{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 81</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In ieder geval kan de betaalde huurprijs niet lager liggen dan de minimum huurprijs die met de minimale rendabiliteitsdrempel bepaald door de BGHM voor deze soort woning overeenstemt. § 2. De vastgelegde huur moet voorafgaand aan de toepassing ervan door de BGHM goedgekeurd worden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 82</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1 Hij wordt elk jaar op 1 januari aangepast in functie van de stijging of de daling van de index in procenten uitgedrukt van de prijzen van de gezondheidsindex van de maand augustus van het jaar dat de herziening ten opzichte van de gezondheidsindex van de maand augustus van het voorgaande jaar voorafgaat. § 2. Bij elke herziening van de reële huurprijs moet de maatschappij aan de huurder het bedrag van de herziene reële huurprijs meedelen volgens de in het huurcontract voorziene modaliteiten. HOOFDSTUK V. - Bepalingen die onlosmakelijk met de verhuur van woningen voor middeninkomens verbonden zijn Afdeling 1. - Toelatingsvoorwaarden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 83</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het inkomen van de kandidaat-huurder, ingeschreven voor een woning voor middeninkomens moet begrepen zijn tussen 150 % van het toelatingsinkomen van toepassing voor de inschrijving voor een sociale woning zoals bedoeld in artikel 31 van onderhavig besluit en de bedragen als bedoeld in artikel 8 § 1, 4° van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2013 betreffende de uitvoering van stadsvernieuwingsopdrachten van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest De kandidaat-huurder waarvan het gezinsinkomen de bedragen bedoeld in artikel 8 § 1, 4° van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 september 2013 betreffende de uitvoering van stadsvernieuwingsopdrachten van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest overschrijdt, wordt uit het register geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de referentiemaatschappij bij de gelegenheid van de verlenging van de kandidatuur vaststelt dat het gezinsinkomen lager dan 150 % van het toelatingsinkomen van toepassing voor de inschrijving voor een sociale woning zoals bedoeld in artikel 31 van onderhavig besluit is, dan wordt de kandidaatstelling automatisch, met behoud van anciënniteit, in een ander register overgedragen voor zover nog steeds aan de voorwaarden die in artikel 5bis van onderhavig besluit opgenomen zijn, voldaan wordt. in functie van het gezinsinkomen wordt ze ofwel naar het register met kandidaatstellingen voor een woning voor bescheiden inkomens overgedragen, voor zover er aan de voorwaarde opgenomen in artikel 66 van onderhavig besluit voldaan is, ofwel naar het register met kandidaatstellingen voor een sociale woning voor zover aan de voorwaarde uit artikel 31 van onderhavig besluit voldaan is. Afdeling 2. - Voorkeurregels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 84</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De toewijzing gebeurt door de raad van bestuur van de maatschappij of het orgaan waaraan deze machtiging gegeven wordt, volgens de chronologische volgorde van de inschrijvingen in het register van de kandidaturen, behalve : 1° 2° wanneer de toekenning het verhuren van woningen geschikt voor personen erkend als gehandicapten betreft;3° wanneer woningen voor oudere personen ontworpen werden en deze personen van een specifieke dienstverlening genieten.4° wanneer de toewijzing verloopt in het kader van een mutatie; 5° wanneer de toewijzing verloopt in het kader van een herhuisvestingsplan voor huurders van woningen die gerehabiliteerd zullen worden.; 6° wanneer de toewijzing gebeurt voor een huurder van een sociale woning waarvan aan de huurovereenkomst een einde gesteld werd wegens overschrijding van de inkomensgrens.De Minister preciseert de modaliteiten waarmee het recht op deze prioriteit geopend kan worden alsook de ondersteunende documenten die bezorgd moeten worden om deze vast te stellen. Afdeling 3. - Weigering van een woning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 85</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat-huurder kan, zonder geschrapt te worden, een woning die aangepast is aan zijn gezinssamenstelling weigeren ongeacht de reden van zijn weigering. Afdeling 4. - Duur van de huurovereenkomst voor een woning voor middeninkomens Art. 86.§ 1. De overeenkomst wordt voor een bepaalde duur van 9 jaar gesloten. Ze is verlengbaar per periode van drie jaar. § 2. De standaardhuurovereenkomst van bepaalde duur is deze die opgenomen is in bijlage 9 van huidig besluit. Art. 87.