← België

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houden

Kort samengevat

Dit besluit wijzigt de regels voor de verhuur van woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of door openbare vastgoedmaatschappijen. Het definieert belangrijke termen en principes die van toepassing zijn op sociale woningen, woningen voor bescheiden inkomens en woningen voor middeninkomens.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
22 SEPTEMBER 2016. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996 houdende de regeling van de verhuur van woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij of door de openbare vastgoedmaatschappijen De Brusselse Hoofdstedelijke Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en in het bijzonder artikel 20; Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen en in het bijzonder artikel 8; Gelet op de Ordonnantie van 17 juli 2003 houdende Brusselse Huisvestingscode, gewijzigd voor de laatste keer door de ordonnantie van 8 mei 2014, en in het bijzonder artikelen 2, § 2, 67, 9° en 138 en volgende; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 25 februari 2016; Gelet op het akkoord van de minister van Begroting, gegeven op 14 april 2016; Gelet op het advies van de Adviesraad voor Huisvesting, uitgebracht op 20 mei 2016; Gelet op het advies van de BGHM, uigebracht op 26 april 2016; Gelet op de adviesaanvraag binnen 30 dagen, die op 20 juli 2016 bij de Raad van State is ingediend, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat het advies niet is meegedeeld binnen die termijn; Gelet op artikel 84, § 4, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de `gendertest' uitgevoerd in toepassing van artikel 3, 2° van de ordonnantie van 29 maart 2012 houdende integratie van de genderdimensie in de beleidslijnen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest; Op voordracht van de minister die bevoegd is voor Huisvesting; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.De titels I tot IV en de artikelen 1 tot 42 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 1996, zoals gewijzigd door de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 maart 1997, 9 december 1999, 20 september 2001, 19 februari 2004, 6 maart 2008, 10 mei 2012, 13 december 2012, 6 november 2014 en 17 september 2015, worden vervangen door de volgende hoofdstukken en artikelen "HOOFDSTUK I. - Algemene regels en definities Artikel 1.Dit besluit is toepasbaar op de verhuur van woningen die beheerd worden door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en de openbare vastgoedmaatschappijen. Het is niet toepasbaar op de verhuur van gebouwen of gedeelten ervan die bestemd zijn voor hetzij commercieel gebruik, hetzij een openbare dienst, hetzij woningen beschouwd als dienstwoning. Het is ook niet van toepassing op de verhuur van garages. Art. 2.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit bedoelt men met : 1° Minister : de minister of de staatssecretaris tot wiens bevoegdheid huisvesting behoort;2° Maatschappij : de openbare vastgoedmaatschappij met zetel in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij zelf, voor de woningen die haar toebehoren;3° Woning : het individuele huis of het appartement dat ingericht is om bewoond te worden door een gezin, met inbegrip van de tuin en de aanhorigheden indien die aanpalend zijn;4° Ongezonde woning : de woning die onbewoonbaar verklaard is of als ongezond erkend is, die niet verbeterbaar of die bestemd is om afgebroken te worden overeenkomstig de ordonnantie;5° Aangepaste woning : de woning die ontworpen is voor een bepaald type gezin, conform de in artikel 3 van dit besluit opgestelde normen;6° Gezin : de persoon die alleen woont of de personen die dezelfde woning delen, zelfs indien zij niet in de betrokken woning zijn gedomicilieerd;7° Huurder : de persoon of de personen die een gezin vormen of er deel van uitmaken en die een huurcontract met de maatschappij afsluiten;8° Kandidaat-huurder : de persoon of de personen die een aanvraag indienen met het oog op het huren van een woning van de maatschappij;9° Erkende gehandicapte persoon : de persoon erkend als gehandicapte overeenkomstig artikel 135, eerste lid, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen.Bovendien wordt de persoon die voor meer dan 66 % als gehandicapte door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid op basis van feiten opgetreden na de leeftijd van 65 erkend is, als erkende gehandicapte persoon beschouwd voor de toepassing van de artikelen 3, 2°, 8, § 2,4°, 31, 66 en 83; 10° Kind ten laste : - het kind dat onder de aansprakelijkheid van een van de gezinsleden valt die tevens de rechthebbende op kinderbijslag is; - het kind voor wie geen enkel gezinslid een dergelijke toelage ontvangt, maar van wie de minister vindt dat het inderdaad ten laste is van een gezinslid, wanneer er wordt bewezen dat het kind geen inkomsten of lage inkomsten genoot en voor zover het feitelijk met de huurder samenleeft; - het kind erkend als gehandicapte wordt geteld als twee kinderen ten laste; 11° Inkomsten : de netto-inkomsten uit onroerende of roerende goederen en het netto belastbaar bedrag van de inkomsten uit beroepsbezigheden voor elke aftrek, verhoogd of verminderd met de uitkeringen voor onderhoud die ontvangen of betaald zijn en de aftrekken verricht voor kinderopvang zoals bepaald in het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992.De betrokken inkomsten worden vastgesteld op basis van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van het land waar ze worden belast. De studiebeurzen toegekend aan gezinsleden die niet de hoedanigheid bezitten van kinderen ten laste, worden eveneens als inkomsten beschouwd. Worden eveneens als inkomsten beschouwd, het leefloon en de toelagen voor gehandicapte; De volgende toelagen worden beschouwd als toelagen voor gehandicapten : - De inkomensvervangende tegemoetkoming in de zin van de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten; - het bedrag dat hieraan gelijk is in de zin van artikel 28 van de wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/02/1987 pub. 18/10/2004 numac 2004000528 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling sluiten voor de gehandicapten aan wie een tegemoetkoming werd toegekend die voor 1 januari 1975 is ingegaan of de gewone of bijzondere toelage bepaald door de wet van 27 juni 1989 voor de gehandicapten aan wie een gewone toelage werd toegekend die na 31 december 1974 maar vóór 1 juli 1987 is ingegaan; 12° Gezinsinkomens : de samengestelde inkomsten van alle gezinsleden, met uitzondering van die van de kinderen ten laste;13° Referentie-inkomen : het bedrag van de inkomen vastgesteld in dit besluit en bestemd om de berekening van de reële huurprijs mogelijk te maken;14° Referentiejaar : het voorlaatste jaar dat het jaar vóór dat van het van kracht worden van de berekening van de huurprijs voorafgaat;15° Kostprijs : de boekhoudkundige kostprijs die het geheel van de uitgaven, gedragen door de maatschappij voor het verwerven, het bouwen, het renoveren en het aanpassen van de woning, vertegenwoordigt.Deze kostprijs moet door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij goedgekeurd worden; 16° Geactualiseerde kostprijs : de