{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Financiële zekerheden Art. 71.§ 1. De houders van de verplichting inzake behandeling van de bodemverontreiniging die de afwijking bedoeld in artikel 17, § 2, wensen toe te passen of de verplichting bedoeld in artikel 23, § 3, wensen over te dragen, stellen aan het Instituut per aangetekend schrijven een bedrag ter financiële zekerheid voor dat overeenstemt met de maximale geraamde kostprijs voor de uitvoering van de verplichting inzake de behandeling van de bodemverontreiniging. Dat bedrag wordt berekend en verantwoord door een bodemverontreinigingsdeskundige, rekening houdend met de reële situatie van het terrein en, in voorkomend geval, de financieel minst gunstige hypotheken. § 2. Deze financiële zekerheden kunnen de vorm aannemen van waarborgen, bankgaranties, of van het inpandgeven van gelden of effecten in handen van de instrumenterende notaris of verzekeringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze worden gesteld ten voordele van het Instituut, binnen de termijn en volgens de modaliteiten die het Instituut bepaalt, onverminderd de bepalingen in § 3. De financiële zekerheden kunnen progressief vrijgegeven worden naar gelang de vorderingen van de uitvoering van de verplichting inzake behandeling van de bodemverontreiniging. § 3. De Regering kan de aard en de modaliteiten voor de berekening en de samenstelling van de financiële zekerheden nader bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitgegraven en aangevulde grond Art. 72.Om bodemaantasting te voorkomen, legt de Regering de voorwaarden vast voor het gebruik, het transport, de opslag, de behandeling en de traceerbaarheid van uitgegraven en aangevulde grond. HOOFDSTUK IX. - Financiering Premies en subsidies Art. 73.Binnen de grenzen van het beschikbare budget kan het Instituut premies toekennen voor de uitvoering van een verkennend bodemonderzoek of de behandeling van een weesverontreiniging van de bodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt het bedrag, de begunstigden, de toekenningsvoorwaarden en de aanvraag- en toekenningsprocedure van de premies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sectorale overeenkomsten Art. 74.De Regering kan bijdragen aan de oprichting van sectorale fondsen voor de sanering van de bodem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot dat doel kan de regering volgens de door haar bepaalde voorwaarden een accreditering toekennen aan een organisatie die een bepaalde activiteitensector vertegenwoordigt, en deze organisatie belasten met het beheer van een dergelijk fonds en een adviesopdracht inzake de preventie en behandeling van bodemverontreiniging veroorzaakt door deze sector. HOOFDSTUK X. - Sancties Strafrechtelijke sancties Art. 75.Met een gevangenisstraf van een maand tot vijf jaar en met een geldboete van 100 EUR à 10 miljoen EUR of met een van die straffen alleen wordt gestraft : - de persoon die een opdracht uitvoert die krachtens deze ordonnantie uitgevoerd dient te worden door een erkende deskundige in bodemverontreiniging of een geregistreerde saneringsaannemer zonder over deze erkenning of registratie te beschikken; - de deskundige in bodemverontreiniging of aannemer in bodemsanering die de erkennings- of registratievoorwaarden niet heeft nageleefd; - de overdrager van een zakelijk recht of een milieuvergunning die de overnemer niet ingelicht heeft of het bodemattest niet aan de overnemer bezorgd heeft in overeenstemming met artikel 12, § 1 en § 2; - de curator die de meldingsverplichting bedoeld in artikel 59 niet naleeft; - hij die zich niet houdt aan de verplichting een verkennend bodemonderzoek, een gedetailleerd onderzoek of een risico-onderzoek uit te voeren; - hij die zich niet houdt aan de verplichting een saneringsvoorstel of beperkt saneringsvoorstel op te stellen of saneringswerken uit te voeren; - hij die zich niet houdt aan de verplichting een risicobeheersvoorstel op te stellen of risicobeheersmaatregelen uit te voeren; - hij die zich niet houdt aan de verplichting een eindbeoordeling op te stellen; - hij die zich niet houdt aan de bijzondere identificatie en behandelingsprocedure van de bodemverontreiniging bedoeld in artikel 68; - hij die zich niet houdt aan de verplichting veiligheids- of follow-upmaatregelen te nemen; - hij die zich niet houdt aan de bekendmakingsverplichtingen bedoeld in artikelen 52 en 53; - hij die zich niet houdt aan de voorwaarden voor het gebruik, het transport, de opslag, de behandeling en de tracering van uitgegraven en aangevulde grond; - hij die geen financiële zekerheid stelt in overeenstemming met artikel 17, § 2, 23, § 3 en artikel 71.