Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit tot vaststelling van het bestek van toepassing op de spraaktelefoondienst en de procedure inzake de toekenning van individuele verg

Kort samengevat

Dit Koninklijk besluit regelt de levering van spraaktelefoondiensten in België na de liberalisering van de telecommunicatiemarkt, door het vaststellen van een gemeenschappelijk kader voor operatoren en de procedure voor het verkrijgen van individuele vergunningen. Het zorgt ervoor dat de dienst voor iedereen toegankelijk is tegen een betaalbare prijs en van gelijke kwaliteit over het hele grondgebied.

Wat het reguleert

  • De voorwaarden voor het aanbieden van spraaktelefoondiensten.
  • De procedure voor het aanvragen, wijzigen en intrekken van individuele vergunningen voor operatoren.
  • Verplichtingen inzake permanentie, kwaliteit van de dienst, gegevensbescherming en technische normen.
  • Regels betreffende nummering, interconnectie en de universele dienstverlening.

Wie het aangaat

  • Operatoren die spraaktelefoondiensten willen aanbieden in België.
  • Alle gebruikers van spraaktelefoondiensten in België.

Kernpunten

  • Operatoren moeten een individuele vergunning aanvragen en bewijs leveren van hun financiële en technische capaciteit.
  • Vanaf 1 januari 1998 moeten operatoren met een sterke marktpositie "selectie van de transporteur per oproep" aanbieden, en vanaf 1 januari 2000 wordt dit aangevuld met "preselectie van de transporteur".
  • Operatoren moeten gegevens van abonnees verstrekken aan uitgevers van telefoongidsen, tenzij de abonnee aangeeft niet op de lijsten te willen voorkomen (kosteloos of tegen een redelijke prijs).
  • De operator moet de dienst permanent operationeel houden en de wettelijke bepalingen inzake vertrouwelijkheid van telefoongesprekken naleven.
Wettekst
Wettekst
Obsah (4)§ 1§ 2§ 4§ 3

22 JUNI 1998. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bestek van toepassing op de spraaktelefoondienst en de procedure

zake de toekenning van

dividuele vergunningen VERSLAG AAN DE KONING Sire, De spraaktelefoondienst is van alle telecommunicatiediensten ongetwijfeld degene die het dichtst bij de bevolking staat. Het is namelijk de spraaktelefoondienst die op dit ogenblik de basis vormt van de universele dienstverlening, dit is de toegang voor iedereen, tegen een betaalbare prijs tot een pakket diensten van een welbepaalde kwaliteit. En het is de spraaktelefoondienst die voor de meesten onder ons de concrete verwijzing vormt naar de wereld van de telecommunicatie. Met de liberalisering van de telecommunicatie op 1 januari 1998 zal de spraaktelefoondienst door verschillende marktoperatoren kunnen worden geleverd. Het is dus van belang om het gemeenschappelijke kader vast te stellen dat door de verschillende operatoren moet worden nageleefd opdat de te vervullen verplichtingen billijk zijn en de kwaliteit van de dienst die aan de consument wordt verstrekt, over het gehele grondgebied gelijk is. Dit is het doel van het besluit dat U heden wordt voorgelegd. Het besluit bepaalt dat de levering van de spraaktelefoondienst onderworpen is aan de toekenning van een

dividuele vergunning aan de operator die deze dienst wenst aan te bieden. Om die vergunning te krijgen moet de operator het bewijs leveren van zijn financiële en technische capaciteit. Hij zal een zeker aantal algemene verantwoordelijkheden op zich moeten nemen

zake aansluiting van eindapparatuur en

terconnectieovereenkomsten met andere operatoren. Een operator moet over zijn eigen schakelcapaciteit beschikken en moet de transmissie verzekeren over zijn eigen

frastructuur of over huurlijnen. Het besluit stelt tevens verplichtingen op

zake permanentie en kwaliteit van de dienst, bescherming van gegevens en abonnees, alsook de naleving van technische normen en specificaties. De tekst specificeert bovendien een zeker aantal bepalingen

zake nummering. De operator met een sterke marktpositie zal vanaf 1 januari 1998 aan zijn klanten een functionaliteit moeten bieden die selectie van de transporteur per oproep wordt genoemd. Die functionaliteit die de abonnee de mogelijkheid biedt om het net te kiezen waarlangs hij zijn

ternationale communicatie of lange-afstandsgesprekken wil laten verlopen zal op 1 januari 2000 worden aangevuld met de preselectie van de transporteur waarmee automatisch een lange-afstandstransporteur kan worden gekozen, zonder dat deze de transporteur is van het lokale net waarop men geabonneerd is en zonder een toegangscode te moeten vormen voor elke oproep. Een spraaktelefoondienst is ondenkbaar zonder de beschikbaarstelling van een gepaste telefoongidsdienst; de operatoren moeten de uitgevers van telefoongidsen dus de gegevens verstrekken die betrekking hebben op hun abonnees. De

dividuele vergunning zal worden toegekend tegen betaling van een enig recht voor de uitreiking ervan en van een jaarlijks recht voor beheer en controle. Er is geopteerd voor het behoud van het bedrag van die rechten op een betrekkelijk bescheiden niveau om het verschijnen van nieuwe operatoren op de markt niet te belemmeren. Het toezicht op de naleving van de vergunning houdt

dat de operator een zeker aantal

lichtingen verstrekt aan het controleorgaan. Het besluit voorziet

mogelijkheden voor de wijziging van de vergunning en

geval van niet-naleving van de bepalingen van de vergunning,

de schorsing of

trekking ervan. Het besluit behandelt ook de kwestie van de naleving door de operatoren op de markt van de verplichtingen

zake universele dienstverlening, het versturen van gesprekken naar de nummers van de spoeddiensten alsook

zake de samenwerking met de ombudsdienst voor telecommunicatie, de medewerking met wetenschappelijk onderzoek en de beschikbaarstelling van

formatietechnologieën aan sommige groepen van gebruikers. Het derde hoofdstuk van het besluit verduidelijkt de procedure die zal gelden voor de uitreiking, aanpassing of overdracht van de vergunning. Deze procedure stemt overeen met de bepalingen die op Europees niveau zijn vastgesteld. Om net als de overige operatoren te worden behandeld zal ook Belgacom een vergunning moeten krijgen voor de levering van een spraaktelefoondienst. Artikelsgewijze commentaar Artikel 1 verduidelijkt de terminologie die

dit besluit wordt gebruikt. Artikel 2 omschrijft uitdrukkelijk het begrip bestek. De

dividuele vergunning dekt enkel het opzetten en exploiteren van een spraaktelefoondienst en doet geen afbreuk aan het recht van de operator om, overeenkomstig en binnen de grenzen van het toepasselijke regelgevingskader, alle overige telecommunicatiediensten aan te bieden. Artikel 3 legt aan de operator de verplichting op om bij de vergunningsaanvraag aan te tonen dat hij technisch, voornamelijk qua personeel, economisch en financieel over de nodige middelen beschikt of kan beschikken zodat hij de voorwaarden die

dit bestek worden opgelegd, kan naleven. Artikel 4 legt een

formatieplicht op van operator naar klant toe

verband met de reglementering van het gebruik van eindapparaten. Een algemene vaststelling is immers dat heel wat eindgebruikers niet op de hoogte zijn van het feit dat eindapparaten enkel mogen gebruikt worden op openbare telecommunicatienetwerken wanneer zij conform de essentiële eisen werden bevonden. Men spreekt

dit laatste geval van goedgekeurde eindapparatuur. De band tussen operator en klant is voor het verspreiden van deze reglementen een uiterst geschikt

formatiekanaal. Wanneer een eindapparaat goedgekeurd is en niet valt onder de bepalingen van artikel 95 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten (het eindapparaat stemt dus overeen met het oorspronkelijk goedgekeurde type, het beantwoordt aan de van kracht zijnde specificaties, het veroorzaakt geen storingen, berokkent geen schade aan de openbare telecommunicatieinfrastructuur en betekent geen gevaar voor de gebruikers of het personeel van de operatoren en de voorwaarden waaronder de goedkeuring is verleend en die betrekking hebben op het gebruik waarvoor het eindapparaat is goedgekeurd, worden nageleefd), dan kan de operator zich niet verzetten tegen de aansluiting van dergelijk apparaat.

de praktijk zal deze bepaling voornamelijk van belang zijn voor de operatoren die de toegang tot de eindgebruiker controleren. Aangezien niet-goedgekeurde apparatuur of apparatuur die valt onder de bepalingen van artikel 95 van de wet de goede werking van het netwerk

het gedrang kan brengen, geeft dit artikel de operator de mogelijkheid om zich tegen het aansluiten van dergelijke apparatuur te verzetten. Bovendien kan de operator vragen om dergelijke apparatuur,

dien ze reeds aangesloten is, af te koppelen. Is de klant onbereikbaar of weigert de klant op deze vraag

te gaan dan kan de operator de dienstverlening schorsen. De operator moet de klant natuurlijk op de hoogte stellen van de schorsing. Hierbij kan nog opgemerkt worden dat de operator ten allen tijde de controlediensten van het Belgisch

stituut voor postdiensten en telecommunicatie (het

stituut) op de hoogte kan brengen van het feit dat niet goedgekeurde apparatuur is aangesloten op zijn netwerk. Deze diensten kunnen dan optreden op grond van artikel 114, § 2 van de Wet. Als antwoord op de opmerking van de Raad van State, kan worden benadrukt dat de klant wiens eindtoestel afgekoppeld werd, beroep kan aantekenen bij de ombudsdienst. Artikel 5, § 1 legt, ter bescherming van de belangen van de eindgebruikers, de nadruk op het belang van het verzorgen van een eind-tot-eind kwaliteit van de dienst

geïnterconnecteerde netwerken en op het respect voor de reglementering van de bescherming van gegevens. Artikel 5, § 2 vereist dat de operator duidelijk maakt

het kader van

terconnectie met een andere operator welke maatregelen hij voorzien heeft die de continuïteit van de dienst zullen verzekeren

geval de

stallaties of de

frastructuur die

normale omstandigheden de dienst verzorgen niet naar behoren functioneren. Artikel 5, § 3 voorziet een oplossing via de Kamer voor

terconnectie, bijzondere toegang en gedeeld gebruik

geval een

terconnectie met een derde de goede werking van de dienst van de operator

het gedrang brengt en dit niet alleen wat betreft de aspecten vervat

de essentiële eisen, maar eveneens wat de hogere functies

het netwerk aangaat.

zake

terconnectie mag niet uit het oog verloren worden dat wanneer een operator zijn

stallaties wijzigt

die zin dat de geïnterconnecteerde operator gedwongen wordt zijn

stallaties eveneens te wijzigen, deze operatoren onderworpen zijn aan het koninklijk besluit tot regeling van de termijnen en principes die van toepassing zijn op de commerciële onderhandelingen die worden gevoerd om

terconnectieakkoorden te sluiten. Artikel 6, § 1 verplicht de operator die de toegang tot de eindgebruiker controleert, te voorzien

terconnectie met andere spraaktelefoniediensten, hetzij direct, hetzij

direct, teneinde de abonnees van zijn dienst toe te laten elke andere abonnee, hetzij van dezelfde dienst, hetzij van een andere dienst

België of

het buitenland, hetzij van een aan het publiek aangeboden mobiele telefoondienst

België of

het buitenland te bereiken. De § 2 van artikel 6 behoeft geen commentaar. Overeenkomstig met de principes van ONP spraaktelefonie regelen de §§ 3 en 4 de levering van sommige aanvullende faciliteiten. De bedoeling van artikel 7 is dat de operator ervoor zorgt dat de dienst permanent operationeel is. Dit betekent niet dat er zich geen onderbrekingen of storingen kunnen voordoen. Dergelijke mankementen zijn immers onvermijdbaar. Het is de operator echter niet toegelaten de dienst te onderbreken bijvoorbeeld bij wijze van « pauze ». Artikel 8 regelt de verplichtingen

verband met de kwaliteit van de dienst. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een aantal grootheden, kwaliteitsindicators genoemd. Het

stituut bepaalt de gepaste definities en meetmethodes voor deze kwaliteitsindicators met het oog op een optimale afstemming van deze op de noden van de eindgebruikers. Eén van de

formatiekanalen die het

stituut zal gebruiken om feedback te verkrijgen over de mate waarin bovenvermeld doel wordt bereikt is de operator zelf. Deze laatste moet de definities en meetmethodes jaarlijks evalueren

functie van hun nut voor de eindgebruiker en zijn bevindingen overmaken aan het

stituut. Het

stituut publiceert de door de operator te hanteren definities en meetmethodes bij het bepalen van de jaarlijkse waarden die moeten meegedeeld worden aan het

stituut. Deze van verschillende operatoren afkomstige, maar door het gebruik van zelfde definities en meetmethodes vergelijkbare waarden, worden door het

stituut jaarlijks gepubliceerd teneinde de eindgebruikers de mogelijkheid te bieden een meer gefundeerde keuze te maken tussen de verschillende operatoren. Weliswaar worden slechts de waarden van de operatoren die reeds 18 maanden commerciële activiteit achter de rug hebben, gepubliceerd. Artikel 9, § 1 legt de operator de verplichting op om erop toe te zien dat de wettelijke bepalingen met betrekking tot de vertrouwelijkheid van de telefonische privé-gesprekken worden nageleefd. De operator is gemachtigd om alle nodige en redelijke maatregelen te nemen om die naleving te garanderen. Artikel 9, § 2 bepaalt dat de operator aan iedereen het recht waarborgt om hetzij kosteloos, hetzij tegen een redelijke prijs die door het BIPT is goedgekeurd, niet voor te komen op de lijsten die dienen voor de vervaardiging van telefoongidsen. Artikel 9, § 3 bepaalt dat de operator de gebruikers de kans moet geven om zich gratis te verzetten tegen de identificatie van hun nummer door de opgeroepen lijn. Artikel 9, § 4 verplicht de operator ertoe de nadere regels vast te stellen volgens dewelke een abonnee een eind kan maken aan de afleiding van oproepen naar zijn telefoonaansluiting. Artikel 9, § 5 stelt dat de operator

geval van kwaadwillige oproepen en op verzoek van het slachtoffer het nummer identificeert dat aan de oorsprong van die oproepen ligt. Hij neemt contact op met de houder van het nummer en verzoekt hem zijn manipulaties stop te zetten.