§ 1. De huurovereenkomsten die werden gesloten door gezinnen met één of meerdere personen met een handicap en/of één of meerdere personen die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt op het moment waarop de oorspronkelijke huurovereenkomst is ingegaan, zijn huurovereenkomsten van onbepaalde duur. § 2. De standaardhuurovereenkomst van onbepaalde duur is deze die opgenomen is in bijlage 10 van huidig besluit. Art. 88.Voor de huurovereenkomsten die krachtens artikel 86 van dit besluit werden afgesloten, kijkt de maatschappij op het einde van de acht jaar de situatie van het gezin na voor wat betreft zijn inkomen en samenstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het nazicht van het inkomen van het gezin houdt de maatschappij rekening met het inkomen van de laatste twee jaren die voorafgaan aan dat van het nazicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de gezinssamenstelling vraagt de maatschappij per aangetekende brief aan de huurder om een door de gemeente afgeleverde gezinssamenstelling te bezorgen, die niet vóór de datum van de aanvraag van de maatschappij mag zijn gedagtekend. De huurder moet die gezinssamenstelling binnen de twee maanden na de versturing van de aanvraag aan de maatschappij bezorgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval dat het gezinsinkomen, op basis van het nazicht van de inkomsten als bedoeld in artikel 85 van dit besluit voor de twee betrokken jaren het voor het gezin toepasselijke toegangsinkomen met 250 % overstijgt, zal de huurovereenkomst een einde nemen middels een opzegtermijn van zes maanden die via aangetekende verzending betekend wordt en waarvan het einde met het einde van het negende jaar van de huurovereenkomst samenvalt. Art. 89.Onverminderd de toepassing van artikel 90 van dit besluit, wordt de huurovereenkomst automatisch verlengd voor een periode van drie jaar wanneer het gezinsinkomen op basis van het in artikel 88 van dit besluit uitgevoerde nazicht van het gezinsinkomen voor de twee betreffende jaren lager dan 250 % van het voor het gezin toepasselijke toelatingsinkomen blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatschappij brengt de huurder per aangetekend schrijven van die verlenging op de hoogte. In die brief moet er ten minste melding worden gemaakt van de data waarop de periode van drie jaar aanvangt en afloopt en van het moment waarop het in artikel 93 van dit besluit bepaalde nazicht opnieuw plaatsvindt. Art. 90.Indien in de loop van de op basis van artikel 88 van dit besluit betekende opzegtermijn het inkomen van de huurder opnieuw onder het plafond van 250 % van het voor zijn gezin toepasselijke toelatingsinkomen daalt, kan de huurder de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij bij hoogdringendheid hiervan op de hoogte brengen volgens een procedure waarvan de modaliteiten door de Regering worden bepaald. Bij deze gelegenheid zullen de situaties die aanleiding geven tot deze mogelijkheid worden verduidelijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inkomensdaling moet het gevolg zijn van een al dan niet voorzienbare beslissing of gebeurtenis die buiten de wil van de huurder om plaatsvond. Art. 91.In het geval dat blijkt dat, op basis van het nazicht van de gezinssamenstelling bedoeld in artikel 88 van dit besluit blijkt dat het gezin een in artikel 2, 24° van dit besluit omschreven bovenmatige woning betrekt, is de maatschappij verplicht om in de mate van de beschikbaarheid een woning voor te stellen die aan de nieuwe gezinssamenstelling aangepast is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de krachtens vorig lid voorgestelde woning met een gelijkaardig comfort en gelegen in dezelfde gemeente of in een straal van 5 kilometer wordt geweigerd, wordt de bestaande huurovereenkomst beëindigd middels een opzegtermijn van zes maanden, voor zover de nieuwe huurprijs niet meer dan 15 % hoger ligt dan de oude huurprijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatschappij betekent die opzegtermijn van zes maanden aan de huurder en vermeldt daarbij de datum waarop de opzegtermijn afloopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die opzegtermijn moet aflopen wanneer het negende jaar van de huurovereenkomst afloopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de maatschappij aan de huurder geen woning kan voorstellen die aan zijn nieuwe gezinssamenstelling is aangepast, wordt de bestaande huurovereenkomst, onverminderd de toepassing van artikel 86 van dit besluit, voor een periode van drie jaar verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatschappij brengt de huurder van die verlenging op de hoogte overeenkomstig de bepalingen van lid 2 van artikel 89 van dit besluit. Art. 92.Als het gezin de krachtens artikel 91 van dit besluit voorgestelde woning aanvaardt, wordt voor die woning een nieuwe overeenkomst voor een bepaalde duur van drie jaar afgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval wordt de bestaande overeenkomst beëindigd middels een opzegtermijn van drie maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatschappij betekent die opzegtermijn van drie maanden aan de huurder en vermeldt daarbij de datum waarop de opzegtermijn afloopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die opzegtermijn moet aflopen wanneer het negende jaar van de huurovereenkomst afloopt. Art. 93.Wanneer de huurovereenkomst verlengd is of wanneer een nieuwe overeenkomst, in toepassing van respectievelijk de artikelen 89 en 92 van dit besluit gesloten is, vindt een in