{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-98\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 98</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De werkingskosten van de beroepskamer zijn ten laste van de Franse Gemeenschap. De regering bepaalt de vergoedingen waarop de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters recht hebben. Als de voorzitter of de plaatsvervangend voorzitter evenwel ambtenaar-generaal is, is er geen vergoeding verschuldigd. HOOFDSTUK X. - Stopzetting van de functies Art. 99.Voor de leden van het technisch personeel die tijdelijk zijn aangesteld, wordt de aanstelling voor het geheel of een gedeelte van de opdracht ambtshalve stopgezet : 1° als hun tijdelijke aanstelling niet op een regelmatige manier is gebeurd;2° als zij niet langer voldoen aan de volgende voorwaarden : a) Belg zijn of Belg zijn of ingezetene van een andere lidstaat van de Europese Unie, behoudens afwijking toegestaan door de Regering;b) zijn burgerlijke en politieke rechten genieten;c) aan de dienstplichtwetten hebben voldaan;d) van onberispelijk gedrag zijn;3° als, na een toegelaten afwezigheid, zij nalaten zonder enige geldige reden, hun werk te hervatten en afwezig blijven gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien dagen;4° als zij, zonder enige geldige reden, hun werk verlaten en gedurende meer dan tien dagen ononderbroken afwezig blijven;5° als zij zich in een geval bevinden waar de toepassing van de burgerlijke en strafwetten leiden tot de stopzetting van de functies;6° wanneer een onverenigbaarheid is vastgesteld en geen enkel beroep bedoeld in artikel 16 werd ingediend of het personeelslid weigert, na de uitputting van de procedure, een eind te maken aan een onverenigbare bezigheid;7° als wordt vastgesteld dat een permanente arbeidsongeschiktheid erkend overeenkomstig de wet of de verordening hen niet langer in staat stelt hun functies naar behoren te vervullen;8° bij een vaste benoeming in een ander ambt;9° op het ogenblik van de terugkeer van de titularis of van het lid van het technisch personeel die deze tijdelijk vervangt;10° op het ogenblik dat de betrekking die is ingenomen door het tijdelijk lid van het technisch personeel geheel of gedeeltelijk wordt verleend aan een ander personeelslid, namelijk : a) door de toepassing van de in hoofdstuk 6 bedoelde bepalingen;b) door de toepassing van artikel 31, § 1;c) door de toepassing van artikel 31, § 2;d) door de vaste benoeming;e) door de toekenning van de definitief vacant geworden betrekking aan een prioritair tijdelijk lid van het technisch personeel;11° op het moment van de ontvangst van de brief waarin de Franse Gemeenschap die de weddetoelage toekent, medeelt dat het uitgeoefend ambt niet langer geheel of gedeeltelijk kan worden betoelaagd;12° na de termijn vermeld in de aanstellingsakte en uiterlijk op het einde van het boekjaar tijdens hetwelk de aanstelling geschiedde;13° op het moment van de ontvangst van het advies van de medisch-sociale Dienst van de Staat waarbij het tijdelijk lid van het technisch personeel definitief ongeschikt wordt verklaard;14° mits een opzeg gegeven overeenkomstig de bepalingen van artikelen 26 en 29, hetzij in gezamenlijk akkoord, hetzij met toepassing van artikel 28</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-100\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 100</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vast benoemde leden van het technisch personeel worden ambtshalve uit hun functie gezet : 1° als hun vaste benoeming niet op een regelmatige manier is gebeurd;2° als zij niet langer voldoen aan de volgende voorwaarden : a) Belg zijn of ingezetene van een andere lidstaat van de Europese Unie, behoudens afwijking toegestaan door de Regering;c) zijn burgerlijke en politieke rechten genieten;d) aan de dienstplichtwetten hebben voldaan;e) van onberispelijk gedrag zijn;3° als, na een toegelaten afwezigheid, zij nalaten zonder enige geldige reden, hun werk te hervatten en afwezig blijven gedurende een ononderbroken periode van meer dan tien dagen;4° als zij, zonder enige geldige reden, hun werk verlaten en gedurende meer dan tien dagen ononderbroken afwezig blijven;5° als zij, teruggeroepen in actieve dienst, zonder enige geldige reden weigeren de door de inrichtende macht verleende betrekking op te nemen binnen de tien dagen;6° als zij zich in een geval bevinden waar de toepassing van de burgerlijke en strafwetten leiden tot de stopzetting van de functies;7° wanneer een onverenigbaarheid is