dien deze volhardt en de ombudsdienst het verzoek van het slachtoffer overeenkomstig artikel 43bis, § 3, 7° van de wet

willigt, deelt de operator aan de klant de identiteit en het adres mee van de houder van het nummer van waaruit de kwaadwillige oproepen tot stand worden gebracht. Als antwoord op het advies van de Raad van State wordt erop gewezen dat die voorwaarden geïnterpreteerd moeten worden als de beschrijving van de manier waarop de feiten worden vastgesteld, zoals bepaald door de a) van de 7° van § 3 van artikel 43 van de Wet. Artikel 10 bepaalt dat, ter bescherming van de belangen van de eindgebruiker, goedgekeurde eindapparatuur binnen de voorwaarden bepaald door goedkeuringsspecificaties, probleemloos toegang moet kunnen nemen tot de dienst ongeacht het openbare telefoonnet waar het op aangesloten wordt wanneer het

stituut dit nodig acht. De samenwerking tussen het

stituut en de operator die de toegang tot de eindgebruiker controleert, heeft tot doel

die gevallen de gewenste overdraagbaarheid te bereiken. Deze samenwerking houdt onder andere ook

dat de operator die de toegang tot de eindgebruiker controleert noodzakelijke

formatie zoals de netwerkspecificaties ter beschikking stelt van het

stituut en dit reeds bij de aanvraag voor het bekomen van een

dividuele vergunning voor spraaktelefonie. Artikel 11, §1 bepaalt dat de operator wat de door hem gewenste nummers betreft, gebonden is aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en

frastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan sluiten betreffende het beheer van het nummeringsplan. Voor de toekenning van bijzondere nummers of een nummercapaciteit aan bepaalde klanten, mag de operator aan deze klanten een bijzondere retributie vragen die op de kosten gebaseerd is. Het tijdschema van artikel 11, § 2 stemt overeen met de ontwerprichtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 1998 tot wijziging van Richtlijn 97/33/EG voor wat betreft nummerportabiliteit tussen exploitanten en carriervoorkeuze. Artikel 12 regelt

§ 1

de rechten die verschuldigd zijn voor de uitreiking van de vergunning, dat wil zeggen het eigenlijke opstellen van de tekst van de vergunning.

§ 2wordt het jaarlijks recht vastgesteld.

Dit artikel moet gelezen worden

samenhang met artikel 31.

dit artikel wordt de som bepaald die door de aanvrager voor de analyse van het dossier moet worden betaald. Artikel 13 bepaalt dat de operator wat de uitgave van een telefoongids betreft gebonden is aan de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de voorwaarden tot vervaardiging, uitgave en verspreiding van de telefoongidsen, dat verplichtingen

voert voor zowel de operatoren als de uitgevers van telefoongidsen. Artikel 14 legt de operator de verplichting op om het

stituut regelmatig de nodige gegevens ter beschikking te stellen zodat het

stituut kan nagaan of de operator voldoet aan de bepalingen van zijn vergunning Het representatief staal waarvan sprake

§ 4

van dit artikel kan bestaan uit bijvoorbeeld een gratis krediet of een gratis aansluiting. De manier waarop de operator het representatief staal ter beschikking stelt van het

stituut, wordt door het

stituut en de operator onderling afgesproken. Artikel 15, §1 verwijst naar artikel 109ter, § 4 van de Wet. Artikel 15, § 2 garandeert dat

terconnectie-overeenkomsten tussen operatoren die aangemerkt zijn als organisaties met een sterke machtspositie voorzien

het behoud van de mogelijkheid van selectie van de transporteurs. Artikel 15, § 3 moet gelezen worden

samenhang met de artikelen 6, § 4, 9, § 3 en 22, §§ 2 en 3 dewelke zonder deze bepaling zinloos zouden zijn. De Wet heeft de mogelijkheid

gevoerd om tussen de actoren binnen de telecommunicatiesector een differentiatie te maken

zake hun recht op

terconnectie. Die differentiatie is gebaseerd op de aard van de actor : operator van een openbaar net, operator

zake spraaktelefonie, leveranciers van andere diensten. Om elke operator

zake spraaktelefonie

staat te stellen om te

terconnecteren onder de voorwaarden waarop hij recht heeft, bepaalt artikel 15, § 4 dat de

dividuele vergunning zijn rechten en plichten terzake moet verduidelijken, waarbij rekening wordt gehouden met de dekkingszone van zijn dienst. Daar een operator

zake spraaktelefonie tevens een operator van een openbaar net kan zijn, moet zijn vergunning preciseren dat voor de door zijn netwerkvergunning gedekte zones, hij recht zal hebben op een

terconnectie die gebaseerd is op die hoedanigheid voor zover die voordeliger is. Artikel 16 behoeft geen commentaar. Wat artikel 17 betreft spreekt het voor zich dat de naleving van verplichtingen die aan de operator

dit bestek worden opgelegd, niet

het gedrang gebracht mag worden door contracten die de operator afsluit met ondernemingen die zich ertoe verbinden zijn diensten te commercialiseren (zoals bijvoorbeeld bij « outsourcing »). Artikel 17 legt dan ook aan de operator de verplichting op om hierop toe te zien. Bovendien moet een kopie van een dergelijk contract aan het

stituut worden bezorgd zodat deze kan nagaan of de bepalingen van het bestek

derdaad kunnen nageleefd blijven. Artikel 18 behandelt de periode voor dewelke de vergunning geldt. Na afloop van de eerste periode van 15 jaar is een stilzwijgende verlenging voor 10 jaar mogelijk.

dien de operator of de Minister willen afzien van deze verlenging kunnen zij ten laatste 2 jaar voor de beëindiging van de eerste periode al naargelang de Minister of de operator hiervan op de hoogte brengen. De Minister kan deze beslissing slechts treffen rekening houdend met de naleving door de operator van het bestek en de vergunning. Als antwoord op het advies van de Raad van State

zake de elementen waarmee de Minister rekening moet houden om de hernieuwing van de vergunning te weigeren, is het woord « met name » behouden om de Minister de mogelijkheid te geven om op dat moment rekening te houden met onder andere de omstandigheden, vermeld

artikel 29, § 2. Artikel 19 behandelt de sancties

geval van niet-naleving van de vergunning. Nadat het

stituut de

breuk heeft vastgesteld, hoort het de operator en maant deze

voorkomend geval aan om binnen een termijn die het

stituut bepaalt, de tekortkomingen te verhelpen. Het

stituut stelt de operator ook op de hoogte van de boete die deze zal moeten betalen wanneer de overtreding blijft bestaan. Die boete wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 109quater, § 2 van de Wet en kan dus gaan van 0,5 % tot 5 % van de omzet van de operator

de sector waarop de overtreding betrekking heeft.

dien de operator zich niet naar het verzoek van het

stituut voegt, legt dit, na de operator te hebben gehoord, de vooropgestelde sanctie op. De beslissing van het

stituut moet worden genomen voor het einde van de maand die volgt op de dag waarop de

§ 1van artikel 19 vastgestelde termijn verstrijkt.

De beslissing wordt binnen een week aan de operator meegedeeld.

dien de operator

de maand die op de mededeling volgt nog steeds

gebreke blijft, kan de Minister op advies van het

stituut hetzij de vergunning schorsen, hetzij de vergunning

trekken. Uiteraard zal de Minister vooraleer hij tot een dergelijke beslissing overgaat, de betrokken operator horen. De strafsancties waarin artikel 114 van de Wet voorziet kunnen echter cumulatief toegepast worden met de sancties van dit artikel. Artikel 20 bepaalt dat de operator als enige aansprakelijk is tegenover zijn klanten voor fouten bij het leveren van de dienst. Deze bepaling beoogt de klanten te beschermen

die zin dat een klant die geconfronteerd wordt met een slecht functionerende dienst zich rechtstreeks tot zijn operator kan wenden en van deze een schadevergoeding kan verkrijgen.

dien deze operator niet of niet geheel verantwoordelijk is voor de verstoring van de dienstverlening kan hij de schadevergoeding die hij aan zijn klant heeft betaald, geheel respectievelijk gedeeltelijk verhalen op diegene die verantwoordelijk is voor de betreffende fout. Als antwoord op het advies van de Raad van State geeft deze maatregel wel degelijk uitvoering aan de bepalingen van Hoofdstuk IXter van Titel III van de Wet, gewijd aan de bescherming van de gebruiker en

het bijzonder artikel 105octies, gewijd aan de regelingen voor schadeloosstelling. Artikel 20, § 2 legt de operator de verplichting op om een klachtendienst op te richten. Deze dienst is eenvoudig en gratis bereikbaar voor zijn klanten. Voor klanten van een andere operator mag de toegankelijkheid van deze dienst aan voorwaarden onderworpen worden. De §§ 3 en 4 behoeven geen commentaar. Artikel 21 herinnert de operator aan de verplichtingen en mogelijkheden

zake universele dienstverlening. Artikel 22 geeft aan welke nooddiensten gratis toegankelijk moeten zijn. Teneinde misbruiken en misverstanden bij het oproepen van dergelijke nummers te voorkomen, kan het

stituut nooddiensten aanwijzen die bij oproep de oproeper kunnen identificeren. Artikel 23 § 1 bepaalt dat de operator een persoon aanwijst die verantwoordelijk is voor de betrekkingen met de ombudsdienst voor telecommunicatie. Artikel 23 § 2 bepaalt dat de operator

overeenstemming met de ombudsdienst, zijn klanten

licht over de mogelijkheden tot beroep bij die dienst. Artikel 23, § 3 verduidelijkt dat de operatoren met de ombudsdienst een akkoord moeten sluiten om hun samenwerking te regelen. Artikel 24 is de uitvoering van artikel 87, s) van de Wet van 21 maart 1991. Het bepaalt dat van de jaaromzet

zake spraaktelefonie 0,70 % gaat naar onderzoek en ontwikkeling, 0, 15 % ten goede komt aan de terbeschikkingstelling van

formatietechnologieën

KMO's en 0,15 % aan jongeren en sociaal minder begunstigden.Bijgevolg moeten de operatoren 1 % van hun jaaromzet aanwenden om de algemene ontwikkeling van de

formatiemaatschappij zo harmonieus mogelijk te laten verlopen. Deze bepaling beoogt

feite dat,

een geest van partnership met de ondernemingen, een driedubbele waarborg zou geconcretiseerd worden : -

de eerste plaats, de waarborg dat de liberalisering van de markt zal gebeuren met eerbiediging van de consumentenbelangen. Dit houdt

dat, door onderzoek en ontwikkeling, de operatoren elk op hun niveau, een blijvend proces op gang brengen en verderzetten voor de verbetering van hun producten en diensten,

aansluiting op de behoeften en verwachtingen van de consumenten; - vervolgens past het te waken over een harmonieuze spreiding van de economische weerslag van de ontwikkeling van de telecommunicatiesector. Met andere woorden, de kleine en middelgrote ondernemingen, als belangrijke vector bij de tewerkstellingsontwikkeling, mogen het slachtoffer niet zijn van een verstoord evenwicht of van vertragingen bij de toegang tot de

tegratie van de diensten die voortvloeien uit de

formatietechnologieën; - tenslotte zou het ondenkbaar en onaanvaardbaar zijn dat de liberalisering van de telecommunicatiemarkt zou leiden tot een verscherping van de sociale uitsluiting. Daarom, teneinde een dergelijke perverse weerslag te voorkomen, zal elke operator

zijn bewerkingen een sociale dimensie moeten

bouwen om het verwekken van sociaal onrecht te vermijden. Deze dimensie zal gericht zijn op de toegang van kwetsbare sociale groepen tot de

formatiemaatschappij. Als antwoord op het advies van de Raad van State moet worden benadrukt dat andere Europese landen soortgelijke bepalingen

hun reglementering opnemen. Artikel 25 heeft betrekking op de reciprociteit van de

terconnectierechten van binnenlandse operatoren ten overstaan van buitenlandse operatoren. Als antwoord op het advies van de Raad van State is verduidelijkt dat de

ternationale overeenkomsten die België ondertekend heeft, uiteraard zullen worden nageleefd. De leden 2 en 3 van artikel 25 specificeren de nadere regels volgens dewelke het

stituut de gelijke behandeling van Belgische en buitenlandse operatoren zal nagaan op gebied van

terconnectie, onder andere via het onderzoek van de verdeel- en ontvangsttaksen. Artikel 26 bepaalt het principe van dit bestek : een spraaktelefoondienst kan enkel uitgebaat worden

dien men over een rechtsgeldige

dividuele vergunning beschikt. Artikel 27 bepaalt de nadere regels die betrekking hebben op het aanvragen van de vergunning.

§ 1

wordt vastgesteld wie de vergunning kan aanvragen terwijl § 2 de formele regels van de aanvraag vastlegt.

