← België

Koninklijk besluit tot vaststelling van het bestek van toepassing op de spraaktelefoondienst en de procedure inzake de toekenning van individuele verg

Kort samengevat

Dit Koninklijk besluit regelt de levering van spraaktelefoondiensten in België na de liberalisering van de telecommunicatiemarkt, door het vaststellen van een gemeenschappelijk kader voor operatoren en de procedure voor het verkrijgen van individuele vergunningen. Het zorgt ervoor dat de dienst voor iedereen toegankelijk is tegen een betaalbare prijs en van gelijke kwaliteit over het hele grondgebied.

Wat het reguleert

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
22 JUNI 1998. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bestek van toepassing op de spraaktelefoondienst en de procedure inzake de toekenning van individuele vergunningen VERSLAG AAN DE KONING Sire, De spraaktelefoondienst is van alle telecommunicatiediensten ongetwijfeld degene die het dichtst bij de bevolking staat. Het is namelijk de spraaktelefoondienst die op dit ogenblik de basis vormt van de universele dienstverlening, dit is de toegang voor iedereen, tegen een betaalbare prijs tot een pakket diensten van een welbepaalde kwaliteit. En het is de spraaktelefoondienst die voor de meesten onder ons de concrete verwijzing vormt naar de wereld van de telecommunicatie. Met de liberalisering van de telecommunicatie op 1 januari 1998 zal de spraaktelefoondienst door verschillende marktoperatoren kunnen worden geleverd. Het is dus van belang om het gemeenschappelijke kader vast te stellen dat door de verschillende operatoren moet worden nageleefd opdat de te vervullen verplichtingen billijk zijn en de kwaliteit van de dienst die aan de consument wordt verstrekt, over het gehele grondgebied gelijk is. Dit is het doel van het besluit dat U heden wordt voorgelegd. Het besluit bepaalt dat de levering van de spraaktelefoondienst onderworpen is aan de toekenning van een individuele vergunning aan de operator die deze dienst wenst aan te bieden. Om die vergunning te krijgen moet de operator het bewijs leveren van zijn financiële en technische capaciteit. Hij zal een zeker aantal algemene verantwoordelijkheden op zich moeten nemen inzake aansluiting van eindapparatuur en interconnectieovereenkomsten met andere operatoren. Een operator moet over zijn eigen schakelcapaciteit beschikken en moet de transmissie verzekeren over zijn eigen infrastructuur of over huurlijnen. Het besluit stelt tevens verplichtingen op inzake permanentie en kwaliteit van de dienst, bescherming van gegevens en abonnees, alsook de naleving van technische normen en specificaties. De tekst specificeert bovendien een zeker aantal bepalingen inzake nummering. De operator met een sterke marktpositie zal vanaf 1 januari 1998 aan zijn klanten een functionaliteit moeten bieden die selectie van de transporteur per oproep wordt genoemd. Die functionaliteit die de abonnee de mogelijkheid biedt om het net te kiezen waarlangs hij zijn internationale communicatie of lange-afstandsgesprekken wil laten verlopen zal op 1 januari 2000 worden aangevuld met de preselectie van de transporteur waarmee automatisch een lange-afstandstransporteur kan worden gekozen, zonder dat deze de transporteur is van het lokale net waarop men geabonneerd is en zonder een toegangscode te moeten vormen voor elke oproep. Een spraaktelefoondienst is ondenkbaar zonder de beschikbaarstelling van een gepaste telefoongidsdienst; de operatoren moeten de uitgevers van telefoongidsen dus de gegevens verstrekken die betrekking hebben op hun abonnees. De individuele vergunning zal worden toegekend tegen betaling van een enig recht voor de uitreiking ervan en van een jaarlijks recht voor beheer en controle. Er is geopteerd voor het behoud van het bedrag van die rechten op een betrekkelijk bescheiden niveau om het verschijnen van nieuwe operatoren op de markt niet te belemmeren. Het toezicht op de naleving van de vergunning houdt in dat de operator een zeker aantal inlichtingen verstrekt aan het controleorgaan. Het besluit voorziet in mogelijkheden voor de wijziging van de vergunning en in geval van niet-naleving van de bepalingen van de vergunning, in de schorsing of intrekking ervan. Het besluit behandelt ook de kwestie van de naleving door de operatoren op de markt van de verplichtingen inzake universele dienstverlening, het versturen van gesprekken naar de nummers van de spoeddiensten alsook inzake de samenwerking met de ombudsdienst voor telecommunicatie, de medewerking met wetenschappelijk onderzoek en de beschikbaarstelling van informatietechnologieën aan sommige groepen van gebruikers. Het derde hoofdstuk van het besluit verduidelijkt de procedure die zal gelden voor de uitreiking, aanpassing of overdracht van de vergunning. Deze procedure stemt overeen met de bepalingen die op Europees niveau zijn vastgesteld. Om net als de overige operatoren te worden behandeld zal ook Belgacom een vergunning moeten krijgen voor de levering van een spraaktelefoondienst. Artikelsgewijze commentaar Artikel 1 verduidelijkt de terminologie die in dit besluit wordt gebruikt. Artikel 2 omschrijft uitdrukkelijk het begrip bestek. De individuele vergunning dekt enkel het opzetten en exploiteren van een spraaktelefoondienst en doet geen afbreuk aan het recht van de operator om, overeenkomstig en binnen de grenzen van het toepasselijke regelgevingskader, alle overige telecommunicatiediensten aan te bieden. Artikel 3 legt aan de operator de verplichting op om bij de vergunningsaanvraag aan te tonen dat hij technisch, voornamelijk qua personeel, economisch en financieel over de nodige middelen beschikt of kan beschikken zodat hij de voorwaarden die in dit bestek worden opgelegd, kan naleven. Artikel 4 legt een informatieplicht op van operator naar klant toe in verband met de reglementering van het gebruik van eindapparaten. Een algemene vaststelling is immers dat heel wat eindgebruikers niet op de hoogte zijn van het feit dat eindapparaten enkel mogen gebruikt worden op openbare telecommunicatienetwerken wanneer zij conform de essentiële eisen werden bevonden. Men spreekt in dit laatste geval van goedgekeurde eindapparatuur. De band tussen operator en klant is voor het verspreiden van deze reglementen een uiterst geschikt informatiekanaal. Wanneer een eindapparaat goedgekeurd is en niet valt onder de bepalingen van artikel 95 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten (het eindapparaat stemt dus overeen met het oorspronkelijk goedgekeurde type, het beantwoordt aan de van kracht zijnde specificaties, het veroorzaakt geen storingen, berokkent geen schade aan de openbare telecommunicatieinfrastructuur en betekent geen gevaar voor de gebruikers of het personeel van de operatoren en de voorwaarden waaronder de goedkeuring is verleend en die betrekking hebben op het