{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Wanneer het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, overgaat tot het opstellen van zijn stembiljet op de vierentwintigste dag vóór de dag die bepaald is voor de verkiezing, houdt het rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn door zowel de loting waartoe de Minister van Binnenlandse Zaken overgegaan is op de vijfenzestigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement, als de bijkomende loting waartoe de collegehoofdbureaus voor deze verkiezing die respectievelijk zetelen in Mechelen, Namen en Eupen, overgegaan zijn op de tweeënvijftigste dag vóór deze verkiezing, de loting waartoe de minister van Binnenlandse Zaken overgegaan is op de twintigste dag vóór de dag die bepaald is voor de federale parlementsverkiezingen, overeenkomstig de bepalingen van § 3, en de bijkomende loting waartoe de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat overgegaan zijn op de zeventiende dag vóór de dag die bepaald is voor de federale parlementsverkiezingen, overeenkomstig de bepalingen van § 5, zesde en zevende lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bureau kent één van deze nummers toe aan de kandidatenvoordrachten die vergezeld zijn van het in § 2, tweede of vierde lid, of § 3, zevende lid, bedoelde attest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaten die gevraagd hebben dat aan hun lijst hetzelfde volgnummer toegekend wordt als het nummer dat toegewezen is aan een lijst die ingediend is voor de verkiezing van de Senaat, krijgen dit nummer na overlegging van het in § 4 bedoelde attest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bureau gaat vervolgens over tot een bijkomende loting, beginnend met de volledige lijsten, om een volgnummer toe te kennen aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het vorige lid bedoelde loting gebeurt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer van de nummers die, voor alle colleges samen, toegekend zijn voor de verkiezing van de Senaat, overeenkomstig de bepalingen van § 5, zesde en zevende lid, door de hoofdbureaus van de Franse en Nederlandse kiescolleges voor deze verkiezing. § 7. Wanneer de zeventiende dag vóór de dag van de federale parlementsverkiezingen samenvalt met de vierentwintigste dag vóór de dag die bepaald is voor de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, wordt de loting waartoe de kieskringhoofdbureaus voor de verkiezing van deze Raden overgaan om een volgnummer toe te kennen aan de kandidatenlijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben, uitgesteld tot de drieëntwintigste dag vóór de dag die bepaald is voor de verkiezing van deze Raden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het overige gaat men te werk zoals aangegeven in de voorafgaande paragrafen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sectie 3. - De verkiezingen voor de federale Wetgevende Kamers vallen later dan de verkiezingen die georganiseerd worden voor het Europees Parlement en voor de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap Art. 50.De kiezerslijst die als referentie dient voor alle stemmingen die in de titel van deze sectie opgesomd worden, is die lijst die opgesteld is voor de verkiezing van het Europees Parlement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tussen de dag van deze verkiezing en de datum die vastgesteld is voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers, gaat het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente als volgt over tot de bijwerking van de kiezerslijst die bedoeld wordt in het eerste lid : 1° op deze lijst worden de personen toegevoegd die, tijdens de beschouwde periode, ten laatste op de datum die bepaald is voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers, de leeftijd bereiken die vereist is om deel te nemen aan de stemming, evenals de personen van wie de opschorting van de kiesrechten ten laatste op die datum verstrijkt;2° van deze lijst worden de kiezers geschrapt die, tijdens dezelfde periode, niet langer voldoen aan de voorwaarde Belg te zijn of aan de voorwaarde van inschrijving in de bevolkingsregisters van een Belgische gemeente, evenals de kiezers die het voorwerp zijn van een veroordeling of een beslissing die voor hen ofwel de uitsluiting van de kiesrechten met zich meebrengt, ofwel de opschorting van diezelfde rechten op de datum van de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de Belgen die in het bevolkingsregister zijn ingeschreven en op de kiezerslijst staan, komen in aanmerking voor de verkiezing van de federale Wetgevende Kamers, de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 51</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Wanneer de verkiezingen voor de federale Wetgevende Kamers later vallen dan de verkiezingen die georganiseerd worden voor het