{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 181</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het bestuur stelt voor elk van zijn centra een personeelsformatie vast en deelt die uiterlijk op 1 maart 2000 mee aan het departement. Art. 182.De personeelsleden die op 31 augustus 2000 in een betrekking benoemd of aangesteld zijn in één van de vacante of niet-vacante ambten of tewerkgesteld zijn in één van de functies uit de linkerkolom, worden op 1 september 2000 geconcordeerd naar het overeenstemmende ambt van de rechterkolom : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 183.§ 1. Tot en met 31 augustus 2003 kan het ambt van paramedisch werker enkel worden uitgeoefend door personeelsleden die op 1 september 2000 werden geconcordeerd naar het ambt van paramedisch werker of door na 1 september 2000 aangestelde personeelsleden in het bezit van een diploma van gegradueerde verpleegkundige. § 2. Tot en met 31 augustus 2003 worden geen ambten van consulent en van psycho-pedagogisch werker ingenomen. § 3. In afwijking van § 2 kunnen ambten van psycho-pedagogisch werker wel worden ingenomen door personeelsleden die op 1 september 2000 werden geconcordeerd naar het ambt van psycho- pedagogisch werker Titularissen, of hun tijdelijke vervangers, die het ambt van psycho-pedagogisch werker uitoefenen, kunnen tot en met 31 augustus 2003 onder dezelfde aanwervingsvoorwaarden vervangen worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 184</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Als het centrum een directeur aanstelt die voordien niet belast was met de leiding van een PMS-centrum, een vormingscentrum of een MST- equipe, respectievelijk als directeur of als coördinerend arts, worden de vastbenoemde directeurs van PMS-centra die zijn overgedragen naar het centrum, op de personeelsformatie aangerekend als titularissen van een ambt met omkaderingsgewicht 1,6. § 2. Personeelsleden die overeenkomstig artikel 182 werden geconcordeerd van het ambt van directeur of van directeur van het vormingscentrum naar het ambt van psycho-pedagogisch consulent, kunnen geen aanspraak maken op het omkaderingsgewicht van 0,2, bedoeld in artikel 76</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 185</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 48, § 2 kan tot 31 augustus 2003 het centrum een directeur aanstellen of in dienst houden die geen door de regering erkende opleiding leidinggeven heeft genoten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-186\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 186</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Elk gesubsidieerd PMS-centrum heeft vanaf 1 september 1999 recht op een halftijdse betrekking van opsteller. § 2. Elk gesubsidieerd of gefinancierd PMS-centrum dat in het schooljaar 1998-1999 beschikte over een halftijdse of voltijdse interculturele medewerker, met het statuut van gesubsidieerde contractuele binnen de conventie 8285 van 22 juli 1993 betreffende de tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen in het onderwijs binnen de volgende projecten : 1° binnen het gemeenschapsonderwijs, project 1.8, \"ontwikkelen van werkmethodes en werkmiddelen die tegemoet komen aan gedifferentieerde noden inzake PMS-begeleiding van migrantenkinderen\"; 2° binnen het gesubsidieerd vrij onderwijs, project 111.3, \"ontwikkelen van werkmethodes en werkmiddelen die tegemoet komen aan gedifferentieerde noden inzake PMS-begeleiding van migrantenkinderen\"; heeft vanaf 1 september 1999 recht op een betrekking van intercultureel medewerker voor hetzelfde volume. § 3 De gesubsidieerde contractuelen die op 1 februari 1999 ten minste één jaar dienstanciënniteit hebben in functie van opsteller of intercultureel medewerker ingevolge conventie 8285 van 22 juli 1993 betreffende de tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen in het onderwijs, binnen de projecten bedoeld in § 2 en binnen de volgende projecten : 1° binnen het gesubsidieerd officieel onderwijs, project II.2, \"bedienden in de PMS-centra\"; 2° binnen het gesubsidieerd vrij onderwijs, project III.4, \"bedienden in de PMS-centra\"; dienen op 1 september 1999 als tijdelijk personeelslid te worden beschouwd in het ambt van opsteller of intercultureel medewerker. § 4. Het PMS-centrum dat de personeelsleden bedoeld in § 3 niet tijdelijk aanstelt op 1 september 1999, verliest het recht op de betrekking van opsteller en/of intercultureel medewerker. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personeelsleden bedoeld in § 3 die op 1 februari 1999 ten minste twee ononderbroken schooljaren als gesubsidieerde contractueel in de betrokken ambten en de betrokken centra in dienst zijn, worden op hun verzoek vastbenoemd op 1 januari 2000 op voorwaarde dat zij aangesteld zijn in een vacante betrekking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 187</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De vastbenoemde personeelsleden van de gefinancierde centra die het ambt van klerk uitoefenen op 31 augustus 2000, worden gerangschikt in afdalende volgorde volgens leeftijd. § 2. De eerste 24 gerangschikte klerken worden beschouwd als boventallig. § 3. Het centrale bestuursorgaan van de gefinancierde centra wijst deze personeelsleden toe aan de gefinancierde centra. § 4. Deze personeelsleden kunnen enkel tijdelijk worden vervangen onder de door de regering te bepalen voorwaarden. § 5. De afdeling 4 van dit hoofdstuk is niet van toepassing op deze personeelsleden. Afdeling 4. - Overdracht van de personeelsleden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 188</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De regering bepaalt de wijze waarop de personeelsleden van de PMS-centra, met inbegrip van de gesubsidieerde contractuelen tewerkgesteld bij een PMS-centrum, en de MST-equipes, benoemd, aangesteld of aangeworven, op 31 augustus 2000, op 1 september 2000 kunnen worden overgedragen naar de centra De regering kan hierbij rekening houden met : 1° de anciënniteit en de leeftijd van de betrokken personeelsleden;2° de statutaire toestand van de betrokken personeelsleden;3° de relatie tussen de PMS-centra en de MST-equipes enerzijds en de centra en de permanente ondersteuningscellen anderzijds;4° de personeelsformatie van de centra. In de overdrachtsregeling dienen de personeelsleden van de PMS- centra en de MST-equipes op een gelijke wijze te worden behandeld. Hiertoe kan de regering afwijken van de geldende regels inzake : 1° terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;2° de voorrangsregelingen voor tijdelijken;3° mutatie;4° affectatie en toewijzing. De overdrachtsregeling kan bepalen dat : 1° bepaalde personeelsleden die niet naar een centrum kunnen worden overgedragen, tijdelijk kunnen worden toegevoegd aan de stuurgroep bedoeld in artikel 199;2° bepaalde personeelsleden die na uitputting van alle mogelijkheden inzake overdracht, reaffectatie en wedertewerkstelling niet kunnen worden tewerkgesteld bij een centrum, de stuurgroep of een permanente ondersteuningscel, kunnen worden wedertewerkgesteld in een project. Dergelijk project wordt middels een convenant gesloten tussen één of meer permanente ondersteuningscellen en de regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de overdrachtsregeling wordt bepaald op welke wijze twee betrekkingen, één in het ambt van paramedisch werker en één in het ambt van maatschappelijk werker, worden toegekend aan een gefinancierd centrum voor de begeleiding van scholen van het gemeenschapsonderwijs die in Duitsland gelegen zijn. Art. 189.De regering richt vóór 1 januari 2000 overdrachtscommissies op, die instaan voor en toezien op de toepassing van de overdrachtsregeling bedoeld in artikel 188.</p>\n<p class=\"lf-p\">Per centrumnet wordt één overdrachtscommissie opgericht. Er kan een overkoepelende overdrachtscommissie worden opgericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overdrachtscommissies zijn paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de bestuursorganen van het gemeenschapsonderwijs of de representatieve verenigingen van de besturen van de gesubsidieerde centra enerzijds, en de representatieve vakorganisaties anderzijds. De regering kan daarenboven ambtenaren aanduiden om te zetelen in deze overdrachtscommissies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen de beslissingen van deze overdrachtscommissies kan bezwaar worden ingediend. De regering bepaalt de modaliteiten inzake de bezwaarschriften en de nadere werking van de overdrachtscommissies. Art. 190.§ 1. De personeelsleden van de MST- equipes die worden overgedragen aan een centrum, zijn met ingang van 1 september 2000 tijdelijke personeelsleden op wie het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs of het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra van toepassing is. § 2. De regering bepaalt de voorwaarden waaronder dienstanciënniteit van de personeelsleden bedoeld in § 1 in aanmerking kan worden genomen voor de mogelijke vaste benoeming van deze personeelsleden op 1 januari 2001. Zij kan daarbij afwijken van de regels inzake vacantverklaring en kandidatuurstelling, opgenomen in de decreten bedoeld in § 1. § 3. In afwijking van § 1 kunnen de personeelsleden van de gesubsidieerde MST-equipes afzien van de inschakeling in de decreten bedoeld in § l. In dat geval tonen zij op 1 september 2000 aan dat zij uiterlijk op 31 augustus 2003 voldoen aan voorwaarden gesteld in de collectieve arbeidsovereenkomst inzake brugpensioen die op hen toepasselijk is zij worden overgedragen naar het centrum en blijven verder betaald lastens het werkingsbudget.