gebruik waarvoor het eindapparaat is goedgekeurd, worden nageleefd), dan kan de operator zich niet verzetten tegen de aansluiting van dergelijk apparaat. In de praktijk zal deze bepaling voornamelijk van belang zijn voor de operatoren die de toegang tot de eindgebruiker controleren. Aangezien niet-goedgekeurde apparatuur of apparatuur die valt onder de bepalingen van artikel 95 van de wet de goede werking van het netwerk in het gedrang kan brengen, geeft dit artikel de operator de mogelijkheid om zich tegen het aansluiten van dergelijke apparatuur te verzetten. Bovendien kan de operator vragen om dergelijke apparatuur, indien ze reeds aangesloten is, af te koppelen. Is de klant onbereikbaar of weigert de klant op deze vraag in te gaan dan kan de operator de dienstverlening schorsen. De operator moet de klant natuurlijk op de hoogte stellen van de schorsing. Hierbij kan nog opgemerkt worden dat de operator ten allen tijde de controlediensten van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (het Instituut) op de hoogte kan brengen van het feit dat niet goedgekeurde apparatuur is aangesloten op zijn netwerk. Deze diensten kunnen dan optreden op grond van artikel 114, § 2 van de Wet. Als antwoord op de opmerking van de Raad van State, kan worden benadrukt dat de klant wiens eindtoestel afgekoppeld werd, beroep kan aantekenen bij de ombudsdienst. Artikel 5, § 1 legt, ter bescherming van de belangen van de eindgebruikers, de nadruk op het belang van het verzorgen van een eind-tot-eind kwaliteit van de dienst in geïnterconnecteerde netwerken en op het respect voor de reglementering van de bescherming van gegevens. Artikel 5, § 2 vereist dat de operator duidelijk maakt in het kader van interconnectie met een andere operator welke maatregelen hij voorzien heeft die de continuïteit van de dienst zullen verzekeren in geval de installaties of de infrastructuur die in normale omstandigheden de dienst verzorgen niet naar behoren functioneren. Artikel 5, § 3 voorziet een oplossing via de Kamer voor interconnectie, bijzondere toegang en gedeeld gebruik ingeval een interconnectie met een derde de goede werking van de dienst van de operator in het gedrang brengt en dit niet alleen wat betreft de aspecten vervat in de essentiële eisen, maar eveneens wat de hogere functies in het netwerk aangaat. Inzake interconnectie mag niet uit het oog verloren worden dat wanneer een operator zijn installaties wijzigt in die zin dat de geïnterconnecteerde operator gedwongen wordt zijn installaties eveneens te wijzigen, deze operatoren onderworpen zijn aan het koninklijk besluit tot regeling van de termijnen en principes die van toepassing zijn op de commerciële onderhandelingen die worden gevoerd om interconnectieakkoorden te sluiten. Artikel 6, § 1 verplicht de operator die de toegang tot de eindgebruiker controleert, te voorzien in interconnectie met andere spraaktelefoniediensten, hetzij direct, hetzij indirect, teneinde de abonnees van zijn dienst toe te laten elke andere abonnee, hetzij van dezelfde dienst, hetzij van een andere dienst in België of in het buitenland, hetzij van een aan het publiek aangeboden mobiele telefoondienst in België of in het buitenland te bereiken. De § 2 van artikel 6 behoeft geen commentaar. Overeenkomstig met de principes van ONP spraaktelefonie regelen de §§ 3 en 4 de levering van sommige aanvullende faciliteiten. De bedoeling van artikel 7 is dat de operator ervoor zorgt dat de dienst permanent operationeel is. Dit betekent niet dat er zich geen onderbrekingen of storingen kunnen voordoen. Dergelijke mankementen zijn immers onvermijdbaar. Het is de operator echter niet toegelaten de dienst te onderbreken bijvoorbeeld bij wijze van « pauze ». Artikel 8 regelt de verplichtingen in verband met de kwaliteit van de dienst. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een aantal grootheden, kwaliteitsindicators genoemd. Het Instituut bepaalt de gepaste definities en meetmethodes voor deze kwaliteitsindicators met het oog op een optimale afstemming van deze op de noden van de eindgebruikers. Eén van de informatiekanalen die het Instituut zal gebruiken om feedback te verkrijgen over de mate waarin bovenvermeld doel wordt bereikt is de operator zelf. Deze laatste moet de definities en meetmethodes jaarlijks evalueren in functie van hun nut voor de eindgebruiker en zijn bevindingen overmaken aan het Instituut. Het Instituut publiceert de door de operator te hanteren definities en meetmethodes bij het bepalen van de jaarlijkse waarden die moeten meegedeeld worden aan het Instituut. Deze van verschillende operatoren afkomstige, maar door het gebruik van zelfde definities en meetmethodes vergelijkbare waarden, worden door het Instituut jaarlijks gepubliceerd teneinde de eindgebruikers de mogelijkheid te bieden een meer gefundeerde keuze te maken tussen de verschillende operatoren. Weliswaar worden slechts de waarden van de operatoren die reeds 18 maanden commerciële activiteit achter de rug hebben, gepubliceerd. Artikel 9, § 1 legt de operator de verplichting op om erop toe te zien dat de wettelijke bepalingen met betrekking tot de vertrouwelijkheid van de telefonische privé-gesprekken worden nageleefd. De operator is gemachtigd om alle nodige en redelijke maatregelen te nemen om die naleving te garanderen. Artikel 9, § 2 bepaalt dat de operator aan iedereen het recht waarborgt om hetzij kosteloos, hetzij tegen een redelijke prijs die door het BIPT is goedgekeurd, niet voor te komen op de lijsten die dienen voor de vervaardiging van telefoongidsen. Artikel 9, § 3 bepaalt dat de operator de gebruikers de kans moet geven om zich gratis te verzetten tegen de identificatie van hun nummer door de opgeroepen lijn. Artikel 9, § 4 verplicht de operator ertoe de nadere regels vast te stellen volgens dewelke een abonnee een eind kan maken aan de afleiding van oproepen naar zijn telefoonaansluiting. Artikel 9, § 5 stelt dat de operator in geval van kwaadwillige oproepen en op verzoek van het slachtoffer het nummer identificeert dat aan de oorsprong van die oproepen ligt. Hij neemt contact op met de houder van het nummer en verzoekt hem zijn manipulaties stop te zetten. Indien deze volhardt en de ombudsdienst het verzoek van het slachtoffer overeenkomstig artikel 43bis, § 3, 7° van de wet inwilligt, deelt de operator aan de klant de identiteit en het adres mee van de houder van het nummer van waaruit de kwaadwillige oproepen tot stand worden gebracht. Als antwoord op het advies van de Raad van State wordt erop gewezen dat die voorwaarden geïnterpreteerd moeten worden als de beschrijving van de manier waarop de feiten worden vastgesteld, zoals bepaald door de a) van de 7° van § 3 van artikel 43 van de Wet. Artikel 10 bepaalt dat, ter bescherming van de belangen van de eindgebruiker, goedgekeurde eindapparatuur binnen de voorwaarden