§ 3

wordt bepaald welke

formatie de aanvraag moet bevatten. Artikel 28 bepaalt de procedure die wordt gevolgd na het

dienen van de aanvraag : 1. het

stituut onderzoekt het dossier;2. binnen een termijn van 60 dagen formuleert het

stituut een aanbeveling;3. deze aanbeveling wordt overgemaakt aan de aanvrager en aan de Minister;

dien de aanbeveling gunstig is neemt zij de vorm aan van een ontwerp-vergunning; 4. de Minister neemt binnen de 30 dagen na ontvangst van de aanbeveling een beslissing.Hij is niet gebonden door het advies van het

stituut. Bij punt 2 moet opgemerkt worden dat deze termijn wordt geschorst

dien het

stituut van oordeel is dat het dossier onvolledig is of wanneer bijkomende

lichtingen noodzakelijk zijn. Deze schorsing kan hoogstens 30 dagen duren.

dien het dossier binnen deze periode niet vervolledigd of verduidelijkt is, wordt de aanvraag geweigerd. Als antwoord op het advies van de Raad van State wordt erop gewezen dat richtlijn 97/13/EG

zake vergunningen

een mogelijkheid voorziet om de termijn

gerechtvaardigde gevallen uit te breiden tot vier maanden. Een verlenging van de termijn voor de spraaktelefonie wordt gerechtvaardigd door het belang van die dienst, zowel voor de residentiële consument als voor de professionele gebruiker en door het feit dat het belangrijk is te verhinderen dat onbetrouwbare operatoren hun

trede doen op de markt, hetgeen een grondig onderzoek van de kandidatuurdossiers rechtvaardigt.

elk geval is de termijn van vier maanden een maximumtermijn die enkel maar

gerechtvaardigde gevallen zal worden toegepast. Als antwoord op het advies van de Raad van State wat artikel 29 betreft, wordt erop gewezen dat de verwijzing naar de vrijwaring van een onvervalste marktstructuur behouden is omdat die betekent dat het

dustriële project dat door de kandidaat-operator wordt voorgesteld, verenigbaar moet zijn met de mededingingsregels die door het Verdrag en de nationale reglementering zijn uitgevaardigd. Artikel 30 legt de regels vast waaraan de operator moet voldoen bij een wijziging van zijn vergunning. Een dergelijke wijziging dringt zich immers op bij elke wijziging van de dienst. De Minister heeft de mogelijkheid om, op voorstel van het

stituut, de vergunning eenzijdig te wijzigen

dien een wijziging nodig is om aan de bepalingen van de artikelen 107 (toegang tot huurlijnen) en 108 (publicatie van de technische kenmerken) van de wet te voldoen. Artikel 31 werd reeds behandeld bij de bespreking van artikel 12. Het behoeft geen verdere commentaar. Artikel 32 behoeft geen commentaar. Artikel 33 voert de mogelijkheid

tot afwijkingen op grond van behoorlijk door de operator gemotiveerde rechtvaardigingen die bovendien beperkt zijn tot technische of economische overwegingen, tot bepalingen met betrekking tot faciliteiten, tot de identificatie van nummers, tot het doorschakelen van oproepen, tot carrierkeuze en carriervoorkeuze.

verband met dit laatste punt en als antwoord op het advies van de Raad van State, staat artikel 1, § 4 van de ontwerprichtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 1998 tot wijziging van richtlijn 97/33/EG wat betreft nummeroverdraagbaarheid en carriervoorkeuze een afwijking toe wanneer die verplichtingen voor bepaalde organisaties een buitensporige last zou veroozaken, waarbij de Commissie aan de Raad van 1 december 1997 verduidelijkt heeft dat die last zowel technisch als financieel kon zijn : het laatste lid van paragraaf 2 van artikel 11 is behouden met uitzondering van een aanpassing die erop gericht is de kwestie van een subdelegatie te regelen en van een andere aanpassing bedoeld om rekening te houden met de economische overweging. De artikelen 34 en 35 regelen het stelsel voor de toekenning van machtigingen voor Belgacom en voor de operatoren die over een voorlopige spraaktelefoonvergunning beschikken welke op grond van de ministeriële omzendbrief van 5 december 1997 is afgegeven. De artikelen 36 en 37 behoeven geen commentaar. Als antwoord op het advies van de Raad van State wat betreft het volume van de

formatie die wordt gevraagd

de bijlage tot vaststelling van de vorm en de

houd van de aanvragen voor een

dividuele vergunning, zij erop gewezen dat de ervaring met de procedures voor de toekenning van voorlopige vergunningen het belang aantoont om over al die

lichtingen te beschikken en dat vooral voor de kandidaat-operator die op die manier verplicht is om de aard, de omvang en de implicaties van zijn

dustrieel project beter te verduidelijken. Er is tegemoetgekomen aan alle opmerkingen van de Raad van State met uitzondering van die welke

het Verslag aan de Koning becommentarieerd zijn. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar De Minister van Telecommunicatie E. DI RUPO ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, vierde Kamer, op 12 januari 1998 door de Minister van Telecommunicatie verzocht hem, binnen een termijn van ten hoogete een maand, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "betreffende het bestek van toepassing op de spraaktelefoondienst en de procedure

zake de toekenning van

dividuele vergunningen", heeft op 11 maart 1998 het volgende advies gegeven : Algemene opmerking Overeenkomstig artikel 2, lid 4, en artikel 3, vijfde alinea, van richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatiediensten, is van het ontwerp kennis gegeven aan de Commissie die haar opmerkingen bij brief van 18 december 1997 heeft meegedeeld. De afdeling wetgeving kan echter niet anders dan vaststellen dat daarmee geenszins rekening is gehouden

de tekst van het ontwerp dat haar op 12 januari 1998 is voorgelegd, wat de gemachtigde ambtenaar trouwens heeft bevestigd. Bijzondere opmerkingen Opschrift Teneinde het opschrift

overeenstemming te brengen met de bewoordingen van artikel 87, § 2, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven,

gevoegd door de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en

frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die

zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten, welk artikel de rechtsgrond van het ontworpen besluit vormt, wordt voorgesteld om

plaats van "betreffende" "tot vaststelling van" te schrijven en

de Franse tekst het woord "licences" te vervangen door het woord "autorisations". Deze opmerking geldt tevens voor de bijlage bij het ontworpen besluit. Aanhef Eerste lid

plaats van te verwijzen naar de wijzigingsrichtlijn, behoort de oorspronkelijke richtlijn te worden vermeld

(1). Er behoort ook te worden verwezen naar het precieze artikel van die tekst met toepassing waarvan het ontworpen besluit wordt uitgevaardigd. Het lid zou dan ook als volgt moeten worden gesteld : « Gelet op richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatiediensten,

zonderheid op artikel 4bis,

gevoegd door richtlijn 96/19/EG van de Commissie van 13 maart 1996;". Tweede lid Er behoort te worden geschreven : "

zonderheid op artikel 87, vervangen bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en

frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die

zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten"

plaats van "

zonderheid op artikel 87,

gevoegd bij de wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven om het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen

zake vrije mededinging en harmonisatie op de markten voor telecommunicatiediensten, die voortvloeien uit de van kracht zijnde richtlijnen van de Commissie van de Europese Gemeenschap". Zesde lid (nieuw) Er dient een als volgt luidend nieuw lid te worden

gevoegd : « Gelet op het advies van de Europese Commissie;". Zesde lid (dat het zevende en het achtste lid wordt). Wanneer wordt gevraagd dat het advies binnen een termijn van een maand wordt gegeven, behoren de twee volgende leden

de aanhef te worden opgenomen

(2): « Gelet op het besluit van de Ministerraad van (datum vermelden) over de aanvraag om een binnen de termijn van een maand te geven advies; Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 11 maart 1998, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;". Bepalend gedeelte Voorafgaande opmerkingen Wat de nummering betreft van de hoofdstukken en afdelingen, alsook het opschrift ervan, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen : 1.

het Nederlands worden alle hoofdstukken en afdelingen genummerd met hoofdtelwoorden

Romeinse cijfers.Deze regel geldt ook voor het Frans, met uitzondering weliswaar van hoofdstuk I en afdeling I, die als "Chapitre premier" en "Section première" moeten worden aangeduid. 2. Men dient erop toe te zien dat de opschriften van hoofdstukken en afdelingen bij elkaar aansluiten.Men dient ofwél te opteren voor het gebruik van het bepaald lidwoord (zoals bijvoorbeeld

hoofdstuk II, afdelingen 7 tot 10, 12, 14 tot 16, 19 en 20) ofwél af te zien van het gebruik van het bepaald lidwoord (zoals

hoofdstuk II, afdelingen 1 tot 6, 11, 13, 17 en 18), en zich ervoor te hoeden die beide werkwijzen door elkaar te gebruiken.

het Nederlands is het gebruikelijk geen bepaalde lidwoorden te bezigen. 3. Men behoort ervoor te zorgen dat de opschriften van de afdelingen

hoofdstuk II zo goed mogelijk overeenstemmen met de bewoordingen van artikel 87, § 2, tweede lid, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en er op zijn minst op toe te zien dat de bewoordingen van die opschriften stroken met de teneur van de bepalingen die

het voormelde artikel 87, § 2, tweede lid, staan.Zo bijvoorbeeld zou het opschrift van afdeling 9 van hoofdstuk II moeten luiden : verschaffing van de nodige

lichtingen voor de samenstelling van de universele telefoongids

plaats van : De levering van de nodige

lichtingen voor de samenstelling van telefoongidsen waaronder de universele telefoongids. 4. Voorgesteld wordt ervoor te zorgen dat de volgorde van de afdelingen

hoofdstuk II overeenstemt met de volgorde van de bepalingen

de punten

  1. a)tot
  2. t)van het voormelde artikel 87, § 2, tweede lid.Zo zou afdeling 14 (die overeenstemt met punt
  3. m)van het voormelde artikel 87, § 2, tweede lid) moeten voorafgaan aan afdeling 13 (die overeenstemt met punt
  4. n)van het voormelde artikel 87, § 2, tweede lid). Artikel 1 De definitie die

onderdeel 3° wordt gegeven, hoort veeleer vooraan

hoofdstuk II thuis. Het eerste artikel van dat hoofdstuk zou kunnen bepalen dat het bestek alle voorwaarden bevat waaraan een persoon moet voldoen om een vergunning voor de exploitatie van een spraaktelefoondienst te kunnen verkrijgen. Artikel 2 Er wordt voorgesteld dit artikel te laten vervallen. Het tweede lid bevat immers geen enkele nieuwe regel en de

het eerste lid vervatte bepaling kan worden opgenomen

de definitie van de

dividuele vergunning die

artikel 1, 6°, wordt gegeven. Als dit artikel vervalt, dient men het opschrift van hoofdstuk I, namelijk "Algemeen", te wijzigen

"Definities" en behoort de opdeling van dat hoofdstuk

afdelingen te vervallen. Artikel 4 Over deze bepaling kan men

de commentaar van de Europese Commissie op het onderhavige ontworpen koninklijk besluit het volgende lezen : « L'article 4 du projet d'arrêté permet à l'opérateur de suspendre la fourniture du service à un utilisateur qui aurait connecté au réseau public un équipement non agrée. L'article 13, § 1er, de la directive amendant la directive 95/62/CE prévoit une telle éventualité, mais dispose qu'une procédure spécifique "d'urgence" doit être mise en oeuvre par l'ARN dans ce type de cas, "sans préjudice de la procédure de règlement national des litiges prévue a l'article 26 paragraphe 1er". Cette procédure doit prévoir "un processus de décision transparant et respectant le droit des parties". Ni la Loi telle que modifiée par le projet de loi ni le projet d'arrêté, ne semblent toutefois prévoir une telle procédure, nécessaire pour permettre à l'utilisateur concerns, de faire entendre son point de vue, le cas échéant. » Artikel 13, lid 1, waarvan hierboven sprake is, is artikel 13 van het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad

zake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en de universele telecommunicatiedienst

een door concurrentie gekenmerkt klimaat (ter vervanging van richtlijn 95/62/EG van het Europees Parlement en de Raad), waarvan lid 1, eerste alinea, als volgt luidt : « Onverminderd de procedure voor de beslechting van geschillen op nationaal niveau overeenkomstig artikel 26, punt 1), beschikken de nationale regelgevende

stanties over procedures om situaties het hoofd te bieden waarin organisaties die vaste openbare telefoonnetwerken en/of vaste openbare telefoondiensten aanbieden, of althans die organisaties die spraaktelefoniediensten aanbieden en die een aanzienlijke macht op de markt bezitten of overeenkomstig artikel 5 zijn aangewezen en een aanzienlijke macht op de markt hebben, maatregelen nemen zoals onderbreking, beëindiging, aanzienlijke wijziging of beperking van de dienst op zijn minst ten aanzien van organisaties die telecommunicatienetwerken en/of diensten leveren. » Het

terne recht zal moeten worden herzien teneinde rekening te houden met deze nieuwe bepaling van gemeenschapsrecht, die zeer binnenkort zal worden aangenomen. Overigens dienen

het eerste lid de woorden "is verplicht om... op de hoogte te brengen" te worden vervangen door de woorden "brengt... op de hoogte", overeenkomstig de formulering van artikel 3. Artikel 5 1.

paragraaf 1 schrijve men : "De operator neemt de maatregelen die hij

zijn

terconnectieovereenkomsten vermeldt teneinde de naleving van de essentiële eisen te garanderen,... » . 2. Vooraan

paragraaf 2 schrijve men "De operator"

plaats van "Hij".3. Paragraaf 3, waarin aan het

stituut de bevoegdheid wordt opgedragen de operator te machtigen zijn

terconnectie met een derde te schorsen, strookt niet met de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Krachtens artikel 75, § 8, van die wet kan het

stituut immers alleen als bemiddelaar optreden

geval van geschillen tussen personen die telecommunicatienetwerken exploiteren of telecommunicatiediensten aanbieden. Overigens wordt

artikel 79ter, § 2, van dezelfde wet, aan de "Kamer voor

terconnectie, bijzondere toegang en gedeeld gebruik" de bevoegdheid toegekend een administratieve beslissing te nemen bij geschillen

zake

terconnectie. Artikel 79ter, paragraaf 4, van de voormelde wet bepaalt dat "(de Kamer)

geval van een zware en onmiddellijke

breuk op de voorschriften die de telecommunicatiesector regelen...(,) na de betrokken partijen te hebben gehoord(,) bewarende maatregelen (kan) opleggen met name met het oog op de garantie van de continuïteit van de werking van de telecommunicatiediensten". Ten slotte bepaalt artikel 109ter, § 5, van de voornoemde wet dat de betrokken partijen een overeenkomst betreffende de

terconnectie sluiten.

principe staat het dan ook aan de partijen de voorwaarden te regelen waarop een

terconnectie kan worden geschorst. De Koning kan weliswaar, ofwel op basis van artikel 87, § 2, tweede lid, k), ofwel op basis van artikel 109ter, § 5, van de wet clausules vaststellen die zeker

die

terconnectieovereenkomsten moeten voorkomen. Hij kan dan ook eisen dat die overeenkomstenregels bevatten die gelden voor de schorsing van de

terconnectie als die de goede werking van de dienst of de naleving van de "essentiële eisen"

het gedrang brengt. Het ontworpen artikel 5, § 3, behoort dan ook te worden opgesteld op basis van de wettelijke bepalingen waaraan hierboven herinnerd is en de vorm aan te nemen van een verplichting die de operator

de

terconnectieovereenkomsten die hij met derden sluit, moet naleven. Artikel 6 1.

