📄 Wettekst
8 MEI 2007. - Wet houdende instemming met volgende Internationale Akten : 1° Overeenkomst tot wijziging van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de Groep van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000, en Slotakte, gedaan te Luxemburg op 25 juni 2005, 2° Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, houdende wijziging van het Intern Akkoord van 18 september 2000 inzake maatregelen en procedures voor de uitvoering van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst, gedaan te Luxemburg op 10 april 2006, 3° Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008-2013 voor de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing zijn, gedaan te Brussel op 17 juli 2006 (1) (2)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.De Overeenkomst tot wijziging van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de Groep van Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000, en de Slotakte, gedaan te Luxemburg op 25 juni 2005, zullen volkomen gevolg hebben. Art. 3.Het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de Lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, houdende wijziging van het Intern Akkoord van 18 september 2000 inzake maatregelen en procedures voor de uitvoering van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst, gedaan te Luxemburg op 10 april 2006, zal volkomen gevolg hebben. Art. 4.Het Intern Akkoord tussen de vertegenwoordigers van de regeringen van de Lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de financiering van de steun van de Gemeenschap binnen het meerjarig financieel kader voor 2008-2013 voor de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst en de toewijzing van financiële bijstand ten behoeve van de landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van deel vier van het EG-Verdrag van toepassing zijn, gedaan te Brussel op 17 juli 2006, zal volkomen gevolg hebben.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 8 mei 2007.
ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, K. DE GUCHT De Minister van Ontwikkelingssamenwerking, A. DE DECKER De Staatssecretaris voor Europese Zaken, D. DONFUT Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX _______ Nota's (1) Zitting 2006-2007. Senaat : Documenten.
Ontwerp van wet ingediend op 24 januari 2007, nr. 3-2034/1 Verslag, nr. 3-2034/2 Parlementaire Handelingen.
Bespreking, vergadering van 08/03/2007 Stemming, vergadering van 08/03/2007 Kamer van volksvertegenwoordigers : Documenten.
Ontwerp overgezonden door de Senaat, nr. 51-2981/1 Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 51-2981/2 Parlementaire Handelingen.
Bespreking, vergadering van 22/03/2007 Stemming, vergadering van 22/03/2007 (2) Overeenkomst en Intern Akkoord van 10 april 2006 Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/ het Vlaamse Gewest van 19 oktober 2007 (Belgisch Staatsblad van 31 oktober 2007 ), Decreet van de Franse Gemeenschap van 16 november 2007 (Belgisch Staatsblad van 6 februari 2008 (Ed.2) en 10 januari 2008), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 29 oktober 2007 (Belgisch Staatsblad van 4 januari 2008), Decreet van het Waalse Gewest van 22 november 2007 (Belgisch Staatsblad van 5 december 2007), Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 7 juni 2007 (Belgisch Staatsblad van 3 juli 2007), Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschpscommissie van 19 juli 2007 (Belgisch Staatsblad van 24 augustus 2007).
Overeenkomst tot wijziging van de partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Afrika, het Caribisch gebied en de stille oceaan, enerzijds, en de Europese gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, DE PRESIDENT VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN, DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ESTLAND, DE PRESIDENT VAN DE HELLEENSE REPUBLIEK, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SPANJE, DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN IERLAND, DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CYPRUS, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LETLAND, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LITOUWEN, ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HONGARIJE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALTA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN, DE FEDERALE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK POLEN, DE PRESIDENT VAN DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SLOVENI", DE PRESIDENT VAN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FINLAND, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN ZWEDEN, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNI" EN NOORD-IERLAND, partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, hierna « de Gemeenschap » genoemd, wier staten hierna « de lidstaten » worden genoemd, en DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, enerzijds, en DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ANGOLA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN ANTIGUA EN BARBUDA, HET STAATSHOOFD VAN HET GEMENEBEST VAN DE BAHAMA'S, HET STAATSHOOFD VAN BARBADOS, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN BELIZE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BENIN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BOTSWANA, DE PRESIDENT VAN BURKINA FASO, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BOEROENDI, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAMEROEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAAPVERDI", DE PRESIDENT VAN DE CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE ISLAMITISCHE BONDSREPUBLIEK DER COMOREN, DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK CONGO, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CONGO, DE REGERING VAN DE COOKEILANDEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK IVOORKUST, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DJIBOUTI, DE REGERING VAN HET GEMENEBEST DOMINICA, DE PRESIDENT VAN DE DOMINICAANSE REPUBLIEK, DE PRESIDENT VAN DE STAAT ERITREA, DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE FEDERALE REPUBLIEK ETHIOPI", DE PRESIDENT VAN DE SOEVEREINE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK FIJI, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GABON, DE PRESIDENT EN HET STAATSHOOFD VAN DE REPUBLIEK GAMBIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GHANA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN GRENADA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE-BISSAU, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK EQUATORIAAL GUINEA DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUYANA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HATI, HET STAATSHOOFD VAN JAMAICA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KENIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KIRIBATI, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK LESOTHO, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LIBERIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MADAGASKAR, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALAWI, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALI, DE REGERING VAN DE REPUBLIEK DER MARSHALLEILANDEN, DE PRESIDENT VAN DE ISLAMITISCHE REPUBLIEK MAURITANI", DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MAURITIUS, DE REGERING VAN DE FEDERALE STATEN VAN MICRONESI", DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MOZAMBIQUE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NAMIBI", DE REGERING VAN DE REPUBLIEK NAURU, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NIGER, DE PRESIDENT VAN DE FEDERALE REPUBLIEK NIGERIA, DE REGERING VAN NIUE, DE REGERING VAN DE REPUBLIEK PALAU, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT PAPOEA-NIEUW-GUINEA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK RWANDA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT KITTS EN NEVIS, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT LUCIA, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT VINCENT EN DE GRENADINES, HET STAATSHOOFD VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT SAMOA, DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK S¾O TOME AND PRINCIPE, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SENEGAL, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DER SEYCHELLEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SIERRA LEONE, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE SALOMONSEILANDEN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZUID-AFRIKA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SOEDAN, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME, ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK SWAZILAND, DE PRESIDENT VAN DE VERENIGDE REPUBLIEK TANZANIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TSJAAD, DE REGERING VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK OOST-TIMOR, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TOGO, ZIJNE MAJESTEIT KONING TAUFA'AHAU TUPOU IV VAN TONGA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TRINIDAD EN TOBAGO, HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN TUVALU, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OEGANDA, DE REGERING VAN DE REPUBLIEK VANUATU, DE REGERING VAN DE REPUBLIEK ZAMBIA, DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZIMBABWE, wier staten hierna « de ACS-staten » worden genoemd, anderzijds, GELET OP het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Overeenkomst van Georgetown tot oprichting van de Groep van Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), anderzijds, GELET OP de Partnerschapsovereenkomst, tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 (hierna « de Overeenkomst van Cotonou » genoemd), OVERWEGENDE dat artikel 95, lid 1, van de Overeenkomst van Cotonou bepaalt dat de overeenkomst wordt gesloten voor een periode van twintig jaar die aanvangt op 1 maart 2000.
