke verblijven, verblijven op de boerderij, gemeubileerde vakantiewoningen en gastkamers; 7o het ministerieel besluit van 10 juli 1997Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/08/1997 numac 1997027446 bron ministerie van het waalse gewest Ministerieel besluit betreffende het schild voor de classificatie van de landelijke verblijven, verblijven op de boerderij, gemeubileerde vakantiewoningen en gastkamers sluiten betreffende het schild voor de classificatie van de landelijke verblijven, verblijven op de boerderij, gemeubileerde vakantiewoningen en gastkamers; 8o artikel 4, 4o tot en met 6o, van het decreet van de Franse Gemeenschap betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van kampeer-caravanterreinen; 9o artikel 7, eerste lid, 13o, en tweede lid, evenals artikel 33, hoofdstuk VII en de bijlagen 5, 7 en 9 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 4 september 1991 betreffende de camping-caravaning, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 8 december 1994; 10o het decreet van 20 juli 1976 van de Cultuurraad van de Franse Gemeenschap tot regeling van het hoevekamperen; 11o het koninklijk besluit van 22 april 1977 tot reglementering van het kamperen op de hoeve, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 16 mei 1980. Afdeling 2. - Sociaal toerisme</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 157</span><span class=\"lf-art-t\">Opgeheven worden : 1o het decreet van de Waalse Gewestraad van 6 mei 1997 betreffende het sociaal toerisme; 2o het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Waalse Regering van 27 november 1997Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/1997 numac 1997027651 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 6 maart 1997 betreffende het sociaal toerisme sluiten ter uitvoering van het decreet van 6 maart 1997 betreffende het sociaal toerisme. Afdeling 3. - Brandbescherming</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Opgeheven wordt het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 24 december 1990 houdende vaststelling van de modaliteiten en van de procedure voor het bekomen van het veiligheidsattest voor de logiesverstrekkende inrichtingen die op 1 januari 1991 bestaan en houdende vaststelling van de veiligheidsnormen inzake brandbeveiliging, die specifiek zijn voor deze logiesverstrekkende inrichtingen, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 10 juli 1997 en 13 september 2001. Afdeling 4. - Subsidies</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 159</span><span class=\"lf-art-t\">Opgeheven worden : 1o het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Waalse Regering van 30 maart 1995Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/06/1997 numac 1997027291 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering tot regeling van de toekenning van premies om de oprichting, de uitbreiding en de modernisering van hotelgebouwen te bevorderen sluiten tot regeling van de toekenning van premies om de oprichting, de uitbreiding en de modernisering van hotelgebouwen te bevorderen, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 10 juni 1999; 2o het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 12 juli 1982 betreffende de premies toegekend met het oog op de oprichting of de modernisering van landelijke verblijven, verblijven op de boerderij, gemeubileerde vakantiewoningen en gastkamers in bestaande gebouwen, gewijzigd bij de besluiten van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 7 oktober 1985 en 11 september 1990; 3o artikel 3, eerste lid, en artikel 4, 2o tot en met 15o, van het besluit van de Waalse Regering van 16 februari 1995 tot vaststelling van de voorwaarden en de modaliteiten voor de toekenning van premies inzake camping-caravaning, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 30 maart 1995 en 10 juni 1999. HOOFDSTUK II. - Overgangsbepalingen Afdeling 1. - Hotelbedrijven, streekgebonden toeristisch logies, gemeubileerde vakantiewoningen en toeristische kampeerterreinen Art. 160.Met de vergunning worden gelijkgesteld : 1o de vergunningen afgeleverd overeenkomstig artikel 4 van het decreet van 9 november 1990 betreffende de voorwaarden voor de uitbating van de logiesverstrekkende inrichtingen en de hotelinrichtingen; 2o onverminderd artikel 162, de vergunningen afgeleverd overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 16 juni 1981 tot organisatie van de landelijke verblijven, de verblijven op de boerderij, de gemeubileerde vakantiewoningen en de gastkamers; 3o de camping-caravaningvergunningen afgeleverd overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van kampeer-caravanterreinen; 4o de vergunningen afgeleverd overeenkomstig artikel 5 van het decreet van 20 juli 1976 van de Cultuurraad van de Franse Gemeenschap tot regeling van het hoevekamperen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 