paragraaf 1, tweede lid, hebben de woorden "of overeenkomstig de contractuele... bepalingen" tot gevolg dat de verplichting die

het eerste lid van dezelfde paragraaf vervat zit, zinloos wordt wanneer de operator zulk een sterke marktpositie heeft dat hij

staat is zijn contractuele voorwaarden aan de gebruikers op te dringen. 2. De Europese Commissie heeft op de ontworpen paragraaf 3 de volgende commentaar gegeven : « L'article 6, paragraphe 3, du projet d'arrêté impose à tous les operateurs de téléphonie vocale la fourniture de la numérotation au clavier et, sur Bemande, de la facturation détaillée et de l'

terdiction sélective des appels sortants.Aux termes de l'article 14, paragraphe 1er, de la directive amendant la directive 96/62/CE, files Etats Membres peuvent designer un ou plusieurs operateurs pour fournir ces compléments de service (...). Toutefois, l'imposition de telles obligations à tous les operateurs, y compris aux nouveaux entrants, pourraît être contraire au principe de proportionnalité. » De Raad van State merkt op dat aan die kritiek geen gevolg is gegeven. 3.

paragraaf 4, eerste lid, worden aan de operator die als een organisatie met een sterke marktpositie is aangemerkt bijzondere verplichtingen opgelegd, maar het tweede lid stelt het

stituut

staat een afwijking toe te staan. Artikel 87 van de voormelde wet voorziet niet

de mogelijkheid om afwijkingen toe te staan van de door de Koning

het bestek vastgelegde algemene voorwaarden. A fortiori kan een subdelegatie

die zin aan het

stituut niet worden aanvaard. Deze opmerking geldt ook voor de artikelen 9, §§ 3 en 4, en 11, § 2, tweede lid. Bovendien is het tweede lid aldus gesteld dat de operator zelf zou moeten oordelen of voldaan is aan de voorwaarden die voor zulk een afwijking gelden. Artikel 6, paragraaf 4, tweede lid, dient dan ook te vervallen. Afdeling 4 Het is niet raadzaam deze afdeling

twee onderafdelingen op te splitsen. Artikel 8 Paragraaf 2 zou beter als volgt worden gesteld : « § 2. De operator wiens dienst sedert 18 maanden of langer commercieel geopend is, deelt jaarlijks uiterlijk op 31 januari de waarden mee die tijdens het voorgaande jaar bereikt zijn voor de kwaliteitsindicatoren bedoeld

artikel 105sexies, § 4, van de wet. Het

stituut bepaalt de vorm van die mededelingen en zorgt voor de publicatie ervan. » Artikel 9 De ontworpen paragraaf 5, eerste lid, strookt niet met artikel 43bis, § 3, 7°, van de voormelde wet, doordat hij

een andere procedure voorziet dan die welke deze wetsbepaling voorschrijft. Men dient zich aan de wetsbepaling te houden. Artikel 9, paragraaf 5, dient te vervallen. Artikel 10

paragraaf 2, tweede lid, schrijve men gewoon : "De overdraagbaarheid houdt een gemakkelijker toegang

tot de dienst,... ». Artikel 11

paragraaf 1 moet men uiteraard de datum vermelden van het koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan dat voor of uiterlijk tegelijk met dit besluit moet worden bekendgemaakt. Artikel 12 De Europese Commissie heeft

haar commentaar verscheidene opmerkingen gemaakt over de artikelen 12 en 13 van dit ontwerp. Die opmerkingen zijn de volgende : « Ces dispositions semblent conformes à celles de l'article 11 de la directive 97/13/CE. Toutefois, aux termes de l'article 11, paragraphe 1er, de cette directive, il est précisé, que "les taxes applicables à une licence

dividuelle sont proportionnelles au volume de travail requis (...)". En tout état de cause, les articles 12 et 31 du projet d'arrêté ne distinguent pas le cas des opérateurs puissants ou opérateurs soumis à une obligation de fourniture du service universel, lesquels sont néanmoins soumis à nombre d'obligations supplémentaires, dont le contrôle devrait occasionner une charge de travail supplémentaire. L'application effective de la disposition susmentionnée de la directive 97/13/CE devrait entraîner l'imposition de redevances d'un montant

férieur pour les opérateurs qui ne sont ni puissants, ni opérateurs de service universel. Des clarifications sur ce point seraient nécessaires. En outre, afin de refléter effectivement la charge de travail occasionnée par la gestion et le contrale de la licence concernée lors de la premiere année d'autorisation, des dispositions similaires à celles prévues à l'article 16, paragraphe 2, du projet d'arrêté royal (relatif) aux conditions d'

stallation et de l'exploitation de réseaux publics de télécommunications devraient être ajoutées, afin que le montant de la redevance annuelle prévue à l'article 12, paragraphe 2, de ce projet d'arrêté soit calculé, la première année, au pro rata temporis du nombre de mois restant dans l' année au cours de laquelle l'autorisation a été délivrée. Enfin, il devrait être précisé, à l'article 31 qu'une redevance pour l'analyse de la demande n'est pas due en cas de simple modification d'une licence déjà existante selon la procédure décrite à l'article 30 de ce projet d'arrêté. A cet égard, la référence, au second paragraphe de cet article, aux modifications destinées à satisfaire aux conditions fixées à l'article 107 de la Loi telle que modifiée par le projet de loi (organismes puissants sur le marché des lignes louées) ne semble pas d'application, et devrait, par conséquent, être supprimée. En outre, la disposition selon laquelle la redevance annuelle déjà payée ne peut pas être remboursée en cas de cessation des activités, suspension ou retrait de la licence, pourrait ne pas être conforme aux termes de l'article 11, paragraphe 1er, de la directive 97/13/CE. » Met die opmerkingen is geen rekening gehouden. Artikel 13 1. Artikel 109ter van de voormelde wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten

(3)luidt als volgt : « De

de artikelen 87 en 89, § 1, bedoelde personen zijn verplicht de abonneegegevens beschikbaar te stellen aan personen die een telefoongids vervaardigen, verkopen of verspreiden en hieromtrent verzoeken, onder billijke, redelijke en niet-discriminerende, technische, financiele en commerciele voorwaarden.De prijs van die abonneegegevens moet op de kosten gebaseerd zijn. Die voorwaarden moeten vóór de publicatie ervan door het

stituut zijn goedgekeurd. » Het eerste lid van het onderzochte artikel 13 behoort dan ook als overbodig te vervallen. 2. Het tweede lid behoort dienovereenkomstig te worden herschreven en voorts dient het koninklijk besluit houdende de voorwaarden tot vervaardiging, uitgave en verspreiding van de telefoongidsen

(4)nader te worden bepaald door de datum ervan op te geven. Artikel 15 1. De redactie van paragraaf 1 is onbegrijpelijk, doordat niet is aangegeven waarvan de rechten en plichten

zake

terconnectie afhangen.Bovendien heeft artikel 109ter, § 4, derde lid, waarnaar wordt verwezen, alleen betrekking op de organisaties met een sterke marktpositie. 2. Uit een oogpunt van verzorgd taalgebruik behoort paragraaf 3 te worden herschreven.De operator kan immers niet toezien op het "koninklijk besluit dat genomen is krachtens artikel 109ter, § 5, van de wet", waarvan sprake is

het begin van deze paragraaf. 3.

verband met paragraaf 4 geeft de Europese Commissie de volgende commentaar : « L'article 15, paragraphe 4, du projet d'arreté dispose que la licence "précise les droits et obligations en mattere d'

terconnexion de l'opérateur, en tenant compte en particulier de la couverture de son service et les relations avec d'éventuels droits et obligations en mattere d'

terconnexion liés à une autre autorisation".Cette disposition devra etre clarifiée. En tout état de cause, boute distinction opérée dolt 8tre basée sur des criteres objectifs et ne peut avoir d'effets discriminatoire. » Met die opmerking is geen rekening gehouden. Artikel 17 Eveneens uit een oogpunt van verzorgd taalgebruik schrijve men "het contract gesloten tussen hem en die onderneming of die ondernemingen"

plaats van "het contract met die ondernemingen". Artikel 18 Om zowel artikel 9, lid 4, van de voormelde richtlijn 97/13/EG als het algemene beginsel van de rechten van verdediging

acht te nemen, wordt voorgesteld de procedure als volgt aan te passen : 1° Na de betrokken operator te hebben gehoord, maant het

stituut hem aan de vastgestelde tekortkomingen te herstellen binnen een termijn van één maand en stelt het hem

kennis van de boete die hem kan worden opgelegd

dien hij de voorwaarden niet nakomt.2°

dien de operator na afloop van de termijn van één maand nog steeds

gebreke is, legt het

stituut, na hem te hebben gehoord, de aangekondigde sanctie op, voor het einde van de tweede maand die volgt op de eerste

gebrekestelling.Het

stituut stelt de operator

kennis van zijn beslissing binnen een termijn van één week te rekenen vanaf de beslissing. 3°

dien de operator binnen de maand die volgt op de kennisgeving van de beslissing de tekortkomingen nog steeds niet heeft hersteld, kan het

stituut aan de minister voorstellen de vergunning te schorsen of

te trekken.Die schorsing of

trekking wordt uitgesproken door de minister, nadat hij de operator heeft gehoord. De

paragraaf 2 bepaalde mogelijkheid om bij de minister beroep aan te tekenen heeft geen zin. Het

stituut is immers een

stelling van openbaar nut van categorie A, die door de minister vertegenwoordigd en beheerd wordt, zodat het hem toebehoort, behoudens delegatie, te beslissen om de

dit artikel bepaalde sancties op te leggen. Hij kan hoe dan ook niet de beroepsinstantie zijn die onafhankelijk is van de nationale regelgevende

stantie, die genoemd wordt

artikel 9, lid 4, van de voormelde richtlijn 97/13/EG. De operatoren beschikken over de mogelijkheden van beroep waarin de gecoördineerde wetten op de Raad van State voorzien. Artikel 19 1. Gelet op artikel 9, lid 3, van de voormelde richtlijn 97/13/EG, krachtens hetwelk eenieder die aan de voorwaarden van het bestek voldoet, het recht (heeft) om een vergunning te ontvangen, behoren de woorden "met name"

het derde lid te vervallen. De weigering om de vergunning te verlengen, is een besluit met vergaande gevolgen voor de betrokkene, zodat hij op zijn minst

de gelegenheid moet worden gesteld om zijn oordeel te geven. Tegen die beslissing kan bij de Raad van State beroep worden

gesteld. 2.

het eerste lid zijn de woorden "die op basis van dit bestek wordt verleend" overbodig gezien de definitie die

artikel 1, 6°, wordt gegeven.Ze behoren dus te vervallen. 3.

het derde lid dient het woord "gemotiveerde" te vervallen omdat het overbodig is, rekening houdende met de wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/07/1991 pub. 18/12/2007 numac 2007001008 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling sluiten betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Afdeling 15 De hoofdstukken IXter en X waarvan sprake is

het opschrift van die afdeling zijn vervat

Titel II

van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.

21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten. Bijgevolg dient

dat opschrift "Titel II"

plaats van "Titel III" te worden geschreven. Artikel 20 Paragraaf 1 houdt een regeling

zake aansprakelijkheid

en geen maatregel die de naleving waarborgt van de bepalingen van de hoofdstukken IXter en X van titel II van de bovengenoemde wet. Die bepaling behoort dan ook te vervallen. Artikel 22

paragraaf 1 behoort, om overeenstemming te bereiken met artikel 87, § 2, tweede lid, q), van de voormelde wet, geschreven te worden "het kosteloze versturen van oproepen naar de volgende noodoproepnummers : (die nummers dienen te worden vermeld met

achtneming van de volgorde van de natuurlijke getallen)"

plaats van "gratis toegang voor de gesprekken naar de hulpdiensten die aangegeven worden met de volgende oproepnummers :". Artikel 23 Paragraaf 1 (die het eerste lid wordt) behoort als volgt te worden geredigeerd : « Art.... De operator wijst

zijn diensten een persoon aan die belast wordt met de betrekkingen met de ombudsdienst voor telecommunicatie. » . Artikel 24

haar commentaar schrijft de Europese Commissie het volgende : « A la lecture de l'article 24 du présent projet d'arrêté relatif à la contribution de l'opérateur à la recherche scientifique dans le domaine des télécommunications et à l'amélioration de l'accès à certaines catégories aux services de télécommunications (PME et jeunes et groupes sociaux défavorisés), la Commission confirme que l'imposition de telles obligations n'est conforme ni à l'article 3 de la directive 90/388/CEE amendée par la directive 96/19/CE, ni à la directive 97/13/CE, qui ne prévoient pas de conditions de cette nature. »

de ontworpen bepaling wordt geen rekening gehouden met die opmerking van de Commissie. Artikel 25 De Europese Commissie heeft de volgende commentaar gegeven bij het eerste lid van dat artikel : « L'article 25, 1er alinéa du projet d'arrêté subordonne l'obligation d'

terconnexion avec un opérateur autorisé dans un autre Etat à une clause de réciprocité de traitement. Il est toutefois précisé que tout "refus de conclure un tel accord doit être préalablement approuvé par l'

stitut". Une telle disposition semble contraire aux dispositions de l'article 6 de la directive 97/33/CE qui

terdit toute discrimination pour ce qui est de l'

terconnexion avec un opérateur autorisé dans un autre Etat membre. Le même principe de non-discrimination devrait, en principe, être appliqué aux opérateurs en provenance d'Etats tiers signataires des accords de l'OMC.... » . Voor het overige wordt

het ontwerp niets toegevoegd aan het bepaalde

artikel 109ter, § 6, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten. Die bepaling behoort dan ook te vervallen. Artikel 26 Uit een oogpunt van verzorgd taalgebruik behoort

de Franse tekst te worden geschreven "doit obtenir une autorisation"

plaats van "doit avoir une autorisation". Artikel 27 1.