kostprijs van de woning die jaarlijks aangepast wordt op 1 januari volgens de gezondheidsindex;17° Basishuurprijs : het jaarlijks bedrag, berekend op basis van een percentage van de geactualiseerde kostprijs van de sociale woning en vastgesteld binnen de bij dit besluit bepaalde perken;18° Reële huurprijs : de som die jaarlijks door de huurder moet worden betaald en die vastgesteld is overeenkomstig de bepalingen van dit besluit;19° Solidariteitsbijdrage : het bedrag, betaald door de huurders van een sociale woning van wie de inkomsten hoger zijn dan de toelatingsinkomens van toepassing op hun gezin dat gevoegd wordt bij de reële huurprijs zoals vastgesteld overeenkomstig dit besluit;20° Register : het register waarin de kandidaat-huurders door de openbare vastgoedmaatschappij worden ingeschreven.Dit kan geïnformatiseerd beheerd worden; 21° Ordonnantie : de ordonnantie van 17 juli 2003 houdende de Brusselse Huisvestingscode;22° Specifieke sociale vermindering : de specifieke huurvermindering toegekend, na akkoord van de sociaal afgevaardigde, door de raad van bestuur van de openbare vastgoedmaatschappij omwille van de buitengewone moeilijke toestand van de huurder van een sociale woning;23° Toelatingsinkomens : de maximuminkomsten bedragen bepaald bij dit besluit die de kandidaat-huurders mogen genieten naargelang de samenstelling van hun gezin en in functie van het type van woning waarvoor ze een aanvraag indienden;24° Bovenmatige woning : sociale woning met minstens twee slaapkamers meer dan wat de norm, bepaald bij artikel 3 van dit besluit, voorschrijft;25° Gewestelijke referentie : de identificatiecode van de kandidaat-huurder bestaande uit het identificatienummer van de maatschappij van inschrijving en een volgnummer in de gewestelijke gegevensbank;26° Referentiemaatschappij : de maatschappij waartoe de aanvrager van een woning zich richt om zich in te schrijven als kandidaat-huurder van de maatschappij en desgewenst van andere maatschappijen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;27° Tweedelijnsmaatschappij : de maatschappij waarbij de kandidaat-huurder zich inschrijft via de referentiemaatschappij;28° Coöperatieve huurdersmaatschappij : maatschappij waarin de woningen uitsluitend worden toegekend aan de eigen coöperanten of aan kandidaat-huurders die zich ertoe verbonden hebben in te schrijven op aandelen van de maatschappij;29° Schrapping : operatie die erin bestaat een kandidatuur voor een woning bij alle hierbij betrokken maatschappijen in te trekken;30° Verwerping : operatie die erin bestaat om een kandidatuur voor een woning in een maatschappij op te heffen.In het geval dat de maatschappij die tot de verwerping overgaat, de referentiemaatschappij van de kandidaat-huurder is, brengt deze verwerping de schrapping van de kandidatuur met zich; 31° Passiefwoning : individuele woning : - met een totaal primair energieverbruik voor verwarming, sanitair warm water en elektrische hulpapparaten kleiner dan 45 kWu per m² en per jaar; - met een luchtdichtheid bij een drukverschil van 50 Pa kleiner dan 0.6 per uur; - een netto energiebehoefte voor verwarming kleiner dan 15 kWu per m² et per jaar; - met een temperatuur van oververhitting die elk jaar slechts gedurende 5 % van de tijd boven 25° C mag uitstijgen; - en die als dusdanig wordt erkend door één of meerdere van de bevoegde organismen die door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij als dusdanig werden geïdentificeerd; 32° Zeer lage energiewoning : individuele woning met : - een netto energiebehoefte voor verwarming kleiner dan 30 kWu per m² et per jaar; - met een totaal primair energieverbruik voor verwarming, sanitair warm water en elektrische hulpapparaten kleiner dan 95 kWu per m² en per jaar; - en die als dusdanig wordt erkend door één of meerdere van de bevoegde organismen die door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij als dusdanig werden geïdentificeerd; 33° Lage energiewoning : individuele woning met : - een netto energiebehoefte voor verwarming kleiner dan 60 kWu per m² et per jaar; - met een totaal primair energieverbruik voor verwarming, sanitair warm water en elektrische hulpapparaten kleiner dan 150 kWu per m² en per jaar; - en die als dusdanig wordt erkend door één of meerdere van de bevoegde organismen die door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij als dusdanig werden geïdentificeerd; 34° Energieprestaties van een gebouw : de hoeveelheid energie die effectief wordt verbruikt of nodig geacht wordt om te voldoen aan de verschillende behoeften bij een standaard gebruik van het gebouw;35° Ondermatige woning : sociale woning die beschikt over een aantal kamers dat lager ligt in vergelijking met wat de norm, bepaald in artikel 3 van dit besluit, voorschrijft;36° Patrimoniumoverdracht : elke willekeurige juridische handeling tussen openbare vastgoedmaatschappijen die de overheveling van sociale woningen, bescheiden woningen en/of woningen voor middeninkomens van de ene openbare vastgoedmaatschappij naar een andere ten uitvoer wil brengen;37° Sociale huurwoning : de woning die aangekocht is, in erfpacht genomen is of waarvoor een recht van opstal bestaat, gebouwd of verbouwd door een maatschappij en die bestemd is voor het huisvesten van huurders, die aan de voorwaarden in artikel 31 van dit besluit beantwoorden;38° Huurwoning voor bescheiden inkomens : de woning die aangekocht is, in erfpacht genomen is of waarvoor een recht van opstal bestaat, gebouwd of verbouwd door een maatschappij en die bestemd is voor het huisvesten van huurders, die aan de voorwaarden in artikel 66 van dit besluit beantwoorden;39° Huurwoning voor middeninkomens : de woning die aangekocht is, in erfpacht genomen is of waarvoor een recht van opstal bestaat, gebouwd of verbouwd door een maatschappij en die bestemd is voor het huisvesten van huurders, die aan de voorwaarden in artikel 83 van dit besluit beantwoorden. Art. 2bis.De gedane verwijzing naar de generische term "woning" in dit besluit, zonder dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen sociale woning, woning voor bescheiden inkomens of woning voor middeninkomens beoogt zowel de sociale woning als de woning voor bescheiden inkomens en die voor middeninkomens. HOOFDSTUK II. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de sociale woningen, woningen voor bescheiden inkomens en woningen voor middeninkomens die door de maatschappijen verhuurd worden Afdeling 1. - Aangepaste woning Art. 3.Om beschouwd te worden als geschikt voor verhuur moet de woning in functie van de gezinssamenstelling, het volgende aantal slaapkamers bevatten : 1° een slaapkamer per alleenstaande persoon, per gehuwd of samenwonend koppel.De flats en studio's zijn ook geschikt voor een alleenstaande persoon of een koppel; 2° twee slaapkamers voor een gehuwd of samenwonend koppel waarvan een van de leden een persoon erkend als gehandicapt is voor zover de kandidaat-huurder hierom verzocht heeft;3° een bijkomende slaapkamer per kind : voor twee kinderen van hetzelfde geslacht die jonger zijn dan 15 jaar of twee kinderen van verschillend geslacht die beide jonger zijn dan 12 jaar, volstaat echter één kamer op voorwaarde dat de kamer een oppervlakte van minstens 6 m² heeft, voor zover geen van deze kinderen als gehandicapt zijn erkend;4° een bijkomende slaapkamer voor de meerderjarige persoon die of het koppel dat van het gezin deel uitmaakt;5° twee slaapkamers voor een koppel zonder kinderen waarvan beide leden jonger dan 35 jaar zijn voor zover de kandidaat-huurder hierom verzocht heeft. Voor de toepassing van dit besluit wordt de woning als aangepast beschouwd wanneer op 1 januari 2016 de woning volgens de van kracht zijnde normen vóór 1 januari 2015 als aangepast beschouwd werd en in zover deze normen verder nageleefd worden. Bij de toekenning van de woningen kan de maatschappij na akkoord van de sociaal afgevaardigde afwijken van de hierboven vastgestelde normen ten voordele van de kandidaat-huurder die hierom verzocht heeft. De hier gestelde normen zijn niet van toepassing op een huurcontract bij rehabilitatie, afgesloten vóór de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad of afgesloten conform het model van bijlage 5 bij dit besluit. De weigering van een aangepaste woning voorzien van een gelijkaardig comfort, gelegen in dezelfde gemeente of in een straal van 5 kilometer en die in navolging van een door een huurder ingediende mutatie-aanvraag het voorwerp uitmaakt van een voorstel tot toewijzing dat wordt uitgebracht krachtens artikel 7 van dit besluit (en die de maatschappij verplicht moet voorstellen binnen de grenzen van de haar ter beschikking staande mogelijkheden), kan ertoe leiden dat de maatschappij de huurovereenkomst beëindigt middels een opzegtermijn van zes maanden met ingang op de eerste dag van de maand volgend op deze waarin er kennis werd gegeven van de opzeg, voor zover de nieuwe huurprijs niet 15 % hoger ligt dan de oude huurprijs. Afdeling 2. - Register Art. 4.§ 1. De maatschappijen worden belast met de uitvoering van de bepalingen van dit besluit betreffende de inschrijving van kandidaat-huurders en de toewijzing van woningen. § 2. De maatschappijen mogen enkel de gegevens verzamelen die strikt noodzakelijk zijn voor de toepassing van de bepalingen in dit besluit. Gegevens ter aanvulling van deze bedoeld in § 3, tweede lid, mogen zij slechts verzamelen mits de sociaal afgevaardigde hiermee instemt. § 3. Al de registers van kandidaat-huurders van de maatschappijen worden gehergroepeerd in een gewestelijke gegevensbank beheerd door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij om de overdracht van informatie tussen de maatschappijen onderling te bevorderen. De Minister stelt vast welke gegevens over de kandidaat-huurders door de referentiemaatschappijen moeten verzameld worden en die vervolgens via de gewestelijke gegevensbank overgeheveld moeten worden naar de tweedelijnsmaatschappijen betrokken bij de aanvraag en welke structuur de fiches moeten hebben waarop de gegevens worden verzameld. De gegevens betreffende het nationaal nummer van de meerderjarige gezinsleden die niet de hoedanigheid bezitten van kind ten laste, de gewestelijke referentie en het nummer van de kandidaat-huurder in de referentiemaatschappij en de categorie(ën) van woningen waarvoor ze ingeschreven worden, worden aan de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij en aan al de openbare vastgoedmaatschappijen meegedeeld, teneinde dubbele inschrijvingen te vermijden. § 4. Wanneer de gegevens met betrekking tot de kandidaat-huurders naar de gewestelijke gegevensbank worden overgeheveld, worden zij hiervan op de hoogte gesteld. Er mogen geen andere individuele inlichtingen over de kandidaat-huurders worden doorgegeven zonder hun voorafgaande schriftelijke toestemming. § 5. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij kan over kandidaat-huurders al de gedepersonaliseerde inlichtingen verzamelen geconsolideerd op het niveau van elk van de maatschappijen en van de gemeenten of van het Gewest. Het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, de Regering en de adviesraad voor huisvesting krijgen toegang tot deze gedepersonaliseerde informatie. Zij kan worden meegedeeld aan derden mits de Regering en de Raad van Bestuur van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij hiermee instemmen. Afdeling 3. - De kandidaturen Art. 5.§ 1. De kandidatuur voor het huren van een woning beheerd door een maatschappij wordt ingediend middels een origineel exemplaar van het formulier van huuraanvraag voor de betreffende woningcategorie (sociaal, voor bescheiden inkomens of voor middeninkomens). Deze formulieren worden opgesteld door de Minister en de exemplaren ervan worden aangemaakt door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij. Het wordt door alle maatschappijen op eenvoudige aanvraag gratis opgestuurd of overhandigd aan de personen die erom verzoeken. De maatschappijen kunnen de verspreiding van deze exemplaren toevertrouwen aan derden, op de wijze die zij zelf bepalen en na goedkeuring door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij. Dit formulier moet behoorlijk ingevuld en ondertekend worden door de kandidaat-huurder, door de persoon met wie hij/zij gehuwd is of feitelijk samenwoont, evenals door de andere meerderjarige gezinsleden. De kandidatuur wordt per aangetekende brief aan de zetel van de maatschappij gericht, of wordt er afgegeven tegen een bericht van ontvangst. De poststempel of de datum van ontvangst geldt als datum waarop de aanvraag is ingediend. § 2. De maatschappij mag geen enkele kandidatuur weigeren die door middel van het in § 1 bedoelde formulier wordt ingediend door een kandidaat die heeft bewezen dat hij de bij artikelen 31, 66 of 83 bepaalde voorwaarden vervult, voor zover die voorwaarden op hem van toepassing zijn. Het aanslagbiljet of bij gebreke hiervan, elk ander bewijsstuk, geldt als bewijs voor de in artikelen 31, 66 en 83 bedoelde inkomens. Om zich over de ontvankelijkheid van een kandidatuur te kunnen uitspreken, moet de maatschappij in het bezit zijn van alle stukken die het formulier bedoeld in de 1e paragraaf dienen aan te vullen en waarvan de lijst is opgesteld door de Minister, met uitsluiting van enig ander document. § 2bis. De kandidaat-huurder kiest een referentiemaatschappij die zijn dossier beheert. De kandidaat-huurder kan tevens één of meerdere andere maatschappijen kiezen waarbij hij zich in tweede lijn wil laten inschrijven. De kandidaat kwijt zich rechtstreeks bij de referentiemaatschappij van alle formaliteiten qua inschrijving, wijziging en vernieuwing van zijn kandidatuur. Als de aanvraag voor een woning bij de referentiemaatschappij wordt opgezegd of geschrapt, dan geldt dit voor alle maatschappijen betrokken bij die aanvraag, behoudens in geval van overmacht die de verandering van referentiemaatschappij rechtvaardigt, en na akkoord van de sociaal afgevaardigde van de initieel gekozen referentiemaatschappij. § 2ter. In geval van overheveling van het totale patrimonium van een maatschappij naar een andere, behoudt de kandidaat-huurder zijn referentiemaatschappij zoals bepaald in artikel 5 § 2, van dit besluit, onverminderd de toepassing van § 2bis van hetzelfde artikel. Onverminderd de mogelijkheid om van referentiemaatschappij te veranderen zoals bepaald in artikel 5, § 2bis van dit besluit, heeft de kandidaat-huurder die, ingevolge de overheveling van het patrimonium van zijn referentiemaatschappij