161</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de toepassing van de artikelen 36 tot en met 43, 162 en 164 behouden de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen de categorie-indeling die hen is toegewezen ter uitvoering van de vóór de inwerkingtreding van dit decreet vigerende decreten en besluiten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 162</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die onder de benaming \"gemeubileerde vakantiewoning\", \"landelijke vakantiewoning\" of \"vakantiewoning op de hoeve\" uitgebaat worden overeenkomstig het decreet van de Raad van de Franse Gemeenschap van 16 juni 1981 tot organisatie van de landelijke verblijven, de verblijven op de boerderij, de gemeubileerde vakantiewoningen en de gastkamers dienen, binnen de zes maanden na inwerkingtreding van dit decreet, een vergunningsaanvraag in bij het Commissariaat-generaal voor Toerisme De toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die zich in overeenstemming hebben gebracht met vorig lid, kunnen hun uitbating voortzetten onder de benaming \"gemeubileerde vakantiewoning\", \"landelijke vakantiewoning\" of \"vakantiewoning op de hoeve\" totdat definitief over hun aanvraag is beslist. § 2. De aanvraag wordt gericht aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regering stelt de inhoud van de vergunningsaanvraag vast en kan het aantal exemplaren van het dossier dat het moet omvatten, vast. Hij bepaalt de vorm van de aanvraag. § 3. Binnen de drie maanden na ontvangst van de aanvraag beslist het Commissariaat-generaal voor Toerisme over de vergunningsaanvraag door zich in overeenstemming te brengen met artikel 7 en geeft bij ter post aangetekend schrijven kennis van zijn beslissing aan de aanvrager. § 4. Bij ontstentenis van kennisgeving van beslissing aan de aanvrager binnen de termijn bepaald in paragraaf 3 is de toeristische logiesverstrekkende inrichting gemachtigd om dezelfde benaming en dezelfde categorie-indeling te gebruiken als die welke respectievelijk toegelaten en toegewezen zijn vóór inwerkingtreding van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er een nieuwe categorie-indeling of nieuwe benaming toegewezen wordt, vervangen zij de voorgaande. § 5. Er wordt in een beroep voorzien tegen de beslissing die getroffen is krachtens paragraaf 3 in de vormen en binnen de termijn bepaald in de artikelen 44 tot en met 49. Art. 163.Indien de houder en diens samenwonende meer dan vijf streekgebonden toeristische verblijven te huur aanbieden als landelijke vakantiewoning of vakantiewoning op de hoeve op de datum van inwerkingtreding van dit decreet, kan van artikel 27 afgeweken worden. Art. 164.De vergunningsaanvraag die ingediend wordt vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet wordt verder behandeld volgens de vóór die datum vigerende procedure, onder voorbehoud van de wijzigingen die aangebracht worden bij de artikelen 148 tot en met 152.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid geldt het verzoek om toelating om de benaming \"gemeubileerde vakantiewoning\", \"landelijke vakantiewoning\" of \"vakantiewoning op de hoeve\" te gebruiken als aanvraag in de zin van artikel 10 en het wordt voortgezet volgens de procedure bepaald in de artikelen 11 tot en met 17. In afwijking van artikel 11, § 1, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen de dertig dagen na inwerkingtreding van dit decreet het aangetekend schrijven bedoeld in artikel 11, § 1, eerste lid, of het bericht van ontvangst bedoeld in artikel 11, § 1, tweede lid, aan de aanvrager. Afdeling 2. - Sociaal toerisme</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 165</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verenigingen die erkend zijn op grond van het koninklijk besluit van 23 januari 1951 betreffende het verlenen van toelagen voor de bevordering van de arbeidersvakantie en het volkstoerisme zijn geacht erkend te zijn als verenigingen voor sociaal toerisme in de zin van artikel 56 van dit decreet. Afdeling 3. - Brandbescherming</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 166</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die uitgebaat worden op datum van inwerkingtreding van dit decreet zonder dat ze over een brandveiligheidsattest beschikken, beschikken over een termijn van twaalf maanden, te rekenen van de inwerkingtreding van dit besluit, om een aanvraag voor een brandveiligheidsattest aan de burgemeester te richten De toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die zich in overeenstemming hebben gebracht met vorig lid kunnen hun uitbating voortzetten totdat definitief over hun aanvraag wordt beslist. Art. 167.De regering kan een termijn bepalen waarin de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die uitgebaat worden op het tijdstip van inwerkingtreding van dit decreet zich in overeenstemming moeten brengen met artikel 47.