{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">sluiten2 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en inzonderheid tot instelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen in het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's en de levensverzekeringen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, en (ii) met het bedrag van zijn eigen vermogen sensu stricto. Voor de kredietinstellingen die beschouwd worden als systeemrelevant in de zin van artikel 36/3, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België wordt de bijdragevoet berekend in functie van een risico-indicator.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze risico-indicator is de verhouding tussen (i) het totaal van de financiële activa aangehouden voor handelsdoeleinden, met aftrek van 80 % van het totaal van de derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden, en (ii) het balanstotaal. De risico-indicator wordt op geconsolideerde basis berekend. De bijdragevoet wordt als volgt bepaald : - wanneer het gemiddelde van de waarde van de risico-indicator gemeten op het einde van elk van de vier kwartalen van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, kleiner is dan 2,5 %, bedraagt de bijdragevoet 0,0325 %; - wanneer het gemiddelde van de waarde van de risico-indicator gemeten op het einde van elk van de vier kwartalen van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, groter is dan of gelijk is aan 2,5 % maar kleiner dan 5 %, bedraagt de bijdragevoet 0,035 %; - wanneer het gemiddelde van de waarde van de risico-indicator gemeten op het einde van elk van de vier kwartalen van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, groter is dan of gelijk is aan 5 % maar kleiner dan 7,5 %, bedraagt de bijdragevoet 0,0375 %; - wanneer het gemiddelde van de waarde van de risico-indicator gemeten op het einde van elk van de vier kwartalen van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, groter is dan of gelijk is aan 7,5 % maar kleiner dan 10 %, bedraagt de bijdragevoet 0,04 %; - wanneer het gemiddelde van de waarde van de risico-indicator gemeten op het einde van elk van de vier kwartalen van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, groter is dan of gelijk is aan 10 %, bedraagt de bijdragevoet 0,06 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de kredietinstellingen die niet beschouwd worden als systeemrelevant in de zin van artikel 36/3, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, wordt het percentage van de bijdrage voor de financiële stabiliteit als volgt bepaald : - voor de instellingen die op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan de heffing geen eigen vermogensvereisten hebben voor positierisico, valutarisico en grondstoffenrisico volgens de standaardbenadering voor verhandelbare schuldinstrumenten, aandelen en grondstoffen en geen eigen vermogensvereisten hebben voor positie-, valuta- en grondstoffenrisico's volgens de interne modellen, bedraagt de bijdragevoet 0,03 %; - voor de instellingen die op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan de heffing, positieve eigen vermogensvereisten hebben voor positierisico, valutarisico en grondstoffenrisico volgens de standaardbenadering voor verhandelbare schuldinstrumenten, aandelen en grondstoffen, of positieve eigen vermogensvereisten hebben voor positie-, valuta- en grondstoffenrisico's volgens de interne modellen bedraagt de bijdragevoet 0,0325 %.\"; 2° in het derde lid, dat het vijfde lid wordt, worden de woorden \"In afwijking van het tweede lid\" vervangen door de woorden \"In afwijking van het tweede, derde en vierde lid\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 133</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 7 van dezelfde wet worden de woorden \"het bedrag mee van de grondslag, als bepaald in artikel 3\" vervangen door de woorden \"het bedrag van de grondslag en van de toe te passen bijdragevoet mee, als bepaald in artikel 3\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 131 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2013</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 132 en 133 treden in werking op 1 januari 2014. HOOFDSTUK 1 2. - Wijziging van de wet van 28 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 tot omzetting van diverse richtlijnen betreffende het toezicht op de financiële sector en houdende diverse bepalingen Art. 135.In artikel 34, derde lid, van de wet van 28 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5 tot omzetting van diverse richtlijnen betreffende het toezicht op de financiële sector en houdende diverse bepalingen, wordt het woord \"2012\" vervangen door het woord \"2013\".</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 4. - Duurzame ontwikkeling ENIG HOOFDSTUK. - Invoeging van een hoofdstuk V/2 in de</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling Art. 136.In de wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/05/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling wordt een hoofdstuk V/2 ingevoegd, luidende : \"Hoofdstuk V/2. Subsidies ter bevordering van duurzame ontwikkeling. Art. 19/4.