Europees Parlement en voor de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, wordt de nummering van de kandidatenlijsten die ingediend zijn voor deze verschillende verkiezingen, geregeld overeenkomstig de volgende bepalingen. § 2. De kandidatenlijsten voor het Europees Parlement worden genummerd overeenkomstig de artikelen 20 en 24, § 2, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement. § 3. De kandidaten voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap kunnen, in de verklaring van bewilliging in hun kandidaatstelling vragen dat aan hun lijst hetzelfde beschermde letterwoord en hetzelfde daarmee overeenstemmende volgnummer worden toegewezen als die welke tijdens de loting die de Minister van Binnenlandse Zaken op de vijfenzestigste dag vóór de dag die bepaald is voor de verkiezing van het Europees Parlement heeft gehouden, toegewezen zijn aan een lijst die voor die verkiezing is voorgedragen, voor zover zij een attest overleggen dat afgegeven is door de persoon of diens plaatsvervanger die daartoe zijn aangewezen door de politieke formatie namens welke de lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement is ingediend, en waarbij hen toestemming wordt verleend om het voor die verkiezing toegekende beschermde letterwoord en het daarmee overeenstemmende volgnummer te gebruiken Als het beschermde letterwoord waarvan het gebruik gevraagd wordt overeenkomstig het voorgaande lid, het bijkomende element bevat dat bedoeld wordt in artikel 21, § 2, derde lid, derde zin, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europese Parlement, kan de lijst die gemachtigd is het letterwoord te gebruiken, daarvan gebruik maken zonder toevoeging van dat element.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaten voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, kunnen in de verklaring van bewilliging in hun kandidaatstelling vragen dat aan hun lijst een volgnummer wordt toegekend van die nummers die geloot zijn door de voorzitters van de Nederlandse, Franse of Duitstalige collegehoofdbureaus, naar gelang van het geval, voor de verkiezing van het Europees Parlement, op de tweeënvijftigste dag vóór de dag die bepaald is voor deze verkiezing, voor zover zij een attest overleggen dat afgegeven is door de persoon of de personen die de lijst voor de verkiezing van het Europees Parlement hebben ingediend, en waarbij hen toestemming wordt verleend om het volgnummer dat aan die laatste lijst toegekend is, te gebruiken. § 4. In afwijking van de artikelen 12, 17, 31, 38 en 45 van de wet van 16 juli 1993Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/07/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/03/2016 numac 2016000195 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gewone wet tot vervollediging van de federale staatsstructuur. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten tot vervollediging van de federale staatsstructuur, van de artikelen 10, 14, 25, 31 en 38 van de wet van 12 januari 1989 tot regeling van de wijze waarop de Brusselse Hoofdstedelijke Raad wordt verkozen en van de artikelen 21, 26, 53, 59 en 65 van de wet van 6 juli 1990 tot regeling van de wijze waarop de Raad van de Duitstalige Gemeenschap wordt verkozen, wordt de nummering van de lijsten voor de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, geregeld overeenkomstig de volgende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, overgaat tot het opstellen van zijn stembiljet op de vierentwintigste dag vóór de verkiezing, houdt het rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn door zowel de loting waartoe de Minister van Binnenlandse Zaken overgegaan is op de vijfenzestigste dag vóór de dag die bepaald is voor de verkiezing van het Europees Parlement, als de bijkomende loting waartoe elk van de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor deze verkiezing, die respectievelijk zetelen in Namen, Mechelen en Eupen, overgegaan is op de tweeënvijftigste dag vóór de dag die bepaald is voor deze verkiezing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bureau kent één van deze nummers en, in voorkomend geval, het daarmee overeenstemmende letterwoord, of enkel één van deze nummers, toe aan de kandidatenlijsten die vergezeld zijn van het in § 3, eerste of derde lid, bedoelde attest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bureau gaat vervolgens over tot een bijkomende loting, beginnend met de volledige lijsten, om een volgnummer toe te kennen aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het vorige lid bedoelde loting gebeurt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat door het hoofdbureau van het Duitstalige kiescollege toegekend is voor de verkiezing van het Europees Parlement.