📄 Wettekst
29 OKTOBER 1998. - Decreet tot invoering van de Waalse Huisvestingscode (1)
De Waalse Gewestraad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.De Waalse Huisvestingscode bestaat uit de onderstaande bepalingen.
WAALSE HUISVESTINGSCODE TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Begripsomschrijvingen Artikel 1.In de zin van deze Code wordt verstaan onder : 1° gebouw : gebouwd onroerend goed dat al dan niet voor huisvesting is bestemd;2° woonkern : groep van gebouwen die overeenkomstig een gewestplan of een gemeentelijk plan van aanleg in een woongebied gelegen zijn en aan door de Regering gestelde dichtheidsnormen inzake woningen en bewoners voldoen;3° woning : gebouw of gebouwgedeelte dat structureel bestemd is om bewoond te worden door één of verscheidene gezinnen;4° eengezinswoning : woning waarvan de woonvertrekken en de sanitaire ruimten bestemd zijn voor één enkel gezin;5° kleine eengezinswoning : eengezinswoning waarvan de bewoonbare oppervlakte niet meer dan 28 m2 bedraagt;6° gemeenschappelijke woning : woning waarvan ten minste één woonvertrek of één sanitaire ruimte door verscheidene gezinnen wordt gebruikt;7° integratiewoning : woning die met een subsidie van het Gewest gerenoveerd of geherstructureerd is om gezinnen die in een precaire toestand verkeren een onderkomen te bezorgen;8° transitwoning : woning die met een subsidie van het Gewest gerenoveerd of geherstructureerd is om gezinnen die in een precaire toestand verkeren of door overmacht hun woning verliezen, een tijdelijk onderkomen te bezorgen;9° sociale woning : woning waarop een publiekrechtelijke rechtspersoon zakelijke rechten heeft en die bestemd is om bewoond te worden door gezinnen die in een precaire toestand verkeren of bij het betrekken van de woning een bescheiden inkomen genieten;10° gelijkgestelde sociale woning : woning, met uitzondering van sociale woningen, die door een vastgoedbeheerder wordt beheerd, verhuurd of gefinancierd in het kader van het door het Gewest uitgestippelde sociaal beleid;11° middelgrote woning : woning waarop een publiekrechtelijke rechtspersoon zakelijke rechten heeft en die bestemd is om te worden bewoond door gezinnen die bij het betrekken van de woning een gemiddeld inkomen genieten;12° gezonde woning : woning die voldoet aan de door de Regering gestelde minimale gezondheidsnormen;13° verbeterbare woning : woning die niet voldoet aan de door de Regering gestelde minimale gezondheidsnormen, maar die gesaneerd kan worden na uitvoering van de noodzakelijke werken waarvan de kosten en de omvang de door de Regering bepaalde drempel niet overschrijden;14° onverbeterbare woning : woning die niet voldoet aan de door de Regering gestelde minimale gezondheidsnormen en waarvan de sanering de uitvoering van zulke werken vergt dat de kosten en de omvang ervan de door de Regering bepaalde drempel overschrijden;15° onbewoonbare woning : woning die niet voldoet aan de door de Regering gestelde minimale gezondheidsnormen en die de gezondheid of de veiligheid van de bewoners in gevaar brengt;16° onaangepaste woning : woning die, overeenkomstig de door de Regering gestelde normen, wegens de ligging van de kamers niet geschikt is om bewoond te worden door een gezin met een gehandicapte persoon;17° overbewoonde woning : woning waarvan de structuur ongeschikt is of waarvan de afmetingen te klein zijn voor de gezinssamenstelling, overeenkomstig de door de Regering gestelde normen;18° onderbewoonde woning : woning waarvan de structuur ongeschikt is of waarvan de afmetingen te groot zijn ten opzichte van de gezinssamenstelling, overeenkomstig de door de Regering gestelde normen;19° nuttige oppervlakte : de oppervlakte afgebakend door de binnenwanden van een kamer, een kamergedeelte of een binnenruimte, berekend overeenkomstig de door de Regering gestelde normen;20° woonvertrek : kamer, kamergedeelte of binnenruimte, met uitzondering van de hallen, gangen, sanitaire ruimten, berghokken, kelders, niet ingerichte zolders, onbewoonbare bijgebouwen, garages, lokalen voor het uitoefenen van een beroep en lokalen met één van volgende kenmerken : a.een nuttige oppervlakte die kleiner is dan de door de Regering vastgelegde minimumoppervlakte; b. horizontale afmetingen die onder de door de Regering bepaalde grens blijven liggen;c. een vloer op de kelderverdieping, binnen de door de Regering bepaalde grenzen;d. een totaal gebrek aan natuurlijke verlichting; 21° sanitaire ruimten : de W.C.'s, badkamers en waskamers; 22° bewoonbare oppervlakte : nuttige oppervlakte van de woonvertrekken;23° vastgoedbeheerder : een plaatselijk bestuur, een autonoom gemeentebedrijf, de "Société wallonne du logement" (Waalse Huisvestingsmaatschappij), een openbare huisvestingsmaatschapij, het "Fonds du logement des familles nombreuses de Wallonie" (Waals Woningfonds van de Grote Gezinnen) of een agentschap voor sociale huisvesting;24° bouwen : een woning bouwen, laten bouwen of een nooit bewoonde woning aankopen;25° aanpassen : werken die niet om ongezondheidsredenen vereist zijn, uitvoeren ten einde een woning geschikt te maken voor een gezin met een handicapte persoon;26° renoveren : werken in een verbeterbare woning uitvoeren om er één of meer ongezondheidsoorzaken weg te werken, of een woning verbouwen waarvan de afmetingen of de structuur ongeschikt zijn voor de gezinssamenstelling;27° herstructureren : werken uitvoeren in een gebouw dat aanvankelijk niet voor bewoning bestemd is, om er een woning van te maken of om de structuur van een verbeterbare woning grondig te wijzigen;28° gezin : alleenstaande persoon of verscheidene al dan niet aanverwante personen die doorgaans samenwonen in de zin van artikel 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;29° gezin in een precaire toestand : a.alleenstaande met een globaal belastbaar jaarinkomen dat niet meer bedraagt dan 400.000 BEF, verhoogd met 75.000 BEF per kind ten laste; b. verscheidene al dan niet aanverwante personen die doorgaans samenwonen in de zin van artikel 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, met een globaal belastbaar jaarinkomen dat niet meer bedraagt dan 550.000 BEF, verhoogd met 75.000 BEF per kind ten laste; c. gezin dat begeleid wordt door een door de Regering erkende dienst voor schuldbemiddeling, en met een jaarinkomen dat niet meer bedraagt dan een maximumbedrag bepaald door de Regering. De sub a., b. en c. bedoelde personen mogen geen woning in volle eigendom of in vruchtgebruik hebben, behalve een onverbeterbare of onbewoonbare woning; 30° gezin met een bescheiden inkomen : a.alleenstaande met een globaal belastbaar jaarinkomen dat niet meer bedraagt dan 800.000 BEF, verhoogd met 75.000 BEF per kind ten laste; b. verscheidene al dan niet aanverwante personen die doorgaans samenwonen in de zin van artikel 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, met een globaal belastbaar jaarinkomen dat niet meer bedraagt dan 1.000.000 BEF, verhoogd met 75.000 BEF per kind ten laste.
De sub a. en b. bedoelde personen mogen geen woning in volle eigendom of in vruchtgebruik hebben, behalve een onverbeterbare of onbewoonbare woning; 31° gezin met een gemiddeld inkomen : a.alleenstaande met een globaal belastbaar jaarinkomen dat hoger is dan een bescheiden inkomen, maar niet meer bedraagt dan 1.250.000 BEF, verhoogd met 75.000 BEF per kind ten laste; b. verscheidene al dan niet aanverwante personen die doorgaans samenwonen in de zin van artikel 3 van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, met een globaal belastbaar jaarinkomen dat hoger is dan een bescheiden inkomen, maar niet meer bedraagt dan 1.500.000 BEF, verhoogd met 75.000 BEF per kind ten laste.
