{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten4 betreffende het accijnsstelsel van alcoholvrije dranken en koffie voor alcoholvrije dranken.\". Art. 85.In dezelfde gewone wet van 16 juli 1993Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten0 wordt een artikel 372ter ingevoegd, luidende: \"Art. 372ter.Na de invordering op basis van deze wet van het oorspronkelijk verschuldigde bedrag aan verpakkingsheffing wordt slechts tot navordering van de eventueel verschuldigde aanvullende verpakkingsheffing overgegaan voor zover, in voorkomend geval via cumulatie van diverse verschuldigde bedragen van eenzelfde belastingplichtige, het in te vorderen bedrag 10 euro overschrijdt.\". HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen aan de programmawet van 22 juni 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten3 Art. 86.In artikel 66 van de programmawet van 22 juni 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden \"op het einde van het laatste boekjaar\" vervangen door de woorden \"op het einde van het laatste belastbaar tijdperk\";2° tussen het vijfde en zesde lid worden drie leden ingevoegd, luidende: \"Wanneer geen belastbaar tijdperk bestaat dat verbonden is aan aanslagjaar 2013 op basis van artikel 360 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, wordt, in afwijking van het tweede lid, de afzonderlijke aanslag van 1,75 pct.ingekohierd in één keer en zonder mogelijkheid tot spreiding, op hetzelfde moment als de belasting betreffende het aanslagjaar 2016, of bij gebrek aan een belastbaar tijdperk dat verbonden is aan aanslagjaar 2016, ten laatste op hetzelfde moment als de belasting betreffende aanslagjaar 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de belastingplichtige gekozen heeft om de aanslag bedoeld in het eerste lid te spreiden over de drie aanslagjaren 2013, 2014 en 2015 en er geen belastbaar tijdperk bestaat dat verbonden is aan aanslagjaar 2014 of aan aanslagjaar 2015 op basis van artikel 360 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is, in afwijking van het vierde lid, het saldo van de niet-gestorte aanslag, zijnde 0,60 pct. van het totaal bedrag bedoeld in het tweede lid verschuldigd, in één keer en op hetzelfde moment als de belasting betreffende het aanslagjaar 2016, of bij gebrek aan een belastbaar tijdperk dat verbonden is aan aanslagjaar 2016, ten laatste op hetzelfde moment als de belasting betreffende aanslagjaar 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer ten gevolge van een herstructureringsoperatie als bedoeld in artikel 365 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, op basis van artikel 360 van hetzelfde Wetboek, geen belastbaar tijdperk bestaat verbonden met aanslagjaar 2013 in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap of van de Belgische inrichting bedoeld in artikel 211, § 1, vijfde lid, van hetzelfde Wetboek, is het saldo van de niet gestorte aanslag van 1,75 pct. van het totaal bedrag bedoeld in het tweede lid verschuldigd in hoofde van die belastingplichtige, in één keer en op hetzelfde moment als de belasting voor aanslagjaar 2016, of bij gebrek aan belastbaar tijdperk verbonden met aanslagjaar 2016, ten laatste op hetzelfde moment als de belasting voor aanslagjaar 2017.\".</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 3. - Diverse bepalingen HOOFDSTUK 1. - Hervorming van het statuut van de hypotheekbewaarders Afdeling 1. - Hervorming van het statuut</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 87</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 35 van de wet van 16 december 1851 tot herziening van het hypothecair stelsel, de inleidende zin van het eerste lid wordt vervangen als volgt: \"Op straffe van vergoeding van alle schade jegens derden moet er, op het ogenblik van de overschrijving ambtshalve in het register een inschrijving worden gedaan.\". Art. 88.In het opschrift van hoofdstuk IX van dezelfde wet worden de woorden \"van de bewaarders\" opgeheven. Art. 89.Artikel 128 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: \"Art. 128.In geen geval mag, op straffe van schadevergoeding aan de partijen, verzuimd worden om, in de registers, de overschrijvingen te doen van akten die aan deze formaliteit zijn onderworpen, en de inschrijvingen die op het hypotheekkantoor zijn gevorderd Er ontstaat eveneens een recht op schadevergoeding bij het niet vermelden, in de getuigschriften, van een of meer van de bestaande overschrijvingen of inschrijvingen, tenzij de vergissing voortkomt uit de ontoereikendheid van aanduidingen in de aanvraag tot het bekomen van het getuigschrift, die de aanvrager ten laste kan worden gelegd.