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Vlaamse Raad, de Waalse Gewestraad, de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en de Raad van de Duitstalige Gemeenschap, baseert zich hiervoor op de tabel die bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad krachtens artikel 24, § 2, laatste lid, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement. § 5. De kandidatenlijsten voor de Senaat en de Kamer van volksvertegenwoordigers worden genummerd overeenkomstig de volgende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De loting waartoe de Minister van Binnenlandse Zaken overgaat krachtens artikel 115bis, § 2, van het Kieswetboek, op de twintigste dag vóór de dag die bepaald is voor de federale parlementsverkiezingen, om een gemeenschappelijk volgnummer toe te kennen aan de lijstenverenigingen die ingediend zijn voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers en die niet gevraagd hebben om hetzelfde letterwoord en het daarmee overeenstemmende volgnummer, of enkel hetzelfde volgnummer toe te kennen als die welke op de vijfenzestigste of de tweeënvijftigste dag vóór de dag die bepaald is voor de verkiezing van het Europees Parlement toegewezen zijn aan een lijst die voorgedragen is voor deze verkiezing, geschiedt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat toegekend is door het hoofdbureau van het Duitstalige kiescollege voor deze verkiezing van het Europees Parlement.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister van Binnenlandse Zaken baseert zich hiervoor op de tabel die bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad krachtens artikel 24, § 2, laatste lid, van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 128 van het Kieswetboek, houdt het collegehoofdbureau voor de verkiezing van de Senaat, wanneer het overgaat tot het opstellen van het stembiljet voor de Senaat, op de zeventiende dag vóór de dag die bepaald is voor de federale parlementsverkiezingen, rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn door zowel de loting waartoe de minister van Binnenlandse Zaken overgegaan is op de vijfenzestigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement, om een volgnummer toe te kennen aan de lijsten voor deze verkiezing die de bescherming van hun letterwoord gevraagd hebben, als de bijkomende loting waartoe elk van de voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van het Europees Parlement, die respectievelijk zetelen in Mechelen, Namen en Eupen, overgegaan is op de tweeënvijftigste dag vóór deze verkiezing, om een volgnummer toe te kennen aan de kandidatenlijsten voor het Europees Parlement die er op dat moment nog geen gekregen hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bureau kent één van deze nummers toe aan de kandidatenvoordrachten die vergezeld zijn van het in § 3, eerste of derde lid, bedoelde attest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bureau houdt tevens rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn door de loting bedoeld in artikel 115bis, § 2, achtste lid, wanneer er gebruik gemaakt is van de mogelijkheid voorzien in § 3 van hetzelfde artikel. Het kent één van deze nummers toe aan de kandidatenlijsten die vergezeld zijn van de inwilliging die bedoeld wordt in die § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bureau gaat vervolgens over tot een bijkomende loting, beginnend met de volledige lijsten, om een volgnummer toe te kennen aan de kandidatenlijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze loting gebeurt in het hoofdbureau van het Franse kiescollege tussen de even nummers, en in het hoofdbureau van het Nederlandse kiescollege tussen de oneven nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer dat toegekend is door de loting waartoe de Minister van Binnenlandse Zaken overgegaan is op de twintigste dag vóór de dag die bepaald is voor de federale parlementsverkiezingen, overeenkomstig artikel 115bis, § 2, van het Kieswetboek, zoals gewijzigd door het tweede lid van deze paragraaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter van het collegehoofdbureau baseert zich hiervoor op de tabel die bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad krachtens artikel 118bis, tweede lid, van het Kieswetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat delen aan elkaar het resultaat van de loting mee waartoe zij overeenkomstig het vorige lid overgegaan zijn, en delen ditzelfde resultaat onverwijld, per fax of per drager, met aanduiding van het hoogste nummer dat voor alle colleges samen toegekend is, mee aan de voorzitters van de kieskringhoofdbureaus voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers die gelegen zijn in het Vlaamse of Waalse Gewest, naar gelang van het geval, evenals aan de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezing van deze vergadering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitters van de collegehoofdbureaus voor de verkiezing van de Senaat