{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Wanneer een directe of indirecte deelneming minimaal tien procent van het kapitaal bedraagt, bestaat er een vermoeden van directe-investeringsrelatie; - » directe-investeringstransactie » : 1° elke transactie die tot doel heeft een directe-investeringsrelatie te doen ontstaan;2° elke transactie waardoor een directe investeerder middelen ter beschikking stelt van een onderneming waarmee hij een directe-investeringsrelatie heeft en, omgekeerd, elke transactie waardoor een directe investeerder uit een onderneming waarmee hij een directe-investeringsrelatie heeft, middelen terugtrekt die hij eerder ter beschikking van die onderneming had gesteld; - » directe-investeerder » : elke openbare of private onderneming met of zonder rechtspersoonlijkheid, elke groep van onderling verbonden ondernemingen met of zonder rechtspersoonlijkheid, elke regering, elke natuurlijke persoon of groep van onderling verbonden natuurlijke personen die een directe-investeringsonderneming bezit die actief is in een ander land dan het (de) land(en) van verblijf van de directe investeerder(s); - » onderneming waarin direct wordt geïnvesteerd » : elke onderneming waarin een directe investeerder minstens tien procent van de gewone aandelen of stemrechten aanhoudt - ingeval van een dochtermaatschappij of verbonden onderneming - of het equivalent als het gaat om een bijkantoor of een bedrijfszetel of elke onderneming waarin een directe investeerder een inmengingsrecht in de beslissings- en beheersprocessen uitoefent; - » onderworpen instelling » : elke ingezeten kredietinstelling die zich in een directe investeringsrelatie met een niet-ingezetene bevindt, ofwel in zijn hoedanigheid van directe investeerder, ofwel in zijn hoedanigheid van begunstigde van een directe investering, in zoverre hij beantwoordt aan een van volgende omschrijvingen : - elke instelling gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België die ten minste tien procent van de gewone aandelen of stemrechten aanhoudt van een onderneming die op buitenlands grondgebied gevestigd is en naar het recht van het land van vestiging opgericht is; - elke instelling gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België die een bijkantoor bezit dat op buitenlands grondgebied gevestigd is; - elke instelling naar Belgisch recht gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België waarvan een niet-ingezetene ten minste tien procent van de gewone aandelen of stemrechten aanhoudt; - elk bijkantoor van een instelling van buitenlands recht gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België; - elke instelling gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België die, in zijn geheel of voor een gedeelte, een onroerend goed bezit dat op buitenlands grondgebied gelegen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijzondere omstandigheden kan het criterium van tien procent eigendom van de gewone aandelen of stemrechten vervangen worden door het begrip van inmengingsrecht vanwege de directe investeerder in het bestuurs- en beslissingsproces. Art. 2.§ 1. De onderworpen instellingen maken jaarlijks aan het Instituut informatie over in verband met de waarde van de directe investeringen die ze op een buitenlands grondgebied aanhouden alsook in verband met de waarde van de directe investeringen die ze vanwege niet-ingezetenen genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij delen tevens informatie mee aangaande de veranderingen, ten opzichte van het vorig boekjaar, in de directe investeringen die zij aanhouden en in de directe investeringen die zij genieten. § 2. De informatie wordt aan het Instituut meegedeeld, enerzijds per onderneming waarin geïnvesteerd wordt voor de directe investeringen die de onderworpen instellingen hebben verricht, en anderzijds per buitenlandse investeerder voor de directe investeringen waarvan de onderworpen instellingen genieten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de directe investeringen betrekking hebben op onroerende goederen, mag de mededeling van deze informatie gegroepeerd per land geschieden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de identificatiegegevens van de ondernemingen met directe-investeringsrelaties, omvat de door de onderworpen instellingen meegedeelde informatie statistische gegevens die betrekking hebben op : 1° voor de directe investeringen van een ingezeten kredietinstelling in een dochtermaatschappij of een aanverwante maatschappij gevestigd op buitenlands grondgebied : - de deelneming in de dochtermaatschappij/ aanverwante maatschappij; - het kapitaal en de reserves van de dochtermaatschappij/aanverwante maatschappij; - -het resultaat van de dochtermaatschappij/aanverwante maatschappij; - het aantal arbeidsplaatsen in de dochtermaatschappij/aanverwante maatschappij; - de monetaire evaluatie toegepast op de gegevens van de deelneming. 