{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">sluiten betreffende de milieuvergunning, op, bestemd voor het waarborgen van de uitvoering van diens verplichtingen ingesteld bij of krachtens dit decreet. HOOFDSTUK VII. - Overtredingen Art. 71.- Gestraft wordt met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en een geldboete van 250 euro tot 12.500 euro of met enkel één van die straffen degene die : 1° niettegenstaande een ingebrekestelling door de bevoegde overheid overeenkomstig artikel 61, § 1, de verplichtingen bedoeld in artikel 16 niet uitvoert;2° veroordeeld krachtens 1° van dit artikel, de verplichtingen opgelegd door de rechter niet binnen de voorgeschreven termijn uitvoert of de door de rechter vastgestelde verbodsbepalingen overtreedt;3° de uitvoering van de verplichtingen bedoeld in artikel 16 verhindert;4° de uitvoering van de maatregelen van ambtswege bedoeld in de artikelen 61, § 2, 62, 63 en 70 verhindert;5° het toezicht geregeld krachtens de artikelen 4 en 72 verhindert;6° de inlichting gevraagd overeenkomstig artikel 5 niet verstrekt. HOOFDSTUK VIII. - Opsporen en vaststellen van de overtreding Art. 72.- § 1. Onverminderd de plichten van de officieren van de gerechtelijke politie zijn de burgemeester en de ambtenaren en persoonsleden daartoe aangewezen door de regering bevoegd om in het toezicht over de uitvoering van het decreet en diens uitvoeringsbesluiten te voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe kunnen ze in de uitoefening van hun opdracht : 1° op elk uur van de dag en de nacht alle plaatsen, zelfs gesloten en overdekt, betreden indien zij ernstige redenen hebben om te geloven dat er een overtreding van het decreet of diens uitvoeringsbesluiten begaan wordt;indien het een plaats betreft die een woonplaats uitmaakt in de zin van artikel 15 van de Grondwet, is de voorafgaandelijke machtiging van de onderzoeksrechter vereist; 2° om de bijstand van de federale dan wel lokale politie verzoeken;3° op grond van ernstige aanwijzingen op een overtreding alle onderzoeken, controles, enquêtes verrichten en alle inlichtingen inwinnen die noodzakelijk worden geacht om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen van dit decreet worden nageleefd en meer bepaald : a.elke persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennis nuttig is voor de uitoefening van het toezicht; b. zich ter plaatse elk document laten voorleggen of elk document, stuk of titel nuttig voor de vervulling van hun opdracht opsporen, er een fotografisch afschrift of ander van nemen, of het tegen ontvangstbewijs medenemen;4° boringen, monsternemingen of analyses laten verrichten overeenkomstig de regels vastgesteld door de regering.Indien uit het protocol van een analyse blijkt dat er een overtreding is begaan, wordt daarvan proces-verbaal opgesteld overeenkomstig paragraaf 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wordt in het proces-verbaal de overtreder op de mogelijkheid gewezen om op eigen kosten een tegenanalyse te laten verrichten; 5° de voertuigen die voor het vervoer gebruikt worden, tegenhouden en hun lading controleren;6° elke bewaringsmaatregel treffen die noodzakelijk is met het oog op de bewijsvoering en, meer bepaald, tijdens een termijn van niet meer dan tweeënzeventig uur : a.verbieden om voorwerpen te verplaatsen of de vestigingen of installaties die gediend zouden kunnen hebben om een overtreding te begaan, te verzegelen; b. de vervoersmiddelen en andere stukken die gediend zouden kunnen hebben om een overtreding te begaan, tegen en staande te houden of te verzegelen. Zij lichten de procureur des Konings en de bevoegde overheid waarover in binnen de vierentwintig uur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaren en personeelsleden leggen de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg van hun verblijfplaats. De hoofdgriffier maakt aan zijn collega's van de rechtbanken van eerste aanleg die zich in het ambtsgebied bevinden waar de ambtenaar of het personeelslid zijn ambt zal uitoefenen, een afschrift over van de opdracht en de akte van eedaflegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een eenvoudige woonplaatswijziging hoeven ze niet opnieuw de eed af te leggen. § 2. Bij overtreding van dit decreet en diens uitvoeringsbesluiten stellen de ambtenaren en personeelsleden bedoeld in paragraaf 1 proces-verbaal op dat bewijskracht heeft tot en met het bewijs van het tegendeel; dat proces-verbaal wordt aan de procureur des Konings overgemaakt en, op straffe van nietigheid, bij ter post aangetekend schrijven aan de overtreder binnen de vijftien dagen nadat het is opgesteld. HOOFDSTUK IX. - Subsidies Art. 73.- Op de wijze vastgesteld door de regering kan het Waalse Gewest een subsidie verlenen aan elke natuurlijke of publiek- of privaatrechtelijke rechtspersoon om een oriëntatieonderzoek, een indelingsonderzoek of een saneringsproject in de zin van dit decreet uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die subsidie maakt een de minimis-steun uit in de zin van Verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de de minimis-steun. Het totaalbedrag van de toegekende steun kan de 100.000 euro over een periode van drie jaar, berekend overeenkomstig artikel 2 van die Verordening, niet overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de subsidiegerechtigde een onderneming is, namelijk elke natuurlijke of rechtspersoon die op de markt goeden of diensten aanbiedt, verbindt hij zich ertoe voor het ontvangen van de subsidie bedoeld in het eerste lid, aangifte te doen van elke steun die hij in de afgelopen drie jaar reeds gekregen heeft. Om het subsidiebedrag te berekenen wordt rekening gehouden met de andere de minimis-steun, waarbij het totaal van alle steun de 100.000 euro over een periode van drie jaar niet mag overschrijden. HOOFDSTUK X. - Opheffings- en wijzigingsbepalingen Afdeling I. Decreet van 11 september 1985 tot organisatie van de milieueffectenbeoordeling in het Waalse Gewest Art. 74.