De sub a. en b. bedoelde personen mogen geen woning in volle eigendom of in vruchtgebruik hebben, behalve een onverbeterbare of onbewoonbare woning; 32° kind ten laste : persoon voor wie een kinderbijslag of een wezenrente wordt toegekend aan een verzoekend gezinslid, of het kind dat, na overlegging van bewijsstukken, door de Regering geacht wordt ten laste te zijn.Het gehandicapte gezinslid of kind wordt beschouwd als bijkomend kind ten laste; 33° gehandicapte persoon : minder- of meerjarige persoon met aanzienlijk beperkte capaciteiten inzake sociale integratie en inschakeling in het arbeidsproces ten gevolge van een krenking van het geestelijk, sensorieel of lichamelijk vermogen, overeenkomstig de door de Regering gestelde normen;34° plaatselijk bestuur : provincie, gemeente, openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;35° bestuur : de diensten van de Regering die voor huisvesting bevoegd zijn. HOOFDSTUK II. - Doelstellingen Art. 2.§ 1. Het Gewest en de andere overheidsorganen passen, elk binnen zijn eigen bevoegdheden, het recht op menswaardig wonen toe, waarbij de woning een omgeving is waarin personen en gezinnen wonen, zelfstandig leven en tot ontplooiing komen.
Hun beleidsdaden streven naar meer samenhang in de samenleving door het aanmoedigen van de renovatie van het patrimonium en door een diversifiëring en een uitbreiding van het woningaanbod in de woonkernen. § 2. Het doel van de Huisvestingscode is te voorzien in gezonde woningen, alsmede ervoor te zorgen dat er bij voorrang woningen ter beschikking worden gesteld van gezinnen met een bescheiden inkomen en van gezinnen in een precaire toestand.
TITEL II. - Middelen van het gewestelijk huisvestingsbeleid HOOFDSTUK I. - Gezonheidsnormen voor woningen Afdeling 1. - Vaststelling van de gezondheidsnormen
Art. 3.De minimale gezondheidsnormen voor woningen worden door de Regering vastgelegd.
Deze criteria hebben betrekking op : 1° de stabiliteit;2° de waterdichtheid;3° de elektriciteits- en gasinstallatie;4° de verluchting;5° de natuurlijke verlichting;6° de sanitaire voorzieningen en de verwarmingsinstallatie;7° de structuur en de afmetingen van de woning, inzonderheid naar gelang van de gezinssamenstelling;8° de doorgangsmogelijkheden op de vloeren en de trappen. Art. 4.De voorwaarden en de nadere regels waarbij de verbeterbare woningen, die deel uitmaken van een groep van onverbeterbare woningen, met onverbeterbare woningen kunnen worden gelijkgesteld, worden door de Regering bepaald. Afdeling 2. - Inachtneming van de gezondheidsnormen
Art. 5.De door de Regering aangewezen ambtenaren en personeelsleden zijn bevoegd om na te gaan of de in dit hoofdstuk bedoelde bepalingen worden nageleefd, en terzake de nodige vaststellingen te verrichten.
Daarbij stellen ze een verslag op.
De door de Regering aangewezen personeelsleden en ambtenaren mogen een woning waarvan de bewoner of de drager van zakelijke rechten hen de toegang ontzegt of een leegstaande woning slechts betreden met machtiging van de rechter van de politierechtbank. Art. 6.In de door de Regering bepaalde gevallen deelt het bestuur de conclusie van het verslag mee aan de drager van zakelijke rechten op het gebouw, aan de bewoner en aan de burgemeester. Art. 7.Binnen drie maanden na ontvangst ervan beslist de burgemeester over het door het bestuur meegedeelde verslag.
Wanneer de drager van zakelijke rechten op de woning gekend is, dient de burgemeester hem te horen. De verhoorprocedure wordt door de Regering bepaald.
Onverminderd artikel 201 treft de burgemeester bewarende maatregelen, geeft hij bevel tot uitvoering van renovatie-, herstructurerings-, slopingswerken of legt hij het bewoningsverbod op.
Indien de drager van zakelijke rechten op de woning de werken niet uitvoert, neemt de burgemeester de uitvoering ervan op zich. De gemaakte kosten moeten door de drager van zakelijke rechten worden terugbetaald.
De burgemeester deelt de door hem getroffen maatregelen aan de Regering mee.
Indien de burgemeester verzuimt een beslissing te nemen binnen de termijn bedoeld in het eerste lid of indien de Regering de door hem opgelegde maatregelen onvoldoende acht, kan ze de plaats van de burgemeester innemen om de toegang tot of het betrekken van de woning waarvoor een gezondheidsonderzoek loopt, te ontzeggen.
De voor de uitvoering van deze maatregel in acht te nemen termijnen worden door de Regering bepaald. Art. 8.Wanneer de toegang tot een woning krachtens artikel 7 wordt ontzegd of wanneer een woning krachtens hetzelfde artikel onbewoonbaar wordt verklaard, laat de burgemeester de desbetreffende beschikking aanplakken op de betrokken woning. Zolang de beschikking niet opgeheven is, blijft het bericht ervan op de woning aangeplakt.
Het gemeentebestuur houdt een lijst bij van de woningen waarvan de toegang ontzegd wordt en van de onbewoonbaar verklaarde woningen. Afdeling 3. - Bijzondere voorschriften voor gemeenschappelijke
woningen en kleine eengezinswoningen die als hoofdverblijfplaats worden verhuurd of te huur aangeboden Art. 9.Deze afdeling is van toepassing op gemeenschappelijke woningen, kleine eengezinswoningen en gebouwen die, hoewel aanvankelijk niet voor bewoning bestemd en voor zover ze deel uitmaken van gebouwen die minstens twintig jaar oud zijn, als woningen worden gebruikt en als hoofdverblijfplaats worden verhuurd of te huur aangeboden.
De bepalingen van deze afdeling zijn echter niet van toepassing op woningen die deel uitmaken van het gebouw waar de verhuurder zijn hoofdverblijfplaats heeft, en dat aan maximum twee gezinnen wordt verhuurd of te huur aangeboden, voor zover de verhuurde goederen door ten hoogste vier personen worden bewoond. Art. 10.Vóór de verhuurder een in deze afdeling bedoelde woning te huur aanbiedt, moet hij in het bezit zijn van een verhuurvergunning.
Voor die woningen moet : 1° aan de door de Regering vastgelegde minimale gezondheidsnormen worden voldaan, overeenkomstig artikel 3;2° de gemeenteverordeningen met betrekking tot de gezondheid en de brandveiligheid in acht worden genomen;3° de onschendbaarheid van de woning en de bescherming van het privé-leven worden gewaarborgd, inzonderheid via een stelsel waarbij de lokalen voor individueel gebruik en de brievenbussen op slot kunnen worden gedaan. Art. 11.De verhuurvergunning wordt binnen vijftien dagen na indiening van de aangifte voor een te huur aangeboden woning aan de verhuurder afgeleverd, voor zover bij deze aangifte een attest van een door de Regering daartoe erkende persoon gevoegd wordt, waarbij na onderzoek gesteld wordt dat de woning waarvoor een verhuurvergunning wordt aangevraagd de bij artikel 10 bepaalde voorwaarden vervult.
