{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Voor de uitvoering van de gezamenlijke selectieprocedure wordt een gemeenschappelijke selectiecommissie geïnstalleerd en is hetzelfde selectieprogramma van toepassing. Het selectieprogramma is afgestemd op een functiebeschrijving voor de betrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De algemene regels voor de selectiecommissies in de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel, respectievelijk het provinciepersoneel, gelden ook voor de gemeenschappelijke selectiecommissie. Art. 19.§ 1. De aanstellende overheden kunnen na een gezamenlijke selectieprocedure ook een gemeenschappelijke wervingsreserve van de geslaagde kandidaten aanleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In voorkomend geval worden in de plaatselijke rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel, respectievelijk van het provinciepersoneel, de regels voor de gemeenschappelijke wervingsreserves vastgesteld, waaronder ook : 1° de regels voor de maximale geldigheidsduur van de gemeenschappelijke wervingsreserves, met inbegrip van de eventuele mogelijkheid van verlenging;2° de regels volgens welke de kandidaten hun opname in de gemeenschappelijke wervingsreserves behouden of verliezen. § 2. In voorkomend geval wordt bij de oproep aan de kandidaten meegedeeld dat er een gemeenschappelijke wervingsreserve wordt aangelegd die geldt voor de betrokken besturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanstellende overheden kunnen elk voor zich een beroep doen op de kandidaten die opgenomen zijn in de gemeenschappelijke wervingsreserve. Art. 20.De aanstellende overheden van de gemeente en haar O.C.M.W., van de gemeente en haar AGB of AGB's, en van de provincie en haar APB of APB's kunnen, voor de betrekkingen die ze gemeenschappelijk hebben, de gezamenlijke selectie en het aanleggen van een gemeenschappelijke reserve van geslaagde kandidaten ook toepassen bij een bevorderingsprocedure. In voorkomend geval zijn artikelen 16 en 17, derde lid, en artikelen 18 en 19 van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanstellende overheden van de gemeente en haar O.C.M.W., van de gemeente en haar AGB of AGB's, en van de provincie en haar APB of APB's kunnen, voor de betrekkingen die ze gemeenschappelijk hebben, de gezamenlijke selectie en het aanleggen van een gemeenschappelijke reserve van geslaagde kandidaten ook toepassen bij een procedure van externe personeelsmobiliteit als vermeld in artikel 23. In voorkomend geval zijn artikelen 16 en 17, derde lid, en artikelen 18 en 19 van overeenkomstige toepassing. HOOFDSTUK 4. - De externe personeelsmobiliteit tussen lokale en provinciale overheden die niet hetzelfde werkingsgebied hebben en tussen diezelfde lokale en provinciale overheden en de diensten van de Vlaamse overheid Afdeling 1. -Toepassingsgebied en algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk is van toepassing op de volgende lokale en provinciale overheden, die niet hetzelfde werkingsgebied hebben : 1° de gemeenten; 2° de O.C.M.W.'s, met uitzondering van het ziekenhuis in eigen beheer, vermeld in artikel 218 van het O.C.M.W.-decreet; 3° de O.C.M.W.-verenigingen, met uitzondering van de ziekenhuisverenigingen; 4° de AGB's;5° de provincies;6° de APB's. Dit hoofdstuk regelt de procedure van externe personeelsmobiliteit tussen de volgende overheden in het Vlaamse Gewest : 1° de gemeente enerzijds, en de andere gemeenten, de andere lokale overheden, vermeld in het eerste lid, 2° tot en met 4°, die niet hetzelfde werkingsgebied hebben, de provinciale overheden, vermeld in het eerste lid, 5° en 6°, en de diensten van de Vlaamse overheid anderzijds; 2° het O.C.M.W. enerzijds, en de andere O.C.M.W.'s, de andere lokale overheden, vermeld in het eerste lid, 1°, 3° en 4°, die niet hetzelfde werkingsgebied hebben, de provinciale overheden, vermeld in het eerste lid, 5° en 6°, en de diensten van de Vlaamse overheid anderzijds; 3° de O.C.M.W.-vereniging enerzijds, en de andere O.C.M.W.-verenigingen, de andere lokale overheden vermeld in het eerste lid, 1°, 2° en 4°, die niet hetzelfde werkingsgebied hebben, de provinciale overheden, vermeld in het eerste lid, 5° en 6°, en de diensten van de Vlaamse overheid anderzijds; 4° de provincie enerzijds, en de andere provincies, de lokale overheden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, de APB's, met uitzondering van het eigen APB, en de diensten van de Vlaamse overheid anderzijds;5° het AGB enerzijds, en de andere AGB's, de andere lokale overheden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 3°, die niet hetzelfde werkingsgebied hebben, de provinciale overheden, vermeld in het eerste lid, 5° en 6°, en de diensten van de Vlaamse overheid anderzijds;6° het APB enerzijds, en de andere APB's, de andere lokale overheden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, de provincies, met uitzondering van de eigen provincie, en de diensten van de Vlaamse overheid anderzijds Onder diensten van de Vlaamse overheid als vermeld in het tweede lid, worden de diensten verstaan die onder het toepassingsgebied vallen van het Vlaams Personeelsstatuut.