- In artikel 1, 4°, van het decreet van 11 september 1985 tot organisatie van de milieu-effectenbeoordeling in het Waalse Gewest worden volgende wijzigingen aangebracht : 1. Littera c wordt hersteld in volgende bewoordingen : « c.de saneringsprojecten bedoeld in artikel 47 van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems; ». 2. Er wordt een nieuwe littera d ingevoegd luidend als volgt « d.de herontwikkelingsprojecten bedoeld in de artikelen 169/5 en 169/10 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium; ». 3. De litterae d.en e. worden respectievelijk e. en f.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74bis\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 74bis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 9, § 3, van het decreet van 11 september 1985 tot organisatie van de milieu-effectenbeoordeling in het Waalse Gewest, tussen het eerste en het tweede lid, dat het derde lid wordt, een nieuw tweede lid invoegen luidend als volgt : « Indien het project een installatie of een activiteit betreft opgenomen op de lijst bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning bevat de omschrijving van het project bedoeld onder 1° in ieder geval : 1° inlichtingen van algemene aard en, meer bepaald, de eventuele gegevens betreffende de betrokken grond vermeld in de gegevensbank bodemtoestand bedoeld in artikel 14 van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems en de van toepassing zijnde waarden, met inbegrip van de achtergrondconcentraties in de zin van hetzelfde decreet;2° een historiek van de site en, in voorkomend geval, van de lopende uitbating;3° inlichtingen van geologische, hydrologische of hydrogeologische aard.» Afdeling II. - Decreet van 30 april 1990 over de bescherming en de uitbating van grond- en tot drinkwater verwerkbaar water Art. 75.- Artikel 21, § 1, eerste lid, 3°, van het decreet van 30 april 1990 over de bescherming en de uitbating van grond- en tot drinkwater verwerkbaar water wordt vervangen door volgende bewoordingen : « 3° licht de bevoegde overheid in de zin van artikel 2, 14°, van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems in. » Art. 76.- In artikel 23 van hetzelfde decreet van 30 april 1990 over de bescherming en de uitbating van grond- en tot drinkwater verwerkbaar water wordt er een derde lid ingevoegd, luidend als volgt : « Hij legt in voorkomend geval de naleving van de bepalingen van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems op. » Afdeling III. - Decreet van 25 juli 1991 betreffende de belasting van de afvalstoffen in het Waalse Gewest Art. 77.- In artikel 7, § 3, eerste lid, a., van het decreet van 25 juli 1991 betreffende de belasting van de afvalstoffen in het Waalse Gewest worden volgende wijzigingen aangebracht. 1. De woorden « van een renovatie overeenkomstig een plan waarvan de Executieve de geldigheidsvoorwaarden vastgesteld heeft » worden vervangen door de woorden « van een saneringsproject van de grond overeenkomstig de bepalingen van het decreet betreffende de sanering van verontreinigde gronden ».2. De woorden « met dien verstande dat de renovatie bestaat in het verwezenlijken van elke verrichting voor de wegwerking van afvalstoffen of het herstellen van de plaats in oorspronkelijke staat, de goedkeuring van elke maatregel voor de duurzame vrijwaring van het milieu en de menselijke gezondheid » worden geschrapt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-78\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 78</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt vervangen door volgende tekst : « De aanwezigheid van afvalstoffen bedoeld in deze paragraaf maakt opnieuw een feit uit dat aanleiding tot belasting geeft indien het ontwerp-saneringsplan niet goedgekeurd wordt overeenkomstig de bepalingen van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems, indien de saneringshandelingen en -werken niet zijn aangevat op de datum waarop zij aangevat dienen te zijn overeenkomstig de bepalingen van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems, indien de saneringshandelingen en -werken niet beëindigd zijn op de datum waarop zij beëindigd dienen te zijn overeenkomstig de bepalingen van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems en indien de aanvullende werken niet zijn uitgevoerd binnen de termijn bepaald overeenkomstig de bepalingen van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems. » Afdeling IV. - Decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 79</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 39 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen wordt aangevuld met de paragrafen 6 en 7 luidend als volgt : « § 6. De waarborg van het Gewest tegenover derden wordt toegekend aan de maatschappij tegen de voorwaarden bepaald door de regering, voor de intrest en de afschrijving van de door de maatschappij uit brengen obligaties en voor de aan te gane leningen Bij niet-terugbetaling van de obligaties of leningen en daarmee in verband staande betalingen verstrekt het Gewest aan de maatschappij de aan de derden verschuldigde sommen. § 7. De regering kan onroerende goeden en participaties die eigendom van het Gewest zijn, als kapitaalinbreng aan de maatschappij verstrekken ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-80\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 80</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 42, § 1, eerste lid, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen wordt een 3° ingevoegd luidend als volgt : « 3° licht de bevoegde overheid in de zin van artikel 2, 14°, van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems in. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 81</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 43, § 1, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een paragraaf 5 luidend als volgt : « § 5. De regering licht de bevoegde overheid in de zin van artikel 2, 14°, van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems in over de overeenkomstig dit artikel getroffen maatregelen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 82</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 47, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt een 3° toegevoegd luidend als volgt : « 3° licht de bevoegde overheid in de zin van artikel 2, 14°, van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems in. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 83</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 58, § 3, van hetzelfde decreet wordt aangevuld met volgend lid : « Hij legt in voorkomend geval de naleving van de bepalingen van het decreet betreffende de sanering van de verontreinigde bodems op. » TITEL V. - Slot- en overgangsbepalingen Art. 27.De verplichtingen bedoeld in artikel 169 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium gelden enkel voor te herontwikkelen bedrijfsruimten waarvan de omtrek definitief door de regering is vastgesteld na inwerkingtreding van dit decreet Die verplichting geldt evenwel enkel voor de afgedankte bedrijsfruimten waarvan het definitieve besluit geldt van voor de de inwerkingtreding van dit decreet en waarvoor de regering beslist dat ze gelijk worden gesteld met te herontwikkelen bedrijfsruimten. Het besluit van de regering waarmee een afgedankte bedrijfsruimte gelijk wordt gesteld met een te herontwikkelen bedrijfsruimte wordt onderworpen aan de formaliteiten van artikel 169/1 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regering grondt zijn beslissing meer bepaald op de volgende criteria : 1° de staat van het of de goeden blijft strijdig met de zorgvuldige inrichting van de site;2° de rol van het goed in de structuur van het grondgebied waar het gelegen is;3° er bestaat een risico voor de menselijke gezondheid en de kwaliteit van het leefmilieu.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag tot het verkrijgen van een milieuvergunning, een stedenbouwkundige vergunning of een enige vergunning, vereist voor de behoeften van de sanering van de grond waarvan het bericht van ontvangst dateert van vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet wordt verder behandeld volgens de op de datum van het bericht van ontvangst vigerende bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 29</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag tot goedkeuring van het herontwikkelingsplan in de zin van artikel 7, § 7, van het decreet van 25 juli 1991 betreffende de belasting van de afvalstoffen in het Waalse Gewest of het saneringsplan van een site in de zin van artikel 381/bis/67 van titel I van het Algemeen Reglement op de arbeidsbescherming vereist voor de behoeften van de sanering van de grond waarvan het bericht van ontvangst dateert van voor de datum van inwerkingtreding van dit decreet wordt verder behandeld volgens de op de datum van het bericht van ontvangst vigerende bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De maatregelen getroffen krachtens de artikelen 42, 43 en 47 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen met het oog op de grondsanering, evenals de veiligheidsmaatregelen getroffen krachtens dezelfde artikelen voor de datum van inwerkingtreding van dit decreet, worden geregeld bij de bepalingen die op datum van hun goedkeuring van kracht waren Het eerste lid geldt eveneens voor de veiligheidsmaatregelen en de maatregelen met het oog op de grondsanering getroffen krachtens artikel 21 van het decreet van 30 april 1990 over de bescherming en de uitbating van grondwater en tot drinkwater verwerkbaar water of krachtens de artikelen 71 en 74 van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning. Art. 31.Uitgezonderd de artikelen 2 tot en met 6, 167 en 168sub artikel 11, 1, 2 en 4sub artikel 26, 8 tot en met 15sub artikel 26, 25 tot en met 30sub artikel 26, treedt dit decreet in werking op de datum vastgesteld door de regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bekrachtigen dit decreet, bevelen dat het bekend wordt gemaakt in het Belgisch Staatsblad .</p>\n<p class=\"lf-p\">Namen, 1 april 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE De Minister van Economie, K.M.O.'s, Onderzoek en Nieuwe Technologieën, S. KUBLA De Minister van Vervoer, Mobiliteit en Energie, J. DARAS De Minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken, M. DAERDEN De Minister van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Leefmilieu, M. FORET De Minister van Landbouw en Landelijke Aangelegenheden, J. HAPPART De Minister van Binnenlandse Aangelegenheden en Ambtenarenzaken, Ch. MICHEL De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid, Th. DETIENNE De Minister van Tewerkstelling en Vorming, Ph. COURARD _______ Nota (1) Zitting 2003-2004. Stukken van de Raad 333 (2003-2004) nrs. 1 tot en met 14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volledig verslag, openbare vergadering van 31 maart 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bespreking - Stemming.</p></div>", "next": 0}