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die zich binnen de in voorkomend geval door de regering opgelegde termijn in overeenstemming daarmee hebben gebracht, kunnen hun uitbating voortzetten totdat over hun aanvraag beslist wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 168</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De behandeling van de aanvraag voor een brandveiligheidsattest die ingediend wordt vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet wordt voortgezet volgens de procedure die voor die datum geldig was</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 169</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wat betreft de toeristische logiesverstrekkende inrichtingen die niet bedoeld zijn bij het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 24 december 1990 houdende vaststelling van de datum van de inwerkingtreding van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 24 december 1990 houdende vaststelling van de modaliteiten en van de procedure voor het bekomen van het veiligheidsattest voor de logiesverstrekkende inrichtingen die op 1 januari 1991 bestaan en houdende vaststelling van de veiligheidsnormen inzake brandbeveiliging, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 10 juli 1997 en 13 september 2001, kan het eerste afgeleverde brandveiligheidsattest verbonden worden aan een hernieuwbare termijn om de toeristische logiesverstrekkende inrichting in overeenstemming te kunnen brengen met de specifieke normen. De burgemeester beslist over de hernieuwingsaanvraag na advies van de territoriaal bevoegde brandweerdienst. De aanvankelijke termijn, verlengd met eventuele hernieuwingen en de duur van de procedures, mag een door de regering bepaalde termijn niet overschrijden Het niet-naleven van de termijn om de inrichting in overeenstemming te brengen brengt het verval van het brandveiligheidsattest teweeg. De burgemeester belast de bevoegde brandweerdienst ermee na te kijken of de termijn nageleefd wordt. Indien vastgesteld wordt dat de termijn niet wordt nageleefd, stelt de burgemeester een vaststelling van verval mee waarvan hij kennis geeft aan de houder van het brandveiligheidsattest en aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme, bij ter post aangetekend schrijven. Afdeling 4. - Subsidies</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 170</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De subsidies die verleend worden op grond van het decreet van de Franse Gemeenschap van 9 november 1990 betreffende de voorwaarden voor de uitbating van de logiesverstrekkende inrichtingen en de hotelinrichtingen, van het decreet van de Franse Gemeenschap van 16 juni 1981 tot organisatie van de landelijke verblijven, de verblijven op de boerderij, de gemeubileerde vakantiewoningen en de gastkamers en van het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van kampeer-caravanterreinen blijven aan die teksten en aan hun uitvoeringsbesluiten onderworpen De behandeling van de subsidieaanvragen die ingediend worden vóór de inwerkingtreding van dit besluit wordt voortgezet volgens de vóór die datum vigerende bepalingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-171\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 171</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gemeubileerde vakantiewoningen, de landelijke vakantiewoningen en de vakantiewoningen op de hoeve zoals omschreven en vergund op grond van het decreet van de Raad van de Franse Gemeenschap van 16 juni 1981 tot organisatie van de landelijke verblijven, de verblijven op de boerderij, de gemeubileerde vakantiewoningen en de gastkamers die de toekenningsvoorwaarden voor een vergunning en het gebruik van een benaming vastgesteld bij dit decreet niet vervullen, worden voor de toekenning van de subsidies, gelijkgesteld met een vakantiewoning in de stad, een landelijke vakantiewoning of een vakantiewoning op de hoeve gedurende tien jaar te rekenen van de inwerkingtreding van dit decreet, voorzover ze de voorwaarden bepaald bij of krachtens het voornoemd decreet van 16 juni 1981 blijven vervullen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 172</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Binnen een termijn van één jaar te rekenen van de inwerkingtreding van dit decreet dienen de verenigingen die een subsidie voor sociaal toerisme gekregen hebben voor die inwerkingtreding, dienen het Waalse Gewest te laten weten of ze ervoor kiezen om : 1o geregeld te blijven worden door de vroegere bepalingen; 2o voor het terugbetalingssysteem bepaald in artikel 139 opteren, op voorwaarde dat het Waalse Gewest, in voorkomend geval, een hypotheek kan inschrijven overeenkomstig artikel 136. § 2. Die keuze dient bij ter post aangetekend schrijven gericht te worden aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme. De subsidiegerechtigde dient in voorkomend geval de lijst van voor hypotheek vatbare