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde raden van de lokale en provinciale overheden, vermeld in artikel 21, eerste lid, kunnen in de plaatselijke rechtspositieregeling van hun personeel de procedure van externe personeelsmobiliteit vaststellen onder de voorwaarden, vastgesteld in dit hoofdstuk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23-22\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De procedure van externe personeelsmobiliteit is een procedure voor de vervulling van een vacante betrekking naast de aanwervingsprocedure, de procedure van interne personeelsmobiliteit en de bevorderingsprocedure. De procedure van externe personeelsmobiliteit kan gecombineerd worden met een andere procedure voor de vervulling van betrekkingen Bij de toepassing van de procedure van externe personeelsmobiliteit worden de personeelsleden van de lokale en provinciale overheden en van de diensten van de Vlaamse overheid, vermeld in artikel 21, tweede lid, of de personeelsleden van een bepaald segment van die overheidsarbeidsmarkt, uitgenodigd om zich kandidaat te stellen voor de vacante betrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder segment van die overheidsarbeidsmarkt als vermeld in het tweede lid, wordt verstaan : 1° een of meer soorten lokale of provinciale overheden als vermeld in artikel 21, eerste lid, 1° tot en met 6°;2° de diensten van de Vlaamse overheid als vermeld in artikel 21, derde lid. Art. 24.De procedure van externe personeelsmobiliteit is van toepassing op de volgende betrekkingen : 1° statutaire betrekkingen bij de gemeente, het O.C.M.W., de O.C.M.W.-vereniging, vermeld in artikel 21, eerste lid, 3°, het AGB, de provincie en het APB; 2° bestendige contractuele betrekkingen op de personeelsformatie van de gemeente, van de provincie en van het O.C.M.W.; 3° bestendige contractuele betrekkingen bij het AGB, bij de O.C.M.W.-vereniging vermeld in artikel 21, eerste lid, 3°, en bij het APB, andere dan betrekkingen ingesteld ter uitvoering van de werkgelegenheidsmaatregelen van de hogere overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure van externe personeelsmobiliteit is niet van toepassing op de betrekkingen van gemeentesecretaris, adjunct-gemeentesecretaris, financieel beheerder van de gemeente, O.C.M.W.-secretaris, financieel beheerder van het O.C.M.W. en van provinciegriffier en financieel beheerder van de provincie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25-23\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De volgende personeelsleden kunnen zich kandidaat stellen voor deelname aan een procedure van externe personeelsmobiliteit : 1° de vast aangestelde statutaire personeelsleden in een gelijkwaardige graad;2° de contractuele personeelsleden in een gelijkwaardige graad die bij de eigen overheid werden aangeworven na een externe bekendmaking van de vacature en een gelijkwaardige selectieprocedure als van toepassing op vacatures in statutaire betrekkingen. Onder gelijkwaardige graad als vermeld in het eerste lid wordt verstaan : 1° voor personeelsleden uit de lokale en provinciale overheden, vermeld in artikel 21, eerste lid : een graad van hetzelfde niveau en van dezelfde rang in de hiërarchie van de graden waaraan dezelfde functionele loopbaan en salarisschalen verbonden zijn en met vergelijkbare voorwaarden en een vergelijkbaar functieprofiel;2° voor personeelsleden uit de diensten van de Vlaamse overheid : een graad van hetzelfde niveau en van dezelfde rang waaraan vergelijkbare salarisschalen verbonden zijn en met vergelijkbare voorwaarden en een vergelijkbaar functieprofiel. Met dezelfde functionele loopbaan en salarisschalen in punt 1°, worden gelijkgesteld : 1° de functionele loopbaan en salarisschalen A1a-A1b-A2a en A1a-A2a-A3a voor de basisgraad van niveau A;2° de functionele loopbaan en salarisschalen A6a-A6b-A7a en A6a-A7a-A7b voor de specifieke basisgraad van niveau A. Afdeling 2. - Procedure en voorwaarden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26-24\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanstellende overheid van de overheden, vermeld in artikel 21, eerste lid, 1° tot en met 6°, beslist bij de vacantverklaring van een betrekking of ze een beroep doet op de procedure van externe personeelsmobiliteit. In voorkomend geval bepaalt ze op welk segment van de overheidsarbeidsmarkt, vermeld in artikel 23, derde lid, ze een beroep doet. Art. 27.De betrekkingen die vacant verklaard worden met het oog op de toepassing van de procedure van externe personeelsmobiliteit, worden in elk geval meegedeeld aan Jobpunt Vlaanderen, dat zorgt voor de bekendmaking van de vacature op de eigen website. De bevoegde raden kunnen in de rechtspositieregeling andere bekendmakingskanalen vaststellen De regels over het vacaturebericht, over de wijze van kandidaatstelling en over de minimale termijn voor de kandidaatstelling die in de plaatselijke rechtspositieregeling gelden bij aanwerving, zijn ook van toepassing als de aanstellende overheid een beroep doet op de procedure van externe personeelsmobiliteit. Art. 28.Het personeelslid dat zich kandidaat stelt voor deelname aan de procedure van externe personeelsmobiliteit, moet : 1° voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 25;2° voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden;3° voldoen aan de vereiste over de taalkennis, opgelegd door de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;4° voldoen aan een