Verhuurvergunningen hebben een geldigheidsduur van vijf jaar vanaf de dag waarop ze worden afgeleverd. De procedures voor de aangifte van het verhuren of te huur aanbieden van een woning, de erkenning van de personen bedoeld in het eerste lid en de aflevering van verhuurvergunningen, alsmede de maximumtarieven voor de onderzoekskosten worden door de Regering bepaald. Art. 12.Voor woningen die niet voldoen aan de krachtens artikel 10 opgelegde voorwaarden en onderworpen zijn aan een renovatiehuurovereenkomst, kunnen voorlopige verhuurvergunningen worden afgegeven waarvan de duur, die nooit vijf jaar mag overschrijden, door het college van burgemeester en schepenen wordt vastgelegd.
In dat geval moeten de uit te voeren werken in het aan de aflevering van de vergunning voorgaande verslag worden vermeld.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen gaat immers uit van de vaststelling dat de renovatiehuurovereenkomst voorziet in het verhelpen van de gebreken waarop wordt gewezen in het verslag dat bij de aangifte van de te huur aangeboden woning is gevoegd.
In de voorlopige vergunning wordt voor ieder type uit te voeren werken een termijn bepaald. Art. 13.Als de in artikel 10 bedoelde voorschriften niet worden nageleefd en onverminderd artikel 201 richt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar de woning gelegen is, of de Regering, zo het college verzuimt op te treden, aan de verhuurder, na advies van één van de in artikel 5 bedoelde ambtenaren of personeelsleden, een aanmaning waarbij hem bevolen wordt binnen een termijn van achtenveertig uur tot zes maanden alles in het werk te stellen om bovenvermelde voorschriften alsnog na te leven.
Indien de verhuurder geen gevolg geeft aan de in het eerste lid bedoelde aanmaning, wordt de verhuurvergunning door het college van burgemeester en schepenen, of, zo het college verzuimt op te treden, door de Regering ingetrokken. HOOFDSTUK II. - Tegemoetkomingen aan natuurlijke personen Afdeling I. - Subsidiabele handelingen
Art. 14.Het Gewest verleent een kooptegemoetkoming aan de gezinnen die : 1° ofwel een gezonde woning aankopen of wensen een woning aan te kopen om ze te saneren;2° ofwel een gebouw aankopen dat oorspronkelijk niet voor bewoning is bestemd, om het voor bewoning te bestemmen; Art. 15.Het Gewest verleent een bouwtegemoetkoming aan de gezinnen die : 1° ofwel een onverbeterbare woning slopen en een woning optrekken op het zo vrijgemaakte perceel;2° ofwel een woning bouwen die binnen een woonkern gelegen is, wanneer de tegemoetkoming uit een premie, een terugbetaalbaar voorschot of een subsidie bestaat als bijdrage tot de renteverlaging van een hypotheeklening. Art. 16.Het Gewest verleent een renovatietegemoetkoming aan de gezinnen die : 1° ofwel werken uitvoeren met het oog op de verwijdering van één of meerdere ongezondheidsoorzaken in een verbeterbare woning die ze huren of waarop ze zakelijke rechten bezitten;2° ofwel een op grond van de gezinssamenstelling overbewoonde woning vergroten. Art. 17.Het Gewest verleent een herstructureringstegemoetkoming aan de gezinnen die werken uitvoeren in een gebouw dat aanvankelijk niet voor bewoning is bestemd en er een woning van willen maken, of die de structuur van een verbeterbare woning grondig wijzigen. Art. 18.Het Gewest verleent een aanpassingstegemoetkoming aan de gezinnen die, op grond van de handicap van een gezinslid, wijzigingen aanbrengen aan de ligging van de kamers van een woning die ze huren of waarop ze zakelijke rechten bezitten. Art. 19.Het Gewest verleent een slopingstegemoetkoming aan de gezinnen die een onverbeterbare woning waarop ze zakelijke rechten bezitten, volledig afbreken. Art. 20.Het Gewest verleent een tegemoetkoming aan de gezinnen voor het optrekken van een woning waarvoor een overeenkomst is afgesloten.
Een woning maakt het voorwerp uit van een overeenkomst wanneer het gezin zich als tegenprestatie van de in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming ertoe verbindt de betrokken woning aan een vastgoedbeheerder te verhuren, die ze als hoofdverblijfplaats tegen een redelijke huurprijs onderverhuurt aan een onderhuurder die een bescheiden inkomen geniet of in een precaire toestand verkeert.
Een woning waarvoor een overeenkomst is afgesloten, moet minstens negen jaar in die hoedanigheid behouden blijven. Art. 21.Het Gewest verleent een verhuis- of huurtegemoetkoming : 1° aan de gezinnen in een precaire toestand die hun intrek nemen in een gezonde woning of een verbeterbare woning huren die binnen zes maanden na hun intrek gesaneerd wordt;2° aan de gehandicapte personen in een precaire toestand of aan de gezinnen in een precaire toestand met een gehandicapt kind ten laste die een gezonde en aangepaste woning huren nadat ze een ongeschikte woning hebben ontruimd;3° aan de gezinnen die op initiatief van een openbare huisvestingsmaatschappij, een door haar beheerde, maar onderbewoonde woning ontruimen om een woning te betrekken die aan de gezinssamenstelling beantwoordt. Art. 22.Wanneer een gezin dat in een precaire toestand verkeert, een gezonde of verbeterbare woning huurt, krijgt het van het Gewest een tegemoetkoming om het verstrekken van de huurwaarborg door een bankinstelling mogelijk te maken. De tegemoetkoming kan worden toegekend door toedoen van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. Afdeling 2. - Vormen van tegemoetkomingen
Art. 23.§ 1. De tegemoetkomingen worden verleend in de vorm van : 1° een premie;2° een terugbetaalbaar voorschot;3° een subsidie die bijdraagt tot de renteverlaging van hypotheekleningen of van de kostprijs van de borgstellingskredieten; 4° waarborgen van honorering voor de terugbetaling van hypotheekleningen die worden toegestaan door sociale kredietinstellingen of door iedere instelling bedoeld in artikel 56, § 2, 2°, j., van het Wetboek van de inkomstenbelastingen; 5° een verzekering tegen het risico van inkomensverlies van gezinnen die een hypotheeklening aangaan. § 2. In de gevallen bedoeld in § 1, 4°, kan de Regering door toedoen van de sociale kredietmaatschappij een solidariteitsbijdrage heffen op de geleende bedragen. Het bedrag van deze bijdrage, dat in ieder geval niet hoger mag zijn dan één procent van het geleende bedrag, wordt door de Regering bepaald.
Het bedrag van de solidariteitsbijdragen wordt gestort aan een fonds ter financiering van de uitvoering van de door het Gewest verleende waarborgen van honorering. Afdeling 3. - Voorwaarden voor de toekenning van tegemoetkomingen en
berekening ervan Art. 24.§ 1. De wijze van berekening van de tegemoetkomingen wordt door de Regering bepaald, waarbij rekening wordt gehouden met : 1° de gezinssamenstelling, inzonderheid de aanwezigheid van kinderen en personen met een handicap;2° het gezinsinkomen. § 2. Ook de voorwaarden voor de toekenning van tegemoetkomingen worden door de Regering bepaald.
Deze voorwaarden hebben betrekking op : 1° het onroerend vermogen van het gezin dat om de tegemoetkoming verzoekt;2° het bewonen, de verkoop of de huur van de woning;3° de staat van het gebouw;4° in voorkomend geval, de termijnen voor de uitvoering van de in de artikelen 14 tot 21 bedoelde werken. Art. 25.De Regering bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden de gezinnen in aanmerking kunnen komen voor verschillende tegemoetkomingen tegelijk, met inbegrip van de hypotheekleningen die door de "Société wallonne du logement", het "Fonds du logement des familles nombreuses de Wallonie" en de sociale kredietmaatschappijen worden toegestaan. Afdeling 4. - Procedure
Art. 26.De tegemoetkomingsaanvragen worden aan het bestuur gericht, dat binnen vijftien dagen de ontvangst van het dossier bericht en, in voorkomend geval, om ieder document verzoekt dat nodig is voor de verdere aanvulling van het dossier.
Binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag, te rekenen vanaf de dag waarop het aanvraagdossier volledig is, maakt het bestuur zijn beslissing bekend waarbij de tegemoetkoming wordt toegekend of waarbij geweigerd wordt de tegemoetkoming toe te kennen.
Indien de beslissing niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn aan de aanvrager wordt meegedeeld, moet ervan uit worden gegaan dat beslist is de aanvraag te weigeren.
In de door de Regering vastgestelde gevallen wordt de in het tweede lid bepaalde termijn met één maand verlengd. Art. 27.Binnen de maand na de bekendmaking van de weigering om de tegemoetkoming te verlenen kan de aanvrager bij aangetekend schrijven bij de Regering een beroep instellen.
De Regering beslist binnen drie maanden na ontvangst van het beroep.
Indien de beslissing niet binnen de in het tweede lid bedoelde termijn aan de aanvrager wordt medegedeeld, wordt ervan uitgegaan dat beslist is om de tegemoetkoming te verlenen. Art. 28.§ 1. De wijze van berekening van het bedrag dat moet worden terugbetaald door de tegemoetkomingsgerechtigde die de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming niet in acht neemt, wordt door de Regering bepaald.
De Regering houdt wel rekening met de periode waarover aan de voorwaarden is voldaan. § 2. Binnen één maand na kennisgeving van de beslissing tot invordering van het bedrag kan de tegemoetkomingsgerechtigde bij aangetekend schrijven bij de Regering een beroep instellen.
De Regering beslist binnen drie maanden na ontvangst van het beroep.
Indien de beslissing niet binnen drie maanden aan de aanvrager is medegedeeld, moet ervan uit worden gegaan dat het beroep is afgewezen. HOOFDSTUK III. - Tegemoetkomingen aan andere rechtspersonen dan de openbare huisvestingsmaatschappijen Afdeling 1. - Huisvestingstegemoetkomingen
Onderafdeling 1. - Categorieën van tegemoetkomingen Art. 29.§ 1. Het Gewest kan een tegemoetkoming toekennen aan ieder plaatselijk bestuur of autonoom gemeentebedrijf dat onteigeningen verricht of dat zakelijke rechten bezit of zal bezitten op een verbeterbaar gebouw met het oog op renovatie, herstructurering of aanpassing ervan om er één of verscheidene sociale woningen van te maken.
De aanvrager vraagt de op het betrokken grondgebied bevoegde openbare huisvestingsmaatschappij of ze de in artikel 54 bedoelde tegemoetkoming wenst te ontvangen. De tegemoetkoming wordt de aanvrager slechts verleend als de openbare huisvestingsmaatschappij weigert tussenbeide te komen. Als er geen antwoord is binnen vijfenveertig dagen na de indiening van de aanvraag, moet ervan worden uitgegaan dat ze niet ingewilligd is. § 2. Het Gewest draagt in de volgende kosten bij : 1° de kosten voor de verwerving van zakelijke rechten op het gebouw;2° de renovatie-, herstructurerings- of aanpassingskosten. Art. 30.Het Gewest kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere rechtspersoon, met uitzondering van de openbare huisvestingsmaatschappijen, die een onverbeterbare woning aankoopt om die te slopen en de zo vrijgemaakte grond te bestemmen voor het optrekken van woningen en, in tweede instantie binnen de door de Regering vastgestelde grenzen, voor gemeenschappelijke voorzieningen die noodzakelijk deel uitmaken van een groep van woningen.
Het Gewest komt tegemoet in de kosten voor de aankoop en de sloping van het gebouw. Art. 31.§ 1. Het Gewest kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere publiekrechtelijke rechtspersoon of aan iedere sociale instelling, met uitzondering van de openbare huisvestingsmaatschappijen, die een verbeterbare woning renoveert of een gebouw herstructureert om er een transitwoning van te maken.
De woning die met de tegemoetkoming van het Gewest wordt gerenoveerd of geherstructureerd, wordt ten minste negen jaar als transitwoning gebruikt. § 2. De terbeschikkingstelling van een transitwoning wordt aangevuld met een begeleiding van de bewoners die erop gericht is de overgang naar een vaste woning te begunstigen. Art. 32.§ 1. Het Gewest kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere publiekrechtelijke rechtspersoon of aan iedere sociale instelling, met uitzondering van de openbare huisvestingsmaatschappijen, die een woning optrekt, een gebouw waarop ze zakelijke rechten bezit, herstructureert of een verbeterbare woning renoveert om er een middelgrote woning van te maken. § 2. De terbeschikkingstelling van een transitwoning wordt aangevuld met een sociale begeleiding van de bewoners. Art. 33.Het Gewest kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere publiekrechtelijke rechtspersoon, met uitzondering van de openbare huisvestingsmaatschappijen, die een woning bouwt, een gebouw herstructureert waarop ze zakelijke rechten bezit, of een verbeterbare woning renoveert om er een middelgrote woning van te maken.
De bestemming als middelgrote woning moet ten minste dertig jaar behouden blijven. Art. 34.Het Gewest kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere publiekrechtelijke rechtspersoon, met uitzondering van de openbare huisvestingsmaatschappijen, die gronden aankoopt om grondreserves samen te stellen die hoofdzakelijk voor de bouw van woningen bestemd zijn.
Onderafdeling 2. - Voorwaarden voor de toekenning van tegemoetkomingen en berekeningswijze Art. 35.De in de artikelen 29 tot 33 bedoelde tegemoetkomingsgerechtigden kunnen ofwel alleen handelen ofwel door afsluiten van een overeenkomst met een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon. Art. 36.In afwijking van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek worden de in deze afdeling bedoelde voorwaarden voor de toekenning van huisvestingstegemoetkomingen in voorkomend geval door de Regering bepaald.
Deze voorwaarden hebben betrekking op : 1° de maximumkostprijs van de woning;2° de termijn waarbinnen de woning opgetrokken moet worden;3° de normen waaraan de woningen moeten beantwoorden;4° de keuze van de kandidaat-huurders of -bewoners; 5° de berekeningswijze van de huurprijs van de verhuurde woningen of van de vergoeding voor de woningen waarvoor een overeenkomst voor precaire bewoning wordt afgesloten rekening houdende met o.m. de inkomsten en gezinslasten, met de huurders of bewoners, alsmede met het comfort en de ouderdom van deze woningen; 6° de bepalingen voor het huurcontract of voor de overeenkomst voor precaire bewoning, o.m. voor de duur van het huurcontract of van de overeenkomst, voor de duur van de opzegging, voor retributies en lasten, voor de huurwaarborg en de strafbepalingen; 7° de mogelijkheid voor de huurder of de bewoner om eigenaar te worden van de door hem gehuurde of bewoonde woning;8° het behoud van de bestemming van de woning bij een eigendomsoverdracht. Art. 37.§ 1. De huisvestingstegemoetkomingen worden in de vorm van subsidies gestort. § 2. De Regering bepaalt de wijze van berekening van de tegemoetkoming en houdt hierbij rekening met de bestemming van de met de tegemoetkoming opgetrokken woning, met de omvang van de uitgevoerde werken, met de door de Regering vastgestelde verkoopwaarde van het gebouw, na advies van het comité voor de aankoop van onroerende goederen van het ambtsgebied waarbinnen de woning gelegen is, of met de plaats waar het gebouw zich bevindt. Art. 38.De wijze van berekening van het bedrag dat terugbetaald moet worden door de tegemoetkomingsgerechtigde die de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming niet vervult, wordt door de Regering bepaald.
De Regering houdt wel rekening met de periode waarover aan de voorwaarden wordt voldaan.