OVERWEGENDE dat artikel 95, lid 3, van de Overeenkomst van Cotonou bepaalt dat de partijen tien maanden vóór het verstrijken van elke periode van vijf jaar onderhandelingen openen om na te gaan welke wijzigingen eventueel in de bepalingen van de Overeenkomst van Cotonou moeten worden aangebracht.
HEBBEN BESLOTEN deze overeenkomst tot wijziging van de Overeenkomst van Cotonou te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen : ZIJNE MAJESTEIT DE KONING DER BELGEN, Armand DE DECKER Minister van Ontwikkelingssamenwerking DE PRESIDENT VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, Vladimír MÜLLER Vice-minister van Buitenlandse Zaken HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DENEMARKEN, Ib Ritto ANDREASEN Ambassadeur in Luxemburg DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, Erich STATHER Staatssecretaris, ministerie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling Dorothee JANETZKE-WENZEL Hoofd Afrikabeleid, ministerie van Buitenlandse Zaken DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ESTLAND, Väino REINART Buitengewoon gevolmachtigd ambassadeur, Permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie DE PRESIDENT VAN DE HELLEENSE REPUBLIEK, Constantin KARABETSIS Ambassadeur, directeur-generaal Internationale Ontwikkelingssamenwerking, ministerie van Buitenlandse Zaken ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SPANJE, Alberto NAVARRO GONZALEZ Staatssecretaris voor de Europese Unie DE PRESIDENT VAN DE FRANSE REPUBLIEK, Brigitte GIRARDIN Toegevoegd minister van Samenwerking, Ontwikkeling en de Franstalige Gemeenschap DE PRESIDENT VAN IERLAND, Ronan MURPHY Directeur-generaal, directoraat Ontwikkelingssamenwerking, departement Buitenlandse Zaken DE PRESIDENT VAN DE ITALIAANSE REPUBLIEK, Rocco Antonio CANGELOSI Buitengewoon gevolmachtigd ambassadeur, Permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CYPRUS, Nicholas EMILIOU Buitengewoon gevolmachtigd ambassadeur, Permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LETLAND, Lelde LICE-LICITE Ambassadeur, plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger bij de EU, Adviseur Onderwijs en Cultuur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LITOUWEN, Rokas BERNOTAS Directeur van de afdeling Multilaterale Betrekkingen van het ministerie van Buitenlandse Zaken ZIJNE KONINKLIJKE HOOGHEID DE GROOTHERTOG VAN LUXEMBURG, Jean-Louis SCHILTZ Minister van Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Acties, gedelegeerd minister van Communicatie DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HONGARIJE, Andràs BARSONY Politiek staatssecretaris, ministerie van Buitenlandse Zaken DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALTA, Bernard HAMILTON Eerste adviseur, directeur a.i. van de afdeling bilaterale betrekkingen van het ministerie van Buitenlandse Zaken HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN, P.J. YMKERS Adviseur, permanente vertegenwoordiging van Nederland bij de Europese Unie DE FEDERALE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, Gregor WOSCHNAGG Buitengewoon gevolmachtigd ambassadeur, Permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK POLEN, Jan TRUSZCZYNSKI Staatssecretaris in het ministerie van Buitenlandse Zaken DE PRESIDENT VAN DE PORTUGESE REPUBLIEK, Jo¾o GOMES CRAVINHO Staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken en Samenwerking DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SLOVENI", Marjan ETINC Ambassadeur, coördinator ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp, ministerie van Buitenlandse Zaken DE PRESIDENT VAN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, Maro EF'OVI' Buitengewoon gevolmachtigd ambassadeur, Permanent vertegenwoordiger bij de Europese Unie DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK FINLAND, Ritva JOLKKOSEN Directeur-generaal, ministerie van Buitenlandse Zaken DE REGERING VAN HET KONINKRIJK ZWEDEN, Agneta SÖDERMAN Ambassadeur in Luxemburg HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNI" EN NOORD-IERLAND, Gareth THOMAS, parlementslid Staatssecretaris van Internationale Ontwikkelingssamenwerking DE EUROPESE GEMEENSCHAP, Jean-Louis SCHILTZ Minister van Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Acties, Gedelegeerd minister van Communicatie Fungerend voorzitter van de Raad van de Europese Unie Louis MICHEL Lid van de Commissie van de Europese Gemeenschappen DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ANGOLA, Ana DIAS LOURENCO Minister van Planning HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN ANTIGUA EN BARBUDA, Dr. Carl ROBERTS Hoge Commissaris voor Antigua en Barbuda bij het Verenigd Koninkrijk HET STAATSHOOFD VAN HET GEMENEBEST VAN DE BAHAMA'S, Errol Leroy HUMPHREYS Ambassadeur HET STAATSHOOFD VAN BARBADOS, Billie MILLER Eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken en Internationale Handel HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN BELIZE, Yvonne HYDE Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BENIN, Massiyatou LATOUNDJI LAURIANO Minister van Industrie, Handel en Werkgelegenheidsbevordering DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BOTSWANA, Lt. Gen. Mompati MERAFHE Minister van Buitenlandse Zaken en Internationale Samenwerking DE PRESIDENT VAN BURKINA FASO, Jean-Baptiste Marie Pascal COMPAORE Minister van Financiën en Begroting DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK BOEROENDI, Thomas MINANI Minister van Handel en Industrie DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAMEROEN, Isabelle BASSONG Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KAAPVERDI", Victor Manuel BORGES Minister van Buitenlandse Zaken, Samenwerking en Gemeenschappen, Voorzitter van de ACS-Raad van Ministers DE PRESIDENT VAN DE CENTRAAL-AFRIKAANSE REPUBLIEK, Guy ZOUNGERE-SOKAMBI Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE ISLAMITISCHE BONDSREPUBLIEK DER COMOREN, Aboudou SOEFO Minister van Staat, minister van Buitenlandse Zaken en Samenwerking DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK CONGO, Christian KAMBINGA SELE Onderminister van Internationale Samenwerking DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK CONGO, Pierre MOUSSA Minister van Staat van Planning, Regionale Ontwikkeling en Economische Integratie, Nationale ordonnateur DE REGERING VAN DE COOKEILANDEN, Todd McCLAY Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK IVOORKUST, Amadou SOUMAHORO Minister van Handel DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DJIBOUTI, Ali Farah ASSOWEH Minister van Economie, Financiën en Planning, bevoegd voor privatisering DE REGERING VAN HET GEMENEBEST DOMINICA, George R.E. BULLEN Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE DOMINICAANSE REPUBLIEK, Onofre ROJAS Staatssecretaris, nationale ordonnateur DE PRESIDENT VAN DE STAAT ERITREA, Andebrhan WELDEGIORGIS Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE FEDERALE REPUBLIEK ETHIOPI", Sufian AHMED Minister van Financiën en Economische Ontwikkeling DE PRESIDENT VAN DE SOEVEREINE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK FIJI, Ratu Seremaia T. CAVUILATI Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GABON, Casimir OYE MBA Minister van Staat, minister van Planning en Ontwikkelingsprogramma's Nationale ordonnateur DE PRESIDENT EN HET STAATSHOOFD VAN DE REPUBLIEK GAMBIA, Yusupha Alieu KAH Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GHANA, Georg Y. GUYAN-BAFFOUR, MP Onderminister van Financiën en Economische Planning HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN GRENADA, Joan-Marie COUTAIN Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE, El Hadj Thierno Habib DIALLO Minister van Samenwerking DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUINEE-BISSAU, Nagib JAHOUAD Zaakgelastigde a.i.