paragraaf 1 zijn de woorden "behoudens andere

ternationale overeenkomsten" dubbelzinnig.Ze behoren te worden vervangen door de woorden "of

een Staat waarmee België te dien einde een

ternationale overeenkomst heeft gesloten. » . 2. De tweede zin van paragraaf 2 behoort als volgt te worden herschreven : "... ondertekend zijn door de persoon die de dienst wenst te exploiteren of door de persoon die handelt

diens naam".

dien het de bedoeling van de steller van de ontworpen tekst is het als bijlage bij het ontworpen besluit gevoegde model op te leggen voor het

dienen van een aanvraag om

dividuele vergunning, moet die bedoeling

die paragraaf worden aangegeven

(5). 3.

haar commentaar op artikel 27, § 3, van het ontwerp van besluit merkt de Europese Commissie op dat het aantal (aan de operatoren) gevraagde

lichtingen en de details ervan niet afgestemd lijken op het beoogde doel en acht ze het nuttig eraan te herinneren dat

artikel 9, lid 3, van richtlijn 97/13/EG uitsluitend sprake is van "de

formatie die redelijkerwijs nodig is om aan te tonen dat de aanvrager voldoet aan de voorwaarden". Een andere vaststelling :

paragraaf 3, tweede lid, wordt bepaald dat

dien het

stituut van oordeel is dat de aanvraag onvolledig is of

dien het bijkomende

lichtingen of verduidelijkingen wenst en de aanvrager zijn aanvraag niet heeft aangepast binnen dertig dagen, die aanvraag "als onbestaande wordt beschouwd"

(6), terwijl

artikel 9, lid 3, van de voormelde richtlijn 97/13/EG wordt bepaald dat

dien de aanvrager niet de

formatie verstrekt die redelijkerwijs nodig is om aan te tonen dat hij voldoet aan de voorwaarden, de vergunning geweigerd mag worden. Al is het denkbaar dat de vergunning geweigerd wordt

dien de aanvraag onvolledig is, ondanks een verzoek om ze aan te vullen, kan daarentegen niet worden aangenomen dat de aanvraag als niet bestaande wordt beschouwd om de eenvoudige reden dat de bijkomende

formatie die het

stituut heeft gevraagd, niet verstrekt zou zijn.

dien de aanvraag volledig is, mag de vergunning alleen geweigerd worden

dien niet voldaan is aan een van de voorwaarden voor de toekenning van de vergunning.

ieder geval mag de vergunning dan ook alleen geweigerd worden na afloop van een procedure die de aanvrager

de gelegenheid heeft gesteld zijn standpunt te doen gelden. Artikel 28 1. De Commissie heeft

haar commentaar opgemerkt dat de termijn voor de behandeling van de aanvragen (maximaal zes weken, behoudens objectief gerechtvaardigde gevallen, waarin die mag worden verlengd met vier maanden) welke termijn bepaald is

artikel 9, lid 2, van de voormelde richtlijn 97/13/EG, niet wordt nageleefd.2. Bovendien is paragraaf 4, waarin wordt bepaald dat het ontwerp van

dividuele vergunning

werking treedt

dien de minister geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van dertig dagen,

strijd met artikel 87 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten, volgens hetwelk de vergunning wordt verleend door de minister, wat een stilzwijgende vergunning uitsluit.3.

de paragrafen 1, 3 en 4, ten slotte, dienen de woorden "ten hoogste" als overbodig te vervallen. Artikel 29 De Europese Commissie geeft de volgende commentaar op die bepaling : « Aux termes de l'article 29 du projet d'arrêté, cette licence peut être refusée "dans la mesure requise par la sauvegarde de l'ordre public, les besoins de la défense ou de la sécurité publique, la sauvegarde d'une structure de marché non faussée et d'accès non discriminatoire des utilisateurs ou lorsque le demandeur n'a pas la capacité, technique ou financiere de faire face durablement aux obligations résultant des conditions d'exercice de son activité ou a fait l'objet d'une des sanctions visées à l'article 18, § 3, du présent arreté. En outre, il est précisé dans l'annexe que "l'absence de propositions d'un demandeur pour un des sujets abordés dans la présente annexe (...) peut constituer un motif de refus". En ce qui concerne la condition liée à la sauvegarde de la structure de marché, il semble utile de rappeler, de facon liminaire, que conformément aux dispositions de la directive 90/388/CEE et de la directive 97/13/CE, le nombre de licences pour une catégorie de services donnée ne peut être limité qu'en liaison avec les exigences essentielles applicables dans la mesure nécessaire pour garantir une utilisation efficace du spectre des fréquences. A cet égard, il semble nécessaire de souligner qu'en aucun cas "la sauvegarde d'une structure de marché non faussée et d'accès non discriminatoire des utilisateurs" ne sauraient permettre au régulateur de limiter, de facto, le nombre des opérateurs de téléphonie vocale. Ce critère devrait donc etre abandonné, dans la version finale de l'arreté. En ce qui concerne le critere relatif à la capacité de l'opérateur de faire face durablement à ses obligations, si l'imposition d'exigences "touchant notamment aux capacités financieres et techniques du candidat" est possible conformément au point 4.8 de l'annexe de la directive 97/13/CE, le point 4 de la même annexe précise que de telles exigences ne peuvent être imposées que "dans les cas justifiés et dans le respect du principe de proportionnalité". En tout état de cause, un tel critère ne devrait pas être appliqué de telle sorte qu'il conduise à écarter des opérateurs nouveaux entrants de petite taille notamment en imposant des obligations disproportionnées. L'application de ce critere devrait par conséquent être précisée. Enfin, en ce qui concerne la possibilité de refuser une licence au motif que le candidat n'a pas fait de propositions sur certains des sujets abordés à l'annexe du projet d'arrêté, un tel refus ne devrait, le cas échéant, n'être opposé au candidat qu'à l'issue de la procédure décrite à l'article 27 paragraphe 2. » Er is evenmin rekening gehouden met die opmerking. Artikel 30 Paragraaf 1 is onbegrijpelijk. Het is de Raad van State niet duidelijk wat het verschil is tussen wijzigingen die

een vergunning worden aangebracht en de aanpassing van die vergunning. Artikel 31 De laatste zin van dit artikel behoort te vervallen.

die zin wordt niets toegevoegd aan het

de eerste zin vervatte voorschrift.

die eerste zin wordt immers reeds bepaald dat voor het "onderzoek" van het dossier een recht dient te worden betaald. Artikel 32 De verwijzingen naar de artikelen 28 en 29 zijn onjuist. Er dient te worden verwezen naar respectievelijk artikel 27, § 3, eerste lid, 1°, 3°, 4°, 5° en artikel 28. Er dient te worden opgemerkt dat voor het onderzoek van een aanvraag om overdracht geen recht hoeft te worden betaald, hoewel dat onderzoek voor het

stituut normalerwijze een bijkomende werklast betekent.

dien dat wel degelijk de bedoeling is van de steller van het ontwerp, moet dat verschil

behandeling ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel gerechtvaardigd worden. Artikel 34

de Franse tekst dient te worden geschreven "le jour de sa publication au Moniteur belge"

plaats van "au jour de sa publication au Moniteur". Bijlage De Europese Commissie geeft de volgende commentaar : « L'annexe de ce projet d'arrêté doit dès lors être revue à la lumière de l'article 9, paragraphe 3, de la directive 97/13/CE et les

formations demandées limitées à celles strictement nécessaires pour s'assurer du respect par le demandeur des conditions d'autorisation. Demander des

formations relatives aux "implications stratégiques, économiques et financières pour chacun des associés ou futurs associés de la société ou de la future société" (point 2.1), à "la prévision de l'évolution du marché belge de la téléphonie vocale et des parts de marché des différents opérateurs" (point 3.1.1), aux "prévisions concernant l'usage de la téléphonie vocale en Belgique" (point 3.1.2), à l'élasticité, de la demande (point 3.1.3), à l'évolution du marché, (point 4.3.2), à l'impact sur l'emploi en Belgique point 6.1.2), et aux activités de marketing (point 6.2.1) n'est aucunement requis pour une telle appréciation. En outre, demander des prévisions sur quinze ans (point 0.6), notamment en ce qui concerne l'état du marché et les comptes prévisionnels de l'opérateur est un exercice sans

téret, puisque de telles prévisions ne sauraient avoir de sens sur une telle période. Enfin, l'obligation relative au format des

formations demandées devrait etre assouplie afin de ne pas retarder, sans raison impérative, l'

troduction de demandes d'autorisation par de nouveaux entrants. » Bij het opstellen van dit ontwerp is evenmin rekening gehouden met die opmerking van de Europese Commissie als met de vorige opmerkingen. Slotopmerkingen De redactie van de Franse tekst dient aanzienlijk te worden verbeterd uit een oogpunt van correct taalgebruik en met het oog op een vlotte stijl, alsmede om de wetgevingstechnische regels

acht te nemen die bekendgemaakt zijn

het Belgisch Staatsblad van 2 juni 1982. Deze opmerking geldt ook voor de Nederlandse tekst, die uit een oogpunt van correct taalgebruik eveneens voor verbetering vatbaar is. Er behoort

zonderheid op te worden toegezien dat de volgende regels

acht worden genomen : 1.

de Franse tekst dient "Article 1er" te worden geschreven met een rangtelwoord

Arabische cijfers,

plaats van "Article Ier".2. Een artikel mag alleen

paragrafen worden

gedeeld als minstens een van die paragrafen meer dan één lid bevat. 3. Voor de

deling van een volzin behoort een nummering met 1°, 2°, 3°, enz., te worden gebruikt; deze onderafdelingen kunnen desnoods verder worden

gedeeld

a), b), c), enz.

  1. Na ieder onderdeel van een opsomming, behoort een puntkomma te worden geplaatst, behalve na het laatste, dat wordt afgesloten met een punt.
  2. De getallen moeten voluit

letters geschreven worden, behalve wat de noodoproepnummers betreft,

welk geval dit om dwingende redenen niet mag. 6. Aan het slot van de bijlage bij een besluit dient de vermelding "Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van... » voor te komen, gevolgd door handtekeningen. De kamer was samengesteld uit: De heren: R. Andersen, kamervoorzitter; C. Wettinck en P. Lienardy, staatsraden; F. Delperée en J.-M. Favresse, assessoren van de afdeling wetgeving; Mevr. M. Proost, griffier. Het verslag werd uitgebracht door de heer L. Detroux, adjunct-auditeur. De nota van het Coördinatiebureau werd opgesteld en toegelicht door de heer C. Amelynck, adjunct-referendaris. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht van de heer R. Andersen. De griffier, De voorzitter, M. Proost. R. Andersen. _______ Nota's

(1)De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft reeds herhaaldelijk aan deze regel van de wetgevingstechniek moeten herinneren,

zonderheid

advies L.26.588/4, dat op 29 september 1997 is gegeven over een ontwerp van koninklijk besluit betreffende de satellietgrondstations en netwerken via satellietgrondstations.

(2)De afdeling wetgeving van de Raad van State heeft reeds herhaaldelijk aan deze regel van de wetgevingstechniek moeten herinneren,

zonderheid

het voormelde advies L.26.588/4.

(3)

gevoegd bij artikel 74 van de wet van l9 december 1997.

(4)Over welk besluit de afdeling wetgeving van de Raad van State op 18 februari 1998 advies L.27.310/4 heeft gegeven.
(5)Zie trouwens

dit verband het eerste lid van de ontworpen bijlage.

(6)Zonder dat trouwens wordt gepreciseerd door wie en volgens welke procedure die aanvraag aldus als niet bestaande zou worden beschouwd. 22 JUNI 1998. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bestek van toepassing op de spraaktelefoondienst en de procedure

zake de toekenning van

dividuele vergunningen ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatiediensten,

zonderheid op artikel 4bis,

gevoegd bij richtlijn 96/19/EG van 13 maart 1996; Gelet op richtlijn 90/387/EEG van de Raad van 28 juni 1990 betreffende de totstandbrenging van de

terne markt voor telecommunicatiediensten door middel van de tenuitvoerlegging van Open Network Provision, zoals gewijzigd bij artikel 1 van richtlijn 97/51/EG van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de richtlijnen 90/387/EEG en 92/44/EEG met het oog op de aanpassing aan een door concurrentie gekenmerkte context

de telecommunicatie; Gelet op richtlijn 95/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1995

zake de toepassing van « Open Network Provision » (ONP) op spraaktelefonie; Gelet op richtlijn 97/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 april 1997 betreffende een gemeenschappelijk kader voor algemene machtigingen en

dividuele vergunningen op het gebied van telecommunicatiediensten; Gelet op richtlijn 98/10/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 1998

zake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en

zake de universele telecommunicatiedienst

een door concurrentie gekenmerkt klimaat; Gelet op de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven,

zonderheid op artikel 87, vervangen bij de wet van 19 december 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014278 bron ministerie van verkeer en

frastructuur Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die

zake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie sluiten; Gelet op het advies van het Belgisch

stituut voor postdiensten en telecommunicatie; Gelet op het advies van de

specteur van Financiën, gegeven op 23 september 1997; Gelet op het advies van de Minister van Begroting, gegeven op 29 september 1997; Gelet op het advies van de Europese Commissie; Gelet op het besluit van de Ministerraad van 26 september 1997 over het verzoek om advies binnen de termijn van een maand; Gelet op het advies van de Raad van State gegeven op 11 maart 1998 met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Telecommunicatie en op het advies van Onze

Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : EERSTE HOOFDSTUK. - Definities Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° Minister : de Minister of de Staatssecretaris die de telecommunicatie onder zijn bevoegdheid heeft; 2°

stituut : het Belgisch

stituut voor postdiensten en telecommunicatie, afgekort : « B.I.P.T. », bedoeld

artikel 71 van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven; 3° dienst : de spraaktelefoondienst bedoeld

artikel 68, 10° van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven;4° operator : persoon die houder is van een

dividuele vergunning voor de levering van een spraaktelefoondienst;5°

dividuele vergunning : vergunning verleend op basis van dit besluit die het opzetten en de exploitatie van een spraaktelefoondienst dekt;6° wet : wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie

het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.7° CLI : identificatie van de lijn van de oproeper (Calling Line Identification).8° transporteur : operator die tijdens een oproep geen controle heeft over de toegang tot de eindgebruiker die aan de oorsprong van de oproep is. HOOFDSTUK II. - Bestek voor de spraaktelefoondienst Art. 2.Het bestek voor de spraaktelefoondienst bevat alle voorwaarden waaraan de operator zich moet houden. Eerste Afdeling - Economisch vermogen en technische bekwaamheid Art. 3.De operator voorziet

voldoende financiële en technische middelen met het oog op de levering, de exploitatie en de duurzaamheid van de dienst, onder andere

zake voldoende waarborgen met betrekking tot de financiering van de werkingskosten van die dienst vastgelegd

het ondernemingsplan. Afdeling 2. - Essentiële eisen Eerste Onderafdeling. -

het kader van toegang en gebruik van de dienst Art. 4.De operator brengt zijn klanten op de hoogte van de verplichting om enkel gebruik te maken van goedgekeurde eindapparatuur. De operator kan zich niet verzetten tegen de aansluiting op het aan de dienst toegewezen deel van het openbaar telecommunicatienet van eindapparatuur die goedgekeurd is, onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 95 van de wet.