2° voor de directe investeringen van een ingezeten kredietinstelling in een bijkantoor gevestigd op buitenlands grondgebied : - de netto-activa van het bijkantoor; - het resultaat van het bijkantoor; - het aantal arbeidsplaatsen in het bijkantoor; - de monetaire evaluatie toegepast op de gegevens van de deelneming. 3° voor de directe investeringen van een niet-ingezetene in een kredietinstelling van Belgisch recht gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België (dochtermaatschappij of aanverwante maatschappij) : - het kapitaal van de dochtermaatschappij/ aanverwante maatschappij; - de reserves van de dochtermaatschappij/ aanverwante maatschappij; - het resultaat van de dochtermaatschappij/ aanverwante maatschappij; - de monetaire evaluatie toegepast op de gegevens van de deelneming. 4° voor de directe investeringen door een niet-ingezetene in een kredietinstelling van buitenlands recht gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België (bijkantoor) : - de netto-activa van het bijkantoor; - het resultaat van het bijkantoor; - de monetaire evaluatie toegepast op de gegevens van de deelneming Bovendien is voornoemde informatie vergezeld van een schematische beschrijving van de structuur van het aandeelhouderschap en de structuur van de deelnemingen van de onderworpen instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ingezamelde informatie heeft betrekking op de tegoeden en schulden van de onderworpen instellingen op 31 december van het referentiejaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt tevens melding gemaakt van de financiële stromen die tijdens de afgelopen periode werden geboekt alsmede de schommelingen en aanpassingen ten gevolge van prijs- en wisselkoersschommelingen alsmede van andere correcties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De onderworpen instellingen worden door het Instituut op de hoogte gebracht van hun verplichting om de vereiste informatie mee te delen aan het Instituut, dat hun de passende vragenlijsten bezorgt, opgesteld overeenkomstig de informatie opgesomd in artikel 3</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De onderworpen instellingen maken, naar gelang van het geval, gebruik van : 1° de vragenlijst « 70 » om informatie mee te delen betreffende het bezit door een ingezeten kredietinstelling van onroerende goederen gelegen op buitenlands grondgebied;2° de vragenlijst « 71 » om informatie mee te delen betreffende de directe investeringen door een ingezeten kredietinstelling in een dochtermaatschappij of een aanverwante maatschappij gevestigd op buitenlands grondgebied;3° de vragenlijst « 72 » om informatie mee te delen betreffende de directe investeringen door een ingezeten kredietinstelling in een bijkantoor gevestigd op buitenlands grondgebied;4° de vragenlijst « 73 » om informatie mee te delen betreffende de directe investeringen door een niet-ingezeten onderneming in een dochtermaatschappij of een aanverwante maatschappij gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België;5° de vragenlijst « 74 » om informatie mee te delen betreffende de directe investeringen door een niet-ingezeten onderneming in een bijkantoor dat gevestigd is op het grondgebied van het Koninkrijk België;6° de vragenlijst « 75 » om de structuur van het aandeelhouderschap en de structuur van de deelnemingen van de ingezeten kredietinstelling mee te delen;7° de vragenlijst « 76 » wanneer de door het Instituut benaderde ingezetene niet beantwoordt aan de definitie van « onderworpen instelling »</p>\n<p class=\"lf-p\">De vragenlijsten moeten, behoorlijk ingevuld en getekend, naar het Instituut worden overgemaakt, vóór 30 juni van het jaar volgend op het referentiejaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De onderworpen instellingen bewaren gedurende een periode van vierentwintig maanden de informatie die aan de basis ligt van de vereiste inlichtingen die ze aan het Instituut overmaken. Die periode gaat in op de datum van terugzending van de vragenlijsten naar het Instituut</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderhavig reglement wordt van kracht op 1 januari 1995, onder de vorm die door het Instituut op die datum werd voorzien, en op 1 juli 1998 onder de vorm die door het Instituut in deze tekst werd voorgeschreven Luxemburg, 27 april 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">A. Verplaetse, voorzitter P. Jaans, ondervoorzitter Bijlage 6 bij het ministerieel