§ 1. Binnen de door hem gestelde voorwaarden kan de Koning op voorstel van de minister een subsidie toekennen aan één of meerdere organisaties die een project ter bevordering van duurzame ontwikkeling opzetten in België. Dit project moet kaderen binnen de bevoegdheden van de Federale Staat. De toegekende subsidie kan enkel kosten dekken die verbonden zijn aan dit project, voor hoogstens 50 % van de werkelijke totale kost ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in aanmerking te komen voor de toekenning van een subsidie moet het project : 1° duurzame ontwikkeling bevorderen in België;2° duidelijk identificeerbaar zijn;3° duidelijke doelstellingen omvatten;4° een specifiek budget worden toegewezen;5° beperkt zijn in de tijd. § 2. Binnen de door hem gestelde voorwaarden kan de Koning op voorstel van de minister subsidies toekennen voor de werking van koepel- of netwerkorganisaties die duurzame ontwikkeling bevorderen in België en die een forumfunctie op dat vlak vervullen. De toegekende subsidie kan enkel kosten dekken die verbonden zijn aan de in het jaarprogramma voorziene werking, voor hoogstens 75 % van de werkelijke totale kost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het in vorige lid bedoelde jaarprogramma, wordt opgesteld door de koepel- of netwerkorganisatie en goedgekeurd door de minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na een oproep die in het Belgisch Staatsblad en op de website van de Dienst wordt bekendgemaakt, en op basis van een door de minister vastgestelde rangschikking van de kandidaten, erkent de Koning hoogstens één koepel- of netwerkorganisatie per Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorafgaand aan de toekenning van de subsidie wordt ze erkend voor de periode die door de Koning wordt vastgesteld. Deze periode beloopt maximaal vijf jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om erkend te worden, moet een kandiderende koepel- of netwerkorganisatie aan de volgende voorwaarden voldoen : - de belangen van haar leden bundelen; - haar leden zelf zijn maatschappelijke belangenorganisaties; - haar leden vertegenwoordigen ten aanzien van de federale overheid met een gemeenschappelijk standpunt; - duurzame ontwikkeling als hoofddoelstelling in haar activiteiten nastreven. § 3. Binnen de door hem gestelde voorwaarden kan de Koning op voorstel van de minister subsidies toekennen aan internationale organisaties of netwerken voor projecten ter bevordering van duurzame ontwikkeling op mondiaal vlak of binnen de Europese Unie. De toegekende subsidie kan enkel de kosten dekken die verbonden zijn met het project, voor hoogstens 25 % van de werkelijke totale kost ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in aanmerking te komen voor de toekenning van een subsidie, moet het project : 1° duurzame ontwikkeling bevorderen op mondiaal vlak of binnen de Europese Unie;2° duidelijk identificeerbaar zijn;3° duidelijke doelstellingen omvatten; 4° een specifiek budget worden toegewezen.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 5. - Dotaties ENIG HOOFDSTUK. - Dotaties aan de leden van de Koninklijke familie Art. 137.Artikel 2 van de wet van 16 november 1993 houdende vaststelling van de Civiele Lijst voor de duur van de regering van Koning Albert II, tot toekenning van een jaarlijkse en levenslange dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola en van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, wordt aangevuld met een lid, luidende : \"Vanaf 1 januari 2013 wordt het bedrag van deze dotatie beperkt tot het bedrag dat overeenstemt met de dotatie verleend in artikel 2 van de wet van 7 mei 2000 houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid en een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Laurent.\". Art. 138.Artikel 75 van de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten6 houdende diverse bepalingen, vervangen bij de programmawet (I) van 29 maart 2012, wordt vervangen als volgt : \"In afwijking van de artikelen 2 en 4 van de wet van 16 november 1993 houdende vaststelling van de Civiele Lijst voor de duur van de regering van Koning Albert II, tot toekenning van een jaarlijkse en levenslange dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola en van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, wordt de dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola vastgesteld op 1.441.381 euro voor het jaar 2012 en 922.378 euro voor het jaar 2013.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 17 juni 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM De Minister van Financiën, K. GEENS De Staatssecretaris voor Staatshervorming, voor de Regie der Gebouwen en Duurzame Ontwikkeling, S. VERHERSTRAETEN Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, Mevr. A. TURTELBOOM _______ Nota (1) Kamer van volksvertegenwoordigers : Doc 53 2756/ (2012-2013) : 001 : Wetsontwerp. 002 tot 004 : Amendementen. 005 : Verslag. 006 : Tekst aangenomen door de commissie. 007 : Amendement. 008 : Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal Verslag : 16 mei 2013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Senaat : 5-2095 - 2012-2013 : Nr. 1 : Ontwerp geëvoceerd door de Senaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 2 : Amendementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nr. 3 : Verslag.</p></div>", "next": 0}