{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand 1. Verzoeken in het kader van dit protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de voor de behandeling ervan noodzakelijke bescheiden.In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd. 2. De overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ingediende verzoeken bevatten de hierna volgende gegevens : a) de naam van de verzoekende autoriteit;b) de gevraagde maatregel;c) het voorwerp en de reden van het verzoek;d) de relevante wetten, reglementen en andere voorschriften;e) zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;f) een overzicht van de relevante feiten, behalve in de in artikel 5 bedoelde gevallen.3. De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal.4. Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling daarvan worden verzocht.Er kunnen echter vrijwaringsmaatregelen worden genomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behandeling van verzoeken 1. De aangezochte autoriteit of, indien deze niet tot zelfstandig handelen bevoegd is, de administratieve dienst waaraan zij het verzoek toestuurt, behandelt het verzoek om bijstand, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en met de middelen waarover zij beschikt, alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde Partij handelde, met name door de gegevens waarover zij reeds beschikt mee te delen en door het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten.2. Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, reglementen en andere rechtsvoorschriften van de aangezochte Partij.3. Naar behoren gemachtigde ambtenaren van een Partij kunnen met instemming van de andere betrokken Partij en onder de door deze laatste vastgestelde voorwaarden, van de diensten van de aangezochte autoriteit of van een andere autoriteit die onder de aangezochte autoriteit ressorteert, informatie betreffende overtredingen van de douanewetgeving verkrijgen die de verzoekende autoriteit nodig heeft ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol.4 Ambtenaren van een Partij kunnen, met instemming van de andere betrokken Partij, aanwezig zijn bij onderzoekverrichtingen op het grondgebied van laatstgenoemde Partij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt 1. De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek aan de verzoekende autoriteit mede in de vorm van bescheiden, voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden, rapporten en dergelijke.2. De in lid 1 bedoelde bescheiden kunnen worden vervangen door informatie die met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking in om het even welke vorm voor hetzelfde doeleinde wordt verstrekt</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gevallen waarin geen bijstand dient te worden verleend 1. De Partijen kunnen de in dit protocol bedoelde bijstand weigeren wanneer het verlenen daarvan : a) hun soevereiniteit, openbare orde, veiligheid of andere wezenlijke belangen in het gedrang zou kunnen brengen; of b) de toepassing inhoudt van deviezen- of belastingregelingen andere dan die inzake de doaunerechten; of c) zou leiden tot de schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim.2. Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek.De aangezochte autoriteit bepaalt zelf hoe zij op een dergelijk verzoek reageert. 3 Indien bijstand wordt geweigerd, dienen het daartoe strekkende besluit en de redenen die eraan ten grondslag liggen onverwijld aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geheimhoudingsplicht 1. Alle informatie die ter uitvoering van dit protocol in om het even welke vorm wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter.Zij valt onder de geheimhoudingsplicht en geniet de bescherming van de ter zake geldende wettelijke voorschriften van de Partij die ze heeft ontvangen en van de overeenkomstige bepalingen die voor de communautaire instanties gelden. 2. Persoonsgebonden gegevens worden niet verstrekt wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de mededeling of het gebruik daarvan strijdig zouden zijn met de fundamentele rechtsbeginselen van een der partijen en, in het bijzonder, indien de betrokken persoon hiervan onrechtmatig nadeel zou ondervinden.De Partij die de gegevens ontvangt, deelt de Partij die de gegevens verstrekt desgevraagd mede voor welk doel deze zijn gebruikt en welke resultaten ermee zijn bereikt. 3 Persoonsgebonden gegevens mogen uitsluitend worden medegedeeld aan douaneautoriteiten en, indien vereist ten behoeve van rechtsvervolging, aan het openbaar ministerie en de rechterlijke instanties.Andere personen of autoriteiten kunnen de informatie uitsluitend verkrijgen na voorafgaande toestemming van de autoriteit die ze verstrekt. 4. De partij die de gegevens verstrekt, controleert de juistheid daarvan.Wanneer blijkt dat verstrekte gegevens onjuist zijn of dienen te worden weggelaten, wordt de ontvangende partij daarvan onverwijld in kennis gesteld. Deze laatste is gehouden de correctie of weglating uit te voeren. 