{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Artikel 47quaterdecies Het personeelslid dat in een wervingsambt tijdelijk is aangesteld voor bepaalde duur wordt, met toepassing van artikel 60, 10°, door de inrichtende macht ontslagen als het voor dat wervingsambt één definitieve evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' heeft gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontslag geldt voor het ambt in die instelling of dat centrum waarop de evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 47quinquies decies § 1. Het personeelslid dat belast is met een mandaat van algemeen directeur of coördinerend directeur, zoals bedoeld in dit decreet, wordt na één definitieve evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' door de inrichtende macht ontheven van zijn mandaat. § 2. Het personeelslid dat belast is met een mandaat van directeur in een CLB én dat vast benoemd is in het ambt van directeur, wordt, met toepassing van artikel 60, 11°, ontslagen door de inrichtende macht als het in éénzelfde instelling voor het ambt van directeur ofwel twee opeenvolgende definitieve evaluaties met eindconclusie 'onvoldoende' ofwel drie definitieve evaluaties met eindconclusie 'onvoldoende' in zijn loopbaan heeft gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de in het vorig lid bedoelde directeur voorheen vast benoemd was in een ander ambt in het onderwijs, dan kan de inrichtende macht deze directeur echter ook na één definitieve evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' uit zijn ambt verwijderen. Deze directeur wordt door de betrokken inrichtende macht dan onmiddellijk ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt waarin hij voorheen was vast benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid dat belast is met een mandaat van directeur in een CLB en dat niet vast benoemd is in het ambt van directeur en voorheen ook geen vaste benoeming had in een ander ambt in het onderwijs, wordt, met toepassing van artikel 60, 10°, ontslagen door de inrichtende macht als het voor zijn ambt één definitieve evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' heeft gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 47sexies decies § 1. Het personeelslid dat in een selectie- of bevorderingsambt vast benoemd is, wordt, met toepassing van artikel 60, 11°, ontslagen door de inrichtende macht als het in éénzelfde instelling voor dat selectie-of bevorderingsambt ofwel twee opeenvolgende definitieve evaluaties met eindconclusie 'onvoldoende' ofwel drie definitieve evaluaties met eindconclusie 'onvoldoende' in zijn loopbaan heeft gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontslag geldt voor het ambt in die instelling of dat centrum waarop de evaluaties met eindconclusie 'onvoldoende' betrekking hebben. § 2. De inrichtende macht kan een personeelslid dat vast benoemd is in een selectie- of bevorderingsambt en voorheen vast benoemd was in een ambt in het onderwijs, na één definitieve evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' voor dat selectie- of bevorderingsambt uit dit ambt verwijderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betrokken personeelslid wordt door de betrokken inrichtende macht onmiddellijk ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking in het ambt waarin hij voorheen vast benoemd was. § 3. Het personeelslid dat in een selectie- of bevorderingsambt tijdelijk aangesteld is, wordt, met toepassing van artikel 60, 10°, ontslagen door de inrichtende macht als het voor dat selectie- of bevorderingsambt één definitieve evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' heeft gekregen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontslag geldt voor het ambt in die instelling of dat centrum waarop de evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling III. - Het college van beroep Artikel 47septies decies § 1. Er wordt een college van beroep opgericht, bestaande uit drie kamers waarvan twee kamers ten behoeve van het personeel waarop dit decreet van toepassing is. Er is een kamer voor : 1° het gesubsidieerd vrij onderwijs;2° het gesubsidieerd officieel onderwijs. § 2. Het college van beroep doet in een met redenen omklede beslissing uitspraak over de evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' door enerzijds na te gaan of de evaluatie op een zorgvuldige en kwaliteitsvolle manier is gebeurd, anderzijds dient zij de redelijkheid van de sanctie te beoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van beroep heeft de volgende bevoegdheden : 1° nagaan of de procedureregels op het niveau van de instelling of het centrum zijn nageleefd.Aan de hand van elementen uit het dossier moet worden nagegaan of : - zowel de procedure betreffende de evaluatie als de procedure betreffende het vastleggen van de functiebeschrijvingen werden nageleefd; - de rechten van verdediging niet werden geschonden; 2° nagaan of de evaluatie is gebeurd volgens de regels en in de geest van de functiebeschrijvingen en evaluatie;3° oordelen of de beslissing betreffende een evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' steunt op motieven die de toekenning van een evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' in rechte en in feite aanvaardbaar maken;4° oordelen of er een redelijke verhouding bestaat tussen de feiten en de uiteindelijke beslissing tot het geven van een evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende';5° de beslissing betreffende een evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' vernietigen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake de samenstelling en de uitoefening van het mandaat van de leden van het college van beroep met dien verstande dat : 1° het college van beroep wordt voorgezeten door een onafhankelijk persoon;2° er een pariteit is tussen de vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties;3° het college van beroep beslist bij gewone meerderheid van stemmen;4° de voorzitter stemgerechtigd is : bij staking van stemmen na een tweede stemronde is de stem van de voorzitter doorslaggevend;5° bij de stemming er steeds pariteit moet zijn tussen de vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties, behoudens bij een tweede zitting wanneer op de eerste zitting de vertegenwoordigers van één van beide organisaties afwezig bleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering benoemt de voorzitter en bepaalt de vergoedingen waarop hij recht heeft. § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen inzake het secretariaat en de werkingskosten van het college van beroep. § 5. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen betreffende beroepsprocedure en betreffende de werking van het college van beroep in het procedurereglement, met dien verstande dat : 1° op straffe van verval het beroep dient ingesteld te worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen volgend op de overhandiging van de kopie van het evaluatieverslag met eindconclusie 'onvoldoende' door de eerste evaluator of door de inrichtende macht voor de beheerder van een internaat, de directeur en desgevallend de adjunct-directeur.Deze termijn kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode; 2° het beroep de evaluatie met eindconclusie 'onvoldoende' opschort;3° voor het vaststellen van de redenen tot wraking van de voorzitter en de leden zal worden uitgegaan van het bepaalde in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek;4° de rechten van de verdediging tijdens de procedure worden gewaarborgd.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.40 In artikel 60 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993, 18 mei 1999 en 13 juli 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de eerste zin worden de woorden \", ambtshalve en\" geschrapt;2° in punt 5° worden de woorden \"artikel 66 is van overeenkomstige toepassing op dit personeelslid\" geschrapt;3° in punt 9° worden de woorden \"Het bepaalde in artikel 66 is van overeenkomstige toepassing op deze personeelsleden\" geschrapt;4° een punt 10° en 11° worden toegevoegd, die luiden als volgt : « 10° vanaf het ogenblik dat voor het personeelslid dat in een wervingsambt tijdelijk aangesteld is voor bepaalde duur of tijdelijk aangesteld is in een selectie- of bevorderingsambt, de voorwaarden voor een ontslag in toepassing van artikel 47quaterdecies of artikel 47sexiesdecies, § 3, vervuld zijn;11° vanaf het ogenblik dat voor het vastbenoemde personeelslid of het personeelslid dat tijdelijk aangesteld is voor doorlopende duur, de voorwaarden voor een ontslag in toepassing van artikel 47terdecies of artikel 47sexies decies, § 1, vervuld zijn.».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.41 Artikel 61 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : \"Artikel 61 De beslissing waarbij een personeelslid in toepassing van artikel 60 of artikel 62, 3°, wordt ontslagen, wordt met redenen omkleed en ter kennis gebracht van de betrokkene.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 62bis kan deze kennisgeving enkel geschieden hetzij bij ter post aangetekende brief die uitwerking heeft op de derde werkdag na de datum van verzending, hetzij bij gerechtsdeurwaardersexploot, met dien verstande dat het personeelslid die nietigheid niet kan dekken en dat ze door de rechter van ambtswege wordt vastgesteld. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.42 In hetzelfde decreet wordt een artikel 62bis ingevoegd, dat luidt als volgt : \"Artikel 62bis Een vastbenoemd personeelslid dat in toepassing van artikel 60, 5°, 9°, 10° of 11°, of artikel 62, 3°, wordt ontslagen, wordt pas definitief uit zijn ambt verwijderd na een opzeggingstermijn waarvan de duur wordt vastgesteld volgens het aantal arbeidsdagen dat vereist is om aanspraak te kunnen maken op uitkeringen in het kader van de werkloosheidsreglementering en van de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze opzeggingstermijn begint te lopen vanaf de betekening van de beslissing bedoeld in artikel 61.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens deze opzeggingstermijn wordt het personeelslid beschouwd als tijdelijk aangesteld. Het kan door de inrichtende macht met een andere opdracht worden belast en het kan, naar rato van de grootte van zijn oorspronkelijke opdracht, worden vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid ontvangt het brutosalaris verbonden aan het ambt waarin het vast benoemd was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid kan geheel of gedeeltelijk afstand doen van die opzeggingstermijn. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.43 In artikel 64 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 13 juli 2003 en 7 juli 2006, wordt aan punt 6° een zin toegevoegd, die luidt als volgt : « Naargelang de aard van de redenen waarom een ontslag gegeven wordt, kan de inrichtende macht beslissen dat dit ontslag betrekking heeft op één, meerdere of al haar instellingen. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.44 Artikel 66 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 13 juli 2007, wordt opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel V.45 Artikel 84bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten en gewijzigd bij de decreten van 1 december 1998, 18 mei 1999 en 2 maart 1999, wordt vervangen door wat volgt : \"Artikel 84bis § 1. De bepalingen inzake functiebeschrijving gelden vanaf 1 september 2007. § 2. De bepalingen inzake evaluatie gelden voor de personeelsleden van het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en de CLB's vanaf 1 september 2007. Voor de personeelsleden van het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de tehuizen voor kinderen wier ouders geen vaste verblijfplaats hebben en de internaten gelden ze vanaf 1 september 2009. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling III. - Inwerkingtreding Artikel V.46 De bepalingen van dit hoofdstuk treden in werking op 1 september 2007, met uitzondering van artikel V.17 dat in werking treedt op op 1 september 2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK VI. - Andere bepalingen Afdeling I. - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving Artikel VI.1 In artikel 28 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving, gewijzigd bij het decreet van 5 juli 1989, wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Wanneer het arbeidsgerecht, bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, een beslissing van een inrichtende macht van het gesubsidieerd vrij onderwijs houdende beëindiging of vermindering van de opdracht van een door haar vastbenoemd personeelslid, strijdig acht met het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, bekomt dit personeelslid de salaristoelage voor het geheel of voor een deel van de opdracht die hem ontnomen werd, alsof hij in dienstactiviteit was gebleven, en verliest de inrichtende macht de salaristoelage voor het geheel of voor een deel van de betrekking, zolang zij de betrekking aan een ander niet-rechthebbend personeelslid toewijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling heeft ook uitwerking wanneer de kamer van beroep, zoals bedoeld in artikel 69 van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, het ontslag van een vastbenoemd personeelslid door de inrichtende macht als gevolg van een tuchtmaatregel vernietigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling heeft ook uitwerking wanneer het college van beroep, zoals bedoeld in artikel 47septiesdecies van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs, één van de evaluaties met eindconclusie 'onvoldoende' die tot het ontslag hebben geleid, zoals bedoeld in hoofdstuk Vter van hetzelfde decreet, van een vastbenoemd personeelslid heeft vernietigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verlies van de salaristoelage voor een betrekking neemt een einde voor de inrichtende macht : 1° ofwel op het ogenblik dat de onregelmatige handeling door de inrichtende macht is hersteld;2° ofwel indien dezelfde of een andere inrichtende macht het benadeelde personeelslid, met zijn akkoord, overneemt;3° ofwel op het ogenblik dat het benadeelde personeelslid zonder geldige reden weigert een door dezelfde inrichtende macht of een andere inrichtende macht aangeboden betrekking in hetzelfde ambt met dezelfde statutaire toestand te aanvaarden;4° ofwel op het ogenblik dat het benadeelde personeelslid zich, om redenen vreemd aan het geschil, in de voorwaarden voor definitieve ambtsneerlegging bevindt. De salaristoelage, die gedurende de periode tussen het onrechtmatig ontslag en de betekening aan de diensten van de Vlaamse Regering bevoegd voor het onderwijs van het vonnis of arrest, of van de uitspraak van de hierboven vermelde kamers van beroep of het hierboven vermelde college van beroep, aan de inrichtende macht werd toegekend, wordt van deze inrichtende macht teruggevorderd en wordt vervolgens toegekend aan het ten onrechte ontslagen personeelslid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de hogervermelde betekening betalen de diensten van de Vlaamse Regering bevoegd voor onderwijs de salaristoelage rechtstreeks aan het ten onrechte ontslagen personeelslid tot op het ogenblik dat voldaan wordt aan één van de vier voorwaarden, hierboven vermeld. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - Decreet betreffende het onderwijs III Artikel VI.2 In artikel 5 van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs III, gewijzigd door de decreten van 14 juli 1998, 1 december 1998, 8 juni 2000 en 14 februari 2003, worden aan § 1 twee liggende streepjes toegevoegd, die luiden als volgt : « - een beslissing van de raad van bestuur in toepassing van artikel 73quinquies decies, § 2, of artikel 73sexies decies, § 2, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs; - een beslissing van de inrichtende macht in toepassing van artikel 47quinquies decies, § 2, ofartikel 47sexies decies, § 2, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. ».</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling III. - Inwerkingtreding Artikel VI.3 Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2007.</h3>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK VII. - Evaluatie Artikel VII.1 De Vlaamse Regering evalueert : - aan het einde van het schooljaar 2008-2009 de invoering en het gebruik van de geïndividualiseerde functiebeschrijving volgens dit decreet voor de personeelsleden aangesteld in het basisonderwijs, de internaten en het deeltijds kunstonderwijs; - aan het einde van het schooljaar 2010-2011 het systeem van evaluatie in dit decreet voor de personeelsleden aangesteld in het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en de CLB's; - aan het einde van het schooljaar 2012-2013 het systeem van evaluatie in dit decreet voor de personeelsleden aangesteld in het basisonderwijs, de internaten en het deeltijds kunstonderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 13 juli 2007.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, F. VANDENBROUCKE _______ Nota (1) Zitting 2006-2007. Stukken. - Ontwerp van decreet, nr. 1246/1. - Amendement, nr. 1246/2. - Verslag, nr. 1246/3. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering, nr. 1246/4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 10 juli 2007.</p></div>", "next": 0}