{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Het gebruik van een aldus erkende vermenging van voedergewassen moet vooraf worden gemeld volgens de procedure van hoofdstuk 3 van onderhavige bijlage. HOOFDSTUK 3. - Modaliteiten voor de melding van het gebruik van niet-biologisch zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen 3.1° Het gebruik van niet-biologisch zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen voor variëteiten van een subgroep met beschikbaarheidsniveau 3 moet worden gemeld. 3.2° Een melding is de mededeling aan het controleorgaan, van het voornemen van de marktdeelnemer om zaaizaad voor aardappelen of pootaardappelen onder niet-biologische vorm te gebruiken. 3.3° Een melding bij het controleorgaan is geldig indien de indieningstermijnen van punt 3.4° worden gerespecteerd en de gevraagde variëteit op het moment van de melding niet onder biologische vorm beschikbaar is in de databank van hoofdstuk 1 van onderhavige bijlage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het controleorgaan levert een ontvangstbewijs voor elke melding en controleert of de variëteit inderdaad niet beschikbaar is onder biologische vorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de variëteit toch beschikbaar is onder biologische vorm, deelt het controleorgaan dit onmiddellijk mee aan de aanvrager en deelt de gevolgen hiervan mee. 3.4° De melding wordt voor de zaaidatum ingediend, namelijk : - vanaf 1 december voor de variëteiten die in de lente of de zomer van het volgende jaar worden gezaaid; - vanaf 1 augustus voor de variëteiten die in de herfst of de winter worden gezaaid; - vanaf 1 december van het vorige jaar voor de variëteiten die het hele jaar door worden gezaaid. 3.5° Na indiening en bekrachtiging door het controleorgaan is de melding geldig voor een seizoen per keer en onderworpen aan de naleving van artikel 45, § 2 van Verordening 889/2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Brussels Hoofdstedelijk Regering van 3 december 2009 inzake de productiemethode en etikettering van biologische producten Brussel, 3 december 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Buitenlandse Handel en Wetenschappelijk Onderzoek, bevoegd voor het Landbouwbeleid, B. CEREXHE Bijlage V. - Bepalingen ter uitvoering van de verordeningen in de sector der dieren HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied Overeenkomstig artikel 42, tweede lid van Verordening 834/2007, en onverminderd artikel 1 van Verordening 889/2008, zijn de maatregelen bepaald in de Verordeningen en in dit besluit, van toepassing op - de konijnen en hun producten; - de struisvogels en hun producten; - de hertachtigen en hun producten; - de slakken en hun producten. HOOFDSTUK 2. - Regels van toepassing voor de productie 2.1° Omschakeling 2.1.1° De inkorting van de omschakelingsperiode bedoeld in artikel 37, § 2 van Verordening 889/2008 is ondergeschikt aan het akkoord van het controleorgaan op basis van een analyse met negatieve resultaten voor residuen van organochloor- en organofosforverbindingen in de grond.. 2.1.2° De omschakelingsperiode bedoeld in artikel 38 § 1 van Verordening 889/2008 is vastgelegd op 4 maanden voor konijnen, op 8 maanden voor struisvogels, en op 12 maanden voor hertachtigen. 