Onderafdeling 3. - Procedure Art. 39.De tegemoetkomingsaanvragen worden aan het bestuur gericht, dat binnen vijftien dagen de ontvangst van het dossier bericht en, in voorkomend geval, om ieder document verzoekt dat nodig is voor de verdere aanvulling van het dossier. Art. 40.Wanneer de oorspronkelijke staat van het gebouw een voorwaarde vormt voor de toekenning van de tegemoetkoming, wordt door het bestuur een gezondheidsverslag opgemaakt. Art. 41.Wanneer de aanvraag om tegemoetkoming betrekking heeft op een in artikel 29 bedoelde handeling en in de door de Regering vastgestelde gevallen, roept het Bestuur, in de door de Regering voorgeschreven termijnen, de aanvrager en de betrokken openbare besturen bijeen in plenaire vergadering.
De plenaire vergadering brengt advies uit over de technische en financiële bestanddelen van het project, alsmede over de vraag of het in de lijn ligt van de doelstellingen die het Gewest inzake huisvestingsbeleid heeft bepaald. Een openbaar bestuur dat niet aanwezig is op de vergadering, wordt geacht een gunstig advies uit te brengen.
Het bestuur bezorgt de Regering het advies van de plenaire vergadering.
De voorwaarden en nadere regels voor de werking van de plenaire vergadering worden door de Regering bepaald. Art. 42.Overeenkomstig de artikelen 36 tot en met 38 en op grond van het gezondheidsverslag bedoeld in artikel 40 en het verslag bedoeld in artikel 41 kan door de Regering een subsidie worden verleend. Art. 43.De voorwaarden en nadere regels voor de uitvoering van deze onderafdeling worden door de Regering bepaald. Afdeling 2. - Tegemoetkomingen voor uitrustingen in gehelen van
woningen Onderafdeling 1. - Tegemoetkomingen voor uitrustingen Art. 44.§ 1. Wanneer een plaatselijk bestuur, een autonoom gemeentebedrijf of het "Fonds du logement des familles nombreuses de Wallonie" een groep van sociale woningen, van gelijkgestelde sociale woningen, middelgrote woningen, integratie- of transitwoningen optrekt, kan het Gewest volgende kosten ten laste nemen : 1° de kosten voor de uitrusting met wegen, rioleringen, openbare verlichting, watervoorzieningsnetwerken en gemeenschappelijke toegangswegen en kosten voor de aanleg van dergelijke uitrustingen;2° de kosten voor de heruitrusting en heraanleg van de gemeenschappelijke uitrustingen of voor de aanleg van de toegangswegen die niet vroeger aan de gemeente zijn afgestaan;3° de kosten voor de aanvullende uitrustingen voor gemeenschappelijk gebruik die noodzakelijk deel uitmaken van het geheel. De in het eerste lid bedoelde besturen en instellingen kunnen alleen of in het kader van een partnerovereenkomst met een andere rechtspersoon handelen. § 2. Het Gewest kan de in § 1, 1°, bedoelde kosten voor uitrusting en aanleg ten laste nemen wanneer de grond bestemd is voor verplaatsbare woningen die door nomaden bewoond worden. Art. 45.Onder optrekken van een in artikel 44, § 1, bedoeld groep verstaat men één of meer van onderstaande handelingen : 1° de herstructurering van een gebouw;2° de aanpassing of de renovatie van een verbeterbare woning;3° de sloping van een onverbeterbare woning en het optrekken van een nieuwe woning op de zo vrijgemaakte grond;4° de bouw van een woning;5° de aankoop van een gebouw voor bewoning dat nooit is bewoond of waarvan de bouw niet voltooid is;6° de verkaveling van percelen ten einde particulieren een zakelijk recht op één van deze percelen te laten verwerven om er voor eigen rekening een woning op te bouwen of te laten bouwen of om er eigenaar van te worden krachtens een overeenkomst die met een private onderneming gesloten is, ongeacht de aard of de benaming van deze overeenkomst; Art. 46.Op verzoek van de in artikel 44 bedoelde besturen en instellingen kan het Gewest voor eigen rekening uitrustings-, heruitrustings- of aanlegwerken uitvoeren.
De voorwaarden voor de bijdrage van het Gewest worden door de Regering bepaald.
Onderafdeling 2. - Voorwaarden voor de toekenning van tegemoetkomingen en berekeningswijze Art. 47.De Regering bepaalt : 1° het aantal sociale woningen, daarmee gelijkgestelde woningen, middelgrote, integratie- en transitwoningen;2° het aantal en de afmetingen van de betrokken grondpercelen;3° de voorwaarden waaraan de gebouwde of te bouwen woningen moeten voldoen;4° de verkoop-, huur- of bewoningsvoorwaarden;5° de termijnen voor de verrichting van de in deze afdeling bedoelde handeling. Art. 48.De Regering bepaalt het percentage van de subsidie of de tegemoetkoming naar gelang van : 1° het type uit te voeren werken;2° de bestemming van de uitrustingen. Art. 49.§ 1. De wijze van berekening van het bedrag dat terugbetaald moet worden door de tegemoetkomingsgerechtigde die de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming niet vervult, wordt door de Regering bepaald.
De Regering houdt wel rekening met de periode waarover aan de voorwaarden is voldaan. § 2. Wanneer een perceel niet binnen de door de Regering voorgeschreven termijn is bebouwd door een particulier, oefent de tegemoetkomingsgerechtigde een recht van wederinkoop uit op dit perceel tegen de door de koper betaalde prijs, overeenkomstig de artikelen 1660 à 1662 van het Burgerlijk Wetboek. Als zulks niet het geval is, betaalt hij de tegemoetkoming terug overeenkomstig § 1. Art. 50.§ 1. De in artikel 44, 1° en 2°, bedoelde uitrustingen en inrichtingen worden in de staat waarin ze zich bevinden, kosteloos naar de gemeente overgedragen en bij de gemeentewegen ondergebracht.
Deze overdracht wordt verricht op de datum van ondertekening van het door de Regering voor echt verklaarde proces-verbaal van definitieve oplevering. § 2. Wanneer de gemeente niet als opdrachtgever optreedt, wordt ze betrokken bij het toezicht op de werken en verzocht bij de voorlopige en definitieve oplevering aanwezig te zijn.
Onderafdeling 3. - Procedure Art. 51.De tegemoetkomingsaanvragen worden aan het bestuur gericht, dat binnen vijftien dagen ontvangst van het dossier bericht en, in voorkomend geval, om ieder document verzoekt dat nodig is voor de verdere aanvulling van het dossier. Art. 52.In de door de Regering vastgestelde gevallen roept het bestuur in de door de Regering voorgeschreven termijnen de aanvrager en de betrokken openbare besturen bijeen in plenaire vergadering.
De plenaire vergadering brengt advies uit over de technische en financiële bestanddelen van het project, alsmede over de vraag of het in de lijn ligt van de doelstellingen die het Gewest inzake huisvestingsbeleid heeft bepaald. Een openbaar bestuur dat niet aanwezig is op de vergadering, wordt geacht een gunstig advies uit te brengen.
Het bestuur bezorgt de Regering het advies van de plenaire vergadering.
De voorwaarden en nadere regels voor de werking van de plenaire vergadering worden door de Regering bepaald. Art. 53.De voorwaarden en nadere regels voor de uitvoering van deze onderafdeling worden door de Regering bepaald. HOOFDSTUK IV. - Tegemoetkomingen aan openbare huisvestingsmaatschappijen Afdeling 1. - Huisvestingstegemoetkomingen
Onderafdeling 1. - Categorieën van tegemoetkomingen Art. 54.§ 1. De "Société wallonne du logement" kan een subsidie verlenen aan de openbare huisvestingsmaatschappij die aankopen of onteigeningen verricht, zakelijke rechten verwerft of zal verwerven op een verbeterbaar gebouw met het oog op de renovatie, herstructurering of aanpassing ervan om er één of verscheidene sociale woningen van te maken.
