{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behandeling van verzoeken 1. De aangezochte autoriteit behandelt verzoeken om bijstand, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en de haar beschikbare middelen, alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde partij handelde, door reeds beschikbare informatie te verstrekken en het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten.Deze bepaling is tevens van toepassing op instanties aan welke de aangezochte autoriteit het verzoek op grond van dit protocol doorzendt, indien deze autoriteit niet zelfstandig kan handelen. 2. Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, voorschriften en andere rechtsinstrumenten van de aangezochte overeenkomstsluitende partij.3. Gemachtigde ambtenaren van een partij kunnen met instemming van de andere betrokken partij en onder de voorwaarden die laatstgenoemde stelt, van de diensten van de aangezochte autoriteit of van een andere autoriteit die onder de aangezochte autoriteit ressorteert, informatie inwinnen over transacties waarbij de douanewetgeving wordt of zou kunnen worden overtreden, indien de verzoekende autoriteit deze informatie nodig heeft ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol.4. Ambtenaren van een partij kunnen, met instemming van de andere betrokken overeenkomstsluitende partij, en onder de voorwaarden die laatstgenoemde stelt, aanwezig zijn bij onderzoek dat op het grondgebied van laatstgenoemde wordt verricht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt 1. De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het onderzoek aan de verzoekende autoriteit mee in de vorm van bescheiden, voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden, rapporten en dergelijke.2. De in lid 1 bedoelde bescheiden kunnen worden vervangen door informatie die, in ongeacht welke vorm, met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking voor hetzelfde doel wordt verstrekt.3. Originele dossiers en documenten worden alleen opgevraagd wanneer niet kan worden volstaan met gewaarmerkte kopieën.Toegezonden originelen worden zo spoedig mogelijk teruggezonden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gevallen waarin geen bijstand behoeft te worden verleend 1. De partijen kunnen de in dit protocol bedoelde bijstand weigeren wanneer het verlenen daarvan : a) de soevereiniteit van de Republiek Tadzjikistan of die van een lidstaat van de Europese Unie die uit hoofde van dit protocol om bijstand is gevraagd, zou kunnen aantasten; of b) de openbare orde, veiligheid of andere wezenlijke belangen, met name in de in artikel 10, lid 2, genoemde gevallen, zou kunnen aantasten; of c) tot schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim zou leiden.2. De aangezochte autoriteit kan de bijstand uitstellen indien deze een lopend onderzoek, een lopende strafvervolging of procedure zou verstoren.In dat geval pleegt de aangezochte autoriteit overleg met de verzoekende autoriteit om na te gaan of de bijstand kan worden verleend op door de aangezochte autoriteit te stellen voorwaarden. 3 Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek.De aangezochte autoriteit is vrij te bepalen hoe zij op een dergelijk verzoek reageert. 4. Indien bijstand wordt geweigerd, dienen dit besluit en de redenen ervan terstond aan de verzoekende autoriteit te worden meegedeeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het uitwisselen van gegevens en geheimhouding 1. Alle informatie, in welke vorm dan ook, die ter uitvoering van dit protocol is verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter, of is voor beperkte verspreiding bestemd, afhankelijk van de van toepassing zijnde voorschriften van elk van de partijen, en valt onder de geheimhoudingsplicht.Op deze informatie is de wetgeving van toepassing die op soortgelijke informatie van de ontvangende partij van toepassing is, alsmede de ter zake geldende bepalingen waaraan de communautaire instellingen zijn onderworpen. 2. Persoonlijke gegevens mogen alleen worden verstrekt wanneer de ontvangende partij zich ertoe verbindt deze gegevens een op zijn minst equivalente bescherming te geven als die welke in dat specifieke geval wordt toegepast door de partij die de gegevens verstrekt.3 De verkregen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de in dit protocol omschreven doeleinden.Een partij mag deze informatie slechts voor andere doeleinden gebruiken na schriftelijke toestemming van de administratieve autoriteit die ze heeft verstrekt. Dergelijke informatie mag uitsluitend op de door deze autoriteit vastgestelde voorwaarden worden gebruikt. 4. Het bepaalde in lid 3 vormt geen beletsel voor het gebruik van informatie in gerechtelijke of administratieve procedures die achteraf worden ingesteld wegens niet-naleving van de douanewetgeving.De bevoegde autoriteit die de informatie heeft verstrekt, wordt van een dergelijk gebruik onmiddellijk in kennis gesteld. 5. De partijen kunnen de overeenkomstig het bepaalde in dit Protocol verkregen informatie en geraadpleegde bescheiden in hun rapporten, getuigenissen en gerechtelijke procedures als bewijsmateriaal gebruiken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deskundigen en getuigen 1. Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de beperkingen van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van de andere partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen.In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd. 2. Die ambtenaar geniet op het grondgebied van de verzoekende autoriteit dezelfde rechtsbescherming als de eigen ambtenaren van die autoriteit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kosten van de bijstand De partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoering 1. De centrale douaneautoriteiten van de Republiek Tadzjikistan, enerzijds, en de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie, anderzijds, zijn belast met de uitvoering van dit Protocol.Deze instanties stellen alle praktische maatregelen en bepalingen voor de toepassing van dit protocol vast, rekening houdend met de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen de bevoegde instanties aanbevelingen doen voor wijzigingen die huns inziens in dit Protocol dienen te worden aangebracht. 