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK EQUATORIAAL GUINEA, Victorino Nka OBIANG MAYE Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK GUYANA, Patrick Ignatius GOMES Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK HATI, Hérard ABRAHAM Minister van Buitenlandse Zaken en Eredienst HET STAATSHOOFD VAN JAMAICA, K.D. KNIGHT, QC, MP Minister van Buitenlandse Zaken en Handel DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KENIA, Marx Gad NJUGUNA KAHENDE Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK KIRIBATI, Paul MALIN Afdelingshoofd, DG Ontwikkeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK LESOTHO, Mpho MALIE Minister van Handel en Industrie, Coöperaties en Handelsbeleid DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK LIBERIA, Youngor Sevelee TELEWODA Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MADAGASKAR, Sahobisoa Olivier ANDRIANARISON Minister van Industrialisering, Handel en Ontwikkeling van de Particuliere Sector DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALAWI, Brian Granthen BOWLER Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MALI, Moctar OUANE Minister van Buitenlandse Zaken en Internationale Samenwerking DE REGERING VAN DE REPUBLIEK DER MARSHALLEILANDEN, Paul MALIN Afdelingshoofd, DG Ontwikkeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen DE PRESIDENT VAN DE ISLAMITISCHE REPUBLIEK MAURITANI", Sidi OULD DIDI Minister van Economische Zaken en Ontwikkeling DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MAURITIUS, Sutiawan GUNESSEE Ambassadeur DE REGERING VAN DE FEDERALE STATEN VAN MICRONESI", Paul MALIN Afdelingshoofd, DG Ontwikkeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK MOZAMBIQUE, Henrique BANZE Onderminister van Buitenlandse Zaken en Samenwerking, nationaal ordonnateur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NAMIBI", Peter Hitjitevi KATAJAVIVI Ambassadeur DE REGERING VAN DE REPUBLIEK NAURU, Dr. Karl H. KOCH Honorair Consul in België DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK NIGER, Ali MAHAMAN LAMINE ZEINE Minister van Economie en Financiën DE PRESIDENT VAN DE FEDERALE REPUBLIEK NIGERIA, Clarkson NWAKANMA UMELO Ambassadeur DE REGERING VAN NIUE, Todd McCLAY Ambassadeur DE REGERING VAN DE REPUBLIEK PALAU, Paul MALIN Afdelingshoofd, DG Ontwikkeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT PAPOEA-NIEUW-GUINEA, Sir Rabbie NAMALIU KCMG, MP Minister van Buitenlandse Zaken en Immigratie DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK RWANDA, Monique NSANZABAGANWA Staatssecretaris bevoegd voor planning bij het ministerie van Financiën HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT KITTS EN NEVIS, Timothy HARRIS Minister van Buitenlandse Zaken en Internationale Handel HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT LUCIA, George R.E. BULLEN Ambassadeur HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN SAINT VINCENT EN DE GRENADINES, George R.E. BULLEN Ambassadeur HET STAATSHOOFD VAN DE ONAFHANKELIJKE STAAT SAMOA, Tau'ili'ili Uili MEREDITH Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK S¾O TOME AND PRíNCIPE, Horàcio FERNANDES DA FONSECA PURVIS Zaakgelastigde a.i.
DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SENEGAL, Saliou CISSE Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK DER SEYCHELLEN, Patrick PILLAY Minister van Buitenlandse Zaken DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SIERRA LEONE, Mohamed B. DARAMY Minister van Ontwikkeling en Economische Planning HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN DE SALOMONSEILANDEN, Fredrick FONO Minister van Nationale Planning en Coördinatie van de Hulp DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZUID-AFRIKA, Mosibudi MANGENA Minister van Wetenschap en Technologie DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SOEDAN, Ali Yousif AHMED Ambassadeur DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME, Maria E. LEVENS Minister van Buitenlandse Zaken ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN HET KONINKRIJK SWAZILAND, Clifford Sibusiso MAMBA Kabinetschef van het ministerie van Buitenlandse Zaken en Handel DE PRESIDENT VAN DE VERENIGDE REPUBLIEK TANZANIA, Festus B. LIMBU, MP Onderminister van Financiën DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TSJAAD, Abderahim Yacoub NDIAYE Ambassadeur DE REGERING VAN DE DEMOCRATISCHE REPUBLIEK OOST-TIMOR, José António AMORIM DIAS Ambassadeur, Hoofd van de Missie bij de Europese Unie DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TOGO, Gilbert BAWARA Toegevoegd minister bij de minister van Staat, minister van Buitenlandse Zaken en Afrikaanse Integratie, bevoegd voor samenwerking ZIJNE MAJESTEIT KONING TAUFA'AHAU TUPOU IV VAN TONGA, Paul MALIN Afdelingshoofd, DG Ontwikkeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK TRINIDAD EN TOBAGO, Diane SEUKERAN Minister van Staat, ministerie van Handel en Industrie HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN TUVALU, Paul MALIN Afdelingshoofd, DG Ontwikkeling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK OEGANDA, Deo K. RWABITA Ambassadeur DE REGERING VAN DE REPUBLIEK VANUATU, Sato KILMAN Vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZAMBIA, Felix CHIBOTA MUTATI Onderminister van Financiën en Nationale Planning DE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK ZIMBABWE, Gift PUNUNGWE Ambassadeur DIE, na uitwisseling van hun in goede orde bevonden volmachten, ALS VOLGT ZIJN OVEREENGEKOMEN : ENIG ARTIKEL Overeenkomstig de procedure van artikel 95 wordt de Overeenkomst van Cotonou als volgt gewijzigd : A. PREAMBULE 1. Na de achtste overweging, die begint met « IN AANMERKING NEMENDE het Verdrag inzake de rechten van de mens ... », worden de volgende overwegingen ingevoegd : « OPNIEUW BEVESTIGENDE dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectief vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal niveau te nemen en de wereldwijde samenwerking te intensiveren;
OVERWEGENDE dat de instelling en het effectief functioneren van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling voor vrede en internationale gerechtigheid zijn;« . 2. De 10e overweging die begint met « IN OVERWEGING NEMENDE dat de doelstellingen en beginselen ... », wordt vervangen door : « OVERWEGENDE dat de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling, zoals die zijn vastgelegd in de Millenniumverklaring die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in 2000 heeft vastgesteld, met name de uitroeiing van extreme armoede en honger, alsmede de ontwikkelingsdoelen en de beginselen die zijn overeengekomen op de Conferenties van de Verenigde Naties, een duidelijke visie bieden en aan de samenwerking tussen de ACS en de EU in het kader van deze Overeenkomst ten grondslag moeten liggen; ».