bepaald door goedkeuringsspecificaties, probleemloos toegang moet kunnen nemen tot de dienst ongeacht het openbare telefoonnet waar het op aangesloten wordt wanneer het Instituut dit nodig acht. De samenwerking tussen het Instituut en de operator die de toegang tot de eindgebruiker controleert, heeft tot doel in die gevallen de gewenste overdraagbaarheid te bereiken. Deze samenwerking houdt onder andere ook in dat de operator die de toegang tot de eindgebruiker controleert noodzakelijke informatie zoals de netwerkspecificaties ter beschikking stelt van het Instituut en dit reeds bij de aanvraag voor het bekomen van een individuele vergunning voor spraaktelefonie. Artikel 11, §1 bepaalt dat de operator wat de door hem gewenste nummers betreft, gebonden is aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan sluiten betreffende het beheer van het nummeringsplan. Voor de toekenning van bijzondere nummers of een nummercapaciteit aan bepaalde klanten, mag de operator aan deze klanten een bijzondere retributie vragen die op de kosten gebaseerd is. Het tijdschema van artikel 11, § 2 stemt overeen met de ontwerprichtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 1998 tot wijziging van Richtlijn 97/33/EG voor wat betreft nummerportabiliteit tussen exploitanten en carriervoorkeuze. Artikel 12 regelt in § 1 de rechten die verschuldigd zijn voor de uitreiking van de vergunning, dat wil zeggen het eigenlijke opstellen van de tekst van de vergunning. In § 2 wordt het jaarlijks recht vastgesteld. Dit artikel moet gelezen worden in samenhang met artikel 31. In dit artikel wordt de som bepaald die door de aanvrager voor de analyse van het dossier moet worden betaald. Artikel 13 bepaalt dat de operator wat de uitgave van een telefoongids betreft gebonden is aan de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de voorwaarden tot vervaardiging, uitgave en verspreiding van de telefoongidsen, dat verplichtingen invoert voor zowel de operatoren als de uitgevers van telefoongidsen. Artikel 14 legt de operator de verplichting op om het Instituut regelmatig de nodige gegevens ter beschikking te stellen zodat het Instituut kan nagaan of de operator voldoet aan de bepalingen van zijn vergunning Het representatief staal waarvan sprake in § 4 van dit artikel kan bestaan uit bijvoorbeeld een gratis krediet of een gratis aansluiting. De manier waarop de operator het representatief staal ter beschikking stelt van het Instituut, wordt door het Instituut en de operator onderling afgesproken. Artikel 15, §1 verwijst naar artikel 109ter, § 4 van de Wet. Artikel 15, § 2 garandeert dat interconnectie-overeenkomsten tussen operatoren die aangemerkt zijn als organisaties met een sterke machtspositie voorzien in het behoud van de mogelijkheid van selectie van de transporteurs. Artikel 15, § 3 moet gelezen worden in samenhang met de artikelen 6, § 4, 9, § 3 en 22, §§ 2 en 3 dewelke zonder deze bepaling zinloos zouden zijn. De Wet heeft de mogelijkheid ingevoerd om tussen de actoren binnen de telecommunicatiesector een differentiatie te maken inzake hun recht op interconnectie. Die differentiatie is gebaseerd op de aard van de actor : operator van een openbaar net, operator inzake spraaktelefonie, leveranciers van andere diensten. Om elke operator inzake spraaktelefonie in staat te stellen om te interconnecteren onder de voorwaarden waarop hij recht heeft, bepaalt artikel 15, § 4 dat de individuele vergunning zijn rechten en plichten terzake moet verduidelijken, waarbij rekening wordt gehouden met de dekkingszone van zijn dienst. Daar een operator inzake spraaktelefonie tevens een operator van een openbaar net kan zijn, moet zijn vergunning preciseren dat voor de door zijn netwerkvergunning gedekte zones, hij recht zal hebben op een interconnectie die gebaseerd is op die hoedanigheid voor zover die voordeliger is. Artikel 16 behoeft geen commentaar. Wat artikel 17 betreft spreekt het voor zich dat de naleving van verplichtingen die aan de operator in dit bestek worden opgelegd, niet in het gedrang gebracht mag worden door contracten die de operator afsluit met ondernemingen die zich ertoe verbinden zijn diensten te commercialiseren (zoals bijvoorbeeld bij « outsourcing »). Artikel 17 legt dan ook aan de operator de verplichting op om hierop toe te zien. Bovendien moet een kopie van een dergelijk contract aan het Instituut worden bezorgd zodat deze kan nagaan of de bepalingen van het bestek inderdaad kunnen nageleefd blijven. Artikel 18 behandelt de periode voor dewelke de vergunning geldt. Na afloop van de eerste periode van 15 jaar is een stilzwijgende verlenging voor 10 jaar mogelijk. Indien de operator of de Minister willen afzien van deze verlenging kunnen zij ten laatste 2 jaar voor de beëindiging van de eerste periode al naargelang de Minister of de operator hiervan op de hoogte brengen. De Minister kan deze beslissing slechts treffen rekening houdend met de naleving door de operator van het bestek en de vergunning. Als antwoord op het advies van de Raad van State inzake de elementen waarmee de Minister rekening moet houden om de hernieuwing van de vergunning te weigeren, is het woord « met name » behouden om de Minister de mogelijkheid te geven om op dat moment rekening te houden met onder andere de omstandigheden, vermeld in artikel 29, § 2. Artikel 19 behandelt de sancties in geval van niet-naleving van de vergunning. Nadat het Instituut de inbreuk heeft vastgesteld, hoort het de operator en maant deze in voorkomend geval aan om binnen een termijn die het Instituut bepaalt, de tekortkomingen te verhelpen. Het Instituut stelt de operator ook op de hoogte van de boete die deze zal moeten betalen wanneer de overtreding blijft bestaan. Die boete wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 109quater, § 2 van de Wet en kan dus gaan van 0,5 % tot 5 % van de omzet van de operator in de sector waarop de overtreding betrekking heeft. Indien de operator zich niet naar het verzoek van het Instituut voegt, legt dit, na de operator te hebben gehoord, de vooropgestelde sanctie op. De beslissing van het Instituut moet worden genomen voor het einde van de maand die volgt op de dag waarop de in § 1 van artikel 19 vastgestelde termijn verstrijkt. De beslissing wordt binnen een week aan de operator meegedeeld. Indien de operator in de maand die op de mededeling volgt nog steeds in gebreke blijft, kan de Minister op advies van het Instituut hetzij de vergunning schorsen, hetzij de vergunning intrekken. Uiteraard zal de Minister vooraleer hij tot een dergelijke beslissing overgaat, de betrokken operator horen. De strafsancties waarin artikel 114 van de Wet voorziet kunnen echter cumulatief toegepast worden met de sancties van dit artikel. Artikel 20 bepaalt dat de operator als enige aansprakelijk is tegenover zijn klanten voor fouten bij het leveren van