2.1.3° Voor de omschakeling van een productie-eenheid van slakken is de duur van de omschakelingsperiode van de buitenparken, gebruikt voor het voeden van de dieren, teruggebracht op een jaar, indien de grond sinds minstens een jaar niet is behandeld met andere producten, dan die welke in bijlage II bij Verordening 889/2008 worden genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de slakken onder biologische aanduiding te kunnen verkopen, moeten de dieren sinds hun geboorte volgens de biologische productiemethode zijn gehouden 2.2° Herkomst van de dieren 2.2.1° De bepaling van artikel 8, § 1 van Verordening 889/2008 betreffende de keuze van de rassen en het vermijden van geboorteproblemen die het gebruik van een keizersnede noodzakelijk maken, wordt beschouwd als nageleefd, indien het aantal natuurlijke geboorten gelijk is en blijft aan 80 % van het totaal aantal geboorten van het jaar, en dit 5 jaar na het in omschakeling treden. Bovendien dient een percentage van minstens 30 % natuurlijke geboorten al bereikt te worden 3 jaar na het in omschakeling treden. 2.2.2° Voor de toepassing van artikel 9 § 2 van Verordening 889/2008 wordt de maximale leeftijd voor het binnenbrengen in een biologische productie-eenheid van dieren, die niet gehouden worden volgens de biologische productiemethode, vastgelegd op 3 dagen voor struisvogels en op 15 dagen voor hertachtigen. 2.2.3° Voor de toepassing van artikel 9, § 3 van Verordening 889/2008 wordt het maximale percentage vastgelegd op 10 % voor, konijnen, hertachtigen en struisvogels. 2.2.4° Voor de toepassing van artikel 42 van Verordening 889/2008 neemt de Dienst een beslissing. 2.2.5° Mogen alleen als biologisch producten verkocht worden, de slakken die tot de volgende diersoorten behoren : - Helix aspersa aspersa (escargot petit gris); - Helix aspersa maxima (escargot gros gris); - Helix pomatia (wijngaardslak). 2.2.6° Het gebruik van slakken afkomstig van niet-biologische bedrijven is slechts toegelaten als fokdieren, en enkel indien er geen via de biologische productiemethode gehouden dieren verkrijgbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De marktdeelnemer moet de bewijsstukken bijhouden die aangeven dat hij een beroep doet op deze bepaling. 2.3° Voeding 2.3.1° Het binnenbrengen van conventionele dierenvoeders in de biologische productieketen mag enkel gebeuren onder de vorm van mono-ingrediënten bij een aan de controle onderworpen marktdeelnemer. 2.3.2° Het gebruik van synthetische vitamines A, D en E voor de voeding van herkauwers wordt toegelaten overeenkomstig de bepalingen van punt 1.1 a) van bijlage VI van Verordening 889/2008. 2.4° Preventie van ziekten en diergeneeskundige behandeling 2.4.1° Voor de toepassing van artikel 23, § 1 van Verordening 889/2008, wordt het gebruik van chemisch gesynthetiseerde, allopathische geneesmiddelen of van antibiotica als een preventieve behandeling beschouwd in volgende gevallen : a) wanneer de behandeling toegepast is zonder dat of voordat het dier de ziektesymptomen vertoont;b) wanneer de behandeling toegepast is zonder dat of voordat een sanitair probleem gediagnosticeerd wordt c) wanneer de behandeling op een groep dieren terugkerend en gezamenlijk toegepast is, onverminderd de toepassing van de bepalingen van artikel 14, § 1, punt e) iv) van Verordening 834/2007. 2.4.2° Voor de toepassing van artikel 24, § 3 van Verordening 889/2008, veronderstelt het gebruik van chemisch gesynthetiseerde, allopathische geneesmiddelen of van antibiotica onder de verantwoordelijkheid van een dierenarts, dat elke betrokken behandeling van tevoren door een dierenarts voorgeschreven werd. 2.4.3° Voor de toepassing van artikel 24, § 4 van Verordening 889/2008, verstaat men onder « verplichte uitroeiingschema's », maatregelen die aangewend worden in toepassing van de dierengezondheidswet van 24 maart 1987 en zijn toepassingsbesluiten. 2.5° Veehouderijbeheer, vervoer en identificatie 2.5.1° Voor de toepassing van artikel 12, § 5, tweede lid van Verordening 889/2008, stelt de Dienst de lijst met de traag groeiende rassen samen, die gebruikt kunnen worden indien de kwekers de regels voor de minimumslachtleeftijd niet respecteren. 