vereiste inzake specifieke ervaring in een gelijkwaardige graad;5° een gunstig evaluatieresultaat gekregen hebben voor de laatste evaluatie;6° zo nodig, beschikken over het vereiste diploma. De aanstellende overheid beoordeelt de geldigheid van de ingediende kandidaturen. Als de raad de aanstellende overheid is, beoordeelt het uitvoerend orgaan de geldigheid van de ingediende kandidaturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaten moeten slagen voor een functiespecifieke selectie, die aantoont dat ze voldoen aan de competentievereisten, vastgesteld in de functiebeschrijving voor de betrekking. Afdeling 3. - De aanstelling van het personeelslid dat overkomt van een andere overheid Art. 29.De geselecteerde kandidaat die overkomt van een andere overheid, wordt aangesteld in de betrekking waarvoor hij zich kandidaat gesteld heeft. De kandidaat voor een statutaire betrekking wordt in statutair dienstverband aangesteld. De kandidaat voor een contractuele betrekking wordt in contractueel dienstverband aangesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde raden kunnen bepalen dat het in statutair verband aangestelde personeelslid onderworpen wordt aan een proeftijd. In voorkomend geval is de maximale duur van de proeftijd drie maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die termijn is verlengbaar met de duur van de afwezigheden, zodra het statutaire personeelslid op proef tien werkdagen afwezig is geweest. Art. 30.De aanstellende overheid beslist over de aanstelling van de kandidaat die overkomt van een andere overheid. Ze bezorgt een kopie van de aanstellingsbeslissing aan de overheid van herkomst van de kandidaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanstellende overheid bepaalt de datum of de termijn van indiensttreding van het geselecteerde personeelslid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid dat overkomt van een andere overheid, legt bij zijn indiensttreding opnieuw de eed af. Afdeling 4. - Administratieve anciënniteiten en andere arbeidsvoorwaarden Art. 31.§ 1. Het personeelslid dat overkomt van een andere lokale of provinciale overheid behoudt na de aanstelling in een nieuwe betrekking als gevolg van deelname aan de procedure van externe personeelsmobiliteit de salarisschaal en de schaalanciënniteit die het verworven had in de functionele loopbaan van zijn vorige betrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeelslid dat overkomt van de diensten van de Vlaamse overheid en dat aangesteld wordt bij een lokale of provinciale overheid als gevolg van deelname aan een procedure van externe personeelsmobiliteit, krijgt de functionele loopbaan die verbonden is met de graad waarin het wordt aangesteld. Het personeelslid wordt ingeschaald in een salarisschaal van die functionele loopbaan in overeenstemming met de al verworven geldelijke anciënniteit en met de gecumuleerde schaalanciënniteit, verworven in de functionele loopbaan van zijn graad van herkomst. § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt ervaring in de privésector of als zelfstandige die bij de andere overheid gevaloriseerd werd in de schaalanciënniteit, alleen gevaloriseerd in de schaalanciënniteit voor zover de overheid bij wie het personeelslid wordt aangesteld, die valorisatieregeling ook heeft voor het eigen personeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ervaring in de privésector of als zelfstandige die bij de andere overheid gevaloriseerd werd in de geldelijke anciënniteit, wordt alleen gevaloriseerd in de geldelijke anciënniteit voor zover de overheid bij wie het personeelslid wordt aangesteld, die valorisatieregeling ook heeft voor het eigen personeel. Art. 32.De niveau-anciënniteit en de dienstanciënniteit die het personeelslid verworven had bij de andere overheid, worden volledig in aanmerking genomen voor de vaststelling van de niveau-anciënniteit en de dienstanciënniteit bij de overheid waarin het personeelslid aangesteld wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels voor de vaststelling van de graadanciënniteit na aanstelling in een andere graad bij de toepassing van de procedure van interne personeelsmobiliteit zijn ook van toepassing op het personeelslid dat met toepassing van de externe personeelsmobiliteit overkomt van de andere overheid en dat aangesteld wordt in een andere graad. Art. 33.Het personeelslid dat overkomt van een andere overheid, is onderworpen aan de regels over de jaarlijkse vakantie, de feestdagen en de andere verloven en afwezigheden die gelden bij de overheid waar het aangesteld wordt. Er zijn geen overgangsbepalingen van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels over het ziektekrediet bij de overheid waarbij het vast aangestelde statutaire personeelslid wordt aangesteld, zijn van toepassing, met dien verstande dat de jaren dienstactiviteit en de al opgenomen ziektedagen bij de overheid van herkomst, meegerekend worden voor de vaststelling van het aantal dagen ziektekrediet. HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling Art. 34.De Vlaamse minister, bevoegd voor de binnenlandse aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 20 mei 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, K. PEETERS De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand, G. BOURGEOIS</p></div>", "next": 0}