{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Art. XV.41. § 1. De bevoegde Belgische autoriteit die wenst dat een autoriteit van een andere lidstaat haar informatie verstrekt of verificaties, inspecties of onderzoeken voert betreffende een dienstverrichter of zijn diensten, stuurt haar een met redenen omkleed verzoek via het elektronische systeem voor de uitwisseling van informatie. § 2. Indien de bevoegde autoriteit van de andere lidstaat niet aan de aanvraag voldoet en geen enkele oplossing kan gevonden worden, brengt de bevoegde Belgische autoriteit de federale coördinator daarvan op de hoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.42. De uitgewisselde informatie kan alleen gebruikt worden voor de aangelegenheden waarvoor ze gevraagd werd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.43. § 1. De bevoegde Belgische autoriteit oefent controle uit ten opzichte van dienstverrichters die in België zijn gevestigd, met inbegrip van de diensten die in een andere lidstaat zijn verricht of die in een andere lidstaat schade hebben veroorzaakt. § 2. Deze verplichting geldt niet voor : 1° de controle van de naleving van specifieke eisen die opgelegd worden door de lidstaat waar de dienst geleverd wordt, ongeacht de plaats van vestiging van de dienstverrichter;2° de uitoefening van controles op het grondgebied van de lidstaat waar de dienst verricht wordt. Deze controles worden in overeenstemming met artikel XV.41 op verzoek van de bevoegde Belgische autoriteit verricht door de lidstaat waar de dienstverrichter tijdelijk actief is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.44. Een bevoegde Belgische autoriteit kan alleen, betreffende een dienstverrichter die niet in België is gevestigd, op eigen initiatief verificaties, inspecties en onderzoeken in België verrichten, mits deze niet discriminatoir zijn, ze niet plaatsvinden omdat de dienstverrichter in een andere lidstaat gevestigd is en ze evenredig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.45. § 1. Wanneer de bevoegde Belgische autoriteit kennis neemt van een gedraging, ernstige en specifieke handelingen of omstandigheden met betrekking tot een dienstverrichter of een dienstenactiviteit, die ernstige schade aan de gezondheid of veiligheid van personen of aan het milieu kunnen veroorzaken, stelt ze via een waarschuwingscoördinator via het elektronische systeem voor de uitwisseling van informatie de lidstaten en de Europese Commissie hiervan onverwijld in kennis, evenals de federale coördinator. § 2. Wanneer een waarschuwing gewijzigd moet worden of niet meer gerechtvaardigd is, stelt de bevoegde Belgische autoriteit de Europese Commissie en de lidstaten hiervan in kennis via het elektronische systeem voor de uitwisseling van informatie evenals de federale coördinator. § 3. De hierboven beschreven procedure geldt onverminderd gerechtelijke procedures.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.46. § 1. In afwijking van artikel III.13 en alleen in uitzonderlijke omstandigheden kan de bevoegde minister of zijn gemachtigde, ten aanzien van een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter, maatregelen nemen betreffende de veiligheid van diensten, en dit overeenkomstig de voorwaarden en procedures die van toepassing zijn voor het nemen van soortgelijke maatregelen ten opzichte van dienstverrichters die hun vestiging in België hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze maatregelen kunnen alleen worden genomen wanneer de in artikel XV.47 bedoelde procedure van wederzijdse bijstand in acht genomen is, en aan volgende voorwaarden is voldaan : 1° de bepalingen overeenkomstig welke de maatregelen worden genomen, vallen niet onder een communautaire harmonisatiemaatregel op het gebied van de veiligheid van diensten;2° de maatregelen bieden de afnemer meer bescherming dan de maatregelen die de lidstaat van vestiging overeenkomstig zijn nationale bepalingen zou nemen; 3° de lidstaat van vestiging heeft geen maatregelen genomen of heeft maatregelen genomen die ontoereikend zijn in vergelijking met de in artikel XV.44. bedoelde maatregelen; 4° de maatregelen zijn