B. TEKST VAN DE ARTIKELEN VAN DE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST 1. De inleiding van artikel 4 wordt vervangen door : « De ACS-staten bepalen de beginselen, strategieën en modellen voor de ontwikkeling van hun economie en hun samenleving in volledige soevereiniteit.Zij stellen samen met de Gemeenschap de samenwerkingsprogramma's vast waarin de Overeenkomst voorziet. De partijen erkennen echter dat niet-overheidsactoren en plaatselijke gedecentraliseerde autoriteiten in het ontwikkelingsproces een complementaire rol kunnen spelen en daartoe een bijdrage kunnen leveren. Niet-overheidsactoren en plaatselijke gedecentraliseerde autoriteiten worden daartoe in voorkomend geval, overeenkomstig de voorwaarden bepaald in de Overeenkomst, op de volgende wijze bij het proces betrokken : » 2. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd : a) lid 2 wordt vervangen door : « 2.Het doel van deze dialoog is het uitwisselen van informatie, het bevorderen van het wederzijds begrip en het vereenvoudigen van de totstandkoming van overeengekomen prioriteiten en gemeenschappelijke agendapunten, met name door te erkennen dat de verschillende aspecten van de betrekkingen tussen de partijen verband houden, met de diverse samenwerkingsterreinen waarin deze Overeenkomst voorziet. De dialoog dient het overleg tussen de partijen in internationale fora te vereenvoudigen. De dialoog moet tevens voorkomen dat situaties ontstaan waarin een partij het noodzakelijk acht een beroep te doen op de overlegprocedures van de artikelen 96 en 97. »; b) lid 6 wordt vervangen door : « 6.De dialoog wordt op flexibele wijze gevoerd. De dialoog verloopt naargelang de behoefte formeel of informeel, en wordt gevoerd zowel binnen als buiten het institutionele kader, met inbegrip van de ACS-groep en de Paritaire Parlementaire Vergadering ACS-EU, in een passende vorm en op passend niveau, onder meer op regionaal, subregionaal en nationaal niveau. »; (c) het volgende lid wordt ingevoegd : « 6bis.Waar dat passend is, en om situaties te vermijden waarin een partij het noodzakelijk acht een beroep te doen op de overlegprocedure van artikel 96, dient overeenkomstig de modaliteiten van bijlage VII, een systematische en geformaliseerde dialoog te worden gevoerd die betrekking heeft op de essentiële elementen. ». 3. De titel van artikel 9 wordt vervangen door : « Essentiële elementen op het gebied van de rechten van de mens, de democratische beginselen en de rechtsstaat, en fundamenteel element met betrekking tot goed bestuur ».4. Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd : a) het volgende lid wordt ingevoegd : « 3bis.De partijen komen tevens overeen samen te werken bij het voorkomen van activiteiten van huurlingen, overeenkomstig hun verplichtingen op grond van internationale verdragen en afspraken en hun respectieve wet- en regelgeving. »; b) het volgende lid wordt toegevoegd : « 6.De partijen bevorderen het versterken van vrede en internationale gerechtigheid en bevestigen hun vastberadenheid om : -ervaringen te delen inzake de vaststelling van juridische aanpassingen ten behoeve van de bekrachtiging en tenuitvoerlegging van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof; - internationale criminaliteit te bestrijden overeenkomstig het internationale recht, met inachtneming van het Statuut van Rome.
De partijen streven ernaar maatregelen te nemen ten behoeve van de bekrachtiging en tenuitvoerlegging van het Statuut van Rome en daarmee samenhangende instrumenten. ». 5. De volgende artikelen worden ingevoegd : « Artikel 11bis Bestrijding van terrorisme De partijen uiten opnieuw hun krachtige veroordeling van alle daden van terrorisme en verbinden zich ertoe het terrorisme te bestrijden door internationale samenwerking overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties en het internationale recht, de desbetreffende verdragen en instrumenten en met name de volledige tenuitvoerlegging van de resoluties 1373 en 1456 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en andere relevante VN-resoluties.De partijen komen hiertoe overeen : - informatie uit te wisselen over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken; - inzichten uit te wisselen over middelen en methoden om daden van terrorisme te bestrijden, onder meer op technisch gebied en wat opleiding betreft, en ervaringen uit te wisselen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme.
Artikel 11ter Samenwerking inzake de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens 1. De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en de middelen om die zowel aan staten als aan niet-statelijke actoren te verschaffen, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt. De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de middelen tot verschaffing daarvan, door volledige naleving en nationale tenuitvoerlegging van hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere internationale verplichtingen op dit gebied.
De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze Overeenkomst vormt. 2. De partijen komen voorts overeen samen te werken en bij te dragen tot de doelstelling van non-proliferatie door : - maatregelen te nemen met het oog op de ondertekening of bekrachtiging van dan wel toetreding tot, en de volledige tenuitvoerlegging van alle andere relevante internationale instrumenten; - instelling van een effectief stelsel van nationale exportcontroles met het oog op de beheersing van uitvoer en doorvoer van goederen die betrekking hebben op massavernietigingswapens, met inbegrip van een controle op eindgebruik als massavernietigingswapen van technologieën voor tweeërlei gebruik alsmede effectieve sancties op overtreding van de exportcontroles.
De financiële en technische bijstand voor de samenwerking bij het bestrijden van de verspreiding van massavernietigingswapens wordt gefinancierd met andere specifieke middelen dan die welke bestemd zijn voor de financiering van de ACS-EG-samenwerking. 3. De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te stellen ter begeleiding en consolidatie van deze elementen.4. Indien een partij, na een versterkte politieke dialoog te hebben gevoerd, waarbij met name gebruik is gemaakt van verslagen van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA), de Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) en andere relevante multilaterale instellingen, van oordeel is dat een andere partij niet heeft voldaan aan een verplichting die voortvloeit uit lid 1 van dit artikel inzake de non-proliferatie van massavernietigingswapens, verstrekt die partij, behalve in bijzondere dringende gevallen, de andere partij, de ACS-Raad van Ministers en de EU-Raad van de Ministers alle terzake dienende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde tot een voor de partijen aanvaardbare oplossing te komen.Met dit doel verzoekt zij de andere partij om overleg te plegen over maatregelen die door de betrokken partijen zijn genomen of moeten worden genomen om de situatie recht te zetten. 5. Het overleg vindt plaats op het niveau en in de vorm die het meest geschikt wordt geacht om tot een oplossing te komen. Het overleg begint uiterlijk 30 dagen na de datum van het verzoek; de duur ervan wordt, afhankelijk van de aard en ernst van de schending, met wederzijdse instemming vastgesteld. De dialoog in het kader van de overlegprocedure duurt in geen geval langer dan 120 dagen. 