{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">gebruiksprofiel Art. 159.§ 1. Wat betreft de meetinrichtingen betreffende de toegangspunten van bestaande aansluitingen met een jaarlijks gebruik hoger dan één miljoen m3(n), wordt het gebruiksprofiel geregistreerd door tele-opname. § 2. Wat betreft meetinrichtingen betreffende lagere gebruiken voorziet de netbeheerder eventueel op aanvraag van de netgebruiker of van de leverancier en volgens overeen te komen modaliteiten in de registratie door teleopname. In dit geval sluiten de netgebruiker en de netbeheerder altijd een aansluitingscontract betreffende het betrokken toegangspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na advies van de \"CWaPE\" kan de Minister van Energie het criterium omschreven in § 1 wijzigen om het aantal betrokken toegangspunten te verhogen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 160</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor toegangspunten van nieuwe aansluitingen of aansluitingen die aangepast worden, met een geschat jaarverbruik groter dan één miljoen m3(n) plaatst de distributienetbeheerder op het toegangspunt een meetinrichting met registratie door tele-opname. § 2. Na advies van de \"CWaPE\" kan de Minister van Energie het criterium omschreven in § 1 wijzigen om het aantal betrokken toegangspunten te verhogen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 161</span><span class=\"lf-art-t\">Als de netgebruiker verschillende leveranciers gelijktijdig kiest, wordt zijn gebruiksprofiel geregistreerd door tele-opname</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 162</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De verzameling van de meet- of telgegevens wordt uitgevoerd in conformiteit met het door de netbeheerder vastgestelde communicatieprotocol. § 2. Een elementaire periode zoals bepaald in artikel 136 is verbonden met de gasdag. De eerste periode van een dag gaat dus in om 6 u., lokaal uur. § 3. Het tijdsinterval in absolute waarde gemeten tussen het begin (of het einde) van een elementaire periode zoals beschouwd door de meetinrichting en het begin (of einde) van dezelfde elementaire periode berekend op grond van een absolute tijdsreferentie mag niet hoger zijn dan 10 seconden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 163</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met inachtneming van de bepalingen van het aansluitingscontract registreert de meetinrichting de volgende gegevens per meetperiode : - de identificatie van de meetperiode; - de afgenomen en/of geïnjecteerde gashoeveelheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 164</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op de teleopname van de meetinrichting zorgt de netbeheerder voor de uitvoering van de meest gepaste telecommunicatieverbinding op grond van technisch-economische criteria. Afdeling 3.3. - Bijzondere bepalingen betreffende het berekende gebruiksprofiel Art. 165.§ 1. De toegangspunten met een vermogen van 160 m3(n)/uur of meer die niet ingedeeld zijn in de categorieën bedoeld in de artikelen 159 en 160, worden maandelijks opgemeten § 2. De toegangspunten met een vermogen van minder dan 160 m3(n)/uur worden maandelijks opgemeten, behalve specifiek akkoord tussen de netgebruiker en de netbeheerder. § 3. Het verbruik of, in voorkomend geval de injectie, van de toegangspunten bedoeld in § 2 wordt door de netbeheerder bepaald bij elke verandering van leverancier of afnemer en in elk geval 12 maanden na de laatste opmeting van de teller. De teller wordt ook minstens één keer tijdens een periode van 24 maanden fysisch gemeten door de netbeheerder, voor zover hij toegang heeft tot de meetinrichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 166</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De netbeheerder kent aan elke toegangspunt dat niet in de artikelen 159 en 160 wordt bedoeld een synthetisch gebruiksprofiel toe dat zo goed mogelijk overeenstemt met de betrokken categorie van netgebruiker. § 2. Het synthetisch gebruiksprofiel bedoeld in § 1 brengt en deel van de jaarlijkse afname/injectie onder bij elke elementaire periode bedoeld in artikel 136. § 3. De synthetische gebruiksprofielen worden in onderlinge overeenstemming door de gezamenlijke netbeheerders opgesteld