evenredig. § 2. Paragraaf 1 doet geen afbreuk aan bepalingen van het Gemeenschapsrecht of op het Gemeenschapsrecht berustende bepalingen die het vrije verkeer van diensten waarborgen of afwijkingen daarop toestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.47. § 1. De bevoegde Belgische autoriteit, die in toepassing van artikel XV.46, § 1, voornemens is maatregelen te nemen om de veiligheid van diensten die in België worden verricht te waarborgen, stuurt via het elektronische systeem voor de uitwisseling van informatie een aanvraag om maatregelen te nemen aan de lidstaat van vestiging, met verstrekking van alle relevante informatie over de betrokken dienst en de omstandigheden ter zake. § 2. In voorkomend geval stelt de bevoegde Belgische autoriteit, na ontvangst van het antwoord van de lidstaat van vestiging of bij gebrek van antwoord binnen een redelijke termijn, de Europese Commissie en de lidstaat van vestiging via het elektronische systeem voor de uitwisseling van informatie in kennis van zijn voornemen om maatregelen te nemen, evenals de federale coördinator.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mededeling vermeldt : 1° de redenen waarom de door de lidstaat van vestiging genomen of beoogde maatregelen naar het oordeel van de bevoegde autoriteit ongepast zijn; 2° de reden waarom de door hem beoogde maatregelen naar zijn oordeel aan de in artikel XV.46, § 1 bedoelde voorwaarden voldoen. § 3. De maatregelen kunnen niet eerder dan vijftien werkdagen na het sturen van een kennisgeving, conform paragraaf 2, aan de lidstaat van vestiging en aan de Europese Commissie genomen worden. § 4. In spoedeisende gevallen kan de bevoegde Belgische autoriteit van de paragrafen 1, 2 en 3 afwijken. In dit geval worden de Europese Commissie en de lidstaat van vestiging van de genomen maatregelen in kennis gesteld, met opgave van de redenen waarom er volgens de autoriteit sprake is van een spoedeisend karakter. § 5. De hierboven beschreven procedure geldt onverminderd gerechtelijke procedures.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.48. Dit hoofdstuk geldt onverminderd de samenwerking inzake informatie in toepassing van de Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. Bescherming van persoonsgegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.49. Het doel van de gegevensuitwisseling beoogd in onderafdeling 2 is de goede administratieve samenwerking tussen lidstaten, controle van dienstverrichters en van hun diensten alsook de toepassing van de reglementeringen betreffende de dienstenactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.50. § 1. Voor de uitwisseling van persoonsgegevens is elke bevoegde Belgische autoriteit een verantwoordelijke voor de verwerking. § 2. De verantwoordelijke voor de verwerking verstrekt aan de betrokken persoon onmiddellijk vanaf de gegevensregistratie of indien mededeling van gegevens aan een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat beoogd wordt, ten laatste op het moment van de eerste mededeling van gegevens, de volgende gegevens, tenzij de persoon terzake reeds geïnformeerd is : 1° de naam en het adres van de verantwoordelijke voor de verwerking en, desgevallend, van zijn vertegenwoordiger;2° het doel van de verwerking;3° andere bijkomende informatie, met name : a) de categorieën van de betrokken gegevens;b) de ontvangers of de categorieën ontvangers;c) het bestaan van een recht van inzage en verbetering van de hem betreffende gegevens. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verantwoordelijke voor de verwerking of desgevallend zijn vertegenwoordiger moet : 1° er nauwlettend over waken dat de gegevens worden bijgewerkt, dat de onjuiste, onvolledige of niet terzake dienende gegevens worden verbeterd of verwijderd;2° ervoor zorgen dat voor de personen die onder zijn gezag handelen, de toegang tot de gegevens en de verwerkingsmogelijkheden beperkt blijven tot hetgeen deze personen nodig hebben voor de uitoefening van hun taken;3° alle personen die onder zijn gezag handelen, kennis geven van de bepalingen van dit boek alsmede van alle relevante voorschriften inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer die bij het verwerken van persoonsgegevens gelden. Art.