2. De partijen plegen overleg over en stellen elkaar in kennis van alle uitvoeringsbepalingen die op grond van dit protocol worden vastgesteld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Andere overeenkomsten 1. Rekening houdend met de specifieke bevoegdheden van de Europese Gemeenschap en de lidstaten geldt het volgende : - het Protocol doet geen afbreuk aan de verplichtingen van de verdragsluitende partijen krachtens andere internationale overeenkomsten of verdragen; - het Protocol wordt beschouwd als een aanvulling op overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen individuele lidstaten van de Europese Unie en de Republiek Tadzjikistan zijn of kunnen worden gesloten; en - het Protocol doet geen afbreuk aan de voorschriften betreffende de uitwisseling tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douaneautoriteiten van de lidstaten van informatie verkregen op onder deze overeenkomst vallende gebieden die voor de Gemeenschap van belang kan zijn. 2 Niettegenstaande de bepalingen van lid 1 prevaleren de bepalingen van deze overeenkomst boven de bepalingen van bilaterale overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen individuele lidstaten van de Europese Unie en de Republiek Tadzjikistan zijn of eventueel worden gesloten, voor zover de bepalingen van laatstgenoemde onverenigbaar zijn met de bepalingen van dit protocol.3. Over kwesties betreffende de toepasselijkheid van dit protocol voeren de verdragsluitende partijen overleg teneinde een oplossing te vinden in het kader van het krachtens artikel 79 van deze overeenkomst ingestelde Samenwerkingscomité. Slotakte De gevolgmachtigden van : HET KONINKRIJK BELGI\", DE PORTUGESE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, IERLAND, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, DE REPUBLIEK HONGARIJE, DE REPUBLIEK MALTA, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE REPUBLIEK POLEN, DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK SLOVENI\", DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNI\" EN NOORD-IERLAND, Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP en het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna « de lidstaten » genoemd, en van DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna « de Gemeenschap » genoemd, enerzijds, en de gevolmachtigden van de REPUBLIEK TADZJIKISTAN, anderzijds, bijeengekomen te Luxemburg op 11 oktober 2004 voor de ondertekening van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tadzjikistan, anderzijds, hierna « de Overeenkomst » te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen : De Overeenkomst, waaronder de bijlagen en het volgende protocol : Het Protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Tadzjikistan hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen en briefwisseling aangenomen, die aan deze slotakte zijn gehecht : Gemeenschappelijke verklaring betreffende persoonsgegevens Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 van de overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 13 van de overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip « zeggenschap » in artikel 22, onder b), en artikel 33.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 32 van de overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 94 van de overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Tadzjikistan hebben eveneens kennis genomen van de verklaring van de Commissie en van de Raad van de Europese Unie met betrekking tot de aan deze slotakte gehechte clausule betreffende de terugkeer en de overname van illegale migranten (artikel 70).</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Tadzjikistan hebben voorts kennis genomen van de volgende aan deze slotakte gehechte briefwisseling : Briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Republiek Tadzjikistan betreffende de vestiging van vennootschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Tadzjikistan hebben voorts kennis genomen van de volgende aan deze Slotakte gehechte verklaring : Verklaring van de Franse regering Gemeenschappelijke verklaring betreffende persoonsgegevens Bij de toepassing van de overeenkomst zijn de partijen zich bewust van de noodzaak van een adequate bescherming van personen met betrekking tot de verwerking van persoonlijke gegevens en het vrije verkeer van dergelijke gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 Indien de partijen menen dat de omstandigheden ontmoetingen op het hoogste niveau nodig maken, dan kunnen deze op ad-hocbasis worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 13 Tot de Republiek Tadzjikistan toetreedt tot de WTO overleggen de partijen binnen het Samenwerkingscomité over het Tadzjiekse beleid inzake invoertarieven, met inbegrip van veranderingen in de tariefbescherming. In het bijzonder voorafgaand aan een verhoging van de tariefbescherming wordt dergelijk overleg aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip « zeggenschap » in artikel 22, onder b), en artikel 33 1. De partijen bevestigen dat zij onderling zijn overeengekomen dat « zeggenschap » afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.2. Een vennootschap wordt bijvoorbeeld geacht onder « zeggenschap » van een andere onderneming te staan, en dus een dochteronderneming van de andere vennootschap te zijn, indien : - de andere vennootschap direct of indirect beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of - de andere vennootschap het recht heeft een meerderheid van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en tezelfdertijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.3. Beide partijen menen dat de in punt 2 vermelde criteria geen limitatieve opsomming vormen. Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 32 Het feit dat een visum wordt vereist voor natuurlijke personen van bepaalde partijen en niet voor die van andere, wordt niet op zichzelf beschouwd als iets dat uit een specifieke verbintenis voortvloeiende voordelen teniet doet of daaraan afbreuk kan doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 De partijen komen overeen dat voor de toepassing van de Overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat : auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor octrooien, industriële ontwerpen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, warenmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10bis van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom en bescherming van niet-openbaargemaakte informatie over knowhow.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 94 1. De partijen komen met het oog op de juiste uitlegging en toepassing van de Overeenkomst overeen dat onder de in artikel 94 van de Overeenkomst bedoelde « bijzonder dringende gevallen » wordt verstaan : gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door één van de partijen.Wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst houdt in : a) afwijzing van de Overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het volkenrecht, of b) schending van de essentiële onderdelen van de Overeenkomst als vermeld in artikel 2.2. De partijen komen overeen dat onder de in artikel 94 genoemde « passende maatregelen » wordt verstaan maatregelen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht.Indien een partij een maatregel in een bijzonder dringend geval zoals bedoeld in artikel 94 neemt, kan de andere partij een beroep doen op de procedure voor geschillenbeslechting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van de commissie en de raad van de Europese unie over de clausule betreffende de terugkeer en overname van illegale immigranten (artikel 70) Artikel 9 doet geen afbreuk aan de verdeling van bevoegdheden tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten wat betreft de sluiting van overnameovereenkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaan te Luxemburg, de elfde oktober tweeduizendvier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Tadzjikistan betreffende de vestiging van vennootschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">A. Brief van de regering van de Republiek Tadzjikistan Mijnheer, Hierbij verwijs ik naar de op 16 december 2003 geparafeerde partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de onderhandelingen heb ik erop gewezen dat de Republiek Tadzjikistan communautaire vennootschappen die zich in de Republiek Tadzjikistan vestigen en er activiteiten uitoefenen, in bepaalde opzichten een voorkeursbehandeling verleent. Ik heb daarbij opgemerkt dat hiermee uitvoering wordt gegeven aan het Tadzjiekse beleid om met alle middelen de vestiging van communautaire vennootschappen in de Republiek Tadzjikistan te bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent naar mijn oordeel dat de Republiek Tadzjikistan in de periode tussen de datum van parafering van deze Overeenkomst en de inwerkingtreding van de desbetreffende artikelen inzake de vestiging van vennootschappen, geen maatregelen of voorschriften zal vaststellen tot invoering of verzwaring van discriminatie van communautaire vennootschappen ten opzichte van Tadzjiekse vennootschappen of vennootschappen van een derde land ten opzichte van de situatie op de datum van parafering van deze Overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mag ik u verzoeken mij de ontvangst van deze brief te bevestigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogachtend, Voor de regering van de Republiek Tadzjikistan B. Brief van de Europese Gemeenschap Mijnheer, Ik dank u voor uw brief van heden welke als volgt luidt : « Hierbij verwijs ik naar de op 16 december 2003 geparafeerde partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de onderhandelingen heb ik erop gewezen dat de Republiek Tadzjikistan communautaire vennootschappen die zich in de Republiek Tadzjikistan vestigen en er activiteiten uitoefenen, in bepaalde opzichten een voorkeursbehandeling verleent. Ik heb daarbij opgemerkt dat hiermee uitvoering wordt gegeven aan het Tadzjiekse beleid om met alle middelen de vestiging van communautaire vennootschappen in de Republiek Tadzjikistan te bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent naar mijn oordeel dat de Republiek Tadzjikistan in de periode tussen de datum van parafering van deze Overeenkomst en de inwerkingtreding van de desbetreffende artikelen inzake de vestiging van vennootschappen, geen maatregelen of voorschriften zal vaststellen tot invoering of verzwaring van discriminatie van communautaire vennootschappen ten opzichte van Tadzjiekse vennootschappen of vennootschappen van een derde land ten opzichte van de situatie op de datum van parafering van deze Overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mag ik u verzoeken mij de ontvangst van deze brief te bevestigen. » Ik bevestig u de ontvangst van deze brief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoogachtend, Namens de Europese Gemeenschap Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Tadzjikistan, anderzijds, gedaan te Luxemburg op 11 oktober 2004 Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Deze overeenkomst is nog niet in werking getreden.</p></div>", "next": 0}