6. Indien het overleg niet tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing leidt, indien overleg wordt geweigerd of in bijzonder dringende gevallen, kunnen passende maatregelen worden genomen.Deze maatregelen worden ingetrokken zodra de redenen ervoor hebben opgehouden te bestaan. ». 6. Aan artikel 23 wordt het volgende punt toegevoegd : « l) bevordering van traditionele kennis.». 7. Artikel 25, lid 1, punt d), wordt vervangen door : « d) de bevordering van de bestrijding van : - HIV/AIDS, waarbij wordt toegezien op de bescherming van seksuele en reproductieve gezondheid en de rechten van vrouwen; - andere armoedegerelateerde ziekten, met name malaria en tuberculose; ». 8. Artikel 26 wordt als volgt gewijzigd : a) de punten c) en d) worden vervangen door : « c) de ondersteuning van instellingen binnen de lokale gemeenschap die kinderen de kans geven zich fysiek, psychologisch, maatschappelijk en economisch te ontplooien;d) de herintegratie in de maatschappij van kinderen in postconflictsituaties door middel van rehabilitatieprogramma's;en » b) het volgende punt wordt toegevoegd : « e) bevordering van de actieve participatie van jonge burgers in het openbare leven en stimulering van de uitwisseling van studenten en de interactie van jeugdorganisaties uit de ACS en de EU.». 9. De inleiding van artikel 28 wordt vervangen door : « In het kader van de samenwerking wordt effectieve bijstand verleend ter verwezenlijking van de doelstellingen en prioriteiten van de ACS-staten in de context van de regionale en subregionale samenwerking en integratie, met inbegrip van de interregionale samenwerking en de samenwerking tussen de ACS-staten onderling.De regionale samenwerking kan ook betrekking hebben op ontwikkelingslanden die niet tot de ACS behoren, alsmede op de landen en gebieden overzee en de ultraperifere regio's. In deze context is de steunverlening in het kader van de samenwerking gericht op : » 10. Artikel 2, onder a), punt i) wordt vervangen door : « i) instellingen en organisaties voor regionale integratie die door de ACS-staten zijn opgericht, of waarin ACS-staten participeren, en die regionale samenwerking en integratie bevorderen, en ».11. Artikel 30, lid 2, wordt vervangen door : « 2.De samenwerking betreft tevens de verlening van steun voor samenwerkingsregelingen en -initiatieven in de ACS-staten en tussen de ACS-staten onderling, met inbegrip van regelingen en initiatieven waarbij ontwikkelingslanden zijn betrokken die geen ACS-staat zijn. ». 12. Aan artikel 43, lid 4, wordt het volgende streepje toegevoegd : « - de ontwikkeling en aanmoediging van het gebruik van plaatselijke inhoud voor informatie- en communicatietechnologieën.». 13. Artikel 58 wordt vervangen door : « Artikel 58 Begunstigden 1.Voor financiële steun uit hoofde van deze Overeenkomst komen de volgende entiteiten en organisaties in aanmerking : a) ACS-staten;b) regionale of interstatelijke instanties waarvan een of meer ACS-staten deel uitmaken, met inbegrip van instanties waarvan ook niet-ACS-landen deel uitmaken, en die door deze ACS-staten zijn gemachtigd;en c) gemengde organen die door de ACS-staten en de Gemeenschap zijn opgericht om bepaalde specifieke doelstellingen te verwezenlijken.2. Met instemming van de betrokken ACS-staat of -staten komen eveneens voor financiële steun in aanmerking : a) nationale en/of regionale overheids- of semi-overheidsinstanties en departementen van de ACS-staten, met inbegrip van parlementen, en met name financiële instellingen en ontwikkelingsbanken uit de ACS-staten;b) ondernemingen en andere particuliere organisaties en privaatrechtelijke lichamen uit de ACS-staten;c) ondernemingen van een lidstaat van de Gemeenschap, ter aanvulling op hun eigen bijdrage, teneinde deze ondernemingen in staat te stellen productieve projecten op te zetten op het grondgebied van een ACS-staat;d) financiële tussenpersonen uit de ACS of de Gemeenschap die particuliere investeringen in ACS-staten verstrekken, bevorderen en financieren;e) plaatselijke gedecentraliseerde autoriteiten uit de ACS-staten en de Gemeenschap;en f) ontwikkelingslanden die niet tot de ACS-groep behoren, indien zij tezamen met ACS-staten participeren in een gemeenschappelijk initiatief of een regionale organisatie.3. Niet-statelijke actoren uit de ACS-staten en de Gemeenschap die een plaatselijk karakter hebben, komen in aanmerking voor financiële steun uit hoofde van deze Overeenkomst volgens de modaliteiten die zijn overeengekomen bij de nationale en regionale indicatieve programma's. ». 14. De leden 2 en 3 van artikel 68 worden vervangen door : « 2.De in gevallen van kortdurende fluctuaties van de exportopbrengsten te verlenen steun heeft ten doel het veiligstellen van sociaal-economische hervormingen en beleid op gebieden die door de terugval van de opbrengsten negatief kunnen worden beïnvloed, en het reduceren van de negatieve effecten van instabiliteit van de exportopbrengsten, met name wat betreft landbouw- en mijnbouwproducten. 3. De zeer sterke afhankelijkheid van de economieën van de ACS-staten van de export, met name die van landbouw- en mijnbouwproducten, moet in aanmerking worden genomen bij de toewijzing van middelen in het toepassingsjaar.In dit verband wordt aan minst ontwikkelde, niet aan zee grenzende, insulaire en zich in een situatie na een conflict of een natuurramp bevindende ACS-staten een gunstiger behandeling verleend. ». 15. Artikel 89, lid 1, wordt vervangen door : « 1.Er worden specifieke maatregelen genomen om insulaire ACS-staten te steunen in hun streven hun toenemende kwetsbaarheid als gevolg van nieuwe, ernstige economische, sociale en ecologische problemen te stoppen en te verminderen. Die maatregelen dienen de tenuitvoerlegging van de prioriteiten voor duurzame ontwikkeling van kleine insulaire ontwikkelingslanden te bevorderen, waarbij wordt gestreefd naar een geharmoniseerde aanpak van hun economische groei en humane ontwikkeling. ». 16. Artikel 96 wordt als volgt gewijzigd : a) Het volgende lid wordt ingevoegd : « 1bis.Beide partijen komen overeen, behalve in bijzonder spoedeisende gevallen, alle mogelijkheden voor dialoog die artikel 8 biedt, te benutten, alvorens zij het in lid 3, onder a), van dit artikel bedoelde overleg openen. » b) Lid 2, onder a), wordt vervangen door : « a) Indien, ondanks de politieke dialoog over de essentiële elementen van artikel 8 en lid 2 van dit artikel, een partij van mening is dat de andere partij een verplichting voortvloeiend uit de eerbiediging van de rechten van de mens, de democratische beginselen en de rechtsstaat, bedoeld in artikel 9, lid 2, niet nakomt, verstrekt zij, behalve in bijzondere dringende gevallen, de andere partij en de Raad van Ministers alle terzake dienende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te komen.Met dit doel verzoekt zij de andere partij om overleg te plegen over maatregelen die door de betrokken partijen zijn genomen of moeten worden genomen om de situatie recht te zetten, overeenkomstig het bepaalde in bijlage VII. Het overleg vindt plaats op het niveau en in de vorm die het meest geschikt wordt geacht om tot een oplossing te komen.
Het overleg begint uiterlijk 30 dagen na de datum van het verzoek; de duur ervan wordt, afhankelijk van de aard en ernst van de schending, met wederzijdse instemming vastgesteld. De dialoog in het kader van de overlegprocedure duurt niet langer dan 120 dagen.