</p>\n<p class=\"lf-p\">XV.51. § 1. De persoonsgegevens dienen : 1° eerlijk en rechtmatig te worden verwerkt; 2° ingezameld te worden voor het doel beoogd in artikel XV.49 en niet verder te worden verwerkt worden op een manier die onverenigbaar is met dit doel; 3° toereikend, ter zake dienend en niet overmatig te zijn ten aanzien van het doel beoogd in artikel XV.49; 4° nauwkeurig te zijn en zo nodig te worden bijgewerkt. § 2. Het is aan de verantwoordelijke van de verwerking om de naleving van paragraaf 1 te verzekeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.52. De verwerkte gegevens zijn : 1° persoonlijke gegevens die noodzakelijk zijn voor de identificatie van de dienstverrichter;2° de gegevens met betrekking tot de tuchtstraffen van een dienstverrichter;3° de gegevens met betrekking tot de administratieve sancties van een dienstverrichter;4° de gegevens met betrekking tot de strafsancties van een dienstverrichter;5° de gegevens van elk definitief vonnis inzake de insolvabiliteit in de zin van bijlage A van de Verordening EG 1346/2000 of het bedrieglijk faillissement van een dienstverrichter. Art. XV.53. De bevoegde Belgische autoriteiten hebben als enige toegang tot de persoonsgegevens bedoeld in artikel XV.52.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij zijn onderworpen aan de naleving van het vertrouwelijkheidsprincipe en onderworpen aan het beroepsgeheim.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.54. § 1. De persoonsgegevens bedoeld in artikel XV.52 worden enkel aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten meegedeeld. § 2. Als blijkt dat onjuiste persoonsgegevens werden doorgegeven of dat persoonsgegevens onrechtmatig werden doorgegeven, wordt de ontvanger hier onmiddellijk van in kennis gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onnauwkeurige of onrechtmatig overgemaakte persoonsgegevens dienen onverwijld verbeterd, uitgewist of geblokkeerd te worden in overeenstemming met artikel 4, § 1, 4°, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.55. § 1. De persoonsgegevens verwerkt door de bevoegde Belgische autoriteit worden bewaard : 1° zolang als nodig om de doelstellingen bedoeld in artikel XV.49 te verwezenlijken; 2° hoogstens zo lang als de bijzondere wetgevingen van de bevoegde Belgische overheden voorzien. De persoonsgegevens uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten worden verwijderd door de bevoegde Belgische autoriteit die de gegevens ontvangt, zes maanden na de officiële beëindiging van een informatie-uitwisseling. § 2. De persoonlijke gegevens en de informatie-uitwisseling kunnen langer worden bewaard voor statistische doeleinden op voorwaarde dat alle persoonsgegevens anoniem worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.56. Elke bevoegde Belgische autoriteit neemt maatregelen om de veiligheid te verzekeren : 1° aan de ingang van de ruimten waar zich de apparatuur voor de gegevensverwerking bevindt;2° van het geheugen van de computers die de gegevens verwerken;3° van de dragers waarop de gegevens zijn opgeslagen;4° van de invoering van de gegevens;5° van de beschikbaarheid van de gegevens verwerkingen;6° van de gegevensmededeling;7° van de toegang tot de gegevensverwerkingen;8° van de archiveringsmethoden;9° wat de keuze betreft van de standaardtechnieken die gebruikt worden voor het beveiligen en het meedelen van gegevens. Art. XV.57. In overeenstemming met de artikelen 10 en 12 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, beschikken de betrokkenen over de volgende rechten : 1° de betrokkene die zijn identiteit bewijst, heeft het recht om vanwege de verantwoordelijke voor de verwerking te verkrijgen : a) kennis van het al dan niet bestaan van verwerkingen van hem betreffende gegevens alsmede ten minste informatie over de doeleinden van deze verwerkingen, van de categorieën gegevens waarop deze verwerkingen betrekking hebben en van de categorieën ontvangers aan wie de gegevens worden verstrekt;b) verstrekking in begrijpelijke vorm van de gegevens zelf