en aan de CWaPE, leveranciers en bevrachters overgelegd met een commentaar over de in overweging genomen hypotheses. § 4. Er wordt een voldoend aantal synthetische gebruiksprofielen vastgelegd om een aanvaardbare evaluatie van de gasstromen mogelijk te maken. § 5. De synthetische gebruiksprofielen worden jaarlijks herzien op grond van de lijst van de tel- of meetgegevens. Afdeling 3.4. - Verwerking van de meet- of telgegevens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op grond o.a. van de gegevens uit het transmissiebedrijf bepaalt de netbeheerder de omzetting van gas in energie (kWh) met de nauwkeurigheidsgraad vereist in de vigerende regelingen en normen. Art. 168.De in artikel 163 bedoelde gegevens worden in elektronische vorm omgezet door de netbeheerder en de volgende gegevens worden eraan toegevoegd : - de identificatie van het toegangspunt; - de plaatsbepaling van de meetinrichting; - de identificatie van de leverancier en, desgevallend, van de bevrachter. Art. 169.De dataverwerking moet zodanig gebeuren dat de in artikel 167 bedoelde nauwkeurigheidsgraad van die data niet wordt aangetast. Afdeling 3.5. - Onbeschikbare of onbetrouwbare gegevens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 170</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Indien de netbeheerder niet kan beschikken over de werkelijke meet- of telgegevens of wanneer hij van oordeel is dat de beschikbare resultaten niet betrouwbaar of foutief zijn, worden de betrokken meet- of telresultaten in het validatieproces vervangen door waarden die op basis van objectieve en niet-discriminerende criteria billijk zijn. Wanneer ze betrekking hebben op een meetinrichting gebruikt voor de toekenning van groene certificaten, deelt de netbeheerder die waarden samen met de verantwoording met aan de netgebruiker en aan de CWaPE. § 2. De onbetrouwbare of foutieve gegevens worden gecorrigeerd op basis van één of meerdere schattingsprocedures zoals : - redundante metingen; - andere meetresultaten die de betrokken netgebruiker ter beschikking heeft; - vergelijking met de gegevens van een periode die als equivalent wordt beschouwd. § 3. Indien bij de validering van de meet- of tellingsgegevens blijkt dat een bijkomende fysieke meteraflezing noodzakelijk is, zijn de in de afdelingen 3.7 en 3.8 van deze Code bedoelde termijnen betreffende de gegevensoverdracht van toepassing vanaf de dag waarop die bijkomende aflezing wordt uitgevoerd. Art. 171.In voorkomend geval na toepassing van de bepalingen van artikel 170 kan de netbeheerder elke vorm van controle uitvoeren op de meet- of telgegevens die hij nuttig acht met het oog op hun effectieve validering. Afdeling 3.6. - Allocatie en reconciliatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 172</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een overblijvende gashoeveelheid, hierna \"residu\" genoemd, omschreven als het verschil tussen de gemeten gashoeveelheid die geïnjecteerd wordt in het distributienet en de raming van de verkregen hoeveelheid, wordt berekend per geaggregeerd ontvangststation en per elementaire periode door de hoeveelheden voortvloeiend uit de gemeten en berekende gebruiksprofielen op te tellen. Dat \"residu\" wordt per geaggregeerd ontvangststation en per elementaire periode toegekend aan de leveranciers naar rata van de som van de berekende gebruiksprofielen van hun respectieve netgebruikers, overeenkomstig de door de CWaPE toegestane allocatiewijze. § 2. Rekening houdend met de resultaten van de allocatie van \"residu\" kent de netbeheerder elke leverancier per ontvangststation en per elementaire periode de aan zijn netgebruikers geleverde energie toe. Art. 173.De in artikel 172 bedoelde allocatie van energie moet maandelijks worden verbeterd op grond van de echte verbruiken die tijdens die maand afgelezen zijn overeenkomstig de door de CWaPE toegestane maandelijkse reconciliatiewijze. Art. 174.De definitieve reconciliatie van een maand gebeurt per geaggregeerd ontvangststation uiterlijk vijftien maanden na die maand Daarbij wordt het eindresidu van die maand vastgesteld overeenkomstig de door de CWaPE toegestane definitieve reconciliatiewijze. Dat eindresidu is ten laste van de betrokken netbeheerders. Afdeling 3.7. - Ter beschikking te stellen meet- of telgegevens in geval van gemeten gebruiksprofielen Art. 175.