Indien het overleg niet tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing leidt, indien overleg wordt geweigerd of in bijzonder dringende gevallen kunnen passende maatregelen worden genomen. Deze maatregelen worden ingetrokken zodra de redenen ervoor hebben opgehouden te bestaan. ». 17. Artikel 97, lid 2, wordt vervangen door : « 2.In dergelijke gevallen kan een partij de andere partij verzoeken overleg te plegen. Dit overleg begint uiterlijk 30 dagen na de datum van het verzoek en de dialoog in het kader van de overlegprocedure duurt niet langer dan 120 dagen. ». 18. Arikel 100, tweede alinea, wordt vervangen door : « Artikel 100 Status van de teksten De aan deze Overeenkomst gehechte protocollen en bijlagen vormen daarvan een integrerend deel.De bijlagen Ibis, II, III, IV en VI kunnen door de Raad van Ministers worden herzien en/of gewijzigd op basis van een aanbeveling van het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering.
Deze Overeenkomst, opgesteld in de Deense, Duitse, Engelse, Estse, Finse, Franse, Griekse, Hongaarse, Italiaanse, Letse, Litouwse, Maltese, Nederlandse, Poolse, Portugese, Sloveense, Slowaakse, Spaanse, Tsjechische en Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in de archieven van het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie en het secretariaat van de ACS-staten, die beide een voor eensluitend gewaarmerkt afschrift aan elk van de ondertekenende staten zal doen toekomen. » C. BIJLAGEN 1. Aan bijlage I wordt het volgende punt toegevoegd : « 9.In afwijking van het bepaalde in artikel 58 van deze Overeenkomst wordt een bedrag van 90 miljoen euro overgedragen naar de intra-ACS-middelen in het kader van het 9e EOF. Dit bedrag kan worden gebruikt voor de financiering van de deconcentratie in de periode 2006-2007 en wordt rechtstreeks door de Commissie beheerd. ». 2. De volgende bijlage wordt ingevoegd : « BIJLAGE Ibis Meerjarig financieel kader voor de samenwerking in het kader van deze Overeenkomst.1. Voor de doelstellingen vermeld in deze Overeenkomst en voor een periode die begint op 1 maart 2005, heeft een meerjarig financieel kader voor samenwerking betrekking op vastleggingen vanaf 1 januari 2008 voor een periode van vijf of zes jaar.2. Voor deze nieuwe periode handhaaft de Europese Unie haar steuninspanningen ten gunste van de ACS-staten op ten minste hetzelfde peil als dat van het 9e EOF, de resterende bedragen van eerdere fondsen niet inbegrepen;hieraan worden toegevoegd, op basis van de schattingen van de Gemeenschap : het effect van de inflatie, de groei in de Europese Unie en de uitbreiding met tien nieuwe lidstaten in 2004. 3. Noodzakelijke wijzigingen van het meerjarige financiële kader of de daarmee samenhangende delen van de Overeenkomst worden, in afwijking van het bepaalde in artikel 95 van de Overeenkomst, vastgesteld door de Raad van Ministers.». 3. Bijlage II wordt als volgt gewijzigd : a) Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd : i) lid 7 wordt vervangen door : « 7.Voor gewone leningen gelden in de volgende gevallen concessionele voorwaarden : a) in het geval van infrastructuurprojecten in de minst ontwikkelde landen of in landen die zich in een post-conflictsituatie of een situatie na een natuurramp bevinden - andere dan die bedoeld onder b) -, wanneer die projecten een essentiële voorwaarde zijn voor de ontwikkeling van de particuliere sector.In deze gevallen wordt de rentevoet van de lening met 3 % verlaagd; aa) in het geval van infrastructuurprojecten die worden uitgevoerd door op commerciële basis geleide overheidsinstanties, indien die projecten noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van de particuliere sector in landen waarvoor beperkende leningsvoorwaarden gelden in het kader van het HIPC-initiatief of een ander internationaal overeengekomen regeling voor houdbaarheid van de schuldenlast. In dergelijke gevallen tracht de Bank de gemiddelde kosten van de middelen door passende medefinanciering met andere donoren te verminderen. Indien dit niet mogelijk wordt geacht, kan de rentevoet van de lening zodanig worden verlaagd dat overeenstemming wordt bereikt met het niveau in het kader van het HIPC-initiatief of een nieuwe internationaal overeengekomen regeling voor houdbaarheid van de schuldenlast; b) in het geval van projecten die betrekking hebben op herstructureringsmaatregelen in het kader van privatisering of projecten met aanmerkelijke en duidelijk aantoonbare sociale of milieuvoordelen.In deze gevallen worden de leningen verstrekt met een rentesubsidie, waarvan de omvang en vorm afhankelijk zijn van de bijzondere kenmerken van het project. De rentesubsidie bedraagt echter niet meer dan 3 %.
De uiteindelijke rentevoet van leningen die onder het bepaalde onder a) of b) vallen, is in geen geval minder dan 50% van het referentietarief.»; (ii) lid 9 wordt vervangen door : « 9. Rentesubsidies kunnen worden gekapitaliseerd of gebruikt in de vorm van niet-terugvorderbare hulp. Maximaal 10 % van de begroting voor rentesubsidies mag worden gebruikt voor de ondersteuning van projectgerelateerde technische bijstand in ACS-landen. ». b) Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd : i) lid 1 wordt vervangen door : « 1.In het kader van de Investeringsfaciliteit wordt in alle sectoren van de economie steun verleend voor investeringen van particuliere en commercieel geleide publieke entiteiten, onder andere voor economische en technologische infrastructuur die opbrengsten genereert en voor de particuliere sector cruciaal is. De Investeringsfaciliteit dient : a) te worden beheerd als een revolverend fonds en gericht te worden op financiële duurzaamheid.Voor de maatregelen in het kader van de Investeringsfaciliteit gelden marktconforme voorwaarden; de maatregelen mogen niet leiden tot verstoringen op de lokale markten of het verplaatsen van particuliere financieringsbronnen. b) de financiële sector van de ACS te steunen en gericht te zijn op katalysering, door het aantrekken van plaatselijke langetermijnmiddelen te bevorderen en buitenlandse particuliere investeerders en kredietverleners te interesseren voor projecten in de ACS-staten.c) een gedeelte van het risico te dragen voor de projecten die ermee worden gefinancierd.De financiële duurzaamheid wordt verzekerd door de portefeuille als geheel en niet door afzonderlijke maatregelen; en d) ernaar te streven middelen te verstrekken via nationale en regionale instellingen en programma's van de ACS die de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf stimuleren.»; (ii) het volgende lid wordt ingevoegd : « 1bis De Bank ontvangt een vergoeding voor de kosten die zij maakt voor het beheer van de Investeringsfaciliteit. Gedurende de eerste twee jaar na de inwerkingtreding van het tweede Financieel Protocol bedraagt deze vergoeding ten hoogste 2 % per jaar van het totale aanvangskapitaal van de Investeringsfaciliteit. Daarna omvat de vergoeding