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van hoofdstuk VII en artikel 85 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de inbreuken op de bepalingen van deze ordonnantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nietigverklaring en niet-tegenstelbaarheid van de overdracht Art. 76.§ 1. De nietigverklaring van elke vervreemding van zakelijke rechten op een terrein dat opgenomen is in categorie 0 van de inventaris van de bodemtoestand, kan door de overnemer voor de Hoven of Rechtbanken van de Rechterlijke Orde worden gevorderd indien de persoon bedoeld in artikel 13, § 1, de verplichtingen die hem worden opgelegd krachtens artikel 12, 13, § 1 en 17, niet zijn nagekomen. « § 2. Zonder afbreuk te doen aan artikel 12, § 1, derde lid, kan de nietigheid bedoeld in § 1 niet meer worden ingeroepen indien volgende voorwaarden zijn vervuld : 1° de verplichtingen opgelegd in de artikelen 12, 13, § 1 en 17, §§ 1 en 2, werden nagekomen vóór het verlijden van de authentieke akte betreffende de vervreemding;2° de overnemer laat zijn verzaking aan de vordering tot nietigverklaring uitdrukkelijk vermelden in voormelde authentieke akte.» § 3. Elke vervreemding van zakelijke rechten op een terrein dat opgenomen is in categorie 0 van de inventaris van de bodemtoestand, uitgevoerd in overtreding met de bepalingen van deze ordonnantie, is niet tegenstelbaar aan het Instituut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvankelijke bodemtoestand Art. 77.Indien er geen verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd op een site vóór de aanvang of de voortzetting van een risicoactiviteit in overeenstemming met artikel 13 § 2, 3° en 4° en § 3, wordt er onverminderd artikelen 60, 61 en 66 van uitgegaan dat de bodemtoestand op die site op het ogenblik waarop het verkennend bodemonderzoek had moeten plaatsvinden, met het oog op de verplichtingen inzake identificatie en behandeling van de bodemverontreiniging ten laste van de exploitant en met name om een eventuele toename van de verontreiniging als gevolg van de uitbating van de risicoactiviteit vast te stellen, voldeed aan de saneringsnormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Herstel Art. 78.Indien er geen verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd op een terrein in overeenstemming met artikel 13, § 4, § 5 en § 6, kan het Instituut, onverminderd de artikelen 60, 61 en 66, eisen dat het betreffende terrein ten laste van de overtreder wordt hersteld in de toestand waarin het zich bevond op het ogenblik waarop het verkennend bodemonderzoek had moeten plaatsvinden, indien de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek en de eventuele behandeling van de verontreiniging dit vereisen. HOOFDSTUK XII. - Wijzigingsbepalingen Afdeling I. - Wijziging van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen Art. 79.§ 1. Aan § 1 van artikel 59 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen wordt een tweede lid als volgt toegevoegd : « In het geval dat verplichtingen inzake identificatie en de behandeling van de bodemverontreiniging moeten worden vervuld vóór de uitvoering van een milieuvergunning in uitvoering van de ordonnantie van ... betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, wordt deze termijn van rechtswege opgeschort tot het Instituut heeft vastgesteld dat deze verplichtingen correct uitgevoerd werden. » § 2. De laatste zin van artikel 63, § 1, 6°, van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen wordt vervangen door de volgende bepaling : « Deze aangifte wordt ondertekend door de overdrager en de overnemer van de vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overnemer van een milieuvergunning voor een risicoactiviteit in de zin van artikel 3, 3°, van de ordonnantie van ... betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems, moet instaan voor de verplichtingen die worden voorgeschreven in voormelde ordonnantie. Zolang hij niet alle zijn verplichtingen in overeenstemming met voormelde ordonnantie vervuld heeft, blijft hij houder van de overgedragen milieuvergunning. » § 3. In artikel 63, § 2 van de voormelde ordonnantie wordt de laatste zin vervangen door de volgende bepaling : « Wanneer het