§ 1. De netbeheerder stelt de niet-gevalideerde meet- of telgegevens betreffende de betrokken elementaire periode, per toegangspunt, zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen het uur na de elementaire afname/injectieperiode ter beschikking van elke leverancier voor alle betrokken toegangspunten. § 2. Elke maand stelt de netbeheerder de gevalideerde meet- of tellingsgevens per elementaire periode en voor alle toegangspunten ter beschikking van elke leverancier uiterlijk op de twintigste werkdag na de betrokken maand.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 176</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De netbeheerder stelt de niet-gevalideerde meet- of telgegevens, per elementaire periode, gehergroepeerd per leverancier en per geaggregeerd ontvangststation zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen het uur na de elementaire afname/injectieperiode ter beschikking van de bevrachters. De netbeheerder stelt de niet-gevalideerde meet- of tellingsgegevens met vermelding van de betrokken bevrachters, per toegangspunt, zo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen het uur na de elementaire afname/injectieperiode ter beschikking van het betrokken transmissiebedrijf. § 2. Elke maand stelt de netbeheerder de gevalideerde meet- of telgegevens, gehergroepeerd per leverancier en per geaggregeerd ontvangststation met vermelding van de betrokken bevrachters ter beschikking van de bevrachters uiterlijk de twintigste werkdag van de volgende maand. Elke maand stelt de netbeheerder de gevalideerde meet- of telgegevens van de vorige maand per elementaire periode en per toegangspunt ter beschikking van het betrokken transmissiebedrijf uiterlijk op de twintigste werkdag van de volgende maand. Afdeling 3.8. - Ter beschikking te stellen meet- of tel-, allocatie en reconciliatiegegevens in geval van berekende gebruiksprofielen Art. 177.§ 1. De netbeheerder stelt maandelijks uitgelezen gevalideerde meet- of tellingsgegevens voor alle betrokken toegangspunten ter beschikking van elke leverancier uiterlijk op de twintigste werkdag na de uitlezing. De netbeheerder moet de uitlezingsdatum altijd vermelden. § 2. De netbeheerder stelt jaarlijks uitgelezen gevalideerde meet- of tellingsgegevens voor alle betrokken toegangspunten ter beschikking van elke leverancier uiterlijk op de twintigste werkdag na de uitlezing. De netbeheerder moet de uitlezingsdatum altijd vermelden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 178</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen veertig werkdagen na de betrokken maand stelt de netbeheerder de in artikel 172 bedoelde allocatiegegevens per elementaire periode ter beschikking van de leverancier voor de betrokken toegangspunten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 179</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen veertig werkdagen na de betrokken maand stelt de netbeheerder de allocatiegegevens van de afgelopen maand per elementaire periode en gehergroepeerd per betrokken leverancier en ontvangststation ter beschikking van de bevrachters. De netbeheerder stelt ook de allocatiegegevens van de maand per elementaire periode en gehergroepeerd per betrokken bevrachter en geaggregeerd ontvangststation ter beschikking van het betrokken transmissiebedrijf binnen veertig werkdagen na de betrokken maand</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 180</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf 1 april 2008 en uiterlijk op de dertigste werkdag na een bepaalde maand stelt de netbeheerder de reconciliatiegegevens per geaggregeerd ontvangststation voor de betrokken toegangspunten, die in de loop van die maand zijn uitgelezen ter beschikking van de leverancier. Hij stelt die gegevens ook ter beschikking van de bij die reconciliatie betrokken partijen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 181</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het totaal van het jaarlijkse en maandelijkse standaardverbruik per geaggregeerd ontvangststation, type synthetisch gebruiksprofiel en bevrachter wordt uiterlijk drie werkdagen vóór het einde van de maand door de netbeheerder ter inzage van het transmissiebedrijf gelegd. § 2. Het totaal van het jaarlijkse