vastgesteld en geen enkel beroep bedoeld in artikel 16 werd ingediend of het personeelslid weigert, na de uitputting van de procedure, een eind te maken aan een onverenigbare bezigheid;8° als wordt vastgesteld dat een permanente arbeidsongeschiktheid erkend overeenkomstig de wet of de verordening hen niet langer in staat stelt hun functies naar behoren te vervullen;9° in geval van een vaste benoeming in een ander ambt;10° bij vrijwillig ontslag.In dit geval kan het lid van het technisch personeel slechts zijn dienst verlaten als hij hiervoor wettelijke toestemming heeft gekregen van zijn inrichtende macht of na een opzegtermijn van vijftien dagen; 12° bij opruststelling wegens lichamelijke ongeschiktheid;13° bij gewone opruststelling wegens het bereiken van de pensioensgerechtigde leeftijd;14° als zij het voorwerp zijn van een tuchtstraf als ambtshalve ontslag of afzetting</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK XI. - Paritaire commissies Afdeling 1. - Algemeen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 101</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Na raadpleging van het of de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten van de gesubsidieerde officiële centra erkend door de regering en van de groeperingen van het technisch personeel van de gesubsidieerde officiële centra in de zin van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en van het koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van voormelde wet, stelt de Regering : 1° een centrale paritaire commissie in wiens bevoegdheid zich uitstrekt over alle gesubsidieerde officiële centra;2° lokale paritaire commissies in wier bevoegdheid zich uitstrekt over alle centra ingericht door eenzelfde inrichtende macht. Het regeringsbesluit houdende de oprichting van een paritaire commissie bepaalt hierin de benaming, de bevoegdheid en de samenstelling. § 2. Vanaf 1 januari 2003 zullen het of de in § 1 bedoelde vertegenwoordigings- en coördinatieorganen het bewijs moeten leveren dat zij democratisch werken volgens de wijzen en criteria bepaald bij decreet. Art. 102.De beslissingen van de centrale paritaire commissie kunnen, op haar verzoek, verplicht worden gemaakt bij regeringsbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de regering van oordeel is dat zij dit verzoek niet kan inwilligen, deelt zij de redenen hiervoor mee aan de centrale paritaire commissie. Art. 103.De bijkomende regels genomen door de centrale paritaire commissie mogen niet afwijken van de regels van dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijkomende regels van de lokale paritaire commissies mogen niet afwijken van de regels van dit decreet noch van de bijkomende regels vastgelegd door de centrale paritaire commissie en verplicht gemaakt bij regeringsbesluit, en kunnen niet bindend worden gemaakt dan wanneer ze zijn goedgekeurd bij beslissing van de gemeenteraad of van de permanente deputatie, naargelang het geval. Afdeling 2. - Centrale paritaire commissie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-104\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 104</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De commissie stelt haar bijzonder huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Regering. Art. 105.De centrale paritaire commissie is samengesteld : 1° uit een voorzitter en een ondervoorzitter;2° uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de inrichtende machten van de gesubsidieerde officiële centra en van de leden van het technisch personeel van de gesubsidieerde officiële centra;3° uit een of meerdere referendarissen wier opdracht erin bestaat de commissie te adviseren;4° uit een secretaris en een adjunct-secretaris. Het aantal leden van de commissie, bedoeld in het eerste lid, 2°, alsook de duur van de mandaten van de commissieleden worden bepaald door de regering De voorzitter, de ondervoorzitter, de referendaris(sen), de secretaris en de adjunct-secretaris zijn niet stemgerechtigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissie telt minstens vier werkende leden ter vertegenwoordiging van de inrichtende machten en vier werkende leden ter vertegenwoordiging van het technisch personeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertegenwoordigers van de inrichtende machten en de vertegenwoordigers van de leden van het technisch personeel kunnen zich laten bijstaan door technische raadgevers wiens maximum aantal is vastgelegd in het huishoudelijk reglement bedoeld in artikel 105. Ze zijn niet stemgerechtigd. Art. 