herstel leidt tot de identificatie en behandeling van een bodemverontreiniging, is de ordonnantie van ... betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems van toepassing. » § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid van artikel 79 van voormelde ordonnantie wordt vervangen door volgende bepaling : « Het Milieucollege bestaat uit 9 deskundigen, benoemd door de Regering, op een dubbele lijst van kandidaten voorgedragen door het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. De mandaten worden voor 6 jaar toegekend en zijn eenmaal hernieuwbaar. Het Milieucollege wordt om de 3 jaar voor een derde van zijn leden hernieuwd. » Afdeling II. - Wijziging van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu Art. 80.§ 1. In de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu wordt 17° van artikel 2 vervangen door de volgende bepaling : « 17° de ordonnantie van ... betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems ». § 2. In voormelde ordonnantie wordt 12° van artikel 32 vervangen door de volgende bepaling : « 12° in de zin van de ordonnantie van ... betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems : a) de overdrager van een zakelijk recht of een milieuvergunning die de overnemer niet ingelicht heeft of het bodemattest niet aan de overnemer bezorgd heeft in overeenstemming met artikel 12, § 1 en § 2;b) de curator die de meldingsplicht bedoeld in artikel 59 niet naleeft;c) hij die zich niet houdt aan de bekendmakingsverplichtingen bedoeld in artikelen 52 en 53;d) hij die geen financiële zekerheid stelt in overeenstemming met artikel 17, § 2, 23, § 3 en artikel 71.» § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In voormelde ordonnantie wordt 12° van het artikel 33 vervangen door de volgende bepaling : « 12° in de zin van de ordonnantie van ... betreffende het beheer en de sanering van verontreinigde bodems : a) hij die een opdracht uitvoert die krachtens deze ordonnantie uitgevoerd dient te worden door een erkende deskundige in bodemverontreiniging of een geregistreerde saneringsaannemer zonder over deze erkenning of registratie te beschikken;b) de deskundige in bodemverontreiniging of aannemer in bodemsanering die de erkennings- of registratievoorwaarden niet heeft nageleefd;c) hij die zich niet houdt aan de verplichting een verkennend bodemonderzoek, een gedetailleerd onderzoek of een risico-onderzoek uit te voeren;d) hij die zich niet houdt aan de verplichting een saneringsvoorstel of beperkt saneringsvoorstel op te stellen of saneringswerken uit te voeren;e) hij die zich niet houdt aan de verplichting een risicobeheersvoorstel op te stellen of risicobeheersmaatregelen uit te voeren;f) hij die zich niet houdt aan de verplichting een eindbeoordeling op te stellen;g) hij die zich niet houdt aan de bijzondere identificatieen behandelingsprocedure van de bodemverontreiniging bedoeld in artikel 68;h) hij die zich niet houdt aan de verplichting veiligheids- of follow-upmaatregelen te nemen;i) hij die zich niet houdt aan de voorwaarden voor het gebruik, de opslag, het transport, de behandeling en de tracering van uitgegraven en aangevulde grond.» Afdeling III. - Wijziging van het koninklijk besluit van 8 maart 1989Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/11/2014 numac 2014031896 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Koninklijk besluit tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer sluiten tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer Art. 81.In het Koninklijk Besluit van 8 maart 1989Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/11/2014 numac 2014031896 bron ministerie van het brussels hoofdstedelijk gewest Koninklijk besluit tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer sluiten tot oprichting van het Brussels Instituut voor Milieubeheer wordt het 9e streepje van artikel 3, § 2, vervangen door de volgende bepaling : « - toezicht houden op en een inventaris opmaken van de bodemkwaliteit en zorgen voor de behandeling van bodemverontreiniging. » HOOFDSTUK XIII. - Overgangsbepalingen, opheffingsbepaling en slotbepaling Inventarissen Art. 82.