2.5.2° Met toepassing van artikel 39 van Verordening 889/2008 is de aanbinding van runderen toegelaten in kleine bedrijven die minder dan 50 aangebonden runderen bezitten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere bepalingen zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met toepassing van artikel 95, § 1 van Verordening 889/2008 en mits naleving van de voorwaarden die deze oplegt, is de aanbinding van runderen toegelaten tot 31 december 2010 in de bedrijven waarvan de gebouwen bestonden voor 24 augustus 2000. 2.5.3° Het broeien van de slakken moet uitgevoerd worden met kokend water, zonder gebruik van zout en zonder azijn. De slakken moeten minstens 5 dagen op voorhand uit de buitenparken genomen worden. 2.6° Dierlijke mest Naast de in bijlage IV van Verordening 889/2008 met toepassing van artikel 15, § 2 van Verordening 889/2008 bepaalde aantallen, zijn de volgende waarden die het aantal dieren per hectare vastlegt gelijkwaardig aan 170 kg stikstof/ha/jaar, van toepassing : - kleine melkkoeien (type Salers, Gersey) : XX - kippetjes bestemd voor de eierproductie, tussen 3 dagen en 18 weken : 580; - kalkoenen : 80; - struisvogels onder 3 maanden : 50; - struisvogels tussen 3 en 12 maanden : 20; - struisvogels boven 12 maanden : 10; - hertachtigen onder 12 maanden : 12; - hertachtigen boven 12 maanden : 6; - vleeskonijnen : 430. 2.7° Uitlopen en huisvesting 2.7.1° Naast de in bijlage III van Verordening 889/2008, met toepassing van artikel 10, § 4 van Verordening 889/2008 bepaalde cijfers, zijn de volgende minimumoppervlakten waarover de dieren zowel binnen als buiten dienen te beschikken, van toepassing :</p>\n<p class=\"lf-p\">Leeftijd/Age Binnen/A l'intérieur Buiten/A l'extérieur Kippetjes bestemd voor de eierproductie/Poulettes destinées à la ponte 3 dagen tot 6 weken/3 jours à 6 semaines Maximum 13 dieren -animaux/m2 - 6 tot 12 weken/6 à 12 semaines Maximum 13 dieren - animaux/m2 minimum 1 m2/animal - dier 12 tot 18 weken/12 à 18 semaines Maximum 10 dieren - animaux/m2 Struisvogels/Autruches 6 tot 12 weken/6 à 12 semaines minimum 1,5 m2 /animal-dier minimum 10 m2/animal-dier 12 weken tot 12 maanden/12 semaines à 12 mois minimum 2,5 m2 /animal-dier minimum 125 m2/animal-dier 12 maanden en meer/12 mois et plus minimum 4 m2 /animal-dier minimum 200 m2/animal-dier Fokkonijnen (jongen inbegrepen)/ Lapins reproducteurs (lapereaux compris) Meer dan 30 dagen /plus de 30 jours minimum 0,6 m2/animal au total - dier in het totaal Vleeskonijnen /Lapins de chair - maximum 5 dieren in het totaal - animaux/m2 au total Hertachtigen/Cervidés minder dan 12 maanden/moins de 12 mois minimum 2 m2 /animal-dier minimum 4 m2/animal-dier 12 maanden en meer/12 mois et plus minimum 5 m2 /animal-dier minimum 10 m2/animal-dier Slakken/Escargots Meer dan 7 dagen/plus de 7 jours - maximum 330 dieren - animaux/m2 en/et maximum 4 kg de poids vif/m2 - vlees/m2 2.7.2° Voor de toepassing van bijlage III van Verordening 889/2008, betekent « mobiele installatie » een gebouw dat ten minste éénmaal per jaar van perceel wordt veranderd met het oog op een gepast beheer van de uitlopen buiten (hoeveelheid meststoffen, begrassing van de uitlopen). Een gebouw dat als mobiel wordt voorgesteld maar in de loop van het jaar nooit verplaatst wordt, wordt als een vaste installatie beschouwd. 2.7.3° Voor de toepassing van artikel 11, § 4 van Verordening 889/2008 en van artikel 14, § 1, punt b) vi) van Verordening 834/2007 wordt de maximale duur voor het isoleren van de zeugen in het gebouw rond het werpen en tijdens de zoogperiode vastgelegd op 28 dagen. 2.7.4° Voor de toepassing van artikel 14, § 1 van Verordening 889/2008 mag de gedeeltelijke overdekking van de bewegingsruimte in open lucht, niet meer bedragen dan 50 % van de oppervlakte van de voor de dieren toegankelijke bewegingsruimte. Dit aandeel mag 75 % bedragen indien ten minste de helft van de perimeter van het veegebouw een open front heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor konijnen mag de gedeeltelijke overdekking van de bewegingsruimte in open lucht 90 % bedragen op voorwaarde dat minstens 25 % van de perimeter van het gebouw een open front heeft en op voorwaarde dat alle konijnen een rechtstreekse en permanente toegang tot het open front hebben. 