en maandelijkse standaardverbruik per geaggregeerd ontvangststation, type synthetisch gebruiksprofiel en leverancier wordt uiterlijk drie werkdagen vóór het einde van de maand door de netbeheerder ter inzage van de bevrachters gelegd. § 3. Het totaal van het jaarlijkse en maandelijkse standaardverbruik per geaggregeerd ontvangststation en type synthetisch gebruiksprofiel wordt uiterlijk drie werkdagen vóór het einde van de maand door de netbeheerder ter inzage van de leveranciers gelegd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 182</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De resultaten van de in artikel 174 bedoelde eindreconciliatie van één maand waarin op zijn minst de in het distributienet geïnjecteerde totale energiehoeveelheid, de totale hoeveelheid verbruikte energie en het eindresidu van bedoelde maand opgenomen zijn, worden vóór het einde van de vijftiende maand na bedoelde maand samen met een samenvattende toelichtingsnota aan de CWaPE overgemaakt. Afdeling 3.9. - Historische gegevens</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-183\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 183</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Elke netgebruiker of elke door hem gemandateerde tussenpersoon kan hoogstens één keer per jaar zijn verbruiksgegevens van de drie laatste jaren gratis op gewoon verzoek verkrijgen bij de netbeheerder, na mededeling van zijn EAN-code. § 2. De in § 1 bedoelde verbruiksgegevens worden uiterlijk twintig dagen na de aanvraag door de netbeheerder ter inzage gelegd van de aanvrager op voorwaarde dat betrokken netgebruiker tijdens de referentieperiode op hetzelfde toegangspunt actief was en dat de gegevens beschikbaar zijn. § 3. De gegevens worden op duidelijk en eenvormig ingedeeld, per EAN-code en per periode, volgens een in onderlinge overeenstemming vastgelegd formaat waarin de volgende gegevens voorkomen : - voor de telegelezen netgebruikers, het verbruik per elementaire periode; - voor de netgebruikers die maandelijks worden uitgelezen, het maandelijks verbruik en de data van de opnames; - voor de netgebruikers die jaarlijks worden uitgelezen, het jaarlijks verbruik en de data van de opnames</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Art 184</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als een netgebruiker van leverancier verandert, worden de beschikbare historische verbruiksgegevens per elementaire periode, per maand of per jaar naargelang van het type netgebruiker gratis ter inzage gelegd van de nieuwe leverancier. De aanvraag tot leverancierswijziging geldt tegelijkertijd als aanvraag tot terinzagelegging van de historische verbruiksgegevens, tenzij betrokken netgebruiker dit weigert door middel van een schriftelijke medeling gericht aan de netbeheerder. Afdeling 3.10. - Opslag, archivering en beveiliging van de data</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 185</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De netbeheerder slaat zowel de onbewerkte als de eventueel gewijzigde meet- of telgegevens op een niet vluchtige informatiedrager op. Art. 186.De netbeheerder archiveert de in artikel 185 vermelde gegevens gedurende een periode van minstens vijf jaar. Art. 187.§ 1. De door de netbeheerder centraal beheerde meet- of tellingsgegevens zijn, overeenkomstig de vigerende wettelijke bepalingen, beveiligd tegen kennisneming door derden. § 2. Onverminderd de gebruiksrechten die voor de netbeheerder noodzakelijk zijn om zijn opdrachten te vervullen, is de netgebruiker eigenaar van de meet- en telgegevens betreffende de betrokken toeganspunten. Hij bezit ongehinderd alle gebruiks- en exploitatierechten. Afdeling 3.11. - Klachten en rechtzettingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 188</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De meet- of tellingsgegevens mogen enkel worden betwist door de rechtstreeks betrokken partijen alsook door de CWaPE, met name in het kader van de procedure voor de toekenning van groene certificaten Een aanvraag tot rechtzetting is pas ontvankelijk als de netbeheerder daarvan schriftelijk op de hoogte wordt gebracht ten minste één maand nadat de gegevens ter kennis van de aanklager zijn gesteld overeenkomstig de afdelingen 3.7 en 3.8 van deze Code, of volgens het protocol omschreven in artikel 8. Art. 189.Behoudens kwade trouw kan een eventuele rechtzetting van de meetgegevens en van de daaruit voortvloeiende facturatie slechts betrekking hebben op een periode van maximaal 24 maanden voorafgaand aan de laatste meteraflezing. HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepalingen Art. 190.