§ 1. De terreinen die opgenomen zijn in de inventaris van de verontreinigde bodems of waarvoor er sterke aanwijzingen op omvangrijke verontreiniging bestaan, worden in overeenstemming met artikelen 6 en 7 van de ordonnantie van 13 mei 2004 betreffende het beheer van verontreinigde bodems ambtshalve per perceel opgenomen in de overeenkomstige bodemtoestandcategorieën in de inventaris van de bodemtoestand. § 2. De terreinen waarvoor een verkennend bodemonderzoek, een risico-onderzoek of controlemaatregelen, uitgevoerd ter uitvoering van de ordonnantie van 13 mei 2004 betreffende het beheer van verontreinigde bodems, aantonen dat ze vallen onder bodemtoestandcategorieën 1 of 2 van de inventaris van de bodemtoestand, worden ambtshalve per perceel opgenomen in deze categorieën. § 3. Artikel 7 van de ordonnantie van 13 mei 2004 betreffende het beheer van verontreinigde bodems blijft van toepassing op de terreinen waarvoor de in onderhavig artikel besproken procedure begonnen werd vóór de inwerkingtreding van deze ordonnantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervreemding van zakelijke rechten Art. 83.Artikel 12, § 1 is niet van toepassing op volgende vervreemdingen van zakelijke rechten : - de verkopen uit de hand waarvoor de onderhandse overeenkomst is getekend vóór de inwerkingtreding van onderhavige ordonnantie; - de openbare verkopingen waarvan het lastenkohier is getekend vóór de inwerkingtreding van onderhavige or donnantie en op voorwaarde dat de publiciteit reeds is verschenen op het ogenblik van de inwerkingtreding van onderhavige ordonnantie; - wat betreft andere overdrachten van zakelijke rechten : - de vervreemdingen met consensueel karakter waarvoor de overeenkomst is getekend vóór de inwerkingtreding van onderhavige ordonnantie; - de vervreemdingen met plechtig karakter waarvan de authentieke akte is verleden vóór de inwerkingtreding van onderhavige ordonnantie. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoeken, werken en maatregelen Art. 84.§ 1. De bodemonderzoeken die vóór 20 januari 2005 uitgevoerd werden, kunnen door het Instituut gelijkgesteld worden met bodemonderzoeken ter uitvoering van deze ordonnantie, indien ze voldoen aan de door de Regering bepaalde criteria. § 2. De ordonnantie van 13 mei 2004 betreffende het beheer van verontreinigde bodems is van toepassing op de onderzoeken, de voorstellen, de maatregelen en de werken die in uitvoering zijn op het ogenblik waarop deze ordonnantie van kracht wordt. De daaropvolgende verplichtingen betreffende deze onderzoeken, voorstellen, maatregelen en werkzaamheden worden door deze ordonnantie geregeld. § 3. De verkennende bodemonderzoeken, risico-onderzoeken en saneringsvoorstellen die door het Instituut goedgekeurd zijn ter uitvoering van de ordonnantie van 13 mei 2004 betreffende het beheer van verontreinigde bodems, worden voor de toepassing van deze ordonnantie beschouwd als gelijkgesteld aan respectievelijk de verkennende bodemonderzoeken, de risico-onderzoeken en de saneringsvoorstellen die door deze ordonnantie opgelegd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Diezelfde onderzoeken of voorstellen kunnen door het Instituut gelijkgesteld worden met de gedetailleerde onderzoeken en de risicobeheersvoorstellen die door deze ordonnantie opgelegd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opheffing Art. 85.De ordonnantie van 13 mei 2004 betreffende het beheer van verontreinigde bodems wordt opgeheven, met uitzondering van artikel 10, 2° en artikel 11, 1° tot de datum die de Regering vaststelt rekening houdend met de validatieprocedure voor de gedetailleerde gegevens van de inventaris van de bodemtoestand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inwerkingtreding Art. 86.Deze ordonnantie treedt in werking op de datum die door de Regering bepaald wordt, en uiterlijk op 1 januari 2010.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 5 maart 2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing, Huisvesting, Openbare Netheid en Ontwikkelingssamenwerking, Ch. PIQUE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen, G. VANHENGEL De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Tewerkstelling, Economie, Wetenschappelijk Onderzoek, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, B. CEREXHE De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Mobiliteit en Openbare Werken, P. SMET De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu, Energie en Waterbeleid, Mevr. E. HUYTEBROECK Nota (1) Gewone zitting 2008-2009 : Documenten van het Parlement.- Ontwerp van ordonnantie, A-533/1. - Verslag, A-533/2. - Amendementen na verslag, A-533/3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van vrijdag 13 februari 2009.</p></div>", "next": 0}