die de Bank ontvangt een vast onderdeel van 0,5 % per jaar van het aanvangskapitaal en een variabel onderdeel van ten hoogste 1,5 % per jaar van de portefeuille van de Investeringsfaciliteit die geïnvesteerd is in projecten in ACS-landen. De vergoeding wordt gefinancierd uit de Investeringsfaciliteit. »; c) artikel 5, onder b) wordt vervangen door : « b) in het geval van gewone leningen en financiering met risicodragend kapitaal ten behoeve van het midden- en kleinbedrijf, wordt het wisselkoersrisico in het algemeen gedeeld door enerzijds de Gemeenschap en anderzijds de overige betrokken partijen.Gemiddeld zou het wisselkoersrisico gelijkelijk moeten worden gedeeld; en »; d) De volgende artikelen worden ingevoegd : « Artikel 6bis Jaarlijkse rapportage over de Investeringsfaciliteit Vertegenwoordigers van de lidstaten van de EU die verantwoordelijkheid dragen voor de Investeringsfaciliteit en vertegenwoordigers van de ACS-staten, alsmede de Europese Investeringsbank, de Europese Commissie, het secretariaat van de Raad van de Europese Unie en het ACS-secretariaat komen jaarlijks bijeen om het functioneren en de prestaties van en beleidskwesties betreffende de Investeringsfaciliteit te bespreken. Artikel 6ter Toetsing van de prestaties van de Investeringsfaciliteit Halverwege de looptijd en aan het einde van de looptijd van een financieel protocol worden de algehele prestaties van de Investeringsfaciliteit gezamenlijk getoetst. Bij die toetsing kunnen aanbevelingen worden gedaan ter verbetering van de implementatie van de Investeringsfaciliteit. ». 4. Bijlage IV wordt als volgt gewijzigd : a) Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd : i) lid 1, onder a), wordt vervangen door : « a) de behoeften worden geëvalueerd aan de hand van criteria inzake inkomen per hoofd van de bevolking, bevolkingsomvang, sociale indicatoren en schuldniveau, derving van exportopbrengsten en afhankelijkheid van exportopbrengsten, met name voor landbouw en mijnbouw.Er wordt voorzien in een bijzondere behandeling voor de minst ontwikkelde ACS-staten en rekening gehouden met de kwetsbaarheid van niet aan zee grenzende en insulaire ACS-staten. Ook wordt rekening gehouden met de bijzondere moeilijkheden van landen die een conflictsituatie of een natuurramp hebben doorgemaakt; en »; (ii) het volgende lid wordt toegevoegd : « 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 5, lid 7, betreffende de tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie kan de Gemeenschap de toewijzing van het betrokken land verhogen, teneinde rekening te houden met bijzondere behoeften of uitzonderlijke prestaties. »; b) Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd : i) lid 1 wordt vervangen door : « 1.Na ontvangst van bovengenoemde gegevens stelt elke ACS-staat, op basis van en overeenkomstig zijn ontwikkelingsdoelstellingen en -prioriteiten, een ontwerp van een indicatief programma op en legt dit voor aan de Gemeenschap. Het ontwerp vermeldt : a) de concentratiesector, -sectoren of -gebieden waarop de steun wordt gericht;b) de meest geschikte maatregelen en activiteiten om de doelstellingen voor de concentratiesector, -sectoren of -gebieden te verwezenlijken;c) de middelen die voor en projecten buiten de concentratiesector(en) gereserveerd zijn en/of de hoofdlijnen van die activiteiten, alsmede een indicatie van de voor elk van deze elementen in te zetten middelen;d) aanduiding welke soort niet-overheidsactoren overeenkomstig de door de Raad van Ministers vastgestelde criteria voor financiering in aanmerking komen en opgave van de middelen voor niet-overheidsactoren en het soort activiteiten die gesteund moeten worden, waarbij het om niet-winstgevende activiteiten moet gaan;e) voorstellen voor regionale programma's en projecten;en f) voorzieningen ter dekking van mogelijke claims en onvoorziene stijging van kosten en uitgaven.»; (ii) lid 3 wordt vervangen door : « 3. Over het ontwerp van een indicatief programma wordt tussen de betrokken ACS-staat en de Gemeenschap een gedachtewisseling gehouden.
Het indicatieve programma wordt door de Commissie namens de Gemeenschap en de betrokken ACS-staat in onderling overleg vastgesteld. Het is voor de Gemeenschap en die staat bindend. Het indicatieve programma wordt aan de NOS gehecht en omvat bovendien : a) specifieke en duidelijk geïdentificeerde activiteiten, met name die waarvoor betalingsverplichtingen kunnen worden aangegaan vóór de eerstkomende evaluatie;b) een tijdschema voor tenuitvoerlegging en evaluatie van het indicatieve programma, inclusief betalingsverplichtingen en betalingen;en c) parameters en criteria voor de evaluaties.»; (iii) het volgende lid wordt toegevoegd : « 5. Wanneer een ACS-staat zich in een crisissituatie bevindt als gevolg van een oorlog of een ander conflict of uitzonderlijke omstandigheden met vergelijkbare gevolgen, waardoor de nationale ordonnateur zijn taken niet kan verrichten, kan de Commissie zelf de overeenkomstig artikel 3 aan die staat toegewezen middelen beheren en voor bijzondere steun gebruiken. Bijzondere steun kan betrekking hebben op vredeshandhaving, conflictbeheer en -oplossing, steun na conflict, met inbegrip van institutionele versterking, en economische en sociale ontwikkeling, waarbij in het bijzonder acht wordt geslagen op de behoeften van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen. De Commissie en de betrokken ACS-staat moeten de normale tenuitvoerlegging en de normale beheersprocedures hervatten zodra de voor samenwerking bevoegde autoriteiten daar opnieuw toe in staat zijn. »; c) artikel 5 wordt als volgt gewijzigd : (i) overal in het artikel wordt « het hoofd van de delegatie » vervangen door « de Commissie »; (ii) lid 4, punt b), wordt vervangen door : « b) programma's en projecten buiten de concentratiesector(en); » (iii) lid 7 wordt vervangen door : « 7. Na de tussentijdse evaluatie en de eindevaluatie kan de Commissie namens de Gemeenschap de toewijzing van middelen herzien in het licht van behoeften en prestaties van de betrokken ACS-staat. »; d) artikel 6, lid 1, wordt vervangen door : « 1.Regionale samenwerking heeft betrekking op activiteiten waarbij betrokken zijn : a) twee of meer ACS-staten dan wel alle ACS-staten, evenals ontwikkelingslanden die geen ACS-staat zijn en die aan deze activiteiten deelnemen;en/of b) een regionale instantie waarvan ten minste twee ACS-staten lid zijn en waarvan ook landen die geen ACS-staat zijn lid mogen zijn.»; e) artikel 9 wordt vervangen door : « Artikel 9 Toewijzing van middelen 1.Aan het begin van elke periode waarop het Financieel Protocol betrekking heeft, krijgt elke regio van de Gemeenschap een indicatie van de omvang van de middelen waarvoor de regio in een periode van vijf jaar in aanmerking komt. Deze indicatieve toewijzing wordt gebaseerd op een schatting van de behoeften en van de voortgang en vooruitzichten van het regionale samenwerkings- en integratieproces.