De "Société wallonne du logement" draagt in de volgende kosten bij : 1° de kosten voor verwerving van zakelijke rechten op het gebouw;2° de renovatie-, herstructurerings- of aanpassingskosten. § 2. De "Société wallonne du logement" kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere openbare huisvestingsmaatschappij die één of meer sociale woningen bouwt.
De "Société wallonne du logement" komt tegemoet in de bouwkosten. Art. 55.De "Société wallonne du logement" kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere openbare huisvestingsmaatschappij die een onverbeterbare woning aankoopt om die te slopen en de zo vrijgemaakte grond te bestemmen voor het optrekken van woningen en, in tweede instantie binnen de door de Regering vastgestelde grenzen, voor gemeenschappelijke voorzieningen die noodzakelijk deel uitmaken van een groep van woningen.
De "Société wallonne du logement" komt tegemoet in de kosten van de aankoop en de sloping van het gebouw. Art. 56.§ 1. De "Société wallonne du logement" kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere openbare huisvestingsmaatschappij die een verbeterbaar gebouw renoveert of herstructureert om er een transitwoning van te maken.
Het gebouw dat met de tegemoetkoming van de "Société wallonne du logement" wordt gerenoveerd of geherstructureerd, wordt ten minste negen jaar als transitwoning gebruikt. § 2. De terbeschikkingstelling van een transitwoning wordt aangevuld met een begeleiding van de bewoners met het oog op de overgang naar een vaste woning. Art. 57.§ 1. De "Société wallonne du logement" kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere openbare huisvestingsmaatschappij die een verbeterbaar gebouw renoveert of herstructureert om er een integratiewoning van te maken.
Het gebouw dat met de tegemoetkoming van de "Société wallonne du logement" wordt gerenoveerd of geherstructureerd, wordt ten minste negen jaar als integratiewoning gebruikt. § 2. De terbeschikkingstelling van een transitwoning wordt aangevuld met een sociale begeleiding van de bewoners. Art. 58.De "Société wallonne du logement" kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere openbare huisvestingsmaatschappij die een woning bouwt, een gebouw herstructureert waarop ze zakelijke rechten bezit of een verbeterbare woning renoveert om er een middelgrote woning van te maken.
De bestemming als middelgrote woning moet ten minste dertig jaar behouden worden. Art. 59.De "Société wallonne du logement" kan een tegemoetkoming verlenen aan iedere openbare huisvestingsmaatschappij die gronden aankoopt om grondreserves samen te stellen die hoofdzakelijk voor het optrekken van woningen bestemd zijn.
Onderafdeling 2. - Voorwaarden voor de toekenning van tegemoetkomingen en berekeningswijze Art. 60.De in de artikelen 54 tot 58 bedoelde tegemoetkomingsgerechtigden kunnen ofwel alleen handelen ofwel door afsluiten van overeenkomst met een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon. Art. 61.In afwijking van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek worden de in deze afdeling bedoelde voorwaarden voor de toekenning van huisvestingstegemoetkomingen in voorkomend geval door de Regering bepaald.
Deze voorwaarden hebben betrekking op : 1° de maximumkostprijs van de woning;2° de termijn waarbinnen de woning opgetrokken moet worden;3° de normen waaraan de woningen moeten beantwoorden;4° de keuze van de kandidaat-huurders of -bewoners; 5° de berekeningswijze van de huurprijs van de verhuurde woningen of van de vergoeding van de woningen waarvoor een overeenkomst voor precaire bewoning wordt afgesloten, rekening houdende met o.m. de inkomsten en gezinslasten van de huurders of bewoners, alsmede met het comfort en de ouderdom van deze woningen; 6° de bepalingen voor het huurcontract of voor de overeenkomst precaire bewoning, o.m. voor de duur van het huurcontract of van de overeenkomst, voor de duur van de opzegging, voor retributies en lasten, voor de huurwaarborg en de strafbepalingen in geval van niet-naleving van de bepalingen tot regeling van het huurstelsel; 7° de mogelijkheid voor de huurder of de bewoner om eigenaar te worden van de door hem gehuurde of bewoonde woning;8° het behoud van de bestemming van de woning bij een eigendomsoverdracht. Art. 62.§ 1. De huisvestingstegemoetkomingen worden in de vorm van subsidies gestort. § 2. De Regering bepaalt de wijze van berekening van de tegemoetkoming door rekening te houden met de bestemming van de met de tegemoetkoming opgetrokken woning, met de omvang van de uitgevoerde werken, met de door de Regering vastgestelde verkoopwaarde van het gebouw, na advies van het comité voor de aankoop van onroerende goederen van het ambtsgebied waarbinnen de woning gelegen is of met de plaats waar het gebouw zich bevindt. Art. 63.De wijze van berekening van het bedrag dat terugbetaald moet worden door de tegemoetkomingsgerechtigde die de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming niet vervult, wordt door de Regering bepaald.
De Regering houdt wel rekening met de termijn waarover aan de voorwaarden is voldaan.
Onderafdeling 3. - Procedure Art. 64.De tegemoetkomingsaanvragen worden gericht aan de "Société wallonne du logement", die binnen vijftien dagen de ontvangst van het dossier bericht en, in voorkomend geval, om ieder document verzoekt dat nodig is voor de verdere aanvulling van het dossier. Art. 65.Wanneer de oorspronkelijke staat van het gebouw een voorwaarde vormt voor de toekenning van de tegemoetkoming, wordt door het bestuur een gezondheidsverslag opgemaakt. Art. 66.In de door de Regering vastgestelde gevallen roept de "Société wallonne du logement" in de door de Regering voorgeschreven termijnen de aanvrager en de betrokken openbare besturen bijeen in plenaire vergadering.
De plenaire vergadering brengt advies uit over de technische en financiële bestanddelen van het project, alsmede over de vraag of het in lijn ligt van de doelstellingen die het Gewest inzake huisvestingsbeleid heeft bepaald. Een openbaar bestuur dat niet aanwezig is op de vergadering, wordt geacht een gunstig advies uit te brengen.
De "Société wallonne du logement" bezorgt de Regering het advies van de plenaire vergadering.
De voorwaarden en nadere regels voor de werking van de plenaire vergadering worden door de Regering bepaald. Art. 67.De "Société wallonne du logement" kan de subsidie verlenen overeenkomstig de artikelen 61 tot 63, op grond van het in artikel 65 bedoelde gezondheidsverslag en het in artikel 66 bedoelde advies. Art. 68.De voorwaarden en nadere regels voor de uitvoering van deze onderafdeling worden door de Regering bepaald. Afdeling 2. - Tegemoetkomingen voor uitrustingen
Onderafdeling 1. - Tegemoetkomingen voor uitrustingen Art. 69.§ 1. Wanneer een openbare huisvestingsmaatschappij een groep van sociale woningen, daarmee gelijkgestelde woningen, middelgrote woningen, integratie- of transitwoningen optrekt, kan de "Société wallonne du logement" volgende kosten ten laste nemen : 1° de kosten voor de uitrusting met wegen, rioleringen, openbare verlichting, watervoorzieningsnetwerken en gemeenschappelijke toegangswegen en kosten voor de aanleg van dergelijke voorzieningen;2° de kosten voor de heruitrusting en heraanleg van de gemeenschappelijke uitrustingen of voor de aanleg van de toegangswegen die niet vroeger aan de gemeente zijn afgestaan;3° de kosten voor de aanvullende uitrustingen voor gemeenschappelijk gebruik die noodzakelijk deel uitmaken van het geheel. De openbare huisvestingsmaatschappijen kunnen alleen of in het kader van een partnerovereenkomst met een andere rechtspersoon handelen. Art. 70.Onder optrekken van een in artikel 69 bedoeld geheel verstaat men één of meer van de volgende handelingen : 1° de herstructurering van een gebouw;2° de aanpassing of de renovatie van een verbeterbare woning;3° de sloping van een onverbeterbare woning en het optrekken van een nieuwe woning op het zo vrijgemaakte terrein;4° de bouw van een woning;5° de aankoop van een gebouw voor bewoning dat nooit is bewoond of waarvan de bouw niet voltooid is;6° de verkaveling van percelen om particulieren een zakelijk recht te laten verwerven op één van deze percelen om er voor eigen rekening een woning op te bouwen of te laten bouwen, of om er eigenaar van te worden krachtens een overeenkomst die met een privé onderneming gesloten wordt, ongeacht de aard of de benaming van deze overeenkomst. Art. 71.Op verzoek van de openbare huisvestingsmaatschappijen kan de "Société wallonne du logement" uitrustings-, heruitrustings- of aanlegwerken voor hun rekening uitvoeren.