sturen onmiddellijk, voor het drukken ervan, een afschrift van het model van stembiljet voor de verkiezing van de Senaat naar de voorzitters van de provinciehoofdbureaus van hun ambtsgebied, evenals naar de voorzitter van het hoofdbureau van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezing van de Senaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die laatste laat op de stembiljetten die bestemd zijn voor zijn kieskring, de kandidatenlijsten vermelden die zowel in het hoofdbureau van het Franse kiescollege als in het hoofdbureau van het Nederlandse kiescollege voorgedragen zijn. Hiervoor wordt het stembiljet opgesteld overeenkomstig de modellen II d), Il e), II f) of II g) die bij dit Kieswetboek gevoegd zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens gaat het bureau over tot de opstelling van het stembiljet voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van deze vergadering houdt rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn door zowel de loting waartoe de Minister van Binnenlandse Zaken overgegaan is op de vijfenzestigste dag vóór de verkiezing van het Europees Parlement, als de bijkomende loting waartoe elk van de collegehoofdbureaus voor deze verkiezing, die respectievelijk zetelen in Namen, Mechelen en Eupen, overgegaan is op de tweeënvijftigste dag voor deze verkiezing, om een volgnummer toe te kennen aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bureau kent één van deze nummers toe aan de kandidatenvoordrachten die vergezeld zijn van het in § 3, eerste of derde lid, bedoelde attest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bureau houdt tevens rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn door de loting waartoe de Minister van Binnenlandse Zaken overgegaan is op de twintigste dag vóór de dag die bepaald is voor de federale parlementsverkiezingen, krachtens artikel 115bis, § 2, van het Kieswetboek, zoals gewijzigd door het tweede lid van deze paragraaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten slotte houdt het rekening met de volgorde van de nummers die toegekend zijn voor de verkiezing van de Senaat wanneer de kandidaten gebruik gemaakt hebben van de mogelijkheid waarover zij beschikken krachtens artikel 115bis, § 4, van het Kieswetboek, om de toekenning aan hun lijst te vragen van hetzelfde volgnummer als dat dat toegekend is aan een lijst die ingediend is voor de verkiezing van de Senaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bureau gaat vervolgens over tot een bijkomende loting om een volgnummer toe te kennen aan de lijsten die er op dat moment nog geen gekregen hebben, waarbij men begint met de volledige lijsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het vorige lid bedoelde loting gebeurt tussen de nummers die onmiddellijk volgen op het hoogste nummer van de nummers die, voor alle colleges samen, toegekend zijn voor de verkiezing van de Senaat, door de voorzitters van de hoofdbureaus van de Franse en Nederlandse kiescolleges voor deze verkiezing. De voorzitter van het kieskringhoofdbureau voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers baseert zich hiervoor op de mededeling die hem gedaan is krachtens het tiende lid van deze paragraaf § 6. In de hypothese die bedoeld wordt in § 1 van dit artikel, is artikel 115bis, § 1, van het Kieswetboek niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 18 december 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, L VAN DEN BOSSCHE Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, T. VAN PARYS _______ Nota (1) Gewone zitting 1997-1998. Kamer van volksvertegenwoordigers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parlementaire bescheiden. - Ontwerp van wet, nr. 1729/1. - Amendementen, nr. 1729/2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewone zitting 1998-1999.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamer van volksvertegenwoordigers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parlementaire bescheiden. - Verslag, nr. 1729/3. - Amendement, nr. 1729/4. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en overgezonden aan de Senaat, nr. 1729/5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen van de Kamer van volksvertegenwoordigers. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 21 en 22 oktober 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">Senaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parlementaire bescheiden. - Ontwerp overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers, nr. 1-1123/1. - Verslag, nr. 1-1123/2. - Tekst aangenomen door de Commissie, nr. 1-1123/3. - Amendement, nr. 1-1123/4. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr. 1-1123/5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen van de Senaat. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 1 en 3 december 1998.</p></div>", "next": 0}