Om op toereikende schaal te kunnen opereren en de efficiency te versterken, kunnen regionale en nationale fondsen worden gecombineerd voor het financieren van regionale activiteiten met een duidelijke nationale component. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 11 in verband met de evaluaties kan de Gemeenschap de toewijzing van de betrokken regio verhogen, teneinde rekening te houden met nieuwe behoeften of uitzonderlijke prestaties.»; f) artikel 10, lid 1, onder c), wordt vervangen door : « c) programma's en projecten waarmee deze doeleinden moeten worden verwezenlijkt, als die duidelijk zijn geïdentificeerd, alsmede een indicatie van de middelen die voor elk van deze onderdelen zullen worden ingezet en een tijdschema voor de uitvoering.»; g) artikel 12 wordt vervangen door : « Artikel 12 Intra-ACS-samenwerking 1.Bij aanvang van elke periode waarop het Financieel Protocol betrekking heeft, geeft de Gemeenschap de ACS-Raad van Ministers een indicatie van de voor regionale activiteiten uitgetrokken middelen die gereserveerd zijn voor activiteiten die vele of alle ACS-staten ten goede komen. Dergelijke activiteiten hoeven niet gebonden te zijn aan de geografische ligging. 2. De Gemeenschap kan de toewijzing voor de intra-ACS-samenwerking verhogen, teneinde rekening te houden met nieuwe behoeften om het effect van de intra-ACS-activiteiten te verbeteren.»; h) artikel 13 wordt vervangen door : « Artikel 13 Financieringsverzoeken 1.Verzoeken om financiering van regionale programma's worden ingediend door : a) een regionaal lichaam of een regionale organisatie met een passend mandaat;of b) een subregionaal lichaam of een subregionale organisatie met een passend mandaat, of een ACS-staat in de betrokken regio in de programmeringsfase, mits de activiteit in het RIP is aangegeven.2. Verzoeken om financiering van intra-ACS-programma's worden ingediend door : a) ten minste drie regionale lichamen of organisaties met een passend mandaat, die tot verschillende geografische regio's behoren, of door ten minste twee ACS-staten van elk van deze drie regio's;of b) de ACS-Raad van Ministers of door het ACS-Comité van Ambassadeurs; of c) internationale organisaties, zoals de Afrikaanse Unie, die activiteiten uitvoeren die bijdragen tot de verwezenlijking van de doeleinden van regionale samenwerking en integratie, mits het ACS-Comité van Ambassadeurs daartoe toestemming heeft verleend.»; i) artikel 14 wordt vervangen door : « Artikel 14 Uitvoeringsprocedures 1.[geschrapt] 2. [geschrapt] 3.De activiteiten voor regionale samenwerking, met inbegrip van de intra-ACS-samenwerking, worden, met inachtneming van de hiervoor relevante doelstellingen en kenmerken, uitgevoerd volgens de voor de financiële en technische samenwerking vastgestelde procedures, indien zij daaronder vallen. 4. Onder voorbehoud van het bepaalde in de leden 5 en 6 sluiten de Commissie en een van de in artikel 13 bedoelde instanties voor elk regionaal programma en project dat uit het Fonds wordt gefinancierd : a) hetzij een financieringsovereenkomst, overeenkomstig artikel 17;in dit geval wijst de betrokken instantie een regionale ordonnateur aan, wiens taken mutatis mutandis overeenkomen met die van de nationale ordonnateur; b) hetzij een subsidieovereenkomst in de zin van artikel 19bis, naargelang de aard van de activiteit en wanneer een van de betrokken instanties die met de realisatie van het programma of het project belast is, geen ACS-staat is.5. Voor de uit het Fonds gefinancierde programma's en projecten waarvoor een financieringsverzoek is ingediend door de in artikel 13, lid 2, onder c), bedoelde internationale organisaties wordt een subsidieovereenkomst opgesteld.6. De uit het Fonds gefinancierde programma's en projecten waarvoor een financieringsverzoek is ingediend door de ACS-Raad van Ministers of het ACS-Comité van Ambassadeurs, worden uitgevoerd hetzij door het ACS-secretariaat dat in voorkomend geval een financieringsovereenkomst sluit met de Commissie overeenkomstig artikel 17, hetzij door de Commissie, naargelang de aard van de activiteit.»; j) de titel van hoofdstuk 3 wordt vervangen door : « Onderzoek en financiering » k) artikel 15 wordt vervangen door : « Artikel 15 Identificatie, voorbereiding en onderzoek van programma's en projecten 1.De door de betrokken ACS-staat ingediende programma's en projecten worden gezamenlijk onderzocht. Het ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering stelt richtsnoeren en criteria op voor de beoordeling van programma's en projecten. De programma's en projecten zijn doorgaans meerjarig en kunnen een reeks beperkte activiteiten op een bepaald gebied omvatten. 2. De dossiers van de opgestelde en ter financiering voorgelegde programma's en projecten dienen alle gegevens te bevatten die voor het onderzoek van deze programma's en projecten nodig zijn of, indien deze programma's en projecten nog niet volledig omschreven zijn, met het oog op het onderzoek een beknopte beschrijving te bevatten.3. Bij het onderzoek van programma's en projecten wordt de eis inzake nationale personele middelen in acht genomen en wordt een strategie opgezet voor een betere benutting van deze middelen.Bovendien wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken en beperkingen van elke ACS-staat. 4. Programma's en projecten die worden uitgevoerd door niet-overheidsactoren die overeenkomstig deze Overeenkomst voor financiering in aanmerking komen, kunnen door de Commissie alleen worden onderzocht.Overeenkomstig artikel 19bis kunnen voor deze programma's en projecten rechtstreeks subsidieovereenkomsten worden opgesteld tussen de Commissie en de niet-overheidsactoren. Het onderzoek dient in overeenstemming te zijn met artikel 4, lid 1, onder d), betreffende het soort actoren, het feit of zij voor steun in aanmerking komen en het soort activiteiten die ondersteund worden. Bij monde van het hoofd van de delegatie stelt de Commissie de nationale ordonnateur in kennis van de aldus toegekende subsidies. »; l) artikel 16 wordt vervangen door : « Artikel 16 Financieringsvoorstel en financieringsbesluit 1.De conclusies van het onderzoek worden samengevat in een financieringsvoorstel waarvan de definitieve versie wordt opgesteld door de Commissie in nauwe samenwerking met de betrokken ACS-staat. 2. [geschrapt] 3.[geschrapt] 4. De Commissie deelt namens de Gemeenschap haar financieringsbesluit aan de betrokken ACS-staat mede binnen 90 dagen na de datum van opstelling van de definitieve versie van het financieringsvoorstel.5. Indien het financieringsvoorstel niet door de Commissie namens de Gemeenschap wordt goedgekeurd, wordt de betrokken ACS-staat onmiddellijk op de hoogte gesteld van de redenen van dit besluit.In dat geval kunnen de vertegenwoordigers van de betrokken ACS-staat binnen 60 dagen na de kennisgeving verzoeken : a) het probleem voor te leggen aan het bij deze Overeenkomst ingestelde ACS-EG-Comité voor Samenwerking inzake Ontwikkelingsfinanciering;of b) door de vertegenwoordigers van de Gemeenschap te worden gehoord.6. Nadat de vertegenwoordigers zijn gehoord, wordt door de Commissie namens de Gemeenschap een definitief besluit genomen om het financieringsvoorstel aan te nemen dan wel af te wijzen;alvorens dit besluit wordt genomen, kan de betrokken ACS-staat aan de Commissie alle gegevens mededelen die hij voor volledige kennis van zaken noodzakelijk acht. »; m) artikel 17 wordt vervangen door : « Artikel 17 Financieringsovereenkomst 1.Tenzij in deze Overeenkomst anders bepaald, wordt voor ieder uit het Fonds gefinancierd programma of project een financier …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.