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-90\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 90</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 130 van dezelfde wet worden de woorden \"de bewaarders de overschrijvingen of inschrijvingen, of de afgifte van getuigschriften weigeren of vertragen,\" vervangen door de woorden \"de overschrijvingen of inschrijvingen, of de afgifte van getuigschriften worden geweigerd of vertraagd,\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 91</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 132 van dezelfde wet worden de woorden \", op straffe van geldboete van vijftig frank tot duizend frank voor de eerste overtreding. In geval van herhaling is de geldboete dubbel en kan zelfs, indien de omstandigheden het medebrengen, afzetting worden uitgesproken, een en ander onverminderd schadevergoeding aan de partijen, welke vergoeding aan de partijen, welke vergoeding vóór de geldboete zal worden betaald\" opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 133 van dezelfde wet worden de woorden \", op straffe, ten laste van de bewaarder, van geldboete van vijfhonderd frank tot tweeduizend frank en een schadevergoeding aan de partijen, welke vergoeding eveneens vóór de geldboete zal worden betaald\" opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 93</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 134 van dezelfde wet worden de woorden \", op zijn kosten herstellen,\" vervangen door de woorden \", herstellen zonder dat van de belanghebbende partijen een retributie wordt gevorderd,\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 94</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde wet wordt aangevuld met een hoofdstuk XIII, dat de artikelen 145 en 146 omvat, met als opschrift: \"Hoofdstuk XIII. De organisatie van de hypotheekbewaring\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-95\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 95</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk XIII van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 84, wordt een artikel 145 ingevoegd, luidende: \"Art. 145.De openbare dienst van de openbaarmaking van akten en stukken in een hypotheekkantoor wordt verzekerd door daartoe binnen de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de Federale Overheidsdienst Financiën aangewezen ambtenaren.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 96</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk XIII van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 84, wordt een artikel 146 ingevoegd, luidende: \"Art. 146.Voor de uitvoering van de hypothecaire formaliteiten en voor de aflevering van de afschriften en getuigschriften is een retributie verschuldigd aan de Staat De Koning bepaalt het tarief van deze retributies en de nadere regels inzake toepassing ervan.\". Art. 97.De contractuele bedienden van de hypotheekbewaarders worden overgenomen door de Federale Overheidsdienst Financiën met behoud van al hun rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de wet, een reglementair besluit of hun arbeidsovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De federale overheidsdienst Financiën neemt tevens de financiële verplichtingen van de hypotheekbewaarders over ten aanzien van hun gepensioneerde contractuele bedienden en rechthebbenden op een financiële tussenkomst uit hoofde van hun overleden contractuele bedienden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning wordt gemachtigd om de nadere regels te bepalen volgens dewelke bepalingen die gelden voor het bij arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeel van de Federale Overheidsdienst Financiën, kunnen worden toegepast op de personeelsleden bedoeld in de vorige leden. Afdeling 2. - Opheffingsbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-98\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 98</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Worden opgeheven: 1° de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, gewijzigd bij de wet van 16 december 1851, het koninklijk besluit van 15 mei 1939, de wet van 9 augustus 1963, het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en de programmawet van 24 december 2002;2° artikel 16 van de wet van 24 december 1906, houdende de rijksmiddelenbegroting voor het jaar 1907;3° de wet van 10 juni 1922 betreffende het loon van de hypotheekbewaarders;4° het decreet van 18-27 mei 1791 tot de organisatie van de registratierechten en andere ermee aanverwante rechten; 5° de wet van 6 messidor jaar VII (24 juni 1799) betreffende de hypothecaire inschrijvingen lastens openbare rekenplichtigen, enz.; 6° het advies van de Raad van State van 25 februari 1808 over de toepassing van de artikelen 2098 en 2121 van het Burgerlijk wetboek en van de wet van 5 september 1807 aan de Schatkist. Afdeling 3. - Overgangsbepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-99\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 99</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het artikel 8 van de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, blijft nog gedurende tien jaar van toepassing voor wat betreft de gelding van de borgtocht na de beëindiging van de functie. § 2. Het artikel 9 van de wet van 21 ventôse jaar VII (11 maart 1799) betreffende de organisatie van de hypotheekbewaringen, blijft nog gedurende tien jaar van toepassing voor wat betreft het domicilie waar de vervolgingen tegen de hypotheekbewaarder ook na de beëindiging van zijn functie kunnen worden ingesteld. Afdeling 4. - Inwerkingtreding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-100\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 100</span><span class=\"lf-art-t\">Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2017</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan de wet van 26 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten3 