2.7.5° De konijnen moeten op de grond gehouden worden, met eventueel toegang tot een verhoogd niveau, en mogen niet in kooien worden gehouden. 2.7.6° Met toepassing van artikel 23, § 5 van Verordening 889/2008, is de minimale sanitaire leegstandduur tussen elke partij pluimvee vastgesteld op 6 weken voor de uitlopen. 2.7.7° Vanaf de leeftijd van 8 dagen, en met uitzondering van de winterslaapperiode voor de fokdieren, moeten de slakken gehouden worden in met gras bezaaide buitenparken die afgedekt kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het houden en de voortplanting van de slakken moeten gebeuren met respect voor hun natuurlijke biologische cyclus. Op het einde van elke vetmestingscyclus dienen de buitenparken leeg te blijven gedurende een minimale periode van drie maanden. HOOFDSTUK 3. - Regels voor de traceerbaarheid van dieren en dierlijke producten 3.1° Algemene principes 3.1.1° Naast de controle- en voorzorgsmaatregelen vastgelegd in de Verordeningen, met name in de artikelen 27 en 28 van Verordening 834/2007 en in titel IV Verordening 889/2008, en onverminderd de wettelijke bepalingen betreffende de identificatie en de registratie van de dieren, zijn de hierna bijkomende voorschriften van toepassing, in uitvoering van artikel 27 § 13 van Verordening 834/2007, om de traceerbarheid van de dierlijke producten over de gehele productie-, verwerkings- en bereidingsketen te verzekeren. 3.1.2° Voor de diersoorten waarvoor een Sanitel identificatie- en registratiesysteem georganiseerd is, geeft elke producent zijn toestemming aan de erkende controleorganen om over de gegevens van de databank betreffende zijn kudde te beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien moet hij de opeenvolgende overzichten uit het Sanitelregister van de kudde, die hem doorgegeven werden door de vereniging belast met de identificatie en de registratie van de dieren, permanent op de exploitatiezetel houden. 3.2° Handels- en verwerkingskanaal van vlees 3.2.1° Binnen de 15 dagen die volgen op de geboorte van een rund in de kudde, dient de producent een haarstaal van het kalf te nemen, volgens de door de vereniging belast met de identificatie en de registratie van runderen bepaalde methode en deze stalen naar de aangewezen opslagplaats te zenden. 3.2.2° Bij elke verhandeling van een rund vanuit zijn kudde met een verwijzing naar de biologische productiemethode dient de producent een haarstaal van het dier te nemen, volgens de door de vereniging belast met de identificatie en de registratie van runderen bepaalde methode en deze stalen naar de door de Dienst aangewezen opslagplaats te zenden. 3.2.3° De dieren die in de handel gebracht worden met verwijzing naar de biologische productiemethode zijn vergezeld van een genummerde verhandelingsbon, afgeleverd door het controleorgaan, en waarvan het model aan het advies van de representatieve organisaties voor de sector van de biologische productie en aan de goedkeuring van de Dienst onderworpen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhandelingsbon vergezelt achtereenvolgens het dier en het karkas, tot de eerste koper van het karkas. Deze laatste stuurt de originele verhandelingsbon naar het controleorgaan terug.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke opeenvolgende marktdeelnemer tot de eerste koper van het karkas formaliseert zijn verbintenis om een dier of een product af te leveren dat conform de biologische productiemethode verkregen is, door het voor hem bestemde deel van de verhandelingsbon in te vullen. 