106.De werkende leden van de paritaire commissie worden aangeduid door de Regering op voordracht van de in artikel 101, § 1, bedoelde orga(a)n(en) en groeperingen. Bij ontstentenis van akkoord gaat de Regering rechtstreeks over tot de aanstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor ieder werkend lid duidt de regering een plaatsvervanger aan volgens dezelfde wijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter en ondervoorzitter worden gekozen door de regering onder de personen die los staan van de belangen waarmee de commissie kan kampen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De secretaris en de adjunct-secretaris, gekozen onder de ambtenaren van het Ministerie, alsook de referendaris(sen) worden aangesteld door de regering. De waarneming van het ambt van voorzitter en ondervoorzitter is onverenigbaar met dat van een parlementair mandaat. Art. 107.De centrale paritaire commissie heeft als voornaamste opdracht : 1° zich te beraden over de algemene arbeidsomstandigheden;2° voor het technisch personeel bedoeld in dit decreet regels op te stellen als aanvulling op de statutaire bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten;3° adviezen uit te brengen over alle vragen betreffende de organisatie, de verdediging en de promotie van de gesubsidieerde officiële centra. Art. 108.De beslissingen en adviezen van de centrale paritaire commissie worden bij unanimiteit genomen, met een meerderheid van de leden in iedere groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer evenwel geen eengezindheid wordt bereikt of wanneer er geen meerderheid is in elke groep, vergadert de paritaire commissie opnieuw binnen de vijftien dagen. In dit geval worden de beslissingen en adviezen geldig genomen, op voorwaarde dat twee derde van de uitgebrachte stemmen van de aanwezige leden in elke groep gehaald wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van vorige leden wordt niet als een stem beschouwd : 1° de blanco stemmen;2° de onthoudingen. Afdeling 3. - Lokale paritaire commissies</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-109\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 109</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Iedere commissie stelt haar huishoudelijk reglement op dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de regering. Art. 110.De lokale paritaire commissies zijn samengesteld : 1° uit een voorzitter en een ondervoorzitter;2° uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de inrichtende macht en van de leden van het technisch personeel;3° uit een secretaris en een adjunct-secretaris. Voor de centra ingericht door de provincies, wordt het voorzitterschap van deze commissies waargenomen door de afgevaardigde van de permanente deputatie van de provincieraad Voor de centra ingericht door de gemeenten wordt het voorzitterschap van deze commissies waargenomen door de burgemeesters of diens afgevaardigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de centra ingericht door de Franse Gemeenschapscommissie wordt het voorzitterschap van deze commissies waargenomen door de afgevaardigde van het college van deze instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ondervoorzitter wordt gekozen onder de vertegenwoordigers van de leden van het technisch personeel. Art. 111.De lokale paritaire commissies hebben, ieder binnen hun eigen bevoegdheid, als hoofdopdracht : 1° te beraden over de algemene arbeidsomstandigheden;2° voor het technisch personeel regels op te stellen als aanvulling op de statutaire bepalingen van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten en op de bijkomende regels van de centrale paritaire commissie die door de regering bindend zijn gemaakt;3° adviezen te verstrekken over alle vragen omtrent de organisatie, de verdediging en de promotie van de gesubsidieerde officiële centra;4° weet te hebben van de adviesaanvragen ingediend door het lid van het technisch personeel of door de inrichtende macht aangaande een onverenigbaarheid overeenkomstig artikel 16;5° voorafgaandelijk een advies uit te brengen over de afwijking bedoeld in artikelen 3, § 2, en 4, § 2, van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra. Art. 112.De beslissingen en adviezen van de lokale paritaire commissie worden bij unanimiteit genomen, met een meerderheid van de leden in iedere groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer evenwel geen eengezindheid wordt bereikt of wanneer er geen meerderheid is in elke groep, vergadert de paritaire commissie