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen Art. 101.In artikel 4, zesde lid, van de wet van 26 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten3 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen, wordt het woord \"kasbons\" vervangen door het woord \"kasbonnen\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 102</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 10, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden \"conform artikel 4\" vervangen door de woorden \"overeenkomstig de artikelen 4 en 5\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-103\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 103</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 14, § 1, van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 1°, worden de woorden \"in kasbonnen, termijndeposito's en interbankenleningen\" vervangen door de woorden \"in kasbonnen en termijndeposito's, en het bedrag van de interbankenleningen\";2° in de bepaling onder 1°, worden de woorden \"artikel 5\" vervangen door de woorden \"artikel 6\";3° in de bepaling onder 1°, worden de woorden \"artikel 10, § 1\" vervangen door de woorden \"artikel 11, § 1\".4° in de bepalingen onder 2°, worden de woorden \"8 tot 10\" vervangen door de woorden \"9 tot 11\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-104\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 104</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 26 van dezelfde wet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden \"In geval niet kan worden aangetoond dat de financieringsmiddelen aangetrokken door uitgifte van kasbonnen of opening van termijndeposito's met toepassing van artikel 4 van deze wet zijn verwerkt en aangewend conform de artikelen 6, 7, 10 en 11\" vervangen door de woorden \"Wanneer een van de bepalingen bepaald in de artikelen 4, 6, 7, 10 en 11 niet gerespecteerd wordt,\";2° het tweede lid wordt vervangen als volgt: \"De som die door de kredietinstellingen is verschuldigd uit hoofde van de toepassing van het vorige lid wordt als een belastingschuld beschouwd.De vestiging, de inning en de invordering van die belastingschuld gebeuren volgens de regels die van toepassing zijn op het vlak van de roerende voorheffing, inzonderheid de regels die betrekking hebben op de wijze van storting en de opeisbaarheid alsmede de bepalingen van Titel VII van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 behalve wanneer hiervan wordt afgeweken.\"; 3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd luidende: \"Voor de inkomsten die werden toegekend vóór het einde van het jaar waarin de aangetrokken financieringsmiddelen, overeenkomstig artikel 4, moeten worden aangewend voor de financiering van geschikte projecten of voor het verlenen van een interbankenlening overeenkomstig artikel 6, is de schuld met betrekking tot de toegekende inkomsten betaalbaar ten vroegste op het eerste werkdag van de maand volgend het einde van de termijn die in artikel 10 is bepaald.\"; 4° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden \"De tarieven in de roerende voorheffing en de personenbelasting\" vervangen door de woorden \"De aanslagvoet van de roerende voorheffing en het tarief van de personenbelasting\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 105</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 27 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden \"In geval niet kan worden aangetoond dat de financieringsmiddelen aangetrokken door het aanbieden van verzekeringsovereenkomsten met toepassing van artikel 5 zijn verwerkt en aangewend conform de artikelen 7 en 11, § 1,\" vervangen door de woorden \"Wanneer een van de bepalingen overeenkomstig artikelen 5, 10 en 11 niet gerespecteerd wordt,\"; 2° in het tweede lid wordt de zin \"De inning ervan geschiedt volgens de regels toepasselijk op de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen.\" vervangen door de zin \"De vestiging, de heffing en de invordering ervan geschiedt volgens de regels toepasselijk op de jaarlijkse taks op de verzekeringsverrichtingen.\"; 3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd luidende: \"Deze belastingschuld is betaalbaar uiterlijk de twintigste van de maand volgend op die waarin is vastgesteld dat de financieringsmiddelen aangetrokken door het aanbod van verzekeringsovereenkomsten in toepassing van artikel 5 niet zijn behandeld of aangewend in overeenstemming met de artikelen 10 en 11.\"</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 3. - Verbetering van de</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten5 houdende diverse bepalingen Art. 106.In artikel 202, § 2, eerste lid, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/04/1999 numac 1999003142 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs, tot fiscale regeling van de verrichtingen van lening van aandelen en houdende diverse andere bepalingen sluiten5 houdende diverse bepalingen, worden de woorden \"artikel 170\" vervangen door de woorden \"artikel 169\". Art. 107.Artikel 106 treedt in werking op 1 januari 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 18 december 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">FILIP Van Koningswege : De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be): Stukken : 54-1505.</p></div>", "next": 0}