naar andere maatschappijen die een impact op de keuze van zijn referentiemaatschappij heeft, binnen een termijn van twee maanden vanaf de verzending van de aanvraag de mogelijkheid om een nieuwe referentiemaatschappij te kiezen volgens de procedure vastgelegd door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij. Bij afwezigheid van een antwoord binnen deze termijn krijgt de betrokken kandidaat-huurder van rechtswege als nieuwe referentiemaatschappij die toegewezen die het grootste deel van het overgehevelde vastgoedpatrimonium op zich neemt. § 3. De referentiemaatschappij beschikt over een termijn van vijftig dagen om zich uit te spreken over de ontvankelijkheid van een kandidatuur, te rekenen vanaf het versturen van het aangetekend schrijven of vanaf de datum van inontvangstneming van het formulier bedoeld in paragraaf 1. Indien het formulier onvolledig is of niet ondertekend op de daarvoor voorziene plaatsen of niet vergezeld is van alle vereiste bijlagen, beschikt de kandidaat-huurder over een termijn van vijftien dagen, op straffe van onontvankelijkheid van de kandidatuur, om te antwoorden op ieder verzoek om bijkomende inlichtingen vanwege de referentiemaatschappij. De termijnen bepaald in art. 5, § 3, worden verlengd met deze termijn van 15 dagen. Zodra het dossier volledig is, meldt de maatschappij dit aan de sociaal afgevaardigde aangesteld door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij, die over een termijn beschikt van vijfentwintig dagen om het te valideren. Zodra de sociaal afgevaardigde de kandidatuur gevalideerd heeft, bevestigt de referentiemaatschappij voor zichzelf en voor de tweedelijnsmaatschappijen dat zij de aanvraag ontvangen heeft middels een schrijven per post, opgesteld in de taal van de aanvraag. Een steekkaart uit het register, waarvan het model door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij is goedgekeurd, wordt bij het ontvangstbewijs gevoegd. Op de steekkaart staat de aanvangsdatum van de kandidatuur vermeld, welke overeenstemt met de datum waarop de kandidatuur door de maatschappij is ontvangen. De kandidaat-huurder moet uiterlijk vijfenzeventig dagen na het indienen of het versturen van het formulier geïnformeerd worden over het gevolg dat aan zijn aanvraag wordt gegeven. De verwerping van de kandidatuur wordt gemotiveerd. Door zijn kandidatuur in te dienen, verleent de kandidaat-huurder de maatschappijen de toestemming om van de bevoegde overheidsdiensten alle documenten te verkrijgen met betrekking tot de elementen die nodig zijn om zijn dossier te controleren als kandidaat en huurder. De kandidaat-huurder wordt over deze toestemming ingelicht. § 3bis. De tweedelijnsmaatschappij beschikt over een maand te rekenen vanaf het ogenblik waarop de kandidaat-huurder het bericht ontvangt dat zijn aanvraag door de referentiemaatschappij werd aanvaard, om deze kandidatuur te weigeren. Na het verstrijken van deze termijn wordt de kandidatuur verondersteld te zijn aanvaard. De enige geldige redenen voor een weigering zijn het niet in acht nemen van de voorwaarden bepaald in artikel 5bis, §§ 1 tot 6 en in artikel 31, 66 of 83 van dit besluit naargelang de categorie waarvoor de aanvrager ingeschreven is. De verwerping van de kandidatuur door een tweedelijnsmaatschappij dient te worden gemotiveerd en per aangetekend schrijven aan de betrokkene betekend. § 3ter. De sociaal afgevaardigde heeft toegang tot de gegevens van het in artikel 2, 20°, van dit besluit bedoelde register, teneinde de controletaken te kunnen uitoefenen die hem door de artikelen 63 en volgende van de ordonnantie worden toegekend, evenals de in § 3 van dit artikel bepaalde opdracht inzake de validatie van de voornoemde gegevens § 4. De wijze waarop het register wordt beheerd en gecontroleerd, en waarop de kandidaturen in de referentiemaatschappijen en de tweedelijnsmaatschappijen worden gearchiveerd, wordt door de Minister vastgesteld. § 5. Elke valse verklaring bedoeld om het niet in acht nemen van de toelatingsvoorwaarden bepaald in artikelen 5bis en 31, 66 of 83, naargelang van de categorie waarvoor de aanvrager ingeschreven is, te verhullen of om onrechtmatig te genieten van de voorkeurrechten bepaald in de artikelen 7 en 8, leidt tot schrapping van de aanvraag voor een woning. De geschrapte kandidaat mag zich, gedurende een termijn van zes maanden, niet opnieuw bij een maatschappij inschrijven. Indien reeds een woning werd toegekend, dan kan een einde worden gesteld aan de huurovereenkomst middels een opzeggingstermijn van zes maanden. Art. 5bis.§ 1. De kandidaat-huurder of een van de leden van zijn gezin mogen geen onroerend goed bezitten, in volle eigendom, in erfpacht of in vruchtgebruik, dat bestemd is als woning of dat voor beroepsdoeleinden gebruikt wordt. De maatschappij kan voor individuele gevallen en in bijzondere omstandigheden van deze bepaling afwijken op basis van een gemotiveerde beslissing genomen op advies van de sociaal afgevaardigde. In geval van onjuiste aangifte wordt de woningaanvraag nietig verklaard en indien een woning reeds toegewezen werd, zal middels een opzeg van 6 maanden, een einde aan de huurovereenkomst gesteld worden. De standaardhuurovereenkomsten omvatten een clausule in die zin. § 2. Om toegelaten te worden om een sociale woning, een woning voor bescheiden inkomens of een woning voor middeninkomens te huren, moet de kandidaat-huurder er zich toe verbinden om de standaardhuurovereenkomst van toepassing op zijn situatie en bij dit besluit gevoegd of de rehabilitatiehuurovereenkomst, zoals bedoeld in bijlage 5 van dit besluit, te ondertekenen. Bovendien moet hij zich er, in voorkomend geval, toe verbinden de statuten van de maatschappij bij de definitieve toewijzing van een woning na te leven. § 3. De standaardhuurovereenkomsten bevatten een clausule die bepaalt dat de maatschappij geen einde aan de huurovereenkomst kan stellen zonder een gemotiveerde voorafgaande kennisgeving. Er moet in die contracten ook vermeld worden dat de overeenkomst een einde neemt, middels een opzeg van 6 maanden, indien de huurder of een gezinslid volle eigenaar van een onroerend goed wordt, het in erfpacht neemt of er vruchtgebruiker van wordt en het onroerend goed bestemd wordt als woning of wordt gebruikt voor beroepsdoeleinden, waarvan voor de huurovereenkomsten afgesloten vóór 1 januari 2002, het kadastraal inkomen hoger is dan 250,00 euro, behalve indien de huurder de toelating van de maatschappij krijgt om in zijn woning te blijven overeenkomstig dezelfde toepassingsregels als die vastgelegd in artikel 4, § 1. § 4. De kandidaat-huurder die een aanvraag indient bij een maatschappij waar hij eerder huurder van een sociale woning, een woning voor bescheiden inkomens of een woning voor middeninkomens was, moet al zijn voorafgaande verplichtingen ten opzichte van deze maatschappij qua geregelde betaling van de huurprijs en van de huurlasten en waardig gebruik van de ruimten vervuld hebben, anders kan zijn kandidatuur onontvankelijk geacht worden. De behoorlijk gemotiveerde beslissing tot verwerping van de kandidatuur wordt genomen op advies van de sociaal afgevaardigde en per aangetekend schrijven aan de betrokkene bekendgemaakt. § 5. Iedere persoon mag slechts deel uitmaken van één enkel