dien de operator vaststelt dat een klant niet-goedgekeurde apparatuur of apparatuur die valt onder de bepalingen van artikel 95 van de wet op het openbaar telecommunicatienet heeft aangesloten, kan hij deze klant vragen de betreffende apparatuur af te koppelen. Wanneer die klant onbereikbaar is of niet

gaat op dit verzoek kan de operator de dienstverlening schorsen tot de apparatuur daadwerkelijk is afgekoppeld. De operator brengt deze klant zo vlug mogelijk en uiterlijk de volgende werkdag op de hoogte van deze schorsing. Onderafdeling 2. -

het kader van

terconnectie Art. 5.§ 1. De operator neemt de maatregelen die hij vermeldt

zijn

terconnectieovereenkomsten om de naleving van de essentiële eisen te garanderen,

het bijzonder : 1° de

teroperabiliteit van de spraaktelefoondiensten, meer bepaald met het oog op het, samen met de geïnterconnecteerde operatoren, garanderen van een eind-tot-eind kwaliteit;2° de gegevensbescherming,

de mate dat die nodig is voor het naleven van de geldende bepalingen krachtens het artikel 109ter D van de wet, de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en de wet van 30 juni 1994 ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer tegen het afluisteren, kennisnemen en openen van privé-communicatie en telecommunicatie. § 2. De operator specificeert

zijn

terconnectie-overeenkomsten de genomen maatregelen om de toegang tot de spraaktelefoondiensten te behouden of te herstellen

geval van storing of onderbreking van de dienst tengevolge van een defect

de

stallaties of

frastructuur of tengevolge van overmacht.

de

terconnectieovereenkomsten die hij met een derde sluit, neemt de operator de nodige maatregelen opdat die

terconnectie geen afbreuk kan doen aan de goede werking van de dienst of aan de naleving van de essentiële eisen. Mocht een dergelijke afbreuk zich voordoen, dan brengt de operator daarvan de leidinggevende ambtenaar van het

stituut op de hoogte die de Kamer voor

terconnectie, bijzondere toegang en gedeeld gebruik, waarvan sprake

artikel 79ter, § 1 van de wet, samenstelt. Deze neemt binnen vijf werkdagen een beslissing en staat,

dien nodig, na raadpleging van de betrokken derde, de schorsing van de

terconnectie toe. Wanneer een storing personen of

stallaties

gevaar brengt mag de operator onmiddellijk de

terconnectie schorsen. Hij brengt het

stituut en de derde onmiddellijk op de hoogte van die schorsing. Afdeling

  1. - Aard, karakteristieken en dekkingszone Art. 6.§
  2. De dienst die wordt verleend door de operator die de toegang tot de eindgebruiker controleert, moet het mogelijk maken om vanaf of naar apparatuur die op een aansluitpunt van een openbaar net aangekoppeld is de volgende communicatie tot stand te brengen : a) met elke gebruiker van een andere operator van een spraaktelefoondienst

België of

het buitenland;b) met elke gebruiker van een mobiele telefoondienst aangeboden aan het publiek

België of

het buitenland;c) met elke gebruiker van de door de operator geleverde dienst. Die verschillende mogelijkheden mogen geen afbreuk doen aan eventuele beperkingen van de toegang

één van de betrokken spraaktelefoondiensten, op verzoek van de gebruikers of overeenkomstig reglementaire bepalingen. § 2. De geografische zone waarin de operator zijn dienst aanbiedt, maakt deel uit van de

dividuele vergunning van de operator. § 3. De door het

stituut aangewezen operatoren leveren de mogelijkheid tot toonkiezen (DTMF/Dual Tone Multi Frequency) met naleving van de ETSI-aanbeveling ETR 207. Bovendien voorziet de operator op verzoek

: - gedetailleerde facturen; - het selectieve verbod op uitgaande oproepen. § 4. De operator die als een organisatie met een sterke marktpositie is aangemerkt, levert de volgende dienstfaciliteiten : a) identificatie van de oproepende lijn;b) direct

kiezen;c) automatische oproepdoorschakeling. Afdeling 4. - Permanentie, kwaliteit en beschikbaarheid van de dienst Art. 7.De dienst is continu operationeel, 24 uur op 24, met

begrip van zaterdagen, zondagen en feestdagen. Art. 8.§ 1. De operator neemt de nodige maatregelen zodat de doelstellingen met betrekking tot de kwaliteitsindicatoren van de dienst die door de Minister worden vastgesteld

uitvoering van artikel 105sexies, § 4 van de wet, worden nageleefd ten laatste vanaf 18 maanden na de commerciële opening van zijn dienst. § 2. De operator die sedert 18 maanden of meer zijn dienst commercieel heeft opengesteld, deelt elk jaar, uiterlijk op 31 januari aan het

stituut de waarden mee die hij

de loop van het voorgaande jaar heeft bereikt voor de kwaliteitsindicatoren, bedoeld

artikel 105sexies, § 4 van de wet. Het

stituut bepaalt de vorm van die mededelingen en zorgt voor de publicatie ervan. § 3. De operator evalueert tevens elk kalenderjaar de adequaatheid van de definities en meetmethodes van de kwaliteitsindicatoren bedoeld

het artikel 105sexies, § 4 van de wet, en maakt zijn bevindingen over aan het

stituut uiterlijk één maand na afloop van het betrokken kalenderjaar. Afdeling

  1. - Bescherming van de abonnees en de gegevens Art. 9.§ 1 De operator neemt alle nodige en redelijke maatregelen om de naleving te garanderen van artikel 109ter D van de wet, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levensfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en van de wet van 30 juni 1994 ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer tegen het afluisteren, kennisnemen en openen van privé-communicatie en telecommunicatie. §
  2. De operator waarborgt het recht van iedereen om niet te worden vermeld

de lijsten van eindgebruikers die dienen voor de vervaardiging van telefoongidsen. Die mogelijkheid wordt kosteloos geboden of tegen een prijs die gebaseerd is op de rechtstreekse netto-kosten die voortvloeien uit de weglating van de eindgebruikergegevens van de personen die dat recht hebben uitgeoefend. Die prijs zal voor akkoord aan het

stituut worden voorgelegd. Bovendien laat de operator op de lijst van de eindgebruikers die niet dient voor de levering van de dienst, noch voor de vervaardiging van telefoongidsen en die aan derden ter beschikking wordt gesteld, de gegevens weg van de personen die niet hebben aanvaard om op die lijst te worden vermeld. Die weglating is gratis. §

  1. De operator staat alle eindgebruikers toe om zich kosteloos voor elke oproep apart of op bestendige wijze te verzetten tegen de identificatie van hun nummer en naam op het opgeroepen toestel. §
  2. De operator moet de voorwaarden vastleggen waaronder de abonnee naar wie de oproepen van een andere abonnee worden afgeleid, een eind kan maken aan die afleiding, wanneer de afleiding het resultaat is van een dienst die door een operator wordt verricht. § 5.

geval van kwaadwillige oproepen identificeert de operator op verzoek van de klant die daarvan het slachtoffer is, het nummer van waaruit is opgebeld. Hij neemt contact op met de houder van dat nummer en vraagt hem daarbij om die kwaadwillige oproepen stop te zetten.

dien de klant kwaadwillige oproepen blijft ontvangen en de ombudsdienst het verzoek van de klant, overeenkomstig artikel 43bis, § 3, 7° van de wet

willigt, worden de identiteit en het adres van de houder van het nummer van waaruit de kwaadwillige oproepen tot stand zijn gebracht aan de ombudsdienst meegedeeld met het oog op de bekendmaking ervan aan de klant. Afdeling

  1. - Technische normen en specificaties Art. 10.§
  2. De operator die de toegang tot de eindgebruiker controleert moet de specificaties van zijn netwerk onverwijld aan het

stituut bekend maken. § 2. De operator die de toegang tot de eindgebruiker controleert, werkt samen met het

stituut, wanneer het

stituut dit nodig acht, teneinde ervoor te zorgen dat de eindapparatuur die werd goedgekeurd volgens de van kracht zijnde specificaties met betrekking tot eindapparatuur bestemd om te worden aangesloten op een openbaar netwerk waarop een spraaktelefoondienst kan worden aangeboden zoals het openbaar geschakelde telefoonnet of het openbaar EURO-ISDN-netwerk

België, overdraagbaar zal zijn. De overdraagbaarheid houdt hierbij

dat deze apparatuur toegang kan verlenen tot de dienst, binnen de voorwaarden van de hierboven vermelde specificaties, ongeacht het openbare netwerk waarop een spraaktelefoondienst kan worden aangeboden en waarop de eindapparatuur wordt aangesloten. De hierboven bedoelde lijst van de van kracht zijnde specificaties is opgenomen

het ministerieel besluit van 9 april 1997Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/04/1997 pub. 17/07/1997 numac 1997016099 bron ministerie van middenstand en landbouw Ministerieel besluit houdende vaststelling van het model van fytosanitair

voercertificaat sluiten tot vaststelling van de lijst van specificaties voor de goedkeuring van eindapparaten voor telecommunicatie. Afdeling 7. - Nummeringsplan, rechten, plichten en procedure

zake selectie van de transporteur Art. 11.§ 1. De operator neemt alle nodige maatregelen voor de naleving van het koninklijk besluit van 10 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 10/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997014281 bron ministerie van verkeer en

frastructuur Koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan sluiten betreffende het beheer van het nummeringsplan. De operator mag zijn abonnees een specifieke retributie vragen : - voor het reserveren en gebruiken van nummers die de abonnee heeft gekozen; - voor het reserveren en gebruiken van een nummeringscapaciteit. Het tarief van deze laatste dienst moet op de kosten gebaseerd zijn. § 2. De operator die door het

stituut, overeenkomstig artikel 105unodecies van de wet, als een organisatie met een sterke marktpositie is aangemerkt, evenals de operator die 3 jaar na de toekenning van zijn

dividuele vergunning de toegang tot de eindgebruiker controleert, biedt de functies voor de selectie van de transporteur onder de onderstaande voorwaarden : - vanaf 1 januari 1998 een keuze per oproep; - vanaf 1 januari 2000 een preselectie met de mogelijkheid tot afwijking van oproep tot oproep. § 3. De operator heeft het recht om aan het

stituut te vragen om een code voor de selectie van de transporteur toe te wijzen. Afdeling

  1. - Verschuldigde rechten voor de uitreiking, het beheer en het toezicht op de vergunning Art. 12.§
  2. De operator is verplicht om een enig recht van 100 000 frank te betalen voor de uitreiking van zijn vergunning. §
  3. De operator is verplicht een jaarlijks recht te betalen voor het beheer van en de controle op zijn vergunning ten bedrage van 300 000 frank. Dat recht is verschuldigd voor een volledig jaar, zonder mogelijkheid tot terugbetaling, zelfs

geval van een stopzetting van de activiteiten of schorsing of

trekking van de vergunning

de loop van het jaar waarvoor het recht is betaald. Het eerste jaar moet dat recht uiterlijk een maand na de uitreiking van de vergunning worden betaald. Voor de overige jaren moet het recht uiterlijk op 31 januari van het betrokken jaar worden betaald. Het bedrag vermeld

het eerste lid, wordt op 500 000 frank gebracht voor een operator die aangemerkt wordt als een organisatie met een sterke marktpositie. § 3. De bedragen van de krachtens dit besluit verschuldigde rechten worden elk jaar op 1 januari aangepast aan het

dexcijfer van de consumptieprijzen. De aanpassing gebeurt met behulp van de coëfficiënt die bekomen wordt door het

dexcijfer van de maand november die voorafgaat aan de maand januari

de loop waarvan de aanpassing plaatsvindt, te delen door het

dexcijfer van de maand november 1997. Bij de berekening van de coëfficiënt wordt deze afgerond tot het hogere of lagere tienduizendste naargelang het cijfer van de honderdduizendsten al of niet vijf bereikt. Na de toepassing van de coëfficiënt worden de bedragen afgerond tot het hogere duizendtal franken. Uiterlijk tien dagen voor de vervaldag deelt het

stituut aan de operator het geïndexeerde bedrag van de verschuldigde rechten mee.