besluit Reglement B 6 van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut ter inrichting, in België, van een jaarlijkse enquête bij de ingezeten rechtspersonen naar de beleggingen in effecten uitgegeven door niet-ingezetenen De Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut, Gelet op de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/01/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030379 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, inzonderheid op artikel 36 houdende de wet met betrekking tot het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut, gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen en bij de wet van 12 december 1996;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 13 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/04/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/06/1997 numac 1997003224 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 augustus 1992 houdende organiek reglement van de Koninklijke Munt van België type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/04/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/10/1997 numac 1997015106 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1967 houdende benoeming van de leden der Belgische afvaardiging bij de Belgisch-Luxemburgse Administratieve Commissie sluiten met betrekking tot het inventariseren van het buitenlands betalingsverkeer van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en van de lopende rekening van de betalingsbalans van het Koninkrijk België, inzonderheid op de artikelen 11 en 12;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat artikel 11 van voornoemd koninklijk besluit de overmaking voorziet aan het Instituut, door de ingezetene rechtspersonen, van informatie aangaande hun beleggingen in effecten uitgegeven door niet-ingezetenen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat artikel 12 van datzelfde besluit voorziet dat het Instituut bij reglement bepaalt op welke wijze deze overmaking geschiedt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gegevens die het voorwerp uitmaken van de inzameling aangewend worden voor de opstelling van de betalingsbalans van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, Besluit :</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder : - » Instituut » : het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut; - » buitenlands grondgebied » : elk ander grondgebied dan het grondgebied van het Koninkrijk België; - » ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon die zijn hoofdverblijfplaats heeft op het grondgebied van het Koninkrijk België, hierbij inbegrepen de ambtenaren van een organisatie naar internationaal of Europees recht gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België.Elke persoon die in de bevolkingsregisters van een gemeente ingeschreven is, wordt geacht daar zijn hoofdverblijfplaats te hebben; 2° elke natuurlijke persoon van Belgische nationaliteit die in een Belgische diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het buitenland een zending vervult, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° elke rechtspersoon naar Belgisch publiekrecht en alle diensten daarvan op het grondgebied van het Koninkrijk België, alsook de Belgische diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen gevestigd in het buitenland;4° elke rechtspersoon naar Belgisch privaatrecht, voor de activiteiten van zijn maatschappelijke zetel, van zijn dochtermaatschappijen, bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België;5° elke rechtspersoon naar buitenlands recht, voor de activiteiten van zijn bijkantoren en bedrijfszetels gevestigd op het grondgebied van het Koninkrijk België;6° elke natuurlijke persoon die, ofschoon hij zijn hoofdverblijfplaats op buitenlands grondgebied heeft of niet in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente is ingeschreven, op duurzame wijze een onderneming uitbaat op het grondgebied van het Koninkrijk België, en dat voor de activiteiten van die onderneming; - » niet-ingezetene » : 1° elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die niet als een ingezetene mag beschouwd worden;2° elke natuurlijke persoon van buitenlandse nationaliteit die een betrekking uitoefent in een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van zijn land die gevestigd is op het grondgebied van het Koninkrijk België, alsook de familieleden die deel uitmaken van zijn gezin en die hem vergezellen;3° de organisaties naar internationaal of Europees recht die gevestigd zijn op het grondgebied van het Koninkrijk België;4° de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van een buitenlandse