de dienst. Deze bepaling beoogt de klanten te beschermen in die zin dat een klant die geconfronteerd wordt met een slecht functionerende dienst zich rechtstreeks tot zijn operator kan wenden en van deze een schadevergoeding kan verkrijgen. Indien deze operator niet of niet geheel verantwoordelijk is voor de verstoring van de dienstverlening kan hij de schadevergoeding die hij aan zijn klant heeft betaald, geheel respectievelijk gedeeltelijk verhalen op diegene die verantwoordelijk is voor de betreffende fout. Als antwoord op het advies van de Raad van State geeft deze maatregel wel degelijk uitvoering aan de bepalingen van Hoofdstuk IXter van Titel III van de Wet, gewijd aan de bescherming van de gebruiker en in het bijzonder artikel 105octies, gewijd aan de regelingen voor schadeloosstelling. Artikel 20, § 2 legt de operator de verplichting op om een klachtendienst op te richten. Deze dienst is eenvoudig en gratis bereikbaar voor zijn klanten. Voor klanten van een andere operator mag de toegankelijkheid van deze dienst aan voorwaarden onderworpen worden. De §§ 3 en 4 behoeven geen commentaar. Artikel 21 herinnert de operator aan de verplichtingen en mogelijkheden inzake universele dienstverlening. Artikel 22 geeft aan welke nooddiensten gratis toegankelijk moeten zijn. Teneinde misbruiken en misverstanden bij het oproepen van dergelijke nummers te voorkomen, kan het Instituut nooddiensten aanwijzen die bij oproep de oproeper kunnen identificeren. Artikel 23 § 1 bepaalt dat de operator een persoon aanwijst die verantwoordelijk is voor de betrekkingen met de ombudsdienst voor telecommunicatie. Artikel 23 § 2 bepaalt dat de operator in overeenstemming met de ombudsdienst, zijn klanten inlicht over de mogelijkheden tot beroep bij die dienst. Artikel 23, § 3 verduidelijkt dat de operatoren met de ombudsdienst een akkoord moeten sluiten om hun samenwerking te regelen. Artikel 24 is de uitvoering van artikel 87, s) van de Wet van 21 maart 1991. Het bepaalt dat van de jaaromzet inzake spraaktelefonie 0,70 % gaat naar onderzoek en ontwikkeling, 0, 15 % ten goede komt aan de terbeschikkingstelling van informatietechnologieën in KMO's en 0,15 % aan jongeren en sociaal minder begunstigden.Bijgevolg moeten de operatoren 1 % van hun jaaromzet aanwenden om de algemene ontwikkeling van de informatiemaatschappij zo harmonieus mogelijk te laten verlopen. Deze bepaling beoogt in feite dat, in een geest van partnership met de ondernemingen, een driedubbele waarborg zou geconcretiseerd worden : - in de eerste plaats, de waarborg dat de liberalisering van de markt zal gebeuren met eerbiediging van de consumentenbelangen. Dit houdt in dat, door onderzoek en ontwikkeling, de operatoren elk op hun niveau, een blijvend proces op gang brengen en verderzetten voor de verbetering van hun producten en diensten, in aansluiting op de behoeften en verwachtingen van de consumenten; - vervolgens past het te waken over een harmonieuze spreiding van de economische weerslag van de ontwikkeling van de telecommunicatiesector. Met andere woorden, de kleine en middelgrote ondernemingen, als belangrijke vector bij de tewerkstellingsontwikkeling, mogen het slachtoffer niet zijn van een verstoord evenwicht of van vertragingen bij de toegang tot de integratie van de diensten die voortvloeien uit de informatietechnologieën; - tenslotte zou het ondenkbaar en onaanvaardbaar zijn dat de liberalisering van de telecommunicatiemarkt zou leiden tot een verscherping van de sociale uitsluiting. Daarom, teneinde een dergelijke perverse weerslag te voorkomen, zal elke operator in zijn bewerkingen een sociale dimensie moeten inbouwen om het verwekken van sociaal onrecht te vermijden. Deze dimensie zal gericht zijn op de toegang van kwetsbare sociale groepen tot de informatiemaatschappij. Als antwoord op het advies van de Raad van State moet worden benadrukt dat andere Europese landen soortgelijke bepalingen in hun reglementering opnemen. Artikel 25 heeft betrekking op de reciprociteit van de interconnectierechten van binnenlandse operatoren ten overstaan van buitenlandse operatoren. Als antwoord op het advies van de Raad van State is verduidelijkt dat de internationale overeenkomsten die België ondertekend heeft, uiteraard zullen worden nageleefd. De leden 2 en 3 van artikel 25 specificeren de nadere regels volgens dewelke het Instituut de gelijke behandeling van Belgische en buitenlandse operatoren zal nagaan op gebied van interconnectie, onder andere via het onderzoek van de verdeel- en ontvangsttaksen. Artikel 26 bepaalt het principe van dit bestek : een spraaktelefoondienst kan enkel uitgebaat worden indien men over een rechtsgeldige individuele vergunning beschikt. Artikel 27 bepaalt de nadere regels die betrekking hebben op het aanvragen van de vergunning. In § 1 wordt vastgesteld wie de vergunning kan aanvragen terwijl § 2 de formele regels van de aanvraag vastlegt. In § 3 wordt bepaald welke informatie de aanvraag moet bevatten. Artikel 28 bepaalt de procedure die wordt gevolgd na het indienen van de aanvraag : 1. het Instituut onderzoekt het dossier;2. binnen een termijn van 60 dagen formuleert het Instituut een aanbeveling;3. deze aanbeveling wordt overgemaakt aan de aanvrager en aan de Minister;indien de aanbeveling gunstig is neemt zij de vorm aan van een ontwerp-vergunning; 4. de Minister neemt binnen de 30 dagen na ontvangst van de aanbeveling een beslissing.Hij is niet gebonden door het advies van het Instituut. Bij punt 2 moet opgemerkt worden dat deze termijn wordt geschorst indien het Instituut van oordeel is dat het dossier onvolledig is of wanneer bijkomende inlichtingen noodzakelijk zijn. Deze schorsing kan hoogstens 30 dagen duren. Indien het dossier binnen deze periode niet vervolledigd of verduidelijkt is, wordt de aanvraag geweigerd. Als antwoord op het advies van de Raad van State wordt erop gewezen dat richtlijn 97/13/EG inzake vergunningen in een mogelijkheid voorziet om de termijn in gerechtvaardigde gevallen uit te breiden tot vier maanden. Een verlenging van de termijn voor de spraaktelefonie wordt gerechtvaardigd door het belang van die dienst, zowel voor de residentiële consument als voor de professionele gebruiker en door het feit dat het belangrijk is te verhinderen dat onbetrouwbare operatoren hun intrede doen op de markt, hetgeen een grondig onderzoek van de kandidatuurdossiers rechtvaardigt. In elk geval is de termijn van vier maanden een maximumtermijn die enkel maar in gerechtvaardigde gevallen zal worden toegepast. Als antwoord op het advies van de Raad van State wat artikel 29 betreft, wordt erop gewezen dat de verwijzing naar de vrijwaring van een onvervalste marktstructuur behouden is omdat die betekent dat het industriële project dat door de kandidaat-operator wordt voorgesteld, verenigbaar moet zijn met de mededingingsregels die door