dien de operator geen bericht van het geïndexeerde bedrag ontvangen heeft, is hij verplicht het niet-geïndexeerde bedrag van de rechten te betalen. Het

stituut deelt hem het verschil mee. Een eventuele betwisting van de berekening van de

dexatie schorst geenszins de verplichting om het door het

stituut meegedeelde bedrag te betalen. Afdeling 9. - Levering van de nodige

lichtingen voor de samenstelling van telefoongidsen waaronder de universele telefoongids Art. 13.Onverminderd artikel 9 deelt de operator aan elke uitgever van een telefoongids, met

begrip van de uitgever van een universele telefoongids de

lichtingen mee die nodig zijn om de reglementaire verplichtingen met betrekking tot de voorwaarden tot vervaardiging, uitgave en verspreiding van telefoongidsen na te komen. Afdeling 10. - Verplichtingen

verband met het toezicht op de naleving van de vergunning Art. 14.§ 1. De operator verstrekt aan het

stituut de cijfergegevens met betrekking tot de exploitatie van zijn dienst op financieel, commercieel en technisch gebied. Hij deelt onder andere de wijzigingen mee

de leveringsvoorwaarden voor de spraaktelefoondienst, met

begrip van de bijkomende faciliteiten. § 2. Volgens een periodiciteit die het

stituut vaststelt, deelt de operator de gegevens mee

zake verkeer, uitgesplitst volgens de aanwijzingen van het

stituut, alsook

zake omzet. § 3. De operator wijst onder zijn personeel een contactpersoon aan voor de betrekkingen met het

stituut teneinde het toezicht op de naleving van de vergunning te vergemakkelijken. § 4. De operator stelt het

stituut, volgens bepalingen waarover samen met het

stituut onderhandeld is, gratis een representatief staal van zijn diensten ter beschikking. Afdeling 11. - Rechten en plichten met betrekking tot

terconnectie Art. 15.§ 1. De rechten en plichten van de operatoren op het stuk van

terconnectie kunnen worden gedifferentieerd, overeenkomstig artikel 109ter, § 4, van de wet. § 2. De

terconnectieovereenkomsten tussen operatoren die aangemerkt zijn als organisaties met een sterke marktpositie moeten de

artikel 11, § 2 bedoelde selectie van de transporteur mogelijk maken. § 3. De operator ziet erop toe dat bij de

terconnectie met andere operatoren met name gezorgd wordt voor : 1° de mogelijkheid tot identificatie van kwaadwillige oproepen;2° de identificatie van de oproepende lijn;3° de bescherming van de abonnees en de gegevens, met

het bijzonder het respecteren van de bepalingen van de paragrafen 3 en 4 van het artikel 9;4° het versturen van noodoproepen en van de

lichtingen bedoeld

artikel 22, §

  1. §
  2. De

dividuele vergunning preciseert op objectieve en niet-discriminerende wijze de rechten en verplichtingen van de operator met betrekking tot

terconnectie,

het bijzonder rekening houdend met de dekking van zijn dienst en de relaties met eventuele andere rechten en verplichtingen verbonden met een andere vergunning. Afdeling 12. - Noodzakelijke voorwaarden om de

teroperabiliteit van de diensten, de gelijke behandeling en de

formatie aan de gebruikers te garanderen, met name de contractuele voorwaarden voor de dienstverlening en naleving van de toepasselijke verplichtingen door de personen die deze diensten commercialiseren Art. 16.De voorwaarden voor de dienstverlening worden vastgelegd

een schriftelijk contract dat afgesloten wordt tussen de operator en zijn klant. De typecontracten worden meegedeeld aan het

stituut en voor advies voorgelegd aan het Raadgevend Comité voor de Telecommunicatie. Art. 17.

dien de operator een beroep doet op één of meer ondernemingen om zijn diensten te commercialiseren, waakt hij erover dat het contract tussen hemzelf en die onderneming(en) bepalingen bevat die de naleving opleggen van de verplichtingen die uit dit besluit voortvloeien. Die contracten worden aan het

stituut overgezonden. Afdeling 13. - Duur, voorwaarden met betrekking tot de beëindiging en de hernieuwing van de vergunning Art. 18.De

dividuele vergunning is geldig gedurende een periode van vijftien jaar, te rekenen vanaf de datum waarop die vergunning is uitgereikt. Na het verstrijken van die eerste periode kan de vergunning stilzwijgend verlengd worden voor opeenvolgende termijnen van tien jaar. De Minister en de operator mogen afzien van de stilzwijgende verlenging, mits

achtneming van een opzegtermijn van twee jaar betekend met een ter post aangetekende brief. Na de operator te hebben gehoord beslist de Minister eventueel om de vergunning niet te verlengen, na rekening te hebben gehouden met onder andere de omstandigheden waarin de operator voldaan heeft aan zijn vergunning en de

houd van het bestek heeft uitgevoerd. Afdeling

  1. - Sancties bij niet-naleving van de vergunningsvoorwaarden Art. 19.§
  2. Wanneer het

stituut vaststelt dat een operator de voorwaarden van zijn

dividuele vergunning niet nakomt, wordt deze door het

stituut gehoord. Overeenkomstig artikel 109quater, § 1 van de wet stelt het

stituut de operator eventueel

gebreke. Volgens de ernst van de vastgestelde tekortkoming en de moeilijkheid om die recht te zetten legt het

stituut de termijn vast waarbinnen orde op zaken moet worden gesteld en brengt de operator op de hoogte van de boete die hem kan worden opgelegd als hij hieraan niet tegemoet komt. § 2.

dien de operator na afloop van de

paragraaf 1 bedoelde termijn nog steeds

gebreke is, legt het

stituut hem binnen een maand na afloop van die termijn een administratieve geldboete op overeenkomstig artikel 109quater, § 2 van de wet. Het

stituut notifieert zijn beslissing aan de operator binnen een week, te rekenen vanaf de beslissing. § 3.

dien de operator binnen een maand na de notificatie van de

§ 2

bedoelde beslissing de tekortkomingen nog steeds niet heeft verholpen, kan het

stituut onverminderd de eventuele toepassing van artikel 109quater, § 3 van de wet aan de Minister voorstellen om de vergunning te schorsen of

te trekken. Die schorsing of die

trekking wordt door de Minister uitgesproken na de operator te hebben gehoord. Die beslissing wordt onmiddellijk aan de operator meegedeeld. Afdeling

  1. - De maatregelen die de naleving waarborgen van de bepalingen van de hoofdstukken IXter en X van Titel III van de wet Art. 20.§
  2. Elke operator is tegenover zijn klanten als enige aansprakelijk voor fouten bij het leveren van de dienst. De kosten van deze aansprakelijkheid kunnen

voorkomend geval door de operator verhaald worden op de geïnterconnecteerde operator die verantwoordelijk is voor de fout. § 2. De operator deelt aan het

stituut alle maatregelen mee die hij aanneemt om de verplichtingen na te komen van hoofdstuk IXter van de wet. De operator richt een dienst op voor de behandeling van klachten die gemakkelijk en gratis toegankelijk is voor al zijn klanten. De operator is verplicht om het publiek

te lichten over zijn tarieven en zijn algemene voorwaarden voor de levering van de dienst. Overeenkomstig artikel 105sexies, § 3 van de wet deelt hij deze mee aan het

stituut uiterlijk op het ogenblik dat hij deze ter kennis van het publiek brengt of ze publiceert. § 3. Met het oog op de naleving van artikel 105octies deelt de operator aan het

stituut de algemene voorwaarden mee van de levering van zijn dienst en meer

het bijzonder de nadere regels

zake schadeloosstelling of terugbetaling

geval van niet-naleving van de kwaliteitsniveaus. § 4. Samen met de verzameling van de

lichtingen die nodig zijn voor de samenstelling van de universele telefoongids bij het nemen van het abonnement op de dienst, is de operator die de toegang tot de eindgebruiker controleert, verplicht om de documenten uit te delen aan de hand waarvan eindgebruikers die natuurlijke personen zijn en geen handelaar, bijzondere vermeldingen kunnen aanvragen

de verschillende universele telefoongidsen,

dien de uitgever van een dergelijke telefoongids dat heeft gevraagd. Afdeling 16. - Verplichtingen

zake universele dienstverlening Art. 21.§ 1. De operator is verplicht bij te dragen

de financiering van de universele dienstverlening overeenkomstig artikel 86, § 3 van de wet. § 2. Overeenkomstig artikel 83, § 2 mag de operator vragen om de universele dienst te verlenen, hetzij bij de

diening van zijn aanvraag, hetzij tijdens de exploitatie van de dienst die door zijn

dividuele vergunning wordt gedekt. Hij deelt het

stituut alle nodige

lichtingen mee om zijn vermogen na te gaan om de universele dienst te verlenen.

dat geval verricht hij de universele dienst overeenkomstig de bijlagen 1 en 2 van de wet. Afdeling 17. - Kosteloze toegang van noodoproepen en de nadere regels

zake samenwerking met de hulp- en veiligheidsdiensten, waaronder het meedelen van de identiteit en de adresgegevens van de oproepers van deze diensten Art. 22.§ 1. De operator zorgt voor de oproeper en de opgeroepene gratis toegang voor de afwikkeling van de oproepen naar de volgende noodnummers : 100, 101, 102, 103, 104, 106, 107, 108, 110 en 112, alsook naar het antigifcentrum en het centrum voor zelfmoordpreventie. § 2.

afwijking van artikel 9, § 3, stelt de operator een bijzonder mechanisme

werking voor de onderdrukking van de functie voor niet-identificatie van de nummers en personen die oproepen wanneer de oproepen gericht zijn aan de nooddiensten die aangegeven worden met de volgende oproepnummers : 100, 101, 110 en 112. Bovendien kan het

stituut andere nooddiensten aanwijzen die het voordeel kunnen krijgen van de onderdrukking van de functie voor niet-identificatie. § 3. Zo ook is de operator verplicht om

geval van oproepen naar deze nooddiensten de adresgegevens van de oproeper mee te delen, zelfs

dien de houder van de aansluiting zijn recht heeft uitgeoefend om niet te worden opgenomen op de lijst van eindgebruikers. Afdeling

  1. - Samenwerking met de ombudsdienst Art. 23.§
  2. De operator wijst een persoon aan die verantwoordelijk is voor de betrekkingen met de ombudsdienst voor telecommunicatie. §
  3. De operator licht zijn klanten

over de mogelijkheden om een beroep te doen op de ombudsdienst. Die

formatie wordt

overeenstemming met de ombudsdienst verstrekt. § 3. Met het oog op een efficiënte behandeling van de geschillen die bij de ombudsdienst aanhangig zijn gemaakt, wordt tussen de operator en de voormelde ombudsdienst een protocol gesloten. Dit protocol bepaalt de nadere regels voor de behandeling van klachten en bevat met name de arbitrageovereenkomst waarvan sprake

artikel 43bis, § 3, 4° van de wet. Dit protocol wordt aan het

stituut overgezonden. Afdeling

  1. - De bijdrage tot het wetenschappellijk onderzoek op telecommunicatiegebied en tot de ontwikkeling van de markt, met name via de verbetering van de toegang, zonder uitsluitingen, tot die markt teneinde de levering van telecommunicatiediensten te vergemakkelijken Art. 24.§
  2. De operator moet rechtvaardigen dat hij heeft bijgedragen tot onderzoeks- en ontwikkelingsopdrachten ten belope van een minimaal jaarlijks bedrag van 0,70 % van de jaaromzet voor de activiteit die gedekt is door de

dividuele vergunning van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor die bijdrage moet worden geleverd. De operator moet rechtvaardigen dat hij heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van de markt, met name via de verbetering van de toegang, zonder uitsluitingen, tot die markt teneinde de levering van telecommunicatiediensten te vergemakkelijken. Deze bijdrage wordt gerealiseerd ten belope van een minimaal jaarlijks bedrag van 0,30 % van de jaaromzet voor de activiteit die gedekt is door de

dividuele vergunning van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor die bijdrage moet worden geleverd. Dit percentage wordt opgesplitst als volgt : 0,15 % voor de terbeschikkingstelling van

formatietechnologieën

kleine en middelgrote ondernemingen; 0,15 % voor de terbeschikkingstelling van

formatietechnologieën aan jongeren en sociaal minder begunstigden. § 2. De operator kan vrij bepalen op welke manier hij aan die verplichting voldoet. Niettemin verstrekt hij op het einde van het jaar aan het

stituut een verslag met cijfers waarin de acties worden vermeld die hij ondernomen of op zijn kosten laten ondernemen heeft om die verplichting te vervullen. Afdeling 20. - Voorwaarden die nodig zijn om de gelijke behandeling van

ternationale operatoren te garanderen Art. 25.Met naleving van de

ternationale overeenkomsten die België ondertekend heeft zal de

België gemachtigde operator maar worden verplicht om met een

een andere Staat gemachtigde operator een akkoord te sluiten met betrekking tot de afwikkeling van

ternationale verbindingen

dien voor die

België gemachtigde operator wederzijds een gelijke behandeling wordt gegarandeerd

het betrokken land. De weigering om een dergelijk akkoord te sluiten moet vooraf door het

stituut worden goedgekeurd. Om toe te zien op de naleving van het voorgaande lid en om de gelijke behandeling te waarborgen deelt de operator, wat de

ternationale gesprekken betreft, aan het

stituut de verdeel- en ontvangsttaksen, alsook de

terconnectieovereenkomsten van route tot route mee.

dien het

stituut een verschil

behandeling vaststelt tussen de verschillende operatoren, kan het

stituut,

dien dat nodig is om het marktevenwicht te herstellen, wijzigingen eisen

die verdeel- of ontvangsttaksen, of

de

terconnectieovereenkomsten. HOOFDSTUK III. - Procedure voor toekenning, aanpassing en overdracht van de vergunning Afdeling 1. - Doel van de procedure Art. 26.Iedere persoon die een spraaktelefoondienst wenst uit te baten moet daartoe beschikken over een

dividuele vergunning, verleend volgens de

dit hoofdstuk beschreven procedure. Afdeling 2. -

dienen van de aanvragen Art. 27.§ 1. De

dividuele vergunning moet worden aangevraagd door een natuurlijke of rechtspersoon gevestigd

één van de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap of

één van de Lid-Staten van de Europese Vrijhandelsassociatie of ondertekenaars van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of

een Staat waarmee België daartoe een

ternationale overeenkomst gesloten heeft. § 2. De aanvraag wordt gedaan bij een ter post aangetekende brief aan het

stituut. De aanvraag moet gedagtekend en ondertekend zijn door de persoon die de dienst wenst uit te baten of door de persoon die

zijn naam optreedt. Een aanvrager die een natuurlijke persoon of een rechtspersoon vertegenwoordigt, moet zijn hoedanigheid specificeren en zijn mandaat rechtvaardigen. De aanvraag moet worden

gediend volgens de voorwaarden van de bijlage bij dit besluit. § 3. Om als volledig te worden beschouwd, moet de aanvraag de volgende

formatie bevatten : 1° de naam van de aanvrager, het volledige adres van deze persoon alsook eventueel het adres van exploitatie