kandidaat-huurdersgezin. § 6. Minstens een van de gezinsleden dat niet de hoedanigheid van kind ten laste bezit, is in het bevolkings- of vreemdelingenregister van een gemeente in België ingeschreven. Indien de kandidaat-huurder aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde niet kan voldoen, dan kan hij aan de referentiemaatschappij van zijn keuze zijn intentie meedelen om achteraf een aanvraag voor een sociale woning bij haar voor de maatschappijen van zijn keuze in te dienen, als minstens één van de gezinsleden, dat niet de hoedanigheid van kind ten laste bezit, hetzij : - in het bezit is van een attest van immatriculatie; - een bevel gekregen heeft het grondgebied te verlaten dat hetzij niet vervallen, hetzij verlengd is; - in het bezit zijn van een bijlage 35 afgeleverd krachtens de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; - in het bezit is van een nog niet vervallen aankomstverklaring, zoals bedoeld in bijlage 3 afgeleverd krachtens de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; - het bewijs kan voorleggen dat bij de Raad van State een beroep werd ingesteld tegen een maatregel tot verwijdering van het grondgebied, genomen op grond van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. De datum van deze verklaring zal als datum van indiening van de kandidatuur voor de sociale woning, een woning voor bescheiden inkomens of een woning voor middeninkomens dienen voor de berekening van de in artikel 8, § 4 voorziene voorkeurrechten op het ogenblik waarop de betrokkene zich in een toestand bevindt op grond waarvan hij zich kan inschrijven. Op straffe van nietigheid van deze verklaring dient het gezin ze op eigen initiatief elke twee jaar te hernieuwen en de referentiemaatschappij op de hoogte te stellen van elke adreswijziging binnen de twee maanden van de wijziging. Art. 6.§ 1. De kandidaat-huurder moet de referentiemaatschappij verwittigen omtrent elke wijziging van woonplaats en iedere wijziging in de samenstelling van het gezin binnen twee maanden na deze wijziging of verandering. Het niet naleven van deze procedure kan leiden tot schrapping uit het register. § 2. Om de twee jaar, vanaf 2016, de even jaren, in de loop van het eerste kwartaal, vraagt de referentiemaatschappj de kandidaat-huurder om zijn kandidatuur schriftelijk te bevestigen middels het document opgesteld door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij. De kandidaat-huurder is verplicht de maatschappij in zijn antwoord op de hoogte te stellen van iedere wijziging die is opgetreden sedert zijn initiële inschrijving of de vorige vernieuwing ervan, met de vereiste documenten als bewijs. De kandidaturen die binnen drie maanden na de aanvraag om bevestiging onbevestigd blijven, worden uit het register geschrapt. Op ieder ogenblik kan de kandidaat het aantal gemeenten en/of maatschappijen waar hij een woning wenst uitbreiden. De datum van inwerkingtreding van elke uitbreiding van de keuze van gemeentes en/of van maatschappijen is de datum van inwerkingtreding van de oorspronkelijke kandidatuur als bedoeld in artikel 5, § 3, lid 2 van dit besluit. Hij kan voorafgaand aan de toepassing van de in artikel 10 van dit besluit bedoelde bepalingen dit aantal ook verkleinen. § 3. De kandidatuur wordt uit het register geschrapt indien zij niet meer voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 5bis §§ 1 tot 6 in functie van de woningcategorie waarvoor de aanvrager ingeschreven is. § 4. Iedere beslissing tot schrapping wordt behoorlijk gemotiveerd en gedateerd aan de kandidaat-huurder meegedeeld binnen de dertig werkdagen bij een ter post aangetekende brief. Overeenkomstig artikel 76 van de ordonnantie kan de kandidaat binnen de zes maanden volgend op de dag van verzending van de aangetekende brief een klacht indienen bij de OVM tegen deze beslissing. De OVM kan op eider ogenblik, mits akkoord van de sociaal afgevaardigde, van de schrapping van de kandidaat-huurder afstand doen. De geschrapte kandidaat mag zich, gedurende een termijn van zes maanden, niet opnieuw bij een maatschappij inschrijven. Afdeling 4. - Voorkeurregels Art. 7.Onverminderd de toepassing van artikel 9 en de herhuisvesting van huurders van woningen die gerenoveerd zullen worden, is de maatschappij ertoe gehouden om, wanneer een of meerdere van haar woningen beschikbaar zijn voor verhuur, ze toe te wijzen op basis van een jaarlijks percentage dat ter advies voorgelegd wordt aan de sociaal afgevaardigde en vervolgens door de Regering gevalideerd wordt : - met voorrang aan haar huurders van bovenmatige woningen; - nadien, aan haar huurders van ondermatige woningen in zover ze er de aanvraag voor ingediend hebben overeenkomstig wat bepaald is in de volgende leden van dit artikel; - tot slot voor de huurders van woningen met een kamer te veel. Elke huurder kan een aanvraag tot mutatie indienen voor zover hij, voor de woning die hij bewoont, gebonden is door een huurcontract dat hij minstens sinds twee jaar heeft afgesloten met de maatschappij en waarvan hij de verplichtingen heeft vervuld met betrekking tot de staat van de gehuurde ruimten, de regelmatige betaling van de huurprijs en van de huurlasten. De maatschappij kan niettemin van de in het voorgaande lid opgesomde voorwaarden afwijken, meer bepaald wanneer de aanvraag betrekking heeft op een woning waarvan de huurprijs lager is dan die van de oorspronkelijke woning. Hoe dan ook vindt de woningmutatie binnen dezelfde woningcategorie (sociaal, voor bescheiden inkomens of voor gemiddelde inkomens) plaats. Art. 8.§ 1. De kandidaat die hetzij bij ongezondheidsbesluit genomen door de burgemeester in toepassing van artikel 135 van de gemeentewet, hetzij door een beslissing van de Gewestelijke Inspectiedienst, opgericht door de ordonnantie, verplicht wordt zijn woning te verlaten, geniet vijf voorkeurrechten. § 2. De hierna omschreven kandidaat geniet twee voorkeurrechten : 1° De persoon van wie de huurovereenkomst vroegtijdig werd opgezegd door de verhuurder zonder dat deze vroegtijdige verbreking voortvloeide uit een fout van de huurder.Dit voorkeurrecht wordt pas toegekend als de opzegging conform is aan de wetsvoorschriften of, bij ontstentenis, indien de kandidaat bewijst dat hij stappen ondernomen heeft om ze met de wetsvoorschriften in overeenstemming te brengen; 2° Het slachtoffer van een geval van overmacht, natuurlijke of sociale ramp die het onvoorziene verlies van de betrokken woning tot gevolg heeft;3° Het gezin bestaande uit een of meerdere kinderen ten laste en slechts een enkele persoon die deze hoedanigheid niet bezit;4° Het gezin dat minstens een persoon erkend als gehandicapte telt;5° De persoon die een woning verlaat die het behoud van de gezinseenheid in gevaar brengt;6° De huurder die sedert tenminste twee jaar een onaangepaste woning van een maatschappij betrekt, als deze niet is kunnen ingaan op zijn aanvraag tot mutatie na het verstrijken van een termijn van twaalf maanden ingaand op de datum van indiening van de aanvraag of als er geen hiertoe aangepaste woning tot haar patrimonium behoort.Deze bepaling mag evenwel niet worden toegepast indien blijkt dat de niet-toekenning het gevolg is van een schrapping of van het feit dat de verplichtingen voortvloeiend uit de huurovereenkomst