het Verdrag en de nationale reglementering zijn uitgevaardigd. Artikel 30 legt de regels vast waaraan de operator moet voldoen bij een wijziging van zijn vergunning. Een dergelijke wijziging dringt zich immers op bij elke wijziging van de dienst. De Minister heeft de mogelijkheid om, op voorstel van het Instituut, de vergunning eenzijdig te wijzigen indien een wijziging nodig is om aan de bepalingen van de artikelen 107 (toegang tot huurlijnen) en 108 (publicatie van de technische kenmerken) van de wet te voldoen. Artikel 31 werd reeds behandeld bij de bespreking van artikel 12. Het behoeft geen verdere commentaar. Artikel 32 behoeft geen commentaar. Artikel 33 voert de mogelijkheid in tot afwijkingen op grond van behoorlijk door de operator gemotiveerde rechtvaardigingen die bovendien beperkt zijn tot technische of economische overwegingen, tot bepalingen met betrekking tot faciliteiten, tot de identificatie van nummers, tot het doorschakelen van oproepen, tot carrierkeuze en carriervoorkeuze. In verband met dit laatste punt en als antwoord op het advies van de Raad van State, staat artikel 1, § 4 van de ontwerprichtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 1998 tot wijziging van richtlijn 97/33/EG wat betreft nummeroverdraagbaarheid en carriervoorkeuze een afwijking toe wanneer die verplichtingen voor bepaalde organisaties een buitensporige last zou veroozaken, waarbij de Commissie aan de Raad van 1 december 1997 verduidelijkt heeft dat die last zowel technisch als financieel kon zijn : het laatste lid van paragraaf 2 van artikel 11 is behouden met uitzondering van een aanpassing die erop gericht is de kwestie van een subdelegatie te regelen en van een andere aanpassing bedoeld om rekening te houden met de economische overweging. De artikelen 34 en 35 regelen het stelsel voor de toekenning van machtigingen voor Belgacom en voor de operatoren die over een voorlopige spraaktelefoonvergunning beschikken welke op grond van de ministeriële omzendbrief van 5 december 1997 is afgegeven. De artikelen 36 en 37 behoeven geen commentaar. Als antwoord op het advies van de Raad van State wat betreft het volume van de informatie die wordt gevraagd in de bijlage tot vaststelling van de vorm en de inhoud van de aanvragen voor een individuele vergunning, zij erop gewezen dat de ervaring met de procedures voor de toekenning van voorlopige vergunningen het belang aantoont om over al die inlichtingen te beschikken en dat vooral voor de kandidaat-operator die op die manier verplicht is om de aard, de omvang en de implicaties van zijn industrieel project beter te verduidelijken. Er is tegemoetgekomen aan alle opmerkingen van de Raad van State met uitzondering van die welke in het Verslag aan de Koning becommentarieerd zijn. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar De Minister van Telecommunicatie E. DI RUPO ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, vierde Kamer, op 12 januari 1998 door de Minister van Telecommunicatie verzocht hem, binnen een termijn van ten hoogete een maand, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende het bestek van toepassing op de spraaktelefoondienst en de procedure inzake de toekenning van individuele vergunningen", heeft op 11 maart 1998 het volgende advies gegeven : Algemene opmerking Overeenkomstig artikel 2, lid 4, en artikel 3, vijfde alinea, van richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatiediensten, is van het ontwerp kennis gegeven aan de Commissie die haar opmerkingen bij brief van 18 december 1997 heeft meegedeeld. De afdeling wetgeving kan echter niet anders dan vaststellen dat daarmee geenszins rekening is gehouden in de tekst van het ontwerp dat haar op 12 januari 1998 is voorgelegd, wat de gemachtigde ambtenaar trouwens heeft bevestigd. Bijzondere opmerkingen Opschrift Teneinde het opschrift in overeenstemming te brengen met de bewoordingen van artikel 87, § 2, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, ingevoegd door de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die inzake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten, welk artikel de rechtsgrond van het ontworpen besluit vormt, wordt voorgesteld om in plaats van "betreffende" "tot vaststelling van" te schrijven en in de Franse tekst het woord "licences" te vervangen door het woord "autorisations". Deze opmerking geldt tevens voor de bijlage bij het ontworpen besluit. Aanhef Eerste lid In plaats van te verwijzen naar de wijzigingsrichtlijn, behoort de oorspronkelijke richtlijn te worden vermeld (1). Er behoort ook te worden verwezen naar het precieze artikel van die tekst met toepassing waarvan het ontworpen besluit wordt uitgevaardigd. Het lid zou dan ook als volgt moeten worden gesteld : « Gelet op richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatiediensten, inzonderheid op artikel 4bis, ingevoegd door richtlijn 96/19/EG van de Commissie van 13 maart 1996;". Tweede lid Er behoort te worden geschreven : "inzonderheid op artikel 87, vervangen bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die inzake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten" in plaats van "inzonderheid op artikel 87, ingevoegd bij de wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven om het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen inzake vrije mededinging en harmonisatie op de markten voor telecommunicatiediensten, die voortvloeien uit de van kracht zijnde richtlijnen van de Commissie van de Europese Gemeenschap". Zesde lid (nieuw) Er dient een als volgt luidend nieuw lid te worden ingevoegd : « Gelet op het advies van de Europese Commissie;". Zesde lid (dat het zevende en het achtste lid wordt). Wanneer wordt gevraagd dat het advies binnen een termijn van een maand wordt gegeven, behoren de twee volgende leden in de aanhef te worden opgenomen (2) : « Gelet op het besluit van de Ministerraad van (datum vermelden) over de aanvraag om een binnen de termijn van een maand te geven advies; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 11 maart 1998, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;". Bepalend gedeelte Voorafgaande opmerkingen Wat de nummering betreft van de hoofdstukken en afdelingen, alsook het opschrift ervan, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen : 1. In het Nederlands worden alle hoofdstukken en afdelingen genummerd met hoofdtelwoorden in Romeinse cijfers.Deze regel geldt ook voor het Frans, met uitzondering weliswaar van hoofdstuk I en afdeling I, die als "Chapitre premier" en "Section première" moeten worden aangeduid. 2. Men dient erop toe te zien dat de opschriften van hoofdstukken en afdelingen bij elkaar aansluiten.Men dient ofwél te opteren voor het gebruik van het bepaald lidwoord (zoals bijvoorbeeld in hoofdstuk II, afdelingen 7 tot 10, 12, 14 tot 16, 19 en 20) ofwél af te zien van het gebruik van het bepaald lidwoord (zoals in hoofdstuk II, afdelingen 1 tot 6, 11, 13, 17 en 18), en zich ervoor te hoeden die beide werkwijzen door elkaar te gebruiken. In het Nederlands is het gebruikelijk geen bepaalde lidwoorden te bezigen. 