opnieuw binnen de vijftien dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als tijdens de tweede vergadering nog steeds geen eengezindheid bereikt is of als er geen meerderheid is in iedere groep, beslist de Voorzitter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van vorige leden wordt niet als een stem beschouwd : 1° de blanco stemmen;2° de onthoudingen. Binnen de maand na de stemming in de lokale paritaire commissie worden de in artikel 111, 2°, bedoelde bijkomende regels door haar meegedeeld aan de in artikel 101, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde centrale paritaire commissie. Afdeling 4. - Controle en sanctie van de bindend gemaakte beslissingen van de paritaire commissies Art. 113.De uitvoering van de overeenkomstig artikel 102 bindend verklaarde beslissingen wordt opgevolgd, onverminderd de plichten van de officiers van de gerechtelijke politie, door de door de Regering aangeduide agenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van overtreding stellen de in het eerste lid bedoelde agenten proces-verbaal op dat zij verzenden naar de bevoegde procureur des Konings en een afschrift wordt, bij ter post aangetekend schrijven, verstuurd naar de overtreder binnen de acht dagen, op straffe van nietigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde agenten hebben vrije toegang tot de lokalen waar de leden van het technisch personeel hun taken vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeurs en de leden van het administratief personeel zijn verplicht hen de inlichtingen te verschaffen die zij nodig hebben om zich van hun opdracht te kwijten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere inbreuk op de overeenkomstig artikel 102 verplicht verklaarde beslissingen wordt bestraft met een boete van 2,50 euro tot 2.500 euro. De boete wordt evenveel keer opgelegd als er personen werken die deze beslissingen overtreden, zonder dat het totaal van de boetes meer bedraagt dan 5.000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het vorig lid bedoelde straffen zijn toepasbaar op elk lid van het technisch en administratief personeel dat dezelfde bepalingen overtreedt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichtende machten, de directies van de centra alsook ieder lid van het administratief en technisch personeel die de krachtens dit decreet geregelde opvolging hindert, worden bestraft met een boete van 1 euro tot 2,50 euro, onverminderd, desgevallend, de toepassing van de straffen opgelegd door artikelen 269 tot 274 van het Strafwetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt bestraft met een boete van 2,50 euro tot 2.500 euro eenieder die, met het oogmerk een fout te plegen, onjuiste verklaringen aflegt tijdens de enquêtes van de controledienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichtende macht zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de betaling van de boete die hun centrumdirecteurs opgelegd krijgen. HOOFDSTUK XII. - Onmogelijkheid van gebruik als oppositie van de clausules die strijdig zijn met het statuut Art. 114.Iedere bepaling in een aanstellingsakte of in een arbeidsreglement die strijdig is met de dwingende wettelijke bepalingen in dit decreet of met de aanvullende regels vastgesteld door de bevoegde paritaire commissies en verplicht verklaard, kan niet als verzet aangevoerd worden. HOOFDSTUK XIII. - Wijzigings-, opheffings-, overgangs- en slotbepalingen Art. 115.In artikel 24, § 2bis, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen uit de onderwijswetgeving, zoals ingevoegd door het decreet van 8 februari 1999, wordt het laatste lid vervangen door de volgende bepaling : « Het eerste tot het derde lid van deze paragraaf zijn niet van toepassing in geval van toepassing van artikel 111bis van het decreet van 1 februari 1993 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, van artikel 101quater van het decreet van 6 juni 1994 tot vaststelling van het statuut van de gesubsidieerde personeelsleden van het gesubsidieerd officieel onderwijs, van artikel 68 van het decreet van 31 januari 2001 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra en van artikel 80 van het decreet van 31 januari 2001 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd technisch personeel van de gesubsidieerde vrije psycho-medisch-sociale centra. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-116\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 116</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gesubsidieerde leden van het technisch personeel die, bij de inwerkingtreding van dit decreet, in vast verband een betrekking uitoefenen in het ambt van psychopedagogisch hulpambtenaar die in strijd is, naargelang het geval, met de bepalingen van artikel 3, § 2, of met artikel 4, § 2, van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra, blijven vast benoemd in dit ambt en blijven onderworpen aan dit decreet Wanneer een in het eerste lid bedoeld lid van het technisch personeel, afwezig wegens verlof of terbeschikkingstelling, tijdelijk vervangen wordt, geschiedt deze vervanging bij voorrang door een lid van het technisch personeel dat ter beschikking is gesteld bij ontstentenis van betrekking overeenkomstig hoofdstuk 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek wordt het in het eerste lid bedoeld personeelslid vervangen door de tijdelijke aanstelling van een personeelslid in het ambt van psychopedagogisch werker. Art. 117.De gesubsidieerde leden van het technisch personeel die, bij de inwerkingtreding van dit decreet, daadwerkelijk tijdelijk een definitief vacante betrekking uitoefenen in het ambt van psychopedagogisch werker die in strijd is, naargelang het geval, met de bepalingen van artikel 3, § 2, of met artikel 4, § 2, van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra worden in dit ambt behouden in de hoedanigheid van tijdelijk lid van het technisch personeel en blijven onderworpen aan dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bedoeld personeelslid wordt vervangen door de tijdelijke aanstelling van een personeelslid in het ambt van psychopedagogisch werker.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde leden van het technisch personeel worden vast benoemd in het ambt van psychopedagogisch werker onder de voorwaarden voorgeschreven door dit decreet of, desgevallend, krachtens artikel 122, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personeelsleden die krachtens het vorig lid vast benoemd zijn in het ambt van psychopedagogisch werker worden vervangen overeenkomstig artikel 116. Art. 118.De gesubsidieerde leden van het technisch personeel die, bij de inwerkingtreding van dit decreet, daadwerkelijk tijdelijk een tijdelijk vacante betrekking uitoefenen in het ambt van psychopedagogisch werker die in strijd is, naargelang het geval, met de bepalingen van artikel 3, § 2, of met artikel 4, § 2, van de wet van 1 april 1960 betreffende de psycho-medisch-sociale centra worden in dit ambt behouden in de hoedanigheid van tijdelijk lid van het technisch personeel en blijven onderworpen aan dit decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bedoeld personeelslid wordt vervangen door de tijdelijke aanstelling van een personeelslid in het ambt van psychopedagogisch werker.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde leden van het technisch personeel worden vast benoemd in het ambt van psychopedagogisch werker onder de voorwaarden voorgeschreven door dit decreet of, desgevallend, krachtens artikel 122, eerste lid, voor zover hun achtereenvolgende aanstellingsperiodes ononderbroken waren tot op de dag dat de betrekking die ze uitoefenen, definitief vacant wordt verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personeelsleden die krachtens het vorig lid vast benoemd zijn in het ambt van psychopedagogisch werker worden vervangen overeenkomstig artikel 116.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-119\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 119</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van artikel 21, 1°, worden eveneens gelijkgesteld met het vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van psychopedagogisch consulent, de licentiaatsdiploma's : 1° psychologie;2° beroepsoriëntatie en -selectie;3° psychologische en pedagogische wetenschappen;4° psychologische wetenschappen;5° toegepaste psychologie;6° klinische psychologie;7° psychopedagogische wetenschappen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-120\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 120</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van artikel 21, 1°, worden geacht houder te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het ambt van psychopedagogisch consulent, de leden van het technisch personeel die vast benoemd zijn in dit ambt vóór de inwerkingtreding van dit decreet en op grond van het licentiaatsdiploma van : 1° opvoedingswetenschappen;2° pedagogische wetenschappen. Worden eveneens geacht houder te zijn van het vereiste bekwaamheidsbewijs voor het ambt van psychopedagogisch