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het werkingsbudget van het centrum wordt in voorkomend geval verhoogd met de loonkost voor deze personeelsleden en het omkaderingsgewicht wordt evenredig verminderd. Art. 191.§ 1. In afwijking van de artikelen 48, § 1, en 49, genieten de personeelsleden van de PMS-centra en de MST-equipes die op 1 september 2000 worden overgedragen met toepassing van artikel 188, overgangsmaatregelen inzake het vereiste bekwaamheidsbewijs voor hun nieuwe ambt zoals bepaald in artikel 182.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personeelsleden bedoeld in het eerste lid, behouden in hun nieuwe ambt de vroegere salarisschaal, tenzij de salarisschaal in hun nieuwe ambt hoger is en zij over het hiertoe vereiste bekwaamheidsbewijs beschikken. § 2. In afwijking van artikel 48, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs, kunnen de personeelsleden die uiterlijk op 1 januari 2000 tot de proeftijd zijn toegelaten in een selectie- of bevorderingsambt, worden vastbenoemd op 1 september 2000. Art. 192.De personeelsleden van de PMS-centra en de MST-equipes worden op 1 september 2000 overgedragen met behoud van hun geldelijke anciënniteit. Art. 193.De tewerkstellingstijd van deeltijdse personeelsleden wordt op l september 2000 afgerond naar het eerst hogere of het eerst lagere vermelde aantal uren, bedoeld in artikel 78.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit gebeurt in overleg met het betrokken personeelslid. Art. 194.In afwijking van artikel 78, § 1, kunnen personeelsleden van MST- equipes die worden overgedragen naar een centrum, tot uiterlijk 31 augustus 2003 tewerkgesteld worden met een tewerkstellingstijd van 30 of 40 %. Art. 195.De aanvullende vergoeding en andere werkgeversbijdragen bedoeld in de regelgeving betreffende de toekenning van werkloosheidsuitkeringen in geval van conventioneel brugpensioen blijven voor rekening van de Gemeenschap, op voorwaarde dat genoemde vergoeding en werkgeversbijdragen uiterlijk vanaf 31 augustus 2003 verschuldigd zijn. Afdeling 5. - Overdracht naar de inspectie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-196\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 196</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In afwijking van artikel 7, § 2, 8, § 3, en 22 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten, maken ambtenaren van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap die op 31 augustus 1999 als arts, hoofddeskundige of deskundige belast zijn met de inspectie van de equipes voor medisch schooltoezicht, op 1 september 2000 deel uit van de inspectie van de centra op voorwaarde dat : 1° zij tegen 1 september 1999 schriftelijk hun kandidatuur stellen voor de inspectie;2° er op 1 september 2000 betrekkingen vacant zijn. § 2. Indien zich meer dan één kandidaat aanbiedt voor slechts één vacante betrekking, beslist een door de Vlaamse regering samengestelde commissie. Zij leggen hiertoe een proef af die bestaat uit een mondeling en een schriftelijk gedeelte en die beoordeeld wordt door deze commissie. De commissie draagt, bij een met redenen omklede beslissing, twee kandidaten voor per vacature in de volgorde van hun bekwaamheid. De commissie beslist collegiaal. Bij staking van stemmen beslist de voorzitter De commissie wijst in functie van de vacature de pariteitsgroep, bedoeld in artikel 8, § 1 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten, aan tot dewelke de inspecteur bedoeld in § 1, behoort.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 29 tot en met 34 van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten vervullen deze kandidaten geen proeftijd. Zij worden onmiddellijk met ingang van 1 september 2000 vastbenoemd. Afdeling 6. - Werkingsbudget</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 197</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 53 van het koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra, wordt het saldo van de werkingstoelagen voor het dienstjaar 1999-2000 vereffend in de maand juli 2000. Art. 198.In afwijking van artikel 74, 1°, kunnen tot uiterlijk 31 augustus 2003 zelfstandige artsen, die op 31 augustus 2000 een overeenkomst hadden met een PMS-centrum of een MST-equipe, in plaats van aangesteld te worden op de personeelsformatie met een omkaderingsgewicht van 1,6 voor een voltijdse betrekking, betaald worden met het werkingsbudget. Het