Regering die op het grondgebied van het Koninkrijk België gevestigd zijn; - » belegging in effecten » : elke belegging in effecten onder de vorm van eigendomsbewijzen, schuldbewijzen of geldmarktinstrumenten, in zoverre het gaat om effecten die verhandelbaar zijn op een al dan niet georganiseerde markt en met uitzondering van voornoemde waarden waarvan het bezit door een onderworpen persoon hem toelaat op een duurzame wijze een reële invloed uit te oefenen op het bestuur van de onderneming die deze waarden uitgeeft</p>\n<p class=\"lf-p\">Een reële invloed wordt vermoed wanneer op directe of indirecte wijze een deelneming van minimaal 10% van het kapitaal wordt aangehouden; - » finale belegger » : elke ingezetene die voor eigen rekening een belegging aanhoudt in effecten uitgegeven door niet-ingezetenen; - » bewaarnemer » : elke ingezetene die voor rekening van een derde effecten bewaart; - » onderworpen persoon » : elke ingezetene die een belegging in effecten aanhoudt uitgegeven door niet-ingezetenen, ofwel in zijn hoedanigheid van finale belegger, ofwel in zijn hoedanigheid van bewaarnemer, in zoverre hij behoort tot één van volgende categorieën : 1° kredietinstelling in de zin van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;2° beursvennootschap in de zin van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs;3° instelling voor collectieve belegging (gemeenschappelijke beleggingsfondsen, beleggingsvennootschappen) in de zin van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten;4° onderneming onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit nr.64 van 10 november 1967 tot regeling van het statuut van de portefeuillemaatschappijen; 5° verzekeringsonderneming in de zin van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/10/2015 numac 2015000557 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;6° private voorzorgsinstelling die krachtens het koninklijk besluit van 14 mei 1985 onder de wet valt van 9 juli 1975 inzake de controle der verzekeringsondernemingen;7° elke rechtspersoon, andere dan deze opgenomen onder 1° tot 6° supra, die overeenkomstig de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen bij de balanscentrale van de Nationale Bank een jaarrekening moet neerleggen. Worden enkel beoogd, de rechtspersonen waarvan het totaal der balansposten betreffende de activa onder vorm van effecten, buiten directe investeringen, groter is dan 200 miljoen frank of de tegenwaarde van dit bedrag in een andere valuta.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Instituut zamelt jaarlijks bij de onderworpen personen informatie in met betrekking tot. beleggingen in effecten uitgegeven door niet-ingezetenen, hierbij een onderscheid makend tussen deze die ze als finale belegger aanhouden en deze die ze als bewaarnemer voor rekening van een ingezeten finale belegger aanhouden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De ingezamelde informatie wordt meegedeeld op een geaggregeerde basis volgens volgende categorieën : 1° de beleggingen in eigendomsbewijzen;2° de beleggingen in schuldbewijzen op korte termijn;3° de beleggingen in schuldbewijzen op lange termijn; telkens een onderscheid makend tussen : a) effecten neergelegd bij niet-ingezetenen;b) effecten neergelegd bij ingezetenen;c) effecten in eigen bewaring. Wordt als een schuldbewijs op korte termijn beschouwd, elk schuldbewijs met een initiële looptijd van minder dan of gelijk aan één jaar Wordt als een schuldbewijs op lange termijn beschouwd, elk schuldbewijs met een initiële looptijd van meer dan één jaar. § 2. Elke categorie zal bovendien uitgesplitst worden volgens het land van de niet-ingezeten emittent van het effect.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de emittent een internationale organisatie is, mag de te vermelden landcode niet deze zijn van het land waar deze organisatie gevestigd is. In dat geval wordt gebruik gemaakt van de naam van de organisatie en van de afkorting die overeen stemt met de door het Instituut aan deze categorie van niet-ingezetenen toegekende landcode.