die worden verwerkt, alsmede alle beschikbare informatie over de oorsprong van die gegevens;c) kennis van de mogelijkheid om de in de artikelen 12 en 14 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens, bedoelde beroepen in te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe richt de betrokkene een gedagtekend en ondertekend verzoek aan de verantwoordelijke voor de verwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inlichtingen worden onverwijld en ten laatste binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van het verzoek meegedeeld; 2° eenieder is gerechtigd alle onjuiste persoonsgegevens die op hem betrekking hebben kosteloos te doen verbeteren;3° eenieder is tevens gerechtigd kosteloos de verwijdering van of het verbod op de aanwending van alle hem betreffende persoonsgegevens te bekomen die gelet op het doel van de verwerking, onvolledig of niet ter zake dienend zijn, of waarvan de registratie, de mededeling of de bewaring verboden zijn, of die na verloop van de toegestane duur zijn bewaard; Om de in 2° en 3° bedoelde rechten uit te oefenen, dient de belanghebbende een gedagtekend en ondertekend verzoek in bij de verantwoordelijke voor de verwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verantwoordelijke voor de verwerking deelt binnen de maand die volgt op de indiening van het verzoek de verbeteringen of verwijderingen van gegevens mee aan de betrokkene. Art. 6.In boek XV, titel 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende : « Afdeling 1. Bestuurlijke sancties in het kader van boek III. Art. XV.63. De Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt belast met de controle en het toezicht op de ondernemingsloketten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.64. § 1. De met de controle op de ondernemingsloketten belaste dienst ziet toe op de goede uitvoering door de ondernemingsloketten van de hun in uitvoering van dit wetboek of andere wetten toegewezen taken. § 2. Indien wordt vastgesteld dat niet alle voorwaarden in acht werden genomen door het ondernemingsloket, vraagt hij de beheersdienst de inschrijving of wijziging te schrappen met toepassing van artikel III.38. § 3. Hij kan, overeenkomstig artikel XV.65, een sanctie voorstellen ten laste van een ondernemingsloket dat niet alle vereiste voorwaarden en voorschriften in acht heeft genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.65. § 1. Indien bij een controle blijkt dat een ondernemingsloket zijn opdrachten niet correct vervult, de verplichtingen bedoeld in de artikelen III.70 tot 72 niet naleeft, of de uitoefening van de taken bedoeld in de artikelen XV.3, XV.63 en XV.64 belemmert, kan de dienst belast met de controle : 1° bij aangetekende zending aan het ondernemingsloket een waarschuwing laten geworden op de wijze zoals bepaald in het artikel XV.31; 2° wanneer, binnen de vastgestelde termijn, geen gevolg gegeven wordt aan de waarschuwing bedoeld onder 1°, een bestuurlijke geldboete opleggen ten belope van minimaal 100 euro tot maximaal het drievoudige van de in het afgelopen kalenderjaar door het betreffende ondernemingsloket in toepassing van artikel III.73 ontvangen vergoedingen, 3° bij herhaling of bij de overtreding van verschillende van de onder paragraaf 1 bedoelde bepalingen, de schorsing of de intrekking van de erkenning van het betreffende ondernemingsloket voorstellen aan de minister die de Middenstand onder zijn bevoegdheid heeft. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vooraleer de in paragraaf 1, 2°, bedoelde bestuurlijke geldboete op te leggen, of de in paragraaf 1, 3°, bedoelde schorsing of intrekking van de erkenning voor te stellen, geeft de met de controle belaste dienst aan het ondernemingsloket de mogelijkheid gehoord te worden. De dienst richt daartoe bij aangetekende zending een oproep met vermelding van de aangeklaagde feiten, de overtreden bepalingen, de raadplegingsmodaliteiten van het dossier en de datum van de hoorzitting die slechts ten vroegste vijftien dagen na de verzending van de oproep kan vastgelegd worden. § 3. De onder paragraaf 1, 1° en 2°, bedoelde verwittigingen en sancties kunnen, binnen