artikel 88 van dit besluit bepaald nazicht plaats op het einde van het tweede jaar van iedere driejarige periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ieder nazicht kan aanleiding geven tot een verlenging van de huurovereenkomst voor een nieuwe periode van drie jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het nazicht aan het einde van het tweede jaar van iedere periode van drie jaar kan tevens aanleiding geven tot de betekening van een opzeg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die betekening moet melding maken van de datum waarop de opzegtermijn afloopt. Die opzegtermijn moet aflopen wanneer de verlengde of nieuw gesloten huurovereenkomst afloopt. Art. 94.De huurder van wie op het einde van de termijn van de huurovereenkomst van negen jaar of van het verstrijken van de termijn van elke verlenging van drie jaar, blijkt dat hijzelf of één van zijn gezinsleden ondertussen werd erkend als een persoon met een handicap overeenkomstig artikel 2, 9° van dit besluit, wordt een huurovereenkomst van onbepaalde duur voorgesteld. Hiertoe bezorgt de huurder het bewijs van die erkenning aan de maatschappij.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatschappij moet die huurovereenkomst van onbepaalde duur voorstellen ongeacht de opzeg die eventueel werd betekend ingevolge het overeenkomstig artikel 88 van dit besluit uitgevoerde nazicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze huurovereenkomst van onbepaalde duur kan niet ingaan alvorens de huurovereenkomst van negen jaar of van de termijn van verlenging met drie jaar is afgelopen. Art. 95.Er wordt, door middel van een opzegtermijn van zes maanden, aan de huurovereenkomst voor onbepaalde duur een einde gesteld wanneer vastgesteld is dat de erkenning als gehandicapte persoon van de huurder of een van de gezinsleden, beëindigd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De huurovereenkomst van onbepaalde duur wordt eveneens middels een opzegtermijn van zes maanden beëindigd als de als gehandicapte erkende persoon overleden is of geen deel meer uitmaakt van de door de maatschappij gekende gezinssamenstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maatschappij betekent die opzegtermijn van zes maanden aan de huurder en vermeldt daarbij de datum waarop de opzegtermijn afloopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de huurder waarvan in het eerste en tweede lid sprake is, wordt een huurovereenkomst van bepaalde duur van negen jaar voorgesteld. Art. 96.De duur van de nieuwe huurovereenkomst van de huurder die een andere woning aanvaardt, mag, gecumuleerd met de duur van de oorspronkelijke huurovereenkomst, in geen enkel geval negen, en drie jaar overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die negen en drie jaar worden bepaald naargelang de verandering van woning plaatsgrijpt in de loop van de oorspronkelijke periode van negen jaar of in de loop van een latere periode van drie jaar. Afdeling 5. - Te betalen huurprijs</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 97</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De huurprijs van een woning voor middeninkomens moet liggen tussen de huurprijs die op de woning voor bescheiden inkomens van toepassing is en 6,5 % van de kostprijs. Het begrip kostprijs wordt door de minister omschreven. § 2. De huurder moet de in § 1 vernoemde huurprijs betalen, mits eventuele huurkortingen die de openbare vastgoedmaatschappij hem wegens een gedeeltelijk verlies van vruchtgebruik van de gehuurde woning kan toekennen. Art. 98.§ 1. In ieder geval kan de betaalde huurprijs niet lager liggen dan de minimum huurprijs die met de minimale rendabiliteitsdrempel bepaald door de BGHM voor deze soort woning overeenstemt. § 2. De vastgelegde huur moet voorafgaand aan de toepassing ervan door de BGHM goedgekeurd worden. Art. 99.§ 1 Hij wordt elk jaar op 1 januari aangepast in functie van de stijging of de daling van de index in procenten uitgedrukt van de prijzen van de gezondheidsindex van de maand augustus van het jaar dat de herziening ten opzichte van de gezondheidsindex van de maand augustus van het voorgaande jaar voorafgaat. § 2. Bij elke herziening van de reële huurprijs moet de maatschappij aan de huurder het bedrag van de herziene reële huurprijs meedelen volgens de in het huurcontract voorziene modaliteiten. HOOFDSTUK VI. - Slotbepalingen Art. 100.De bepalingen van de hoofdstukken IV en V zullen op een door de Regering vast te stellen datum in werking treden Brussel, 22 september 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de Brusselse Hoofdstedelijke Regering : De Minister-President van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Territoriale Ontwikkeling, Stedelijk Beleid, Monumenten en Landschappen, Studentenaangelegenheden, Toerisme, Openbaar Ambt, Wetenschappelijk Onderzoek en Openbare Netheid, R. VERVOORT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Huisvesting, Levenskwaliteit, Leefmileu en Energie, Mevr. C. FREMAULT De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Externe Betrekkingen en Ontwikkelingssamenwerking, G. VANHENGEL</p></div>", "next": 0}