3.2.4° In elke fase van het verhandelen, vervoeren, slachten en versnijden, dienen de karkassen, de karkasstukken en de vleesstukken een verwijzing te dragen naar de biologische productiemethode, en op een permanente en ondubbelzinnige wijze geïdentificeerd te worden, zodat de herkomst van het product traceerbaar is door in de verwerkingsketen terug te gaan tot de betrokken producent. 3.2.5° De marktdeelnemer die biologisch vlees of vleesproducten aan de eindconsument verkoopt, mag enkel in de volgende gevallen niet-biologisch vlees of vleesproducten van dezelfde diersoort verkopen : - biologisch vlees of vleesproducten worden uitgesneden verkocht en niet-biologisch vlees of vleesproducten worden uitgesneden en voorverpakt door een derde; - niet-biologisch vlees of vleesproducten worden uitgesneden verkocht en biologisch vlees of vleesproducten worden uitgesneden en voorverpakt, hetzij door een derde, hetzij door zichzelf, maar in dit geval, per volledige reeks en op andere tijdstippen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op gemotiveerd verzoek van de marktdeelnemer kan er met toestemming van het controleorgaan van dit principe afgeweken worden om zonder verwijzing naar de biologische productiemethode niet gecertificeerde producten te verkopen die afkomstig zijn van de biologisch gecertificeerde vleesverwerking. Deze niet-gecertificeerde producten mogen in geen enkel geval worden verkocht met een verwijzing naar de biologische productiemethode. De afwijking zal het(de) betrokken product(en) omschrijven en ook zijn toepassingsduur. 3.3° Handels- en verwerkingskanaal van melk en zuivelproducten 3.3.1° Voor de toepassing van artikel 30 van Verordening 889/2008 aan de melksector kent de koper twee verschillende identificaties aan de producent toe op voorwaarde dat de producent in het bezit is van een door het controleorgaan opgemaakt certificaat dat verklaart dat zijn productie-eenheid conform is met de biologische productiemethode voor de melkproductie : de ene voor de levering van biologische melk en de andere voor de levering van melk die niet conform is met de biologische productiewijze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze identificaties zijn geïmplementeerd in een etiketteringsysteem, dat met name de identificatie van de producent en een verwijzing naar de biologische productiemethode en naar het controleorgaan bevat. 3.3.2° Voor elke melklevering formaliseert de producent zijn verbintenis om biologische melk te leveren door gebruik te maken van de etikettering bestemd voor de levering van biologische melk. In geval van levering van niet-biologisch gecertificeerde melk (therapeutische behandelingen, dieren in omschakeling,...) gebruikt de producent de etikettering bestemd voor de levering van conventionele melk. 3.3.3° De koper organiseert liefst ophalingen die exclusief bestemd zijn voor biologische melk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dat niet het geval is, zijn één of meerdere compartimenten, voorzien van een gescheiden pompsysteem, exclusief bestemd voor biologische melk. 3.3.4° In elke fase van productie, opslag, vervoer en verwerking van biologische melk, dienen de opslagtanks, compartimenten, tankwagens, en andere tanks die biologische melk bevatten, geïdentificeerd te worden met een verwijzing naar de biologische productiemethode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Brussels Hoofdstedelijk Regering van 3 december 2009 inzake de productiemethode en etikettering van biologische producten Brussel, 3 december 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Ch. PICQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Buitenlandse Handel en Wetenschappelijk Onderzoek, bevoegd voor het Landbouwbeleid, B. CEREXHE</p></div>", "next": 0}