§ 1. De vigerende telfrequenties bij de bekendmaking van dit T.R. GAS die niet conform zouden zijn met de bepalingen van artikel 165 mogen ongewijzigd blijven zolang de partijen geen aanvraag tot in conformiteit brengen hebben gesteld. § 2. Tijdens de periode waarin de gemeten gebruiksprofielen niet beschikbaar zijn, worden de allocaties en reconciliaties verricht op grond van de berekende gebruiksprofielen die in onderlinge overeenstemming tussen de partijen zijn vastgesteld. Art. 191.Indien de netgebruiker of de leverancier een kortere termijn wenst voor de opheffing van de in artikel 190 bedoelde niet-conformiteit, moet hij zich richten tot de netbeheerder. Die zal op grond van objectieve en niet-discriminerende criteria oordelen of de aangevraagde aanpassing kan worden uitgevoerd en onder welke voorwaarden. In geval van positieve evaluatie zal de netbeheerder de aanpassing uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VI. - Samenwerkingscode HOOFDSTUK I. - Algemeen Art. 192.Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen alsmede de bevoegdheden van de CREG is de Samenwerkingscode van toepassing op de verhoudingen tussen de netbeheerders wiens netten gekoppeld zijn en tussen een netbeheerder en het transmissiebedrijf op het net waarvan het net van de netbeheerder is aangesloten. HOOFDSTUK II. - Aansluiting van een distributienet op een transmissienet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-193\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 193</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De netbeheerder sluit met het transmissiebedrijf waarop zijn net aangesloten is, een samenwerkingsovereenkomst waarin o.a. de respectieve rechten, verplichtingen en verantwoordelijkheden zijn vastgesteld alsook de procedures in verband met alle aspecten van de exploitatie die een invloed kunnen hebben op de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van de netten of van de aansluitingswerken of installaties van de betrokken netgebruikers of op de vertrouwelijkheid van de uitgewisselde gegevens. § 2. De samenwerkingsovereenkomst bevat de akkoorden tussen de netbeheerder en het transmissiebedrijf over de toegangspunten en de ontvangststations die er zijn gevestigd. De samenwerkingsovereenkomst bevat voor elk ontvangststation minstens de volgende gegevens : - de eigenaar van het station; - de technisch exploitant van het station; - het geïnstalleerde vermogen en de desbetreffende aanpassingsmodaliteiten; - het door het transmissiebedrijf ter beschikking gestelde vermogen, alsook de minimum- en maximumdrukken en -temperaturen van het geleverde gas; - de uitwisselingsgrenzen, -wijze en -frequentie betreffende de waarden van de energetische inhoud per eenheid gasvolume; - de informatiestromen tussen de partijen en de frequentie daarvan; - de door de partijen te verstrekken diensten. § 3 De tekst van elke samenwerkingsovereenkomst betreffende een net dat minstens gedeeltelijk in het Waalse Gewest gelegen is, alsook van elk verder aanhangsels bij deze overeenkomst wordt vóór zijn inwerkingtreding aan de CWaPE meegedeeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 194</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke versterking of uitbreiding van een bestaand ontvangststation worden samen beslist door de netbeheerder en het transmissiebedrijf waarop zijn net aangesloten is op grond van technisch-economische criteria en met het oog op een optimale ontwikkeling van de betrokken netten. Die versterkingen of uitbreidingen maken het voorwerp uit van aanhangsels bij het samenwerkingsakkoord</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 195</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Op aanvraag van een netbeheerder of van een transmissiebedrijf kunnen verschillende ontvangststations die één of meerdere distributienetten bevoorraden, na overleg en in overeenstemming met de netbeheerders en het betrokken transmissiebedrijf