3. Men behoort ervoor te zorgen dat de opschriften van de afdelingen in hoofdstuk II zo goed mogelijk overeenstemmen met de bewoordingen van artikel 87, § 2, tweede lid, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en er op zijn minst op toe te zien dat de bewoordingen van die opschriften stroken met de teneur van de bepalingen die in het voormelde artikel 87, § 2, tweede lid, staan.Zo bijvoorbeeld zou het opschrift van afdeling 9 van hoofdstuk II moeten luiden : verschaffing van de nodige inlichtingen voor de samenstelling van de universele telefoongids in plaats van : De levering van de nodige inlichtingen voor de samenstelling van telefoongidsen waaronder de universele telefoongids. 4. Voorgesteld wordt ervoor te zorgen dat de volgorde van de afdelingen in hoofdstuk II overeenstemt met de volgorde van de bepalingen in de punten a) tot t) van het voormelde artikel 87, § 2, tweede lid.Zo zou afdeling 14 (die overeenstemt met punt m) van het voormelde artikel 87, § 2, tweede lid) moeten voorafgaan aan afdeling 13 (die overeenstemt met punt n) van het voormelde artikel 87, § 2, tweede lid). Artikel 1 De definitie die in onderdeel 3° wordt gegeven, hoort veeleer vooraan in hoofdstuk II thuis. Het eerste artikel van dat hoofdstuk zou kunnen bepalen dat het bestek alle voorwaarden bevat waaraan een persoon moet voldoen om een vergunning voor de exploitatie van een spraaktelefoondienst te kunnen verkrijgen. Artikel 2 Er wordt voorgesteld dit artikel te laten vervallen. Het tweede lid bevat immers geen enkele nieuwe regel en de in het eerste lid vervatte bepaling kan worden opgenomen in de definitie van de individuele vergunning die in artikel 1, 6°, wordt gegeven. Als dit artikel vervalt, dient men het opschrift van hoofdstuk I, namelijk "Algemeen", te wijzigen in "Definities" en behoort de opdeling van dat hoofdstuk in afdelingen te vervallen. Artikel 4 Over deze bepaling kan men in de commentaar van de Europese Commissie op het onderhavige ontworpen koninklijk besluit het volgende lezen : « L'article 4 du projet d'arrêté permet à l'opérateur de suspendre la fourniture du service à un utilisateur qui aurait connecté au réseau public un équipement non agrée. L'article 13, § 1er, de la directive amendant la directive 95/62/CE prévoit une telle éventualité, mais dispose qu'une procédure spécifique "d'urgence" doit être mise en oeuvre par l'ARN dans ce type de cas, "sans préjudice de la procédure de règlement national des litiges prévue a l'article 26 paragraphe 1er". Cette procédure doit prévoir "un processus de décision transparant et respectant le droit des parties". Ni la Loi telle que modifiée par le projet de loi ni le projet d'arrêté, ne semblent toutefois prévoir une telle procédure, nécessaire pour permettre à l'utilisateur concerns, de faire entendre son point de vue, le cas échéant. » Artikel 13, lid 1, waarvan hierboven sprake is, is artikel 13 van het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat (ter vervanging van richtlijn 95/62/EG van het Europees Parlement en de Raad), waarvan lid 1, eerste alinea, als volgt luidt : « Onverminderd de procedure voor de beslechting van geschillen op nationaal niveau overeenkomstig artikel 26, punt 1), beschikken de nationale regelgevende instanties over procedures om situaties het hoofd te bieden waarin organisaties die vaste openbare telefoonnetwerken en/of vaste openbare telefoondiensten aanbieden, of althans die organisaties die spraaktelefoniediensten aanbieden en die een aanzienlijke macht op de markt bezitten of overeenkomstig artikel 5 zijn aangewezen en een aanzienlijke macht op de markt hebben, maatregelen nemen zoals onderbreking, beëindiging, aanzienlijke wijziging of beperking van de dienst op zijn minst ten aanzien van organisaties die telecommunicatienetwerken en/of diensten leveren. » Het interne recht zal moeten worden herzien teneinde rekening te houden met deze nieuwe bepaling van gemeenschapsrecht, die zeer binnenkort zal worden aangenomen. Overigens dienen in het eerste lid de woorden "is verplicht om... op de hoogte te brengen" te worden vervangen door de woorden "brengt... op de hoogte", overeenkomstig de formulering van artikel 3. Artikel 5 1. In paragraaf 1 schrijve men : "De operator neemt de maatregelen die hij in zijn interconnectieovereenkomsten vermeldt teneinde de naleving van de essentiële eisen te garanderen,... » . 2. Vooraan in paragraaf 2 schrijve men "De operator" in plaats van "Hij".3. Paragraaf 3, waarin aan het Instituut de bevoegdheid wordt opgedragen de operator te machtigen zijn interconnectie met een derde te schorsen, strookt niet met de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Krachtens artikel 75, § 8, van die wet kan het Instituut immers alleen als bemiddelaar optreden in geval van geschillen tussen personen die telecommunicatienetwerken exploiteren of telecommunicatiediensten aanbieden. Overigens wordt in artikel 79ter, § 2, van dezelfde wet, aan de "Kamer voor Interconnectie, bijzondere toegang en gedeeld gebruik" de bevoegdheid toegekend een administratieve beslissing te nemen bij geschillen inzake interconnectie. Artikel 79ter, paragraaf 4, van de voormelde wet bepaalt dat "(de Kamer) in geval van een zware en onmiddellijke inbreuk op de voorschriften die de telecommunicatiesector regelen...(,) na de betrokken partijen te hebben gehoord(,) bewarende maatregelen (kan) opleggen met name met het oog op de garantie van de continuïteit van de werking van de telecommunicatiediensten". Ten slotte bepaalt artikel 109ter, § 5, van de voornoemde wet dat de betrokken partijen een overeenkomst betreffende de interconnectie sluiten. In principe staat het dan ook aan de partijen de voorwaarden te regelen waarop een interconnectie kan worden geschorst. De Koning kan weliswaar, ofwel op basis van artikel 87, § 2, tweede lid, k), ofwel op basis van artikel 109ter, § 5, van de wet clausules vaststellen die zeker in die interconnectieovereenkomsten moeten voorkomen. Hij kan dan ook eisen dat die overeenkomstenregels bevatten die gelden voor de schorsing van de interconnectie als die de goede werking van de dienst of de naleving van de "essentiële eisen" in het gedrang brengt. Het ontworpen artikel 5, § 3, behoort dan ook te worden opgesteld op basis van de wettelijke bepalingen waaraan hierboven herinnerd is en de vorm aan te nemen van een verplichting die de operator in de interconnectieovereenkomsten die hij met derden sluit, moet naleven. Artikel 6 1. In paragraaf 1, tweede lid, hebben de woorden "of overeenkomstig de contractuele... bepalingen" tot gevolg dat de verplichting die in het eerste lid van dezelfde paragraaf vervat zit, zinloos wordt wanneer de operator zulk een sterke marktpositie heeft dat hij in staat is zijn contractuele voorwaarden aan de gebruikers op te dringen. 