werkingsbudget van het centrum wordt in voorkomend geval verhoogd voor de betaling van de erelonen van deze arts en het omkaderingsgewicht wordt evenredig verminderd De regering bepaalt hiervoor de nadere regels. Afdeling 7. - Tijdelijke stuurgroep</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 199</span><span class=\"lf-art-t\">De regering richt tijdelijk een stuurgroep op die de omvorming van de PMS-centra en de MST- equipes tot centra voor leerlingenbegeleiding ondersteunt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De stuurgroep wordt opgeheven op 31 augustus 2003. De omkaderingsgewichten bedoeld in artikel 202, § 1, worden vanaf 1 september 2003 toegevoegd aan de permanente ondersteuningscellen of aan de pedagogische begeleidingsdiensten a rato van de omkaderingsgewichten bedoeld in artikel 67. Art. 200.§ 1. De stuurgroep bestaat uit : 1° een voorzitter : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;2° een vice-voorzitter : de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid;3° 5 leden, voorgedragen door de representatieve groeperingen van besturen van : a) de equipes voor medisch schooltoezicht;b) de psycho-medisch-sociale centra en het vormingscentrum van de psycho-medisch-sociale centra van het gemeenschapsonderwijs. § 2. De representatieve vakverenigingen kunnen ieder een vertegenwoordiger als waarnemer afvaardigen naar de stuurgroep. Art. 201.De stuurgroep ondersteunt centraal de centra en de pedagogische begeleidingsdiensten bij het ontwerpen van een kwaliteitsbeleid voor de centra en bij het opstellen van beleidscontracten en beleidsplannen en heeft een algemene informatie-opdracht. Art. 202.§ 1. De stuurgroep wordt aangevuld met 10 personeelsleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vier personeelsleden worden voorgedragen door het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve groeperingen van besturen van de gesubsidieerde officieel PMS- centra en MST-equipes en zes door de representatieve verenigingen van besturen van de gesubsidieerde vrije PMS-centra en MST-equipes. De personeelsleden bedoeld in deze paragraaf vertegenwoordigen samen met de personeelsleden bedoeld in artikel 200, § 1, 3° maximum 18 omkaderingsgewichten, waarvan 10,8 omkaderingsgewichten voor de representatieve verenigingen van de besturen van de gesubsidieerde vrije centra en 7,2 omkaderingsgewichten voor het gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van de besturen van de gesubsidieerde officiële centra samen. § 2. Deze personeelsleden coördineren vanuit de pedagogische begeleidingsdiensten of vanuit de permanente ondersteuningscellen de oprichting en implementatie van de centra voor leerlingenbegeleiding. Art. 203.De regering bepaalt de nadere regels van de samenstelling en de werking van de stuurgroep. Daarbij wordt erover gewaakt dat haar leden de psycho-pedagogische, de medische, de paramedische en de sociale discipline vertegenwoordigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van artikel 90, § 2, 15°, van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten, worden tijdelijke personeelsleden beschouwd als vastbenoemd. Art. 204.De stuurgroep wordt ondersteund door het departement Onderwijs en het departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Ze kan een beroep doen op externe deskundigen. HOOFDSTUK XVII. - Inwerkingtreding Art. 205.Dit decreet treedt in werking op 1 september 2000, met uitzondering van : 1° artikel 115 dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 1997;2° de artikelen 140 en 157, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1998;3° de artikelen 2, 165 en 199 tot en met 204, die in werking treden op 1 januari 1999;4° de artikelen 57 tot en met 59, 116, 117, 119, 120, 145, 146, 175 tot en met 198, die in werking treden op l september 1999;5° de artikelen 72 tot en met 78, die in werking treden op 1 januari 2000;6° de artikelen 21 en 25, § 2, die in werking treden op 1 september 2001;7° de artikelen 39, 41, 9° en 10°, 61, 65, 66 en 94 tot en met 101, die in werking treden op 1 september 2003. Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 1 december 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse regering, L. VAN DEN BRANDE De Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Gezondheidsbeleid, Mevr. W. DEMEESTER-DE MEYER De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken, E. BALDEWIJNS _______ Nota (1) Zitting 1998-1999. Stukken. - Ontwerp van decreet, 1160 - nr. 1. - Amendementen, 1160 - nr. 2. - Verslag, 1160 - nr. 3. Amendement, 1160 - Nr. 4. - Amendement, 1160 - Nr. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergaderingen van 18 november 1998.</p></div>", "next": 0}