goeden, de eigendomstitels of de erfpachttitels, een recente hypothecaire staat met betrekking tot die goeden en recent attest van de hypothecaire schuldeiser die het bedrag van diens schuldvordering als hoofdsom en intresten aantoont, bij zijn schrijven te voegen. § 3. Het Commissariaat-generaal voor Toerisme meldt ontvangst van dat schrijven binnen vijftien dagen Indien de aanvraag onvolledig is, richt het Commissariaat-generaal voor Toerisme binnen dezelfde termijn aan de subsidiegerechtigde bij ter post aangetekend schrijven een lijst van de ontbrekende stukken en geeft aan dat diens keuze enkel geldig wordt uitgedrukt bij mededeling van die stukken. § 4. Indien een geldige keuze binnen de opgelegde termijn wordt uitgebracht, wordt de subsidiegerechtigde geacht ervoor gekozen te hebben om geregeld te blijven worden door de vroegere wetgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172bis\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 172bis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De v.z.w.'s die subsidies voor sociaal toerisme gekregen hebben tegen de voorwaarden van de koninklijke besluiten van 23 januari 1951 (zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1996), 14 februari 1967 en 24 september 1969 of het Waalse decreet van 6 maart 1997 beschikken over een overgangstermijn van twee jaar : - ofwel om zich om te vormen tot een handelsvennootschap of een maatschappij met maatschappelijk doel, voorzover een termijn van vijf jaar minstens verstreken is op datum van de omvorming sinds de toekenning van de laatste subsidie en er geen enkele vordering tot teruginning ingediend is voor de inwerkingtreding van dit wetboek; - ofwel om hun toeristische activiteiten af te staan, voorzover een termijn van vijf jaar minstens verstreken is op datum van de omvorming sinds de toekenning van de laatste subsidie en dat er geen enkel vordering tot teruginning ingediend is voor de inwerkingtreding van dit wetboek. § 2. Het naleven van deze bepaling zal voor gevolg hebben dat geen enkele vordering tot teruginning van de gestorte subsidies ingediend zal kunnen worden daar zij definitief vaststaand blijven Voor de v.z.w.'s die ervoor gekozen zullen hebben om zich niet om te vormen om hun sociale toeristische activiteiten niet af te staan en waarvan vastgesteld zou worden dat ze de susbidiëringsvoorwaarden niet hebben nageleefd, zal het Waalse Gewest op het einde van de overgangsperiode op initiatief van de bevoegde minister een vordering tot teruginning van de gestorte subsidies indienen door zich in overeenstemming te brengen met volgende bepalingen : 1. de vordering tot terugbetaling wordt enkel naar verhouding tot de jaren waarin de voorwaarden voor toekenning van de subsidies niet of niet meer zijn vervuld, uitgeoefend; 2. de vordering tot terugbetaling wordt enkel uitgeoefend voorzover het Waalse Gewest op initiatief van de bevoegde minister bij gemotiveerd advies aan de v.z.w. de niet-naleving van de wettelijke criteria binnen de drie maanden te rekenen van de dag waarop die citeria niet of niet meer nageleefd zijn, betekend heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De interesten, berekend tegen de wettelijke rentevoet, beginnen te lopen vanaf de datum van die betekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering tot terugbetaling verjaart na vijf jaar te rekenen van de dag waarop de criteria niet of niet meer zijn nageleefd, voorzover er een betekening heeft plaatsgehad. HOOFDSTUK III. - Slotbepaling Art. 173.De regering stelt de datum van inwerkingtreding van dit decreet vast, met uitzondering van artikel 34 dat in werking treedt vijf jaar na die datum en artikel 6, voor wat betreft de vakantiedorpen, dat in werking treedt twee jaar na die datum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de vakantiedorpen worden gedurende diezelfde periode van twee jaar de termijnen van de procedure bepaald in de artikelen 11, 12, 13, 14, 39, 40, 41, 44, 45, 46, 47, 48 en 49 verdubbeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af en bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Namen, 18 december 2003.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Onderzoek en Nieuwe Technologieën, S. KUBLA De Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie, J. DARAS De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken, M. DAERDEN De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, M. FORET De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ch. MICHEL De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE De Minister van Tewerkstelling en Vorming, Ph. COURARD _______ Nota (1) Zitting 2003-2004. Stukken van de Raad 583 (2003-2004) nrs 1 tot en met 14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volledig verslag, openbare vergadering van 16 december 2003.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bespreking - Stemming.</p></div>", "next": 0}