consulent, de leden van het technisch personeel die, op grond van het in het eerste lid bedoelde licentiaatsdiploma en voor de inwerkingtreding van dit decreet, tijdelijk aangesteld werden in dit ambt en die 360 dagen dienst tellen in dit ambt binnen de gesubsidieerde officiële psycho-medisch-sociale centra</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 121</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gesubsidieerde leden van het technisch personeel die, aan de vooravond van de inwerkingtreding van dit decreet vast benoemd zijn, worden geacht vast benoemd te zijn in de zin van dit decreet, binnen de opdrachten dat zij vervulden op de vooravond van de inwerkingtreding van dit decreet en toegewezen aan het centrum waar zij deze opdrachten vervullen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gesubsidieerde leden van het technisch personeel die, aan de vooravond van de inwerkingtreding van dit decreet tijdelijk een betrekking innemen in een wervingsambt, kunnen uiterlijk op de eerst dag van de derde maand volgend op de publicatiedatum van dit decreet in het Belgisch Staatsblad, vast benoemd worden, op voorwaarde dat zij op de dag dat zij in vast verband aangesteld worden, voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 32, § 1, eerste lid, met uitzondering van 8° en 12°, en dat zij daarenboven gedurende twee jaar een gesubsidieerde betrekking hebben ingenomen De in het eerste lid bedoelde vaste benoeming kan slechts in een vacante betrekking worden toegestaan die, op grond van de bepalingen van hoofdstuk 6, niet langer openstaat voor reaffectatie of tijdelijke terugroeping in actieve dienst van een personeelslid dat ter beschikking is gesteld bij ontstentenis van betrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in deze paragraaf bedoelde personeelsleden die niet gebruik konden maken van de bepaling in het eerste lid zien hun anciënniteit binnen deze inrichtende macht berekend volgens de berekeningsmethode bedoeld in artikel 36, voor zover zij prioritair zijn bij de inrichtende macht overeenkomstig artikel 23, § 1. Art. 123.De gesubsidieerde personeelsleden die, aan de vooravond van de inwerkingtreding van dit decreet, tijdelijk een betrekking vervullen in een bevorderingsambt, kunnen in dit ambt vast benoemd worden zodra zij voldoen aan de voorwaarde gesteld in artikel 42, 1°, en de lichamelijke bekwaamheidsvoorwaarde bepaald in artikel 32, § 1, 6°, voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde vaste benoeming kan slechts worden toegestaan in de betrekking die, op grond van de bepalingen van hoofdstuk 6, niet langer openstaat voor reaffectatie of de tijdelijke terugroeping in actieve dienst van een personeelslid dat ter beschikking is gesteld bij ontstentenis van betrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 44 en in afwachting van de vaste benoeming kunnen de in het eerste lid bedoelde personeelsleden het ambt waarmee ze tijdelijk belast werden, verder blijven uitoefenen. Art. 124.De leden van het technisch personeel die aan de vooravond van de inwerkingtreding van dit decreet ter beschikking zijn gesteld bij ontstentenis van betrekking, worden geacht te zijn geaffecteerd naar het centrum waar zij op 31 augustus voor hun terbeschikkingstelling houder waren van een betrekking. Art. 125.Dit decreet treedt in werking op 1 maart 2002.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkondigen dit decreet, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad moet verschijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaan te Brussel, op 31 januari 2002.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, belast met Internationale Betrekkingen, H. HASQUIN De Minister van Cultuur, Begroting, Openbaar Ambt, Jeugdzaken en Sport, R. DEMOTTE De Minister van Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de Opvang en de opdrachten toegewezen aan de O.N.E.', J.-M. NOLLET De Minister van Secundair en Buitengewoon Onderwijs, P. HAZETTE De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor sociale promotie en Wetenschappelijk Onderzoek, Mevr. F. DUPUIS De Minister van Kunsten en Letteren en van de Audiovisuele Sector, R. MILLER De Minister van Jeugdbijstand en Gezondheidszorg, Mevr. N. MARECHAL _______ Nota (1) Zitting 2001-2002. Documenten van de Raad. - Ontwerpdecreet, nr. 231-1. - Commissieamendementen, nr. 231-2. - Verslag, nr. 231-3. - Amendementen in de zitting, nr. 231-4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Zitting van 22 januari 2002.</p></div>", "next": 0}