De voorwaarden voor de bijdrage van de "Société wallonne du logement" worden door de Regering bepaald.
Onderafdeling 2. - Voorwaarden voor de toekenning van tegemoetkomingen en berekeningswijze Art. 72.De Regering bepaalt : 1° het aantal sociale woningen, daarmee gelijkgestelde woningen, middelgrote woningen, integratie- en transitwoningen;2° het aantal en de afmetingen van de betrokken grondpercelen;3° de voorwaarden waaraan de gebouwde of te bouwen woningen moeten voldoen;4° de verkoop-, huur- of bewoningsvoorwaarden;5° de termijnen voor de verrichting van de in deze afdeling bedoelde handeling. Art. 73.De Regering bepaalt het percentage van de subsidie of de tegemoetkoming naar gelang van : 1° het type uit te voeren werken;2° de bestemming van de uitrustingen. Art. 74.§ 1. De wijze van berekening van het bedrag dat terugbetaald moet worden door de tegemoetkomingsgerechtigde die de voorwaarden voor de toekenning van de tegemoetkoming niet vervult, wordt door de Regering bepaald.
De Regering houdt wel rekening met de periode waarover aan de voorwaarden is voldaan. § 2. Wanneer een perceel niet binnen de door de Regering voorgeschreven termijn is bebouwd door een particulier, oefent de gerechtigde een recht van wederinkoop uit op dit perceel tegen de door de koper betaalde prijs, overeenkomstig de artikelen 1660 à 1662 van het Burgerlijk Wetboek. Als zulks niet het geval is, betaalt hij de tegemoetkoming terug overeenkomstig § 1. Art. 75.De in artikel 69, 1° en 2°, bedoelde uitrustingen en inrichtingen worden in de staat waarin ze zich bevinden kosteloos naar de gemeente overgedragen en bij de gemeentewegen ondergebracht.
Deze overdracht wordt verricht op de datum van ondertekening van het door de Regering voor echt verklaarde proces-verbaal van definitieve oplevering. § 2. De gemeente draagt bij tot het toezicht op de werken en wordt verzocht bij de voorlopige en definitieve oplevering aanwezig te zijn.
Onderafdeling 3. - Procedure Art. 76.De tegemoetkomingsaanvragen worden gericht aan de "Société wallonne du logement", die binnen vijftien dagen ontvangst van het dossier bericht en, eventueel, de nodige gegevens inwint om het verder aan te vullen. Art. 77.In de door de Regering bepaalde gevallen roept de "Société wallonne du logement" in de door de Regering voorgeschreven termijn de tegemoetkomingsaanvrager en de betrokken openbare besturen bijeen in plenaire vergadering.
De plenaire vergadering brengt advies uit over de technische en financiële bestanddelen van het project, alsook over de vraag of het in de lijn ligt van de doelstellingen die het Gewest inzake huisvestingsbeleid heeft bepaald. Het openbaar bestuur dat niet aanwezig is op de vergadering, wordt geacht een gunstig advies uit te brengen.
De "Société wallonne du logement" richt het advies van de plenaire vergadering aan de Regering.
De plenaire vergadering vindt plaats onder de voorwaarden en op de wijze die door de Regering worden bepaald. Art. 78.De voorwaarden en de nadere regels voor de tenuitvoerlegging van deze onderafdeling worden door de Regering bepaald. HOOFDSTUK V. - Specifieke bepalingen betreffende de bevoorrecht initiatiefgebieden Art. 79.§ 1. Er worden, met inachtneming van de door de Regering vastgestelde bepalingen, bevoorrechte initiatiefgebieden opgericht om de in de hoofdstukken II, III en IV bedoelde tegemoetkoming te kunnen aanpassen en om, in voorkomend geval, een specifieke tegemoetkoming te kunnen verlenen in welbepaalde geografische gebieden. § 2. De Regering bakent de volgende gebieden af : 1. gebieden met hoge vastgoeddruk, waar de prijs van de bouwgrond en van de woningen hoger is dan de door de Regering vastgestelde prijs;2. gebieden met te herkwalificeren woonkernen in buurten waaruit de bevolking wegtrekt wegens de geleidelijke verloedering;3. gebieden waar aan globale buurtontwikkeling wordt gedaan in het kader van een geïntegreerd heroplevingsbeleid, gevoerd in buurten waar de bevolkingssamenstelling en de bescheiden huisvestingskwaliteit sociale problemen veroorzaken;4. gebieden met te herkwalificeren sociale woonwijken waar dezelfde bevolkingsgroep leeft als in 3°. § 3. De Regering bepaalt de specifieke tegemoetkoming en past de in de hoofdstukken II, III en IV bedoelde tegemoetkoming aan onder de voorwaarden en op de wijze die zij bepaalt. HOOFDSTUK VI. - Leegstandbestrijding Afdeling 1. - Minnelijke schikking
Art. 80.Elke vastgoedbeheerder kan de drager van zakelijke rechten op een onbewoonde woning die in zijn werkgebied gelegen is, voorstellen die woning in beheer of in huur te nemen.
Een woning wordt geacht onbewoond te zijn als : 1. ze sinds ten minste twaalf maanden onbewoonbaar verklaard is;2. ze ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet voorzien is van het meubilair dat vereist is op grond van haar bestemming;3. het water- of elektriciteitsverbruik er gedurende ten minste twaalf opeenvolgende maanden lager is dan het door de Regering bepaalde minimumverbruik;4. gedurende ten minste twaalf opeenvolgende maanden niemand in de bevolkingsregisters ingeschreven is voor die woning. De leegstand bedoeld in het tweede lid wordt niet onderbroken als de woning wordt gebruikt door een dakloos persoon zonder recht of titel.
Een woning wordt geacht bewoond te zijn als : 1. ze renovatie-, aanpassings- of herstructureringswerken ondergaat;2. de drager van zakelijke rechten erop bewijst dat hij van plan is ze te herstructureren, te renoveren of aan te passen, op vertoon van een stedenbouwvergunning, een uitvoerig bestek of een omschrijving van de werkzaamheden, voor zover deze werkelijk ondernomen worden binnen drie maanden nadat hij het bewijs heeft geleverd, en uitgevoerd worden. Art. 81.De vastgoedbeheerder sluit met de drager van zakelijke rechten een beheersmandaat of, zoniet, een huurovereenkomst.
Het model van het beheersmandaat wordt door de Regering bepaald.