de zestig dagen volgend op hun bekendmaking, het voorwerp uitmaken van een beroep, bij aangetekende zending gericht aan de minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister of de daartoe gemachtigde ambtenaren horen de belanghebbenden en spreken zich uit binnen de zestig dagen die volgen op de indiening van het beroep. De beslissingen worden bij aangetekende zending bekendgemaakt. Het beroep werkt opschortend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In boek XV, titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende : « Afdeling 1. De straffen voor de inbreuken op boek III. Art. XV.75. Met een sanctie van niveau 2 worden gestraft : 1° de natuurlijke personen die koopman zijn en de bestuurders, zaakvoerders, directeurs en procuratiehouders van rechtspersonen, die wetens de bepalingen overtreden van de artikelen III.82 en III.83, eerste en derde lid, van de artikelen III.84 tot III.89 of van de ter uitvoering van artikel III.84, zesde lid, van artikel III.87, § 2, van artikel III.89, § 2 en van de artikelen III.90 en III.91 genomen besluiten. 2° zij die in de hoedanigheid van commissaris, bedrijfsrevisor of onafhankelijk deskundige rekeningen, jaarrekeningen, balansen en resultatenrekeningen of geconsolideerde rekeningen van ondernemingen attesteren of goedkeuren, terwijl niet is voldaan aan de in het eerste lid genoemde bepalingen, en daarvan kennis hebben of niet hebben gedaan wat zij hadden moeten doen om zich te vergewissen of aan die bepalingen is voldaan De personen onder 1° en 2° worden gestraft met een sanctie van niveau 4 als zij met bedrieglijk opzet hebben gehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De natuurlijke personen die koopman zijn, op wie artikel III.85 van toepassing is, en de zaakvoerders, directeurs of procuratiehouders van vennootschappen waarop datzelfde artikel van toepassing is, worden wegens overtreding van de bepalingen van de artikelen III.85 en III.89 en van die van de artikelen III.86 tot III.88 en van de besluiten ter uitvoering daarvan, in zover zij betrekking hebben op de boeken waarvan sprake is in de artikelen III.85 en III.89, alleen dan met de in vorige leden gestelde straffen gestraft, wanneer de onderneming failliet is verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.76. Met een sanctie van niveau 1 worden gestraft, zij die : 1° de bepalingen overtreden van het artikel III.25; 2° verzuimen om de in artikel III.52 bepaalde doorhaling te vorderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV. 77. Met een sanctie van niveau 2 worden gestraft, zij die : 1° gehouden zijn zich in te schrijven met de handelshoedanigheid of niet handelshoedanigheid naar privaat recht in de Kruispuntbank van Ondernemingen en die activiteiten uitoefenen zonder daarvoor de inschrijving gevraagd te hebben van deze hoedanigheid;2° met handelshoedanigheid of niet-handelshoedanigheid naar privaat recht ingeschreven zijn, en die activiteiten uitoefenen of een vestigingseenheid uitbaten die niet in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn ingeschreven;3° wetens een onjuist verzoek tot inschrijving, wijziging of doorhaling in de Kruispuntbank van Ondernemingen indienen; 4° de beslissingen of besluiten bedoeld in artikel III.30 overtreden; 5° het uitoefenen van de rechten zoals bepaald in artikel III.32 verhinderen; 6° die een wijziging van hun inschrijving van de handelshoedanigheid of niet handelshoedanigheid naar privaat recht niet binnen de bij artikel III.51 gestelde termijn hebben gevraagd; 7° de bepalingen overtreden van de artikelen III.74 tot III.77 en III.81.