niet werden nageleefd. § 3. De hierna omschreven kandidaat geniet van een voorkeurrecht : 1° per persoon, ouder dan 60 jaar, die deel uitmaakt van het gezin;2° per krijgsgevangene, oorlogsinvalide of weduwnaar (weduwe) van een krijgsgevangene of oorlogsinvalide, die deel uitmaakt van het gezin;3° het gezin dat één of meerdere kinderen van maximum zes jaar ten laste heeft die aangetast zijn door klinisch vastgestelde loodvergiftiging en waarvoor de hoofdoorzaak de aanwezigheid van oude verf- of loodschilfertjes in de huidige woning is;4° het gezin dat minstens één persoon jonger dan vijfendertig jaar telt - dat geen kind ten laste is - en ten minste twee kinderen ten laste heeft;5° de persoon die geniet van een huurtoelage van het Gewest in het kader van de geldende wetgeving ter zake en van wie het recht hierop binnenkort zal vervallen. § 4 Elk gezin dat kandidaat-huurder is, geniet bovendien op de eerste verjaardag van de datum van inwerkingtreding van zijn oorspronkelijke kandidatuur bij zijn referentiemaatschappij één voorkeurrecht en per daaropvolgend jaar telkens twee voorkeurrechten. § 5. Onverminderd de toepassing van de artikelen 7, 9 en 12, wordt de aangepaste woning toegewezen aan de kandidaat-huurder die het grootste aantal voorkeurrechten heeft. Hebben meerdere kandidaat-huurders eenzelfde aantal voorkeurrechten, dan wordt de voorkeur gegeven aan diegene met de oudste inschrijving in het register bedoeld in het artikel 5, § 4. § 6. De Minister verduidelijkt de situaties die recht kunnen geven op deze voorkeurrechten evenals de voor te leggen documenten ter staving ervan. Art. 9.Elke kandidaat-huurder of huurder die vindt dat hij benadeeld is door een beslissing van de maatschappij inzake de toewijzing van een woning, kan beroep aantekenen volgens de toepassingsregels bepaald bij artikel 76 van de ordonnantie. Wanneer zijn beroep ingewilligd wordt, heeft de benadeelde kandidaat-huurder of huurder absolute voorrang bij de toewijzing van de eerste aangepaste woning binnen de woningcategorie waarvoor hij ingeschreven is die in de maatschappij vrijkomt waar hij benadeeld werd. In dit geval vermeldt de maatschappij dit in het register. De gewraakte beslissing die voortvloeit uit het feit dat bij de bedoelde maatschappij een inschrijving niet is gebeurd of dat bij een inschrijving niet alle in artikel 8 en 9 van dit besluit bepaalde voorkeurrechten in rekening werden gebracht, moet bij de referentiemaatschappij aangevochten worden binnen een termijn van zes maanden, in het eerste geval te rekenen vanaf het verstrijken van de in artikel 5 bepaalde termijn en in het tweede geval vanaf de betekening van de gewraakte beslissing. Afdeling 5. - Toekenningsprocedure van de woning Art. 10.§ 1. De kandidaat-huurder aan wie een bezoek van een aangepaste woning wordt voorgesteld, wordt van dit voorstel per aangetekende brief of met een brief tegen ontvangstbewijs verwittigd. Indien hij binnen vijf werkdagen aan deze brief geen gevolg geeft, wordt zijn kandidatuur geschrapt uit het register, tenzij hij zijn gedrag binnen vijftien dagen verantwoordt en dat deze verantwoording door de maatschappij aanvaard wordt. § 2. Ter gelegenheid van het in § 1 bedoelde bezoek moet de kandidaat-huurder bevestigen dat zijn inkomsten met betrekking tot het referentiejaar niet hoger zijn dan de maximale bedragen vermeld door dit besluit en naargelang de categorie waarvoor hij ingeschreven is en dat hij nog steeds voldoet aan de toelatingsvoorwaarde bedoeld door dit besluit in de zin dat hij geen onroerend goed bezit. Bij deze gelegenheid moet de kandidaat-huurder tevens zijn statuut bevestigen ten opzichte van de toewijzingsregels zoals vastgesteld in de artikelen 7, 8 en 9 van dit besluit. Indien zijn kandidatuur niet meer voldoet aan de hierboven vermelde toelatingsvoorwaarden, wordt deze naargelang het geval verworpen of uit het register geschrapt. § 3. De kandidaat-huurder beschikt over een termijn van drie werkdagen na het bezoek van de hem voorgestelde woning om zijn beslissing aan de maatschappij kenbaar te maken. Indien de kandidaat-huurder ervan afziet zijn beslissing na het verstrijken van de voorgeschreven termijn mede te delen, wordt zijn kandidatuur geschrapt uit het register, tenzij hij zijn gedrag binnen vijf werkdagen verantwoordt en dat deze verantwoording door de maatschappij aanvaard wordt. § 4. De kandidaat-huurder aan wie definitief een woning toegewezen wordt, moet daar bij een ter post aangetekende brief van verwittigd worden. Indien hij binnen een termijn van drie werkdagen na ontvangst geen gevolg geeft aan dit toewijzingsvoorstel of wanneer hij de toegewezen woning weigert om een reden die niet aanvaardbaar is voor de maatschappij, moet zijn kandidatuur uit de register geschrapt worden. § 5. Wanneer de maatschappij in eenzelfde brief het voorstel tot bezoek en de definitieve toewijzing onherroepelijk onder voorbehoud van de verificatie bepaald in § 2, betekent, beschikt de kandidaat over een termijn van acht werkdagen om het bewijs te leveren dat hij nog altijd voldoet aan de in § 2 bepaalde voorwaarden en om de voorgestelde woning te aanvaarden of, om een reden die aanvaardbaar is voor de maatschappij, te weigeren. Bij gebrek hieraan wordt zijn kandidatuur uit het register geschrapt behalve wanneer hij zijn houding binnen de 15 dagen verantwoordt. § 6. Wanneer het kandidaatgezin huurder wordt van een openbare vastgoedmaatschappij wordt de initiële inschrijving geschrapt in alle maatschappijen betrokken bij de aanvraag. § 7. De beslissing tot schrapping wordt behoorlijk gemotiveerd en gedateerd aan de kandidaat-huurder bij een ter post aangetekende brief binnen de dertig werkdagen betekend. Overeenkomstig artikel 76 van de ordonnantie kan de kandidaat binnen de zes maanden volgend op de dag van verzending van de aangetekende brief een klacht indienen bij de OVM tegen deze beslissing. De OVM kan op eider ogenblik, mits akkoord van de sociaal afgevaardigde, van de schrapping van de kandidaat-huurder afstand doen. De beslissing tot schrapping brengt gedurende een termijn van zes maanden het verbod voor de kandidaat met zich om zich opnieuw in een maatschappij in te schrijven. Art. 11.