Het bevat o.a. de volgende gegevens : 1. de aard van de door de vastgoedbeheerder te verrichten werkzaamheden;2. de wijze waarop de kosten van de werkzaamheden worden terugbetaald;3. de wijze waarop de kosten voor het onderhoud en het beheer van de woning worden berekend en terugbetaald;4. de duur ervan en de voorwaarden waaronder het wordt opgezegd;5. de verplichtingen van de vastgoedbeheerder en van de eigenaar. Art. 82.De vastgoedbeheerder sluit met de bewoner een geschreven huurovereenkomst die onderworpen is aan de bijzondere bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de hoofdverblijfplaats. Afdeling 2. - Gerechtelijke procedure
Art. 83.§ 1. Als de drager van zakelijke rechten op de onbewoonde woning het voorstel van de vastgoedbeheerder verwerpt, wordt hij door laatstgenoemde aangemaand om zijn goed binnen zes maanden te bewonen of te verhuren. § 2. Als de woning na afloop van die termijn nog steeds onbewoond is, wendt de vastgoedbeheerder zich tot de vrederechter van de plaats waar de woning gelegen is, door middel van een verzoekschrift, zoals bedoeld in de artikelen 1034bis tot 1034sexies van het Gerechtelijk Wetboek, om het voorlopige beheer van de woning toegewezen te krijgen.
De vrederechter kan een deskundige belasten met het opmaken van een verslag over de uit te voeren renovatie- of herstructureringswerken.
De vrederechter belast de vastgoedbeheerder met het voorlopige beheer van de woning, behoudens wettige verhindering. § 3. De vastgoedbeheerder neemt de nodige maatregelen om de woning te verhuren en te onderhouden.
Hij kan renovatie- of herstructureringswerken uitvoeren waarvan de Regering de aard bepaalt. § 4. De vastgoedbeheerder ontvangt de huurgelden en rekent ze toe op zijn schuldvordering ten belope van de gezamenlijke kosten van de renovatie- of herstructureringswerken.
De vastgoedbeheerder rekent de overeenkomstig artikel 81, derde lid, 3°, berekende kosten toe op zijn schuldvordering. § 5. Hij geeft de drager van zakelijke rechten, jaarlijks of op verzoek van de in § 2 bedoelde vrederechter, rekenschap van zijn beheer. Art. 84.Om het beheer van de woning te kunnen overnemen, kan de drager van zakelijke rechten zich door middel van het verzoekschrift bedoeld in de artikelen 1034bis tot 1034sexies van het Gerechtelijk Wetboek elk ogenblik richten tot de vrederechter van het ambtsgebied waar de betwiste woning gelegen is.
Als de vrederechter het verzoek inwilligt : 1. is de drager van zakelijke rechten verplicht de vastgoedbeheerder terug te betalen ten belope van het saldo van de door hem gedragen kosten.Het saldo wordt door de vrederechter berekend; 2. kan de tussen de vastgoedbeheerder en de bewoner gesloten huurovereenkomst ingeroepen worden tegen de drager van zakelijke rechten. Art. 85.In afwijking van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek bepaalt de Regering in voorkomend geval de voorwaarden waaronder de woning in beheer wordt gegeven.
Die voorwaarden hebben betrekking op : 1. de normen waaraan de woningen moeten voldoen;2. de keuze van de kandidaat-huurders; 3. de wijze waarop de huur van de te huur aangeboden woningen wordt berekend, rekening houdende o.a. met de bestaansmiddelen en de gezinslasten van de huurders, alsook met het comfort en de ouderdom van die woningen; 4. de bepalingen betreffende de huurovereenkomst, o.a. de huurtijd, de verloftijd, de retributies en lasten, de huurwaarborg en de straffen bij niet-naleving van de bepalingen waaronder het huurstelsel valt; 5. de bepalingen betreffende de wijze waarop de vastgoedbeheerder de controle en het beheer uitoefent. TITEL III. - Actoren van het gewestelijke huisvestingsbeleid HOOFDSTUK I. - De "Societé wallonne du logement" Afdeling 1. - Algemeen
Art. 86.§ 1. De "Société wallonne du logement", hierna "Société" genoemd, is een publiekrechtelijke rechtspersoon met rechtspersoonlijkheid.
Onder voorbehoud van de bepalingen van dit decreet valt de "Société" onder de gezamenlijke bepalingen die vastliggen in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, wat betreft de instellingen B bedoeld in artikel 1 van voormelde wet en in de uitvoeringsbesluiten ervan. § 2. De "Société" is opgericht als naamloze vennootschap en valt onder de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen, met uitzondering van de door deze Code geregelde aangelegenheden.
De artikelen 10, 29, 29bis, 29ter, 29quater, 34, 35, 35bis, 41, 54, 55, 63ter, 64, 64quater, 71, 72, 72bis, 72ter, 80 tot 104bis van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn niet van toepassing op de "Société", wat de door deze Code geregelde aangelegenheden betreft. § 3. Het minimumkapitaal van de "Société" wordt door de Regering bepaald.
Het Gewest en de provincies mogen intekenen op het kapitaal van de "Société". § 4. De maatschappelijke zetel van de "Société" is gevestigd in Charleroi. § 5. De statuten van de "Société" worden ter goedkeuring aan de Regering voorgelegd. Afdeling 2. - Opdrachten
Art. 87.De "Société" voert haar opdrachten uit overeenkomstig de prioritaire doelstellingen en de richtlijnen die vastliggen in deze Code en in de beheersovereenkomst gesloten tussen haar raad van bestuur en de Regering. Art. 88.§ 1. De "Société" erkent de openbare huisvestingsmaatschappijen, geeft hen advies en oefent er toezicht op uit.
Ze wordt belast met de volgende opdrachten : 1. de openbare huisvestingsmaatschappijen in alle gemeenten ondernemingszin inblazen en tot een coherente werking aanzetten, o.a. door het uitwerken van het globale programma bedoeld in artikel 141; 2. de openbare huisvestingsmaatschappijen aansporen tot samenwerking, zowel onderling als met andere plaatselijke partners;3. die maatschappijen de nodige middelen verschaffen voor de verwezenlijking van hun doel;4. de activiteit van de maatschappijen regelmatig evalueren;5. de aanvragen en klachten betreffende de maatschappijen onderzoeken;6. de beroepen onderzoeken van de adviescomités voor huurders en eigenaars bedoeld in artikel 154;7. de kandidaturen tellen van de huurders van een door een openbare huisvestingsmaatschappij beheerde woning en de initiatieven bevorderen die erop gericht zijn veelvoudige verzoeken te voorkomen, tenminste op het grondgebied van dezelfde gemeente. § 2. De "Société" werkt mee aan de uitvoering van het woonrecht en is daartoe belast met de volgende opdrachten : 1. de aankoop, de bouw, de herstructurering, de renovatie, de aanpassing, de sloping en het beheer van eengezins- of gemeenschappelijke woningen die voldoen aan door de Regering gestelde technische en economische normen;2. het afstaan of verwerven van zakelijke rechten op eengezins- of gemeenschappelijke woningen die voldoen aan door de Regering gestelde technische en economische normen;3. de aankoop van de nodige gronden met het oog op een harmonische ontwikkeling van het woonklimaat, de wederafstand aan de erkende openbare huisvestingsmaatschappijen, de verkoop per perceel of de toekenning van zakelijke rechten erop, desnoods door de begunstigden verplichtingen op te leggen voor het behoud van het uitzicht en van de functionele inrichting van de groepen;4. het aansporen van de openbare huisvestingsmaatschappijen tot het nemen van initiatieven in die zin, het coördineren en het bevorderen van initiatieven die met andere partners uit de openbare en de privé-sector worden gevoerd;5. de toekenning van hypotheekleningen aan natuurlijke personen voor de aankoop, de bouw, de herstructurering of de renovatie van woningen, of voor de terugbetaling van hypotheekschulden, en de financiering van levensverzekeringspremies die dienen om leners te dekken;6. de verlening van de in artikelen 54 tot 77 bedoelde tegemoetkomingen aan de openbare huisvestingsmaatschappijen. § 3. De "Société" verleent de openbare huisvestingsmaatschappijen, de plaatselijke besturen en de autonome gemeentebedrijven technische en financiële steun.
De "Société" kan de openbare huisvestingsmaatschappijen ertoe machtigen overeenkomsten te sluiten met elk plaatselijk bestuur of …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.