gehergroepeerd worden in één fictief \"geaggregeerd ontvangststation\"</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een erkend ontvangststation meerdere distributienetten bevoorraadt, wordt de netbeheerder die het beheer daarvan coördineert, in onderlinge overeenstemming en in overeenstemming met het transmissiebedrijf aangewezen door de betrokken netbeheerders. Deze netbeheerder wordt \"lead netbeheerder\" genoemd. § 3. Elke netbeheerder is verantwoordelijk voor de transmissie van de meetgegevens, zoals omschreven in dit T.R.GAS, aan de leveranciers die actief zijn op de toegangspunten van zijn distributienet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De netbeheerders wiens net of netgedeelte wordt bevoorraad door een erkend ontvangststation bedoeld in § 2, bezorgen op tijd minstens de in dit T.R.GAS bepaalde informatie hetzij aan het transmissiebedrijf, hetzij aan de \"lead netbeheerder\" die het beheer van dat geaggregeerd ontvangstation coördineert; ze blijven verantwoordelijk voor de kwaliteit van de bezorgde informatie. De \"lead netbeheerder\" die het beheer van het geaggregeerde station coördineert zal de informatie die hij heeft verkregen van de door het transmissiebedrijf bevoorrade netbeheerders overmaken aan genoemd bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-196\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 196</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De netbeheerders en transmissiebedrijven bepalen in onderling overleg de wijze en frequentie van uitwisseling van de informatie over o.a. de energetische inhoud van het gas per volume-eenheid en de afnamevooruitzichten betreffende de al dan niet geaggregeerde ontvangstations; ze maken daar gewag van in het samenwerkingsakkoord</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 197</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De afnamen of injecties op uurbasis van de netgebruikers worden geacht tegelijkertijd uitgevoerd te worden op het ontvangststation. HOOFDSTUK III. - Interconnecties van distributienetten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 198</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Wanneer de netbeheerders sluiten hun netten aan op elkaar, moeten de installaties op het interconnectiepunt : - voldoen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op de leidingen voor aardgasdistributie; - voorzien zijn van de noodzakelijke onderbrekingsinrichtingen en andere apparaten om in alle omstandigheden de stromen op elk net te kunnen beheren. § 2. Wat betreft elk interconnectiepunt wordt een samenwerkingsakkoord met alle operationele bepalingen gesloten tussen de betrokken netbeheerders</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 199</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 134 beslissen de op elkaar aangesloten netbeheerders in onderlinge overeenstemming over de noodzaak om een meetapparaat op het interconnectiepunt aan te leggen alsook over de vaststelling van de energiehoeveelheden vanuit de aardgasstromen en over de terbeschikkingstelling van die gegevens</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL VII. - Slotbepaling Art. 200.Het</h3>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Waalse Regering van 18 november 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/11/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/12/2004 numac 2004203525 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende het technisch reglement voor het beheer van de gasdistributienetten en de toegang daartoe sluiten betreffende het technisch reglement voor het beheer van de gasdistributienetten en de toegang daartoe wordt opgeheven op de dag van inwerkingtreding van dit besluit. Art. 201.De Minister bevoegd voor het Energiebeleid is belast met de uitvoering van dit besluit. Art. 202.Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Namen, 12 juli 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE BIJLAGE I : Schema van een aansluitingswerk Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 12 juli 2007 betreffende het technisch reglement voor het beheer van de distributienetten alsook de toegang daartoe.</p>\n<p class=\"lf-p\">Namen, 12 juli 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling, A. ANTOINE</p></div>", "next": 0}