§ 1. Vóór de toewijzing kan de maatschappij de kandidaat oproepen per brief met een aanzegging van minstens vijftien dagen om na te gaan of diens kandidatuur nog steeds voldoet aan de toelatingsvoorwaarden van toepassing op de woningcategorie die hem voorgesteld wordt en aan de voorkeurrechten bedoeld in de artikelen 7 en 8 van dit besluit. Indien zijn kandidatuur niet meer beantwoordt aan de toelatingsvoorwaarden van toepassing op de woningcategorie waarvoor hij ingeschreven is, wordt zij geschrapt uit het register van de maatschappijen waar hij ingeschreven is. Indien de kandidaat zich niet meer op bepaalde voorkeurrechten kan beroepen, wordt zijn kandidatuur gehandhaafd in het register en wordt zijn plaats in de toewijzingslijsten herzien in functie van de berekening van de voorkeurrechten. § 2. Bij die gelegenheid kan de maatschappij de kandidaat verzoeken haar alle inlichtingen te bezorgen die noodzakelijk zijn voor de toewijzing van een woning die het best aan diens verwachtingen voldoet. Betreft het een coöperatieve huurdersmaatschappij, dan ondertekent de kandidaat, op straffe van verwerping van zijn verzoek, door de betrokken maatschappij, het handvest met de coöperatieve eigenheden, zoals het goedgekeurd werd door de minister. § 3. Indien een maatschappij gebruikmaakt van de procedure zoals vermeld onder §§ 1 en 2 dient zij dit te doen voor alle kandidaat-huurders. § 4. Indien de kandidaat-huurder geen gevolg heeft gegeven aan de oproepingsbrief stuurt de maatschappij hem per aangetekend schrijven een herinneringsbrief met een aanzegging van twee weken en waarschuwt zij hem dat dit bij ontstentenis van een antwoord binnen twee weken na het versturen van het aangetekend schrijven leidt tot verwerping van de inschrijving bij die maatschappij. § 5. De beslissing van verwerping bij de betrokken maatschappij wordt aan de kandidaat-huurder meegedeeld met vermelding van motivering en datum. Afdeling 6. - Herhuisvestingsplan Art. 12.Wanneer een OVM start met de herhuisvesting van huurders van woningen die gerehabiliteerd zullen worden in het kader van een door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij goedgekeurd investeringsplan moeten de praktische aspecten ervan worden vastgelegd in een herhuisvestingsplan dat haar ter goedkeuring moet worden voorgelegd. Het herhuisvestingsplan moet de ligging van de woningen die betrokken zijn bij de rehabilitatie, de categorie of categorieën van de betrokken woningen, de planning van de werkzaamheden, de gezinssamenstelling en het aantal betrokken gezinnen en de herhuisvestingsstrategie nader omschrijven. Het plan omvat eveneens de eventuele overeenkomsten met andere OVM die zich vertalen in een samenwerking tussen de OVM die het opgesteld heeft en een of meerdere van hen die aanvaarden om deze huurders geheel of gedeeltelijk voorrang te verlenen. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij beschikt over een termijn van vijfenveertig dagen na ontvangst van het plan om zich uit te spreken. Deze termijn kan op vraag van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij op zestig dagen gebracht worden wanneer dat verantwoord is door de noodzaak om voor het haar voorgelegde plan verduidelijkingen te bekomen of aanpassingen overeen te komen. Het plan wordt geacht goedgekeurd te zijn door de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij wanneer deze zich niet binnen de gestelde termijn uitgesproken heeft. De sociaal afgevaardigde verricht een a priori controle van elk van de toewijzingen die te maken hebben met de herhuisvesting van de betrokken gezinnen. De toewijzingen in verband met de herhuisvesting van de door dit plan betrokken sociale huurders mogen niet in het percentage van de in artikel 38 bepaalde 40 % meegerekend worden. Afdeling 7. - De huurwaarborg Art. 13.§ 1. Als waarborg voor de goede uitvoering van zijn verplichtingen stort de huurder aan de maatschappij een geldsom die gelijk is aan 2 of 3 maand huur naargelang van de vorm van de waarborg bepaald in artikel 10, § 1, van boek III, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, van het Burgerlijk Wetboek. § 2. In afwijking van § 1 van dit artikel en op voorwaarde dat de maatschappij ermee instemt, kunnen de volgestorte bedragen van de maatschappelijke aandelen van een vennoot van de openbare vastgoedmaatschappij dienen als huurwaarborg. Art. 14.De waarborg en de eventuele interesten zullen aan de huurder, of in geval van overlijden aan zijn erfgenamen of zijn rechthebbenden teruggestort worden bij de beëindiging van de overeenkomst, nadat hij zijn verplichtingen tegenover de maatschappij heeft vervuld. Geen van beide partijen mag beschikken over de rekening met de waarborg, behalve bij het tonen van hetzij een schriftelijk akkoord dat opgesteld wordt na het afsluiten van het huurcontract, hetzij een voor eensluidend verklaard afschrift van een gerechtelijke beslissing. Afdeling 8. - Bijdragen en huurlasten Art. 15.De bijdragen en huurlasten omvatten : 1° de leveringen, personeels- en werkingskosten met betrekking tot het klein onderhoud, kleine herstellingen en reiniging van de gemeenschappelijke ruimten;2° de leveringen, personeels- en werkingskosten met betrekking tot het onderhoud van de groene ruimten;3° de vergoedingen en sociale bijdragen voor de conciërge of de bewaker, betaald door de maatschappij, met uitzondering van het salaris in natura, onder dien verstande dat deze kosten niet gecumuleerd mogen worden met deze bedoeld in 1° indien ze betrekking hebben op het werk van dezelfde persoon;4° de kosten met betrekking tot het klein onderhoud en de controle van de liften, de centrale verwarmingsinstallatie, met inbegrip van het reinigen van de schoorstenen en van het verluchtingssysteem;5° de kosten met betrekking tot het ophalen van huisvuil en het verwijderen van hinderlijke voorwerpen;6° de kosten met betrekking tot de huur bij het opnemen en het onderhoud van de meters voor water en energievoorziening;7° de kosten met betrekking tot het klein onderhoud van de gezamenlijke radio- en televisieantenne;8° de abonnementen op de radio- en televisiedistributie, voor zover ze door de maatschappij betaald zouden zijn;9° de kosten met betrekking tot het verbruik van water, gas, elektriciteit en stookolie die betrekking hebben op de woning, voor zover deze door de maatschappij betaald zijn, evenals deze die betrekking hebben op de gemeenschappelijke ruimten;10° de kosten met betrekking tot herstellingswerkzaamheden die door de maatschappij uitgevoerd worden overeenkomstig de bepalingen van het huurcontract, vallen ten laste van de huurder;11° de afschrijving van de gezamenlijke radio- en televisieantenne en de boilers, koelkasten en fornuizen die de maatschappij ter beschikking van de huurders stelt;12° de kosten die voortvloeien uit de contracten afgesloten door de maatschappij ten behoeve van de huurders. Art. 16.§ 1. Het bedrag van de bijdragen en huurlasten ten laste van elke huurder wordt als volgt samengesteld : - de kosten bedoeld in artikel 15, 1° tot 7° en 12° worden op gelijke wijze verdeeld over het aantal woningen waarop ze betrekking hebben; - de kosten bedoeld in artikel 15, 8° worden op gelijke wijze verdeeld over het aantal huurders die gebruik maken van kabeldistributie. § 2. Het in artikel 15, 9° bedoelde verbruik wordt als volgt verdeeld : 1° indien er individuele meters per woning bestaan, wordt het verbruik van deze woningen bepaald volgens de individuele meters en het verbruik van de gemeenschappelijke ruimten wordt op gelijke wijze over het aantal woningen verdeeld;2° indien er slechts een gemeenschappelijke meter bestaat, wordt het verbruik als volgt verdeeld : - 80 % wordt verdeeld op basis van de oppervlakte van de woningen of op basis van de meteropneming van de individuele meettoestellen; - 20 % wordt op gelijke wijze over het aantal woningen verdeeld. § 3. De in artikel 15, 10° bedoelde kosten worden aangerekend aan de huurder die ze veroorzaakt heeft. De in artikel 15, 11° bedoelde kosten vallen ten laste van de huurder wiens woning verbonden of uitgerust is naar verhouding van 1 % per maand van de kostprijs van de antenne en de toestellen. Art. 17.De bijdragen en huurlasten moeten overeenstemmen met reële kosten van de maatschappij en ze worden aangerekend aan de huurders op basis van bewijsstukken. Zij moeten geboekt worden op een andere rekening dan die van de huurprijzen. Art. 18.