5. Behalve in gevallen waarin zulks strijdig is met het algemeen belang, kan de betrokkene, op zijn verzoek, informatie verkrijgen omtrent opgeslagen gegevens en de redenen welke aan deze opslag ten grondslag liggen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gebruik van informatie 1. De verkregen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de toepassing van dit protocol.Het gebruik ervan voor andere doeleinden door een Partij vereist de voorafgaande schriftelijke toestemming van de administratieve autoriteit die ze heeft verstrekt en is aan de door deze autoriteit vastgestelde beperkingen onderworpen. 2. Het bepaalde in lid 1 vormt geen beletsel voor het gebruik van de informatie in gerechtelijke of administratieve procedures die naderhand worden ingesteld wegens niet- naleving van de douanewetgeving.3. De Partijen kunnen de overeenkomstig het bepaalde in dit protocol verkregen informatie en geraadpleegde bescheiden als bewijsmateriaal gebruiken in hun rapporten, getuigenverklaringen en in gerechtelijke procedures</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deskundigen en getuigen Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van een andere Partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kosten van de bijstand De Partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging 1. De uitvoering van dit protocol wordt opgedragen aan de centrale douaneautoriteiten van Bulgarije enerzijds, en de bevoegde diensten van de Commissie en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, anderzijds.Deze instanties stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing van dit protocol vast, rekening houdend met de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen de bevoegde instanties aanbevelingen doen voor wijzigingen die huns inziens in dit protocol dienen te worden aangebracht. 2. De Partijen plegen overleg en geven elkaar vervolgens kennis van alle uitvoeringsbepalingen die overeenkomstig dit artikel worden vastgesteld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Complementariteit 1. Dit protocol vult de overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand aan die zijn gesloten of kunnen worden gesloten tussen een of meer Lid-Staten en Oekraïne.Het staat niet in de weg aan de ruimere wederzijdse bijstand die eventueel in deze overeenkomsten is voorzien. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 11 doen deze overeenkomsten geen afbreuk aan de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling, tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, van alle met betrekking tot douanezaken verkregen informatie die voor de Gemeenschap van belang kan zijn. Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18 De Gemeenschap en Oekraïne verklaren dat de tekst van de vrijwaringsclausule geen GATT-vrijwaringsbehandeling toekent Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 19 Overeengekomen wordt dat de bepalingen van artikel 19 niet ten doel hebben, noch tot gevolg mogen hebben dat de in de onderscheiden wetgeving van de partijen vervatte procedures voor onderzoek inzake antidumping en subsidies worden vertraagd, gehinderd of belet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 30 Onverminderd de in de bijlagen IV en V genoemde voorbehouden en de bepalingen van de artikelen 44 en 47, komen de partijen overeen dat de woorden \"overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen\" in de leden 1 en 2 van artikel 30 betekenen dat elke partij voorschriften voor de vestiging en werking van vennootschappen op haar grondgebied mag vaststellen, op voorwaarde dat deze voorschriften met betrekking tot de vestiging en werking van vennootschappen van de andere partij niet leiden tot nieuwe voorbehouden die in een behandeling resulteren die minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan hun eigen vennootschappen dan wel aan vennootschappen of filialen of dochterondernemingen van venootschappen uit een derde land.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 31 Handelsvertegenwoordigingen van binnenvaartondernemingen van een partij op het grondgebied van de andere partij vallen onder de wettelijke regeling die van toepassing is in de Lid-Staten of Oekraïne totdat overeenstemming kan worden bereikt over specifieke, gunstiger bepalingen voor deze handelsvertegenwoordigingen, indien voor deze vertegenwoordigingen geen andere rechtsinstrumenten van toepassing zijn die bindend zijn voor de partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeengekomen wordt dat handelsvertegenwoordigingen de vorm dienen aan te nemen van dochterondernemingen of filialen als omschreven in artikel 32. \"Wettelijke regeling die van toepassing is\" wordt in het Oekraïens vertaald met DIYUCHE ZAKONODAVSTVO\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip \"zeggenschap\" in artikel 32, onder b), en artikel 43 1. De partijen bevestigen dat zij het onderling eens zijn dat het bestaan van \"zeggenschap\" afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.2. Een vennootschap wordt bijvoorbeeld geacht onder \"zeggenschap\" van een andere vennootschap te staan, en dus een dochteronderneming van de betrokken vennootschap te zijn, indien : - de andere vennootschap rechtstreeks of middellijk beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of - de andere vennootschap het recht heeft de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en terzelfder tijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beide partijen verklaren dat de in punt 2 vermelde criteria niet limitatief zijn. Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 50 De partijen zijn het erover eens dat voor de toepassing van de Overeenkomst intellectuele, industriële en commerciële eigendom inzonderheid het volgende omvat : auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor octrooien, industriële ontwerpen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, warenmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10bis van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom en bescherming van niet-openbaargemaakte informatie over know-how.</p>\n<p class=\"lf-p\">De partijen verklaren dat de term \"intellectuele, industriële en commerciële eigendom\" in het Oekraïens wordt vertaald met \"intelektualna vlasnist\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 102 De partijen komen met het oog op de juiste uitlegging en toepassing van de Overeenkomst overeen dat onder de in artikel 102 van de Overeenkomst bedoelde \"bijzonder dringende gevallen\" wordt verstaan : gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door één van de partijen. Wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst houdt in : a) afwijzing van de Overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het volkenrecht, of b) schending van de essentiële elementen van de Overeenkomst als vermeld in artikel 2. Slotakte De gevolmachtigden van : Het Koninkrijk België, Het Koninkrijk Denemarken, De Bondsrepubliek Duitsland, De Helleense Republiek, Het Koninkrijk Spanje, De Franse Republiek, Ierland, De Italiaanse Republiek, Het Groothertogdom Luxemburg, Het Koninkrijk der Nederlanden, De Portugese Republiek, Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna de \"Lid-Staten\" te noemen, en van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna \"de Gemeenschap\" te noemen, enerzijds, en de gevolmachtigden van de Oekraine, anderzijds, bijeengekomen te Luxemburg, op veertien juni negentienhonderd vierennegentig, voor de ondertekening van de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Wit-Rusland, anderzijds, hierna \"Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst\" te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen : De Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, met bijlagen, en het volgende Protocol : Protocol betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Oekraïne hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht : Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 18 van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 19 van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 30 van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 31 van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip \"zeggenschap\" in artikel 32, onder b), en artikel 43 van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 50 van de Overeenkomst Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 102 van de Overeenkomst De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Oekraïne hebben tevens kennis genomen van de eenzijdige verklaring van de Franse Regering, die aan deze Slotakte is gehecht : Eenzijdige verklaring van de Franse Regering betreffende de landen en gebieden overzee.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Oekraïne hebben tevens kennis genomen van de volgende briefwisseling, die aan deze Slotakte is gehecht : Briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Oekraïne met betrekking tot de vestiging van vennootschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenzijdige Verklaring van de Franse Regering De Franse Republiek merkt op dat de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst met de Oekraïne niet van toepassing is op de landen en gebieden overzee die uit hoofde van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap met de Europese Unie zijn geassocieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lijst met de gebonden Staten Staten Datum van de neerlegging van de bekrachtigingsoorkonde België 18 juli 1997 Denemarken 14 december 1995 Duitsland 6 mei 1997 Frankrijk 26 februari 1997 Griekenland 10 september 1996 Ierland 24 mei 1996 Italië 23 juli 1997 Luxemburg 17 september 1996 Nederland 20 november 1996 Oekraïne 29 december 1995 Portugal 14 juli 1997 Spanje 19 juni 1995 Verenigd Koninkrijk 4 juli 1995.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze overeenkomst is nog niet in werking getreden. De datum van inwerkingtreding zal later gepubliceerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de voetnoot, zie beeld</p></div>", "next": 0}