2. De Europese Commissie heeft op de ontworpen paragraaf 3 de volgende commentaar gegeven : « L'article 6, paragraphe 3, du projet d'arrêté impose à tous les operateurs de téléphonie vocale la fourniture de la numérotation au clavier et, sur Bemande, de la facturation détaillée et de l'interdiction sélective des appels sortants.Aux termes de l'article 14, paragraphe 1er, de la directive amendant la directive 96/62/CE, files Etats Membres peuvent designer un ou plusieurs operateurs pour fournir ces compléments de service (...). Toutefois, l'imposition de telles obligations à tous les operateurs, y compris aux nouveaux entrants, pourraît être contraire au principe de proportionnalité. » De Raad van State merkt op dat aan die kritiek geen gevolg is gegeven. 3. In paragraaf 4, eerste lid, worden aan de operator die als een organisatie met een sterke marktpositie is aangemerkt bijzondere verplichtingen opgelegd, maar het tweede lid stelt het Instituut in staat een afwijking toe te staan. Artikel 87 van de voormelde wet voorziet niet in de mogelijkheid om afwijkingen toe te staan van de door de Koning in het bestek vastgelegde algemene voorwaarden. A fortiori kan een subdelegatie in die zin aan het Instituut niet worden aanvaard. Deze opmerking geldt ook voor de artikelen 9, §§ 3 en 4, en 11, § 2, tweede lid. Bovendien is het tweede lid aldus gesteld dat de operator zelf zou moeten oordelen of voldaan is aan de voorwaarden die voor zulk een afwijking gelden. Artikel 6, paragraaf 4, tweede lid, dient dan ook te vervallen. Afdeling 4 Het is niet raadzaam deze afdeling in twee onderafdelingen op te splitsen. Artikel 8 Paragraaf 2 zou beter als volgt worden gesteld : « § 2. De operator wiens dienst sedert 18 maanden of langer commercieel geopend is, deelt jaarlijks uiterlijk op 31 januari de waarden mee die tijdens het voorgaande jaar bereikt zijn voor de kwaliteitsindicatoren bedoeld in artikel 105sexies, § 4, van de wet. Het Instituut bepaalt de vorm van die mededelingen en zorgt voor de publicatie ervan. » Artikel 9 De ontworpen paragraaf 5, eerste lid, strookt niet met artikel 43bis, § 3, 7°, van de voormelde wet, doordat hij in een andere procedure voorziet dan die welke deze wetsbepaling voorschrijft. Men dient zich aan de wetsbepaling te houden. Artikel 9, paragraaf 5, dient te vervallen. Artikel 10 In paragraaf 2, tweede lid, schrijve men gewoon : "De overdraagbaarheid houdt een gemakkelijker toegang in tot de dienst,... ». Artikel 11 In paragraaf 1 moet men uiteraard de datum vermelden van het koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan dat voor of uiterlijk tegelijk met dit besluit moet worden bekendgemaakt. Artikel 12 De Europese Commissie heeft in haar commentaar verscheidene opmerkingen gemaakt over de artikelen 12 en 13 van dit ontwerp. Die opmerkingen zijn de volgende : « Ces dispositions semblent conformes à celles de l'article 11 de la directive 97/13/CE. Toutefois, aux termes de l'article 11, paragraphe 1er, de cette directive, il est précisé, que "les taxes applicables à une licence individuelle sont proportionnelles au volume de travail requis (...)". En tout état de cause, les articles 12 et 31 du projet d'arrêté ne distinguent pas le cas des opérateurs puissants ou opérateurs soumis à une obligation de fourniture du service universel, lesquels sont néanmoins soumis à nombre d'obligations supplémentaires, dont le contrôle devrait occasionner une charge de travail supplémentaire. L'application effective de la disposition susmentionnée de la directive 97/13/CE devrait entraîner l'imposition de redevances d'un montant inférieur pour les opérateurs qui ne sont ni puissants, ni opérateurs de service universel. Des clarifications sur ce point seraient nécessaires. En outre, afin de refléter effectivement la charge de travail occasionnée par la gestion et le contrale de la licence concernée lors de la premiere année d'autorisation, des dispositions similaires à celles prévues à l'article 16, paragraphe 2, du projet d'arrêté royal (relatif) aux conditions d'installation et de l'exploitation de réseaux publics de télécommunications devraient être ajoutées, afin que le montant de la redevance annuelle prévue à l'article 12, paragraphe 2, de ce projet d'arrêté soit calculé, la première année, au pro rata temporis du nombre de mois restant dans l' année au cours de laquelle l'autorisation a été délivrée. Enfin, il devrait être précisé, à l'article 31 qu'une redevance pour l'analyse de la demande n'est pas due en cas de simple modification d'une licence déjà existante selon la procédure décrite à l'article 30 de ce projet d'arrêté. A cet égard, la référence, au second paragraphe de cet article, aux modifications destinées à satisfaire aux conditions fixées à l'article 107 de la Loi telle que modifiée par le projet de loi (organismes puissants sur le marché des lignes louées) ne semble pas d'application, et devrait, par conséquent, être supprimée. En outre, la disposition selon laquelle la redevance annuelle déjà payée ne peut pas être remboursée en cas de cessation des activités, suspension ou retrait de la licence, pourrait ne pas être conforme aux termes de l'article 11, paragraphe 1er, de la directive 97/13/CE. » Met die opmerkingen is geen rekening gehouden. Artikel 13 1. Artikel 109ter van de voormelde wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten (3) luidt als volgt : « De in de artikelen 87 en 89, § 1, bedoelde personen zijn verplicht de abonneegegevens beschikbaar te stellen aan personen die een telefoongids vervaardigen, verkopen of verspreiden en hieromtrent verzoeken, onder billijke, redelijke en niet-discriminerende, technische, financiele en commerciele voorwaarden.De prijs van die abonneegegevens moet op de kosten gebaseerd zijn. Die voorwaarden moeten vóór de publicatie ervan door het Instituut zijn goedgekeurd. » Het eerste lid van het onderzochte artikel 13 behoort dan ook als overbodig te vervallen. 2. Het tweede lid behoort dienovereenkomstig te worden herschreven en voorts dient het koninklijk besluit houdende de voorwaarden tot vervaardiging, uitgave en verspreiding van de telefoongidsen (4) nader te worden bepaald door de datum ervan op te geven. Artikel 15 1. De redactie van paragraaf 1 is onbegrijpelijk, doordat niet is aangegeven waarvan de rechten en plichten inzake interconnectie afhangen.Bovendien heeft artikel 109ter, § 4, derde lid, waarnaar wordt verwezen, alleen betrekking op de organisaties met een sterke marktpositie. 2. Uit een oogpunt van verzorgd taalgebruik behoort paragraaf 3 te worden herschreven.De operator kan immers niet toezien op het "koninklijk besluit dat genomen is krachtens artikel 109ter, § 5, van de wet", waarvan sprake is in het begin van deze paragraaf. 