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ingezamelde informatie heeft betrekking op de door de onderworpen personen aangehouden waaarden per 31 december van het referentiejaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De onderworpen personen worden op de hoogte gebracht van hun verplichting om de vereiste informatie mee te delen aan het Instituut, dat hun de passende vragenlijsten bezorgt, opgesteld overeenkomstig de informatie opgesomd in artikel 3</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de mededeling van de door het Instituut vereiste informatie, maken de onderworpen personen, naar gelang het geval, gebruik van : 1° vragenlijst « E » voor de beleggingen in effecten uitgegeven door niet-ingezetenen die de onderworpen persoon aanhoudt in zijn hoedanigheid van finale belegger;2° vragenlijst « C » voor de beleggingen in effecten uitgegeven door niet-ingezetenen die de onderworpen persoon aanhoudt in zijn hoedanigheid van bewaarnemer voor rekening van een ingezeten finale belegger;3° vragenlijst « N » wanneer de onderworpen persoon geen enkele belegging aanhoudt in effecten uitgegeven door niet-ingezetenen, noch voor eigen rekening noch als bewaarnemer voor rekening van een derde. De vragenlijsten dienen, behoorlijk ingevuld en ondertekend, aan het Instituut overgemaakt te worden vóór 31 maart van het jaar volgend op het referentiejaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De onderworpen personen bewaren gedurende een periode van vierentwintig maanden de informatie die aan de basis ligt van de vereiste inlichtingen die ze aan het Instituut overmaken. Die periode gaat in op de datum van terugzending van de vragenlijsten naar het Instituut</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderhavig reglement wordt van kracht op 1 januari 1998 onder de vorm die door het Instituut op die datum werd voorzien, en op 1 juli 1998 onder de vorm die door het Instituut in deze tekst werd voorgeschreven Luxemburg, 27 april 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">A. Verplaetse, voorzitter P. Jaans, ondervoorzitter Bijlage 7 bij het ministerieel besluit Reglement van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut houdende afschaffing van de reglementen \"A\" tot \"N\" betreffende de wisselcontrole De Raad van het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut, Gelet op de Belgische wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/01/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/02/2018 numac 2018030379 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, inzonderheid op artikel 36 houdende de wet met betrekking tot het Belgisch-Luxemburgs Wisselinstituut, gewijzigd bij de wet van 22 juli 1993 houdende fiscale en financiële bepalingen en bij de wet van 12 december 1996;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 13 april 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/04/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/06/1997 numac 1997003224 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 5 augustus 1992 houdende organiek reglement van de Koninklijke Munt van België type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/04/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/10/1997 numac 1997015106 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 26 april 1967 houdende benoeming van de leden der Belgische afvaardiging bij de Belgisch-Luxemburgse Administratieve Commissie sluiten met betrekking tot het inventariseren van het buitenlands betalingsverkeer van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en van de lopende rekening van de betalingsbalans van het Koninkrijk België, inzonderheid artikel 22 dat het besluit van de Regent van 6 oktober 1944 betreffende de wisselcontrole (toepassingsmodaliteiten) intrekt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het « arrêté grand-ducal du 10 novembre 1944 relatif au contrôle des changes (principes généraux) », gewijzigd bij de groothertogelijke besluiten van 20 juli 1945 en 30 januari 1947, de wetten van 31 maart 1978 en 26 juni 1987 en bij de groothertogelijke reglementen van 17 november 1990 en 12 januari 1993;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het « règlement grand-ducal du 19 juillet 1997 relatif au recensement des paiements extérieurs et de la balance des paiements », inzonderheid artikel 21;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat artikel 22 van het Belgisch koninklijk besluit en artikel 21 van het Groothertogelijk reglement allebei de uitvoeringsbesluiten betreffende de wetgeving inzake wisselcontrole intrekken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat er derhalve voor het Instituut geen enkele reden meer is om in beide Staten de geldigheid te behouden van de reglementen die het op basis van deze wetgeving heeft genomen, Besluit : Artikel 1.De reglementen \"A\" tot \"N\" die door het Instituut werden genomen in uitvoering van de wetgeving op de wisselcontrole, worden ingetrokken. Art. 2.Dit reglement wordt van kracht op 1 januari 1995.</p>\n<p class=\"lf-p\">Luxemburg, 27 april 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">A. Verplaetse, voorzitter P. Jaans, ondervoorzitter Bijlagen Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld</p></div>", "next": 0}