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. XV.78. Met een sanctie van niveau 3 worden gestraft, zij die : 1° een economische activiteit uitoefenen nadat de inschrijving met handelshoedanigheid of met niet-handelsonderneming naar privaat recht hen werd geweigerd of nadat deze werd doorgehaald;2° drie dagen na de betekening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest van veroordeling, de hen verboden economische activiteit verder uitoefenen. Het openbaar ministerie doet bovendien het lokaal waarin de activiteit wordt uitgeoefend verzegelen of treft iedere andere gepaste maatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art XV.79. Met een sanctie van niveau 4 worden gestraft, zij die de besluiten genomen ter uitvoering van artikel III.33 overtreden. HOOFDSTUK 3. - Opheffingsbepalingen. Art. 8.De artikelen 4 tot 24 en 29 tot 49 van de diensten wet van 26 maart 2010Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1997 numac 1997009767 bron ministerie van justitie Wet betreffende het gerechtelijk akkoord sluiten2 worden opgeheven. Art. 9.De wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/02/2003 numac 2003011027 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/2009 numac 2009000415 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 januari 2013, wordt opgeheven. Art. 10.De artikelen 1, 2, 4, 5, 7, 8 en 9, eerste en tweede lid, van het koninklijk besluit van 22 juni 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1997 numac 1997009767 bron ministerie van justitie Wet betreffende het gerechtelijk akkoord sluiten5 houdende de nadere regels voor het inschrijven van niet-handelsondernemingen naar privaat recht in de Kruispuntbank van Ondernemingen, worden opgeheven. Art. 11.De wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1997 numac 1997009767 bron ministerie van justitie Wet betreffende het gerechtelijk akkoord sluiten1 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 maart 2012, wordt opgeheven. HOOFDSTUK 4. - Bevoegdheidstoewijzing. Art. 12.De bestaande wetten en uitvoeringsbesluiten die verwijzen naar de bepalingen bedoeld in de artikelen 8 tot 11, worden geacht te verwijzen naar de overeenkomstige bepalingen in het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet. Art. 13.De Koning kan de verwijzingen in bestaande wetten en koninklijke besluiten naar de bepalingen bedoeld in de artikelen 8 tot 11 vervangen door verwijzingen naar de ermee overeenstemmende bepalingen in het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet. Art. 14.De Koning kan de bepalingen van het Wetboek van economisch recht, zoals ingevoegd bij deze wet, coördineren met de bepalingen die daarin uitdrukkelijk of stilzwijgend wijzigingen hebben aangebracht tot het tijdstip van de coördinatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe kan Hij : 1° de volgorde en de nummering van de te coördineren bepalingen veranderen en in het algemeen de teksten naar de vorm wijzigen;2° de verwijzingen die voorkomen in de te coördineren bepalingen met de nieuwe nummering doen overeenstemmen;3° zonder afbreuk te doen aan de beginselen die in de te coördineren bepalingen vervat zijn, de redactie ervan wijzigen om ze onderling te doen overeenstemmen en eenheid in de terminologie te brengen. HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding. Art. 15.De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van elke bepaling van deze wet en van elke bepaling ingevoegd door deze wet in het Wetboek van economisch recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 17 juli 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Eerste Minister, E. DI RUPO De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie en Consumenten, J. VANDE LANOTTE De Minister van Middenstand, Mevr. S. LARUELLE De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM De Minister van Administratieve vereenvoudiging, O. CHASTEL De Minister van Financiën, K. GEENS Met 's Lands zegel gezegeld : De minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Zie : Stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers : 53-2741 - 2012/2013 : Nr.1 : Wetsontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 2 : Amendementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 3 : Verslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 4 : Tekst aangenomen door de commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 5 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal Verslag : 23 mei 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stukken van de Senaat : 5-2105 - 2012/2013 : Nr. 1 : Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat.</p></div>", "next": 0}