3. In verband met paragraaf 4 geeft de Europese Commissie de volgende commentaar : « L'article 15, paragraphe 4, du projet d'arreté dispose que la licence "précise les droits et obligations en mattere d'interconnexion de l'opérateur, en tenant compte en particulier de la couverture de son service et les relations avec d'éventuels droits et obligations en mattere d'interconnexion liés à une autre autorisation".Cette disposition devra etre clarifiée. En tout état de cause, boute distinction opérée dolt 8tre basée sur des criteres objectifs et ne peut avoir d'effets discriminatoire. » Met die opmerking is geen rekening gehouden. Artikel 17 Eveneens uit een oogpunt van verzorgd taalgebruik schrijve men "het contract gesloten tussen hem en die onderneming of die ondernemingen" in plaats van "het contract met die ondernemingen". Artikel 18 Om zowel artikel 9, lid 4, van de voormelde richtlijn 97/13/EG als het algemene beginsel van de rechten van verdediging in acht te nemen, wordt voorgesteld de procedure als volgt aan te passen : 1° Na de betrokken operator te hebben gehoord, maant het Instituut hem aan de vastgestelde tekortkomingen te herstellen binnen een termijn van één maand en stelt het hem in kennis van de boete die hem kan worden opgelegd indien hij de voorwaarden niet nakomt.2° Indien de operator na afloop van de termijn van één maand nog steeds in gebreke is, legt het Instituut, na hem te hebben gehoord, de aangekondigde sanctie op, voor het einde van de tweede maand die volgt op de eerste ingebrekestelling.Het Instituut stelt de operator in kennis van zijn beslissing binnen een termijn van één week te rekenen vanaf de beslissing. 3° Indien de operator binnen de maand die volgt op de kennisgeving van de beslissing de tekortkomingen nog steeds niet heeft hersteld, kan het Instituut aan de minister voorstellen de vergunning te schorsen of in te trekken.Die schorsing of intrekking wordt uitgesproken door de minister, nadat hij de operator heeft gehoord. De in paragraaf 2 bepaalde mogelijkheid om bij de minister beroep aan te tekenen heeft geen zin. Het Instituut is immers een instelling van openbaar nut van categorie A, die door de minister vertegenwoordigd en beheerd wordt, zodat het hem toebehoort, behoudens delegatie, te beslissen om de in dit artikel bepaalde sancties op te leggen. Hij kan hoe dan ook niet de beroepsinstantie zijn die onafhankelijk is van de nationale regelgevende instantie, die genoemd wordt in artikel 9, lid 4, van de voormelde richtlijn 97/13/EG. De operatoren beschikken over de mogelijkheden van beroep waarin de gecoördineerde wetten op de Raad van State voorzien. Artikel 19 1. Gelet op artikel 9, lid 3, van de voormelde richtlijn 97/13/EG, krachtens hetwelk eenieder die aan de voorwaarden van het bestek voldoet, het recht (heeft) om een vergunning te ontvangen, behoren de woorden "met name" in het derde lid te vervallen. De weigering om de vergunning te verlengen, is een besluit met vergaande gevolgen voor de betrokkene, zodat hij op zijn minst in de gelegenheid moet worden gesteld om zijn oordeel te geven. Tegen die beslissing kan bij de Raad van State beroep worden ingesteld. 2. In het eerste lid zijn de woorden "die op basis van dit bestek wordt verleend" overbodig gezien de definitie die in artikel 1, 6°, wordt gegeven.Ze behoren dus te vervallen. 3. In het derde lid dient het woord "gemotiveerde" te vervallen omdat het overbodig is, rekening houdende met de wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Afdeling 15 De hoofdstukken IXter en X waarvan sprake is in het opschrift van die afdeling zijn vervat in Titel II van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Bijgevolg dient in dat opschrift "Titel II" in plaats van "Titel III" te worden geschreven. Artikel 20 Paragraaf 1 houdt een regeling inzake aansprakelijkheid in en geen maatregel die de naleving waarborgt van de bepalingen van de hoofdstukken IXter en X van titel II van de bovengenoemde wet. Die bepaling behoort dan ook te vervallen. Artikel 22 In paragraaf 1 behoort, om overeenstemming te bereiken met artikel 87, § 2, tweede lid, q), van de voormelde wet, geschreven te worden "het kosteloze versturen van oproepen naar de volgende noodoproepnummers : (die nummers dienen te worden vermeld met inachtneming van de volgorde van de natuurlijke getallen)" in plaats van "gratis toegang voor de gesprekken naar de hulpdiensten die aangegeven worden met de volgende oproepnummers :". Artikel 23 Paragraaf 1 (die het eerste lid wordt) behoort als volgt te worden geredigeerd : « Art.... De operator wijst in zijn diensten een persoon aan die belast wordt met de betrekkingen met de ombudsdienst voor telecommunicatie. » . Artikel 24 In haar commentaar schrijft de Europese Commissie het volgende : « A la lecture de l'article 24 du présent projet d'arrêté relatif à la contribution de l'opérateur à la recherche scientifique dans le domaine des télécommunications et à l'amélioration de l'accès à certaines catégories aux services de télécommunications (PME et jeunes et groupes sociaux défavorisés), la Commission confirme que l'imposition de telles obligations n'est conforme ni à l'article 3 de la directive 90/388/CEE amendée par la directive 96/19/CE, ni à la directive 97/13/CE, qui ne prévoient pas de conditions de cette nature. » In de ontworpen bepaling wordt geen rekening gehouden met die opmerking van de Commissie. Artikel 25 De Europese Commissie heeft de volgende commentaar gegeven bij het eerste lid van dat artikel : « L'article 25, 1er alinéa du projet d'arrêté subordonne l'obligation d'interconnexion avec un opérateur autorisé dans un autre Etat à une clause de réciprocité de traitement. Il est toutefois précisé que tout "refus de conclure un tel accord doit être préalablement approuvé par l'Institut". Une telle disposition semble contraire aux dispositions de l'article 6 de la directive 97/33/CE qui interdit toute discrimination pour ce qui est de l'interconnexion avec un opérateur autorisé dans un autre Etat membre. Le même principe de non-discrimination devrait, en principe, être appliqué aux opérateurs en provenance d'Etats tiers signataires des accords de l'OMC.... » . Voor het overige wordt in het ontwerp niets toegevoegd aan het bepaalde in artikel 109ter, § 6, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Die bepaling behoort dan ook te vervallen. Artikel 26 Uit een oogpunt van verzorgd taalgebruik behoort in de Franse tekst te worden geschreven "doit obtenir une autorisation" in plaats van "doit avoir une autorisation". Artikel 27 1. In paragraaf 1 zijn de woorden "behoudens andere internationale overeenkomsten" dubbelzinnig.Ze behoren te worden vervangen …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.