België;2° een functionele, geografische en commerciële beschrijving van de geplande exploitatie, de maatregelen die de aanvrager zal nemen om de verplichtingen die voortvloeien uit het Hoofdstuk Ixter van de wet na te komen en de datum waarop de dienst commercieel wordt opengesteld;3° om het

stituut ertoe

staat te stellen de economische capaciteit van de aanvrager te beoordelen, voegt deze bij zijn vergunningsaanvraag een ondernemingsplan.Aan de hand van dat ondernemingsplan moet het

stituut kunnen nagaan of de aanvrager

staat is om de financiële verbintenissen aan te gaan die eigen zijn aan de beoogde activiteit,

het bijzonder wat

terconnectie en duurzaamheid betreft. Hij voegt de statuten van de onderneming, alsook de samenstelling van het kapitaal toe.

dien de aanvrager een maatschappij

oprichting is, voegt de aanvrager bij zijn aanvraag een beschrijving van de structuur die zal worden aangenomen; 4 ° de aanvrager moet het bewijs leveren van ervaring op het gebied van telecommunicatiediensten of

een andere dienstensector die verband houdt met telecommunicatie, hetzij

hoofde van de onderneming zelf, hetzij

hoofde van haar aandeelhouders, of van de, al dan niet bezoldigde bedrijfsleiders; 5° de beschrijving van eventuele andere activiteiten waarvoor uitsluitende of bijzondere rechten zijn toegekend aan de aanvrager;6° de relevante technische

formatie over de gebruikte verbindingen en apparatuur,

het bijzonder de netwerkspecificaties.Bovendien toont de aanvrager aan dat hij zijn activiteiten zal ontplooien overeenkomstig de voorwaarden bepaald

de artikelen 5, 10 en 11; 7° de wijze van transmissie en schakeling met vermelding van de eventueel gebruikte normen;8° de bijzonderheden betreffende de manier van

terconnectie met telecommunicatie-

richtingen, andere dan die waarover de aanvrager beschikt;9° het bewijs van betaling van het recht voor het onderzoek van het dossier, bedoeld

artikel 31. De

houd en de presentatie van de aanvraag wordt beschreven

de bijlage bij dit besluit.

dien het

stituut van oordeel is dat de aanvraag onvolledig is of

dien het bijkomende

lichtingen of verduidelijkingen wenst, brengt het de aanvrager daarvan op de hoogte. De termijn waarover het

stituut, op grond van artikel 28 beschikt, wordt opgeschort gedurende de periode die de aanvrager nodig heeft om zijn aanvraag aan te passen. Die periode mag niet langer zijn dan 30 dagen. Tijdens die periode biedt het

stituut de aanvrager de mogelijkheid om zijn standpunt toe te lichten.

dien de aanvrager na afloop van deze periode zijn aanvraag niet heeft aangepast, wordt de aanvraag verworpen. § 4. De

formatie die krachtens dit besluit wordt meegedeeld, wordt gratis en definitief ter beschikking gesteld van het

stituut. Deze

formatie zal vertrouwelijk worden behandeld. § 5.

dien de aanvrager van een

dividuele vergunning, bedoeld om de spraaktelefoondienst te leveren, zelf het netwerk dat voor die dienst nodig is, wil aanleggen en exploiteren, kan hij de vergunningsaanvraag voor dat netwerk tezamen met deze aanvraag

dienen. Afdeling

  1. - Onderzoek van de aanvragen Art. 28.§
  2. Het

stituut formuleert een aanbeveling en maakt deze bekend binnen ten hoogste 60 dagen na de

diening van de aanvraag, eventueel verlengd met de periode voorzien

artikel 27, § 3. Wanneer de aanbeveling gunstig is, neemt zij de vorm aan van een ontwerp van

dividuele vergunning. Dit ontwerp wordt door het

stituut opgesteld op grond van de elementen die de aanvrager heeft verstrekt, na de aanvrager te hebben gehoord,

dien hij daarom verzocht heeft. §

  1. De bekendmaking gebeurt aan de aanvrager en aan de Minister. §
  2. De aanvrager beschikt over ten hoogste 30 dagen om zijn opmerkingen op de aanbeveling van het

stituut aan de Minister mee te delen. § 4. Bij het verstrijken van de termijn bedoeld

§ 3

, beschikt de Minister over ten hoogste 30 dagen om zich uit te spreken over deze aanbeveling en om de

dividuele vergunning al dan niet toe te kennen. Afdeling

  1. - Toekenning van de vergunning Art. 29.§
  2. De rechten en plichten van de operator worden opgenomen

de

dividuele vergunning. Zij slaan minstens op de punten bedoeld

hoofdstuk II. § 2. Onverminderd de bepalingen van het laatste lid van paragraaf 3 van artikel 27, kan de

dividuele vergunning worden geweigerd

dien dat vereist is omwille van de openbare orde of om redenen met betrekking tot landsverdediging of openbare veiligheid, voor de vrijwaring van een onvervalste marktstructuur en een niet-discriminerende toegang voor de eindgebruikers of

gerechtvaardigde gevallen en met naleving van het principe van proportionaliteit, wanneer de aanvrager niet over de technische of financiële capaciteit beschikt om op duurzame wijze te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de voorwaarden

zake de uitvoering van zijn activiteit of wanneer hem een van de

artikel 18, § 3 van dit besluit bedoelde sancties is opgelegd. Afdeling

  1. - Aanpassing van de vergunning Art. 30.§
  2. De operator brengt het

stituut onmiddellijk op de hoogte van alle wijzigingen

zijn dienstenaanbod. die hij

zijn oorspronkelijke aanvraag wenst aan te brengen. § 2.

dien deze wijziging een aanpassing van de vergunning van de operator

houdt, wordt die doorgevoerd volgens de procedure van artikel 28. § 3.

dien deze wijziging enkel maar correcties aan de vergunning veronderstelt, brengt het

stituut de nodige wijzigingen aan

de

dividuele vergunning. Het

stituut brengt de Minister op de hoogte van die wijzigingen. § 4. Teneinde aan de voorwaarden, bepaald

de artikelen 107 en 108 van de wet te voldoen, kan de Minister, op voorstel van het

stituut,

de loop van de exploitatie beslissen dat een aanpassing van de

dividuele vergunning zich opdringt,

het bijzonder voor de maatregelen genomen

het kader van de artikelen 4 en 5 van het besluit. De Minister maakt zijn beslissing aan de operator bekend bij een ter post aangetekende brief. De operator beschikt over een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de postdatum, om een voorstel

te dienen bij het

stituut betreffende alle maatregelen die noodzakelijk zijn om zijn situatie te regulariseren. Het hierboven vermelde voorstel wordt behandeld overeenkomstig de procedure, van artikel 28. Het voorstel van het

stituut neemt de vorm aan van een aanhangsel bij de

dividuele vergunning. Afdeling 6. - Recht voor het onderzoek van de aanvraag Art. 31.De aanvrager van een

dividuele vergunning is verplicht een recht te betalen voor het onderzoek van zijn dossier ten belope van 250 000 frank. Er is geen recht voor het onderzoek van het dossier verschuldigd wanneer een vergunning wordt aangepast. Afdeling 7. - Overdracht van de vergunning Art. 32.De

dividuele vergunning mag worden overgedragen op voorwaarde van de voorgaande toestemming van de Minister, op voorstel van het

stituut. Het verzoek om overdracht bevat de

lichtingen die bedoeld zijn

artikel 27, 1°, 3°, 4° en 5°. De procedure van artikel 28 is op de overdracht van toepassing. Het verzoek om overdracht geeft aanleiding tot de betaling van een recht voor het onderzoek van het dossier ten bedrage van 150 000 frank. HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen Art. 33.De Minister kan, op voorstel van het

stituut en na afdoend gemotiveerde vraag van een betrokken operator, op de bepalingen van de artikelen 6, § 4, 9, §§ 3, en 4 en 11, § 2 een afwijking toestaan op grond van technische of economische overwegingen. Art. 34.De Minister reikt op grond van dit besluit een vergunning uit aan iedere persoon die op de dag waarop dit besluit

werking treedt, rechtsgeldig een spraaktelefoondienst uitbaat op voorwaarde dat die persoon binnen drie maanden na de

werkingtreding van dit besluit een dossier

dient dat de

artikel 27, § 3 bedoelde gegevens bevat en

de vorm die

de bijlage vermeld staat. Art. 35.Belgacom dient haar vergunningsaanvraag voor de spraaktelefoondienst die zij exploiteert op de dag waarop dit besluit van kracht wordt,

binnen drie maanden na de

werkingtreding van dit besluit. Art. 36.Dit besluit treedt

werking de dag waarop het

het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Art. 37.Onze Minister van Telecommunicatie is belast met de uitvoering van dit besluit. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Telecommunicatie E. DI RUPO Bijlage tot vaststelling van de vorm en de

houd van de aanvragen voor een

dividuele vergunning om de spraaktelefoondienst te verrichten, overeenkomstig artikel 27, § 2 van het koninklijk besluit van XX XX 1998 tot vaststelling van het bestek voor de spraaktelefoondienst en de procedure met betrekking tot de toekenning van

dividuele vergunningen Overeenkomstig artikel 27, § 2 van het koninklijk besluit van XX XX 1998 betreffende het bestek voor de spraaktelefoondienst en de procedure met betrekking tot de toekenning van

dividuele vergunningen, moeten de aanvragen die bij het Belgisch

stituut voor postdiensten en telecommunicatie (B.I.P.T.) worden

gediend om een dergelijke vergunning te bekomen ten minste de volgende elementen bevatten en gestructureerd zijn volgens het hierna beschreven schema.

  1. Algemene beschouwingen 0.
  2. Formaat en voorstelling van het aanvraagdossier Het aanvraagdossier telt niet meer dan 200 bladzijden

A4-formaat, jaarverslagen en

formatiebrochures niet meegerekend. Het aanvraagdossier moet noodzakelijk nauwgezet de structuur volgen die

deze bijlage beschreven staat, met name wat betreft de onderverdeling van het document

hoofdstukken (A), afdelingen (A,B), paragrafen (A,B,C) en subparagrafen (A,B,C,D) : alle eventuele afwijkingen van deze structuur moet de kandidaat volledig motiveren. De aandacht van de kandidaten wordt gevestigd op het feit dat het ontbreken van voorstellen van een aanvrager voor een van de onderwerpen die

deze bijlage worden aangekaart, en meer

het bijzonder het niet-verstrekken van een van de gevraagde prognosetabellen, een reden tot weigering kan vormen krachtens artikel 28, § 2 van het koninklijk besluit. 0.2. Taal Overeenkomstig de van toepassing zijnde wetgeving terzake, moeten de aanvraagdossiers opgesteld worden

het Frans of

het Nederlands. Niettemin mogen de aanvragers een Engelse vertaling van hun dossier bijvoegen. 0.3. Vertrouwelijkheid Vooraan

hun aanvraagdossier vermelden de aanvragers duidelijk de delen die als vertrouwelijk moeten worden beschouwd. 0.4. Allerlei

dien een aanvrager relevante stukken

formatie wil verstrekken die niet overeenstemmen met een van de hieronder aangegeven rubrieken, mag hij die opnemen

een deel acht van zijn dossier met de titel "Allerlei". 0.

  1. Einddata Voor alle vooruitzichten die van de aanvrager worden gevraagd, met name wat zijn ondernemingsplan betreft, wordt onder de einddatum verstaan 31 december van het jaar waarin de exploitatie van de dienst aanvangt. 0.
  2. Te verstrekken tabellen Alle gevraagde prognoses moeten de gehele aanvangsduur dekken van de vijftienjarige vergunning. De verschillende tabellen die

deze bijlage worden gevraagd moeten als volgt worden voorgesteld : - een kolom voor elk van de vijftien jaren

de prognose; - een regel voor elk van de gevraagde elementen van de prognose. Elke tabel mag vergezeld zijn van uitleg die voor de

terpretatie nodig wordt geacht. 0.7. Geldbedragen Alle

het aanvraagdossier vermelde geldbedragen (tarieven, ondernemingsplan, enz.) moeten

courante Belgische franken worden uitgedrukt, exclusief BTW. 1. Samenvatting De samenvatting van het aanvraagdossier mag niet meer bedragen dan twintig bladzijden

A4-formaat.Die samenvatting moet ten minste de volgende onderwerpen dekken : 1.1. de prognose van de ontwikkeling van de Belgische markt voor spraaktelefonie en het aandeel dat de aanvrager van plan is daarvan

te nemen; 1.2. de financiële aspecten,

het bijzonder met betrekking tot de nodige

vesteringen, alsook de financiering en verhoopte rendabiliteit van het project; 1.

  1. de configuratie en de prestaties van de dienst, met name wat de ontplooiing betreft; 1.
  2. de beoogde handelsstrategie, meer

het bijzonder wat betreft de tarieven die zullen worden voorgesteld; bovendien bevat de samenvatting de volgende stukken : 1.5. de vermelding van de naam van de aanvrager en van de personen namens wie hij optreedt, alsook het volledige postadres en de telecommunicatienummers (telefoon, telefax en mail) van het contactpunt waaraan het

stituut zich kan richten om bijkomende

formatie en verduidelijking te krijgen; 1.6. het bewijs van betaling van het recht dat

artikel 31 van het koninklijk besluit is vastgelegd. 1.7. het document waaruit blijkt dat de aanvrager aanvaardt of weigert een beroep te doen op de Kamer voor

terconnectie, bijzondere toegang en gedeeld gebruik, overeenkomstig het koninklijk besluit van XX XX 1997 betreffende de werking en de procedure van de Kamer voor

terconnectie, bijzondere toegang en gedeeld gebruik.

  1. Juridische aspecten 2.
  2. De partners Het dossier beschrijft de aard van de entiteiten die de aanvrager controleren of zullen controleren, en meer

het bijzonder de strategische, economische en financiële gevolgen voor elk van de deelgenoten of toekomstige deelgenoten van de maatschappij of de toekomstige nog op te richten maatschappij. Een afschrift van de statuten van elk van de deelgenoten of toekomstige deelgenoten wordt bij het aanvraagdossier gevoegd alsook een afschrift van hun laatste drie jaarverslagen. 2.2. Participatie Het dossier maakt melding van : 2.2.1. het participatieniveau van elk van de deelgenoten of toekomstige deelgenoten alsook de graad van

vloed van elk van de deelgenoten of toekomstige deelgenoten

de verschillende gebieden die verbonden zijn met de aanleg en exp

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.