§ 1. De betaling van de bijdragen en huurlasten gebeurt door middel van maandelijkse voorschotten. Behalve wanneer anders bepaald in het huurcontract gebeurt de betaling ervan gelijktijdig met de betaling van de huurprijs. Bij het vaststellen van het bedrag van het voorschot en vooraleer om het even welke wijziging aan te brengen moet de maatschappij een gedetailleerde en getrouwe raming van de samenstellende delen van dit bedrag, die met de werkelijkheid strookt, aan de huurder schriftelijk mededelen. § 2. Op de jaarlijkse vervaldag gaat de maatschappij over tot het regulariseren op basis van bewijsstukken die op de beschouwde periode betrekking hebben. § 3. Bij elke regularisatie ontvangt de huurder een gedetailleerde afrekening en het nieuwe bedrag van het voorschot wordt hem medegedeeld. Het regularisatiebedrag wordt op hetzelfde ogenblik als dit voorschot betaald. Art. 19.De huurder of zijn vertegenwoordiger, indien hij een geschreven toelating bezit waarvan de handtekening gelegaliseerd is, heeft het recht om binnen de maand die volgt op de mededeling van het regularisatiebedrag, bedoeld in artikel 18, § 2, kennis te nemen door de in 18, § 2, vermelde bewijsstukken. Art. 20.Geen enkele andere bijdrage of huurlast dan die opgenomen in dit besluit kan door de maatschappij ten laste van de huurder worden gelegd. Afdeling 9. - Verbeteringswerken en verbouwingen Art. 21.Zonder voorafgaande en schriftelijke toelating van de maatschappij mag de huurder het gehuurde goed niet verbouwen of veranderen. In het tegengestelde geval kan de maatschappij de herstelling van de ruimten in hun oorspronkelijke staat eisen en indien de huurder op een ingebrekestelling niet zou reageren, kan ze op kosten van de huurder hier zelf toe overgaan. Afdeling 10. - Toegang tot informatie Art. 22.De toelatingsvoorwaarden, de toekenningsregels, de regels omtrent voorkeurrechten, de standaardhuurovereenkomst, en de dag en de uren waarop de kandidaat-huurder het inschrijvingsregister kan raadplegen, evenals de naam en het adres van de sociaal afgevaardigde die bij de openbare vastgoedmaatschappij aangesteld is, moeten hem bij het indienen van zijn aanvraag meegedeeld worden. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij zal een standaarddocument met de in het vorige lid vermelde algemene inlichtingen opmaken. Dit document wordt aangevuld met de praktische toepassingsregels die aan de betrokken maatschappij eigen zijn, zoals in het vorige lid bedoeld. Alle informatie met betrekking tot de berekeningswijze van de huurprijs, de bijdragen en de huurlasten worden telkens aan de huurder door middel van het standaardformulier van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij meegedeeld. Onverminderd de bepalingen van de ordonnantie van 30 maart 1995 betreffende de openbaarheid in de besturen kan de huurder op de zetel van de maatschappij kennis nemen van de elementen met betrekking tot zijn reële huurprijs, zijn bijdragen en zijn huurlasten, telkens als ze gewijzigd worden en ten minste een keer per jaar, op de door de maatschappij vastgestelde dagen en uren. Art. 23.De in artikel 22 bedoelde informatie wordt op vraag, hetzij ter plaatse, hetzij op schriftelijk verzoek verkregen. Wanneer hij toegang vraagt tot een geschreven document, preciseert de aanvrager of hij dit ter plaatse wil raadplegen of een kopie tegen betaling wenst. De maatschappij waaraan de vraag gericht is, beschikt over een termijn van dertig dagen om een schriftelijk antwoord naar de aanvrager te sturen. Is deze termijn verstreken zonder dat een gevolg aan de aanvraag werd gegeven, dan kan de aanvrager in beroep gaan op de wijze voorzien in artikel 76 van de ordonnantie. Art. 24.§ 1. De maatschappijen mogen slechts de gegevens inzamelen die strikt voor de uitvoering van de bepalingen van dit besluit, van toepassing op de huurders, noodzakelijk zijn. § 2. Geen enkele mededeling van individuele informatie ingezameld door de OVM betreffende de huurders mag zonder schriftelijk en voorafgaandelijk akkoord van hen gebeuren. Afdeling 11. - Huurtoeslag voor een bovenmatige woning Art. 25.Wanneer een gezin een bovenmatige woning betrekt, wordt de reële huurprijs verhoogd met een toeslag per slaapkamer vanaf de tweede overtollige slaapkamer. Deze toeslag bedraagt 4 % van de jaarlijkse inkomens van het gezin en mag niet, op 1 januari 2016, hoger dan 603,93 euro per jaar zijn. Ze is gelijktijdig met de reële maandelijkse huurprijs verschuldigd pro rata 1/12de per maand. Deze toeslag is evenwel niet verschuldigd : - voor slaapkamers waarvan de oppervlakte niet groter is dan 6 m²; - indien een gezinslid 60 jaar of ouder is; - indien een gezinslid als gehandicapt erkend is - indien de huurder een aanvraag voor mutatie naar een aangepaste woning ingediend heeft. - Wanneer op 1 januari 2016 de woning volgens de normen van kracht vóór 1 januari 2015 als aangepast werd beschouwd en in zover deze normen verder nageleefd worden. Afdeling 12. - Huurtoeslag voor passiefwoningen, lage- en zeer lage-energiewoningen Art. 26.Wanneer een gezin een passiefwoning, lage of zeer lage energiewoning betrekt, wordt de reële huurprijs met een toeslag verhoogd. Deze toeslag houdt rekening met de energieprestaties van de woning en de winst die ze op het gebied van verwarming met zich mee zouden moeten kunnen brengen. Deze toeslag spruit uit de vermenigvuldiging van de volgende gegevens voort : 1. het gemiddelde jaarlijkse gasverbruik van een woning voor de verwarming per m²;deze statistiek wordt vastgelegd bij een jaarlijks ministerieel besluit op voorstel van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij; zij houdt met name rekening met de typologie van de woning; 2. het aantal m² van de betrokken passiefwoning, lage- of zeer lage-energiewoning;3. het sociale tarief voor gas van het afgelopen jaar;4. een percentage van 40 % voor passiefwoningen, 25 % voor lage-energiewoningen en 35 % voor zeer lage-energiewoningen. Ze is gelijktijdig met de reële maandelijkse huurprijs verschuldigd pro rata 1/12de per maand. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij deelt ieder jaar vóór 31 augustus de parameters 1 en 3 bij omzendbrief mee aan de maatschappijen met het oog op hun toepassing voor de berekening van de huurprijs op 1 januari van het volgende jaar. De maatschappijen zullen ertoe gehouden zijn om 95 % van de dankzij deze huurtoeslag gegenereerde inkomsten aan investeringen te wijden die de energie-efficiëntie van hun respectievelijke woningenbestand verbeteren. De Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij waarborgt, overeenkomstig de door haar bepaalde toepassingsregels, de controle op de bestemming van deze inkomsten. De huurtoeslag zal bij de reële huurprijs opgeteld worden. Indien na analyse blijkt dat er wegens gebreken in de bouw geen energiebesparing gerealiseerd werd, brengt de maatschappij de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij hiervan op de hoogte, waarna deze laatste op basis van een technische analyse van de betrokken woningen een afwijking kan toestaan. Deze afwijking kan aanleiding geven t …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.